08-03-10

Het leven zoals het is

 

Euro's - 012a (kleiner)Vorige week was ik aanwezig in een bankkantoor waar ik tot dan toe niet als klant was gekend. De reden van mijn bezoek aldaar was het openen van een bankrekening. Zonder slag of stoot ging dat niet. Want het computersysteem weigerde in eerste instantie, en ook in tweede, mijn identiteitsgegevens te bewaren, die via mijn in een kaartlezer gestopte identiteitskaart, op het computerscherm verschenen.

Bijgevolg dienden mijn gegevens op de conventionele manier te worden ingebracht. Zijnde het inscannen van de beide zijden van mijn elektronische identiteitskaart en van mijn handtekening. Waar serieus wat tijd in kroop. Wat ik dacht in een kwartiertje geregeld te krijgen, nam uiteindelijk drie keer zoveel tijd in beslag!

En mensen, wat een massa papier ging er bij deze handeling verloren. Die registratiepapieren, in drie exemplaren, het afdrukken van de voorwaarden en zo meer. Ecologisch gezien betekent het openen van een bankrekening op zulk een manier, ernstige roofbouw op de natuur. Papier, inkt, elektriciteit... Mijn ecologische voetafdruk bedraagt alweer een maatje meer. Helaas! Maar gedane zaken nemen geen keer, dus ga ik me voor de rest niet druk maken over dit feit.

Wat ik enigszins raar vind is dat de dame die deze formaliteiten vervulde, gegevens wou over mijn inkomen, wou weten welke inkomsten er op die net geopende rekening zullen worden gestort en ze me daarenboven, weliswaar vriendelijk, doch enigszins dwingend, de vraag stelde of ze mocht weten wat ik van plan ben om met die rekening aan te vangen.

Waarschijnlijk is dit een routinevraag, maar ze kwam bij mij nogal raar over. Alsof bijvoorbeeld een dakwerker zal zeggen dat hij op zijn nieuwe bankrekening zijn uit zwartwerk verkregen inkomsten zal storten. Of een witte boord crimineel zal verklaren dat hij er zijn frauduleus verkregen gelden op zal parkeren. Of een drugsbaas aan een bankbediende zal bekennen dat hij net een rekening opende om er de opbrengsten van zijn drugstrafiek op onder te brengen.

Voorts vind ik zulk een vraag een ernstige inbreuk op de privacy. Stel je voor dat ik aan een sollicitant, die zich bij mij aandient voor een openstaande vacature, zou vragen wat de  kandidaat zinnens is om aan te vangen met het geld dat zij of hij bij een eventuele aanwerving, bij mij kan verdienen? Ik zou ongetwijfeld nogal een hevige reacties krijgen. En mogelijks niemand vinden om voor me werken. Terecht, overigens!

Maar ik hield me, in tegenstelling tot wat mijn gewoonte is, gedeinsd. Dat ganse gedoe met al die paperassen had al zo veel tijd gekost, dat ik geen zin had om er nog meer te verspillen door een nutteloze discussie aan te gaan met iemand die vast enkel uitvoerde wat haar overste haar heeft opgedragen.

Toen die vrouwelijke bankbediende alle verkregen data opsomde riep in haar op een gegeven moment even halt toe. Want bij burgerlijke stand had ik gehoord 'ongehuwd'. Terwijl ik officieel wel al sinds 1993 ben getrouwd. Die status wijzigen was volgens de bankbediende evenwel onmogelijk, omdat het gegeven zo van mijn identiteitskaart werd gelezen. Vreemd...

*****

Enkele dagen voordien had de, volgens de aan mijn identiteitskaart gekoppelde data, niet bestaande echtgenote, op mijn herhaald verzoek, mijn nog, in wat vroeger onze gezamenlijke slaapkamer op de eerste verdieping was, aanwezige kledij, in een grote doos en een dito geruite verhuiszak gestopt. Zodat ik ze elders, in een voor mijn assistenten toegankelijke ruimte, zou kunnen onderbrengen.

Brian in papa's outfitTerwijl ikzelf in de woonkamer zat, op het gelijkvloers, zoals vaak voor mijn computer, was zoon Brian blijkbaar toevallig getuige van de activiteiten van zijn ma. Want ik hoorde hem plots, door het houten vloer annex plafondgewelf uitroepen 'awesome!' (formidabel!). Waarna ik hem van de, ook al houten, trap hoorde naar beneden denderen. Waar even later de deur tussen onze hal en de woonkamer open vloog, en mijn zoon door het deurgat de kamer binnen stormde. Uitgedost in een beige broek die ooit tot mijn zondagse outfit behoorde en mijn, uit een ver verleden afstammende, zware zwartlederen motorvest.

Uitgelaten en blij stond de jongen daar te draaien, zich te showen voor mij en voor zichzelf. Dat laatste was mogelijk door de weerspiegeling van zijn gedaante in het glas van een manshoge vitrinekast die in onze living staat opgesteld. Brian had deze kledij gegraaid uit die door mij ter beschikking gestelde doos. Ooit de stevige kartonnen verpakking van een groot computerbeeldscherm.

Een dag later heb ik, met de praktische hulp van mijn assistente, alle overgebleven kledij van vroegere jaren eens aan mijn gezichtsveld laten passeren en er de items uitgehaald waarvan ik vermoedde dat ze mijn kinderen zouden passen en waarin ze mogelijks zouden kunnen geïnteresseerd zijn om ze aan hun garderobe toe te voegen.

In de avonduren heb ik hen die kledingvoorraad dan naar de woonkamer laten brengen. En mochten ze hun keuze maken. Wat me een verkleedschouwspel bezorgde dat aangenaam was om te zien.

*****

Het weerzien van een deel van mijn kledij van een tijd geleden, deed me terugdenken aan mijn favoriete kledingstukken van nog vroeger. In de decade tussen mijn vijftiende en mijn vijfentwintigste levensjaar droeg ik graag strakke, nauw om het lijf spannende broeken. Waarvoor je plat achterover op je bed moest gaan liggen om ze aan te trekken. En je buik diende in te trekken om de rits gesloten en de broeksknop dicht te krijgen.

Meestal droeg ik jeans. Maar af en toe kon ook een uit een andere textielstof vervaardigde pantalon, mij bekoren. Zo had ik, ten tijde van mijn voorlaatste jaar aan de middelbare school, een witte broek. Die enkel ter hoogte van mijn onderbenen enige ruimte vrij liet tussen het kledingstuk en mijn huid.

Op het einde van het schooljaar had ik mij vrijwillig aangemeld om ter voorbereiding van het opendeur weekend, op een vrije namiddag, het elektronicalokaal van onze school op te ruimen en enigszins aantrekkelijk in te richten. De klus was bijna geklaard toen ik mij hurkte om iets op te heffen en bij deze handeling de achterkant van mijn strakke witte broek hoorde en voelde scheuren.

Snel stelde ik me recht en voelde met mijn beide handen aan mijn bibs. Mijn broek was netjes in twee gescheurd, over de gehele lengte van mijn bilspleet! Nog een geluk dat ik die ochtend een propere onderbroek had aan getrokken. Want mijn twee klasgenoten, met wie ik de werkzaamheden verrichtte, waren op het geluid van die scheurende stof en mijn daarop aansluitend gevloek afgekomen en keken grinnikend naar mijn zitvlak.

Short skirt girl on bicycle - 001Gelukkig droeg ik een lange zwarte gebreide wollen trui, die ik zo ver als enigszins mogelijk was, over mijn poep trok om de averij zoveel als mogelijk aan het zicht van anderen te onttrekken. Volgens mijn nog steeds glimlachende maten lukte dat op die manier vrij goed.

Het afwerken van de klus in het labo liet ik over aan hen en de leerkracht die poolshoogte kwam nemen, maar aan wie ik niks over mijn gescheurde broek vertelde. Aangezien ik me er eigenlijk een beetje voor schaamde.

Spiedend stapte ik over de verlaten speelplaats, richting de boom aan de uitgang, waar ik mijn moeder haar fiets had gestald. Het gebeurde wel vaker dat ik mijn ma haar tweewieler gebruikte op momenten dat ze hem kon missen. Dat, als gevolg van de opbouw van het tweewielig vervoermiddel verplicht voorover gebogen zitten op een herenfiets vond ik immers niet zo leuk. Vandaar dat ik me liever met een damesfiets verplaatste.

Wat me nu trouwens ook uitermate goed uitkwam. Want gezeten op mijn mannenfiets had ik, tijdens de 8 kilometer lange rit huiswaarts, mijn billen nooit geheel kunnen onttrekken aan het zicht van eventuele passanten. Wat me, gezeten op mijn ma haar fiets, wel redelijk lukte. In een zo rechtop zittende houding als enigszins mogelijk was, wisselde ik voortdurend van hand om het stuur vast te houden, zodat ik met de vrije hand mijn omhoogschuivende trui naar beneden kon trekken. Allicht heb ik toen kunnen ervaren hoe het aanvoelt als je als meisje, met een ultra kort jurkje of rokje aan, met je onderbroek op het fietszadel zit.

Daar denk ik nu aan. Want toen was al mijn aandacht gericht op de vrees om bekenden tegen te komen die zouden merken wat er met mijn broek aan de hand was. En voor schut staan en mogelijks de dagen nadien door de halve schoolbevolking of een kwart van mijn dorpsgenoten uitgelachen worden, daar had ik als tiener totaal geen zin in.

23-03-09

De smaak te pakken?

  

Wees niet bevreesd. Het is niet mijn intentie om er vanaf nu elke week mee voor de dag te komen. Maar na die toch wel gesmaakte verschijning van dat pittig meisje, vorige maandag, wou ik toch ook vandaag nog met iets in dezelfde kleur voor de dag komen. Evenwel niet zomaar. Er hangt immers een verhaaltje aan vast!

Zelfgemaakte handboog en pijlenWe gaan even terug in de tijd. Naar een moment waarop ik mijn broek nog versleet in de lagere school. We woonden toen in een kleine, meer dan 100 jaar oude woning. Maar net door de beperkte oppervlakte allicht, vond ik het in onze huiskamer super gezellig.

Onze zwart/wit televisie, die haar signalen opving via een antenne die stond opgesteld op het dak van de stal, kon slechts 4 zendkanalen weergeven. En dan enkel nog bij goed weer. Bijgevolg moesten we voor ons avondlijk genot veelal andere bronnen aanspreken.

Op een gure winterse zaterdagavond waren we met ons vijven thuis: mijn ma, mijn twee zussen en onze pa. Mijn broer moest toen nog worden gemaakt. Of er op dat moment al plannen in die richting waren, daar heb ik het raden naar en, als ik eerlijk ben dan moet ik bekennen dat ik van zulke informatie trouwens liever verstoken blijf!

Mijn ma was, als steeds, druk bezig in het achterhuis. Voor wie dat niet kent, dat is een kamer die je met een beetje fantasie en ruime interpretatie, als keuken zou kunnen beschouwen. Mijn oudste zus zat in de sofa een stripverhaal te lezen, de jongste speelde aan tafel met haar poppen en ik zat op de zandstenen vloer met mijn boerderijdiertjes en autootjes te spelen.

's Namiddags had mijn pa wat gesnoeid in de tuin en enkele twijgen, de mooiste, meest rechte en met zo weinig mogelijk aftakkingen, aan de kant gehouden. Die had hij nu naar binnen gebracht. Hij zat er mee aan de andere kant van de tafel, waarop ook mijn zus haar poppenbed en andere spelattributen stonden opgesteld. Mij pa vilde de takken, want het was zijn bedoeling uit dat snoeihout voor mij een handboog en enkele pijlen te vervaardigen.

Af en toe keek ik eens op vanaf mijn speelplek, om te zien hoe ver mijn pa al met het werk was gevorderd. En ik merkte dat het goed opschoot. Na het villen sneed mij pa met een mes de stukken hout af op de juiste lengte, haalde de oneffenheden weg en maakte inkervingen. In de grootste tak, een buigzame, deed hij dat langs beide uiteinden. Vervolgens plaatste hij er aan het ene uiteinde een touw in dat hij enkele keren om de tak wikkelde en stevig vastknoopte.

Daarna bracht hij het touw ook aan in de andere gleuf en spande het op, tot de twijg gebogen stond. Vervolgens wikkelde mijn pa ook langs dit takeinde het touw een aantal keren rond het stuk hout en legde er vervolgens enkele stevige knopen in.

De kortere stokjes kregen slechts aan één uiteinde een inkerving. De andere kant bleef gewoon bot. Geen scherpe punt, zoals ik suggereerde, om werkelijk een 'echt' projectiel te zijn. Mijn pa vond zulks uiteraard veel te gevaarlijk! Op strooptocht gaan met deze boog en pijlen zou er voor mij dus niet inzitten. Alsof dat ik dat ooit zou hebben gedaan! Natuurlijk niet, daarvoor zag ik de diertjes in de natuur, ook toen al, veel te graag!

Voila! Mijn boog en pijlen waren klaar! In klein model weliswaar, gezien de boog maar iets van een halve meter groot was, maar toch net echt! Onmiddellijk zag ik in gedachten mezelf al door onze tuin lopen, en in de rijweg ernaast, met mijn boog en pijlen. Als een echte indiaan! Dus ook met lendenlap en een lint rond mijn hoofd, met een pluim erin.

Mijn autootjes en miniatuur beestenboel had ik intussen al lang terug in hun opbergdoos gestopt. Een cilindervormige waspoederton, door zuslief kunstig bekleed met een restje behangpapier. Want vanzelfsprekend stond ik al ongeduldig naast mijn pa zijn stoel te wachten tot wanneer ik het door hem vervaardigde speelgoed in handen zou krijgen.

Delfts blauw - 000 (klein)Maar mijn pa wou de dingen eerst zelf uittesten op functionaliteit en degelijkheid. De man legde een pijl in de boog. En floep, de pijl was weg. Sneller dan mijn pa had gepland, en doordat hij niet had kunnen richten, ook de verkeerde kant uit! In een flits verdween het stokje richting schoorsteenmantel, waar het een prachtig bordje in Delfts blauw van de zwarte staander tikte, zodat het klets naar beneden viel! In gruzelementen op de vloer, waar ik een kwartier eerder nog zat te spelen.

Mijn beide zussen keken op en brachten hun handen naar hun mond. Eentje slaakte zelfs een korte gil! Maar de veroorzaker van dit onheil, mijn pa dus, was nog meest van al geschrokken. Kleine ik het minst, want ik had alle handelingen, en het incident, in detail kunnen volgen.

Mijn ma stormde de woonkamer binnen. Stopte bruusk en keek ontstelt naar de scherven op de grond. Ze was heel boos! Het vernielde bord maakte immers deel uit van een hele reeks, die de tablet boven onze antieken schoorsteennis sierden. Waar onze ma veel zorg voor had en die ze derhalve, bij de wekelijkse poetsbeurt, steeds omzichtig afstofte. En nu had haar eigen vent, nota bene met kinderspeelgoed, zo een bordje als doelwit uitgekozen en naar de knoppen geholpen! 

Mijn nog steeds beduusd kijkende pa, kreeg de tijd niet om uit te leggen wat er was gebeurd en dat wat ons ma te zien kreeg eigenlijk het onbedoelde en ongewenste resultaat was van een ongelukkig incident dat jammerlijk had geleid tot dit accident.

De vlammende ogen van mijn ma hadden inmiddels de oorzaak van de miserie in het vizier gekregen. Ze rukte de boog uit pa's handen, graaide de pijlen van tafel en ook die op de grond, en brieste dat ze dat gevaarlijk tuig ging wegstoppen en dat we er niet op moesten rekenen het ooit nog terug in handen te krijgen.

Stilletjes ruimde mijn pa het groene bastweefsel op waarvan hij de twijgen had ontdaan. Terwijl mijn ma met een uit de wasstal gehaald handborsteltje de scherven in een stofblik veegde. Mijn zussen waren allang weer bezig met hun respectievelijke activiteiten. En kleine Rudi stond uiterst triest in het rond te kijken. Weg plezier! Terwijl ik er nog niet eens aan was begonnen Weg leuke vooruitzichten! Wenkbrouw ophalen

Officieel heb ik noch de boog, noch de bijhorende pijlen, ooit in mijn bezit gekregen. Maar een klein huis met weinig meubilair heeft als voordeel dat er slechts een beperkt aantal verstopplekken zijn, zodat ik reeds de eerstvolgende dag, bij afwezigheid van mijn ma, die spullen snel had gevonden. En ik er dus uiteraard ook mee heb gespeeld. Op momenten dat mijn ma het niet kon zien. En uiteraard hoedde ik mij ervoor om niet dezelfde stommiteit uit te halen als mijn pa! Lachen

17-12-08

Kraantjeswater

Met dat voorval, waarbij eerder deze week een deel van mijn Oost-Vlaamse medeburgers zonder stromend water kwamen te zitten, 'borrelden' een heleboel herinneringen bij me naar boven.

Ouderlijk huis

Mensen die in de laatste twee decennia zijn geboren kunnen zich dat allicht niet voorstellen, maar ik dateer nog uit een periode waarin stromend water uit de kraan nog niet in elk huishouden beschikbaar was. Tot aan mijn Plechtige Communie woonden mijn ouders, met hun vier kinderen, in een huisje van meer dan een eeuw oud.

Waarin ik trouwens altijd graag heb gewoond. Zo ook de mussen die onder de pannen huisden, en de muizen, die spijts alle klemmen en vergif, toch warme nestjes bouwden op de zolder van mijn ouderlijk huis.

Mijn ouders hadden een eigen kamer. Mijn zeven jaar jongere broer sliep in een door mijn oom gemaakt houten bedje, dat stond opgesteld aan het voeteinde van het ouderlijk bed. Mijn twee oudere zussen sliepen samen in een kamer die onze pa op een deel van de zolder, met wat platen, in elkaar had getimmerd. Zelf sliep ik de hoek van een ruimte die vanuit de wooukamer wat toegang verschafte tot mijn ouders hun kamer, dienst deed als voorraadruimte, en waarin teven een robuuste, bruin geverfde houten trap stond, die ons toegang verschafte tot de zolder. Privacy nihil, dus, maar dat deerde me als kind niet echt. En in die tijd was rekening houden met de nood van elkeen, aan een eigen plekje, niet zo evident. Als jongeman was ik tevreden met mijn afgeleefd witgeverfd ijzeren bed en de drie geërfde houten kastjes die in mijn slaapruimte stonden. Waarvan evenwel enkel het nachtkastje, en één lade van de grootste kast, voor mijn spullen mocht gebruikt worden. De rest was ingepalmd door bezittingen van mijn huisgenoten.

Handpomp

In onze kleine huiskamer was net plaats genoeg voor een kolenvuur, een dressoir, een glazen kast, een tafel met zes stoelen, een driezit zetel, een kastje met een zwart/wit Tv op, en daar tegenover, een Fluitketel (klein)aftandse zetel, mijn favoriete plek! De ruimte daarnaast was ons achterhuis, wat men nu keuken zou noemen. Ook daarin stond een tafel met zes stoelen er rond, een manshoge diepvrieskast, en een kookvuur op gas. De bidon stond er naast! Voorts een meubel met kastjes en schuiven, waarin alle keukenspullen een plaatsje hadden. En niet te vergeten onze pompsteen, met daarnaast de handpomp. Want als wij water nodig hadden, moesten wij het oppompen uit onze waterput. Koud water dus. Als er nood aan was om het te verwarmen, bijvoorbeeld om ons te wassen of om de afwas te doen, dan deden we dat door een moor met een fluitje, op het vuur te zetten. Als het water kookte, dan werd je daarvan verwittigd door het gefluit van die waterketel. Nu zijn die fluitkerels terug 'in' als leuk retro gadget. Bij ons was dat ding toen evenwel bittere noodzaak! Dat waren nog eens plezante, oergezellige tijden! En met ons zessen leefden wij zo tot eind de jaren zeventig.

Voor wie het zich mocht afvragen: een aansluiting op het elektriciteitsnet hadden we toen al. Maar om naar het toilet te gaan moesten we in de stal zijn. Tegen de muur van onze stalling hing een pisbak. En ernaast, achter een groene houten lattendeur, waarin op ooghoogte een klein verluchtingsgaatje was gezaagd, in hartvorm, bevond zich ons kleinste huisje. Een aalput met een omgekeerde kist erboven, waarin een rond gat was gemaakt. En dat na gebruik van het 'toilet', werd afgesloten door een deksel in eenzelfde vorm, met een handvat aan.

30-08-08

Gedaan met fuiven

Het feestgedruis is volledig geluwd. Mijn woonkamer is niet langer een feestzaal. Het lokaal heeft zijn ‘gewone' multifunctionaliteit teruggekregen. Dat wil zeggen: zitplaats, eetkamer, slaapkamer, badkamer, toilet en bureau.

Eergisteren zag het er hier geheel anders uit. Door de tussendeuren open te zetten, kon ik de veranda annexeren, waardoor de beschikbare ruime een stuk groter werd. Met de fysieke hulp van mijn gewaardeerde assistentes had ik het geheel, ongeveer 10 meter lang en 4 meter breed, omgetoverd tot een sfeervolle discotheek. Waarin zonen Brian en Austin hun verjaardagsfuif lieten doorgaan!

Alle wanden waren afgedekt met een zwarte plastiekfolie, aan een niet eens dure prijs aangekocht bij Tuincentrum Aveve. De Tv, open haard, computertafel & glazen kast waren onzichtbaar achter deze plastieken wand. En lichtinval door de ramen was niet meer mogelijk. Met als gevolg dat het binnen in het zaaltje, geheel zoals gewenst, reeds om 18u donker was. Dit voor de fuif die was gepland om dat uur te starten, en door zou gaan tot 22u.

Op de pikzwarte wanden had ik hier en daar veelkleurige welkomstaffiches gekleefd en dito menu's, zodat elkeen wist wat er aan drank te verkrijgen was en dat er doorlopend snacks en hapjes te verwachten waren. De sofa was verhuisd van plaats, om een ruime dansvloer te creëren, waarlangs enkele stoelen waren geplaatst, waarop de moegedanste jongeren konden uitrusten. In de veranda, tegenover de bar, was er een knusse zithoek, veelkleurig verlicht door de gekleurde doeken die Brian bovenop de glasdallen had gelegd. Een briljant idee!

Mijn bed was omgevormd tot een luxueuze zetel. Zowel mijn laptop tafeltje als mijn bedtafeltje waren met een wit laken overspannen, zodat ook deze fraai oogden, tegen de valse zwarte wand. En dienst konden doen om snacks, servetten en drankjes op te plaatsen. Ook de eettafel was ingepakt, en wel met een mooie grijze doek, en naar een hoek in de veranda verhuisd, om daar dienst te doen als bartafel.

Aan de andere zijde van de ruimte was, in de breedte, met twee schraagjes en evenveel planken, een lange tafel gemaakt. En ook afgedekt met een wit laken. De muziekinstallatie uit de living, aangevuld met een laptop met twee sets luidsprekers, stond daar op. Tevens de, ooit zelf gemaakte, bedieningskasten van de lichtinstallatie, reeds in bezit sinds mijn jeugdjaren. En voor die tafel een heleboel lampen in allerlei kleuren. Alhoewel de ouderdom, en het toentertijd veelvuldig gebruik, bij sommige van deze lichtbronnen als gevolg heeft dat de kleur is vervaagd, zoniet volledig weg. Maar er was ook nog een meer recentere spot met wisselende kleurenschijf, die wél nog geheel intact is, en derhalve goed dienst deed als sfeermaker.

Twintig kinderen waren er. En allemaal stipt op tijd gearriveerd! De meisjes en jongens werden bij aankomst vergast op een glaasje alcoholvrije ‘champagne' en een warm hapje. Tijdens het verloop van de avond waren er diverse soorten fruitsap, frisdrank en water, met of zonder bubbels, verkrijgbaar. Er stonden chips en nootjes op de tafeltjes en van tijd tot tijd werden er warme hapjes geserveerd. Niemand hoefde ook maar één ogenblik honger of dorst te lijden, en dat was ook de bedoeling!

Voor mezelf was het eerst een beetje zoeken waar ik me kon ophouden, zonder de jonge fuifnummers voor de voeten te rijden. Maar dat duurde niet lang. En gelukkig stoorde zich blijkbaar niemand aan mijn aanwezigheid, want er werd van bij de aanvang van het feest uitbundig gedanst. Die jongelui hadden helemaal géén pepmiddelen nodig om op dreef te komen. Het onder vriend(inn)en zijn, muziek naar hun smaak en een verduisterde ruimte, met wisselende kleuren bijverlicht. Méér moest dat voor hen niet zijn!

De twee studentes die ik die avond had ingeschakeld voor de praktische uitvoering van mijn plannen, deden hun werk heel behoorlijk. Ze prepareerden de hapjes, serveerden de drankjes, vulden, zo nodig de chips & nootjes aan, hielden de ruimte netjes en namen véle foto's van het gebeuren. Slechts een enkele keer moest ik één van hen richting kinderen sturen om de uitbundigheid te temperen, en de kans op problemen te vermijden. Wat moeiteloos lukte!

Het was ontzettend leuk om te zien hoe deze jongeren zich ongeremd amuseerden. Fantastisch vond ik het; dat soms wel 15 tieners gelijktijdig dansten op bijvoorbeeld de ‘Macarena' van Los del Rio, en zélfs op Henkie zijn ‘Lief klein konijntje'! Het waren vooral de meisjes die de jongens aanmoedigden om te dansen. Nieuw voor mij was vast te stellen dat de ‘Limbo' tegenwoordig blijkbaar immens populair is op fuifjes.

De jarigen verzorgden om beurten zélf de muzikale omlijsting en belichting. Twee deejays in spé... hun papa achterna! En er werden niet alleen recente hits gedraaid, maar ook iets oudere muziek, waar ik Austin en Brian de voorbije jaren kennis mee liet maken. En ook enkele aangebrande liedjes ontbraken niet, zoals ‘Ik heb een boot'. Ontzettend populair bij die puberende tieners.

Gedaan met fuiven

Om reden van privacy publiceer ik géén foto's met sfeerbeelden. Maar ik durf jullie allen te verzekeren dat er de ganse avond super ambiance was. Het voorbereidende werk door mijn assistentes, mijn partner en mezelf, is werkelijk de moeite waard geweest. De 12de verjaardag van mijn zonen was een gigantisch succes!