30-01-11

Snelle Cindy

rudivandamme,rolstoeler,handicap,cindy,sportrolstoel,meisje,meid,mop,grap,rolstoel,vehikel,vierwieler,mond,lippen,ademtest,naakt,gsm,rit,politieagentKleine Cindy was een groot gevaar als ze in haar sportrolstoel door de gangen toerde van de psychiatrische instelling waar ze verbleef. Ze hield ervan om in volle vaart, op één wiel door de bochten te rijden. En in de lange gangen van het instituut haar snelheid op te drijven tot het maximum. Maar aangezien het dertigjarige meisje niet enkel jong was en knap, maar tevens lief en bovendien gewillig, lieten de andere, voornamelijk mannelijke residenten, haar begaan. Enkelen benutten zelfs haar onbezonnen gedrag als aanleiding om contact te hebben met de schoonheid op wielen. En maakten grapjes met de roekeloze meid.

rudivandamme,rolstoeler,handicap,cindy,sportrolstoel,meisje,meid,mop,grap,rolstoel,vehikel,vierwieler,mond,lippen,ademtest,naakt,gsm,rit,politieagentOp zekere dag sjeezde Cindy weer eens door de gang, toen, op enkele meters voor haar, plots een deur wijd open werd gegooid. En in het deurgat ‘dikke Jef’ verscheen, die met gestrekte arm en een luide schreeuw, Cindy aanmaande te stoppen. Wat ze gewillig deed, hoewel ze door de plotse stilstand haast uit haar rolstoel en tegen de bolle buik van Jef belandde.

Heb jij wel een licentie voor het rijden met dit vehikel?”,  vroeg Jef op een nors klinkende, vragende toon. Waarop Cindy, schijnbaar geschrokken, in het om haar heupen bevestigde, op haar schoot liggende, tasje begon te graaien en er even later een bijsluiter van één van haar medicijnen uit te voorschijn toverde en dat aan Jef liet zien. Die instemmend knikte en aan Cindy gebaarde dat ze mocht verder rijden. Wat ze uiteraard meteen, met graagte deed.

rudivandamme,rolstoeler,handicap,cindy,sportrolstoel,meisje,meid,mop,grap,rolstoel,vehikel,vierwieler,mond,lippen,ademtest,naakt,gsm,rit,politieagentNog maar net had ze weer snelheid gemaakt en vloog ze op één wiel de hoek om, toen ‘gekke Willy’ vanuit de Tv-zaal de gang kwam ingelopen om haar, als een echte politieagent, met gestrekte armen de weg te versperren. Ternauwernood kon Cindy een botsing mijden met Willy, die haar met zijn zware stem sommeerde te stoppen en gebood: “Toon mij eens het verzekeringsbewijs van je vierwieler!”

Cindy scharrelde met haar kleine, slanke vingers in haar heuptasje en haalde deze er vrij snel terug weer uit. Met het garantiebewijs van haar gsm tussen de duimen en wijsvingers geklemd. Ze strekte haar armen om het document dichter naar en zichtbaarder voor Willy te maken. Die meteen opzij stapte en teken deed dat alles oké was en Cindy haar rit mocht verder zetten.

rudivandamme,rolstoeler,handicap,cindy,sportrolstoel,meisje,meid,mop,grap,rolstoel,vehikel,vierwieler,mond,lippen,ademtest,naakt,gsm,rit,politieagentMet een brede glimlach op haar mooie mond, met volle lippen, gaf snelle Cindy, met de handen een fikse draai aan de hoepels van haar rolstoel, zodat ze meteen weer goed op dreef was. Maar eens op topsnelheid, moest Cindy alweer vaart minderen. Want daar kwam ‘Pierke hengst’ uit het niks, de gang ingesprongen. Volledig naakt! En met zijn ‘je weet wel wat’ tussen de handen geklemd. Onmiddellijk gilde Cindy: “Oh neen, toch niet alweer een ademtest?!”

15-10-10

Terug van eigenlijk nooit ver weg geweest

   

De laatste tijd viel er op de verschillende internet- media maar bitter weinig van mij te bespeuren. Dat heb ik net als jullie vastgesteld. Knipogen Via deze weg wil ik trouwens hen bedanken die in die periode informeerden naar mijn welzijn, en daar meestal geen antwoord op kregen. Omdat ik er geen had!

Vandaag is ‘DAG 1’ van mijn rentree. En jullie hebben het voorrecht daarvan getuige te zijn. Proficiat! En dank van mijnentwege om een deeltje van jullie, al naar gelang vrije tijd, dan wel verloren tijd op het werk, te besteden aan het lezen van hetgeen ik hier op de servers van Skynet heb achtergelaten.

The%20Turning%20World.gifIs er wat veranderd in mijn leven, de laatste weken? Of voorgevallen? Uiteraard, want ook voor mij draait de wereld door. En vaak zo snel dat de wieltjes van het gemotoriseerde vehikel waarin ik mij voortbeweeg, nauwelijks het draaitempo van die aardkloot kunnen bijhouden.

En als er één of andere klootzak rotzooi achterlaat op de openbare weg, waar ik dan plompweg de banden van mijn machine lek in rijd, dan kan ik, wegens ongewenste noodzakelijke algehele stilstand, al helemaal niet meer mee. Wenkbrauw ophalen

Zitvlak fietster - 001 (klein).JPGUiteraard is een dergelijke gebeurtenis me recentelijk alweer ten deel gevallen. Waarschijnlijk deels mijn eigen fout. Wegens het even niet mijn twee blauwe kijkers op de rijweg gericht houden. Maar ik kan het mezelf toch moeilijk kwalijk nemen dat ik een ogenblik, of iets langer, opkijk als er in mijn gezichtsveld een goedgevormde derrière opduikt, van een mij passerende jonge fietsster?!

Eind augustus waren mijn ouders 50 jaar getrouwd. Omdat mijn vader ongeneeslijk ziek is en door de zware chemotherapie zich vaak heel beroerd voelt, hadden ma & pa ervoor gekozen om geen feest te (laten) organiseren, maar gewoon die ganse heuglijke dag elkeen die zich geroepen viel om hen persoonlijk te komen feliciteren, te ontvangen met drank en (overheerlijk) zelfgemaakt gebak.

Gouden huwelijksjubileum - 000.JPGOok ik bracht hen, samen met mijn gezinsleden, in de namiddag een bezoek, en uiteraard een cadeau! Lachen Bijna miste ik de afspraak met het gouden paar, want toen ik op de route naar mijn ouderlijke woonst, verlaten door mijn kroost, die ik toestemming had gegeven reeds vooruit te rijden, aan een kruispunt, waar ‘zone 50’ geldt, de baan overstak, gaf de bestuurder van een witte Mercedes met aanhangwagen, die ik in de verte had zien aankomen, in plaats van te vertragen, plankgas! Allicht met de bedoeling me voorbij te zijn voor ik overstak. Die idioot had duidelijk niet door dat een elektrische rolstoel betrekkelijk snel optrekt en moest derhalve zwaar op zijn rem gaan staan om niet met mij in botsing te komen. Want toen ik de auto zag versnellen, was ik al halverwege de baan, en daar stoppen om die halvegare te laten passeren, was wel het laatste dat in me opkwam. Een zwart rubberspoor achterlatend op de rijweg en luid claxonerend vloog die kinkel achter mijn gat voorbij.

Lokeren op de landkaart.JPGMijn ouders waren heel blij ons te mogen verwelkomen. Het was al meer dan een halve dag een gezellig, ontspannen komen en gaan geweest van buren, vrienden en familieleden. Op de eettafel stonden geschenken en op de kast een ganse rij kaartjes. Eén ervan was afkomstig van het stadsbestuur van hun woonplaats. Enkele dagen eerder had een vrouwelijke ambtenaar mijn ouders gebeld om te vragen wanneer het feest doorging, zodat de schepen wist wanneer zij kon langskomen met een geschenk.

Toen mijn ma zei dat er geen feest was gepland, maar de mensen de ganse dag door mochten langskomen en ze zelfs onnodig, toch spontaan de reden voor deze keuze meedeelde, kreeg ze van het wijf dat haar had opgebeld, botweg te horen dat ze dan naar het bezoek van de schepen en naar een cadeau kon fluiten. Als jullie geen moeite doen om iets te organiseren, zo zei ze kortweg, dan doen wij ook geen moeite voor jullie!

Smiley thumb down II.JPGDeze melding had mijn ouders toch wel geraakt. Ronduit beschamend vind ik dit! Blijkbaar MISBRUIKEN de burgemeester en schepenen de huwelijksjubilea van hun inwoners uitsluitend om propaganda te voeren voor zichzelf. En worden zij die door ziekte, onvoldoende financiële middelen of enige andere reden, geen activiteit organiseren waarop wat volk aanwezig is, gediscrimineerd. Naar ik vermoed wordt het bedrag van die cadeaus ‘voor ALLE jubilarissen’ trouwens gebudgetteerd in de gemeentekas. Derhalve vraag ik mij af wie zijn zakken vult met de niet uitgereikte geschenken.

Op dit ogenblik heb ik er evenwel totaal geen zin in om het Centrum voor gelijkheid van kansen en voor racismebestrijding van de vaststelling van deze onacceptabele gang van zaken op de hoogte te brengen. Noch zie ik het momenteel zitten om de burgemeester en de schepen van bevolking ter zake te interpelleren en hun allicht politiek correcte, doch, of daaruit volgend, onzinnige uitleg te aanhoren. Liever besteed ik mijn tijd aan het moreel steunen van mijn ouders tijdens mijn pa’s zware levensverlengende therapie.

Die mensen hebben trouwens het geluk niet aan hun kant. Want nog geen volle 9 jaar na het op jonge leeftijd (40 jaar) overlijden van hun oudste kind, mijn grote zus, is drie weken geleden ook hun jongst geborene, mijn enige broer, op een nog prillere leeftijd (37) overleden. Wenkbrauw ophalen

Kim Geybels -  005 (klein).JPGAnder triest nieuws, maar dan van een heel ander, en veel minder belangrijk allooi, was de bekendmaking van het voorlopig einde van mijn favoriete politica, Kim Geybels. Jammer genoeg blijkt dat schoon, jong vrouwmens, naast heel intelligent, ook uiterst, bijna kinderlijk naïef en goedgelovig te zijn. Een jammerlijk einde van haar politieke carrière, nog vooraleer deze goed en wel een aanvang nam? Of krijgt deze dame kans op een nieuwe start bij Open VLD of elders? De toekomst zal het uitwijzen!

Was ik nog gelovig geweest, ik had me naast Kim gezet voor een gezamenlijk aanbidden van de Heer. Nu diende die knappe spoedarts dat in haar eentje te doen. Toch maar beter je kunnen aanwenden om vooruit te komen in het leven, Kim. En voor een nieuwe kans te bekomen in de politiek, welke ik je van harte gun en zelfs toewens! Want boven brandt er dan wel voortdurend licht, maar als je de (trieste) staat van de wereld beziet, is daar wellicht nimmer iemand thuis.

Vakantiewoning.JPGGelukkig bestaat het leven niet enkel uit kommer en kwel. Zo heb ik, voor het eerst sinds een jaar of vijf, eens de nacht doorgebracht in een bed, elders dan bij mij thuis of in een ziekenhuis. Ik ben immers midden september een weekend naar de Franse Ardennen geweest. Samen met mijn zoon en nog een andere sympathieke kerel, een leeftijdgenoot van me. Die had geregeld dat we in het vakantiehuisje van een vriend konden verblijven, in het prachtige Vireux-Wallerand, gelegen in de Maasvallei.

Dit uitje vergde heel wat organisatie met betrekking tot de verplaatsing naar ginder en mijn verzorging aldaar, maar alles is feilloos verlopen. Dit ondanks een in dat opzicht riskante tocht, die we op onze eerste verblijfsdag ter plaatse ondernamen. Over een grotendeels met middelgrote kiezelstenen bezaait pad naar een top van de beboste heuvels bezijden de Maas. Alwaar we trouwens een prachtig overzicht hadden over het prachtige stukje natuur waarin we ons bevonden.

Brian aan de Maas.JPGToen we tijdens de tweede dag van onze trip een tochtje maakten via een mooi, goed onderhouden, her en der van zitbanken voorzien, geasfalteerd fiets- en wandelpad langsheen de Maas, bezorgde zoon Brian al springend en huppelend met de BMX, zijn rijwiel een lekke band. En ik had potverdorie mijn rugzak met daarin een fietsband herstelkit, in het vakantiehuisje laten liggen! Geen nood evenwel, want ik liet zoonlief hulp vragen bij een fietsend trio dat we even daarvoor hadden opgemerkt. Die aardige Britten, net gestart met een vijfdaagse fietstocht door Frankrijk, België en Duitsland, stelden niet alleen hun materiaal ter beschikking, maar namen zelf het grootste deel van de herstelklus voor hun rekening. Fantastisch, niet?! Het leven kan toch zo mooi zijn, als mensen vriendelijk, verdraagzaam en behulpzaam zijn jegens elkaar! Lachen

27-07-09

Ontmoeting met een oud-bekende

 

Een jaar na mijn geheel ongepland en ononderbroken anderhalf jaar verblijf in het ziekenhuis, was ik thuis eindelijk in die mate georganiseerd dat ik mijn toen zesjarige tweeling elke ochtend naar school kon brengen.

Doorgaans zat er dan één van hen op mijn schoot, terwijl de andere op mijn voeten zat, op één van mijn armsteunen of zich liet vervoeren door achteraan op het chassis van mijn zware elektrische rolstoel te gaan staan. En soms stapten mijn jongens gewoon allebei naast me mee. Met één handje de leuning van die voor mij zo onontbeerlijke machine vasthoudend. Mensen, wat genoot ik ervan deze taak te kunnen uitvoeren. Je kinderen naar school begeleiden zie ik trouwens niet zozeer als een plicht, maar eerder en vooral als een voorrecht!

De weg naar huis legde ik af tegen het verkeer in. De 3-vaks rijweg oversteken ter hoogte van onze woning was immers onverantwoord wegens levensgevaarlijk door het snelle, vaak roekeloze auto-, motor- en vrachtverkeer.

Biking woman - 000 (klein)Tijdens die eerste terugrit botste ik bijna tegen een fietsende dame. Die wel in de juiste richting reed! Ze zat voorovergebogen op haar, vooraan het stuur van een mandje voorziene, conventionele damesfiets. En duwde met haar voeten naarstig op de trappers. Waarschijnlijk was die gehaast om tijdig op haar werk te verschijnen.

Was het daardoor dat ze geen teken van herkenning uitte? Volgens mij was dit immers de moeder van een schoolvriend uit mijn kinderjaren. Zelf knikte ik haar vriendelijk toe, maar van de dame haar gezicht, half verscholen achter een lange, enigszins krullende en vrij warrige haardos, was geen enkele expressie af te lezen.

Wat een verschil met vroeger! Want naar ik mij herinnerde was dat een heel praatgrage dame. Die steeds met luide stem elkeen die ze kende, van verre toeriep en als ze, tussen haar steeds weer gehaast met de fiets van hot naar her  rijden voor werk, boodschappen, familiebezoek of wat dan ook, zelfs maar even de tijd had, dan liet ze deze gelegenheid nooit onbenut om een praatje te slaan.

Maar mogelijks was er daar met het ouder worden enige verandering in gekomen. Niet erg waarschijnlijk en vanzelfsprekend, maar klaarblijkelijk toch wel het geval. Tijden veranderen en zo soms ook mensen. En aangezien mijn voorlaatste ontmoeting met mijn jeugdvriend zijn moeder reeds van misschien wel 20 jaar eerder dateerde, kon er in die tijdspanne veel gebeurd zijn dat had geleid tot een plotse, of geleidelijke gedragswijziging. En ook lichamelijke wijziging. Want ze leek me kleiner dan in mijn herinneringen. Maar dat kon zijn omdat ik toen zelf een klein mannetje was, en dan lijkt elke volwassene een reus. Of anders kwam dat misschien omdat ze inmiddels van ouderdom was gekrompen, of allicht een combinatie van deze factoren, aangevuld met een niet geheel juiste memorie.

Vanaf die dag zag ik de vrouw vrij vaak. Meestal 's ochtends omstreeks half negen, maar soms ook op andere tijdstippen. En telkens weer zei ik haar vriendelijk gedag, of lachte haar op zijn minst beleefd toe of knikte met mijn hoofd. Altijd leek ze gehaast. En me aanspreken deed ze nimmer. Maar na enkele passages, waarbij we elkaar kruisten, vertoonde ze uiteindelijk toch tekens van herkenning en begon ze mijn begroeting te beantwoorden. Non-verbaal evenwel.

Raar is het feit dat ik deze vrouw nooit elders tegenkwam en zich nimmer anders voortbewegend zag dan op haar blijkbaar onafscheidelijke fiets. Dus wat er in al die jaren nooit gebeurde was bijvoorbeeld haar aantreffen terwijl ze te voet door de straten slenterde op de wekelijkse openbare marktdag. Of met een winkelkarretje struinend door de gangen van één van onze lokale supermarkten of een andere winkel, waar ik mezelf met mijn vehikel kon in voortbewegen;

Maar zo verwonderlijk was dat dan ook weer niet. Want de dame was steeds nogal sociaal geëngageerd geweest in het dorp waar ik mijn jeugd doorbracht. Een deelgemeente van de stad waar ik woon en leef, sinds ik 'groot' ben. Mogelijks deed zij al haar inkopen lokaal en kwam ze slechts naar 'de grote stad' om haar werk uit te oefenen. Kuisen bij particulieren of op scholen, zo meende ik mij te herinneren.

Enkele jaren na die hiervoor beschreven hernieuwde ontmoeting reed ik, op een zonnige lentedag, aan een gezapig tempo, over het marktplein van mijn woonplaats, toen ik iemand mijn voornaam hoorde roepen. Een uiterst herkenbare zware vrouwenstem. Ik draaide mij met mijn rolstoel in de richting van waar het geluid afkomstig was. En daar stond ze dan!  Mijn jeugdvriend zijn ma! Maar niet in de gedaante van de persoon van wie ik reeds sinds jaren aannam dat zij het was. Het plaatje klopte nochtans redelijk. Een warrige haardos en de fiets aan de hand! Maar ze was niet gekrompen. En haar fiets was weliswaar ook een oud model, maar zonder mandje aan het stuur. Het vehikel was evenwel uitgerust met twee flinke fietstassen. Eén aan elke zijde van het fietsstoeltje, zoals het hoort.

Mijn oud-maat zijn ma was nog even joviaal als in mijn verste herinneringen. Ze vroeg me hoe ik het stelde. In dat sappige, gekke dialect van haar. Niet de streektaal van de gemeente waar ze toen reeds sinds tientallen jaren woonde, maar in deze van de plaats van waarvan ze oorspronkelijk vandaan komt en haar jeugd doorbracht.

In antwoord op mijn vraag, bracht ze me op de hoogte van de toenmalige conditie van haar zoon en daarna wisselden we nog wat woorden uit. Maar veel tijd om te babbelen had ze niet, want ze had net gedaan met haar dagelijkse werk als kuisvrouw in een middelbare school in de buurt en moest er snel vandoor om nog vlug wat boodschappen te doen en toch tijdig thuis te zijn en klaar met het bereiden van het avondeten, tegen het moment dat haar man zou thuiskomen van zijn werk.

Bij het wat later naar huis rijden moest het toch wel lukken dat, toen ik bijna de oprit van mijn woning had bereikt, vanuit de tegenovergestelde richting die dame kwam aangespurt, waarvan ik tot dan toe abusievelijk had aangenomen dat het de mama was van mijn vroegere school- en speelkameraad.

Tegen het moment dat ik had beslist of ik die dame nu zou blijven groeten als was het een oud-bekende, wat ze, zoals een goed uur daarvoor was bewezen, duidelijk niet was, of haar vanaf nu straal zou negeren, was het vrouwmens me al lang gepasseerd. Ze had me bij het voorbijrijden slechts een zuinige glimlach toegeworpen en vroeg zich nu waarschijnlijk af waarom ik haar voor het eerst in al die jaren geen gedag zei.

Tot op de dag van vandaag rijdt de fietsende dame nog regelmatig voorbij mijn huis. Wie ze is, waar ze woont en naar welke bestemming ze zich dan telkens weer zo haastig spoedt, daar heb ik het raden naar. En het interesseert mij ook helemaal niet. Maar na die ene dag, waarop de verwarring mij even in haar greep hield, ben ik deze onbekende fietsster, op momenten dat ze mijn pad kruist, iets minder uitbundig, maar toch gewoonweg beleefd, gedag blijven knikken.

17-05-09

Herinneringen uit mijn verleden - bevoorrading en zo

 

Mijn ouderlijk huis is gelegen in een gehucht van wat vroeger een klein dorp was. Wij woonden werkelijk in een boerengat. Veel van onze buren waren boeren met, zoals dat nu heet, een gemengd bedrijf, waarin dus zowel aan landbouw als aan veeteelt werd gedaan. Op heel kleine schaal weliswaar. Absoluut niet te vergelijken met de huidige omvangrijke boerenbedrijven.

De meeste andere buren waren arbeiders en hier en daar al eens iemand met een zelfstandige activiteit. Een metser of een schrijnwerker. En het merendeel van hen woonde, net zoals wij, op een voormalig boerenerf. In de stallen stonden dat wel geen koeien of varkens meer, maar dikwijls hield men nog wel wat kleinvee. Bij ons waren dat kippen en konijnen.

Onze inkopen deden we grotendeels in de buurtwinkels. En met 'we' doel ik op mijn ma, mijn zussen en mezelf. Want shoppen is mijn pa pas beginnen doen vanaf het moment dat wij een auto hadden, begin de jaren zeventig, tevens het moment dat er aan de rand van alle grote steden supermarkten opdoken. Waar alles op één adres te krijgen was, en bovendien veel goedkoper!

Maar de jaren voorheen werd alles wat wij nodig hadden, in onze eigen buurt gekocht. Zo kwam ons brood van bij de bakker uit onze straat. Wiens helper zelfs een keer of drie per week op ronde ging om ons aan huis van vers brood te voorzien. Die man sprak enkel over het weer. Goed weer, slecht weer, geen weer... iets anders kwam daar niet uit dienen mens zijn spraakorgaan.

Toen, op café, iemand hem vroeg naar het waarom ervan, antwoordde de man simpelweg dat hij, door over niks anders dan het weer te spreken, hij ook niks verkeerds kon zeggen. Hij zag veel, hoorde ontzettend veel, was van veel gebeurtenissen, vaak ongewild getuige. Maar roddelen was niet aan de man besteed. Zo vermeed hij extra twisten en hield de kerel iedereen te vriend.

Ons vlees en onze charcuterie gingen we halen bij de beenhouwer aan 't kapelletje, het centrum van onze buurt. Als ik meeging met mij ma, dan kregen wij vaak de onverkoopbare restjes van de salami's mee naar huis. Ik was daar verlekkerd op! Toen ik al wat ouder was, zond mijn ma me al eens alleen naar die winkel. Dat deed ik graag. Alleen boodschappen doen, zoals een grote mens! Fantastisch vond ik dat!

Mijn ma gaf me dan altijd een briefje mee, waarop stond geschreven wat ik behoorde mee te brengen. Tijdens de fietsrit naar de beenhouwerij leerde ik dat dan van buiten. Want als een klein ventje de gewenste boodschappen van een briefje aflezen, dat vond ik maar niks. Daar voelde ik mij veel te groot voor!

Op een zekere dag stond ik in die winkel, te wachten tot het mijn beurt was. Het was er nogal druk. Er stond al wat volk in de zaak op het moment dat ik arriveerde, en na mij waren er nog enkele personen binnen gekomen. Allemaal mensen uit de buurt. Want ander volk kwam daar niet. Toen het eindelijk mijn beurt was, wist ik niet meer wat er ook alweer op dat briefje stond geschreven. Verdikke!

Dus bestelde ik maar vast iets dat mijn ma meestal meebracht. Terwijl de beenhouwersvrouw bezig was met het snijden en wegen van dat ordertje, trachtte ik zo onopvallend mogelijk dat papiertje te bekijken dat mijn ma me had meegegeven. Het eerste lijntje kon ik duidelijk lezen en bestelde ik. Maar terwijl ik op de winkelierster haar vraag of het iets meer mocht zijn dan het gevraagde gewicht, positief antwoordde, brak ik tezelfdertijd mijn hoofd over wat er in Gods naam verder te lezen stond.

Het briefje aan de verkoopster te lezen geven, zoals mijn ma me steeds opdroeg te doen bij twijfel, daar dacht ik nog niet eens aan. Mij daar, met al dat volk in de winkel, belachelijk maken, was wel het laatste dat ik zinnes was. De roddeltantes die in dit oord overal pertinent aanwezig waren, zouden ongetwijfeld hun 'werk' doen en de eerstvolgende schooldag zou ik dan vast worden uitgelachen als het ventje dat bij het boodschappen doen mama's lijstje aan de verkoopster moest overhandigen, omdat ik zogezegd onbekwaam, achterlijk of dom zou zijn. Dat kende ik. Pesten was in die tijd in die bekrompen gemeenschap dagelijkse kost.

Om dat onheil te vermijden bestelde ik dus maar, op goed komen uit, zoals wij dat toen uitdrukten, wat fijne vleeswaren en ook een halve kilo gehakt. Dat laatste weet ik nog heel goed. Nochtans was ik absoluut niet zeker of dat item of iets wat daar van benaming op leek, ook op mijn ma's lijstje voorkwam. Maar ik had wel zin in gehaktballen, en dit, wat wij noemden 'gekapt' was daarvoor een onmisbaar bestanddeel.

Eens afgerekend reed ik rechtstreeks naar huis, want al dat vlees moest zo snel mogelijk de koelkast in. Want veel ervan kon snel bederven. Of sloeg een lelijke kleur uit, en dan was het op zijn minst niet lekker meer. En vaak zelfs helemaal oneetbaar. Zo wist ik van mijn ma. In die tijd luisterden kinderen immers nog naar hetgeen hun ouders hen, vaak tot vervelens toe, vertelden of uitlegden.

Mijn lieve ma was hoogst verbaast toen ze de boodschappen uit de tas haalde. Ze keek mij aan en begreep maar niet hoe die beenhouwersvrouw zich zo vergist kon hebben, te meer daar zulks nooit eerder was voorgevallen. Zelf vergoelijkte ik de beenhouwersvrouw door mijn ma te vertellen dat er toch wel een grote drukte heerste in de zaak en de dame allicht daardoor één en ander verkeerd van het briefje had afgelezen.

In mijn kindertijd moesten wij trouwens niet ver lopen om aan drank, voeding of om het even wat te geraken dat we thuis, in de huishouding, nodig konden hebben. Schuin over onze deur was er een klein winkeltje. Naast en in hetzelfde gebouw gevestigd als een café, waarvan de uitbaatster daarvan, ook de winkelierster was. Zulke gecombineerde uitbatingen, kwamen in die tijd veel voor in Vlaanderen. In onze, nochtans dunbevolkte buurt waren er zo zelf twee!

En voor zowat alles kon je daar terecht. Snoep, drank, koekjes, beschuiten, sigaretten, kaarsen, batterijen... Als ik mij goed herinner een aanbod dat een beetje vergelijkbaar is met hetgeen heden ten dage sommige nachtwinkels aanbieden. Maar in winkeloppervlakte waren ze doorgaans kleiner, en vaak nog meer volgepropt met allerlei spullen. Van bijna op de vloer tot haast aan het plafond.

In het winkeltje waar wij steeds aankopen deden kon je bonnetjes sparen, waarmee je dan uiteindelijk een geschenk bekwam. Zo zijn mijn ouders ooit aan een, toentertijd in elke huiskamer te vinden, op elektriciteit draaiende windmolen geraakt. Een lichtbruine, met lichtjes! En er speelde een muziekje terwijl de wieken draaiden! Het plastieken ding, signatuur 'made in Hongkong', waarvan ik toen de betekenis nog niet snapte, niemand uit ons dorp trouwens, was het pronkstuk onder de ornamenten die onze buffetkast sierden. Voor een tijdje althans. Want zulke prullen vervelen alras, zodat het object al vlug een plaatsje kreeg op een antieke, van een overleden familielid geërfde wastafel die in de traphal, annex voorraadkamer, annex mijn slaapplaats stond opgesteld. Inderdaad, in dat zowat anderhalve eeuw oude huisje waarin we woonden, was multifunctionaliteit een noodzaak. Lang voordat het woord werd uitgevonden!

Eens per week, meer bepaald op donderdag, kwam de visboer langs. Als je iets van hem wou kopen, dan moest je een emmertje aan je hekstijl hangen. Dan stopte de man sowieso. Je kon ook aan het hek staan wachten tot wanneer die venter met zijn viskraam opdaagde. En je hoorde hem van ver komen, want hij kraamde een in al die jaren nimmer wijzigende slogan uit. Zeker van de inhoud van zijn slagzin ben ik nooit geweest, maar het ging ongeveer als volgt: "Rauwe haring, bakharing,tarbot & kabeljauw! Steur, schar, zalm & schol! Hele grote mosselen! Goeie verse mosselen!" En geen bandje hé! Maar helemaal live!

En als hij je onderweg tegenkwam, riep hij je aan door zijn megafoon. Mij noemde de man steevast 'wittekop'. Niet toevallig omdat ik in die tijd qua haarkleur inderdaad nogal veel weg had van de witte van Zichem.

Die vismarchand heeft trouwens ooit eens slechte mosselen aan ons geleverd. Die werden in huis gebracht middels dat emmertje dat tot aan 's mans verschijnen aan het tuinhek hing. Want overal zakjes bij geven was toen nog niet in trek. Ofwel konden milieuactivisten, vanuit hun, naar later bleek terechte vrees overspoeld te worden door die plastieken zakjes, toen de verspreiding nog even tegen houden.

Als je boodschappen deed laadde je alles meteen in je eigen, van huis meegebrachte kabas. Of, in dit geval bij de visverkoper, in je emmertje. Mosselen althans. Hoe die andere vis van dat kraam tot in huis werd gebracht, dat herinner ik mij niet. Bij die vraag krijg ik helaas geen informatie terug vanwege mijn grijze hersenmassa.

Van die slechte mosselen ben ik dus wel goed ziek geweest! Mijn ogen zwollen op in zulke ernstige mate dat ik nog nauwelijks iets kon zien. Het ziekenhuis moest ik er niet voor in. Wel binnen blijven en in de zetel blijven zitten of liggen. Want ik zou overal tegenaan zijn gebotst. Dit voorval heeft er toe geleid dat ik jarenlang niet meer van die schelpdieren heb gegeten.

Ook onze melkboer had een vaste wekelijkse ronde. Als je melk, yoghurt of een ander zuivelproduct uit die mens zijn aanbod wou, dan werd van je verwacht dat je de lege, herbruikbare flessen aan de straatkant voor je huis zette. Dan wist die persoon dat je iets nodig had en kwam die aankloppen aan de achterdeur. Veelal had hij toen al bij wat we doorgaans bestelden. Dat bespaarde hem extra over en weer stappen naar zijn zwaar beladen camionette.

Bij de brouwer werd hetzelfde systeem toegepast. Alhoewel we, wanneer we bijvoorbeeld  een bak bier wilden, we niet het ganse krat met lege flesjes aan de straat zetten. Want dan bestond immers het gevaar dat een onverlaat er mee aan de haal zou gaan. Omwille van het leeggoed. Er werd in die tijd veel meer met hervulbare flessen en statiegeld gewerkt. Onze limonade werd ook zo aangeleverd. In zware glazen literflessen. Waarmee je, zo gewenst, gerust een volwassen mens de kop kon inkloppen. Wat naar mijn weten trouwens nooit is gebeurd. Maar zeker is dat niet. Want toen was de media nog niet zo uitgebreid.

En bij ons thuis werd ook niet met die flessen op elkanders hoofd geklopt. Waar mijn ma ze wel voor gebruikte, was voor het verpulveren van beschuiten. Door er met zo een zware glazen frisdrankfles over te rollen maakte ze daar chapelure van. Naast gehakt en ei, een onontbeerlijk ingrediënt om gehaktballen te maken. Mijn pa had die graag in de uiensaus, maar dat vond ik vies en daarom bereidde mijn ma die van mij steeds apart.

Al de drank die de brouwer kwam slijten was afkomstig van de familiale Belgische brouwerij Roman. Die trouwens op heden nog steeds actief is, en voor zover mij bekend is, met de 12de generatie Roman aan het roer, of toepasselijker gezegd de 'vaten', vooral bezig is met het brouwen van speciale bieren.

In de zomer kwam dan ook wel een keer of twee per week, en in de schoolvakantie nog vaker, vermoed ik, de ijscrèmekar langs. Van het type dat de laatste tien jaar ook nu weer vaker opduikt in de straten. Een kleine bestelwagen die rondtoerde en middels een genre scheepsbel, van ver uit de buurt reeds zijn komst aankondigde.

Er toerde ook een ijsventer rond op een soort gemotoriseerde bakfiets. Een tripoteur werd dat bij ons genoemd. Niemand uit mijn directe omgeving sprak de Franse taal. Maar er werden geen twee zinnen uitgesproken of er zat wel een Frans woord tussen. Dit ter zijde. Die ijsjesventer zijn bak was uiteraard een diepvries. En boven de ganse lengte van zijn vehikel was een scherm aangebracht zodat zijn klanten, bij felle zonneschijn, in de schaduw konden staan. Neen, tegen de regen diende dat dak niet. Wegens niet sterk en waterdicht genoeg. Als het regende reed die kerel trouwens niet rond. Want wie loopt er nu buiten en heeft zin in een bolletje roomijs als de regensluizen open staan?

Ondanks zijn bijzonder en aantrekkelijk voertuig had deze ijsjesverkoper toch minder cliënteel dan de anderen. Het is allicht moeilijk om zo vele decennia later alsnog de reden voor 's mans geringere populariteit te achterhalen. Wat zou die kennis ons ten andere opbrengen, dat de moeite getroosten om dit toch te achterhalen, kan rechtvaardigen? Mocht je het antwoord weten, dan wens ik je proficiat voor je wijsheid en veel succes ermee!

Eens ook in de uithoek waar wij woonden, het bestaan van de diepvries bekend was geworden en de meeste inwoners zo een vriezer hadden in huis gehaald, daalde de populariteit en navenant de omzet van die ijsjesverkopers enorm. En ook hun frequentie van verschijnen nam gestaag af.

Anderzijds kende de huis-aan-huis diepvriesroomijs verkoop dan weer een steile opmars. Op vaste tijdstippen kwamen die mannen met hun vrachtwagen langs om te vragen of wij soms roomijs moesten hebben. Soms wel ja. Maar meestal zei mijn ma dat we die vent moesten zeggen voorlopig verder te kunnen. Wat meestal gelogen was, want ondanks het feit dat die aan huis bestelde ijscrème het lekkerst was, kochten mijn ouders die toch liever in de supermarkt. Want daar was die veel goedkoper. En sinds we een auto hadden, een witte vijfdeurs Simca 1100 zelfs, met een grote koffer, prefereerden mijn ouders het merendeel van hun inkopen in het grootwarenhuis te doen. Waardoor we telkenmale met een koffer vol spullen, geladen in gratis beschikbaar gestelde, voor eenmalig gebruik bestemde, bruine papieren zakken met aan de buitenkant in grote letters het logo van de winkel erop.

Maar de lokale groenten- en fruitboer, met winkel in de dorpskern, raakte wel zijn waar nog kwijt aan ons. Tenminste hetgeen mijn ouders niet zelf kweekten in hun uitgebreide moestuin. Die man kwam rond met zijn rijdende winkel, waar je langs een trapje achterin de wagen naar binnen stapte. Deze groentenmarchand mocht voornamelijk dames verwelkomen en bedienen. Die gingen steevast de groentekar binnen met in hun ene hand hun geldbeugel en hun eigen boodschappentas aan de gevouwen arm. De andere hand gebruikten ze om bij het binnentreden hun lichaam in evenwicht te houden.

Dergelijke deur-aan-deur winkeis droegen toentertijd enorm bij aan het onderhoud van de sociale contacten. Want wie buiten kwam tot aan het kraam, ontmoette niet enkel de verkoper, maar steevast ook enkele buren die ook één en ander nodig hadden. En zo werden nieuwsfeiten uitgewisseld en kon men palaveren over van alles en nog wat.

Allicht vergeet ik in dit schrijfsel nog enkele leveranciers. Want er kwam ook van tijd tot tijd een messenslijper bij ons langs EN er was geregeld een bloemist die zijn waar aanbood van deur tot deur. Onze krant werd heel vroeg in de achtend aan huis bezorgd door een gespecialiseerde bezorger, op een brommertje. Wij noemde dat een Mobylette, maar ik ben vrij zeker dat die man zijn bromfiets van een ander merk was. Toen mijn zussen de pubertijd instapten, leverde die man ons dan ook nog eens elke week een Joepie, een muziektijdschrift dat wonderwel ook de dag van vandaag nog bestaat.

Die gazettenman schakelde in de zomer trouwens schooljongens in om tijdens de gerenommeerde 'Ronde van Frankrijk', de dagelijks, ogenblikkelijk na de koers gedrukte speciale kranteneditie betreffende deze wielerwedstrijd, aan de man te brengen. Die jongens, met een koerspet waarop reclame van de krant, op het hoofd, reden per twee, ieder aan één straatkant met hun fiets doorheen het dorp en de invalswegen. En bliezen, om hun in aantocht zijn, te melden, op een fluitje en schreeuwden ook nog eens: "'Het Volk! Met de uitslag van de Ronde van Frankrijk!'"

De mannen en jongens werden zo hun woning uitgelokt. En alhoewel de meesten van ons de voorbije wedstrijdetappe live op Tv hadden gevolgd, waren we er toch tuk op om ons zo een krantje aan te schaffen. Om de hoogtepunten uit de wedstrijd te herzien op zwart/wit foto's, nabeschouwingen te lezen en interessante weetjes te achterhalen.

Het was mijn ambitie om, eens ik oud en groot genoeg zou zijn, ook  met zo een schoudertas over mijn hals gehangen, per fiets die krantjes te bedelen. In functie daarvan oefende ik al voor de job, in onze tuin. En reed op mijn koersfietsje, met een pet op het hoofd, de wegels door, zo nu en dan blazend op een fluitje dat met een touwtje rond mijn nek hing, regelmatig de slogan uitroepend en bruusk stoppend als mijn bereidwillig mee'spelende' ma of zus, teken deden dat ze een krant wilden kopen. Waarbij ik één van de eerder aangekochte kranten uit mijn schoudertas toverde, met de glimlach aan de koopster overhandigde en dankbaar het onzichtbare geld in ontvangst nam.

Voorbereid en geoefend was ik derhalve voldoende. Maar jammer genoeg is de traditie van die rondekrantjes reeds ter ziele gegaan vooraleer ik de leeftijd had bereikt waarop ik deze kranten had kunnen venten.

Uiteraard kwam ook in die tijd de postbode, ofte facteur reeds dagelijks langs. Dat waren nog echte, die tijd mochten maken voor de mensen. En voor zichzelf. Want ook die van ons ging dagelijks een druppel of een pintje drinken in het café van onze buren. En wellicht ook in de andere, voor een kleine buurt, groot in aantal zijnde kroegen.

En niet enkel leveren aan huis gebeurde. Ook de oud ijzerman deed vaak zijn ronde. Waarbij je vaak nog een mooie prijs kreeg betaald voor het koper of ander waardevol metaal dat je de man kon aanbieden. En elk jaar kwam er ook iemand langs die mijn ma betaalde om wat takken af te snijden van de Hulst in onze achtertuin. Er stonden verschillende van deze groenblijvende loofbomen in de haag die zorgde voor de omzoming van onze achtertuin met logting, zoals wij onze moestuin noemden. De Hulst heeft leerachtige getande en van stekels voorziene bladeren en rode bessen. Welke in die tijd vaak gebruikt werden in Kerststukjes. En aangezien die boomsoort blijkbaar niet in groten getale overal te vinden was, kwam die heer elk jaar bij ons terecht om zich van een voldoende voorraad te voorzien. Wat mijn ma, zonder dat ze er arbeid voor moest verrichten, een aardig extraatje opleverde.

26-03-09

Zeiken

 

Plassende man - 000 (klein)Als overredingsmiddel om de door mij, en vele anderen zeer gewaardeerde collega-blogger MizzD met haar Hollandse Nieuwe ! bij ons te houden, heb ik haar beloofd om zo nu en dan een foto van een halfnaakte jonge knappe man op mijn eigen weblog te plaatsen.

Belofte maakt schuld. Maar afbeeldingen tonen van knappe halfgoden van mannelijke kunne, dat strookt niet echt met mijn interesses. En ik heb trouwens ook liever niet dat de mensen een verkeerd gedacht van me krijgen. Knipogen

Dus ging ik op zoek naar een aanleiding en rechtvaardiging voor het op mijn blog plaatsen van Peeing boy - 000 (klein)die gozers. En ik heb ze gevonden! In de overpeinzing die aanvangt in de alinea na de volgende.

MizzD, Moeder Overste, Veerle en alle andere liefhebbers van mannelijk schoon: ik hoop dat de hier getoonde gasten, naar jullie normen. mooi genoeg zijn! Oké, die ene heeft nog veel kleren aan, maar zijn armen zijn onbedekt en hij heeft een blote... kop! Dat compenseert, niet? En die andere bink is super jong, geheel naakt en... schattig, hé?! Met zijn blonde krulletjes. Knipogen

Als je in een lichamelijke toestand terechtkomt, zoals de mijne, dan geraak je doorgaans de meeste, zo niet al je vroegere kameraden kwijt. En is het ontzettend moeilijk om nieuwe maten te vinden en te behouden. Niet omwille van een gebrek aan durf of onmondigheid. Neen, louter omwille van je fysieke toestand!

Enerzijds omdat je niet kan deelnemen aan activiteiten waarvoor je belangstelling hebt, en waarbij je gewoonlijk in contact zou komen met personen die je interesses delen. Bij mij is dat ondermeer hardlopen, dansen, stappen, op stap gaan... Anderzijds door je verplaatsingsproblematiek, het toegankelijkeidsvraagstuk en je afhankelijkheid van derden.

Plassend jongentje (klein)Als ik  al eens door iemand wordt uitnodigt om samen ergens heen te gaan, dan heb ik dus in eerste instantie af te rekenen met mijn gebrek aan aangepast vervoer,  vervolgens rijst de vraag naar de toegankelijkheid van onze bestemming en tot slot is er het feit dat ik niet op mijn eentje kan plassen.

Net zoals dat ventje hiernaast, doe ik dat, met de hulp van iemand anders, in een kan. En, bij gebrek aan een toegankelijk toilet, ook dikwijls semipubliekelijk! Maar doorgaans niet met zulk een sexy toeschouwers! Lachen

Dus als ik uitga dien ik ofwel die periode in tijd te beperken, zodat ik thuis ben tegen dat mijn blaas wil geledigd worden, ofwel iemand mee vragen om me te assisteren, wat de privacy enorm beperkt. En hoe dan ook is het aangeraden om voor en tijdens het uitgaan weinig tot niks te drinken.

Inderdaad, plezant en gezellig is anders! Maar als er mij iemand mee uitvraagt voor één of andere voorstelling of evenement, dan kan ik toch moeilijk zeggen: "Ja, akkoord, als je belooft mijn penis vast te houden als ik moet plassen!" Eerlijk gezegd, als iemand mij, 10 jaar geleden, voor een dergelijke keuze had gesteld, dan weet ik ook niet wat ik zou hebben geantwoord. Misschien dat ik me plotsklaps zou hebben herinnerd dat ik die dag eigenlijk niet kon uitgaan, want dat mijn kat elk moment kon bevallen en dat ik daar dan best aanwezig bij zou zijn. Terwijl ik niet eens een poes heb!

Of mogelijks wachtte ik tot net na het afgesproken tijdstip, om dan te bellen met de melding dat ik er jammer genoeg niet zou geraken omdat de auto niet wou starten, of omdat mijn vrouw er dringend en onverwacht met het vehikel was vandoor gegaan! Of dat we beiden urgent naar de kliniek moesten omdat mijn schoonmoeder ongelukkig ten val was gekomen toen ze in het donker op weg was naar de stal om haar dwergkonijntjes eten geven! Of gewoonweg niet gaan en hem de volgende dag opbellen en verbolgen verklaren dat ik op een bepaalde (andere dan afgesproken) plaats had staan wachten, en boos vragen waarom hij niet was komen opdagen?!

We kunnen om onze beperkingen, en de jammerlijke gevolgen daarvan, maar beter af en toe eens hartelijk lachen, in plaats van dat we er gefrustreerd om zouden zijn! Lachen

Tot wie zich geroepen voelt om met adviezen voor de dag te komen voor een alternatieve plasmethode, anders dan puur natuur, zeg ik bij voorbaat: neen, bedank! Knipogen En alle hulpmiddeltjes en incontinentiemateriaal die te verkrijgen zijn, heb ik ter mijne beschikking of ben ik van op de hoogte, dus ook daaromtrent heb ik geen raadgevingen nodig! Knipogen

Het filmpje hieronder heeft elkeen van jullie allicht reeds eerder gezien, doch ik wil niet nalaten het hierbij nog eens te publiceren, omdat het heel nauw aansluit bij het onderwerp van deze blog.

 

 

>>> Wie de afbeeldingen in een groter formaat wenst te zien, dient enkel eens met de cursor op het prentje te gaan staan en dan op de linker muisknop te klikken <<<

18-10-08

Krijtlijn

Begin augustus van dit kalenderjaar startte ik, geheel ongepland, met deze weblog. Toen ik mijn eerste berichtjes had gepubliceerd, besefte ik meteen dat, zo ik wou dat deze gelezen werden, de potentiële lezers me moesten weten te vinden. Dat dit niet vanzelf zou gaan, was evident. Een eerste stap was de link naar mijn blog doorsturen naar vrijwel iedereen van wie het e-mailadres zich in mijn adressenboek bevindt. En tevens naar alle personen wiens website ik de voorbije twaalf maand had bezocht, en die ik de moeite waard had gevonden om er een bladwijzer voor te maken (= toevoegen aan favorieten, voor hen die volharden in het gebruik van Internet Explorer).

Sofie Vanhoutte

Eén van die bewaarde links was deze naar de site van Sofie Vanhoutte, een West-Vlaamse jongedame met wielen onder haar poep, maar vooral met pit! Als je even googelt (*) met haar naam dan sta je op zijn minst verstelt van hetgeen je over Sofie te lezen krijgt. Dit is ongetwijfeld een moedig meisje met inhoud, visie en sociaal engagement. Een juffrouw met een realistische kijk op het leven, waar ze zich lustig doorheen spartelt. Een bezige bij die al heel wat heeft ondernomen. En dus helemaal 'geen zittend gat' heeft. Althans figuurlijk niet! Knipogen

Tot daar een korte voorstelling van Sofie. Die blijkbaar prompt inging op de uitnodiging om mijn weblog te bezoeken en me naderhand verblijdde met een leuke reactie. En, schrander als deze juffer is, van de gelegenheid gebruik maakte om me te attenderen op een organisatie, waarvan zij één van de initiatiefnemers is. Krijtlijn is de naam.

Krijtlijn

De nobele bedoeling van deze organisatie is het coachen van personen, wiens levenskwaliteit danig wordt bemoeilijkt door bijvoorbeeld een fysieke beperking. Met de intentie deze mensen bij te staan in hun persoonlijke ontwikkeling. Hen mondig en weerbaar te maken, te helpen en te ondersteunen in het ontwikkelen van hun favoriete activiteiten. Met als ultiem objectief de, in beginsel 'kans'arme doelgroep, toch 'kansen' te bezorgen en hen daarmee de aanzet te geven tot een zo succesvol en plezant mogelijk leven! De vereniging wil zich trouwens niet louter beperken tot mensen van bij ons, maar, onder de naam 'Chalkline', ook activiteiten ontwikkelen in het buitenland. Inclusief ontwikkelingslanden, alwaar dit zal gebeuren in samenwerking met aldaar actieve NGO's.

Euro's - Collage - 000

Als die, op heden nog niet opgedaagde sponsor voor mijn busje, na de aankoop van dit vehikel, nog wat Eurobiljetten met een groot cijfer op, over heeft, dan zal ik hem het overhandigen van een financiële bijdrage aan de Krijtlijn warm aanbevelen! Lachen

(*) volgens het 'Groene Boekje' en 'Van Daele' de enige juiste schrijfwijze.

16-08-08

Kom op straat

Als ik afga op de vele positieve reacties die de voorbije dagen in mijn mailbox werden gedropt, dan ben ik goed bezig. Dus ga ik maar vlijtig door met de gaten hier vol te schrijven. Indien, ondanks mijn intentie om zulks te vermijden, mijn geschriften op een bepaald ogenblik toch saai en slaapverwekkend zouden worden, geef me dat een seintje… voordat je indut!

Profiterend van de mooi-weer-momenten, en het feit dat mijn onmisbaar vehikel terug redelijk functioneert, doe ik ’s avonds al eens een toertje in de buurt. Zo ook gisteren. Genietend van de laatste zonnestralen van de dag, die de benen die onder mijn korte broek uitstaken, heerlijk verwarmden. Meer had ik niet nodig. Het zijn immers die kleine dingen die mij heden nog behagen.

Tijdens zo een avondritje door de omgeving, kom ik doorgaans nog maar weinig in beweging zijnde auto’s tegen. Maar wel al eens een (brom)fietser, een jogger, of een hondje dat, aan een leiband, een dame of heer met zich meetrekt. En hier en daar staat er iemand in haar of zijn voortuin een frisse neus op te halen. Of  integendeel de muffe rook van een sigaret te inhaleren. En meestal krijg ik van die mensen een groet (terug). Voorts geniet ik ondermeer van het zicht op de vele prachtig aangelegde en goed onderhouden tuinen en hier en daar een vogel op een tak.

Door het gezapig tempo waarmee ik mij als rolstoeler voortbeweeg, merk ik dit dus allemaal op. Datzelfde ervaren ook voetgangers, fietsers en zelfs personen die skateboarden of skeeleren. Als zachte weggebruiker zie je meer en heb je meer sociale contacten. Vandaar ook dat ik een gedreven voorstander ben van verplaatsingen met de fiets of te voet. Met de campagne kom op straat van de voetgangersbeweging, waarvan ik sinds een dikke vijf jaar deel uitmaak, ijveren we er ondermeer voor om de mensen (weer, en meer) op straat te laten komen. En tegelijkertijd dringen we er bij de overheid, in dialoog, op aan, te zorgen voor kwalitatieve, uitnodigende openbare ruimtes, zodat iedereen zich op een aangename en veilige manier kan verplaatsen.

Wat ik gisteren ook opmerkte waren warme luchtballons… wel 10! En ze dreven allemaal in mijn richting. Afgeleid door het kijken naar die luchtschepen en de voortgang van afbraakwerkzaamheden aan een woning in mijn straat, vergat ik even dat er om elke hoek gevaar schuilt, en vloog bijna uit de bocht! De gebrekkige staat van het fietspad, bezijden de gewestelijke verkeersweg, had mijn rolstoel uit balans gehaald, zodat ik er bijkans terug mee in de problemen zat. Maar ik had geluk! Of is er uiteindelijk toch een beschermengel die over me waakt?