24-04-10

De vuile was?

  

Die gaan we vandaag en morgen NIET buiten hangen; letterlijk, noch figuurlijk. Maar wel het proper gewassen goed. Want met dit mooie weer zou het ZONDE zijn om niet de natuurelementen de klus te laten klaren, maar de droogkast. Neen, deze laatst vernoemde machine heeft twee dagen vrijaf gekregen. Te meer daar er dit weekend, onder de slogan 'Hang het uit!' een energiespaaractie loopt, georganiseerd door de KVLV. En ik sluit mij graag aan bij dit initiatief, dat tot doel heeft de mensen te sensibiliseren tot een verantwoord omgaan met energie.

 

De vuile was


Nu is het zo dat wij hier thuis sowieso zo min mogelijk gebruik maken van de droogkast. Toen we, wegens het onherstelbaar defect gaan van ons vorig exemplaar, het eens een half jaar zonder droogkast hebben gered, was dat heel goed merkbaar op onze elektriciteitsfactuur. En we drogen dan nog aan het nachttarief! Nu ja, praktische, betaalbare machines zijn er om gebruikt te worden, dus doen we dat ook. Maar van zodra het weer het toelaat, wordt bij ons de was buiten aan de draad gehangen, of aan het droogrek.

En naast het uit de brievenbus halen van de post, het wekelijks buiten zetten van de vuilbak en/of -zak en soortgelijke activiteiten, is het ophangen en achteraf weer van de draad halen van de was, een goed excuus om eens buiten te komen en in beweging te zijn. Dus, op de koop toe GOED voor de gezondheid!

16-04-10

Allen de straat op

  

Koning auto - 000Nu de lente in het land is, is het zeker interessant om je als 'zachte weggebruiker' over het publiek domein te bewegen. Er is gelukkig al jarenlang een kentering aan de gang naar meer fiets- en voetgangersverkeer. Eventueel in combinatie met het openbaar vervoer: trein, tram, metro en lijnbus. Maar al te veel fietspaden en trottoirs liggen er abominabel bij. En er wordt bij de (her)aanleg van wegen nog steeds veel te weinig aandacht besteed aan kwalitatieve en veilige fiets- en voetgangersvoorzieningen. Koning auto heerst nog steeds over de weg. Samen met het ander snel wegverkeer, zoals vrachtwagens, bestelwagens, bussen en motoren. En in het straatbeeld wordt het bewijs geleverd dat het belang van dit gemotoriseerd verkeer nog steeds primeert.

Nochtans is er in het verkeerswezen een principe vooropgesteld dat inmiddels genoegzaam bekend is: STOP. Wat staat voor Stappers - Trappers - Openbaar vervoer - Privaat gemotoriseerd vervoer. Het duidt de volgorde aan van prioriteit, die men aan de verschillende verkeersmodi geeft in dit idealiter systeem. In de praktijk blijkt dat er zowel bij het ontwerp als bij de uiteindelijke uitvoering van verkeersinfrastructuren, nog al te weinig wordt vastgehouden aan dat principe.

Zolang er ten gronde niks verandert aan de mentaliteit van hen die beslissen over hoe de verkeersinfrastructuur op het openbaar domein er uit moet zien en er niet met zowel de noden van de buurtbewoners wordt rekening gehouden als met deze van het doorgaande en bestemmingsverkeer, en het STOP- principe niet systematisch wordt toepast, blijft de zachte weggebruiker ondermaats gediend.

Bakfiets - 001 (klein)Bovendien houdt men nog absoluut niet genoeg rekening met de omvang en de gebruiksvereisten van allerlei nieuwe, of opnieuw populair geworden 'zachte' vervoersmiddelen: ligfietsen, bakfietsen, vouwfietsen, steps, skateboards, inline skates ... Ook niet met kleuterbuggy's die gekoppeld worden aan en voortgetrokken door de fiets van de (groot)ouders en het gebruik van fietstassen aan beide zijden van het stalen ros (om bijvoorbeeld de boodschappen in weg te stoppen). Maar evenmin met driewielers (voor volwassenen met een fysieke beperking ), scooters (voor mensen die moeilijk te been zijn), elektrische buitenrolstoelen, steeds meer in zwang rakende rollators... De tijd dat oudere mensen of personen met een fysieke beperking hoe dan ook niet (meer) naar buiten kwamen, ligt immers gelukkig reeds grotendeels achter onze rug. Maar de overheid ziet hun (specifieke) noden, waar evenwel iedereen mee zou gebaat zijn, helaas nog veel te dikwijls over het hoofd.

De verstandige lezer concludeert met mij dat de doorsnee trottoirs en fietspaden veel te smal zijn om een vlot en veilig verkeer toe te laten. Voeg daar het feit aan toe dat ze vaak slecht zijn aangelegd en doorgaans nog slechter worden onderhouden en je komt uit op een oncomfortabele rijwijze. Wat vele mensen er toe aanzet om voor hun verplaatsing dan toch maar van hun auto gebruik te maken.

Speciale fiets - 003 (klein)De heden dikwijls aangelegde fietspaden voor tweerichtingsverkeer zijn in dit opzicht plezanter om je over te verplaatsen. Zolang er zich niet te veel verkeer over beweegt tenminste. En elke gebruiker respect heeft en toont voor de andere. Dus zonder toestanden met zenuwachtige pseudowielrenners of mountainbikers die verwachten dat, als zij er aan komen, iedereen terstond de baan ruimt voor hen. Geen ongeduldige fietsers die niet even hun snelheid temperen, om bijvoorbeeld twee gemoedelijk naast elkaar rijdende peddelaars, na het horen van het belgerinkel van de achterligger, de tijd te geven om rustig aan achter elkaar te gaan rijden. En zo verder en zo voort.

Waar wijde trottoirs werden aangelegd, stel ik vast dat de extra ruimte helaas nogal vaak wordt vol gezet met bloembakken, publiciteitsborden, fietsrekken en andere voor voetgangers uiterst hinderlijke objecten. Of grotendeels worden ingepalmd door de buitenterrassen van horecazaken. Met als naar gevolg dat stappers dikwijls alsnog moeten uitwijken naar de autoweg. Met alle gevaar van dien.

Zeldzaam zijn zij die zich als zachte weggebruiker kunnen bewegen van thuis tot aan een enkele kilometers verderop gelegen bestemming, zoals bijvoorbeeld de school, het station, het werk, een multifunctioneel buurtgebouw... zonder door ook maar enig obstakel te worden gehinderd. Als het geen losliggende tegels, putten in de weg of andere technische mankementen zijn, dan is het vast een op een foute plaats ingeplante verkeerspaal, een onveilig kruispunt of een totaal gebrek aan een fiets- of voetgangersvoorziening. Om budgettaire redenen of omwille van plaatsgebrek of godweet welk ander ridicuul excuus, worden in het verkeerswezen faciliteiten voor stappers en trappers blijkbaar nogal vaak niet nodig geacht.

Zachte weggebruikersWat me nog steeds stoort zijn buurten waar een 'zone 30' van kracht is, maar waar men deze tracht af te dwingen met kunstmatige wegversmallingen hier en daar. Met als gevolg dat op de obstakelvrije stroken tussenin, door menig automobilist, motorrijder of bromfietser nog eens goed gas wordt gegeven. Met alle gevaren van dien. Vaak zijn die wegversmallingen, in plaats van overrijdbaar, opgebouwd uit betonblokken, met als gevolg dat bij een uitwijkmanoeuvre, wegens bijvoorbeeld een plots opduikende tegenligger, de autobestuurder een fatale crash maakt. Hoe zeer ik snel en roekeloos rijden ook afkeur, een (zware) verwonding of de dood, wens ik geen enkele automobilist toe. Hoe onbezonnen die ook mag hebben gereden.

De 'traag verkeer' zones zouden over het ganse traject dusdanig moeten zijn aangelegd dat er automatisch aan een lage snelheid wordt gereden. En gemengd verkeer ten volle en veilig kan functioneren. Zonder dat deze of gene weggebruiker gefrustreerd is of zich ergert aan een andere. Groenaanleg en bochtige wegen kunnen dit bewerkstelligen. Er zijn talrijke studiebureaus die de expertise in huis hebben om dit zowel visueel aantrekkelijk als verkeerstechnisch overeenkomstig de geldende wetgeving voor elkaar te krijgen.

Wat is er prachtiger dan het beeld van door elkaar krioelende voetgangers, fietsers, op rijwielen in alle soorten en formaten, auto's, motors, skeelers, jongeren op step, skateboard of zich voortbewegend op een springstok, rolstoelers, rolschaatsers, brommertjes en scooters... Jong en oud door elkaar, gebruik makend van diverse verplaatsingsmiddelen. Zich voortbewegend in woonwijken, maar ook daarbuiten. Een mooie droom? Zeker weten, maar wel één die mits wat goede wil van iedereen, op termijn kan worden gerealiseerd! Lachen

08-04-10

Te paard

  

Cowboy RudiAls klein ventje was ik gek van 'het Wilde Westen', waar de cowboys en indianen hun dagen vulden. Vaak liep ik, dikwijls na het bekijken van een westernfilm op onze zwart/wit televisie, rond in onze tuin, verkleed als cowboy of als indiaan. Dat wisselde wel eens. Mijn voorkeur en sympathie ging eigenlijk vooral uit naar de roodhuiden, doorgaans de underdogs. Dat gegeven sprak mij aan. Alsook de lichtbruine huidskleur van deze mensen, hun lange haardos, hun kledij en het feit dat deze dappere krijgers geen nood hadden aan een zadel om hun paard te berijden.

Toch was ik ook graag cowboy. Als knaap had ik zelfs een heus cowboykostuum. Toch was het vooral het hoofddeksel van de veedrijvers dat me aansprak. Er zijn tijden geweest dat ik elk moment dat ik thuis was, een cowboyhoed op mijn hoofd had. Ik herinner me een bruin exemplaar dat ik heb gedragen tot het op de draad was versleten. Jammer genoeg kon ik me toentertijd geen echte cowboyhoed permitteren. Want het feit dat je daar, zoals ik in menige film had waargenomen, om te drinken of je te verfrissen, water mee kon scheppen uit bijvoorbeeld een rivier of regenton, zonder dat die vloeistof uit de hoed lekte of hem stuk maakte, sprak me enorm aan.

Stokpaard - 000Als Verre Westen bewoner had ik uiteraard ook nood aan een vervoermiddel. En zoals het zowel een cowboy als een indiaan betaamd, was dat een rijpaard. Mijn eerste paard was een 'stokpaard'. Eigenhandig vervaardigd uit een bezemsteel waarop aan één uiteinde een paardenkop was bevestigd. Of althans iets dat werd verondersteld dit te zijn. Twee stukken aan elkaar gekleefd karton, waarop ik het voorste deel van een paard had getekend en dit met een klein schaartje had uitgeknipt. Een stukje touw dat, net onder de paardenkop, aan de bezemsteel was vastgeknoopt, fungeerde als teugel.

Met dit beestje haalde ik, zowel binnen in ons kleine huis als buitenshuis, de gekste toeren uit. Tot mijn ma ons huis wou schuren en derhalve haar bezemsteel terug eiste. Dus diende ik op zoek te gaan naar iets anders. En dat vond ik wonderwel. De houten zaagbok die achterin onze tuin stond opgesteld, en eigenlijk diende als hulpmiddel om lange stukken boomtakken te fixeren om ze gemakkelijker verder tot kleinere stukken stoofhout te verzagen, kon uitstekend dienst doen als prairiepaard!

Zaagbok - 000Het was wel nodig er een (zadel)deken op te leggen, want het wippen op dat harde hout, bij het in galop rijden, deed anders te veel pijn aan mijn bibs. En ook splinters in mijn gat kon ik missen als koude pap. Een stuk touw uit onze stallingen kon ook bij dit houten paard fungeren als leidsel. En het moest lukken dat mijn, toen nog in leven zijnde grootvader langs mijn pa's kant, er ook zo eentje op zijn erf had staan. Wat maakte dat ik mijn activiteiten als cowboy of indiaan, ook kon ontplooien op momenten dat ons gezin zich ter locatie van mijn vaders ouderlijk huis bevond.

Aangezien bij ons thuis mijn pa af en toe mijn rijdier gebruikte in de functie waarvoor het eigenlijk in de wieg was gelegd, knutselde ik er vrij snel zelf één in elkaar. Niet zo mooi, sterk en stevig als het origineel, maar mijn kopie was, al zeg ik het zelf, als werk van een pretiener, best geslaagd te noemen. En zorgde ervoor dat ik nooit paardloos was.

Toen ik iets ouder werd, gingen wij zo nu en dan, tijdens het weekend, of in de vakantie, naar een buitenmanege, die zich niet zo ver verwijderd van onze woonst bevond. Aldaar kon je, tegen betaling uiteraard, ronderitjes maken op de rug van een klein paard of pony. Zo een beetje zoals je heden ten dage de paardenritten hebt op de kermis, maar dan geheel in open lucht en met een grotere stapcirkel. De ouders die hun kinderen niet dienden vast te houden tijdens de ritjes, konden tussendoor een drankje nuttigen op het buitenterras van deze uitspanning. En toen wij, ruiters in spé, de teugels van ons rijdier hadden doorgegeven aan andere, ongedurig op hun beurt wachtende kinderen, lustten wij ook wel een drankje, of een ijsje!

Ezel(s) - 002Wat ik mij ook herinner is dat er, naast die paarden en pony's, ook een ezel mee stapte. Of althans werd verondersteld om mee te trippelen. Want het beest deed werkelijk keer op keer zijn naam alle eer aan. Het dier weigerde immers halsstarrig mee te stappen met de andere soorten paardachtigen. Maar bleef integendeel hetzij koppig ter plaatste trappelen, hetzij tevergeefs trachtend zich achterwaarts voort te bewegen, of in de tegengestelde richting. Wat de begeleiders van de dieren uiteraard niet toelieten.

Waar ik, als jonge knul naar uitkeek, was het moment waarop ik oud genoeg zou zijn om deel te nemen aan een andere, op deze locatie georganiseerde activiteit. Namelijk het, gezeten op een groot paard, in groep, door het bij deze uitbating horende bos rijden. Om dan later, als een volleerd ruiter, op mijn eentje mijn, van deze mensen geleend paard, tussen de bomen te laten galopperen. Helaas is, vooraleer dit moment aanbrak, de 'Rijhoeve' ten ziele gegaan.

Paarden overburenDe geneugten van het berijden van een echt, levend dier, veroorzaakten bij de kleine ik, een zekere desinteresse voor de houten varianten. Gelukkig hadden de buren van naast ons, zich een schaap aangeschaft. Een dier dat luisterde naar de naam 'Miette'. Alhoewel het eigenlijk reageerde op om het even welke naam waarmee je het aansprak. En luid blatend, terstond jouw richting uitkwam. Althans zo ver als de ketting, waarmee de lederen halsband van het beest was verbonden met een in de grond geklopte stalen pen, het toeliet.

Manuele grasmaaierHet arme schaap fungeerde als alternatief voor een manuele grasmaaier, een 'stekertje, zoals wij dat noemden. Het was de bedoeling dat het dier het gazon in de voortuin van onze, in de stad opgegroeide buren, kort zou houden. Dat je, om over de ganse oppervlakte van het grasland, eenzelfde grashoogte te hebben, dat beest regelmatig moest verplaatsen, dat had de buurman over het hoofd gezien. Dus zorgde ik daar voor, op momenten dat buurman, buurvrouw en hun beide kinderen, enkele dagen afwezig waren.

Zo ging ik dan dagelijks op bezoek bij Miette. Trachtend met mijn voeten niet te trappen in de door het wolbeest geproduceerde en achterlangs afgescheiden bolletjes uitwerpselen. Ook al een element waarmee de buurman geen rekening had gehouden. En ten gevolge waarvan zijn koters niet op het grasplein mochten spelen. Terwijl dat grasperk eigenlijk in eerste instantie was aangelegd als ravotterrein voor die kindjes.

Schaap - 000Uitgedost als een cowboy, met mijn mouwloos vestje aan, mijn wapenholster met revolver erin, vastgehecht aan mijn broeksriem en mijn cowboyhoed op het hoofd, kweet ik me vlijtig van de door mij geheel vrijwillig aanvaarde taak. En eens het arme schaap op zijn nieuwe plek was geïnstalleerd, met een oude braadketel met pompwater in, binnen bereik, ging ik naast het beest staan, zwaaide één been over de flank en rug van het dier, veerde mijn lichaam met mijn andere voet omhoog en kwam zo op de rug van het schaap te zitten. Mijn pseudopaard.

Aangezien ik slechts af en toe de beschikking had over Mrite als rijpaard, reed ik noodgedwongen nog vaak op mijn eigenhandig gemaakte houten zaagbokpaard. Dat ik, de kleine blonde cowboy, heel af en toe aan de kant mocht laten staan om een ritje te maken op het kleinste van de paarden van onze overburen. Zonder zadel! Vrij in de wei. Dat was pas genieten! Yiehaaaa!!!!!!!

06-11-09

Dubieuze getuigenissen

 

Halloween - 001 (klein)Vorige zaterdag was het Halloween. En mijn zoon Brian had het plan opgevat om, net zoals vorig jaar, met een maat de huizen in onze buurt af te gaan. Puur voor de lol en in iets mindere mate tevens om gratis aan wat lekkers en aan enkele Euro's te geraken! Vorig jaar had die activiteit hem immers ook een aardige buit opgeleverd.

De avond ervoor kwam er een vriend logeren, die net als hij eigenlijk reeds de vrijdagavond op pad wou. Daar hadden wij, de ouders, niks op tegen, zolang de jongens voorzichtig zouden zijn en terug thuis op het door ons vooropgestelde tijdstip.

klappertjes pistool (klein)Voor ze vertrokken lieten ze zich door ons keuren. In tegenstelling tot eerdere plannen had Brian geen masker opgezet, waardoor hij goed herkenbaar was. Dus had ik er geen bezwaar tegen dat hij een neppistool meenam. De buren die hij wou verrassen, kennen mijn zoon goed genoeg om niet te denken met echte overvallers te doen te hebben.

Nog geen half uur waren ze weg, toen er op de deur werd geklopt. Wij verwachtten geen bezoek, dus ik vermoedde dat het of onze eigen jongen en zijn maat waren die voor de deur stonden, of andere verklede individuen die ook niet tot de volgende daq hadden kunnen wachten vooraleer op Halloweentocht te gaan.

Politie (klein)Lichte paniek bij mijn vrouw, want ze had niet onmiddellijk snoepjes bij de hand om af te staan. Dus ging ze maar eerst de voordeur openen. Ik hoorde wat over en weer gepraat, draaide me richting binnendeur en zag daar even later twee personen verschijnen. Verkleed... in een blauwe outfit. Een Politie-uniform. Het bleken trouwens echte agenten te zijn, of inspecteurs, want dat werd er niet bijgezegd.

Na hen verwachtte ik mijn zoon en diens maat te zien verschijnen, want ik vermoedde onmiddellijk dat dit politie was op patrouille die de jongens abusievelijk als schurken had aanzien en na verhoor van de jongens nu bij de ouders hun verhaal kwam checken.

Niks van waar evenwel. Hun bezoek had te maken met iets totaal anders. Op 15 augustus van dit jaar zijn wij met het gezin naar het Oogstfeest geweest van de plaatselijke Landelijke Gilde. Van dit uitje berichtte ik trouwens op mijn blog, want zoon Brian won daar 's avonds de playbackshow.

Hooibaal (klein)Nu bleek daar, volgens de mannelijke helft van het politieduo, in de buurt van waar dat evenement was doorgegaan, een weiland te liggen, waar toen van die grote, ronde, in plastiek gewikkelde balen stro zouden  hebben gelegen. Waarvan er die dag enkele zouden zijn beschadigd. En een 'getuige' zou mijn vrouw hebben zien staan telefoneren op de verharde weg naast dat land, terwijl haar kinderen op die balen aan het spelen waren.

Een 'getuigenis' die uiterst dubieus is. Mijn kinderen hebben die dag niet met elkaar opgetrokken, dus kunnen nooit samen op zo een baal stro zijn gezien. Het enige dat klopt in het verhaal is dat mijn kinderen hun mama op een gegeven moment een wandeling is gaan maken. Ze meende zich inderdaad te herinneren en acht het heel waarschijnlijk dat ze toen aan het bellen is geweest. Maar van op balen stro spelende kinderen dacht ze niet iets te hebben opgemerkt.

Onze kinderen kunnen het in ieder geval niet zijn geweest, want die waren op dat moment elk op een andere plek aanwezig op het 'evenemententerrein'. En ik had daar goed zicht op want ik heb, omwille van de overdadige zonneschijnhitte die dag, de ganse tijd in de schaduw gezeten aan de rand van dat plein.

Koe in stroLos van de feiten vraag ik mij af welke schade spelende kinderen aan die balen kunnen hebben aangericht. Waarvoor de eigenaar nu van de 'daders' een schadevergoeding wil eisen. Volgens die politiebeambte was een deel van de plastiekfolie eromheen, kapot getrokken. Maar daar gaat dat stro toch niet van 'stuk'? En wat dan met de twee rollen ongecoate hooibalen die bij één van de spelletjes werden gebruikt? Niet goed genoeg meer als voer voor de beesten of desnoods als vloerbedekking in de stallen?

Wat een laffe en achterbakse 'pseudogetuige' overigens! Als die toen iets heeft gezien dat niet hoorde, waarom heeft die dan niet ogenblikkelijk gereageerd? Hadden mijn vrouw, ik of zelfs één van onze kinderen 'iemand' vandalenstreken zien uitrichten, dan hadden wij die lui onmiddellijk gesommeerd daarmee op te houden en bij vaststelling van schade de organisatoren van dat feest verwittigd. Want dat is toch de enige juiste reactie? Het zou mij niet verwonderen mochten jullie uit de aangebrachte data dezelfde conclusie trekken als ik doe.

*****

Zo een situaties heb ik eerder meegemaakt. Samen met mijn zonen Brian en Austin, een twee-eiige tweeling, bezocht ik jaren geleden het filiaal van een grote doe-het-zelf winkel in de buurt van onze woning. Er waren een aantal spullen die ik nodig had om dingen te laten maken in en om ons huis.

Tweeling (klein)Austin was een beetje, of eigenlijk nogal veel, tegen zijn goesting meegekomen en bleef dus dicht in mijn buurt rondhangen, terwijl zijn broer op stap ging om me te helpen de benodigde items bij elkaar te zoeken.

Op een bepaald moment kwam er een redelijk jonge vrouw me voorbij gestoven. Een personeelslid van de winkel, zo kon ik zien aan haar kledij. Voor ze de gelegenheid kreeg mijn zoon aan te spreken, vroeg ik haar beleefd me te vertellen wat er aan de hand was. Verbaast en verward keek ze me aan. Die vrouw was klaarblijkelijk zo gefocust geweest op mijn jongen dat ze mijn aanwezigheid niet eens had opgemerkt.

Finger pointing - 000Ze vertelde mij dat ze er 'getuige' van was geweest dat die jongen, die daar, ook al verrast, stond te kijken, spullen uit de rekken had gehaald en er vervolgens mee aan de haal was gegaan. Ik kon niet volgen, want Austin was de ganse tijd in mijn gezichtsveld gebleven en ik had hem wel al naar de prijs van bepaalde producten laten kijken, maar hij had nog niet eens iets aangeraakt.

Toen verscheen Brian ten tonele. In een geheel andere outfit dan zijn broer en het haar heel kort geschoren, terwijl broerlief kleine krulletjes had. In zijn handjes had het jongetje een aantal zakjes en doosjes met spullen in waarvan hij hoopte dat dit nu eindelijk was wat ik zocht. Want het ventje was al een aantal keer tevergeefs heen en weer gehold.

Confused green smileyDe winkeldame stond perplex. Keek van de ene jongen naar de andere en vervolgens terug naar zijn broer en daarna naar mij. Ze wist duidelijk niet was zeggen, dus sprak ik maar voor haar. Dat ik concludeerde dat ze in al haar vooringenomenheid een grove flater had begaan. Maar denk je dat ze, zoals je in zulk een situatie zou durven vermoeden, haar verontschuldigingen aanbood? Neen hoor. Niks daarvan! Uit haar strot kwam slechts een goedpraten van haar fout gedrag. Want ja, er werd immers zoveel uit de winkel gestolen, door jonge kinderen.

Op mijn vraag of dat dan voor haar betekende dat alle kinderen potentiële dieven waren of enkel die met een melkchocoladen huidskleurtje, kreeg ik geen antwoord. Het groengeklede spook had zich, nog vlugger dan ze op mijn zoon was afgekomen, terug van ons weggehaast!

*****

Bestelwagen (klein)Enkele jaren eerder, in het voor mijn gezin en mij zo noodlottig en ingrijpend jaar 2000, bracht mijn echtgenote op een gegeven moment een brief mee naar het ziekenhuis, van de autoverzekeraar van mijn vennootschap. Afkomstig van het hoofdkantoor en waarin stond dat ik werd verzocht om contact op te nemen met mijn makelaar teneinde de formaliteiten af te handelen van de aanrijding, op de parking van het ziekenhuis, tussen mijn vrachtwagen en een ook bij hen verzekerde personenauto. Waarbij de bestuurder van mijn voertuig de veroorzaker van de botsing zou zijn geweest.

Niettegenstaande ik reeds drie maanden plat op mijn rug te bed lag, viel ik bij dit bericht, pardoes uit de lucht. Dit laatste, in tegenstelling tot het eerste, uiteraard slechts figuurlijk. Gelukkig maar, want ik was er al erg genoeg aan toe na die mismeesterde nekoperatie.

Klein bestelwagentjeMijn vrachtauto zou dus een accident hebben veroorzaakt... maar mijn firma bezat helemaal geen camion! Zelfs geen camionette. Enkel een kleine bestelwagen. Waar aan de zijkanten in het groot het logo, met naam en andere firmagegevens was op gekleefd. Een auto die doorgaans door mijn echtgenote werd bestuurd en waar zij zich ook geregeld mee verplaatste om me te bezoeken in het ziekenhuis.

Van een aanrijding had zij evenwel geen weet. En bovendien was ze, op de dag waarop het voorval zou hebben plaatsgevonden, niet eens bij mij geweest. Meer nog, dat bestelwagentje was die dag, om redenen die ik mij niet meer herinner en die hier trouwens ook helemaal niet ter zake doen, niet eens uit de garage geweest!

Mijn makelaar onderzocht de kwestie en kwam te weten dat er tegen de auto was gebotst van een bij dezelfde verzekeringsmaatschappij als mijn firma, aangesloten persoon. Een 'getuige' van dit malheur had een vrachtauto zien wegrijden met een naam op, die ook mijn firma draagt. De verzekeringsagent van de eigenaar van het aangereden voertuig had alle data doorgegeven aan de maatschappij en, waarschijnlijk omdat die voertuigeigenaar omnium was verzekerd, was de dossierbeheerder aldaar in het klantenbestand op zoek gegaan naar de door de 'getuige' opgegeven firmanaam en was zo uitgekomen bij mijn vennootschap. Had die domkop, die allicht van zichzelf dacht dat hij een slimme detective was, een heel klein beetje nagedacht, dan had hij zelfs alleen al op basis van het vermogen van dat wagentje va, mij, kunnen concluderen dat hij met zijn vondst abuis was.

*****

2 fietsende meisjes (klein)Een voorval dat van nog veel vroeger dateert, betreft mijn drie jaar oudere zus,  die op het moment dat het hiernavolgende zich afspeelde, een jaar of zestien was. Het meisje volgde toen les aan een middelbare school, die was gelegen in een buurgemeente van onze woonplaats. En fietste elke ochtend naar die onderwijsinstelling. Samen met haar beste vriendin. Een meisje dat met haar ouders op een boerderij woonde, gelegen in dezelfde straat, en zelfs langs dezelfde straatkant als ons ouderlijk huis. Dat kind wachtte 's ochtends bij haar thuis mijn zus op en vanaf daar reden de meisjes samen verder.

Op een zekere ochtend, waarop mijn vader, die toen in ploegen werkte, nog thuis was en ik toevallig een vrije schooldag had, kwam er op een gegeven moment een auto op onze hof gereden. Met achter het stuur een afgeborstelde kerel, zo te zien gekleed in een maatpak en met naast hem, op de passagierszetel van de auto, een jonge gast. Nieuwsgierig wachtte ik af met wat voor een reden dit duo ons op een bezoek kwam vergasten. Want ma noch pa verwachtten die ochtend visite.

Mijn moeder ging de voordeur openen terwijl ook mijn vader zijn krant aan de kant legde en opstond uit zijn zetel. We hoorden wat gebabbel, waarna even later mijn ma de deur opende tussen de inkomhal en de living, waarin mijn pa en ik ons bevonden.

Die, inderdaad in een kostuum gestoken heer, kwam binnen, met in zijn kielzog een slungelachtige pummel. Mijn moeder meldde mijn vader dat het heerschap een verzekeringsagent was, en de jongen naast hem, een cliënt. Welke  zou hebben beweerd met zijn bromfiets te zijn gevallen, door toedoen van mijn zus, waarvan hij bij een eerder passeren had opgemerkt dat ze in ons huis woonde

Groene parka - 001 (klein)Mijn ouders werden bleek om de neus, want dachten onmiddellijk dat ook zij was gevallen. Maar de verzekeraar stelde hen onmiddellijk gerust. Mijn zus was niet gewond. Waarop mijn vader dacht aan haar fiets en haar kledij. Ze had net een nieuwe groene Parka gekregen, een type jas met aangehechte kap, dat in die tijd mode was. Maar ook daar was geen schade aan, zo wist de man ons te vertellen.

Die verzekeringsagent had zich inmiddels onuitgenodigd neergezet op een stoel en zijn mapje met paperassen op een hoek van onze eettafel opengelegd. Met de pen in de hand wou die kerel mijn vader er toe overhalen een document te ondertekenen, een onderling akkoord voor de forfaitaire vergoeding van de door de jonge bromfietser geleden schade.

Dat mijn vader daar niet wou op ingaan, dat begreep die arrogante vent niet. En dat, spijts zijn geveinsde charmeoffensief, ook mijn ma niet was te overtuigen, al evenmin. Nochtans had hij een 'getuige' die alles had gezien, dus hadden mijn ouders volgens hem geen enkele reden om zijn voorstel te weigeren. Wat ze evenwel toch deden. De man en de jongen werden tegen hun zin buiten gewerkt. We aten ons middagmaal, mijn vader maakte zich klaar  om te gaan werken en vertrok, toch nog enigszins bezorgd, richting autofabriek.

Toen mijn zus in de late namiddag thuis kwam van school, inspecteerde mijn ma het meisje van kop tot teen. En was super blij dat ze geen lichamelijke letsels had. Dat ook haar jas, naar schoolse uniformnormen in lichtgroene kleur, onbeschadigd was, zag ze als bijzaak, maar was toch een meevaller. Mijn zus begreep slechts deels wat er aan de hand was. Een dame die op het schoolsecretariaat werkte had ook al aan mijn zus gemeld dat er een man op school was langs geweest die haar wou spreken, maar dat zij resoluut hadden geweigerd mijn zus uit de klas te halen. Waarop de man verontwaardigd was afgedropen.

action-bike-cartoonMijn moeder bracht haar dochter volledig op de hoogte van hetgeen wij die voormiddag hadden te horen gekregen. Mijn zus en haar vriendin hadden die jongen met zijn bromfiets die ochtend inderdaad opgemerkt. Vooral omdat die sukkel, na hen te zijn voorbijgereden, een beetje verder met zijn klikken en zijn klakken tegen de vlakte was gegaan. Ze waren nog gestopt om te vragen of ze hem konden helpen, maar dat bleek niet nodig te zijn. De jongeman was niet gewond en van bromfietstechniek, -mechanica en - carrosserie hadden de meisjes geen kaas gegeten, dus was het nog niet eens bij hen opgekomen om die bromfiets aan een onderzoek te onderwerpen. Bovendien dienden zij tijdig op school te zijn. En hadden ze die verlegen jongen, die hen nagenoeg dagelijks voorbij stak, meestal schichtig en geniepig naar de schoolmeisjes loerend, achtergelaten bij de andere omstanders.

Mijn vader was woedend toen hij 's avonds na zijn avondshift thuis kwam van zijn werk en van mijn ma de ware toedracht te horen kreeg Smiley thumb downvan wat er die ochtend was voorgevallen. Nog steeds heel boos is hij de volgende ochtend naar de plek van het voorval gereden om die 'getuige' te confronteren met haar valse 'getuigenis'. Haar uitleg was even zielig als het mens zelf. Ze had de vorige ochtend de daar dagelijks voorbij fietsende meisjes opgemerkt, kort daarop een klap gehoord, was naar buiten gehold, had die meisjes naast de reeds recht geklauterde jongen en zijn deels op straat en gedeeltelijk op de fietsstrook liggende bromfiets opgemerkt en daaruit verkeerdelijk geconcludeerd dat alle drie betrokkenen waren in het accident. Meer zelfs, dat de meisjes er de oorzaak van waren!

Maar, zo zei ze, had ze geweten dat één van de meisjes mijn vader zijn dochter was, dan zou ze geen verklaring hebben afgelegd ten overstaan van die verzekeringsagent. Pure nonsens! Uiteraard heeft mijn vader pertinent geweigerd in te stemmen met ook maar om het even welke overeenkomst. Naar ik meen heeft onze eigen verzekeringsagent die listige beroepscollega van hem, terecht gewezen en zonder buit wandelen gestuurd.

11-08-09

Mooie liedjes blijven niet duren

Misschien maar best ook, want op de duur zou dat ook vervelen. En het tekort aan slaap moet ook eens kunnen worden ingehaald! Niet Schoon volkwat mezelf betreft, want voor mij is het een kalme week geweest. Waarin ik, op een tweetal dagen na, steeds vrij vroeg de feestzone verliet. Om de afspraak met mijn thuisverpleegkundige niet te missen, om in bed te geraken. Dit jaar kon ik immers de energie niet opbrengen om al liggend in mijn rolstoel, de nacht door te brengen.

Veel schoon volk gezien. En hoe warmer het overdag was geworden, hoe schaarser het vrouwvolk gekleed ging. Dus de in de Polifonics 2009feestzone aanwezige liefhebbers hebben 10 dagen lang hun ogen ruimschoots de kost kunnen geven. In de centrumstraten binnen de feestzone en op de diverse terreinen.

Mede door het warme, droge weer was er steeds redelijk wat, tot heel veel volk op de been en aanwezig op de locaties waar de optredens plaats vonden. In de tent van de Polifonics bijvoorbeeld. Die, als naar gewoonte, stond opgesteld in het Prinses Josephine Charlottepark. Wegens de te geringe bewegingsvrijheid door ondermeer de vele tafeltjes en stoelen, voor mij niet zo een leuke plek om te vertoeven.

Nog meer aanwezigen waren er op de Grote Kaai, waar de Lokerse Feesten hun feestplein keer op keer bijna, of volledig zagen vollopen. Lokerse Feesten 2009 IGoed voor 15.000 zielen. Toen ik daar de sfeer ging opsnuiven, en van de gelegenheid gebruik maakte om naar wat groepjes te luisteren, deed ik dat van op het platform dat daar in een hoek aan de ingang stond opgesteld. Net niet buiten de omheining. Verder weg van het podium kon niet. Voor mijn gezelschap was dat op het verhoog zitten leuk, want daar waren stoelen aanwezig. En je overziet het terrein en hebt goed zicht op het podium in de verte. Maar opgenomen in de uitgelatenheid van de meute ben je helemaal niet. En het voortdurend heen en weer geloop van mensen, was storend. Want niet alleen de in- en uitgang was daar vlakbij, maar ook één van de toiletlocaties.

 

Lokerse Feesten 2009 IIHet toilet voor de rolstoelers stond trouwens opgesteld net naast het hellend vlak om op het rolstoelerbalkon te geraken. Zo moesten die mensen bij hoge en dringende nood niet ver 'lopen'! Die toiletten zijn jammer genoeg sinds jaar en dag niet omvangrijk genoeg voor grote mensen als ik in grote elektrische rolstoelen. Die blijven dus meestal thuis, waardoor organisatoren en verhuurders van dergelijk sanitair er geen nood aan voelen ook voor hen degelijke faciliteiten te voorzien. Een jammerlijke spiraal zonder einde. Wenkbrouw ophalen

In het programmaboekje van de Fonnefeesten, die zoals steeds plaatsvonden op de Oude Vismijn, omdat het petieterige Fonneplein veel te klein is om gans die accommodatie te herbergen, had ik iets gelezen over het beschikbaar zijn van een aangepast toilet en zelfs een ADL-assistent(e) (Activiteit Dagelijks Leven) die hulp zou bieden bij praktische zaken zoals gebruik van toilet, zich verplaatsen, eten, ...

Wat ik niet gelezen had, of inmiddels vergeten was, is dat je die hulp op voorhand diende aan te vragen op het secretariaat, wat ik dus NIET had gedaan! Voor de organisatoren is het blijkbaar evident dat je als zorgbehoevende op voorhand dag en tijdstip weet waarop je moet plassen of  kakken of wanneer je zin hebt in een snack. En dat je komst naar de activiteit mogelijks afhankelijk is van het weer en nog een resem niet ver vooraf te voorziene andere factoren, daar hebben zij blijkbaar nog niet bij stil gestaan.

Fonnefeesten 2009 IISoit, op een gegeven moment aan het begin van de feestperiode, voelde ik een redelijke druk op mijn blaas. En dacht ik dat ik, in plaats van eens heen en terug naar huis te rijden, wat riskant was met die kapotte batterijen, waarover ik het straks nog zal hebben, gebruik te maken van de ter plaatse voorziene sanitaire voorzieningen en de ADL-assistent(e). Maar waar zou ik die vinden? Bij de mensen van het Vlaamse Kruis misschien?

Dus toog ik naar hun tentje, aan de zijingang, vlakbij het podium. De jongedame die ik eerst aansprak viel uit de lucht. Figuurlijk wel te verstaan. En ging ten rade bij haar oudere collega. Aan wie ik mijn vraag herhaalde op zoek te zijn naar een toegankelijk toilet met assistentie. Ook deze dame wist van niks. Maar wees mij de plaats aan op het terrein waar ik alvast een toilet kon vinden voor rolstoelers. Haar aanbod om met me mee te gaan wees ik vriendelijk af. Ik heb immers een hekel aan zulk een 'begeleide' verplaatsing door de menigte.

Na een tussenstop op een andere toiletlocatie waar men niet eens op de hoogte was van het bestaan van een rolstoelertoilet, arriveerde ik daar waar ik wezen moest. De persoon die de kassa deed aan de toiletten, hoorde niet goed. Dus vroeg ik aan de toiletdame zelf naar die ADL-assistentie. De dame wist van niks, maar offreerde onmiddellijk om navraag te doen op het secretariaat van de feesten,; gevestigd in twee op elkaar geplaatste bureaucontainers, die stonden opgesteld vlak naast de toiletten.

MayasmovingcastleEven later stonden daar twee dames van het Vlaamse Kruis. Andere dan deze die ik voorheen aansprak. Dus mocht ik opnieuw mijn uitleg doen. Mijn plasser in een urinaal houden zagen de vrouwen niet zitten. Dat was mannenwerk! Dus werd een mannelijke collega opgeroepen. Die kwam, en omdat we inmiddels hadden vastgesteld dat die toiletcabine enkele maten te klein was voor mij, verdwenen we achter de omheining, waar ook geen privacy was, want geregeld kwam daar volk langs. Maar dat probleem werd verholpen door de twee dames die een deken naast mij hielden, terwijl de man me hielp. Een volgende keer zou ik hun tent mogen gebruiken. Tof!

Wat een gedoe dus! Dat veel mensen die eenzelfde lot beschoren zijn als mij allicht weerhoudt van het deelnemen aan activiteiten als dit. Mij houdt dat evenwel niet tegen. Dus bracht ik toch het grootste deel van mijn tijd door op het terrein van de Fonnefeesten. Het is en blijft elk jaar tijdens de feestweek mijn favoriete vertoefplek. Alwaar ik via de zijingang gemakkelijk tot aan een plekje op enige afstand van het podium geraak. En er ook vrijwel moeiteloos en snel weer weg geraak. Het is enkel oppassen geblazen voor glasscherven, want op dit terrein serveert men de drank in glazen.

En een lekke band kon ik wel missen. Want reeds de tweede dag van de feesten had ik al te maken met materiaalpech. Op de terugweg naar huis, van een namiddagfeestje, vielen de batterijen van mijn elektrische rolstoel uit. Op een brug over de ijzeren weg. Met veel moeite en aan een slakkengang geraakte ik thuis. Ik liet mijn accu's onmiddellijk bijladen, maar durfde het risico niet aan om nog naar het centrum te rijden.

De volgende dag reed ik wel naar het plein, maar met een bang hart. En de dag erna ook. Maar daarna werden er nieuwe batterijen geleverd door de firma waarvoor ik dag in, dag uit, reclame maak doordat hun firmanaam in het groot te lezen staat op de rugzak die achteraan mijn machine hangt.  

Fonnefeesten 2009 (zanger)Qua zichtbaarheid van het podium en al wie er op stond, had ik doorgaans niet meer hinder dan gelijk welke andere persoon. Soms had ik het genoegen te kunnen vaststellen dat attente jongedames en -heren er continue voor zorgden dat ik steeds vrij zicht had op wat zich afspeelde op het podium. Mij hoeft men al lang niet meer te overtuigen dat er wel degelijk nog 'mooie' mensen bestaan. Mijn ervaring is, en werd alweer tijdens deze ganse 10-daagse bevestigd, dat je waar veel volk is,  je als hulpbehoevende nooit hulpbehoevend bent. En er ook altijd personen zijn die je mee opnemen in hun plezier, niet uit medeleven, maar als gelijkwaardige.

De aangeboden 'weed' heb ik evenwel systematisch geweigerd. Na even op, of aan de rand van één van de feestterreinen te hebben vertoefd, was ik immers al halvelings 'high' van de ingeademde rookslierten die werden geproduceerd door overal aanwezige gebruikers. Er werd trouwens ook serieus wat ander spul gerookt, gespoten, gedronken en gesnoven. Van horen zeggen heb ik het volgende. Op het feestterrein van de Lokerse Feesten, tijdens het optreden van dance-pioniers Orbital, zag een rijpe veertiger, een manspersoon die toch wel af en toen buiten komt, dus geenszins wereldvreemd is, een jonge kerel iets uit een klein glazen flesje, bij zijn frisdrankje gieten. Hij vroeg de jongeman wat die aan het doen was. Die keek hem vragend aan en vroeg: "Zijde gij dom ofwa?" En, terwijl hij zijn blik opnieuw op zijn bezigheden richtte, vervolgde de, zoals zou blijken, junk: "Da's 'gewoon' vloeibare XTC, man!"

Fonnefeesten 2009 IVSoms had ik wel eens pech met mijn uitzicht op het podium. Zo stonden er, tussen de meute voor mij, eens op een avond twee mannen van meer dan 2 meter lang. Ze staken met kop en schouder boven de rest uit. Ik stond centraal, één van het stond uiterst links, de andere nagenoeg uiterst rechts van het podium. Naarmate het optreden vorderde, schoven die kerels, allebei met een vrouwelijke gezel aan hun zijde, meer op naar het midden van het terrein. Tot ze elkaar bereikten en op dat punt bleven stilstaan. Vlak voor mijn neus! Vervelend, maar ook grappig. Ik heb me gewoon verplaatst. En gelukkig zijn ze me niet gevolgd! :-)

Tijdens het eerste optreden op de laatste dag zat iedereen neer op een stoel. Behalve één man. En je raadt het uiteraard al. Hij schoof beetje bij beetje op om uiteindelijk halt te houden vlak voor waar ik zat. En bleef staan, tot ik hem vriendelijk verzocht een beetje op te schuiven. Wat hij, onder het uiten van verontschuldigingen, prompt deed. Wie niet spreekt kan niet gehoord worden.

Je ziet op zulk een festiviteiten enorm veel diverse figuren. Waaronder een hoop rare kwieten. Die doorgaans geen of slechts een beetje last bezorgen. Of integendeel zelfs voor een, lekker meegenomen, extra attractie zorgen. Soms wordt ik ook aanzien als zo een personage. Dan staat men mij aan te staren, allicht tot ik een kunstje uithaal. Wat dus vergeefse moeite is, want veel meer dan eens vriendelijk lachen naar de mensen, of mijn ogen laten rollen, doe ik niet. Misschien moet ik volgend jaar toch maar mijn mondorgel meenemen naar het plein. En een schaaltje om de gulle schenkingen in te verzamelen. Wie weet geraak ik zo nog aan geld om een busje te kopen. Lachen

Karikaturale, clichés bevestigende  types dagen ook vaak op. Om één voorbeeld te geven. Een groepje zware jongens kwam vroeg op de avond langs de zijkant het terrein opgestapt. Kerels met lang haar en tatoeages op hun armen en in hun nek. En waarschijnlijk ook op hun schouders. Maar dat kon je niet zien door die verschillende lagen mouwloze vestjes die ze boven elkaar aanhadden. En welke hen ook een breedgeschouderd aanzien gaf. En hen er onterecht indrukwekkend en gevaarlijk deed uitzien. Allemaal visueel bedrog!

Fonnefeesten 2009 IIISamen met hun vrouwelijk gezelschap verplaatsten ze zich recht richting toog. Je had toch niks anders verwacht?! Enkele minuten later stonden ze daar allemaal, hun grieten inclusief, met een glas schuimend bier in de hand. Of één in elke hand. Afhankelijk van hoe warm ze het hadden of hoe dorstig ze waren, veronderstel ik.

Een uur later stonden die daar nog steeds. Nu allicht niet meer van de dorst, maar van de goesting, met een verse pint in de hand. Of één in elke hand. Om in evenwicht te blijven, vermoed ik. De grieten stonden met elkaar te praten en gluurden in elkaars boezem. Alhoewel ik van dat laatste niet geheel zeker ben. Mogelijks speelt mijn fantasie me hier parten. Knipogen

Weer een uur later zag je nog steeds hetzelfde tafereel. Alleen was de schikking wat veranderd. En er was er al één die wat heen en weer waggelde, en enkele anderen stonden niet meer recht, maar hingen nu letterlijk aan de toog. Eén deugniet had één van zijn zware pollen onder het korte rokje van allicht zijn partner, gestoken en je zag hem duidelijk onder de dunne stof haar billen kneden. "Ze kunnen er maar deugd van hebben" denk ik steeds bij zulk een taferelen. Knipogen

Nog een uur later zag ik wel nog hun volle en halfvolle glazen op de toog staan, maar niet meer de personen aan wie deze toebehoorden. Niet omdat die individuën weg waren! Neen die waren daar nog! Maar lagen nu onderaan de toog. Of waren even weg, allicht om te gaan pissen of kotsen. In één of ander tuintje of  brievenbus! Want gebruik maken van één van de talloze, nochtans 'gratis' ter beschikking staande urinoirs, zien zulke kerels als iets voor mietjes!

Fonnefeesten 2009 (zangeres)Hun vrouwelijk gezelschap lag nog niet plat. Dat zal pas voor de volgende dag geweest zijn. Denk ik, want hun kerels zullen allicht bij thuiskomst niet meer in staat zijn geweest om nog iets te presteren in bed. Of op een andere locatie. Die meiden stonden daar ook nog met een pint in de hand, maar die was slechts half leeg. En waarschijnlijk nog steeds dezelfde als aan het begin van de avond, zo vermoed ik. Want alle schuim was er af en de glasrand zat vol lippenstift. Van aan dat drankje te nippen uiteraard!

Mensen, wat waren twee derden van hen mooie wijven! Misschien moet ik mij in het vervolg ook maar eens in mijn oude motorvest en mouwloos jeansvestje uitdossen. En met een lint rond mijn hoofd en wat stempels op mijn armen en in mijn nek, zal ik er dan vast ook 'ruig' uitzien. En vallen die meisjes niet voor mij, dan mogelijks wel voor mijn racemachine. Desnoods kan ik deze nog 'gebruiken' om dit, zij het dan letterlijk, te bewerkstelligen. ;-) Maar als ik ook mijn mondorgel in 't zicht hou is dat allicht niet nodig. Omdat er dan mogelijks wordt gedacht dat ik een muzikant ben. Waardoor de dames als groupies aan mijn voeten komen liggen! Knipogen

Wat ik jullie ook niet wens te onthouden, is de voor mij meest opmerkelijke tekstpassage, gezongen door de zanger van één van die groepjes die hun opwachting maakten op het Fonnepodium. Hij zong het in het Engels, maar vrij vertaald naar het Nederlands klonk het ongeveer als volgt: "Als ik 's ochtends wakker wordt, grijp ik naar een biertje. Wat de toekomst brengt, dat weet ik niet, maar van één ding ben ik zeker: er is altijd bier!"

Wat moet dat een geruststelling zijn geweest voor de zuipschuiten onder het daar toen aanwezige publiek! Uiteraard in de veronderstelling dat die kerel gelijk heeft. Tot het tegendeel bewezen is geef ik de man evenwel graag het voordeel van de twijfel! Lachen

VuurwerkOp de laatste feestavond was er traditioneel 10 minuutjes vuurwerk. Mooi, en dat lieten de vele honderden, wellicht duizenden, mensen die opeengepakt deze attractie, aan de boorden van de Durme aanschouwden, ook horen. Met 'ah's', 'oh's' en handengeklap na afloop. Het moment ook waarop iedereen dringend elders heen wou. En de kant waar de massa naar toe wou was niet de mijne. Dus begaf ik mij tegenstroom die mensenzee in. En omdat de mensen dan ruimte scheppen voor mij, waardoor het lijkt alsof de menigte splijt, voel ik me op zo een moment Mozes die het volk van Israël door de Rietzee leidt. Want er zijn inderdaad steeds een aantal slimmeriken die me in het kielzog volgen. Lachen

Mijn afsluiter van de feesten was 'The Pimps of Dazzle', een negenkoppig groove- en musicicollectief met roots uit de jazz, funk, pop, r&b, soul... Die energiek het publiek opzweepten met een muzikale mix van humor, groove en seksualiteit! Voor wie het optreden niet zag: twee schone meiden, aan wiens voeten ik mij vlak voor het podium ophield, namen het grootste deel van de zang voor zich. Een formidabel slot voor mijn 10-daagse!

27-07-09

Ontmoeting met een oud-bekende

 

Een jaar na mijn geheel ongepland en ononderbroken anderhalf jaar verblijf in het ziekenhuis, was ik thuis eindelijk in die mate georganiseerd dat ik mijn toen zesjarige tweeling elke ochtend naar school kon brengen.

Doorgaans zat er dan één van hen op mijn schoot, terwijl de andere op mijn voeten zat, op één van mijn armsteunen of zich liet vervoeren door achteraan op het chassis van mijn zware elektrische rolstoel te gaan staan. En soms stapten mijn jongens gewoon allebei naast me mee. Met één handje de leuning van die voor mij zo onontbeerlijke machine vasthoudend. Mensen, wat genoot ik ervan deze taak te kunnen uitvoeren. Je kinderen naar school begeleiden zie ik trouwens niet zozeer als een plicht, maar eerder en vooral als een voorrecht!

De weg naar huis legde ik af tegen het verkeer in. De 3-vaks rijweg oversteken ter hoogte van onze woning was immers onverantwoord wegens levensgevaarlijk door het snelle, vaak roekeloze auto-, motor- en vrachtverkeer.

Biking woman - 000 (klein)Tijdens die eerste terugrit botste ik bijna tegen een fietsende dame. Die wel in de juiste richting reed! Ze zat voorovergebogen op haar, vooraan het stuur van een mandje voorziene, conventionele damesfiets. En duwde met haar voeten naarstig op de trappers. Waarschijnlijk was die gehaast om tijdig op haar werk te verschijnen.

Was het daardoor dat ze geen teken van herkenning uitte? Volgens mij was dit immers de moeder van een schoolvriend uit mijn kinderjaren. Zelf knikte ik haar vriendelijk toe, maar van de dame haar gezicht, half verscholen achter een lange, enigszins krullende en vrij warrige haardos, was geen enkele expressie af te lezen.

Wat een verschil met vroeger! Want naar ik mij herinnerde was dat een heel praatgrage dame. Die steeds met luide stem elkeen die ze kende, van verre toeriep en als ze, tussen haar steeds weer gehaast met de fiets van hot naar her  rijden voor werk, boodschappen, familiebezoek of wat dan ook, zelfs maar even de tijd had, dan liet ze deze gelegenheid nooit onbenut om een praatje te slaan.

Maar mogelijks was er daar met het ouder worden enige verandering in gekomen. Niet erg waarschijnlijk en vanzelfsprekend, maar klaarblijkelijk toch wel het geval. Tijden veranderen en zo soms ook mensen. En aangezien mijn voorlaatste ontmoeting met mijn jeugdvriend zijn moeder reeds van misschien wel 20 jaar eerder dateerde, kon er in die tijdspanne veel gebeurd zijn dat had geleid tot een plotse, of geleidelijke gedragswijziging. En ook lichamelijke wijziging. Want ze leek me kleiner dan in mijn herinneringen. Maar dat kon zijn omdat ik toen zelf een klein mannetje was, en dan lijkt elke volwassene een reus. Of anders kwam dat misschien omdat ze inmiddels van ouderdom was gekrompen, of allicht een combinatie van deze factoren, aangevuld met een niet geheel juiste memorie.

Vanaf die dag zag ik de vrouw vrij vaak. Meestal 's ochtends omstreeks half negen, maar soms ook op andere tijdstippen. En telkens weer zei ik haar vriendelijk gedag, of lachte haar op zijn minst beleefd toe of knikte met mijn hoofd. Altijd leek ze gehaast. En me aanspreken deed ze nimmer. Maar na enkele passages, waarbij we elkaar kruisten, vertoonde ze uiteindelijk toch tekens van herkenning en begon ze mijn begroeting te beantwoorden. Non-verbaal evenwel.

Raar is het feit dat ik deze vrouw nooit elders tegenkwam en zich nimmer anders voortbewegend zag dan op haar blijkbaar onafscheidelijke fiets. Dus wat er in al die jaren nooit gebeurde was bijvoorbeeld haar aantreffen terwijl ze te voet door de straten slenterde op de wekelijkse openbare marktdag. Of met een winkelkarretje struinend door de gangen van één van onze lokale supermarkten of een andere winkel, waar ik mezelf met mijn vehikel kon in voortbewegen;

Maar zo verwonderlijk was dat dan ook weer niet. Want de dame was steeds nogal sociaal geëngageerd geweest in het dorp waar ik mijn jeugd doorbracht. Een deelgemeente van de stad waar ik woon en leef, sinds ik 'groot' ben. Mogelijks deed zij al haar inkopen lokaal en kwam ze slechts naar 'de grote stad' om haar werk uit te oefenen. Kuisen bij particulieren of op scholen, zo meende ik mij te herinneren.

Enkele jaren na die hiervoor beschreven hernieuwde ontmoeting reed ik, op een zonnige lentedag, aan een gezapig tempo, over het marktplein van mijn woonplaats, toen ik iemand mijn voornaam hoorde roepen. Een uiterst herkenbare zware vrouwenstem. Ik draaide mij met mijn rolstoel in de richting van waar het geluid afkomstig was. En daar stond ze dan!  Mijn jeugdvriend zijn ma! Maar niet in de gedaante van de persoon van wie ik reeds sinds jaren aannam dat zij het was. Het plaatje klopte nochtans redelijk. Een warrige haardos en de fiets aan de hand! Maar ze was niet gekrompen. En haar fiets was weliswaar ook een oud model, maar zonder mandje aan het stuur. Het vehikel was evenwel uitgerust met twee flinke fietstassen. Eén aan elke zijde van het fietsstoeltje, zoals het hoort.

Mijn oud-maat zijn ma was nog even joviaal als in mijn verste herinneringen. Ze vroeg me hoe ik het stelde. In dat sappige, gekke dialect van haar. Niet de streektaal van de gemeente waar ze toen reeds sinds tientallen jaren woonde, maar in deze van de plaats van waarvan ze oorspronkelijk vandaan komt en haar jeugd doorbracht.

In antwoord op mijn vraag, bracht ze me op de hoogte van de toenmalige conditie van haar zoon en daarna wisselden we nog wat woorden uit. Maar veel tijd om te babbelen had ze niet, want ze had net gedaan met haar dagelijkse werk als kuisvrouw in een middelbare school in de buurt en moest er snel vandoor om nog vlug wat boodschappen te doen en toch tijdig thuis te zijn en klaar met het bereiden van het avondeten, tegen het moment dat haar man zou thuiskomen van zijn werk.

Bij het wat later naar huis rijden moest het toch wel lukken dat, toen ik bijna de oprit van mijn woning had bereikt, vanuit de tegenovergestelde richting die dame kwam aangespurt, waarvan ik tot dan toe abusievelijk had aangenomen dat het de mama was van mijn vroegere school- en speelkameraad.

Tegen het moment dat ik had beslist of ik die dame nu zou blijven groeten als was het een oud-bekende, wat ze, zoals een goed uur daarvoor was bewezen, duidelijk niet was, of haar vanaf nu straal zou negeren, was het vrouwmens me al lang gepasseerd. Ze had me bij het voorbijrijden slechts een zuinige glimlach toegeworpen en vroeg zich nu waarschijnlijk af waarom ik haar voor het eerst in al die jaren geen gedag zei.

Tot op de dag van vandaag rijdt de fietsende dame nog regelmatig voorbij mijn huis. Wie ze is, waar ze woont en naar welke bestemming ze zich dan telkens weer zo haastig spoedt, daar heb ik het raden naar. En het interesseert mij ook helemaal niet. Maar na die ene dag, waarop de verwarring mij even in haar greep hield, ben ik deze onbekende fietsster, op momenten dat ze mijn pad kruist, iets minder uitbundig, maar toch gewoonweg beleefd, gedag blijven knikken.

13-07-09

Vakantie

 Sad - 000 (klein)

Wat voor de meeste wezens, die behoren tot de menselijke bevolking van deze, in het eindeloze heelal rondzwevende aardkloot, het hoogtepunt van het kalenderjaar is, of althans één van de hoogtepunten, is voor mij een doorgaans doffe, ellendige tijdsperiode. En neen, anticiperend op de suggestie die enkele van mijn gewaardeerde lezers mogelijks onmiddellijk wensen naar voor te schuiven: op reis gaan met lotgenoten is niet aan mij besteed. Om velerlei redenen, waarover ik in dit postje evenwel niet wens uit te weiden.

Je zal me dus dit jaar, voor de zoveelste keer op rij, wederom terugvinden in 'Graskant', residentie 'Le Jardin', in de buurt van 'Nieverans'. Thuis dus! In mijn mooie, vrij grote achtertuin. Als er niet te veel regen valt, weliswaar. Maar kom, ik blijf positief, en vertrouw erop dat er voldoende gelovigen zijn die hun Heer aanbidden om schoon weer te krijgen en hopelijk met resultaat. Waarvan wij, thuisblijvers dan ook kunnen mee profiteren.

Blote tieten - 000Enkel jammer dat ik me in mijnen hof niet kan amuseren met blote tieten tellen, zoals dat van op de dijk aan de kust wel kan. En het aantal schaars geklede dames dat doorgaans door mijn tuin flaneert is eveneens nihil. Dus veel bekijks is er hier niet. Buiten het vele groen in allerlei variaties, de bruine plekken in mijn gazon en bloemen in allerlei kleuren en formaten. Ook mooi hoor, daar niet van. Ik zal qua activiteit op mijn vakantieplek dus genoodzaakt zijn om, achteruit gekanteld in mijn elektrische rolstoel, onderwijl luisterend naar de muziek die uit mijn MP3-speler weerklinkt, me ledig te houden met het lezen van lectuur naar eigen keuze of desnoods met het tellen van witte wolkjes of de hoog in de lucht klievende vliegtuigen.

Inmiddels leef ik hier alweer meer dan twee weken op mijn eentje. Niet als kluizenaar, want er komt hier dagelijks wel wat volk over de vloer. Deels uit noodzaak, want voor veel dingen vond ik een manier om mijn plan te trekken, maar alleen al om bijvoorbeeld in- en uit mijn bed te geraken heb ik hulp nodig. En mezelf wassen is er ook niet bij. En de huishoudelijke taken raken ook niet gedaan door er gewoonweg aan te denken. Dat weet ik met stellige zekerheid, want ik heb dat tot in den treure uitgeprobeerd. Knipogen

Mijn dagen zijn, als steeds, goed gevuld, dus vervelen doe ik me geenszins. Behalve dan, eens ik na elf uur 's avonds in bed lig. En voor het slapen nog even mijn minitv'tje aanzet. Om naar de bewegende beelden te kijken die op die kijkkast verschijnen. En mij meestal niet weten te boeien. Maar kom, af en toe valt er wel eens iets ludiek en/of amusant te zien. Alleen maar jammer van die storende programma's die men uitzend tussen de interessante reclameblokken. Knipogen