20-12-09

Vijf huizen & ander fraais op de boerenbuiten

 

Heel af en toe rij ik eens naar mijn ouders. Mijn ma en pa zijn nog steeds woonachtig op de plek en in de gemeente, waar ik mijn jeugd doorbracht. Hun huis staat meer bepaald in een gehucht van een deelgemeente van de stad waar ik op heden woon, en op ongeveer 6 kilometer afstand van het huis dat ik samen met mijn gezinsleden bewoon.

Mijn ouderlijk huis is gelegen op, zoals men placht te zeggen, de boerenbuiten. Alhoewel er daar heden ten dage niet veel boerderijen meer te vinden zijn. Veel boeren kozen eieren voor hun geld en incasseerden flink wat duiten toen grote delen van wat voorheen landbouwgebied was, een herbestemming kreeg als woonzone. Goedkope landbouwgronden, die tot dan toe dienst deden als wei- of akkerland, werden ineens waardevolle percelen bouwgrond.

Massaal werden er verkavelingvergunningen aangevraagd en werden grote stukken grond verdeeld in meerdere delen of kavels en te koop aangeboden als grond voor woningbouw. Inmiddels was in onze buurt, als ik het mij goed herinner, wat chronologie betreft, ook de ruilverkaveling in volle gang. Waarbij de plaatselijke boeren, op vrijwillige basis, hun her en der gelegen kleine blokjes landbouwgrond onderling ruilden voor stukken land welke dichter bij hun erf waren gelegen. Vaak ontstonden hierdoor grotere percelen agrarische grond, waardoor het landschap in sterke mate veranderde.

Zo herinner ik mij het bestaan van enkele kleine percelen dicht bij ons huis, die bij elkaar werden gevoegd tot één grote akker. De redelijk jonge eigenaar dempte daarvoor zelfs de tussenliggende grachten. Zodat hij het ganse terrein ineens kon ploegen, bezaaien, sproeien, oogsten... Maar vaak reed hij zich met zijn tractor bijna of werkelijk vast in de drassige stroken land waar voorheen een sloot was. Dat die greppel er daarvoor was ontstaan, of aangelegd, met een reden, dat die met name zorgde voor de afwatering, dat had die kerel blijkbaar over het hoofd gezien. Met als gevolg dat hij af en toe naar zijn boerenerf mocht lopen om vrouw of knecht op te trommelen om met hun tweede tractor, of deze van een bereidwillige collega, zijn zware tractor los te trekken uit de modder.

Later werd de verkaveling professioneler aangepakt. En werd er wel rekening gehouden met de natuurelementen, werden er verkavelingwegen aangelegd ten bate van de bereikbaarheid van de kavels voor de boeren, maar ook paden voor recreatief fietsverkeer in landbouwgebied. En hier en daar werden er nieuwe bosjes aangelegd en andere stukjes natuurgebied.

Naast het telen van gewassen voor eigen gebruik, grotendeels voedsel voor de beesten, werden er op de akkers voornamelijk suikerbieten verbouwd. Maar sinds de suikerfabriek in een naburige gemeente, zowat anderhalf jaar geleden haar activiteiten stopzette, is daar een einde aan gekomen. Vandaag de dag worden de meeste akkers door de overgebleven boeren verpacht aan industriële landbouwbedrijven. Elders verbouwen die soms maïs, maar op de landbouwgronden in de buurt van mijn ouderlijke woonst worden hoofdzakelijk aardappelen geteeld.

Niet alleen het landschappelijk uiterlijk van de buurt waar ik opgroeide is grondig gewijzigd. Daar waar er vroeger aan de straatkant veel akkers en weilanden grensden, zijn die gronden nu op veel plaatsen bebouwd met woningen, omgeven door een tuintje. En veel oude hoeves werden hetzij gerenoveerd, hetzij afgebroken en vervangen door een nieuwbouwwoning. Bovendien is de straat waar mijn ouders wonen sinds een tweetal decennia voorzien van een van de rijbaan afgescheiden tweerichtingsfietspad.

Een opmerkelijke plek in deze straat, waar de bebouwing, zoals weleer nog steeds voornamelijk bestaat uit vrijstaande woningen en hier en daar twee huizen in een halfopen bebouwing, is één rijtje aaneen gebouwde huizen. Een locatie die in onze buurt als 'de vijfhuizen' werd aangeduid. Nochtans waren het er slecht vier. Maar niemand leek zich aan dit detail te storen. Behalve ik dan, die als klein ventje deze foute benaming belachelijk vond. Maar geen enkele persoon leek gehoor te geven aan mijn gedacht hieromtrent. Mogelijks te wijten aan het feit dat ik te 'beschaamd' was om er openlijk voor uit te komen?

Later kwamen twee van de vier huisjes in handen van één persoon, die ze samenvoegde tot één, wat ruimer huis. Dus sindsdien bestaat het huizenrijtje slechts uit drie woningen. Maar tot op de dag van vandaag worden deze aaneen gebouwde woningen, in de buurt, zowel door de mensen die er al jaren wonen, als door de nieuwkomers, nog steeds 'de vijfhuizen' genoemd!

07-05-09

Omgaan met zieken

 

Vaak hoor je dat mensen niet op bezoek durven gaan bij iemand die ernstig ziek is, recent een zwaar fysiek letsel opliep of pas een dierbare verloor. Omdat ze niet weten wat ze moeten zeggen! Ga dan, en zwijg! Of zeg die persoon gewoon dat je niet weet wat je moet zeggen. Maar ga er heen. Je komst op zich, zegt al genoeg. Je aanwezigheid is wat telt!

CrimiclownZelf weet ik meestal ook niet wat te zeggen in zulke situaties. En heb ik ook die, vaak terechte vrees dat wat ik zeg, verkeerd zal worden begrepen. Dan zwijg ik liever. En wacht ontspannen af, wat de ander zal zeggen. Als die al iets zegt. Gewoon een beetje bij elkaar vertoeven, desnoods zonder veel gepraat, moet ook kunnen! Trouwens, bij een tweede bezoek komt het meestal veel minder moeizaam tot een conversatie. Omdat je gesprekspartner dan doorgaans beseft dat je eerste visite niet zomaar een beleefdheidsbezoekje was. Of een visite uit nieuwsgierigheid.

Een dikke twee jaar geleden was ik ernstig ziek. Al mijn levensfuncties vielen het één na het ander uit en oorzaak noch remedie konden worden gevonden. Zelfstandig ademen lukte niet meer, een machine na het van me over, en enkel een infuus kon mijn lichaam van voedsel voorzien, want sondevoeding lukte niet. Mijn longfunctie faalde volledig en ik leek ten dode opgeschreven.

Vooraleer ik me, toen nog in een iets betere toestand, in het ziekenhuis liet opnemen, had ik aan mijn thuisverpleegkundigen,  mijn assistentes en mijn kinesist beloofd om hen van mijn conditie op de hoogte te houden. Dus ook toen ik, meer dood dan levend, op de dienst intensieve zorgen lag te zieltogen, trachtte ik nog steeds mijn belofte na te komen om wekelijks iets te laten weten. Mijn gewoonte er geen doekjes om te winden, zond ik hen een Sms'je met de melding dat 'mijn toestand uitzichtloos leek en dat ik ten einde raad was'.

Of ik dit bericht naar iedereen heb verzonden, dat kan ik me niet herinneren. En of ze allen antwoordden, evenmin. Maar dat laatste hoefde ook niet. En dat verwachtte ik ook niet. Maar hoopte ik mogelijks wel, want dagen- en nachtenlang met je volle verstand op een dienst intensieve zorgen vertoeven, in een schijnbaar hopeloze situatie, is allesbehalve een lachertje, zo kan ik je verzekeren.

Verpleegster - 000Dus lag ik, na het verzenden van dat berichtje, toch enigszins verwachtingsvol te staren naar mijn GSM. Hopend dat dit mobieltje spoedig een geluidje ten gehore zou brengen, ten teken dat er een bericht was ontvangen. Hoe lang dat wachten duurde, dat weet ik niet meer. Maar op een gegeven moment ontving ik een berichtje van één van mijn verpleegsters, dat me zeer trof omwille van zijn eenvoud en oprechtheid. De juiste woorden kan ik me helaas niet meer voor de geest halen, maar het was iets in de trant van: "Ik weet niet goed hoe ik hierop moet reageren" en dan allicht, "ondanks alles toch het beste gewenst" of iets dergelijks.

Geen aanmoediging voor iets waar ik zelf geen invloed op had. Geen hoopgevende woorden, die op dat moment hol en ijdel zouden hebben geklonken.

Met die negen woorden, heeft die verpleegster mij een mooi deel laten zien van zichzelf en haar persoonlijkheid! Die "Ik weet niet goed hoe ik hierop moet reageren" zijn de mooiste en meest gepaste woorden die iemand mij ooit in een dergelijke situatie heeft gezegd of geschreven. Want ik vond er steun in. Ik was niet meer alleen met mijn gevoelens van onmacht en niet meer wetend hoe te reageren op wat er met me gebeurde.

Uiteindelijk heeft mijn lichaam zich toch hersteld. Maar dat hadden jullie allicht reeds begrepen. Want anders was ik nooit in staat geweest dit epistel, letter voor letter in te typen, en hier aan jullie te presenteren. De details van mijn wonderbaarlijke genezing en al wat er aan voorafging en nadien plaatsvond, vertel ik jullie wel eens op een ander moment. Maar onthoudt de moraal van het huidige verhaal en pas het intuïtief toe in jullie dagelijks leven. Merci! Lachen