06-05-10

Hoort dit wel?

         

Twee dove personen leerden elkaar kennen op een cursus blind typen. Ze gingen na de lestijden regelmatig samen iets drinken in een kroeg vlakbij de school. En leerden zo elkaar beter kennen. Het klikte geweldig. Er kwam een eerste afspraakje, een volgend, nog één en uiteindelijk kwam van het één het ander en vroeg de tot over zijn dove oren verliefde jongeman, in de gebarentaal waarin beiden erg bedreven waren, het meisje ten huwelijk. Dolverliefd aanvaardde de deerne het aanzoek van haar liefste.

Tijdens hun verlovingsperiode regelde het koppeltje alle noodzakelijkheden die horen bij een echtvereniging en zochten en vonden ze een geschikte flat die ze met veel plezier inrichtten als liefdesnestje. Het werd een mooi huwelijksfeest, waaruit het gehuwde koppeltje na verloop van tijd stilletjes wegsloop om er met hun auto vanonder te muizen; Met de bedoeling thuis met hun tweetjes hun huwelijk ook lichamelijk te bezegelen. Wat iets speciaals moest worden want het vrijen was voor elk van hen de eerste keer.

Toen ze met hun voertuig wegreden van de parking, achteraan de feestzaal waar het bruiloftsfeest werd gehouden, kwam er evenwel veel volk naar buiten gerend. Om hen uit te wuiven! Het duurde even voor ze doorhadden hoe het kwam dat hun aftocht niet zo stil gebeurde als ze hadden gepland. Tot ze zagen dat één of meerdere individuen, waarschijnlijk hun vrienden, achteraan de auto een touw hadden bevestigd waaraan allerlei kletterende voorwerpen waren vastgeknoopt: blikjes, bestek, cd-schijfjes... Door hun auditieve beperking hoorde het pasgehuwde koppeltje uiteraard niks van al dat gekletter!

Eens aan hun woonst gearriveerd, wipte de jongen vlug uit hun auto, liep er om heen, opende galant de deur aan de passagierszijde en bood een hand aan zijn bruid om haar uit de auto te helpen. Lacherig liep het stelletje naar de deur van hun flat, die ze samen openden, waarna de bruidegom zijn schatje optilde en over de dorpel hun woning binnen bracht. Een binnenkomst waarmee ze elkander beloonden middels een innige tongzoen.

Waarna ze zich terstond naar de slaapkamer haastten. En elkaar aldaar, in opperste staat van lust, haast de kleren van het lichaam scheurden. Om spoedig in hun grote bed te belanden waar ze, met een beetje bloed, veel zweet en enkele tranen van gelukzaligheid, hun eerste geslachtsdaad en orgasme met een partner beleefden. Tot hun beider stellige tevredenheid was dit starten van vleselijk samen zijn een voltreffer van jewelste! Die voor hen plaats vond in volkomen stilte.

Niet horen IIIMaar, zoals helaas in de meeste huwelijken het geval is, kwam er, vrij snel, een moment waarop het meisje eens geen zin had in een potje seks. Maar dat aan haar partner duidelijk maken in de verduisterde slaapkamer was niet zo evident. Gebarentaal faalt immers daar waar de gesprekspartners elkaars bewegingen niet visueel kunnen waarnemen. Dus liet ze haar bedpartner maar gedwee begaan.

Ook een volgende keer gaf ze toe, met tegenzin, wegens hoofdpijn. Terwijl ze net genoot van het zalig liggen in lepelhouding met hem achter haar. En niks liever wou dan zo in te slapen. Maar door de manier waarop hij haar bepotelde, en de harde druk op haar billen en onderrug, bleek overduidelijk dat hij die avond meer wou dan enkel dat.

Ze gaf opnieuw toe, maar sprak hem de volgende ochtend, aan de ontbijttafel, in gebarentaal aan over dit onderwerp. Wijselijk zweeg ze over de keren dat het al was voorgevallen, maar zei ze dat ze een code met hem wou afspreken voor het geval één van hen, in de toekomst eens geen zin zou hebben in nachtelijk vrijen in het echtelijk bed. Het meisje stelde voor dat, zo hij tijdens het samen in bed liggen, zin zou hebben in een portie vrijen, hij even zachtjes in haar rechterborst zou knijpen. En zo hij geen zin had in seks, ten teken daarvan even zou knijpen in het meisje haar linkerborst.

Even was de jongen verbaasd en teleurgesteld. Maar hij herpakte zich snel en antwoordde dit een schitterend idee te vinden en beloofde zo te werk te zullen gaan. En offreerde dat, als zij, van haar kant, in bed zin zou hebben in seks, ze maar even aan zijn penis moest trekken. En als ze eens geen zin had, hetzelfde mocht doen, maar dan een keer of dertig!

09-01-10

Belevenissen in het UZ – Een beetje tipsy

  

CLNR - 000Een revalidatiegenoot, die in het centrum verbleef omdat hij een voet, onderbeen en knie was kwijtgeraakt, alle drie de lichaamsdelen gelukkig van dezelfde lichaamszijde, had mij en enkele andere revalidatiegenoten uitgenodigd om na het middagmaal in zijn kamer een glas te komen drinken.

Als ik het mij goed herinner was die man zijn ledemaat kwijt geraakt bij een arbeidsongeval. Vandaar allicht dat hij de privilege had in een eenpersoonskamer te mogen verblijven. Dat zal waarschijnlijk wel in de polis van de ongevallenverzekering van zijn werkgever zijn voorzien geweest. En de kerel kon er maar wel bij varen. Want enige privacy vermindert toch het ongemak van het verblijf in een verzorgingsinstelling.

Een uitnodiging om wat geestrijke drank in mijn lichaam te kappen, dat sloeg ik uiteraard niet af. Bovendien rekende ik erop dat het een leuk onderonsje zou worden. Het kliekje dat de brave man had geïnviteerd was gewoonlijk al een vrolijke bende. En eens we wat alcohol in ons bloed zouden hebben, werden we vast nog plezanter!

Na het eten spoedde ik me dus, al rollend uiteraard, naar die kerel zijn kamer. En kwam daar toch niet als eerste aan, want er stond al volk aan de deur. Op het punt naar binnen te gaan. Ik rolde achter hen aan de kamer in. Waar we niet in de ruimte zwommen, want onder de gasten, een vijftal, denk ik, zowel van vrouwelijke als van mannelijke kunne en van diverse leeftijden, zat het merendeel in een rolstoel. Maar enkel ik in een elektrische.

Fles Cointreau - 000Mijn maat was goed voorzien in zijn eenpersoonskamer. Hij toverde enkele borrelglaasjes uit een kast. Uit het koelkastje naast zijn bed, haalde hij ijsblokjes en uit nog een andere kast toverde hij een fles Cointreau te voorschijn. Een Franse likeur met een alcoholpercentage van 40%. Een drank die vaak als bestanddeel in cocktails wordt gebruikt. Maar wij zouden het spul puur drinken. Met, voor wie dat wou, enkele ijsblokjes er bij in het glas.

Alleen al de geur die vrijkwam bij het geroutineerd openen van de fles door onze gabber, deed ons reeds goesting krijgen. De glazen werden gevuld en er werd geklonken op de vriendschap, een voorspoedige evolutie van onze revalidatie en een goeie start van onze voor nadien geplande activiteiten.

En het werd nog beter! Onze revalidatievriend haalde uit een boodschappentas die op zijn bed stond, een zak toasten naar boven. En kwam, uit zijn koelkastje, ook met een stuk boerenpaté voor de dag. Waarvan een dikke laag op elk van de toastjes werd gesmeerd. Lekker! En welgekomen, want ik begon, van de drank, al wat duizelig te worden.

Zo zaten we daar te genieten van spijs en drank en elkaars gezelschap. En werd er honderduit gepraat over heden, verleden en vooral de toekomst. Wat onze plannen waren voor na de revalidatie. Onze hoop, verlangens, maar ook onze angst. Alles werd ten berde gebracht. De geestrijke drank, die inmiddels reeds door onze aders stroomde, stimuleerde uiteraard de openheid van ons gesprek.

Man, dat was genieten! Gezelligheid alom. Maar hoe prettig we ons samenzijn ook vonden, we dienden er een eind aan te maken, om onze namiddagactiviteiten aan te kunnen vatten. Bij mij was dat op de eerste plaats een afspraak bij de bandagist, samen met mijn revalidatiearts!

Toen ik dat aan mijn lotgenoten vertelde, barstten ze allen samen uit in lachen. Beneveld door de inhoud van mijn, door de gastheer, geregeld gretig bijgevuld glas Cointreau, was ik immers zelf ook nogal lacherig geworden, en zag ik er naar verluidt niet meer erg fris uit. Bovendien zou, volgens hen, mijn adem ook vast naar de geconsumeerde drank ruiken!

Verdorie toch! Moest ik nu juist vandaag een afspraak met de dokter hebben? Onze traktant had evenwel klaarblijkelijk ervaring in het verdoezelen van een (lichte) beschonkenheid. Hij gaf direct een stukje kauwgum aan me, om op te knabbelen, zodat alvast de drankgeur werd weggemoffeld. Maar ik at volgens hem best ook eerst nog een toastje, om die opkomende slaperigheid te verminderen. En ook eventjes buiten wat frisse lucht gaan opsnuiven zou in deze vast helpen.

Koe - 000.jpeg (klein)Ik volgde de man zijn goede raad op. En verorberde dus nog een laatste, super lekker toastje met een dikke laag, zeer smaakvolle paté en stak vervolgens een stukje kauwgum in mijn mond. De smaak van het knabbelblokje was aardbei. Dat viel dus nog best mee. Toch begin ik er  met enige tegenzin op te knabbelen, want dat kauwen laat ik doorgaans liever over aan de runderen, schapen, geiten en de overige herkauwers onder de zoogdieren.

De gasten dankten elkaar voor de fijne babbel en het aangenaam gezelschap en de gastheer daarbovenop ook voor de uitnodiging, het ter beschikking stellen van zijn tijdelijke woonplaats en de door hem geserveerde lekkere drank en belegde beschuitjes.

Ontzettend licht in mijn hoofd reed ik, na het verlaten van mijn maat zijn kamer, de gang in en trachtte in een rechte lijn naar de uitgang te rijden. Waar ik dankzij de automatisch openschuivende deuren, zonder de hulp van derden, naar buiten geraakte. Alwaar een aantal revalidatiecentrumbewoners een sigaret zat te roken. Om frisse lucht op te snuiven moest ik dus wat verder rijden, tot aan de autoweg, die binnen het universitair ziekenhuisterrein de verschillende gebouwen bereikbaar maakt.

Al kauwend reed ik een vijftal minuten later terug het centrum binnen. Iets minder licht in het hoofd, maar wel lichtjes zigzaggend. Want mijn coördinatie had toch wat te lijden onder mijn licht benevelde toestand. Maar toch geraakte ik, zonder ergens tegenaan te botsen, tot aan het dokterkabinet. Het geluk stond voor één keer aan mijn zijde. De secretaresse van de revalidatiearts meldde me dat haar overste was weggeroepen voor een dringende interventie. Waardoor ik op mijn eentje naar de bandagist mocht 'gaan'.

Drunk smiley - 000Dat 'gaan' werd een zwalpend rijden. Maar ook nu reed ik niemand onder de voet en botste ik nergens tegenaan. Nochtans niet eenvoudig in enigszins duizelige toestand en met een wazig zicht. Want in de gang die ik doormoest stonden er her en der stoelen tegen de wand, sommige met een persoon op, andere onbezet en ook nog wel wat andere obstakels, doorgaans medische hulpmiddelen. Voorts was er daar inmiddels ook al heel wat volk in beweging. Zowel residenten van het revalidatiecentrum als ambulante patiënten. Rolstoelers, personen met één of twee krukken, met een rollator...

Gelukkig hoefde ik aan het atelier niet te wachten op de bandagist, want anders was ik ongetwijfeld ter plaatse in slaap gevallen. De man was reeds aanwezig en onmiddellijk beschikbaar om met mij de reden van mijn komst te bespreken. En ik slaagde er wonderwel in om mezelf, gedurende het ganse onderhoud, wakker en deftig te houden.

Ru(sh)di(e), 9 januari 2010.

De ganse serie 'Belevenissen in het UZ', kan je lezen via deze website

15-12-09

Opschudding in de zaal

 

Het is een tijdje stil geweest op deze weblog en misschien blijft dat ook nog wel even duren, alhoewel dat helemaal niet mijn bedoeling is. Want ik heb nog steeds heel veel in mijn hoofd zitten, dat er heel graag uit wilt en via de wijsvinger van mijn linkerhand zou willen worden uitgetypt.

Friends For SaleUit berichten die ik vanuit mijn 'lezerskring' ontvang, stel ik vast dat er diverse speculatiepistes zijn rondom deze stilte op mijn blog. Zoals bijvoorbeeld te actief zijn op FarmVille'Facebook', of te veel bezig zijn op de daarmee samen hangende spelletjes, zoals 'Friends For Sale!' en 'FarmVille'.

Foute veronderstellingen evenwel. Want de voornoemde activiteiten dienen enkel ter verstrooiing van mijn geest en zijn geen doel op zich. De ware redenen zijn elders te vinden. En wel voornamelijk op familiaal vlak, waar ik mij in een zeer precaire situatie bevind. Die me fysiek en mentaal totaal uitput. Het nemen van beslissende stappen wordt alsmaar urgenter. Maar naast een aantal klaarblijkelijk niet te overwinnen obstakels, houdt ook de vrees een foute keuze te maken, me tegen in mijn besluitvorming, En derhalve ook in het ondernemen van acties.

Voornamelijk, om niet te 'zeggen' al mijn bezorgdheid hieromtrent gaat uit naar de gevolgen ervan op de mensen waar ik om geef. Met de consequenties die het nemen van verkeerde beslissingen kunnen hebben op mijn eigen zelve, daar kan ik best mee leven. Door mijn grote vergevingsgezindheid en eindeloos begrip voor mijn 'mens' zijn, en al hetgeen daarmee gepaard gaat. Knipogen

Maar vooraleer samen met jullie weg te zinken of te verdrinken in een mateloze mistroostigheid, ga ik het hier in dit epistel vlug over een andere boeg gooien. Deze vaak korte, donkere en nu ook al koude winterdagen zijn immers op zich al somber genoeg. Knipogen

Daarom ook is naar buiten en onder het volk komen voor elke mens zo belangrijk. En je komt al eens 'iets' of 'iemand' tegen als je je als persoon in kwestie buitenshuis verplaatst. Dat kan eenieder getuigen, en ook ik ben daar geen uitzondering op.

Kerstmarkt Lokeren 2009Zaterdag jongstleden ben ik naar de plaatselijke Kerstmarkt geweest. Het zag er allemaal best gezellig uit. Maar voor mij is zulk een evenement iets dat je best en liefst in gezinsverband aandoet. Zelf had ik in mijn uppie ook jammer genoeg niet de kans om een warme chocomelk te drinken of van één van die aanlokkelijke warme snacks te smullen. Mijn enige, beperkt functionele hand, de linker, was immers volledig verstijfd van de kou.

Kerstverlichting LokerenToch vond ik dit uitje de moeite waard. Al was het maar omwille van de vriendelijke begroetingen door bekenden, de burgemeester inclusief, de vele vrolijke mensen, al dan niet in die toestand als gevolg van het drinken van alcoholische dranken, de sfeervolle Kerstmuziek... en vooral de artiest die op een podium ijssculpturen vervaardigde. Uit blokken ijs heb ik die man, met kettingzaagjes en beitels als gereedschap, een Kerstster (met staart) en een engeltje zien tevoorschijn toveren. Prachtig vond ik dat!

Een drietal weken eerder bezocht ik de zondagse rommelmarkt op het stationsplein van mijn woonplaats. In gezelschap die keer. Maar er waren jammer genoeg vele gelegenheidshandelaars niet komen opdagen. Allicht omwille van het toenmalig wisselvallige weer.

Toen ik op het punt stond om naar huis te rijden, maar nog even genoot van het zicht op de activiteiten op het plein, kwam een vrouw op ons af die de mij vergezellende jongedame aansprak. Ik zei de vrouw, luid en duidelijk, dat, als ze iets te zeggen had, ze mij moest aanspreken. Ze bekeek me eens raar en begon toen weer te babbelen tegen het meisje naast me. Ik herhaalde wat ik ook daarvoor reeds had gezegd, maar mijn woorden mochten niet baten.

Na nog eens hetzelfde scenario kwam ik dan toch te weten dat die vrouw me weg wou van de plaats waar ik stond. Omdat haar man zo meteen ging komen met de auto, om hun spullen in te laden.

Angry womanAls er nu iets is waar ik een hekel aan heb, dan is het om te worden aanzien, beschouwd en behandeld als zijnde een breinloos, onmondig, in de weg staand 'object'. Dus zei ik die vrouw dat ik mij wel zou verplaatsen op het moment dat de omstandigheden dat zouden vereisen, in casu als haar man met hun vierwieler ten tonele zou verschijnen.

Angry smileyDe vrouw keek me dom aan. Ik keerde haar de rug toe, maar draaide me onmiddellijk terug om en zei dat ik het niet prettig vond om als een 'obstakel' te worden behandeld en dat ze het in de toekomst best zou laten om mij en anderen zo te behandelen. Als antwoord kreeg ik te horen een zaag te zijn, waarna de vrouw wegliep. Ik draaide me geheel rond. Tijdens het keren was ze teruggekeerd. Toen ik haar zei dat van me weglopen wel erg laf was, stak het vrouwmens haar armen in de lucht en riep ze uit: "Ik heb het hem beleefd gevraagd, maar 'die' wil hier maar niet weggaan!" "Dat is omdat dit plein van iedereen is en niet van jou alleen" liet ik nog weten, waarna ik doorreed. Net op het moment dat die partner met zijn auto verscheen. Verbaast kijkend naar zijn met haar armen hemelwaarts gerichte partner. Lachen

Het vrouwmens is waarschijnlijk zwak begaafd, maar dat is naar mijn mening geen excuus. Al te vaak kom ik in contact met personen die het huis niet meer uitkomen omdat ze buitenshuis vaak 'onmenselijk' worden behandeld, of voortdurend het slachtoffer zijn van ontoegankelijkheid. Dus blijf ik tot in den treure tegen al dit onrecht ageren. In het belang van de 'mensheid' en de 'menselijkheid'! Ze hadden potverdikke die Nobelprijs voor de Vrede net zo goed aan mij kunnen geven, in plaats van aan Obama! :-) Deze laatste, vaak verkeerdelijk als 'zwarte' aangeduid, zit er blijkbaar ook mee verveeld deze eerbetuiging (nu al) te krijgen. Dat zou ondermeer kunnen af te leiden zijn uit wat hij over zijn eigen dankrede zegde. Namelijk dat hij ze best goed vond opgemaakt, en zelfs in die mate dat hij aan het eind ervan, er bijna zichzelf mee had overtuigd dat bij die prijs wel echt heeft verdiend. Lachen

Dit najaar ben ik reeds een aantal keer op donderdagavond naar de film geweest in het Cultureel Centrum van mijn woonplaats. Hun filmplanning past goed in mijn leefschema: aanvang om kwart na acht, dus doorgaans afgelopen omstreeks tien uur. Zodat ik zonder me te hoeven haasten, terug thuis ben tegen half elf, het tijdstip waarop mijn thuisverpleegkundige me normaliter komt verzorgen en in bed helpen.

Un prophète - 000De laatste keer dat ik ging kijken, draaide men er de Franse film 'Un prophète'. Een boeiend, interessant, maar 'ruig' gevangenisdrama. Veel volk was er niet. Ik denk een honderdvijftigtal personen. En allen zaten ze op de tribune. Terwijl ik op de begane grond, in het gangpad stond, tussen de onbezette stoelen.

Toen de film, naar ik vermoed, een drietal kwartier bezig was, werd er een huiveringwekkende scène getoond. Een kerel werd in zijn cel, door het hoofdpersonage, met een scheermesje de keel overgesneden. Waarna je het slachtoffer op de vloer zag liggen doodbloeden, terwijl er nog een aantal keer een sluiptrekking door diens lichaam ging. Net echt!

Kort daarna hoorde ik stemmen in de zaal. En toen ik rechts van me keek, zag ik mensen de trappen afgaan en via het gangpad aan de andere kant van de zaal, zich begeven naar de uitgang aldaar. Waren die zo geschokt door dat bloedige fragment dat ze verkozen er vandoor te gaan? Maar kon dat dan niet zonder de andere bioscoopbezoekers te storen?

Terwijl ik deze overdenking maakte, en middelerwijl ook trachtte het verhaal verder te volgen, stopte men de filmspoel. Hier moest meer aan de hand zijn. Een dame haastte zich tot vooraan in de zaal. Om ons toe te spreken en de reden voor de onderbreking mede te delen, zo verwachtte ik. Maar het was om de lichten aan te steken. Het bleef dus gissen naar de reden van de interruptie. Misschien was men, zoals ik al een keer eerder meemaakte, de verkeerde film aan het afdraaien? Of was er ergens in de zaal brand uitgebroken? Of in de ontvangstzaal ernaast, want sommige mensen liepen eerst de zaal waarin ik me bevond uit, en vervolgens weer in.

Un prophète - 002Gedurende het omdraaien van mijn rolstoel, teneinde de filmliefhebbers op de tribune te zien, bedacht ik ook de mogelijkheid dat er iemand onwel was geworden bij het zien van die even daarvoor vertoonde gruwelijke beelden. En, afgaande op wat mijn ogen even later te zien kregen, was dit inderdaad de oorzaak van de ongeplande en ongewenste pauze.

Een groepje mensen zat en stond omheen een ietwat corpulente heer die op een zitje zat op één van de bovenste tribunerijen en die er, gezien vanaf mijn positie, niet erg fris uitzag. Nu was het klimaat er wel naar geschapen om onpasselijk te worden: een warme zaal en op het scherm een bloederig tafereel. De nooddeuren werden open gezet om wat koelte en zuurstof in de zaal te brengen. Tenminste ik vermoed dat dit de intentie was, want nog steeds had niemand het initiatief genomen om alle aanwezigen in de zaal op de hoogte te stellen van wat er aan de hand was.

Verschillende mensen verlieten de zaal. Die hielden het blijkbaar voor bekeken. Omdat de inhoud van wat ze tot dan toe van de film zagen, hen niet aanstond? Omdat de interruptie al te lang duurde? Of omdat ook zij in katzwijm dreigden te vallen? Joost mag het weten. Maar hoeft het niet aan me door te zeggen omdat deze informatie totaal onbelangrijk is. Knipogen

Alhoewel het er naar uitzag dat er niks meer aan de hand was dan een appelflauwte, werd naar hetgeen ik van op mijn plek kon horen, toch de 100 gebeld. In afwachting van de ziekenwagen, werd de 'zieke' , ondersteund door zijn gezellen, de trappen af en naar buiten geleid. Even later kwam de technisch verantwoordelijke van dienst dan melden dat hij de projectie zou laten verdergaan. Niemand protesteerde. Het incident had alles bij elkaar een twintigtal minuten oponthoud veroorzaakt.

Un prophète - 001Het vervolg van de film bleef hard en gewelddadig, maar de meest akelige scène hadden we klaarblijkelijk toch reeds gezien. Of het door de onverwachte onderbreking kwam of gewoon omwille van het feit dat een film naar mijn goesting niet al te lang mag duren, feit is dat ik een uur later een beetje ongeduldig op het einde van de prent zat te wachten. Die film bleef immers maar duren. En op een gegeven moment kreeg ik al een SMS'je van mijn verpleger met de vraag of ik reeds thuis was.

Liever het einde van de film missen, die me toch niet echt meer boeide, dan een nacht in mijn rolstoel te moeten doorbrengen. Het was trouwens niet enkel mijn thuisverpleegkundige die me thuis verwachtte. Ik had er ook op gerekend bijtijds thuis te zijn om het op een redelijk tijdstip naar bed gaan van mijn zoons te controleren!

Maar hoe zou ik voortijdig de zaal kunnen verlaten? Ik trachtte oogcontact te maken met de toeschouwers die het minst ver van me af zaten. Mogelijks door de duisternis bleef deze actie evenwel zonder succes. Alle ogen bleven op het witte doek gevestigd. Gebaren durfde ik niet te maken, want gezien hetgeen eerder die avond was gebeurd, dacht men dan mogelijks dat er ook met mij iets loos was. En ik wou het niet meemaken dat men ook voor mij, en onnodig de filmprojectie zou stoppen.

Dus zette ik mijn lichten aan en reed zachtjes achterwaarts richting uitgang. Waar ik hoopte dat de deuren zouden openklappen als ik er zachtjes tegenaan reed. Dat lukte... deels. Halverwege kwam ik namelijk vast te zitten. Ik slaakte een zucht en gromde toen een vloek waarin de naam voorkomt van dat opperwezen waarin ik niet meer geloof. Dat hielp me wonderwel vooruit, want het woord was nog niet koud of daar stond reeds een werknemer van het Cultureel Centrum naast me, die me uit mijn benarde positie kon redden. Van die man vernam ik ook dat die film er één is die tweeëneenhalf uur duurt!

Diezelfde persoon ging ook met me mee om de dubbele draaideuren aan de toegang tot het gebouw open te houden. Waarna niks me nog in de weg stond om, na even snel telefonisch mijn komst aan te kondigen, in de stilte van de donkere nacht, gezwind huiswaarts te rijden. Lachen

25-10-09

Rudi’s overdenkingen - Mensen, daar reken je niet op!

 

Op mensen rekenen doe ik niet meer. Neen, rekenen doe ik enkel nog op stukjes kladpapier, op een calculator op zonne-energie of in het programma Excel op mijn laptop. En wel na een spijtig voorval dat nogal betreurenswaardig was. Evenwel niet voor mij, want ik had het zelf uitgelokt. Alhoewel niet helemaal. Bij nader inzien zelfs helemaal niet, want de ander was begonnen.

Aangezien wellicht zowel de aandachtige lezers als de onoplettende haastigen, mijn uiteenzetting nu al niet meer kunnen volgen, wat hen geenszins kan kwalijk worden genomen, verklaar ik me nader.

Heel veel jaren geleden, toen ik nog niet eens stemgerechtigd was, waren er op een gegeven ogenblik verkiezingen. Ja, inderdaad, in mijn jeugd amuseerden zij, die toen bij de overheid werkten, zich daar ook al mee. Met die pesterijen van de brave burger. Maar je kon hen dat bezwaarlijk kwalijk nemen, want die mensen moesten uiteraard toch iets om handen hebben, om hun dagen te vullen?!

Tegenwoordig heeft het overheidspersoneel de beschikking over computers met een snelle Internetverbinding. En kunnen ze derhalve hun tijd besteden aan chatten op sociale netwerksites, een lief zoeken op datingsites of spelletjes spelen op één van de daarin gespecialiseerde websites. Maar vroeger bestond dat alles nog niet en was het zich ledig houden met het organiseren van verkiezingen een favoriete bezigheid van de overheidambtenaren. Toentertijd om ondermeer die reden, door het gewone volk ook wel eens smalend aangeduid als ambetantenaren.

Heden ten dage gebeurt bijna alles automatisch en wordt er op vele plaatsen elektronisch gestemd. Maar in mijn pubertijd was dat anders. Toen gebeurde het stemmen nog in alle bureaus manueel, en was er derhalve nogal wat werk te verrichten aan de voorbereiding ervan. Potloden scherpen en uitproberen op een stukje papier en meer van dit soort zaken. Vermoed ik, want helemaal zeker daarvan ben ik niet. Misschien waren die bureaucraten wel zo leep dat ze deze opdracht aan een externe firma toevertrouwden. Dan hadden ze meteen ook een besteding voor het overheidsgeld. Alweer een zorg minder!

Vooraleer ik hier boze reacties krijg en haatmail vind in mijn elektronische brievenbus, wens ik vlug en terloops even te melden dat hetgeen hierboven staat gewoon maar voor te lachen is! Alhoewel ik het geld van de brave burger verkwisten nu niet bepaald grappig vind. Oh ja, ik ben er mij ook terdege van bewust dat verkiezingen een moeizaam verworven democratisch recht is. Dus ook daar hoeft niemand mij op te wijzen!

Dit gezegd, of eerder 'geschreven' zijnde, ga ik door met de essentie van mijn verhaal. Als ik mij dat, na al dat afwijken trouwens nog kan herinneren. Bon! Uit herlezing van het begin van dit epistel blijkt het dus over 'rekenen op' te gaan. En een jammerlijk incident dat mij er toe heeft gebracht om het op mensen rekenen uit mijn dagdagelijkse leven te bannen.

In de aanloop naar die eerder aangehaalde, door zich vervelende ambtenaren georganiseerde, naar ik mij halvelings herinner, gemeente- en provincieraadsverkiezingen, werd er lokaal nogal wat publiciteit gemaakt. Cadeautjes geven en gadgets uitdelen om stemmen te kopen... euh, ik bedoel uiteraard 'winnen' dat mocht toen nog, begin de jaren tachtig. En ook het plaatsen van huizenhoge affiches was nog toegestaan.

Eén van de kandidaten, een rijkeluiszoon, die nergens voor deugde maar een postje in de gemeentepolitiek wel zag zitten, maakte bij zijn campagne gretig gebruik van al deze promotiemiddelen. En bekostigde alles met het geld van papa. Die al lang blij was dat zoonlief eindelijk iets gevonden had dat hem interesseerde.

In mijn woonplaats en langs de toegangswegen erheen stonden of hingen affiches met zijn beeltenis en slogan. Die trouwens slim was bedacht, maar vast niet door de kandidaat zelf. Hij stapte immers naar de kiezer met de leuze: 'Op MIJ kan je rekenen!' Een slagzin waarvan de figuurlijke betekenis bij het overgrote deel van het kiespubliek de verwachtingsvolle interesse opwekte.

De politiek interesseerde mijn vrienden en mij slechts in beperkte mate. Maar toen die 'veel belovende' kandidaat een meeting organiseerde waarop hij, volgens de uitnodiging, zijn programma uit de doeken zou doen en toelichten, gaven wij toch present. Niet in her minst omdat er gratis hapjes en drank waren voorzien.

En wij waren niet de enigen die daar die avond op afkwamen. Het parochiezaaltje waar de bijeenkomst doorging, liep vol van het volk. In een mum van tijd waren alle op een rij tafels klaargezette snacks verdwenen. En de reeds in bekers gegoten drankjes werden ook in een ijltempo weg gegraaid. We stonden allemaal dicht op elkaar gepakt. En toen de kandidaat en zijn gevolg, waaronder zijn trotse ouders, hun  entree maakten, werden we zelfs op elkaar gedrukt.

Nu viel dat, wat mij betrof, helemaal niet tegen. Integendeel zelfs. Met mijn rug en schouders werd ik tegen de zachte omvangrijke boezem van de dame achter mij gedrukt. En mijn voorkant kreeg de achterkant van een welgevormd jong meisje tegen het lijf geduwd. En ze rook daarenboven zo lekker, dat langharig blondje, dat zowat een kop kleiner was dan mij, waardoor ik toch het zicht op de binnentredende verkiezingskandidaat bleef behouden.

Ondanks mijn toch wel comfortabele positie verliet ik deze, na een samenzweerderige blik te hebben uitgewisseld met mijn kameraden. De ster van de avond genoot zichtbaar van de hoge opkomst en van de aandacht die aan hem werd geschonken. Hij had inmiddels zijn jasje uitgedaan. Waarschijnlijk in de eerste plaats omdat hij het net als ons te warm had gekregen in dat met mensen volgestouwde zaaltje. Maar vast ook om met zijn campagneshirt te pronken. Een witte T-shirt met, naast het partijlogo,  in zwarte opdruk zijn naam en slogan.

Terwijl twee van mijn maten de kerel langs voren benaderden en hem bezig hielden door het stellen van enkele onzinnige vragen, waarop die kinkel dan ook nog eens idiote antwoorden gaf, ging ik, samen met een andere maat, langs achter op de kandidaat af. We namen onze, met voorbedachten rade, voor dat doel meegebrachte dikke viltstiften uit onze jaszakken en begonnen met op 's mans T-shirt becijferingen te maken. In het rood, en groot!

Door de drukte, het voortdurend deinen van de menigte en het her en der porren en geduw, duurde het even voor we werden opgemerkt. En die man zijn partijgenoten doorhadden en zagen wat wij hadden uitgericht. Zelf kon hij van ons geschrijf niet zo veel zien, maar zijn papa vertelde hem de details. Die kerel kon er niet mee lachen. Alle gestommel en gepraat was gestopt. Ieders ogen waren gericht op de kandidaat, die ons, ziedend van woede, aankeek, met een rood aangelopen gezicht. De zweetdruppels vloeiden vanaf de nat geworden, kortgeknipte haardos, over zijn wangen, langs zijn nek,  en belandden alzo op het kunstig door ons bewerkte shirt.

Op zijn bits gestelde vraag waarom wij op zijn kleren aan het cijferen waren gegaan, antwoordde mijn mededader laconiek dat wij toch wel het recht hadden om hetgeen hij als slogan gebruikte, aan de praktijk te toetsen?! Om te zien of zijn 'op mij kan je rekenen' op enige waarheid berustte. Maar de kerel stapte boos van ons weg.

Waarschijnlijk vond hij het vooral niet leuk dat we enkel maar berekeningen had uitgevoerd met nullen. 0 * 0 = 0 bijvoorbeeld. Maar geen deling door nul, want dat kan en mag niet, zo heeft mijn leerkracht Wiskunde mijn medeleerlingen en mij ooit in het hoofd geprent. "Deel nooit door 0!" zo waarschuwde hij ons. Nu ja, ik heb me daar steeds aan gehouden. Dus ook bij het bekladden van dat witte campagneshirt. Die vent en zijn partij waren er wel zelf de oorzaak van dat we hen slechts een nul waard achtten.

Mijn kameraden en ik maakten ons snel uit te voeten. We hadden daar immers niks meer te zoeken. Want alle spijs en drank was al op. En de te verwachten toespraak en andere prietpraat, daar hadden mijn maten en ik ook geen boodschap aan.

Gelukkig hadden de meeste van mijn wel stemgerechtigde medeburgers klaarblijkelijk ook door dat hun stem niet goed besteed zou zijn aan die rijke domkop. Zodat, spijts alle promotie en gulle schenkingen, en ondanks zijn verkiesbare plaats op de kieslijst van de partij waarvoor hij opkwam, deze kerel toch niet verkozen geraakte. Maar goed ook! Mensen zonder gevoel voor humor horen niet thuis in het politiek landschap. Geef mij maar levend geworden karikaturen zoals Freddy Willockx, diens partijgenoot Louis Tobback en CD&V'ers Jean-Luc Dehaene en Pieter De Crem. Om langs blauwe kant Guy Verhofstadt en Annemie Neys niet te vergeten. Alleen al bij het zien van hun kop, barst je uit in een onbedaarlijke lachbui! Knipogen

Wie onder anderen eigenlijk ook thuishoort in het voorgaande lijstje is Frank Vandenbroucke. Maar die man is, helaas voor hem, zijn entourage en adepten, inmiddels een stille dood gestorven. Op politiek vlak welteverstaan. Want het hart van de man klopt nog altijd. Dit in tegenstelling tot dat van zijn naamgenoot, de wielrenner. Die het Afrikaanse Senegal uitkoos om er, na een laatste wip met een plaatselijke schone, het tijdige leven vaarwel te zeggen en te ruilen voor de eeuwige dood.

13-07-09

Vakantie

 Sad - 000 (klein)

Wat voor de meeste wezens, die behoren tot de menselijke bevolking van deze, in het eindeloze heelal rondzwevende aardkloot, het hoogtepunt van het kalenderjaar is, of althans één van de hoogtepunten, is voor mij een doorgaans doffe, ellendige tijdsperiode. En neen, anticiperend op de suggestie die enkele van mijn gewaardeerde lezers mogelijks onmiddellijk wensen naar voor te schuiven: op reis gaan met lotgenoten is niet aan mij besteed. Om velerlei redenen, waarover ik in dit postje evenwel niet wens uit te weiden.

Je zal me dus dit jaar, voor de zoveelste keer op rij, wederom terugvinden in 'Graskant', residentie 'Le Jardin', in de buurt van 'Nieverans'. Thuis dus! In mijn mooie, vrij grote achtertuin. Als er niet te veel regen valt, weliswaar. Maar kom, ik blijf positief, en vertrouw erop dat er voldoende gelovigen zijn die hun Heer aanbidden om schoon weer te krijgen en hopelijk met resultaat. Waarvan wij, thuisblijvers dan ook kunnen mee profiteren.

Blote tieten - 000Enkel jammer dat ik me in mijnen hof niet kan amuseren met blote tieten tellen, zoals dat van op de dijk aan de kust wel kan. En het aantal schaars geklede dames dat doorgaans door mijn tuin flaneert is eveneens nihil. Dus veel bekijks is er hier niet. Buiten het vele groen in allerlei variaties, de bruine plekken in mijn gazon en bloemen in allerlei kleuren en formaten. Ook mooi hoor, daar niet van. Ik zal qua activiteit op mijn vakantieplek dus genoodzaakt zijn om, achteruit gekanteld in mijn elektrische rolstoel, onderwijl luisterend naar de muziek die uit mijn MP3-speler weerklinkt, me ledig te houden met het lezen van lectuur naar eigen keuze of desnoods met het tellen van witte wolkjes of de hoog in de lucht klievende vliegtuigen.

Inmiddels leef ik hier alweer meer dan twee weken op mijn eentje. Niet als kluizenaar, want er komt hier dagelijks wel wat volk over de vloer. Deels uit noodzaak, want voor veel dingen vond ik een manier om mijn plan te trekken, maar alleen al om bijvoorbeeld in- en uit mijn bed te geraken heb ik hulp nodig. En mezelf wassen is er ook niet bij. En de huishoudelijke taken raken ook niet gedaan door er gewoonweg aan te denken. Dat weet ik met stellige zekerheid, want ik heb dat tot in den treure uitgeprobeerd. Knipogen

Mijn dagen zijn, als steeds, goed gevuld, dus vervelen doe ik me geenszins. Behalve dan, eens ik na elf uur 's avonds in bed lig. En voor het slapen nog even mijn minitv'tje aanzet. Om naar de bewegende beelden te kijken die op die kijkkast verschijnen. En mij meestal niet weten te boeien. Maar kom, af en toe valt er wel eens iets ludiek en/of amusant te zien. Alleen maar jammer van die storende programma's die men uitzend tussen de interessante reclameblokken. Knipogen

11-01-09

Pret op ’t(h)ijs!

Allé, vandaag ben ik dan toch buiten geraakt. Warm ingeduffeld uiteraard. Maar ik ben goed uitgerust, dus dat was geenszins een probleem. Van prachtige sneeuwlandschappen met struiken en boomkruinen met een wit bovenlaagje was evenwel jammer genoeg geen sprake meer. Allemaal de fout van de hogere temperatuur en zonneschijn. Het voordeel was dan weer dat ik, zonder koude te lijden, toch wel een drietal uur heb kunnen buiten vertoeven. De eerste bevroren waterplas die ik op mijn weg tegenkwam, droeg slechts een beperkt aantal wandelaars, schaatsers en personen met sleeën. Als ik het mij goed herinner is daar twee, of drie jaar geleden een schoolkind door het ijs gezakt en ternauwernood aan de verdrinkingsdood ontsnapt.

Girl on top of boy - 000

Op zowat 10 meter van de oever, van wat normaliter een vijver is, vatte ik plaats. Nauwelijks tien minuutjes stond ik daar de boel te bekijken of  er weerklonk een geluid! Onheilspellend, maar niet direct te definiëren, wegens nooit eerder gehoord. Vrijwel iedereen verliet het, nu hoorbaar krakend ijs. Niet in paniek, maar toch ongerust. Zowat de helft van de recreanten betrouwde het zaakje helemaal niet en verliet de onheilsplek. Op zoek naar andere en veiliger ijsplassen? De rest bleef rond of op de ijsvlakte. Ik hield het daar echter ook voor gezien en reed verder.

Op de gedeelten van de Durme (een zijrivier van de Schelde), waar ik ging kijken, was geen volk te bespeuren. Met duidelijk zichtbare wakken, totaal niet onbegrijpelijk. Een tweede parkvijver die ik passeerde, was ook zonder volk, maar de weg naar de derde was duidelijk door een heleboel mensen gevonden. Heel veel gezinnen, die, geheel ontspannen, met volle teugen genoten, van wat allicht de laatste dag van dit winterseizoen was, dat op natuurijs kan worden geschaatst.

In navolging van mijn collega-bloggers had ik graag een toepasselijke foto bij dit relaas geplaatst, en liefst één die ik zelf had laten trekken van de ijspret waarvan ik getuige ben geweest. Gezien de onmogelijkheid daarvan ben ik met de, gisteren nog geüpdate zoekfunctie van Microsoft XP, op de harde schijf van mijn schootcomputer, op zoek gegaan naar een geschikte foto. De enige resultaten die ik vond zijn het hierbij gepubliceerde 'Wulpse dame op Thijs' en, uit dezelfde reeks: 'Thijs op Gladys'. Maar deze laatste afbeelding is niet geschikt voor plaatsing op een publieke blog waar ook minderjarigen toegang tot hebben. De wulpse dame heeft op die foto namelijk helemaal geen kleren meer aan en er zijn van het koppel, bepaalde lichaamsdelen te zien in een staat van opwinding, die een puritein als onzedelijk en onwelvoeglijk zou bestempelen. Jullie gedachtegang is juist: ze zijn inderdaad stijf, maar dus geenszins van de kou! Knipogen