13-01-11

Uitvaart van mijn pa

 

Doodsprentje pa.JPG

 

Je hebt je leven geleefd, intensief;
met graagte en enthousiasme, zorgzaam en heel actief.

Jij en Lisette, je vrouw en toeverlaat,
stonden steeds voor elkaar en voor de anderen paraat.

Samen hebben jullie vele problemen getrotseerd,
maar ook talloze mooie plannen gerealiseerd.
 
Zo hebben jullie grootgebracht, met liefde, animo en brio,
jullie 4 kinderen: Carine, Linda, Rudi en Mario.

Je bouwde eigenhandig een nieuw huis,
en bood daarin je gezin een warme thuis.

Sinds 2006 werd je door een vreselijke ziekte belaagd,
die je, met de jou zo typerende wilskracht en levenslust, jarenlang hebt verjaagd.

Vandaag ben je helaas niet meer aan het aardse leven gebonden,
maar heb je gelukkig in de hemel vast al Carine en Mario teruggevonden.

We missen je nu al, weet dat wel;
rust in vrede, pépé, pa, Marcel!


11-01-11

De klok tikt (nog steeds) even snel

Het leven gaat door - 000.JPGOok nu mijn pa er niet meer is gaat het leven gewoon door. Zo gaat dat. Ook ik weet dat er elke dag meerdere mensen overlijden. En steeds zijn zij die heengaan iemands vader, grootmoeder, broer, nicht of kind. Altijd komt hun dood te vroeg. En heerst er verslagenheid en verdriet bij hen die achter blijven.

Die wetenschap helpt mede het verlies van mijn vader te relativeren, maar mildert niet de pijn en vult niet de leegte op die achterblijft na het doodgaan van mijn pa. Mijn leven zal wezenlijk veranderen, de ‘gewone’ gang van zaken. Iedereen komt eens aan de beurt. Maar ik had mijn vader graag nog wat langer bij ons gehad.

Kankercel valt aan - 000.JPGTegen die vreselijke vijand, kanker, is evenwel niemand opgewassen. Zelfs mijn pa moest na viereneenhalf jaar verbeten strijd, uiteindelijk de duimen leggen.

Mijn vader idealiseren, nu hij dood is, daar behoed ik mezelf voor. Het is trouwens net de combinatie van zijn goede eigenschappen met deze die ik persoonlijk wat minder aangenaam vond, die maakten dat mijn pa de mens was die hij is geweest. Zo kon mijn vader, net als elke ouder, ik incluis, enorm zagen. In mijn ogen uiteraard vaak onterecht, maar om eerlijk te zijn toch ook dikwijls met recht en rede. In de marge hiervan ga ik hiernavolgend iets belerend vertellen.

Pa in zijn kostuum (klein).JPGOngeveer 4,5 jaar geleden kreeg mijn pa dus het zware verdict op zijn boterham gesmeerd dat hij terminaal ziek was. En er enkel een twijfelachtig kans was op enige levensverlenging als hij chemokuren zou ondergaan. En daar koos hij voor, want mijn pa wilde blijven leven.

Toen ik een half jaar later, iets meer dan 4 jaar geleden dus, net voor de jaarwisseling, ook ernstig ziek werd, meermaals in het ziekenhuis, op intensieve zorgen terecht kwam en mijn levenseinde leek te naderen, overwon mijn pa zijn eigen ziek zijn door de afmattende therapie, en haalde de kracht, weet ik veel van waar, om toch maar samen met mijn ma bij mij te kunnen zijn.

Gebalde vuist - 000.JPGUiteindelijk overleefde ik dat nare avontuur. Mijn vader zijn strijdvaardigheid zwakte evenwel niet af. Dapper aanvaardde hij het pijnlijke lot dat hij, die altijd zo graag werkte en bezig was, lichamelijk alsmaar minder kon verrichten. Mijn pa heeft meermaals gezegd dat ik voor hem een voorbeeld was. Dat, als ik mij kon tevreden stellen met een leven, afhankelijk van anderen, hij dat ook moest kunnen. En dat ik, ondanks alle voortdurende fysieke pijn en ongemakken, toch steeds mezelf ben gebleven, mijn waardigheid heb behouden en nog enige kwaliteit haal uit mijn aardse bestaan, gaf mijn pa, naar eigen zeggen, moed en hoop. En sterkte hem in zijn strijd. En met de honderden sms’jes die ik hem stuurde was hij zo blij en voelde hij zich zo gesteund.

Pa met Rudi - 000 (klein).JPGWaarmee ik maar wil duidelijk maken dat, als je het leven in een breed perspectief bekijkt, er tegenover elk negatief aspect ook wel een positieve dimensie staat. Dat mijn toenmalig ziek zijn en mijn huidige fysieke conditie en de manier waarop ik daar mee omga, een gunstige invloed heeft gehad op mijn pa zijn laatste levensjaren, is alweer een element dat aangeeft dat mijn lijdend leven niet zinloos is. Dat er ook een positieve zijde aan vast zit. Wat mij dan weer sterkt, waarmee de cirkel van het positivisme rond is.

Ondanks het feit dat mijn pa en ik zo veel van elkaar verschilden, hebben we elkaar steeds graag gezien. En hebben we door de jaren heen ontzettend veel samen gedaan. Soms ongepland en uit noodzaak, maar veel vaker bewust en uit vrije keuze. Samen werken, samen ontspannen, elkaar helpen… we hebben het allemaal gedaan!

Meer dan ooit komen momenteel de herinneringen aan gezamenlijke activiteiten bij me naar boven. En vervullen ze me in deze sombere dagen toch met enige blijheid. Wat me enorm motiveert om mijn gevoelens van triestheid op een positieve manier te kanaliseren door de komende tijd verhalen te schrijven waarin mijn vader een prominente rol speelt. Dat is volgens mij een mooie manier om mijn pa te eren Lachen

Bedankt - 000.JPGAllen die me condoleerden via deze blog, Facebook, een privébericht, per sms of telefonisch, en hun mentale steun betuigden aan mij en mijn pa’s andere nabestaanden, wens is van harte te bedanken. Want al jullie berichtjes deden mijn ma en mij heel veel deugd!

07-01-11

Mijn papa, 5 februari 1937 – 7 januari 2011

 

Pa (6 april 2008).JPG

 

02-03-10

Liftperikelen in het UZ

  

Toen ik, in de zomer van 2000, pas in de revalidatiekliniek, het RC genoemd, was gearriveerd, keek ik wel mijn ogen uit. Van een ex-kamergenoot op de verpleegafdeling neurochirurgie, die al eerder naar het RC was getransfereerd, maar zo nu en dan nog eens terug kwam, had ik nochtans vooraf wel al te horen gekregen waar ik me aan kon verwachten.

Nogal wat mensen met een tetraplegie, dus verlamming van ondermeer de vier ledematen. Tevens een aantal personen met een paraplegie, zijnde verlamd aan de onderste ledematen. En voorts iemand met een hemiplegie, dus halfzijdig verlamd, en voorts enkele individuen die één of meerdere ledematen misten of althans een deel ervan.

Een bont allegaartje fysiek beperkte personen dus. Waarvan de meeste onder hen zich verplaatsten met gebruik van één of twee krukken, een wandelrekje of middels een rolstoel. Manueel of elektrisch. Enkele mannen waren daar evenwel nog niet aan toe en werden in hun kamer van bed naar massagetafel getransfereerd en al liggend naar de oefenzaal verplaatst.

Allen samen zouden zij de eerstvolgende tijd, die ik zo kort als mogelijk wou houden, een belangrijk deel uitmaken van mijn leefwereld. Ondanks de voorafgaandelijk verkregen informatie en spijts het feit dat ik zestien jaar eerder ook al eens een half jaar op die plek verbleef, was het toch even wennen.

bandaged-man in wheelchair - 000De eerste keer dat ik mijn kamer werd uitgerold, gezeten in een zwartkleurige manuele rolstoel, die ik reeds op de verpleegafdeling op eigen dwingend verzoek had ter beschikking gekregen, zag ik bij het passeren van de ontspanningsruimte een vent zitten die zo uit een humoristische sketch kon zijn geplukt!

De al iets oudere heer, zat in een compacte elektrische rolstoel, met grote wielen achteraan, en iets kleinere vooraan. Met één van zijn armen in witte plaaster gestoken en, ter hoogte van de schouder, gestrekt naar voren gericht. En op die plaats en in die positie gehouden door een constructie met dunne, doch stevige metalen waterleidingsbuizen.

Dit kon toch niet echt zijn? Zulke constructies werden toch enkel in humorfilmpjes gebruikt? Het bleek evenwel geen frats te zijn. Enkele dagen later kreeg ik van de man in kwestie, die ik hier gemakshalve Jozef zal noemen, te horen, dat hij enkele maanden daarvoor, zittend in zijn auto, na een hoofdbeweging, ineens zijn lichaam niet meer kon verroeren. Waarschijnlijk ten gevolge van een bloedklonter die zich plots, ter hoogte van de nekwervels, in het ruggenmerg had vastgezet.

Zo was Jozef dus verlamd geworden aan de vier ledematen. Om zijn grotendeels willoze armen en handen toch nog enige functionaliteit te geven, zou hij een aantal heelkundige ingrepen ondergaan waarbij ondermeer pezen werden verplaatst, verkort en/of verlengd. En ik meen mij te herinneren dat die lachwekkende lichaamspositie waarin Jozef zich tijdelijk verplaatste, onderdeel was van de helingprocedure na één van die medisch-technische operaties.

Van Jozef, die helaas inmiddels reeds sinds enkele jaren is overleden, herinner ik me trouwens een incident waarin de brave man de hoofdrol speelt.

Omdat hij zelf niet op de knop kon drukken om de kokerlift aan de vragen of de automatische deuren er van te openen, diende de brave man, zo hij op dat moment de enige wachtende potentiële liftgebruiker was, steeds iemand aan te spreken om op de knop te drukken. En eens in de liftcabine, ook op de knop te drukken van de etage waar hij heen wou. Het gelijkvloers, de kelder of de eerste verdieping.

Waarna de vriendelijke helper of helpster vlug de kooi uitsprong. Want aangezien Jozef achterwaarts de lift inreed, kon hij immers, eens aangekomen op de juiste hoogte, zonder de hulp van derden, probleemloos, en zonder tegen iets of iemand aan te botsen, door de elektrische schuifdeuren, de lift uitrijden.

Nu was die lift al een sinds een jaar of dertig geïnstalleerd en begon deze ouderdomsverschijnselen te vertonen en slijtageproblemen. Waardoor hij regelmatig dienst weigerde. En iedereen diende gebruik te maken van de tweede in het gebouw aanwezige lift. Die overigens veel kleiner was dan het andere exemplaar.

Tot de gespecialiseerder herstelploeg ter plaatse kwam. Wat meestal vrij snel gebeurde. Tenminste als die, via de noodtelefoon in de liftkooi of anders telefonisch door iemand van de verpleging, paramedici, kuisploeg, refterdames... van het euvel op de hoogte werden gebracht.

Wat niet gebeurde op het moment dat de lift vast kwam te zitten met enkel en alleen Jozef erin. Want de man kon telefonisch geen alarm slaan omdat hij fysisch niet in staat was om de noodhoorn vast te nemen. En elke andere persoon die de lift wou nemen, ineens doorstapte of doorreed naar de volgende lift.

Tot er dan toch iemand dromerig en geduldig op de lift wachtte waarin Jozef vastzat. Geen notie nemend van de rode indicator die een panne aanduid. De lift kwam niet, maar de met een goed gehoor behepte dromer hoorde wel het flauwe hulpgeroep van Jozef. De verlamming had immers ook de werking van 's man spier en pees van het middenrif aangetast. Wat dan weer een invloed had op Jozef zijn longwerking en ergo de onmogelijkheid veroorzaakte om luid te praten, laat staan te roepen. Uiteindelijk is Jozef, na minstens een half uur eenzaam opgesloten te hebben gezeten, na een dringend ingrijpen van de technische herstelploeg, uit de lift kunnen rijden.

Ligtvoet LMD blue - 000Zelf ben ik ook ooit eens komen vast te zitten in een lift. En wel op de terugweg van een mij, via de onderaardse gangen van het ziekenhuiscomplex, in de late namiddag naar een afspraak begeven in één van de poliklinieken. Toen verplaatste ik me reeds sinds geruime tijd middels een elektrische rolstoel.

Op mijn heenweg had ik een, zich daar in die molpijpen al fietsend voortbewegend personeelslid, aangesproken om de manueel te openen liftdeur voor me open te houden, zodat ik er achterwaarts in kon rijden, de knop van de eerste etage, waar ik zijn moest, in te drukken en de deur voor me te sluiten.

Een bedankje, een groet en ik was weg, de hoogte in. Van -1, over 0, tot +1, alwaar de lift halt hield. Ik reed met mijn blauwe elektrische rolstoel zachtjes vooruit. De druk tegen de liftdeur, door mijn op de voetsteunen van mijn verplaatsingsmiddel staande onwillige stappers, liet deze op scharnieren draaiende deur open gaan, zodat ik de wachtruimte van dit dispensarium kon inrijden. Waarna de deur zachtjes achter me dichtklapte. Nog vooraleer een verbaasde, van zijn stoel opstaande, op zijn beurt wachtende persoon zijn intenties om me met de deur te helpen, had kunnen waarmaken.

Toen het consult was beëindigd, was het in de gang behoorlijk donker en was er in de wachtzaal niemand meer te bespeuren. Dus reed ik terug de gang in om een nog in het gebouw aanwezige menspersoon te zoeken die me naar beneden kon helpen. In een kantoortje waar nog licht brandde, zag ik door het half gematteerde vensterraam enige beweging. Ik tikte op het raam. Waarop een dame, met haar jas reeds aan, en een handtas in de hand, de deur opende. Zij wou me met graagte helpen en moest trouwens de kant van de lift uit. Om via de trap ernaast, naar de uitgang te stappen op het gelijkvloer. Want het sluitingsuur van het zittingslokaal voor poliklinische behandeling was reeds ruimschoots voorbij; Zodat deze dame, net zoals haar collega's die reeds vertrokken waren, ook huiswaarts mocht gaan.

De vriendelijke dame hielp me dus de lift in, drukte op de knop voor transport naar de kelderverdieping, ontving mijn dank, en sloot na onze wederzijdse afscheidsgroet, de liftdeur. Waarop de liftcel zich in beweging zette. Om even later tot stilstand te komen... tussen twee verdiepingen! De licht in de cabine ging uit. Wat nu? Een mobieltje had ik toen nog niet. Wie had ik trouwens met dat ding moeten bellen? Met wat wringen van mijn lichaam slaagde ik er in om in het duister de knop te vinden en er met de wijsvinger van mijn linkerhand zelfs op te drukken. Waarop de lift zich weer in beweging zette.

Zij die van drama houden zullen op hun honger blijven zitten, want ik ben tot in de kelderverdieping geraakt zonder dat er zich een herhaling van het probleem voordeed. Maar dit voorval was voor mij een nuttige les. Nadien ben ik, ondanks het vaak voorkomende onbegrip van derden, omwille van deze houding en dit principe, nooit meer een krappe, oude lift ingereden, zonder een andere, valide persoon bij me. De enige liften waarin ik me wel nog alleen in durf te laten verplaatsen zijn de grote, ruime exemplaren, waarin ik me probleemloos kan draaien, het bedieningspaneel kan bedienen en van de noodtelefoon gebruik kan maken. En die je voornamelijk vind in moderne, recent gebouwde ziekenhuizen, grote winkelcentra, overheidsgebouwen...