23-10-11

Hengelaarplezier & sportvisserijvertier

hengelaar,visser,sportvisser,provinviaaldomein,provinciaal_domein,puyenbroeck,visput,speeltuin,pa,ma,maat,paling,aal,vis,tiener,fiets,visvijver,visgerei,dobber,vissen,vakantie,champetter,zoon,vriend,visvangst,water,beet,jongen,minirokje,broekje,rokje,onderbroekje,visbak,meisje,verhaal,moeder,kerel,werphengel,ingewanden,waterput,hobby,vislijn,wandelpad,topje,lichaam,schoonheid,lijf,deerne,rivierpaling,ouders

Reeds van op heel jonge leeftijd ging ik vissen. Mee met mijn pa, en meestal op paling. Eens ik als tiener, door mijn ouders oud genoeg werd bevonden, trok ik er alleen op uit. Meestal richting provinciaal domein. Een gigantisch terrein met een kasteel, bossen, bloementuinen, een dierenpark, speeltuin en enkele visvijvers. Gelegen op een kilometer of vijf van mijn ouderlijke woonst.

Toentertijd was fietsen binnen het domein niet toegelaten. En omdat de afstand tussen de ingang van het domein en de visputten, toch enkele kilometers bedroeg, had ik voor het transport van mijn spullen een karretje gemaakt. Van het onderstel van een oude kinderwagen, waarop ik een plank had bevestigd.

Het karretje plaatste ik op de bagagedrager achteraan mijn fiets. Mijn door mijn pa, met recuperatiemateriaal gemaakte houten vissersbak, kwam daar nog bovenop te staan. Met snelbinders bevestigde ik dit alles stevig aan mijn fiets. Mijn in een kokervormige stoffen tas gestopte werphengels en oude vissersparaplu, bevestigde ik, met oude lederen riempjes, aan de buis van mijn fiets.

Met al mijn visspullen op de fiets reed ik dan van thuis tot aan de ingang van het domein. En van daar trok ik vervolgens het karretje met mijn visgerei, middels een stevig touw, tot aan de visvijver.

hengelaar,visser,sportvisser,provinviaaldomein,provinciaal_domein,puyenbroeck,visput,speeltuin,pa,ma,maat,paling,aal,vis,tiener,fiets,visvijver,visgerei,dobber,vissen,vakantie,champetter,zoon,vriend,visvangst,water,beet,jongen,minirokje,broekje,rokje,onderbroekje,visbak,meisje,verhaal,moeder,kerel,werphengel,ingewanden,waterput,hobby,vislijn,wandelpad,topje,lichaam,schoonheid,lijf,deerne,rivierpaling,oudersHet vissen was een vrij sociaal gebeuren. Rond de vijvers trof je vaak dezelfde mensen aan, waaronder ook heel wat jongelui. En bijna uitsluitend jongens en mannen. Eens geïnstalleerd op ons plekje aan het water, gingen we doorgaans bij de reeds eerder aanwezige hengelaars even gaan luisteren of ze al wat hadden gevangen. En zo het antwoord bevestigend was, keken we met graagte naar het door de visser even uit het water getilde leefnet. Om de zich daarin bevindende gevangen vis te aanschouwen. En de betreffende visser te feliciteren met zijn vangst.

Ook als we na een uur of zo turen naar onze dobber, of geduldig wachten op enig geluid van het aan onze werphengels bevestigde alarmbelletje, geen beweging of geluid waarnamen, gingen we elkaar opzoeken. Om onze nood te klagen. En onze benen te strekken Knipogen En als er iemand ‘beet’ had, dan kwamen de vissers uit diens buurt rond die gelukzak staan. Om hem bewonderend, en niet zelden met enige jalousie, de buit te zien binnenhalen. Vooral als het grote kanjers betrof, die meestal nogal wat weerwerk boden en moesten worden moe gemaakt, vooraleer te worden opgehaald, gaven nogal wat omstanders gretig hun ongevraagd en meestal ook onnodig en ongewenst advies. Gewoonlijk wel welkom was dan weer de hulp die collega-vissers boden door het reeds in het water houden van het schepnet met behulp waarvan de aan de haak van de vislijn hangende vis op de oever en dus het droge moest worden gebracht.

*****

Op een zekere dag in de vakantie, was ik met een vriend een namiddag gaan vissen in dat provinciaal domein. De buit was mager. Buiten de dikke aal die ik had gevangen. Nogal wat andere, rond de vijver verzamelde vissers, waren jaloers op mijn vangst.

hengelaar,visser,sportvisser,provinviaaldomein,provinciaal_domein,puyenbroeck,visput,speeltuin,pa,ma,maat,paling,aal,vis,tiener,fiets,visvijver,visgerei,dobber,vissen,vakantie,champetter,zoon,vriend,visvangst,water,beet,jongen,minirokje,broekje,rokje,onderbroekje,visbak,meisje,verhaal,moeder,kerel,werphengel,ingewanden,waterput,hobby,vislijn,wandelpad,topje,lichaam,schoonheid,lijf,deerne,rivierpaling,oudersZo ook de corpulente zoon van de champetter uit een gehucht, grenzend aan de buurt waar ik woonde. Die kerel was een jaar of twee ouder dan mij. Daardoor en tevens door het feit dat we nooit bij elkaar op school hadden gezeten, kende ik de jongen slechts vaag.

Toen mijn maat en ik ons boeltje bij elkaar hadden gepakt en net op het punt stonden om ons via de, naast de vijver lopende, geasfalteerde laan, naar de uitgang van het domein te begeven, kwam die kerel, samen met zijn twee maten, op me af. En vroeg me of hij mijn vangst nog eens mocht zien.

Met enige tegenzin haalde ik de snelbinder van rond mijn op mijn karretje staande vissersbak, opende de klep ervan en haalde er het wit stoffen zakje uit waarin de door mij gevangen aal zat opgesloten. Ik loste de strop waarmee het zakje werd dicht gehouden en liet de inhoud zien: een vette paling van een centimeter of 40 lang, wel minstens 2 centimeter dik en vast minimaal 800 gram zwaar. Die lag te kronkelen in een door hemzelf geproduceerd half transparant wit slijm.

hengelaar,visser,sportvisser,provinviaaldomein,provinciaal_domein,puyenbroeck,visput,speeltuin,pa,ma,maat,paling,aal,vis,tiener,fiets,visvijver,visgerei,dobber,vissen,vakantie,champetter,zoon,vriend,visvangst,water,beet,jongen,minirokje,broekje,rokje,onderbroekje,visbak,meisje,verhaal,moeder,kerel,werphengel,ingewanden,waterput,hobby,vislijn,wandelpad,topje,lichaam,schoonheid,lijf,deerne,rivierpaling,oudersDe ogen van de dikke tiener voor me puilden bijna uit hun kassen. Hij wou de aal van me afkopen. En bood er mij maar liefst 500 Belgische Franken voor aan, een goeie 12 Euro. In die tijd, eind de jaren zeventig, was dat, voor een jongere, een ferm bedrag.

Toch was mijn vangst verkopen geen optie. Die nam ik mee naar huis. Om aan mijn huisgenoten te tonen, te doden, te stropen, te kuisen en later zelf op te eten. En ik dacht er nog niet aan om dat ritueel te verbreken voor wat geld.

Die dikzak snapte dat evenwel niet. Hij bekende me dat hij thuis bij voorbaat had opgeschept over zijn visserstalent en de vangt die hij naar huis zou meebrengen. En nu dreigde hij gezichtsverlies te lijden door met kompleet lege handen weer te keren. Dus wou hij hoe dan ook mijn aal. En kwam dreigend en boos kijkend op me af toen ik het zakje weer dicht bond, wegstopte en mijn vissersbak weer aan mijn karretje vastmaakte.

Nu was ik in die tijd zelf geen hummel en best potig, maar toch vermeed ik liefst een fysieke confrontatie met die gast van minstens een kop groter dan mij en met een lichaamsvolume van wel drie keer het mijne. Dus wenkte ik mijn maat en zette het samen met hem op een lopen. Mijn karretje achter me aantrekkend.

hengelaar,visser,sportvisser,provinviaaldomein,provinciaal_domein,puyenbroeck,visput,speeltuin,pa,ma,maat,paling,aal,vis,tiener,fiets,visvijver,visgerei,dobber,vissen,vakantie,champetter,zoon,vriend,visvangst,water,beet,jongen,minirokje,broekje,rokje,onderbroekje,visbak,meisje,verhaal,moeder,kerel,werphengel,ingewanden,waterput,hobby,vislijn,wandelpad,topje,lichaam,schoonheid,lijf,deerne,rivierpaling,oudersDe zoon van de champetter bleef eerst enkele seconden verbouwereerd ter plaatse staan, maar gaf toen met de palm van zijn dikke vette pollen zijn beide maten een flinke duw in de rug en zette zich samen met hen in beweging. Me onderwijl dingen toeroepend die ik niet kon verstaan. Want wij waren inmiddels al op geruime afstand van elkaar verwijderd. Met zijn logge lijf, nog verzwaard door de ballast van zijn visgerei, kon die gast trouwens mijn tempo absoluut niet aanhouden. Toen hij en zijn vrienden de uitgang van het domein bereikten, zaten mijn vriend en ik reeds op onze met het visgerei geladen fietsen en reden we gezwind weg van de fietsstelplaats. Die vetzak zonder visvangst het nakijken gevend.

Thuisgekomen toonde ik vol van trots mijn vangst aan mijn moeder. Die blij was met mijn succes. En verzekerde me dat ook mijn pa, bij thuiskomst van zijn werk, verheugd zou zijn over mijn vangst van zulk een ferme paling.

Over het conflict met de zoon van de champetter zweeg ik wijselijk. Het had geen zin om mijn ma nodeloos bezorgd te maken. Bovendien wou ik ten alle prijze vermijden dat ze me niet langer zou toelaten om alleen of met vrienden te gaan vissen.

Als steeds maakte ik zelf mijn vangst gereed om klaar te maken voor consumptie. Daar was ik goed in. Ook de buurjongens kwamen, als ze bij het vissen iets hadden gevangen, bij mij langs om hun vis te laten doden en kuisen. Dat deed ik buiten, of bij slecht weer, in onze garage.

hengelaar,visser,sportvisser,provinviaaldomein,provinciaal_domein,puyenbroeck,visput,speeltuin,pa,ma,maat,paling,aal,vis,tiener,fiets,visvijver,visgerei,dobber,vissen,vakantie,champetter,zoon,vriend,visvangst,water,beet,jongen,minirokje,broekje,rokje,onderbroekje,visbak,meisje,verhaal,moeder,kerel,werphengel,ingewanden,waterput,hobby,vislijn,wandelpad,topje,lichaam,schoonheid,lijf,deerne,rivierpaling,oudersNet onder de kop van mijn nog levende paling maakte ik met een scherp mes een snede. Waarna ik, terwijl ik met een vod de kop vasthield, met een oude platte bektang, de huid van de aal vastkneep en van diens lijf stroopte. Vervolgens sneed ik zijn buik open in de lengterichting. En haalde alle ingewanden uit het lijf door mijn duim van aan de kop tot aan de staart door het lijf te bewegen. Dan sneed ik de kop eraf en spoelde en wreef de overgebleven resten proper in een emmer met proper putwater. Dat ik middels onze oude waterpomp aan de oppervlakte had gebracht. Met keukenpapier depte ik daarna het vlees proper. En bracht het dan naar mijn ma. Die het in een zakje stopte en in de diepvries deponeerde. Om er later, samen met andere door mijn pa en mij gevangen palingen, een heerlijke maaltijd mee te bereiden.

*****

Door dat vaak uit vissen gaan naar dezelfde waterput, leerde ik er dus snel jongens kennen die daar dezelfde hobby uitoefenden. Het waren doorgaans kerels van ongeveer mijn leeftijd of enkele jaren ouder. Soms zat ieder gewoon op zijn eigen plekje en brachten we elkaar zo nu en dan een bezoekje. Om te zien wat de andere al had gevangen, maar vaak ook gewoon om een praatje te slaan en zo de tijd te doden.

hengelaar,visser,sportvisser,provinviaaldomein,provinciaal_domein,puyenbroeck,visput,speeltuin,pa,ma,maat,paling,aal,vis,tiener,fiets,visvijver,visgerei,dobber,vissen,vakantie,champetter,zoon,vriend,visvangst,water,beet,jongen,minirokje,broekje,rokje,onderbroekje,visbak,meisje,verhaal,moeder,kerel,werphengel,ingewanden,waterput,hobby,vislijn,wandelpad,topje,lichaam,schoonheid,lijf,deerne,rivierpaling,oudersSoms troepten we ook samen en zaten we allemaal naast elkaar met onze vislijnen. Door ons gestoei en gebabbel werden de vissen vast afgeschrikt, want veel werd er op die momenten doorgaans niet gevangen. Ook niet die keer dat ik als twaalfjarige met de enkele jaren oudere, aan de visput ontmoette Wouter en nog een tweetal andere gelegenheidsvrienden, aan het vissen was. Het was warm weer en we hadden dan wel nog niet eens beet gehad, de leute was er niet minder om.

Op een gegeven moment kwam er op het wandelpad, gelegen op een tiental meter van, en iets hoger dan, de visvijver, een knap blond grietje aangetrippeld. Uiteraard was Wouter de eerste uit ons groepje die het meisje had opgemerkt. De praatgrage kerel zat immers meer rondom zich te kijken dan naar de dobber van zijn vislijn. Hij maakte ons, de andere drie, met opgewonden stem, attent op die mooie verschijning. En het korte rokje dat ze droeg onder het al even weinig verhullende topje van het, voor haar vermoedelijk zowat vijftien jarige leeftijd, reeds fraai gevormde lichaam.

Wouter floot luid tussen zijn tanden. De frêle schoonheid stopte en keek ons glimlachend aan. Waarop Wouter haar uitdagend vroeg of dat rokje niet nog wat hoger kon. “Oh, jawel hoor!” zei het meisje lachend, “Ik draag er toch nog een broekje onder!” Waarop het lekker ding haar minirokje optilde en wij een nauw om haar lijf spannend bleekroos onderbroekje te zien kregen.

Wouter sprong van opwinding bijna uit zijn eigen broek. Zenuwachtig, met blozende kaken en trillende stem vroeg hij aan het meisje waar ze heen ging. De speeltuin, zo liet ze weten. En toen ze met haar lieflijke stem positief antwoordde op zijn vraag of hij mee mocht gaan met haar, was Wouter niet meer te houden. Verbaast keken we toe hoe de jongen vliegensvlug al zijn visgerij bij elkaar scharrelde, ons nog snel ten afscheid groette en vervolgens naar dat meisje toe holde.

hengelaar,visser,sportvisser,provinviaaldomein,provinciaal_domein,puyenbroeck,visput,speeltuin,pa,ma,maat,paling,aal,vis,tiener,fiets,visvijver,visgerei,dobber,vissen,vakantie,champetter,zoon,vriend,visvangst,water,beet,jongen,minirokje,broekje,rokje,onderbroekje,visbak,meisje,verhaal,moeder,kerel,werphengel,ingewanden,waterput,hobby,vislijn,wandelpad,topje,lichaam,schoonheid,lijf,deerne,rivierpaling,oudersWij, achterblijvers, keken die twee nog even na. Wouter met zijn zware visbak middels een riem op de rug dragend, in één hand de lange smalle zak met zijn vislijnen en met de andere hand wild gebaren makend. Terwijl het naast hem stappende meisje hem, onder het verleidelijk bij elkaar nemen van haar lange sluike haar, glimlachend aankeek. Waarschijnlijk was onze maat die knappe deerne een verzonnen verhaal aan het vertellen over eerdere wonderbaarlijke visvangsten.

Wouter zagen we die dag niet meer terug. Maar een dag later was hij wel terug van de partij. En bracht de jonge kerel, onder het vissen, in geuren en kleuren verslag uit van de formidabele namiddag die hij had beleefd met die mooie, vrouwelijke leeftijdgenote Lachen

>>>>>  klik op de afbeelding voor een grotere weergave  <<<<<

27-08-09

Dienst 100, altijd paraat!

 

Samen met mijn zoons was ik ergens heen geweest. En op de weg naar huis hadden de jongens zich nogal vervelend gedragen. Zulks gebeurt nu eenmaal en is eigen aan opgroeiende, zich een weg door het leven zoekende jongelui. Maar, zoals het een ouder betaamd, had ik hen een aantal keren berispt. Wat me door mijn 'lieverds' niet in dank werd afgenomen.

Toen we thuis arriveerden en ik mijn kroost om hulp verzocht om me iets rechter in mijn rolstoel te positioneren, omdat ik onder het rijden wat onderuit was geschoven, namen zij hun kans op vergelding te baat door dit botweg te weigeren. Ik werd boos en zei dat, als zij het niet deden, ik met mijn mobieltje de 100 zou bellen. En, eens ze hier waren gearriveerd, het wel aan hen zou vragen. Waarop ik wegreed, en vanuit een ooghoek de jongens onze woning zag betreden.

Ik plaatste me met mijn rolstoel aan de kant van de straat, tussen onze haag en het fietspad. En kantelde mijn zitting en rugleuning, zodat ik in een liggende positie lag. En mijn lichaam de kans kreeg om even te bekomen van de rit. Lang bleef ik daar evenwel niet staan, want die onmin met mijn kroost moest worden opgelost.

Veel was daar niet voor nodig. We hadden zo een systeem waarbij, als ik het even tevoren stout of ongehoorzaam zijn van de kinderen ter sprake bracht, ze prompt naar me toe kwamen en met volle kracht lucht op mijn voorhoofd bliezen, om alle slechte herinneringen uit mijn geheugen te laten verdwijnen. Een dikke zoen op mijn wang vervolledigde deze 'alles vergeven en daarbovenop ook vergeten' procedure. Die op de koop toe, en goed voor hen, nog werkte ook!

AmbulanceDus toen ik ons huis binnen reed en tegen mijn daar rondhangende nakomelingen begon te 'zagen' pasten zij snel de geijkte methode toe. En hielpen me vervolgens spontaan met het verbeteren van mijn zitpositie. Waarna de kinderen hun bezigheden hervatten en ik genoot van het kijken ernaar.

Ik zat met mijn gezicht naar onze achtertuin gericht, toen plots de deurbel weerklonk. De jongens keken op van de plaats waar ze zaten en ik zag hun verbijsterde gezichten.

"Dus jij hebt werkelijk de '100' gebeld?" vroeg één van hen me. Vooraleer ik, nu zelf ten zeerste verbaast, ontkennend kon antwoorden, was de jongen reeds de voordeur gaan openen. En stond hij even later, terwijl ik me inmiddels een kwartslag had gedraaid, voor me, met naast hem een ambulancier. Dat kon ik zien aan diens outfit en aan het feit dat zijn functie ook op de borstzakjes en bovenaan de mouwen van zijn jas was gedrukt.

"Ik hoorde het net van je zoon, en wij dachten zelf ook al dat er niks aan de hand was" zo begon de man. "Maar iemand die met zijn auto voorbij je huis passeerde had een man in een rolstoel zien liggen, met de ogen gesloten, en belde het noodnummer omdat hij dacht dat die persoon onwel was geworden en derhalve in nood verkeerde. Toen we de locatie hoorden, vermoedden we onmiddellijk dat jij het was, die even zat te dutten voor je woning. Maar we konden evenwel geen risico nemen, dus rukten we toch uit."

Verbluft door dat verhaal en de toevalligheid van het samengaan met mijn dreigement, kon ik niet meer uitstamelen dan een dankjewel. Waarna de man afscheid nam en vlug verdween. Door me nog een kwartslag verder te draaien kon ik door het vensterraam in de voorgevel van ons huis, nog net de gele ziekenwagen zien wegrijden, richting stalplaats, het stedelijk algemeen ziekenhuis.

Dat de ambulanciers onnodig waren uitgerukt vond ik uiteraard jammer. Maar de ganse situatie op zich was geweldig grappig. En de stomverbaasde gezichten van mijn zoons staan allicht tot het einde mijner dagen in mijn geheugen gegrift! Lachen

30-05-09

Vrouwen

 

Vrouwen. Ze zijn soms zo moeilijk te begrijpen. "Dat is omdat die kutwijven van Venus komen en wij, fijne venten van Mars!" hoorde ik in mijn prille kindertijd ooit eens zeggen, toen ik mij in het gezelschap bevond van enkele oudere buurjongens, die reeds op een leeftijd waren aanbeland waarop ze hun eerste echte liefdesavonturen beleefden.

Dat was dus tevens het moment waarop ik te weten kwam dat wij, in tegenstelling tot wat mijn pa me had verteld, niet uit de kolen komen. Waarna ik concludeerde dat het andere verhaal over onze afkomst, dat de ronde deed, dan allicht toch geen verzinsel was, zoals mijn pa nochtans beweerde.  Zouden kindjes dan toch door de ooievaar worden afgeleverd? Al naargelang het om een jongen of een meisje gaat, respectievelijk vanaf de hemellichamen Mars of Venus naar de verwachtingsvolle ouders op aarde gebracht? Ferme vogels, als die veronderstelling juist zou zijn. Maar was het inderdaad zo? En hoe zou die bestelling dan in haar werk gaan? Dat vroeg ik mij af, als kleine rakker. Die grote jongens wisten vast het antwoord wel. Maar ik durfde het hen niet te vragen.

Dat het vrouwvolk een moeizaam te bevatten soort is, dat heb ik ook wel begrepen. Bij een jongedame, waar ik toentertijd een innige relatie mee had, liet ik ooit eens een gigantisch boeket rode & witte rozen bezorgen. Ter gelegenheid van haar verjaardag was dat. Maar dat meisje was nog niet content. De bloemen en het ornament er rond vond het wicht ontzettend mooi. Maar de door de koerier bijgeleverde rekening was er voor haar te veel aan.

Ja erg, kon ik er aan doen dat ik op dat moment op zwart zaad zat omdat al mijn geld er was doorgedraaid door haar voorgangster? Zeggen ze niet: "Het is het gebaar dat telt?' En ik was in elk geval mijn liefste haar geboortedag niet vergeten! Belachelijk dat ze struikelde over die futiliteit van het zelf moeten betalen van die klote bloemen.

Toen ik als adolescent eens met mijn fiets huiswaarts reed, zag ik aan de overkant van de drievaksbaan een fantastisch mooi meisje staan. En daarenboven uiterst sexy gekleed. Naar mijn normen, in elk geval. Een glanzend zwart rokje dat tot midden haar bovenbenen reikte, zwarte kniekousen, bordeaux laarsjes en een blazer in dezelfde kleur. Een zwart tasje hing op heuphoogte, op die plaats gehouden door een dunne schouderriem. De kastanjebruine steile haardos lag gedrapeerd over de schone deerne haar hals en schouders.

Potverdikke! Mijn hormonen noopten mij tot actie! Dus reed ik verder tot aan het eerstvolgende kruispunt. Alwaar ik, bij groen licht, de baan overstak. En rustig terug fietste in de richting van de plaats waar die wachtende schoonheid stond.

Eens ter hoogte van haar standplaats gearriveerd, hield ik halt. Richtte mij op van mijn fietsstuur en lachte het meisje, dat bij mijn aankomst een pas had achteruit gezet, liefdevol toe. Ze keek me met haar bruine ogen verbaast en vragend aan. Maar niet geschokt of verschrikt. Dat viel dus al mee. Mijn God, van dichtbij was deze griet nog veel mooier dan van veraf! Een prachtig gevormd gezichtje met een lichtbruine gelaatskleur. Geen make-up. Niet nodig! Maar ze had wel een vleugje parfum op haar welgevormde lichaam gespoten. Daardoor rook het schatje zwoel. Zelfs van op die anderhalve meter die ons beiden van elkaar scheidde.

Met mijn meest vriendelijke en verleidelijke stem zei ik: "Hopelijk heb ik je niet te lang laten wachten?" Het meisje keek me niet begrijpend aan. En opende haar mond. Maar vooraleer ze iets kon zeggen, vervolgde ik: "Ik ben jouw droomprins op het witte paard. Nu ja, een stalen ros, en in rode kleur, maar in elk geval de man die is voorbestemd om met jou het leven te delen!"

Oef! Dat was er allemaal vlot, en zonder al te veel nadenken, uitgekomen! Verwachtingsvol keek ik het meisje aan. Dat stond daar met haar lieve snoet in mijn richting te kijken, met haar mondje vol perfecte parelwitte tanden!

Een antwoord heb ik evenwel niet gekregen. En deze ontmoeting is helaas op niks uitgedraaid. Want toen dat meisje haar, naar ik vermoed echte prins, opdaagde, een nogal potige kerel met een grijze Jeep, maakte ik mij snel met mijn fiets uit de voeten!

Ru(sh)di(e), 17 april 2009.

27-05-09

Visverstand, misverstand et cetera

 

Iemand is ontzettend boos op mij. En dan nog wel omwille van een futiliteit. Althans naar mijn mening. Want die mens in kwestie ziet dat totaal anders. En dat is diens recht. Dat staat zelfs in de 'Universele verklaring van de rechten van de mens.'

Waar het om gaat is het volgende. Op de blog van die persoon stond een foto van een goudvis in een bokaal. En in het bijschrift vertelde die kerel met trots dat dit zijn nieuwste aanwinst was.Goudvis - 000

Alhoewel ik er weet van heb dat die geschubde waterwezentjes waarschijnlijk een heel kort geheugen hebben (enkele seconden), en dat het dan allicht voor die diertjes weinig uitmaakt hoe groot de bassin is waarin ze moeten rondzwemmen, heb ik er toch iets tegen dat mensen goudvissen het leven laten slijten in zo een kale ronde glazen kom. Mijns inziens is dit trouwens een inbreuk op de 'Universele verklaring van de rechten van het dier.'

Godganse dagen rondjes zwemmen. En als afwisseling zo nu en dan de kom eens diagonaal kruisen. Dat is in mijn ogen een zielig vertoon. En als dat verhaal over dat ultra beperkte korte termijngeheugen van goudvissen een kwakkel is, zoals hier en daar wordt beweerd, dan leiden (eerder: lijden) die vissen wel een uiterst saai bestaan!

Het lijkt mij ook enerverend om daar als mens voortdurend naar te zitten staren. Naar een met water gevulde glazen bokaal, waarin een goudvis, eenzaam en alleen, schier eindeloze rondjes zwemt. Maar ieder zijn goesting, uiteraard!

Aangezien ik er, met de hierboven aangehaalde bedenkingen in mijn gedachten, niet veel voor voelde om op die kerel zijn 'heuglijke' mededeling ernstig te antwoorden, met een ongemeend proficiat, schreef ik een ludiek bedoelde reactie: "Ziet er lekker uit! Laat het je smaken!"

HaatmailDaarmee heb ik dus op die persoon zijn tenen getrapt. En ook op zijn ziel! Want, zo liet de verbolgen man me weten, deze nieuwe goudvis was er gekomen nadat de vorige door de in huis geslopen kater van de buren, uit die zwembokaal was gevist en half verorberd op het keukentapijt was achtergelaten. Alwaar die door zijn baasje werd gevonden. Terwijl de moorddadige kater, opgeschrikt door de komst van die manspersoon, er ijlings langs diens benen vandoor glipte.

Maar dat kon ik toch niet weten?! Nu ja, zo geraakt mijn map met ongewenste e-mail, naast die nare reclame, notificaties van gewonnen geldbedragen en andere onzinberichten, ook eens gevuld met wat haatmail!

Alhoewel, niet echt, want inderdaad, wederom hebben jullie een verzinsel gelezen dat ontsproten is uit mijn uiterst fantasierijke geest! Lachen

07-05-09

Omgaan met zieken

 

Vaak hoor je dat mensen niet op bezoek durven gaan bij iemand die ernstig ziek is, recent een zwaar fysiek letsel opliep of pas een dierbare verloor. Omdat ze niet weten wat ze moeten zeggen! Ga dan, en zwijg! Of zeg die persoon gewoon dat je niet weet wat je moet zeggen. Maar ga er heen. Je komst op zich, zegt al genoeg. Je aanwezigheid is wat telt!

CrimiclownZelf weet ik meestal ook niet wat te zeggen in zulke situaties. En heb ik ook die, vaak terechte vrees dat wat ik zeg, verkeerd zal worden begrepen. Dan zwijg ik liever. En wacht ontspannen af, wat de ander zal zeggen. Als die al iets zegt. Gewoon een beetje bij elkaar vertoeven, desnoods zonder veel gepraat, moet ook kunnen! Trouwens, bij een tweede bezoek komt het meestal veel minder moeizaam tot een conversatie. Omdat je gesprekspartner dan doorgaans beseft dat je eerste visite niet zomaar een beleefdheidsbezoekje was. Of een visite uit nieuwsgierigheid.

Een dikke twee jaar geleden was ik ernstig ziek. Al mijn levensfuncties vielen het één na het ander uit en oorzaak noch remedie konden worden gevonden. Zelfstandig ademen lukte niet meer, een machine na het van me over, en enkel een infuus kon mijn lichaam van voedsel voorzien, want sondevoeding lukte niet. Mijn longfunctie faalde volledig en ik leek ten dode opgeschreven.

Vooraleer ik me, toen nog in een iets betere toestand, in het ziekenhuis liet opnemen, had ik aan mijn thuisverpleegkundigen,  mijn assistentes en mijn kinesist beloofd om hen van mijn conditie op de hoogte te houden. Dus ook toen ik, meer dood dan levend, op de dienst intensieve zorgen lag te zieltogen, trachtte ik nog steeds mijn belofte na te komen om wekelijks iets te laten weten. Mijn gewoonte er geen doekjes om te winden, zond ik hen een Sms'je met de melding dat 'mijn toestand uitzichtloos leek en dat ik ten einde raad was'.

Of ik dit bericht naar iedereen heb verzonden, dat kan ik me niet herinneren. En of ze allen antwoordden, evenmin. Maar dat laatste hoefde ook niet. En dat verwachtte ik ook niet. Maar hoopte ik mogelijks wel, want dagen- en nachtenlang met je volle verstand op een dienst intensieve zorgen vertoeven, in een schijnbaar hopeloze situatie, is allesbehalve een lachertje, zo kan ik je verzekeren.

Verpleegster - 000Dus lag ik, na het verzenden van dat berichtje, toch enigszins verwachtingsvol te staren naar mijn GSM. Hopend dat dit mobieltje spoedig een geluidje ten gehore zou brengen, ten teken dat er een bericht was ontvangen. Hoe lang dat wachten duurde, dat weet ik niet meer. Maar op een gegeven moment ontving ik een berichtje van één van mijn verpleegsters, dat me zeer trof omwille van zijn eenvoud en oprechtheid. De juiste woorden kan ik me helaas niet meer voor de geest halen, maar het was iets in de trant van: "Ik weet niet goed hoe ik hierop moet reageren" en dan allicht, "ondanks alles toch het beste gewenst" of iets dergelijks.

Geen aanmoediging voor iets waar ik zelf geen invloed op had. Geen hoopgevende woorden, die op dat moment hol en ijdel zouden hebben geklonken.

Met die negen woorden, heeft die verpleegster mij een mooi deel laten zien van zichzelf en haar persoonlijkheid! Die "Ik weet niet goed hoe ik hierop moet reageren" zijn de mooiste en meest gepaste woorden die iemand mij ooit in een dergelijke situatie heeft gezegd of geschreven. Want ik vond er steun in. Ik was niet meer alleen met mijn gevoelens van onmacht en niet meer wetend hoe te reageren op wat er met me gebeurde.

Uiteindelijk heeft mijn lichaam zich toch hersteld. Maar dat hadden jullie allicht reeds begrepen. Want anders was ik nooit in staat geweest dit epistel, letter voor letter in te typen, en hier aan jullie te presenteren. De details van mijn wonderbaarlijke genezing en al wat er aan voorafging en nadien plaatsvond, vertel ik jullie wel eens op een ander moment. Maar onthoudt de moraal van het huidige verhaal en pas het intuïtief toe in jullie dagelijks leven. Merci! Lachen

14-01-09

Keuzes maken

In het leven moet je dikwijls keuzes maken. Dat is hier niet anders. Zal ik, de mij Duimzuigsterbeschikbare tijd, benutten om iets uit mijn duim te zuigen, zoals dat schoon kind van hiernaast me voordoet, en dat hier dan op mijn blogje plaatsen? Of tik ik, met hetzelfde doel, iets op het leeg blad voor me, dat een relaas brengt van een gebeurtenis uit het heden of verleden, waarvan ik getuige of misschien zelfs een hoofdrolspeler was? Of prefereer ik een artikeltje te schrijven over een maatschappelijk relevant onderwerp of actueel thema?

Of kies ik er toch voor om andere blogjes te bezoeken en hier en daar een krabbel achter te laten, al dan niet in antwoord op een reactie die op mijn eigen blogstek werd nagelaten? De meeste bloggers vinden dit soort van communicatie leuk, en ik ben daarop geen uitzondering. Bovendien kan ik dikwijls eens goed lachen om en goeie mop of een ludiek schrijfsel dat een ander op haar of zijn weblog plaatste. Of geniet ik, vol verwondering en met bewondering van mooie plaatjes (PSP-creaties & andere)  en prachtige foto's. En elke keer ik zo de ronde doe, leer ik wel iets bij. Elke dag één feit of weetje extra, maakt minstens 365 per jaar! Oei, zou er nog genoeg plaats vrij zijn in mijn hersenkwabben, om al die data op te slaan?

Dit schrijfsel had dus eigenlijk tot doel jullie te melden dat je nog eens een dagje zou moeten wachten op een epistel van mij. Maar als ik het zo bekijk, zijn die enkele woorden van verantwoording, in aantal groter geworden dan gepland en zijn ze samen dan toch een eigen verhaal gaan vormen! Hopelijk beleefde je er wat leesplezier aan.

29-10-08

Werkloosheidsval

Vreest niet! Vooraleer ik zelf keer op keer met dit fenomeen te maken kreeg, kwam het woord 'werkloosheidsval' ook niet voor in de courante woordenlijst van mijn grijze hersenmassa.

brein-gefixeerd (klein)

Iedereen is vrij zijn doen of laten naar eigen goeddunken te regelen. Elke persoon heeft het recht gebruik te maken van de sociale voorzieningen, zoals die beschikbaar zijn. Maar niet als dit ten koste gaat van anderen.

Je kan het een alleenstaande mama met twee kindjes, die niet meer aan een fulltime job geraakt omwille van haar gebrek aan flexibiliteit als gevolg van haar thuissituatie, bezwaarlijk verwijten dat ze parttime werkt en het saldo krijgt bijgepast van de dop. Of dat een medior, de nieuwe term voor mensen van middelbare leeftijd, die wat op de sukkel is met zijn gezondheid, een voltijdse job ambieert, maar dat eigenlijk fysiek niet aankan, gebruik maakt van diezelfde sociale verworvenheden. Dit zijn doorgaans gedreven arbeidskrachten. Die er dankbaar voor zijn dat er in ons land een dergelijk systeem bestaat en zij daar gebruik van kunnen en mogen maken.

Maar anderzijds heb je ook de profiteurs. Zij die vanuit hun asociale, egocentrische visie de mogelijkheden van ons sociaal vangnetsysteem volledig uithollen. Ten koste van zij die het echt nodig hebben. De voorbeelden zijn legio. Meestal gaat het om relatief jonge, gezonde mensen, die door een tijdelijke ziekte of faillissement of afvloeiingen op het werk, op ziekenkas of dop belandden en eigenlijk niet meer terug aan het werk willen. Die nestelen zich in de (relatieve) 'luxe' van het ontvangen van een uitkering, zonder daar een klop voor te moeten doen.

Lui

De voorbeelden zijn legio. In mijn vorig leven, als bedrijfsleider, kreeg ik er al mee te maken, en sinds ik mijn persoonlijk assistenten tewerkstel, nog veel meer. En om dit verhaal wat minder abstract te maken, geef ik hiernavolgend, een voorbeeld uit eigen ervaring, van niet zo lang geleden. Via een interim-kantoor had ik een vacature opengesteld voor een tuinman annex klusjesman. Daar kwam een kerel op af van mijn leeftijd. Met een CV waarop een waslijst van allerhande jobs was af te lezen. De man zag er krachtig, fit en gezond uit, maar beweerde reeds een aantal jaren met zijn rug te sukkelen en daarom niet meer voltijds aan de slag te willen gaan. Die halve dag per week, aangevuld met eenzelfde job op een ander, zou volstaan. Uit zijn woorden kon ik wel opmaken dat hij een volledige dop trekt.

Die kerel wou wel onmiddellijk beginnen, maar wou toch liefst eerst eens bij zijn vakbond langs gaan. Dus spraken we af dat hij me een week later zou bellen, zodat we concreet konden afspreken. En dat zou ook niet van een leien dakje lopen, want hij heeft blijkbaar een manege, waardoor hij bepaalde dagen 'bezet' was, en 's namiddags was hij doorgaans ook niet vrij, want dan geeft hij paardrijles. Het lag op het puntje van mijn tong om die kerel te vragen of al die activiteiten niet te belastend zijn voor zijn delicate rug, maar ik hield me in. Dat is immers zijn zaak. Als die zijn werk bij mij goed zou doen, dan had ik geen uitstaans met zijn andere bezigheden.

Uiteraard belde die kerel niet. Maar het interim-kantoor liet me weten dat hij bij nader inzien toch niet zou ingaan op mijn werkaanbieding, omdat de man er zich geen voordeel mee deed! Dat uur dat die man bij mij had doorgebracht om zijn sollicitatie toe te lichten, bleek dus verloren tijd te zijn geweest. Alsof ik de tijd niet zinvoller had kunnen vullen! Wenkbrouw ophalen

Paarden

Enkele dagen later belde de man me toch op. Met de vraag of hij alsnog bij mij aan de slag kon gaan. Bij het interim-kantoor had hij immers vernomen dat ik woon /werkverkeer betaal en maaltijdcheques aanbiedt, zodat mijnheer de job uiteindelijk toch lonend achtte. Erg op mijn hoede liet ik een contract opmaken. Drie keer is hij komen werken. Op de verrichtte arbeid heb ik niks aan te merken. Maar in de namiddag van die derde keer liet hij me laconiek per e-mail weten, de volgende week een keer niet te komen, want hij had een uitnodiging gekregen om naar een seminarie over paarden te gaan. Maar de week erna zou hij terug op post zijn!

Amper verwonderd over de melding, liet ik die klojo weten dat, naar eigen goeddunken de éne week wél komen werken en de andere week niet, bij mij niet zo maar kan. Maar dat hij voor één keer de volgende week op een andere dag mocht komen, in plaats van deze die was afgesproken. Zijn antwoord verbaasde me niks. Namelijk dat, als ik het zo bekeek, onze samenwerking spijtig genoeg moest stoppen. Helaas, niks nieuws onder de zon. Ik maakte dit reeds meermaals eerder mee. Geen verlies, want dergelijk volk is toch onbetrouwbaar en hoef ik derhalve niet in mijn buurt!

Zulke mensen leven op de kap van hun hardwerkende medemens en ten nadele van dezen en hen die het ongeluk hebben door bijvoorbeeld ziekte of fysieke of mentale beperkingen niet in staat te zijn tot het uitoefenen van een bezoldigde job. Hoe graag ze dat ook zouden doen!

VDAB

Dergelijke mannen en vrouwen genieten van de steun die ze trekken zonder ook maar iets te moeten presteren. Want tegenover de sociale hulpverleners van vakbond of mutualiteit houden ze zich ook voor de domme. Met als gevolg dat doorgaans een maatschappelijk assistent alle administratieve rompslomp voor hen regelt. Slechts als de druk van de RVA en/of de VDAB te groot wordt, gaan ze op zoek naar een job, maar niet fulltime, want dan blijft er niet genoeg tijd over om Tv te kijken of om klussen uit te voeren 'in 't zwart'! Het ergste van al is trouwens dat de VDAB de kosten voor de zogenaamde herscholingscursussen betaald, die dergelijke lui volgen, niet om de verworven kennis aan te wenden bij het uitoefenen van een nieuwe job, maar om werk in eigen huis of zwartwerk op een ander te verrichten!

 

RVA (klein)

Valt daar niks aan te doen? Toch wel, denk ik. Als ik de ervaringen van werkgevers uit mijn kennissenkring aanhoor, zijn die nogal gelijklopend. Het is volgens mij dus een koud kunstje om de klaplopers eruit te halen en hun uitkering te ontnemen. Zonder op de hoogte te zijn van hoe het systeem precies in elkaar zit, vermoed ik echter dat je met het van de dop gooien van die individuen, waarschijnlijk enkel het probleem verlegt. Naar de OCMW's, waar deze personen dan allicht gaan aankloppen voor een leefloon.