03-09-12

Vandaag begint het nieuwe schooljaar… joepie!

                 

2012/2013,2012-2013,1steschooldag,1september,01-09-2012,eersteschooldag,eenseptember,eenseptembertweeduizendentwaalf,sexy,lerares,leerkracht,vrouw,vrouwelijk,wetenschappen,school,klas,bord,krijbord,klaslokaal,01-09,vrouw,sensueel,,schoonheid,wetenschappen,lerares,sexy_lerares,sexylerares,sexy_leerkracht,sexy,zomervakantie,grotevakantiie,dochter,schooljaar,meisje,jongen,sexy_leerlinge,sexy_studente,peuter,kleuter,lagereschoolkind,middelbareschoolkind,gemengdonderwijs,gemengd_onderwijs,schooljaar,schooldag,ouders,onderwijsinstelling,blondiene,blondje,blondinne,les,veplicht

 

De zomervakantie zit er op. De Vlaamse peuters, kleuters en lagere en middelbare schoolkinderen beginnen vandaag aan een nieuw schooljaar: editie 2012/2013. Zelf vond ik die eerste schooldag altijd heel spannend. Want ik was nieuwsgierig om te vernemen van wie ik les zou krijgen. En welke (nieuwe) leerlingen zich  in mijn klas zouden vervoegen. Ook eens een tof, knap meisje, hoopte ik heimelijk. Want ik heb steeds les gevolgd op jongensscholen, maar ‘dateer’ uit de tijd dat alle onderwijsinstellingen, van overheidswege verplicht, hun school moesten open stellen voor zowel jongens als meisjes. Dit zogenoemd ‘gemengd onderwijs’ werd toen de norm.

Hopelijk vindt, ondanks het inmiddels enorm gewijzigd maatschappijbeeld, ook vandaag nog een belangrijk deel van de jeugd, onze toekomst, deze 1ste schooldag boeiend en uitdagend. In elk geval wens ik alle starters, en ook de hen mentaal en financieel steunende, ouders, een uiterst succesvol schooljaar toe! Tong uitsteken


01-09-11

Start nieuw schooljaar

1steschooldag,1september,01-09-2011,eersteschooldag,eenseptember,eenseptembertweeduizendenelf,sexy,lerares,leerkracht,vrouw,vrouwelijk,wetenschappen,school,klas,bord,krijbord,klaslokaal,01-09,beroerte,achterlangs,poes,achterwerk,brunette,vader,kinderen,feestje,vrouw,sensueel,glimlach,schoonheid,wetenschappen,lerares,sexy_lerares,sexylerares,sexy_leerkracht,sexy_leerkracht,eerstejaars,oudercontact,dame,zomervakantie,klastitularis,vamp,dochter,schooljaar

Lode stond op een drukke zaterdagnamiddag, eind augustus, in de lokale supermarkt aan te schuiven aan de kassa. Met voor zich zijn overvol geladen winkelkarretje en achter hem een super knappe brunette. Lode merkte deze dame evenwel pas op toen hij, tijdens het op de transportband plaatsen van zijn aankopen, zijn hoofd even naar links draaide. Ze glimlachte hem toe. Sensueel, naar hij meende. Ondanks zijn leeftijd, 40+, en navenante levenservaring, kleurden Lode’s wangen, voor het eerst sinds vele jaren, bloedrood. Nerveus en badend in het zweet, ging Lode door met koopwaar uit zijn kar te halen en naderhand af te rekenen met de sympathieke kassierster.

Toen Lode zich na het betalen, een volgestouwd karretje voor zich uit duwend, richting uitgang begaf, keek hij nog eens tersluiks opzij. Naar de plek waar hij vandaan kwam. En zag dat die mooie brunette met haar rechterhand geld overhandigde aan de kassierster, terwijl ze, met nog steeds diezelfde blik en glimlach, de kant van Lode opkeek en hem met haar linkerhand vriendelijk toewuifde.

Terwijl Lode zijn aankopen in de gezinswagen laadde, vroeg hij zich af waar hij die zongebruinde schoonheid van aan de kassa, reeds eerder had gezien. En hoe het kwam dat ze hem zo opwond en totaal van slag bracht. Zijn overpeinzing werd verstoord door een liefelijk klinkende vrouwenstem die zei “Dag mijnheer.” Geschrokken richtte Lode zich op en stootte daarbij zijn hoofd tegen de achterklep van zijn auto. Hij greep met beide handen naar zijn kop, keek op en zag die brunette daar staan. In al haar welgevormdheid. Ze keek hem, het voorhoofd fronsend, bezorgd aan. Maar Lode zei, alweer blozend, dat het oké was, dat hij zich geen pijn had gedaan. Waarop de brunette gerustgesteld opnieuw die sensuele glimlach op haar gelaat liet verschijnen.

Aarzelend vroeg Lode: “Euh... goeiedag, juffrouwke. Kennen wij elkaar van ergens?” Waarop de schone gezwind en nog steeds glimlachend, met zeemzoete stem repliceerde: “Zeker weten, mijnheer! Jij bent toch wel de vader van één van mijn kinderen, niet?!

Lode schrok zich  bijna een beroerte. Het warme zweet van zijn opwinding werd kil en klam en ruimde plaats voor angstzweet. Lode kleurde van bloedrood naar lijkwit. Verward begon hij na te denken. In ijltempo doorgroef hij zijn geheugen. En stuitte bij een terugblik in zijn verleden op een bizarre gebeurtenis van een aantal jaren tevoren. Toen hij eens zwaar was uitgeweest en stomdronken voor de eerste en tot nader order enige keer zijn vrouw had bedrogen. Tijdens een uit de hand gelopen feestje, waar hij eigenlijk in eerste instantie tegen zijn zin, was heen getroond, door buitenlandse zakenrelaties. Die zin hadden in wat vertier, na een lange, zenuwslopende dag van onderhandelen en deals sluiten.

Lode gilde: “Oh nee!” En vroeg toen met een trillende stem aan de sexy brunette: “Ben jij die, toen in zwarte lakkledij gehulde vamp die ik op dat feestje van de Sultan, in het midden van de zaal achterlangs in de poes heb geneukt op de biljarttafel? Terwijl mijn collega’s ons stonden aan te moedigen en jouw, slechts een zwarte lakkorset dragende lesbische vriendin mij geselde met een natte selder en onderwijl een lange, dikke komkommer in mijn achterwerk duwde?"

De mooie, bruinharige dame keek Lode verontwaardigd aan en antwoordde met norse stem: “Helemaal niet, mijnheer! Wij hebben elkaar ontmoet net voor de zomervakantie, op school, tijdens een oudercontact voor de eerstejaars. Ik ben namelijk de klastitularis van uw dochter Sofie!”

20-05-10

Damesfiets

  

Gedurende de laatste jaren van mijn middelbare schooltijd gebruikte ik vaak mijn moeder haar, toen nieuwe, bruinkleurige fiets om me naar school te verplaatsen. Ik reed immers veel liever met een damesfiets, waarop je rechtop kan zitten, dan met een herenfiets, waarop je je in een voorover gebogen zithouding voortbeweegt.

Broek & hemd man - 000 (klein)Toentertijd had ik halflang haar. En droeg ik meestal een jeansbroek. Van die nauw om je lichaam spannende exemplaren. En mijn bovenlichaam stak vaak in een trui die tot onder mijn zitvlak reikte. Of een hemd van een type dat zowel door meisjes als door jongens werd gedragen, met de lange slippen boven de broek gehangen. Met als gevolg dat ik, als fietser, zo nu en dan door jongens werd nagefloten. Die zagen mij, vanaf de rug gezien, immers aan als meisje! Toen vond ik dat helemaal niet leuk. Maar als ik daar nu aan terugdenk, vind ik dat vrij grappig.

Op de dagen dat ik met mijn ma haar fiets mijn schoolse plicht vervulde, stalde ik dit stalen ros niet in de reguliere, door de onderwijsinstelling voorziene parkeerstalling. Daar moest die immers aan een haak worden gehangen. Wat heel sletig was voor het rijwiel. En ik vond het mijn plicht om uiterste zorg te dragen voor mijn ma's gerief. Ik was al blij dat ze die fiets zo gewillig aan mij toevertrouwde. Dus haar eigendom in goede staat houden was het minste wat mijn ma van me mocht verwachten.

Daarom plaatste ik haar mooie rijwiel tussen de bomen aan de hoofdingang van de school. Op een plek waar voortdurend volk passeerde. En netjes beveiligd met het wielslot waar ma's velo mee was uitgerust. Een toenmalig modern gadget dat het gedoe met losse fietssloten overbodig maakte. De eerste keren dat ik met ma's fiets naar school kwam, controleerde ik tijdens de pauzes telkenmale of hij er nog stond. Maar al snel stapte ik af van die gewoonte.

Toen ik na een examen, waarbij we de school mochten verlaten eens we ons antwoordenblad hadden afgegeven, bij de fiets arriveerde, kwam ik tot de vaststelling dat ik het sleuteltje van het fietsslot kwijt was. Ik tastte alle zakken van mijn kledij af, maar kon dat drommelse kleine ding helaas niet vinden. Was ik het dan verloren, onderweg van het klaslokaal naar de stalplaats? Ik speurde het ganse traject af, tot twee keer toe, maar kon jammer genoeg het sleuteltje niet vinden.

Betonschaar - 000 (blog)Dus ben ik maar in een werkplaats van de school een stevige tang gaan lenen. Een zogenoemde betonschaar. In elk van mijn pollen hield ik het uiteinde van één van die wel een halve meter lange handvatten vast. De hardstalen bekken van het werktuig plaatste ik op het stukje buis van het fietsslot dat tussen de spaken van het achterwiel stak om zodoende het ronddraaien ervan te vermijden. Met pijn in het hart bracht ik met een, vanwege het hefboomeffect, weinig benodigde kracht, mijn handen naar elkaar. Waarbij het stukje buis werd doorgeknipt en ik het vervolgens probleemloos kon verwijderen. En na het terugbrengen van dat stuk knipgereedschap, gezwind met de fiets naar huis kon rijden.

Met een ei in mijn strakke broek natuurlijk, want ik had mijn ma haar mooie, nieuwe, voor haar verplaatsingen zoals boodschappen doen zo noodzakelijk instrument, een stukje kapot gemaakt. Welks scene er zich bij mijn thuiskomst afspeelde, kan ik mij niet meer herinneren. Dus vermoed ik dat mijn ma niet al te zwaar heeft getild aan het gebeurde. Ze kende mij als een zorgzaam type persoon en wist dus dat ik dat sleuteltje niet uit onachtzaamheid zou zijn kwijtgespeeld. Dat ik een goed examen had gemaakt interesseerde haar toen vast meer. En dat ik die namiddag onbezorgd studeerde voor het examen van de dag nadien was op dat moment waarschijnlijk ook een grotere bekommernis. Vermoedelijk is moederlief, vanaf die dag, om haar rijwiel vast te zetten, terug een gewoon cijferslot uit onze collectie beginnen gebruiken.

*****

Toen mijn ma zich vele jaren later opnieuw een nieuwe fiets aanschafte, gaf ze de oude, een iets meer dan een decennium eerder soms nog door mij bereden fiets, aan mijn echtgenote cadeau. Nog steeds in goede staat, want zorgzaam onderhouden door mijn ouders. En inclusief fietszakken, die inmiddels aan het fietsstoeltje waren bevestigd. Dat wielslot bevond zich ook nog steeds in de toestand waarin ik het had gebracht. Dus onbruikbaar. Het door de fietsmaker later vervangen door een nieuw exemplaar was er blijkbaar nooit van gekomen. Of mogelijks door mijn ouders te duur bevonden.

De fiets kreeg een plaatsje toegewezen bij de andere rijwielen in onze garage. Waaronder de voorheen door mijn vrouw gebruikte tweedehands fiets. Welke werd op rust gesteld, maar behouden als reservefiets. Zo begon ma's oude fiets aan een nieuw leven. Waarin het voortverplaatsingsmiddel heel wat minder intensief werd gebruikt. Af en toe voor een marktbezoek, nu en dan eens om brood te halen bij de bakker en hoogst zelden voor een fietstochtje.

*****

Een jaar of drie geleden kocht ik mijn beide zoons elk een moderne, sportieve herenfiets. Waarvan ze, binnen het door mij beschikbaar gestelde budget, ieder voor zich, zelf het merk en model mochten uitkiezen. Waar ze heel blij mee waren. Dit in tegenstelling tot de gevoelens die ze uitten toen ik hen naderhand een mooie, sobere maar kwalitatieve fietshelm bezorgde. Waarvan ik verwachtte dat ze die op hun hoofdje zouden zetten bij elke verplaatsing met hun nieuwe, overeenkomstig hun lichaamsgrootte, nog net iets te grote fiets.

Brian op oma's fietsSinds het begin van dit jaar is één van mijn zoons begonnen met nogal vaak zijn moeders fiets te gebruiken bij zijn verplaatsingen naar school, het zwembad, de bakker of andere bestemmingen. Vooral die fietszakken vind de jongen erg praktisch en handig. Om het brood van bij de bakker in op te bergen, zijn inline skates of zwemgerei in te vervoeren bij het uit sporten gaan en zo meer.

Het rijwiel is, door een vrijwel totaal gebrek aan onderhoud, volledig doorroest en oogt helemaal niet fraai meer. Maar dat deert mijn zoon blijkbaar niet. Volgens hem bolt het oude karretje trouwens zelfs beter dan zijn door opa's noeste arbeid nog steeds als nieuw ogende herenfiets.

Mijn zoon Brian op de van oorsprong zijn oma's fiets... een déja vu? De kledij waarmee de jongen op de fiets zit verschilt wel wezenlijk van mijn toenmalige outfit. Hij draagt ook wel vaak jeans, maar van die net iets te grote modellen, die hij dan overeenkomstig de huidige mode, halverwege zijn poep laat hangen. Zodat minstens de helft van zijn onderbroek voor iedereen zichtbaar is. Terwijl in mijn tijd ondergoed zedig werd onttrokken aan het oog van anderen.
Lange truien of dito hemden draagt mijn zoon niet. En zijn bruine krulletjes worden meestal heel kort gehouden. Behalve als hij, zoals nu, aan het sparen is voor wat haar om er vervolgens vlechtjes in te laten leggen. Zoals menig topvoetballer, rapper of hiphopartiest.

Aangezien mijn dertienjarige zoon er dus, in tegenstelling tot zijn pa, bijna twee decennia eerder, langs geen enkele kant bekeken, ook maar een beetje vrouwelijk uitziet, zal hij allicht nimmer door jongens worden nagefloten. Tenzij het dan kerels zou betreffen die vallen voor menselijke exemplaren van hun eigen soort. Maar van dergelijke voorvallen heb ik geen weet. En ik ben er heel zeker van dat zoonlief zulks absoluut niet leuk zou vinden. En helemaal niet grappig!

06-05-10

Hoort dit wel?

         

Twee dove personen leerden elkaar kennen op een cursus blind typen. Ze gingen na de lestijden regelmatig samen iets drinken in een kroeg vlakbij de school. En leerden zo elkaar beter kennen. Het klikte geweldig. Er kwam een eerste afspraakje, een volgend, nog één en uiteindelijk kwam van het één het ander en vroeg de tot over zijn dove oren verliefde jongeman, in de gebarentaal waarin beiden erg bedreven waren, het meisje ten huwelijk. Dolverliefd aanvaardde de deerne het aanzoek van haar liefste.

Tijdens hun verlovingsperiode regelde het koppeltje alle noodzakelijkheden die horen bij een echtvereniging en zochten en vonden ze een geschikte flat die ze met veel plezier inrichtten als liefdesnestje. Het werd een mooi huwelijksfeest, waaruit het gehuwde koppeltje na verloop van tijd stilletjes wegsloop om er met hun auto vanonder te muizen; Met de bedoeling thuis met hun tweetjes hun huwelijk ook lichamelijk te bezegelen. Wat iets speciaals moest worden want het vrijen was voor elk van hen de eerste keer.

Toen ze met hun voertuig wegreden van de parking, achteraan de feestzaal waar het bruiloftsfeest werd gehouden, kwam er evenwel veel volk naar buiten gerend. Om hen uit te wuiven! Het duurde even voor ze doorhadden hoe het kwam dat hun aftocht niet zo stil gebeurde als ze hadden gepland. Tot ze zagen dat één of meerdere individuen, waarschijnlijk hun vrienden, achteraan de auto een touw hadden bevestigd waaraan allerlei kletterende voorwerpen waren vastgeknoopt: blikjes, bestek, cd-schijfjes... Door hun auditieve beperking hoorde het pasgehuwde koppeltje uiteraard niks van al dat gekletter!

Eens aan hun woonst gearriveerd, wipte de jongen vlug uit hun auto, liep er om heen, opende galant de deur aan de passagierszijde en bood een hand aan zijn bruid om haar uit de auto te helpen. Lacherig liep het stelletje naar de deur van hun flat, die ze samen openden, waarna de bruidegom zijn schatje optilde en over de dorpel hun woning binnen bracht. Een binnenkomst waarmee ze elkander beloonden middels een innige tongzoen.

Waarna ze zich terstond naar de slaapkamer haastten. En elkaar aldaar, in opperste staat van lust, haast de kleren van het lichaam scheurden. Om spoedig in hun grote bed te belanden waar ze, met een beetje bloed, veel zweet en enkele tranen van gelukzaligheid, hun eerste geslachtsdaad en orgasme met een partner beleefden. Tot hun beider stellige tevredenheid was dit starten van vleselijk samen zijn een voltreffer van jewelste! Die voor hen plaats vond in volkomen stilte.

Niet horen IIIMaar, zoals helaas in de meeste huwelijken het geval is, kwam er, vrij snel, een moment waarop het meisje eens geen zin had in een potje seks. Maar dat aan haar partner duidelijk maken in de verduisterde slaapkamer was niet zo evident. Gebarentaal faalt immers daar waar de gesprekspartners elkaars bewegingen niet visueel kunnen waarnemen. Dus liet ze haar bedpartner maar gedwee begaan.

Ook een volgende keer gaf ze toe, met tegenzin, wegens hoofdpijn. Terwijl ze net genoot van het zalig liggen in lepelhouding met hem achter haar. En niks liever wou dan zo in te slapen. Maar door de manier waarop hij haar bepotelde, en de harde druk op haar billen en onderrug, bleek overduidelijk dat hij die avond meer wou dan enkel dat.

Ze gaf opnieuw toe, maar sprak hem de volgende ochtend, aan de ontbijttafel, in gebarentaal aan over dit onderwerp. Wijselijk zweeg ze over de keren dat het al was voorgevallen, maar zei ze dat ze een code met hem wou afspreken voor het geval één van hen, in de toekomst eens geen zin zou hebben in nachtelijk vrijen in het echtelijk bed. Het meisje stelde voor dat, zo hij tijdens het samen in bed liggen, zin zou hebben in een portie vrijen, hij even zachtjes in haar rechterborst zou knijpen. En zo hij geen zin had in seks, ten teken daarvan even zou knijpen in het meisje haar linkerborst.

Even was de jongen verbaasd en teleurgesteld. Maar hij herpakte zich snel en antwoordde dit een schitterend idee te vinden en beloofde zo te werk te zullen gaan. En offreerde dat, als zij, van haar kant, in bed zin zou hebben in seks, ze maar even aan zijn penis moest trekken. En als ze eens geen zin had, hetzelfde mocht doen, maar dan een keer of dertig!

29-04-10

Ambras buiten de klas

      

De buurjongen waar ik tijdens mijn middelbare schooltijd regelmatig mee naar school fietste en vaak ook terug weer huiswaarts keerde, had op een bepaald moment ambras met enkele gasten die ook bij ons op school zaten. Maar een andere studierichting volgden dan zowel mijn buurjongen als mij. Die toen aan het tweede jaar was begonnen, terwijl mijn buur nog maar in het eerste jaar zat.

Die kerel was nochtans even oud als mij, maar hij had zijn eerste jaar middelbaar onderwijs aan een andere onderwijsinstelling doorlopen. Studeren was er, dat jaar, voor hem nauwelijks bij geweest. Er op school een bonte boel van maken, des te meer. In die mate zelfs dat zowel directie als leerkrachten zijn ouders tegen het einde van dat schooljaar vriendelijk, doch dringend hadden verzocht hun zoon na de zomervakantie elders onder te brengen. Wat dus ook was gebeurd. De reeks opgestapelde buizen liet de jongen mooi achter zich, om met een nieuwe lei en een fris elan opnieuw het eerste jaar aan te vatten. Op de school waar ik dus al een jaar lang mijn broek had versleten. En ook wel wat kennis had vergaard.

Wat de oorzaak was van de ruzie, dat herinner ik mij niet meer. En wie precies de amokmakers waren die mijn buurjongen viseerden, dat kon hij me niet precies vertellen. Althans, zijn persoonsbeschrijvingen lieten bij mij geen belletje rinkelen van herkenning. En op zoek gaan naar die kerels kon ook niet. Want mijn maat bracht me pas van de onenigheid op de hoogte op het moment dat we, na schooltijd, onze fiets uit de stalling gingen halen om naar huis te rijden.

De gasten die het op mijn maat hadden gemunt, hadden aangekondigd hem na het beëindigen van de lessen, buiten school op te zullen wachten. Om met hem af te rekenen. Mijn buurjongen zijn beste vriend en tevens klasgenoot, die op onze schoolroute woonde en derhalve meestal met ons meereed, stelde voor om langs een andere weg dan de regulier gevolgde route huiswaarts te rijden. Wat wij een goed idee vonden.

We waren met ons drieën nog maar pas vertrokken of er kwamen ons daar van alle kanten fietsers tegemoet gereden. Allicht geïnspireerd door helden uit actiefilms op televisie of koele krijgers uit de westernboekjes die ik regelmatig las, sprong ik terstond van mijn fiets, duwde mijn stalen ros in de handen van de mij verbaast aankijkende vriend van mijn buur en ging heldhaftig voor mijn buurjongen staan. Met gebalde vuisten sprak ik onze belagers toe. Wie zinnes was om te trachten mijn maat te krenken, zou eerst met mij moeten afrekenen.

Uitdagend bewoog ik mijn hoofd van links naar rechts en keek al die pummels recht in de ogen. Tot ik opeens de stem hoorde van mijn maat zijn vriend. Die zei me dat die jongens tegenover ons niet de slechteriken waren, maar klasgenoten van hem en mijn buurjongen. En dus aan onze zijde stonden. Zo stond ik daar dus mooi voor aap. Belachelijk stoer te doen tegenover de verkeerde personen.

Maar ik liet die blunder niet aan mijn hart komen. En zag het grappige van de situatie wel in. Zo ook de rest van het groepje. Door dit incident was ineens ook alle spanning van ons afgevallen. En reden we in groep, gemoedelijk babbelend, huiswaarts. Die boelzoekers kwamen we op onze weg niet tegen. Waren die van op afstand getuige geweest van mijn optreden? En hadden ze daarom wijselijk beslist niet het risico te lopen slaag te krijgen van de toentertijd potige mij? Of waren ze bang van de grootte van onze groep en vreesden ze hoe dan ook het onderspit te moeten delven? Deze vragen zullen steeds onbeantwoord blijven. Het voornaamste feit was evenwel dat mijn buurjongen nooit meer van hen heeft last gehad.

*****

Datzelfde jaar heb ikzelf trouwens ook eens boel gehad met een jongen. Overigens niet zo verwonderlijk in een gemeenschap waar vele honderden jonge mannen in wording, bij wijze van spreken zitten opeengepakt.

Op de koer van de school, voor het traliehek dat het schoolterrein scheidde van het nabij gelegen park, stonden een aantal houten zitbanken. Uiteraard veel te weinig om alle leerlingen die in deze onderwijsinstelling les volgden, de mogelijkheid te bieden om er tijdens de pauzes op te verpozen.

Op een zekere dag in de lente kwamen mijn klasgenoten en ik tijdens de namiddagpauze als eersten naar buiten. Samen met een tweetal andere jongens nam ik plaats op de bank die stond opgesteld tegenover de deuropening van het schoolgebouw waar we net door waren naar buiten gekomen.

Even later kwamen ook tientallen andere kinderen, deels in groepjes, langs die deur en via de hoofdingang, de koer op. Vele onder hen, druk babbelend. En sommigen elkaar speels duwend. Eén groepje kwam recht op ons af. De twee jongens naast mij stonden direct op. Eén van de jongens die op ons waren afgestapt, keek me met zijn lelijke kop aan en sommeerde me op te krassen. Want die bank was voorbehouden voor hem en zijn maten.

Met die jongen had ik een jaar eerder in de klas gezeten. Na de zomervakantie was hij op school gearriveerd met een inmiddels lange haardos en een ring in zijn linker oor. Wat toen erg in was. Vooral bij hardrock en heavy metalfans. Van stadsgenoten van die gast had ik gehoord dat hij tijdens de zomer in aanraking was gekomen met de politie en het gerecht. En zelfs een tijdje had vast gezeten! Maar of dat waar was of (deels) verzonnen, daar heb ik het raden naar.

Nu was het mij inderdaad reeds opgevallen dat die sukkels nogal vaak op en om die bepaalde zitbank rondhingen. Maar ik was totaal niet van plan die kerel zijn bevel op te volgen. Dus antwoordde ik hem dat die bank er stond voor alle leerlingen. En ook ik dus het recht had er op uit te rusten.

Tegenspraak was dat gastje blijkbaar niet gewoon. Want zijn gezicht kleurde rood van woede. En hij stuurde een rochel richting mij. Wat ik dan weer geenszins apprecieerde. Ik veerde recht en stapte op die speekselproducent af. Welke achteruit deinsde. Dat er iets op til was, had al vlug een deel van de zich op de koer aanwezige scholieren door. Er vormde zich een ganse groep kijklustige tieners om ons heen. Opnieuw spuwde die kerel naar mij. Het slijm belandde op mijn jas. Boos trachtte ik mijn aanvaller op een wederkerige slijmsliert te trakteren. Maar spuwen was geenszins mijn specialiteit. Dus produceerde ik niet veel meer dan wat druppels mondvocht die, als uit een zeef, alle kanten, uitvlogen.

Het volgende moment kreeg ik een harde duw van dat arrogant ventje. Waarmee die kerel naar mijn normen helemaal te ver ging. Elkaar kietelen door het uitdelen van klappen met de vlakke hand, was niet aan mij besteed. Dus haalde ik uit met mijn rechtervuist en trof die kerel, met een flinke mep, vol op de kaak. Hij duizelde even en schudde zijn hoofd. Dan pas zag ik dat ik die kerel had geraakt op een plaats, net onder zijn linkeroog, waar zich net een korst had gevormd op een genezende wonde. Die nu terug bloot lag en bloedde.

Toen die kerel dat doorhad, werd hij woest. En wou me te lijf gaan. Maar ik zag zijn maten hem wijzen op de flink aangegroeide cirkel toeschouwers rondom ons en de naderende toezicht houdende studiemeesters. Hij gromde nog snel me na schooltijd aan het station te verwachten om het conflict af te handelen en verdween toen in de menigte. Toen ik om me heen keek zag ik dat minstens de helft van de schoolbevolking getuige was geweest van dit, voor mij toch, vervelend gebeuren.

Gedurende de overgebleven minuten van de rustpauze en zelfs tijdens de resterende twee lesuren van de dag, diende ik voortdurend te aanhoren dat men een spektakel verwachtte 's avonds aan het station. En op weg naar de fietsstalling werd ik ook, tot vervelens toe, geattendeerd op 'mijn' afspraak aan het treinstation. Nu lag die plek helemaal niet op mijn route naar huis toe en was ik totaal niet van plan mijn rijroute te wijzigen om die brutale medeleerling te plezieren. Als hij wou vechten, mij niet gelaten, maar dan wel op het schoolterrein!

Wat zulke kerels uiteraard niet doen. Want die hebben vaak al heel wat op hun kerfstok. En staan doorgaans al op een niet al te best blaadje bij de directie. Dus heb ik van die kerel achteraf geen last meer gehad. Dit ondanks het feit dat ik die namiddag gewoon huiswaarts ben gereden. Dit in tegenstelling tot een groot aantal schoolgenoten, die tevergeefs aan het treinstation mijn komst hadden afgewacht. Om me aan te moedigen? Bij een nederlaag uit te lachen? Wat kon mij dat schelen.

Die jongen zag ik daarna nog vaak. Zowel binnen de schoolpoort als daarbuiten. Stevig rokend en steeds met grieten in de buurt, die vielen op zijn type. In elk geval zag ik die jongen niet als een potentiële vriend en liet ik me dan ook niet in met hem en zijn activiteiten.

Bijna twintig jaar later heb ik die kerel nog eens terug gezien. Als klant in mijn winkel. Hij bleek toen al jaren chauffeur te zijn. Van internationaal transport. En zelfs in mijn buurt te wonen. Hij herkende mij evenwel niet meer. Maar ik hem des te meer. En ik herinnerde mij zelfs zijn naam nog. Zijn lange blonde haardos was nog intact. En er zat ook nog steeds een ring in zijn linker oorlel. Maar ze had het gezelschap gekregen van enkele piercings in de oorschelp. Ik kon in het uiterlijk van die kerel  nog steeds dat ruige ventje van weleer herkennen. Alleen was zijn huid nu versierd met allerlei tatoeages. Het plaatsen van dergelijke kunstwerken op andermans lichaam bleek overigens een activiteit te zijn waarmee hij zich in zijn vrije tijd bezig hield. Als bijverdienste. En uit ons gesprek kwam ik te weten dat hij ook nog steeds nicotineverslaafd was. Het kan inbeelding zijn geweest, maar op de door het roken verschraalde opperhuid van 's mans gezicht meende ik op zijn linkerwang, net onder het oog, een overblijfsel op te merken van het bijna twee decennia eerder voorgevallen schoolkoer incident.

16-04-10

Allen de straat op

  

Koning auto - 000Nu de lente in het land is, is het zeker interessant om je als 'zachte weggebruiker' over het publiek domein te bewegen. Er is gelukkig al jarenlang een kentering aan de gang naar meer fiets- en voetgangersverkeer. Eventueel in combinatie met het openbaar vervoer: trein, tram, metro en lijnbus. Maar al te veel fietspaden en trottoirs liggen er abominabel bij. En er wordt bij de (her)aanleg van wegen nog steeds veel te weinig aandacht besteed aan kwalitatieve en veilige fiets- en voetgangersvoorzieningen. Koning auto heerst nog steeds over de weg. Samen met het ander snel wegverkeer, zoals vrachtwagens, bestelwagens, bussen en motoren. En in het straatbeeld wordt het bewijs geleverd dat het belang van dit gemotoriseerd verkeer nog steeds primeert.

Nochtans is er in het verkeerswezen een principe vooropgesteld dat inmiddels genoegzaam bekend is: STOP. Wat staat voor Stappers - Trappers - Openbaar vervoer - Privaat gemotoriseerd vervoer. Het duidt de volgorde aan van prioriteit, die men aan de verschillende verkeersmodi geeft in dit idealiter systeem. In de praktijk blijkt dat er zowel bij het ontwerp als bij de uiteindelijke uitvoering van verkeersinfrastructuren, nog al te weinig wordt vastgehouden aan dat principe.

Zolang er ten gronde niks verandert aan de mentaliteit van hen die beslissen over hoe de verkeersinfrastructuur op het openbaar domein er uit moet zien en er niet met zowel de noden van de buurtbewoners wordt rekening gehouden als met deze van het doorgaande en bestemmingsverkeer, en het STOP- principe niet systematisch wordt toepast, blijft de zachte weggebruiker ondermaats gediend.

Bakfiets - 001 (klein)Bovendien houdt men nog absoluut niet genoeg rekening met de omvang en de gebruiksvereisten van allerlei nieuwe, of opnieuw populair geworden 'zachte' vervoersmiddelen: ligfietsen, bakfietsen, vouwfietsen, steps, skateboards, inline skates ... Ook niet met kleuterbuggy's die gekoppeld worden aan en voortgetrokken door de fiets van de (groot)ouders en het gebruik van fietstassen aan beide zijden van het stalen ros (om bijvoorbeeld de boodschappen in weg te stoppen). Maar evenmin met driewielers (voor volwassenen met een fysieke beperking ), scooters (voor mensen die moeilijk te been zijn), elektrische buitenrolstoelen, steeds meer in zwang rakende rollators... De tijd dat oudere mensen of personen met een fysieke beperking hoe dan ook niet (meer) naar buiten kwamen, ligt immers gelukkig reeds grotendeels achter onze rug. Maar de overheid ziet hun (specifieke) noden, waar evenwel iedereen mee zou gebaat zijn, helaas nog veel te dikwijls over het hoofd.

De verstandige lezer concludeert met mij dat de doorsnee trottoirs en fietspaden veel te smal zijn om een vlot en veilig verkeer toe te laten. Voeg daar het feit aan toe dat ze vaak slecht zijn aangelegd en doorgaans nog slechter worden onderhouden en je komt uit op een oncomfortabele rijwijze. Wat vele mensen er toe aanzet om voor hun verplaatsing dan toch maar van hun auto gebruik te maken.

Speciale fiets - 003 (klein)De heden dikwijls aangelegde fietspaden voor tweerichtingsverkeer zijn in dit opzicht plezanter om je over te verplaatsen. Zolang er zich niet te veel verkeer over beweegt tenminste. En elke gebruiker respect heeft en toont voor de andere. Dus zonder toestanden met zenuwachtige pseudowielrenners of mountainbikers die verwachten dat, als zij er aan komen, iedereen terstond de baan ruimt voor hen. Geen ongeduldige fietsers die niet even hun snelheid temperen, om bijvoorbeeld twee gemoedelijk naast elkaar rijdende peddelaars, na het horen van het belgerinkel van de achterligger, de tijd te geven om rustig aan achter elkaar te gaan rijden. En zo verder en zo voort.

Waar wijde trottoirs werden aangelegd, stel ik vast dat de extra ruimte helaas nogal vaak wordt vol gezet met bloembakken, publiciteitsborden, fietsrekken en andere voor voetgangers uiterst hinderlijke objecten. Of grotendeels worden ingepalmd door de buitenterrassen van horecazaken. Met als naar gevolg dat stappers dikwijls alsnog moeten uitwijken naar de autoweg. Met alle gevaar van dien.

Zeldzaam zijn zij die zich als zachte weggebruiker kunnen bewegen van thuis tot aan een enkele kilometers verderop gelegen bestemming, zoals bijvoorbeeld de school, het station, het werk, een multifunctioneel buurtgebouw... zonder door ook maar enig obstakel te worden gehinderd. Als het geen losliggende tegels, putten in de weg of andere technische mankementen zijn, dan is het vast een op een foute plaats ingeplante verkeerspaal, een onveilig kruispunt of een totaal gebrek aan een fiets- of voetgangersvoorziening. Om budgettaire redenen of omwille van plaatsgebrek of godweet welk ander ridicuul excuus, worden in het verkeerswezen faciliteiten voor stappers en trappers blijkbaar nogal vaak niet nodig geacht.

Zachte weggebruikersWat me nog steeds stoort zijn buurten waar een 'zone 30' van kracht is, maar waar men deze tracht af te dwingen met kunstmatige wegversmallingen hier en daar. Met als gevolg dat op de obstakelvrije stroken tussenin, door menig automobilist, motorrijder of bromfietser nog eens goed gas wordt gegeven. Met alle gevaren van dien. Vaak zijn die wegversmallingen, in plaats van overrijdbaar, opgebouwd uit betonblokken, met als gevolg dat bij een uitwijkmanoeuvre, wegens bijvoorbeeld een plots opduikende tegenligger, de autobestuurder een fatale crash maakt. Hoe zeer ik snel en roekeloos rijden ook afkeur, een (zware) verwonding of de dood, wens ik geen enkele automobilist toe. Hoe onbezonnen die ook mag hebben gereden.

De 'traag verkeer' zones zouden over het ganse traject dusdanig moeten zijn aangelegd dat er automatisch aan een lage snelheid wordt gereden. En gemengd verkeer ten volle en veilig kan functioneren. Zonder dat deze of gene weggebruiker gefrustreerd is of zich ergert aan een andere. Groenaanleg en bochtige wegen kunnen dit bewerkstelligen. Er zijn talrijke studiebureaus die de expertise in huis hebben om dit zowel visueel aantrekkelijk als verkeerstechnisch overeenkomstig de geldende wetgeving voor elkaar te krijgen.

Wat is er prachtiger dan het beeld van door elkaar krioelende voetgangers, fietsers, op rijwielen in alle soorten en formaten, auto's, motors, skeelers, jongeren op step, skateboard of zich voortbewegend op een springstok, rolstoelers, rolschaatsers, brommertjes en scooters... Jong en oud door elkaar, gebruik makend van diverse verplaatsingsmiddelen. Zich voortbewegend in woonwijken, maar ook daarbuiten. Een mooie droom? Zeker weten, maar wel één die mits wat goede wil van iedereen, op termijn kan worden gerealiseerd! Lachen

08-03-10

Het leven zoals het is

 

Euro's - 012a (kleiner)Vorige week was ik aanwezig in een bankkantoor waar ik tot dan toe niet als klant was gekend. De reden van mijn bezoek aldaar was het openen van een bankrekening. Zonder slag of stoot ging dat niet. Want het computersysteem weigerde in eerste instantie, en ook in tweede, mijn identiteitsgegevens te bewaren, die via mijn in een kaartlezer gestopte identiteitskaart, op het computerscherm verschenen.

Bijgevolg dienden mijn gegevens op de conventionele manier te worden ingebracht. Zijnde het inscannen van de beide zijden van mijn elektronische identiteitskaart en van mijn handtekening. Waar serieus wat tijd in kroop. Wat ik dacht in een kwartiertje geregeld te krijgen, nam uiteindelijk drie keer zoveel tijd in beslag!

En mensen, wat een massa papier ging er bij deze handeling verloren. Die registratiepapieren, in drie exemplaren, het afdrukken van de voorwaarden en zo meer. Ecologisch gezien betekent het openen van een bankrekening op zulk een manier, ernstige roofbouw op de natuur. Papier, inkt, elektriciteit... Mijn ecologische voetafdruk bedraagt alweer een maatje meer. Helaas! Maar gedane zaken nemen geen keer, dus ga ik me voor de rest niet druk maken over dit feit.

Wat ik enigszins raar vind is dat de dame die deze formaliteiten vervulde, gegevens wou over mijn inkomen, wou weten welke inkomsten er op die net geopende rekening zullen worden gestort en ze me daarenboven, weliswaar vriendelijk, doch enigszins dwingend, de vraag stelde of ze mocht weten wat ik van plan ben om met die rekening aan te vangen.

Waarschijnlijk is dit een routinevraag, maar ze kwam bij mij nogal raar over. Alsof bijvoorbeeld een dakwerker zal zeggen dat hij op zijn nieuwe bankrekening zijn uit zwartwerk verkregen inkomsten zal storten. Of een witte boord crimineel zal verklaren dat hij er zijn frauduleus verkregen gelden op zal parkeren. Of een drugsbaas aan een bankbediende zal bekennen dat hij net een rekening opende om er de opbrengsten van zijn drugstrafiek op onder te brengen.

Voorts vind ik zulk een vraag een ernstige inbreuk op de privacy. Stel je voor dat ik aan een sollicitant, die zich bij mij aandient voor een openstaande vacature, zou vragen wat de  kandidaat zinnens is om aan te vangen met het geld dat zij of hij bij een eventuele aanwerving, bij mij kan verdienen? Ik zou ongetwijfeld nogal een hevige reacties krijgen. En mogelijks niemand vinden om voor me werken. Terecht, overigens!

Maar ik hield me, in tegenstelling tot wat mijn gewoonte is, gedeinsd. Dat ganse gedoe met al die paperassen had al zo veel tijd gekost, dat ik geen zin had om er nog meer te verspillen door een nutteloze discussie aan te gaan met iemand die vast enkel uitvoerde wat haar overste haar heeft opgedragen.

Toen die vrouwelijke bankbediende alle verkregen data opsomde riep in haar op een gegeven moment even halt toe. Want bij burgerlijke stand had ik gehoord 'ongehuwd'. Terwijl ik officieel wel al sinds 1993 ben getrouwd. Die status wijzigen was volgens de bankbediende evenwel onmogelijk, omdat het gegeven zo van mijn identiteitskaart werd gelezen. Vreemd...

*****

Enkele dagen voordien had de, volgens de aan mijn identiteitskaart gekoppelde data, niet bestaande echtgenote, op mijn herhaald verzoek, mijn nog, in wat vroeger onze gezamenlijke slaapkamer op de eerste verdieping was, aanwezige kledij, in een grote doos en een dito geruite verhuiszak gestopt. Zodat ik ze elders, in een voor mijn assistenten toegankelijke ruimte, zou kunnen onderbrengen.

Brian in papa's outfitTerwijl ikzelf in de woonkamer zat, op het gelijkvloers, zoals vaak voor mijn computer, was zoon Brian blijkbaar toevallig getuige van de activiteiten van zijn ma. Want ik hoorde hem plots, door het houten vloer annex plafondgewelf uitroepen 'awesome!' (formidabel!). Waarna ik hem van de, ook al houten, trap hoorde naar beneden denderen. Waar even later de deur tussen onze hal en de woonkamer open vloog, en mijn zoon door het deurgat de kamer binnen stormde. Uitgedost in een beige broek die ooit tot mijn zondagse outfit behoorde en mijn, uit een ver verleden afstammende, zware zwartlederen motorvest.

Uitgelaten en blij stond de jongen daar te draaien, zich te showen voor mij en voor zichzelf. Dat laatste was mogelijk door de weerspiegeling van zijn gedaante in het glas van een manshoge vitrinekast die in onze living staat opgesteld. Brian had deze kledij gegraaid uit die door mij ter beschikking gestelde doos. Ooit de stevige kartonnen verpakking van een groot computerbeeldscherm.

Een dag later heb ik, met de praktische hulp van mijn assistente, alle overgebleven kledij van vroegere jaren eens aan mijn gezichtsveld laten passeren en er de items uitgehaald waarvan ik vermoedde dat ze mijn kinderen zouden passen en waarin ze mogelijks zouden kunnen geïnteresseerd zijn om ze aan hun garderobe toe te voegen.

In de avonduren heb ik hen die kledingvoorraad dan naar de woonkamer laten brengen. En mochten ze hun keuze maken. Wat me een verkleedschouwspel bezorgde dat aangenaam was om te zien.

*****

Het weerzien van een deel van mijn kledij van een tijd geleden, deed me terugdenken aan mijn favoriete kledingstukken van nog vroeger. In de decade tussen mijn vijftiende en mijn vijfentwintigste levensjaar droeg ik graag strakke, nauw om het lijf spannende broeken. Waarvoor je plat achterover op je bed moest gaan liggen om ze aan te trekken. En je buik diende in te trekken om de rits gesloten en de broeksknop dicht te krijgen.

Meestal droeg ik jeans. Maar af en toe kon ook een uit een andere textielstof vervaardigde pantalon, mij bekoren. Zo had ik, ten tijde van mijn voorlaatste jaar aan de middelbare school, een witte broek. Die enkel ter hoogte van mijn onderbenen enige ruimte vrij liet tussen het kledingstuk en mijn huid.

Op het einde van het schooljaar had ik mij vrijwillig aangemeld om ter voorbereiding van het opendeur weekend, op een vrije namiddag, het elektronicalokaal van onze school op te ruimen en enigszins aantrekkelijk in te richten. De klus was bijna geklaard toen ik mij hurkte om iets op te heffen en bij deze handeling de achterkant van mijn strakke witte broek hoorde en voelde scheuren.

Snel stelde ik me recht en voelde met mijn beide handen aan mijn bibs. Mijn broek was netjes in twee gescheurd, over de gehele lengte van mijn bilspleet! Nog een geluk dat ik die ochtend een propere onderbroek had aan getrokken. Want mijn twee klasgenoten, met wie ik de werkzaamheden verrichtte, waren op het geluid van die scheurende stof en mijn daarop aansluitend gevloek afgekomen en keken grinnikend naar mijn zitvlak.

Short skirt girl on bicycle - 001Gelukkig droeg ik een lange zwarte gebreide wollen trui, die ik zo ver als enigszins mogelijk was, over mijn poep trok om de averij zoveel als mogelijk aan het zicht van anderen te onttrekken. Volgens mijn nog steeds glimlachende maten lukte dat op die manier vrij goed.

Het afwerken van de klus in het labo liet ik over aan hen en de leerkracht die poolshoogte kwam nemen, maar aan wie ik niks over mijn gescheurde broek vertelde. Aangezien ik me er eigenlijk een beetje voor schaamde.

Spiedend stapte ik over de verlaten speelplaats, richting de boom aan de uitgang, waar ik mijn moeder haar fiets had gestald. Het gebeurde wel vaker dat ik mijn ma haar tweewieler gebruikte op momenten dat ze hem kon missen. Dat, als gevolg van de opbouw van het tweewielig vervoermiddel verplicht voorover gebogen zitten op een herenfiets vond ik immers niet zo leuk. Vandaar dat ik me liever met een damesfiets verplaatste.

Wat me nu trouwens ook uitermate goed uitkwam. Want gezeten op mijn mannenfiets had ik, tijdens de 8 kilometer lange rit huiswaarts, mijn billen nooit geheel kunnen onttrekken aan het zicht van eventuele passanten. Wat me, gezeten op mijn ma haar fiets, wel redelijk lukte. In een zo rechtop zittende houding als enigszins mogelijk was, wisselde ik voortdurend van hand om het stuur vast te houden, zodat ik met de vrije hand mijn omhoogschuivende trui naar beneden kon trekken. Allicht heb ik toen kunnen ervaren hoe het aanvoelt als je als meisje, met een ultra kort jurkje of rokje aan, met je onderbroek op het fietszadel zit.

Daar denk ik nu aan. Want toen was al mijn aandacht gericht op de vrees om bekenden tegen te komen die zouden merken wat er met mijn broek aan de hand was. En voor schut staan en mogelijks de dagen nadien door de halve schoolbevolking of een kwart van mijn dorpsgenoten uitgelachen worden, daar had ik als tiener totaal geen zin in.