14-05-10

Alweer (opzettelijk) verkeerd begrepen

    

Vat eens een figuurlijk gezegde letterlijk op. Ik deed het eerder. Dit is derhalve al het derde deel uit de 'taalkundige misverstanden uit de (media)berichtgeving' trilogie. De voorgaande delen kan je (her)lezen door met je muisaanwijzer alhier en aldaar te klikken.

Het is niet zo dat ik niet de verstandelijke capaciteit heb om de letterlijke en figuurlijke betekenis van woorden en uitdrukkingen uit elkaar te houden. Maar vaak vind ik het gewoon leuker om de, vaak zwaar beladen berichtgeving, verbloemd tot mij te nemen.

Zo hoorde ik recentelijk in het nieuws dat er ergens bij een treffen tussen politie en vandalen, een agent was 'neer'geschoten. Nogal evident, daar zorgt de zwaartekracht immers voor. Alhoewel 'omhoog'schieten niet geheel ondenkbaar is. Als je iemand met zwaar geschut attaqueert, dan kan die persoon immers, door de kracht van de munitie-inslag in diens lijf, de hoogte in worden gekatapulteerd!

Op een zondag hoorde ik tijdens het middagjournaal de nieuwslezeres zeggen dat er twee doden waren gevallen bij een steak-partij. Ga dan al eens naar een steakfestijn, val je daar potverdikke dood! De oorzaak van het doodvallen kregen we jammer genoeg niet te horen. Allicht betrof het hier hetzij een ernstig geval van voedselvergiftiging, hetzij verstikking tijdens het trachten door te slikken van een te grote brok vlees. Wel een ongelofelijke en trieste speling van het (nood)lot dat er twee slachtoffers vielen op één etentje, dat vast was georganiseerd om de kas te spijzen van één of andere vereniging.

Gat in de weg - 000 (klein)Tijdens een doordeweekse dag meldde de verkeersredactie van een publieke radio-omroep het vervelende bericht dat op de provinciale autoweg van X naar Y het verkeer werd omgeleid. Omdat rijden aldaar niet mogelijk was, want er zat een gat in de weg! De foto van het tafereel dat zich afspeelde toen een stoere wegenwerker opdaagde en het gat vulde, heb ik maar achterwege gelaten Knipogen

Recentelijk kreeg ik in mijn elektronische brievenbus een nieuwsflash waarin me werd meegedeeld dat een zekere Vlaamse zangeres zwanger is van haar eerste kind. Als dat geen nieuws was! Een ernstige en schandalige vorm van incest. In verwachting van haar eigen, oudste kind! En op de koop toe bleken, volgens het artikel, zowel de vrouw in kwestie als haar partner, daar ook nog blij mee te zijn!

Wat ik helemaal niet grappig vond was de melding, door mijnheer pastoor, aan het eind van de kerkdienst, dat een regelmatige kerkganger, een notabele burger uit de buurt, de voorbije nacht de pijp aan Maarten had gegeven. Immers nogal cru uitgedrukt als je weet dat de man stierf ten gevolge van longkanker, en de jongste van zijn vijf kinderen, luistert naar de naam 'Maarten'.

29-04-10

Ambras buiten de klas

      

De buurjongen waar ik tijdens mijn middelbare schooltijd regelmatig mee naar school fietste en vaak ook terug weer huiswaarts keerde, had op een bepaald moment ambras met enkele gasten die ook bij ons op school zaten. Maar een andere studierichting volgden dan zowel mijn buurjongen als mij. Die toen aan het tweede jaar was begonnen, terwijl mijn buur nog maar in het eerste jaar zat.

Die kerel was nochtans even oud als mij, maar hij had zijn eerste jaar middelbaar onderwijs aan een andere onderwijsinstelling doorlopen. Studeren was er, dat jaar, voor hem nauwelijks bij geweest. Er op school een bonte boel van maken, des te meer. In die mate zelfs dat zowel directie als leerkrachten zijn ouders tegen het einde van dat schooljaar vriendelijk, doch dringend hadden verzocht hun zoon na de zomervakantie elders onder te brengen. Wat dus ook was gebeurd. De reeks opgestapelde buizen liet de jongen mooi achter zich, om met een nieuwe lei en een fris elan opnieuw het eerste jaar aan te vatten. Op de school waar ik dus al een jaar lang mijn broek had versleten. En ook wel wat kennis had vergaard.

Wat de oorzaak was van de ruzie, dat herinner ik mij niet meer. En wie precies de amokmakers waren die mijn buurjongen viseerden, dat kon hij me niet precies vertellen. Althans, zijn persoonsbeschrijvingen lieten bij mij geen belletje rinkelen van herkenning. En op zoek gaan naar die kerels kon ook niet. Want mijn maat bracht me pas van de onenigheid op de hoogte op het moment dat we, na schooltijd, onze fiets uit de stalling gingen halen om naar huis te rijden.

De gasten die het op mijn maat hadden gemunt, hadden aangekondigd hem na het beëindigen van de lessen, buiten school op te zullen wachten. Om met hem af te rekenen. Mijn buurjongen zijn beste vriend en tevens klasgenoot, die op onze schoolroute woonde en derhalve meestal met ons meereed, stelde voor om langs een andere weg dan de regulier gevolgde route huiswaarts te rijden. Wat wij een goed idee vonden.

We waren met ons drieën nog maar pas vertrokken of er kwamen ons daar van alle kanten fietsers tegemoet gereden. Allicht geïnspireerd door helden uit actiefilms op televisie of koele krijgers uit de westernboekjes die ik regelmatig las, sprong ik terstond van mijn fiets, duwde mijn stalen ros in de handen van de mij verbaast aankijkende vriend van mijn buur en ging heldhaftig voor mijn buurjongen staan. Met gebalde vuisten sprak ik onze belagers toe. Wie zinnes was om te trachten mijn maat te krenken, zou eerst met mij moeten afrekenen.

Uitdagend bewoog ik mijn hoofd van links naar rechts en keek al die pummels recht in de ogen. Tot ik opeens de stem hoorde van mijn maat zijn vriend. Die zei me dat die jongens tegenover ons niet de slechteriken waren, maar klasgenoten van hem en mijn buurjongen. En dus aan onze zijde stonden. Zo stond ik daar dus mooi voor aap. Belachelijk stoer te doen tegenover de verkeerde personen.

Maar ik liet die blunder niet aan mijn hart komen. En zag het grappige van de situatie wel in. Zo ook de rest van het groepje. Door dit incident was ineens ook alle spanning van ons afgevallen. En reden we in groep, gemoedelijk babbelend, huiswaarts. Die boelzoekers kwamen we op onze weg niet tegen. Waren die van op afstand getuige geweest van mijn optreden? En hadden ze daarom wijselijk beslist niet het risico te lopen slaag te krijgen van de toentertijd potige mij? Of waren ze bang van de grootte van onze groep en vreesden ze hoe dan ook het onderspit te moeten delven? Deze vragen zullen steeds onbeantwoord blijven. Het voornaamste feit was evenwel dat mijn buurjongen nooit meer van hen heeft last gehad.

*****

Datzelfde jaar heb ikzelf trouwens ook eens boel gehad met een jongen. Overigens niet zo verwonderlijk in een gemeenschap waar vele honderden jonge mannen in wording, bij wijze van spreken zitten opeengepakt.

Op de koer van de school, voor het traliehek dat het schoolterrein scheidde van het nabij gelegen park, stonden een aantal houten zitbanken. Uiteraard veel te weinig om alle leerlingen die in deze onderwijsinstelling les volgden, de mogelijkheid te bieden om er tijdens de pauzes op te verpozen.

Op een zekere dag in de lente kwamen mijn klasgenoten en ik tijdens de namiddagpauze als eersten naar buiten. Samen met een tweetal andere jongens nam ik plaats op de bank die stond opgesteld tegenover de deuropening van het schoolgebouw waar we net door waren naar buiten gekomen.

Even later kwamen ook tientallen andere kinderen, deels in groepjes, langs die deur en via de hoofdingang, de koer op. Vele onder hen, druk babbelend. En sommigen elkaar speels duwend. Eén groepje kwam recht op ons af. De twee jongens naast mij stonden direct op. Eén van de jongens die op ons waren afgestapt, keek me met zijn lelijke kop aan en sommeerde me op te krassen. Want die bank was voorbehouden voor hem en zijn maten.

Met die jongen had ik een jaar eerder in de klas gezeten. Na de zomervakantie was hij op school gearriveerd met een inmiddels lange haardos en een ring in zijn linker oor. Wat toen erg in was. Vooral bij hardrock en heavy metalfans. Van stadsgenoten van die gast had ik gehoord dat hij tijdens de zomer in aanraking was gekomen met de politie en het gerecht. En zelfs een tijdje had vast gezeten! Maar of dat waar was of (deels) verzonnen, daar heb ik het raden naar.

Nu was het mij inderdaad reeds opgevallen dat die sukkels nogal vaak op en om die bepaalde zitbank rondhingen. Maar ik was totaal niet van plan die kerel zijn bevel op te volgen. Dus antwoordde ik hem dat die bank er stond voor alle leerlingen. En ook ik dus het recht had er op uit te rusten.

Tegenspraak was dat gastje blijkbaar niet gewoon. Want zijn gezicht kleurde rood van woede. En hij stuurde een rochel richting mij. Wat ik dan weer geenszins apprecieerde. Ik veerde recht en stapte op die speekselproducent af. Welke achteruit deinsde. Dat er iets op til was, had al vlug een deel van de zich op de koer aanwezige scholieren door. Er vormde zich een ganse groep kijklustige tieners om ons heen. Opnieuw spuwde die kerel naar mij. Het slijm belandde op mijn jas. Boos trachtte ik mijn aanvaller op een wederkerige slijmsliert te trakteren. Maar spuwen was geenszins mijn specialiteit. Dus produceerde ik niet veel meer dan wat druppels mondvocht die, als uit een zeef, alle kanten, uitvlogen.

Het volgende moment kreeg ik een harde duw van dat arrogant ventje. Waarmee die kerel naar mijn normen helemaal te ver ging. Elkaar kietelen door het uitdelen van klappen met de vlakke hand, was niet aan mij besteed. Dus haalde ik uit met mijn rechtervuist en trof die kerel, met een flinke mep, vol op de kaak. Hij duizelde even en schudde zijn hoofd. Dan pas zag ik dat ik die kerel had geraakt op een plaats, net onder zijn linkeroog, waar zich net een korst had gevormd op een genezende wonde. Die nu terug bloot lag en bloedde.

Toen die kerel dat doorhad, werd hij woest. En wou me te lijf gaan. Maar ik zag zijn maten hem wijzen op de flink aangegroeide cirkel toeschouwers rondom ons en de naderende toezicht houdende studiemeesters. Hij gromde nog snel me na schooltijd aan het station te verwachten om het conflict af te handelen en verdween toen in de menigte. Toen ik om me heen keek zag ik dat minstens de helft van de schoolbevolking getuige was geweest van dit, voor mij toch, vervelend gebeuren.

Gedurende de overgebleven minuten van de rustpauze en zelfs tijdens de resterende twee lesuren van de dag, diende ik voortdurend te aanhoren dat men een spektakel verwachtte 's avonds aan het station. En op weg naar de fietsstalling werd ik ook, tot vervelens toe, geattendeerd op 'mijn' afspraak aan het treinstation. Nu lag die plek helemaal niet op mijn route naar huis toe en was ik totaal niet van plan mijn rijroute te wijzigen om die brutale medeleerling te plezieren. Als hij wou vechten, mij niet gelaten, maar dan wel op het schoolterrein!

Wat zulke kerels uiteraard niet doen. Want die hebben vaak al heel wat op hun kerfstok. En staan doorgaans al op een niet al te best blaadje bij de directie. Dus heb ik van die kerel achteraf geen last meer gehad. Dit ondanks het feit dat ik die namiddag gewoon huiswaarts ben gereden. Dit in tegenstelling tot een groot aantal schoolgenoten, die tevergeefs aan het treinstation mijn komst hadden afgewacht. Om me aan te moedigen? Bij een nederlaag uit te lachen? Wat kon mij dat schelen.

Die jongen zag ik daarna nog vaak. Zowel binnen de schoolpoort als daarbuiten. Stevig rokend en steeds met grieten in de buurt, die vielen op zijn type. In elk geval zag ik die jongen niet als een potentiële vriend en liet ik me dan ook niet in met hem en zijn activiteiten.

Bijna twintig jaar later heb ik die kerel nog eens terug gezien. Als klant in mijn winkel. Hij bleek toen al jaren chauffeur te zijn. Van internationaal transport. En zelfs in mijn buurt te wonen. Hij herkende mij evenwel niet meer. Maar ik hem des te meer. En ik herinnerde mij zelfs zijn naam nog. Zijn lange blonde haardos was nog intact. En er zat ook nog steeds een ring in zijn linker oorlel. Maar ze had het gezelschap gekregen van enkele piercings in de oorschelp. Ik kon in het uiterlijk van die kerel  nog steeds dat ruige ventje van weleer herkennen. Alleen was zijn huid nu versierd met allerlei tatoeages. Het plaatsen van dergelijke kunstwerken op andermans lichaam bleek overigens een activiteit te zijn waarmee hij zich in zijn vrije tijd bezig hield. Als bijverdienste. En uit ons gesprek kwam ik te weten dat hij ook nog steeds nicotineverslaafd was. Het kan inbeelding zijn geweest, maar op de door het roken verschraalde opperhuid van 's mans gezicht meende ik op zijn linkerwang, net onder het oog, een overblijfsel op te merken van het bijna twee decennia eerder voorgevallen schoolkoer incident.

21-01-10

De fietser fietst verder

  

Bibliotheek - 000Vorig weekend ben ik nog eens naar buiten gekomen. Na al sinds meer dan een week de vier muren van mijn multifunctionele verblijfsruimte niet te hebben verlaten, ten gevolge van de ongunstige weersomstandigheden en staat van de weg. Zaterdagochtend reed ik naar de bibliotheek om er een voorraad stripverhalen en boeken op te slaan, als leesvoer voor mijn kroost. Een assistente vergezelde mij, want in mijn eentje kan ik in de bib maar bitter weinig uitrichten. Bovendien moest ik warm ingeduffeld worden vooraleer mijn goed verwarmde leefruimte te ruilen voor de koude buitenlucht.

Mountainbike rider cartoon - 000Op onze terugweg werden mijn achter mij fietsende assistente en ikzelf voorbijgestoken door een zich snel voortbewegende  mountainbike berijder. Hij was, om zijn snelheid niet te hoeven verminderen, op een strookje gras gaan rijden, dat het fietspad scheidt van de parkeerstrook naast een drukke rijbaan. Onder het ons passeren zei hij iets dat ik evenwel niet verstond. En een meter of twee verder bleef de sportieveling met één van de wielen van zijn fiets steken in de greppel naast het betonnen fietspad en vloog van zijn rijwiel. De man, die gelukkig een helm droeg, kwam na een rolbeweging van zijn lichaam over de betonstrook, in foetushouding in de andere grasstrook naast de fietsbaan terecht en net niet in de gracht ernaast.

Ik hield halt en vroeg de man onmiddellijk naar hoe het met hem was gesteld. Hij antwoordde evenwel niet, maar veerde op, onder het slaken van een vloek, die ik echter hier niet ga herhalen. Wegens nogal godslasterend. En ik wil mijn gelovige lezers eens een keer ontzien. Die fietser stond dus recht, boog zich terstond over zijn rijwiel, dat daar werkloos het fietspad versperde. Doch slechts heel even, want de eigenaar zette het recht, schudde er eens duchtig aan, sprong gezwind op het stalen ros en reed er snel mee vandoor. Om evenwel slechts enkele meters verder terug van zijn nog bollende mountainbike te springen. Gehurkt aan trapper en achterwiel te rutselen en vervolgens opnieuw het stalen ros te bestijgen. Waarna de, in een bij deze sport horende outfit uitgedoste fietser, vrij snel uit ons gezichtsveld verdween.

Angry cyclist - 000 (klein)Dat een fietser valt, waarbij zij of hij zichzelf doorgaans bezeerd en waarna er vaak ook materiaalpanne is, dat wens ik niemand toe. Maar ik stel vast dat er vele fietsers zijn die de valpartij zelf uitlokken, het onheil opzoeken. Dat kinderen onveilig rijden, daar is, hoe zeer ik zulks ook schuw, de verschoningsgrond van hun jeugdigheid en onervarenheid. Maar volwassenen die met hun vrijetijdsfiets geen geduld hebben om een andere fietser op een daartoe geschikte plek te passeren, maar hun fietsbel laten rinkelen en verwachten dat hun voorligger terstond naar rechts uitwijkt, zodat zij deze, zonder vaart te minderen, ongehinderd kunnen passeren, dat vind ik arrogant, onveilig en bijgevolg ontoelaatbaar!

Er is ook het fenomeen van de wielrenners of mountainbikers, amateurs of professionelen op training, die zich tegen hoge snelheid over de fietspaden voortbewegen en gedragen alsof zijn er de alleenheerser over zijn. En van iedere andere weggebruiker verwachten dat die baan ruimt op het moment dat zij in aantocht zijn. En onbeleefde opmerkingen maken tegen degene die dat niet doet, of niet snel genoeg. Als ik die domme, onbeschofte kerels, want het zijn doorgaans mannen, bezig zie, dan hoop ik steeds dat ze geen ongeval veroorzaken. Waarbij, door hun onbehoorlijk rijgedrag, onschuldige slachtoffers vallen.

Hoffelijk fietsen - 000 (klein)Om af te sluiten met een positieve noot wens ik op te merken dat er ook veel hoffelijke personen zijn onder de verschillende types van fietser. Mensen die elkaar spontaan ruimte bieden, fietsers die degene die voor hen rijdt vriendelijk verzoeken om deze te mogen passeren, fietsers die degene die hen vrije doorgang verlenen danken, waarop de andere antwoord dat met graagte te hebben gedaan... Situaties waarbij ook ik soms één van de personages ben in het scenario. En wees eerlijk, je door het leven bewegen en je medemens bejegenen op een niet opgefokte manier, maar daarentegen beschaafd, gemoedelijk en aardig, is toch voor alle partijen de meest aangename omgangsvorm?

<<< Klik, na het lezen, ook eens op de afbeeldingen Lachen >>>