19-12-10

Onwelkome ratten en andere muizenissen

Huismuis - 000.JPGAfgelopen zomer was ik, op een warme namiddag, gezeten in mijn elektrische rolstoel, rustig aan het plassen, op een plek voor mijn garage en rechts van mijn met klimop begroeide haag. Plots zag ik, voor de witte garagepoort, over de betontegels op de grond, iets razendsnel van rechts naar links bewegen. Nog net zag ik een grijs muisje ritselend verdwijnen door een gat in de klimophaag.

Muizen en ratten… ik hou niet van deze knaagdiertjes met hun lange staart. De reden daarvoor weet ik eigenlijk niet. Mogelijks is het omwille van hun enge voorkomen en hun kwalijke reputatie als ziekteverspreider. En vast ook omdat ze zo graag ongegeneerd en ongenood tuinhuisjes, berghokken, garages en zelfs woningen plachten binnen te dringen.

Al mijn confrontaties met die ongeliefde zoogdieren verhalen, zou meteen leiden tot een omslachtig boekwerk. Vandaar dat ik mij hier ga beperken tot enkele bijzondere ontmoetingen met deze gretig knagende plaagdieren. Die zowat overal opduiken waar eten aanwezig is.

Kat met prooi - 000.JPGAls kind zag ik vaak huismuizen en veldmuizen in de omgeving van ons huis en stallingen. Meer dan eens zelfs onze huisgevel opklimmend. Gelukkig hielden onze katten toen de aangroei van die muizenpopulatie onder controle. Door nogal dikwijls eentje te pakken te nemen en vervolgens lustig op te vreten. Alleen, of de buit delend met de eigen kroost of andere op onze hof verblijvende soortgenoten.

Spitsmuizen of dolletjes zoals wij die noemden, werden dan weer niet verorberd door onze huiskatten. Met deze diertjes speelden of dolden ze alleen maar wat. Deze insectenetende zoogdiertjes worden overigens dan wel muizen genoemd, ze zijn het niet!

Net zo min als mijn zus haar, als (buitens)huisdier gehouden steenratjes ratten waren. Cavia’s waren het. Maar ze plantten zich wel haast net zo snel voort als de bruine rat. De laatste kooi die mijn handige pa als verblijf voor die beestjes in elkaar had geknutseld, werd vele jaren na het heengaan van de laatste cavia, gebruikt als opslagplaats voor het stro waarvan regelmatig een vers deel in de schuilplaats werd gelegd van de twee vrouwtjeseenden, die in mijn ouders hun achtertuin een stukje afgebakend terrein bewoonden.

Op een zekere dag in het oogstseizoen had de boer, die eigenaar was van de akkers die gelegen waren naast mijn ouderlijke woonst, het graan dat er op werd geteeld, door loonwerkers laten maaidorsen. Waarna de op het land achtergebleven droge plantenstengels en uitgedorste aren door een andere machine werden bijeen geschraapt  en samengeperst tot rechthoekige strobalen.

Muizennest - 000.JPGAls naar gewoonte, en met instemming van de boer, raapte ik nadien de nog op het land achtergebleven resten stro bij elkaar. Toen ik, om mijn buit op te bergen, het deksel optilde van de kooi waarin voorheen de cavia’s huisden, schrok ik mij haast een ongeluk. Omdat ik daar, bovenin het opeengestapelde stro, een nest muizen aantrof. Die, als in koor, luid piepten toen het deksel was opgelicht. Van schrik liet ik het terstond los, waardoor het met een klap terug op zijn plaats kwam te liggen. Dat verzamelde stro heb ik die dag netjes in een zak naast die kooi gezet, want ik bleef toch liever uit de buurt van die kroostrijke muizenfamilie.

Later is het ook eens voorgevallen dat ik de eenden eten ging brengen en van op een afstand zag dat er precies een ander dier stond te eten aan het, een stukje boven de grond opgestelde en overdekte, voederbakje. Toen ik tot op een meter of vijf genaderd was, zag ik wie die maïsdief was: een grote bruine rat! Ze stond met haar achterpoten op de grond en de voorpoten in het zich zowat 10 centimeter boven de grond bevindende voederschaaltje. Het beest, met een heel lange staart, bleek helemaal niet bevreesd te zijn voor mij. Die perplex het schouwspel volgde. En pas terug in beweging kwam toen dat enge beest er uiteindelijk toch vandoor ging.

*****

Als kind ging ik vaak vissen. In de stilstaande waters van beken, vaarten en vijvers uit de buurt. En tevens in het getijdenwater van de in Nederland stromende Westerschelde. Van op heel jonge leeftijd trok ik mee met mijn vader. En later ging ik ook al eens alleen, of met kameraden. Normaliter visten wij, van op de oever, met de vaste hengelroede en/of de werphengel. Maar ik ben ook enkele keren met mijn pa gaan peuren. Dat is een speciale en tevens één van de oudste manieren voor het vangen van paling.

Peuren - 000.JPGEen drijvend gemaakte afgeschreven paraplu, of zoals wij het deden, een rechthoekige bak met drie naar binnen geplooide wanden en aan één zijde verhoogd met een in een kader gevat net, wordt hierbij te water gelaten. En middels een oude hengelstok, tot op een vijftal meter van de oever gebracht. Daarnaast wordt een hengelroe gehouden, waar aan de top ervan een draad is bevestigd met een dikke dobber en aan het uiteinde een tros aaneengeregen regenwormen hangt. Die wordt verzwaard met lood. En waarvan het de bedoeling is dat deze de bodem net niet raakt. Waarna de geur van de wormen de paling moet aantrekken.

Op het moment dat je, door de beweging van je roe, of het ondergaan van de dobber, vermoed dat er een paling aan de pieren knabbelt, dien je met een vlugge, doch rustige beweging, de top van de hengelroe op te halen en de tros regenwormen zacht tegen de binnenkant van, al naargelang, het regenscherm of de netwand van de bak te kletsen. Zodanig dat de lustig wormen etende paling deze lost en in de paraplukom of bak valt. Die je vervolgens naar je toe trekt om de buit binnen te halen.

Muskusrat - 000.JPGHet beste moment om deze activiteit uit te voeren is ’s nachts. Omdat aal het grootste deel van de dag op de bodem van het water ligt ingegraven en pas in de nachtelijke uren gaat jagen. Dus zaten wij daar dus in het donker aan de waterkant. Wachtend tot die palingen zouden toehappen. En de stilte van de nacht werd enkel verstoord door onze ademhaling en door het plonzen van muskusratten, die vanaf de oever het water indoken en met hun grote lijf en lange staart vlak voor onze voeten voorbij zwommen. Griezelig!

*****

Van iets minder lang geleden dateert het volgende voorval, dat plaatsvond in Afrika. Met mijn echtgenote was ik op rondreis in haar geboorteland. We bevonden ons op een gegeven moment in een dorpje aan de rand van de woestijn. In het lemen gebouwtje dat door moest gaan als restaurant, zaten we als enige klanten in het sober ingerichte etablissement. Op houten stoelen aan een houten tafeltje aten we het enige gerecht dat daar die dag verkrijgbaar was.

Woestijnrat - 000a.JPGWe waren in alle rust en stilte gemoedelijk en smakelijk aan het eten toen ik ineens, onder één van de andere tafeltjes in het vertrek, een grote, grijskleurige woestijnrat zag verschijnen. Het diertje slalomde ongehaast tussen de verschillende stoel- en  tafelpoten van het meubilair in het eethuis. Vooraleer mijn echtgenote, die de rat ook had opgemerkt, en ikzelf, verbouwereerd onze mond konden openen om er iets over op te merken, was het beestje alweer door de openstaande deur naar buiten getrippeld. Geloof me vrij dat het eten ons daarna niet meer zo erg smaakte. En we spoedig afrekenden en die plek verlieten.

Later kwam ik te weten dat er hier in Europa, en mogelijk ook elders, mensen zijn die deze beestjes houden als huisdier. Omdat ze zo vriendelijk, nieuwsgierig, rustig en gemakkelijk in de omgang zijn. Dat heb ik gemerkt, ja! Lachen

*****

Toen ik nog maar pas een jaar of twee thuis was, na anderhalf jaar verblijf in het ziekenhuis, heb ik, op eigen initiatief, een tijdlang logopedie gevolgd. Omdat ik door een verminderde long- en middenriffunctie minder krachtig kon praten. En met professionele hulp technieken wou aanleren om, uit mijn beperkte mogelijkheden, toch de maximale spraak- en zangcapaciteit te halen.

Bruine rat - 000.JPGOp een zekere voormiddag waren wij, zoals dat vaak het geval was, aan het oefenen in de zitkamer van mijn woning. Mijn logopediste, gezeten op een stoel, met haar rug naar het groot terrasvenster gericht. En ik tegenover haar, gezeten in mijn onafscheidelijke elektrische rolstoel. Terwijl ik bezig was met een door haar voorgedane oefening te herhalen, zag ik buiten een vrij grote bruine rat over ons verhard tuinpad lopen. Mijn adem stokte even en een zachte rilling ging door mijn lijf. Mijn logopediste merkte dat uiteraard. En vroeg me wat er aan de hand was. Wijselijk verzweeg ik wat ik net had gezien. Ik wou immers niet het minste risico lopen dat ze niet meer zou komen, omwille van de aanwezigheid van dat ongedierte op mijn hof.

*****

Boosaardige rat - 000.JPGEen maand of twee later zat ik, zoals ik op zomerse dagen nogal eens placht te doen, bij valavond voor de openstaande deur in de inkomhal, een boek te lezen. Van licht voorzien door de maan, de straatlantaarns die de rijweg verlichten en de in de hal hangende gloeilamp. Plots dook er uit de duisternis een bruine rat op die zich, onder mijn, op de steunen van mijn rolstoel geplaatste voeten door, in de richting van het voor ons huis aangelegde vijvertje voortbewoog, Alwaar het beest, vanaf de rand, met een plons het water indook. En even later met de kop weer boven kwam. Om rustig, lustig en ongegeneerd te beginnen eten van het zich dobberend in een drijvende ring bevindende visvoer.

>>> Klik ook eens op de afbeeldingen <<<

05-11-10

Happy Mike

           

Helpers - 000.JPGEen jaar of 16 geleden was ik volop bezig met het verbouwen van de woning, die ik toen pas had gekocht en waar we heden nog steeds in resideren. Een tweewoonst, waarvan het de bedoeling was dat één deel zou worden ingericht als handelsruimte en het andere deel als gezinswoonst. Aangezien ik het vele werk niet allemaal in mijn eentje aankon, schakelde ik voor het klaren van vele klussen familieleden en vrienden in. Enkel als het niet anders kon, kwamen er professionele werklui aan te pas. Het mij beschikbare budget liet een andere werkwijze niet toe.

Tijdens de eerste zomerperiode van de twee vernieuwbouwjaren had een vriend van mij, die ik hier Tjen zal noemen, een speciale logé. Waarmee mijn levenspartner en ik kennis maakten tijdens een etentje, in beperkte kring, in de achtertuin van Tjen zijn woonst. De gast, van wiens bestaan en aanwezigheid op het adres van mijn vriend, ik reeds eerder telefonisch was op de hoogte gebracht, was alleszins een opmerkelijk wezen.

De man, met naar ik schat een leeftijd van midden van de veertig, was niet al te groot, nogal pezig en had een bleke gelaatskleur en lang blond haar, dat bijeengehouden werd als een paardenstaart. ’s Mans hoofd was getooid met een genre cowboyhoed,  waarvan de zijranden waren omhoog gevouwen. De naam waarmee hij zichzelf voorstelde wens ik niet kenbaar te maken, maar voor de eenvoud zal ik hem benoemen als ‘Happy Mike’. Hij was naar eigen zeggen een Britse hippie, die leefde van een werkloosheidsuitkering en wat schnabbelen hier en daar. En hij zei er ook niet van terug te schrikken desnoods geld te vergaren als bedelaar.

Liften - 000.jpgMijn vriend Tjen had hem opgepikt toen hij stond te liften aan een rustplaats langsheen de autostrade van de kust naar het binnenland. Tijdens het gesprek dat ze in de auto voerden, vertelde de uitsluitend Engels sprekende man dat hij gewoonlijk bij een koppel op kamers woonde, maar dat hij recentelijk hommeles had gehad met iemand uit de streek van zijn woonplaats. En hij derhalve wijselijk had beslist er voor enige tijd vanonder te muizen. En gezien hij in eigen land al zowat alle kantjes en hoekjes had gezien, had Mike beslist om nog maar eens Engeland te verlaten, de plas over te steken en een tijdje op het continent rond te dwalen.

Toen duidelijk werd dat Mike dus zomaar wat op de dool was, hopend ergens aan de bak te komen om op verplaatsing in zijn levensonderhoud te kunnen voorzien en onderdak te kunnen bekostigen, stelde de, toen alleen wonende Tjen voor om Mike naar zijn huis mee te nemen. Hij had immers nogal wat op te knappen klussen, waar hij, uit tijdsgebrek, zelf niet aan toe kwam, en andere, waarbij wat hulp meer dan welkom zou zijn. Hij bood Happy Mike aan om zijn tijdelijke kluspartner te worden. Tegen een gering uurloon, met daarbovenop gratis kost en inwoon. Waarmee de man dus tevreden had ingestemd.

Stoned - 000.JPGHappy Mike kreeg een eigen slaapvertrek ter beschikking, in een gebouw dat vroeger een stal was geweest. Elke weekdag klopte hij overdag zijn uurtjes en ‘s avonds en in het weekend was hij vrij. En ging hij te voet op zoek naar een kroeg waar men Engels sprak en hij zich welkom voelde. Of anders was hij, onder invloed van het roken van wiet, gelukzalig, doch wezenloos voor zich uit kijkend, te vinden in de achtertuin van mijn vriend. Soms zelfs zittend bovenop de ronde houten dwarsbalk die deel uitmaakte van een daar opgestelde kinderschommel.

Enkele weken na het aannemen van Mike, had mijn vriend geen werk meer voor hem. Terwijl de man eigenlijk nog geen zin had om op te krassen en verder te trekken. Want hij had in een café kennis gemaakt met een alleenstaande moeder van vier kinderen. En hij genoot van de gesprekken die ze voerden en de seks die ze bij haar thuis bedreven.

Nu wou ik de man wel werk verschaffen, want er was bij ons nog genoeg te doen, maar hem onderdak verschaffen, dat zag ik niet zitten. Tjen zat er evenwel niet mee in dat Happy Mike nog een tijdje van zijn slaapaccommodatie gebruik zou maken. We spraken af dat ik, tijdens weekdagen, in de ochtend Mike zou ophalen bij mijn vriend, wij hem ’s middags en ’s avonds te eten zouden geven en ik hem ’s avonds opnieuw aan het huis van mijn vriend zou droppen. Wat me geen extra verplaatsing opleverde, want ik moest daar toch passeren, op de weg naar mijn ouderlijk huis, alwaar toentertijd mijn handelszaak was gevestigd.

De voornaamste klus die ik in eerste instantie voor de hippie voor ogen had, was het uitgraven van de boomstronk en de daaraan bevestigde wortels van een reeds eerder gevelde boom. Die ik liet neerleggen omdat hij het zicht vanuit de living compleet belemmerde. En de nog in de grond zittende overblijfselen moesten weg omdat ik die zone wou opnemen in de nog aan te leggen parking.

Gelukkig viel het weer goed mee, die zomer. Het was droog, er was veel zonneschijn, dus lekker warm, maar toch niet overdreven heet. Ideaal weer om in buiten te werken. Bleke Mike, uitgedost in korte broek en in bloot bovenlijf kweet zich vlijtig van zijn taak en kreeg er zelfs wat kleur van. Maar opdat zijn bleke vel toch wat zou beschermd zijn, bezorgde ik hem een bus zonnemelk.

Boomstronk.JPGNa minstens een volle week werk aan uitgraven en wortels doorzagen en doorhakken, door Mike, trokken we, met een man of vier, de boomstronk uit de grond met de stevige lier van Tjen. Na het dempen van de ontstane put, kon ik Happy Mike een andere taak toevertrouwen. De overhangende houten dakgoot en onze stenen schouw wit verven was er één. En omdat mijn ladder daarvoor niet ver genoeg kon uitgeschoven worden en ik over geen stellage beschikte, ging Mike, voor het uitvoeren van deze klus, in de dakgoot liggen. Terwijl ik hem, veilig van op de grond, nauwlettend in het oog hield. Toen hij op een bepaald moment, door een verkeerd manoeuvre, eens bijna naar beneden donderde, vroeg hij me naderhand wat ik zou gedaan hebben zo hij daadwerkelijk naar beneden was gevallen. Hij was immers niet verzekerd. Geheel onwillig om dat doemscenario ook maar even ernstig in overweging te nemen,  antwoordde ik laconiek dat ik hem in dat geval zonder veel omhaal zou begraven hebben op de plaats waar we die boomstronk hadden weggehaald.

Inmiddels maakte Tjen plannen om op reis te gaan. En aangezien ik tevreden was met het door Happy Mike verrichtte werk, en ik hem graag nog even ‘in dienst’ wou houden, stelde ik, na overleg met mijn vrouw, aan de man voor alsnog een tijdje bij ons te komen wonen. Wijzelf verbleven toentertijd in een tijdelijk tot appartement omgebouwd etage in een deel van de tweewoonst. De kant waar later de burelen van mijn handelszaak moesten komen. Aan Mike bood ik, als tijdelijke slaapplaats, een vertrek aan op de eerste verdieping van de andere zijde van de woning. Een ruimte welke later onze slaapkamer moest worden. Ik bezorgde hem een matras, een deken, lakens en zelfs een nachtkastje. Happy Mike zag het helemaal zitten. Dus haalden we zijn spullen op bij Tjen, zodat die kon vertrekken zonder zich zorgen te moeten maken over een nog op zijn eigendom verblijvende gast.

Gesloten envelop - 000.JPGTerwijl Mike bezig was met het bijeen scharrelen van zijn spullen voor het verkassen, nam mijn vriend me even bij de arm. Hij stopte me een gesloten envelop in de hand en vertrouwde me toe dat daarin een geldbedrag zat dat Happy Mike nog van hem tegoed had voor geleverd werk. Tjenn meldde mij dat hij aan Mike had verteld hem dat geld te zullen bezorgen bij zijn terugkeer van de reis. Maar hij zei me Mike die envelop reeds te mogen overhandigen van zodra deze zijn werkzaamheden bij mij had beëindigd en verder wou trekken. Maar niet eerder, want dan zou de man vast niet meer gemotiveerd zijn om nog voor mij te werken. En daarenboven allicht onmiddellijk alle geld zou verkwisten aan drugs, drank en vrouwen. Mijn vriend raadde mij ook aan om strenge regels te stellen: geen drank noch drugs toelaten in huis en ook niet tolereren dat Mike volk meebracht of tijdens de week dronken was.

De eerste dag hadden we al prijs. Wij wilden, vooraleer slapen te gaan, er toch zeker van zijn dat ook Mike zijn bedstee had opgezocht. Niet dus. Aangezien ik het niet wou meemaken dat die kerel al op zijn eerste nacht bij ons stomdronken zou thuiskomen, besloot ik om samen met mijn vrouw naar hem op zoek te gaan. In eerste instantie reden we naar een etablissement vlakbij ons huis. Een kleine, vervallen café. Wegens de gordijntjes voor de vensterramen, konden we daar helaas niet naar binnen loeren. Dus stapten we schoorvoetend naar binnen.

Cafébaas - 000.JPGAlwaar we ogenblikkelijk constateerden dat er in de kleine verbruikszaal geen Happy Mike aanwezig was. Onverrichter zake op onze stappen terugkeren, dat konden we niet maken, zo vond ik. Dus groetten we de weinige daar aanwezige manspersonen en gingen aan een tafeltje zitten. Onder de spiedende blikken van de kroegbaas van middelbare leeftijd en zijn twee, al wat oudere klanten. Geen enkele van de drie mannen had ik ooit eerder ontmoet. De uitbater van het café wist blijkbaar wel wie ik was. Want toen hij de door ons bestelde frisdranken bracht, stelde hij ons, voor de vorm de vraag, waarop hij duidelijk een bevestigend antwoord verwachtte, of wij niet de nieuwe bewoners waren, van de witte villa wat verder in de straat.

Toen de baas terug achter zijn toog stond, waar één klant hem, gezeten op een barkruk, gezelschap hield, hervatten deze twee en de andere klant, die aan een tafeltje zat, hun gekeuvel over onbelangrijke feiten uit hun bekrompen dagdagelijks leven. En wij dronken snel ons glas leeg want we wilden onze missie verder zetten: het vinden en naar zijn slaapstee brengen van Mike.

We waren, na het verlaten van de kroeg, het in de auto stappen en verlaten van de parking, nog maar enkele honderden meters gereden, toen we aan de overkant van de straat een met vaste tred stappende Mike opmerkten. Ik draaide de auto even verder, op een veilige plek, veranderde hierdoor van rijrichting en hield stil eens we ter hoogte van Mike arriveerden. Die prompt het achterportier opende en in de auto plaats nam. Aangezien hij in dat buurtcafé enkel oude knarren had aangetroffen, die daarenboven uitsluitend hun Vlaamse dialect spraken en geen jota Engels verstonden, laat staan het konden spreken, was Happy Mike nog eens tot bij zijn vriendin langs geweest. Vijf kilometer verder! Maar die afstand had hem niet gedeerd.

Happy Mike was in nuchtere toestand een vlijtige werker, die evenwel op tijd en stond een rustpauze inlaste. En ook soms verrassend uit de hoek kwam. Zo arriveerde ik op een zekere dag in de namiddag thuis van werk en stelde vast dat hij de opstaande latten van onze tijdelijke hekjes, afwisselend bruin en wit had geverfd. Met de overschot van de verf die hij, in opdracht van mij had gebruikt voor het schilderen van enkele deuren en een raamkozijn. De ongevraagde arbeid was totaal onnodig geweest en een verkwisting van duur betaalde en ook nog elders bruikbare verf. Maar ik vond Mike’s initiatief best wel grappig. Bovendien brachten de geverfde hekjes wat kleur aan onze toen nog schraal ogende eigendom. Dus gaf ik de man in plaats van een uitbrander, een compliment. Hij straalde!

Pussy - 000a.JPGToen hij reeds sinds enkele dagen bij ons verbleef, vroeg Happy Mike me op een gegeven moment, langs zijn neus weg, waar hij zich ergens in de buurt prikkelende lectuur kon aanschaffen. Naar hij zei om op eenzame avonden zijn lichaam wat op te warmen bij het lezen van het ophitsende leesvoer en het kijken naar de erin gepubliceerde foto’s. Ik verwees hem naar een klein krantenwinkeltje dat is gevestigd op een kilometer of twee van onze woning.

De volgende dag meldde Happy Mike me, in het winkeltje zijn gerief te hebben gevonden. Engelstalige boekjes had hij er niet kunnen bemachtigen, maar in het Nederlandstalige blad dat hij had aangekocht, was de tekst voor hem dan wel onverstaanbaar, maar de kwaliteit van de afgebeelde behaarde ‘poesjes’ was de aanschaf meer dan waard en genoot zijn waardering. Hij beloofde mij, bij zijn vertrek, het boekje voor me achter te laten. Waarop ik als antwoord even glimlachte.

Indiaan met vedertooi - 000.jpgTegen het weekend aan vroeg hij me of ik hem naar Nederland wou brengen. Want tijdens zijn verblijf bij Tjen was hij eens, op aanraden van een cafévriend, al liftend, in een dorpje beland, net over de grens. En had daar verbaast vastgesteld dat achter de talloze huizen, waar de afbeelding van een indiaan met vedertooi was aangebracht op het glas van het vensterraam of op de toegangsdeur, een koffieshop schuilging. Waar je zomaar ongegeneerd en probleemloos elk type wiet kon aankopen en verbruiken. Zalig om er te vertoeven, vond Happy Mike. En hij wou ook wel wat voorraad inslaan.

Drugkoerier spelen, daar paste ik voor. Zelfs op zijn voorstel om hem tot vlak voor de landsgrens te brengen, ging ik niet in. De man aanvaardde schoorvoetend mijn houding. Hij kon ook moeilijk anders. Of, en in positief geval hoe, hij over de grens is geraakt, weet ik niet. En ik heb er hem aan het einde van dat weekend ook niet achter gevraagd. Maar zolang de man bij ons verbleef zag ik hem nimmer stoned.

In zijn vrije tijd zat hij soms in onze grote achtertuin. Maar meestal was hij uithuizig. Als we bezoek hadden gedroeg Mick zich steeds voorkomend. De meeste mensen vonden het minstens interessant dat wij zo een Engelse landloper onderdak verschaften. En hij kende de kunst om met mensen om te gaan, ze te animeren en hun sympathie voor hem op te wekken. Toen de schoonmoeder van mijn oudste zus van deze laatste te horen kreeg dat die arme drommel nauwelijks kledij had en, terwijl hij de ene set aan had, eigenhandig de andere set waste en vervolgens te drogen hing, vond ze in te moeten grijpen. Ze verzamelde een ganse vuilzak nauwelijks gedragen kleding van haar jongste zoon, die nogal graag en vaak van outfit wisselde en liet die via mijn zuster aan Happy Mike geworden. Die de spullen dankbaar in ontvangst nam. Alhoewel ik me afvroeg of ze wel zijn stijl waren. Bij een vluchtige blik in de zak ontwaarde ik immers vooral kleren in felle kleuren. Niet zo verwonderlijk aangezien ik weet had van de homofiele geaardheid van de vorige eigenaar ervan, en zijn typisch nichterige houding en vrouwelijke trekjes.

Sexy girl (blog).JPGOp de momenten die we samen doorbrachten hebben we vaak gefilosofeerd over van alles en nog wat. Of verhaalden we eigen belevenissen. Happy Mike vertelde, over wat hij had meegemaakt, graag straffe verhalen. Waarvan de inhoud ongetwijfeld niet altijd volledig overeenstemde met wat er in werkelijkheid was gebeurd. Maar toch klonk alles plausibel. Zo vertelde hij eens een tijdje te hebben gewoond bij zijn volwassen zoon en diens partner, een mooie jongedame die steeds in een sexy outfit door het huis drentelde. Op een bepaald moment was Mike’s begeerte om met die griet van bil te gaan, zo groot dat het er van kwam. En die geile griet liet gewillig begaan en deed zelfs heel actief mee. Naderhand bekenden beiden hun daad aan de zoon. Die hen deze evenwel probleemloos vergaf. Meer zelfs. Van dan af mocht die vurige meid naar eigen goeddunken haar seksuele lusten botvieren op, om beurten vader en zoon.

Hoewel Happy Mike tijdens de weekdagen vaak met een stoppelbaard rondliep, was hij toch steeds verzorgd. Hij waste zich, in de tuin, net als ons, met koud water. Behalve die één of twee keer dat we hem uitnodigden om bij ons een douche te komen nemen, met kraantjeswater dat we opwarmden met een waterkoker.

Ondanks zijn nonchalante levenswijze en vrijbuiterbestaan had Happy Mike begrip voor andersdenkenden en gedroeg hij zich doorgaans als een heer. Galant en charmant. Hij toonde ten allen tijde respect voor onze privacy. En heeft ondanks zijn zwak voor vrouwen, dat ik en menige andere man deel met hem, nimmer avances gemaakt jegens mijn levenspartner of enige andere vrouw die bij ons over de vloer kwam.

Lokerse Feesten 1994.JPGToen de jaarlijkse tiendaagse feestweek in onze woonplaats van start ging, verbleef Mike nog steeds bij ons. We spraken af dat we hem op een weekendavond mee zouden nemen naar de festiviteiten. Wat hij een prettig idee vond. Dus vertrokken we dat weekend met ons drieën, richting feestgedruis. Ik parkeerde de auto zo dicht mogelijk bij de feestzone, waarna we de mensenzee indoken.

Lang bleef Happy Mike niet bij ons lopen. Hij ging al vlug zijn eigen weg: richting een terrasje. Terwijl wij wel wat over de ganse oppervlakte van het feestterrein wilden rond kuieren. We spraken met Mike een plaats en tijdstip af waarop we elkaar opnieuw zouden treffen om naar huis te rijden.

Mijn vrouw en ik hadden een aangename avond. We genoten van de, op de diverse pleintjes ten gehore gebrachte muziek en tentoongespreide show. Het was leuk om eens een rustige avond te beleven, in een andere omgeving, na het vele werken voor mijn onderneming en aan de renovatie van ons huis. Omstreeks de overeengekomen tijd verschenen we op de afgesproken plek. En troffen daar wonderwel, in de door het nachtelijke uur sterk uitgedunde mensenmassa, ook Happy Mike aan. Eenzaam zittend op een houten vouwstoel naast een dito leeggemaakt tafeltje. En stomdronken, zo bleek.

We hielpen hem recht en ondersteunden hem op onze weg naar de auto. Hij braakte wat onzin uit, die nogal grappig klonk en waaruit we konden afleiden dat ook hij een fijne avond achter de rug had. We deponeerden dronken Mike achterin de auto, stapten zelf voorin en verlieten onze parkeerplaats, om huiswaarts te rijden.

Joint - 000a.JPGOndanks zijn beschonken toestand was Happy Mike toch nog alert genoeg om ons bij het passeren ervan, op eigen initiatief, de kroeg aan te wijzen, een Turks cafeetje, waar hij al menige avond had doorgebracht. Samen met de allochtone buurtbewoners. Keuvelend, pinten drinkend en wiet rokend.

We draaiden net onze parking op toen de passagier op de achterzetel te kennen gaf dat hij misselijk was. Net op tijd kon ik de elektrisch bediende achterruit van mijn auto openen, zodat zijn kots naar buiten vloog in plaats van mijn autozetel te besmeuren. Enkel een deel van het koetswerk heb ik de volgende ochtend mogen reinigen.

Op een gegeven moment gaf Mike aan te willen vertrekken. Hij zei het niet, maar ik vermoedde wel dat hij nu nog enkel wachtte op de voor het komende weekend voorziene terugkeer van mijn vriend Tjen. Om het saldo van zijn loon te incasseren. Aangezien ik evenwel wou dat Mike de klus afwerkte waar hij toen mee bezig was, verklapte ik niet dat ik dit geld reeds onder mijn hoede had gekregen.

Pas op het einde van de laatste werkdag van die week, haalde ik, na met Mike af te rekenen voor het werk dat hij voor mij had verricht, ook de envelop van mijn vriend te voorschijn. Happy Mike was boos. Want, zo zei hij, als hij had geweten dat ik dat geld in bezit had, dan was hij er al eerder vandoor gegaan. Uiteraard goot ik geen olie op het vuur door hem diets te maken dat zulks net de reden was geweest voor het tijdelijk achterhouden van dat geld. Wijselijk zweeg ik en Happy Mike telde tevreden zijn bankbriefjes en was meteen weer afgekoeld en terug zijn eigen gemoedelijke zelve.

Roerei met frieten - 001.JPGDie avond, de laatste die hij in ons huis doorbracht, vergastte Happy Mike ons op een typisch Engelse maaltijd: zelf gesneden gebakken frietjes en spek met eieren. We lieten het ons smaken. Onderwijl nog eens luisterend naar een sterk verhaal van hem. En vervolgens keuvelend over koetjes, kalfjes en onze plannen voor de nabije toekomst. Voor hem een voorlopig zwervend bestaan.

Toen ik de volgende ochtend naar beneden kwam, zat Happy Mike al op me te wachten. Met zijn hoed op het hoofd en leunend op zijn tas met schouderriem Hij droeg een gele trui, waarvan ik vermoedde dat hij afkomstig was uit die tweedehands kledingzak.

Aangezien mijn echtgenote die zaterdag de trein wou nemen naar onze hoofdstad, om daar wat boodschappen te doen, had ik Mike aangeboden hen beiden naar het station te brengen. Alwaar Happy Mike besliste om zijn verdere tocht ook in de hoofdstad te starten. Maar hij zou de openbare bus nemen, omdat dit een goedkopere reiswijze is.

Nadat ik de auto had geparkeerd namen we afscheid op het pleintje voor het station. Mike beloofde me op mijn nakende verjaardag een kaartje te zullen sturen. En stapte vervolgens in de richting van de opstapplaatsen voor busreizigers. Mijn echtgenote en ikzelf gingen het stationsgebouw binnen. Alwaar zij zich aan het loket een retourticket aankocht voor de verplaatsing tussen onze woonplaats en de hoofdstad van ons land.

Wuivende smiley - 000.JPGMeteen vond ik het zonde dat Mike zich niet met de trein zou verplaatsen. Omwille van een eerder gering financieel verschil. Dus stelde ik mijn vrouw voor om dit bij te passen zodat Happy Mike met haar mee kon reizen. Wat zij een goed idee vond. Dus liep ik vlug het station uit, in de richting van het bushokje waar onze ex-logee op zijn bus wachtte. Verbaast keek de man mij aan. Maar gelukkig aanvaardde hij dankbaar het extra geld voor een treinticket. Zodat hij toch iets comfortabeler kon reizen. En desgewenst onderweg nog een praatje kon slaan met mijn vrouw. We holden samen naar het station. Alwaar ik binnen in het gebouw mijn partner een afscheidskus gaf, terwijl Mike in de rij voor het loket aanschoof om zich een ticket enkele reis naar de hoofdstad, aan te schaffen. Ik zwaaide hem nog eens vriendelijk toe vooraleer me naar mijn auto te begeven.

Toen ik, terug thuis gekomen, Mike zijn voormalige slaapstee opzocht om de boel daar op te ruimen, zag ik dat hij de meeste van de gekregen kledij had laten liggen. Wat me niet verwonderde. Mensen zoals hij sleuren geen onnodige ballast mee. Die beperken zich tot het hoogst noodzakelijke. Zijn oude kledij en wat kleine rommel had hij zelf al in een plastieken boodschappentas gestopt. Zonder de inhoud te onderzoeken dumpte ik het zakje in de grijze huisvuilzak die ik, vooruitziend, naar boven had meegebracht. Het saldo van de hem geschonken kleren besloot ik te behouden. Sommige van die spullen konden immers mogelijks nog dienst doen als werkkledij.

Op de matras die Happy Mike tijdens zijn verblijf bij ons als bed had gebruikt, lag een Hollands porno magazine. Glimlachend nam ik het ter hand. Happy Mike had woord gehouden! Ik bladerde even in het blad. De foto’s van de tentoon gespreide vrouwelijke geslachtsdelen waren niet van dien aard dat ik er seksueel van opgewonden geraakte. Maar ja, er waren wel meer onderwerpen waarover Happy Mike en ik een verschillende visie hadden.

Het slaapvertrek was netjes achtergelaten. Enkel in een aanpalend kamertje vond ik wat vuile oranjebruinachtige plekken op de vloer en tegen de wand. Waar ook een onaangename reuk aan vast hing. Waarschijnlijk resten van één of ander brouwsel dat ‘onze zwerver’ daar had geproduceerd. Niks aan de hand. Deze ruimte moest immers toch nog volledig worden gerenoveerd.

Een verjaardagskaart heb ik van Happy Mike niet ontvangen. En zelf heb ik hem ook nimmer een brief of kaartje gestuurd. Sommige gebeurtenissen of ontmoetingen in je mensenleven moet je koesteren, zonder te trachten er een vaak op teleurstelling eindigend vervolg aan te breien.

20-05-10

Damesfiets

  

Gedurende de laatste jaren van mijn middelbare schooltijd gebruikte ik vaak mijn moeder haar, toen nieuwe, bruinkleurige fiets om me naar school te verplaatsen. Ik reed immers veel liever met een damesfiets, waarop je rechtop kan zitten, dan met een herenfiets, waarop je je in een voorover gebogen zithouding voortbeweegt.

Broek & hemd man - 000 (klein)Toentertijd had ik halflang haar. En droeg ik meestal een jeansbroek. Van die nauw om je lichaam spannende exemplaren. En mijn bovenlichaam stak vaak in een trui die tot onder mijn zitvlak reikte. Of een hemd van een type dat zowel door meisjes als door jongens werd gedragen, met de lange slippen boven de broek gehangen. Met als gevolg dat ik, als fietser, zo nu en dan door jongens werd nagefloten. Die zagen mij, vanaf de rug gezien, immers aan als meisje! Toen vond ik dat helemaal niet leuk. Maar als ik daar nu aan terugdenk, vind ik dat vrij grappig.

Op de dagen dat ik met mijn ma haar fiets mijn schoolse plicht vervulde, stalde ik dit stalen ros niet in de reguliere, door de onderwijsinstelling voorziene parkeerstalling. Daar moest die immers aan een haak worden gehangen. Wat heel sletig was voor het rijwiel. En ik vond het mijn plicht om uiterste zorg te dragen voor mijn ma's gerief. Ik was al blij dat ze die fiets zo gewillig aan mij toevertrouwde. Dus haar eigendom in goede staat houden was het minste wat mijn ma van me mocht verwachten.

Daarom plaatste ik haar mooie rijwiel tussen de bomen aan de hoofdingang van de school. Op een plek waar voortdurend volk passeerde. En netjes beveiligd met het wielslot waar ma's velo mee was uitgerust. Een toenmalig modern gadget dat het gedoe met losse fietssloten overbodig maakte. De eerste keren dat ik met ma's fiets naar school kwam, controleerde ik tijdens de pauzes telkenmale of hij er nog stond. Maar al snel stapte ik af van die gewoonte.

Toen ik na een examen, waarbij we de school mochten verlaten eens we ons antwoordenblad hadden afgegeven, bij de fiets arriveerde, kwam ik tot de vaststelling dat ik het sleuteltje van het fietsslot kwijt was. Ik tastte alle zakken van mijn kledij af, maar kon dat drommelse kleine ding helaas niet vinden. Was ik het dan verloren, onderweg van het klaslokaal naar de stalplaats? Ik speurde het ganse traject af, tot twee keer toe, maar kon jammer genoeg het sleuteltje niet vinden.

Betonschaar - 000 (blog)Dus ben ik maar in een werkplaats van de school een stevige tang gaan lenen. Een zogenoemde betonschaar. In elk van mijn pollen hield ik het uiteinde van één van die wel een halve meter lange handvatten vast. De hardstalen bekken van het werktuig plaatste ik op het stukje buis van het fietsslot dat tussen de spaken van het achterwiel stak om zodoende het ronddraaien ervan te vermijden. Met pijn in het hart bracht ik met een, vanwege het hefboomeffect, weinig benodigde kracht, mijn handen naar elkaar. Waarbij het stukje buis werd doorgeknipt en ik het vervolgens probleemloos kon verwijderen. En na het terugbrengen van dat stuk knipgereedschap, gezwind met de fiets naar huis kon rijden.

Met een ei in mijn strakke broek natuurlijk, want ik had mijn ma haar mooie, nieuwe, voor haar verplaatsingen zoals boodschappen doen zo noodzakelijk instrument, een stukje kapot gemaakt. Welks scene er zich bij mijn thuiskomst afspeelde, kan ik mij niet meer herinneren. Dus vermoed ik dat mijn ma niet al te zwaar heeft getild aan het gebeurde. Ze kende mij als een zorgzaam type persoon en wist dus dat ik dat sleuteltje niet uit onachtzaamheid zou zijn kwijtgespeeld. Dat ik een goed examen had gemaakt interesseerde haar toen vast meer. En dat ik die namiddag onbezorgd studeerde voor het examen van de dag nadien was op dat moment waarschijnlijk ook een grotere bekommernis. Vermoedelijk is moederlief, vanaf die dag, om haar rijwiel vast te zetten, terug een gewoon cijferslot uit onze collectie beginnen gebruiken.

*****

Toen mijn ma zich vele jaren later opnieuw een nieuwe fiets aanschafte, gaf ze de oude, een iets meer dan een decennium eerder soms nog door mij bereden fiets, aan mijn echtgenote cadeau. Nog steeds in goede staat, want zorgzaam onderhouden door mijn ouders. En inclusief fietszakken, die inmiddels aan het fietsstoeltje waren bevestigd. Dat wielslot bevond zich ook nog steeds in de toestand waarin ik het had gebracht. Dus onbruikbaar. Het door de fietsmaker later vervangen door een nieuw exemplaar was er blijkbaar nooit van gekomen. Of mogelijks door mijn ouders te duur bevonden.

De fiets kreeg een plaatsje toegewezen bij de andere rijwielen in onze garage. Waaronder de voorheen door mijn vrouw gebruikte tweedehands fiets. Welke werd op rust gesteld, maar behouden als reservefiets. Zo begon ma's oude fiets aan een nieuw leven. Waarin het voortverplaatsingsmiddel heel wat minder intensief werd gebruikt. Af en toe voor een marktbezoek, nu en dan eens om brood te halen bij de bakker en hoogst zelden voor een fietstochtje.

*****

Een jaar of drie geleden kocht ik mijn beide zoons elk een moderne, sportieve herenfiets. Waarvan ze, binnen het door mij beschikbaar gestelde budget, ieder voor zich, zelf het merk en model mochten uitkiezen. Waar ze heel blij mee waren. Dit in tegenstelling tot de gevoelens die ze uitten toen ik hen naderhand een mooie, sobere maar kwalitatieve fietshelm bezorgde. Waarvan ik verwachtte dat ze die op hun hoofdje zouden zetten bij elke verplaatsing met hun nieuwe, overeenkomstig hun lichaamsgrootte, nog net iets te grote fiets.

Brian op oma's fietsSinds het begin van dit jaar is één van mijn zoons begonnen met nogal vaak zijn moeders fiets te gebruiken bij zijn verplaatsingen naar school, het zwembad, de bakker of andere bestemmingen. Vooral die fietszakken vind de jongen erg praktisch en handig. Om het brood van bij de bakker in op te bergen, zijn inline skates of zwemgerei in te vervoeren bij het uit sporten gaan en zo meer.

Het rijwiel is, door een vrijwel totaal gebrek aan onderhoud, volledig doorroest en oogt helemaal niet fraai meer. Maar dat deert mijn zoon blijkbaar niet. Volgens hem bolt het oude karretje trouwens zelfs beter dan zijn door opa's noeste arbeid nog steeds als nieuw ogende herenfiets.

Mijn zoon Brian op de van oorsprong zijn oma's fiets... een déja vu? De kledij waarmee de jongen op de fiets zit verschilt wel wezenlijk van mijn toenmalige outfit. Hij draagt ook wel vaak jeans, maar van die net iets te grote modellen, die hij dan overeenkomstig de huidige mode, halverwege zijn poep laat hangen. Zodat minstens de helft van zijn onderbroek voor iedereen zichtbaar is. Terwijl in mijn tijd ondergoed zedig werd onttrokken aan het oog van anderen.
Lange truien of dito hemden draagt mijn zoon niet. En zijn bruine krulletjes worden meestal heel kort gehouden. Behalve als hij, zoals nu, aan het sparen is voor wat haar om er vervolgens vlechtjes in te laten leggen. Zoals menig topvoetballer, rapper of hiphopartiest.

Aangezien mijn dertienjarige zoon er dus, in tegenstelling tot zijn pa, bijna twee decennia eerder, langs geen enkele kant bekeken, ook maar een beetje vrouwelijk uitziet, zal hij allicht nimmer door jongens worden nagefloten. Tenzij het dan kerels zou betreffen die vallen voor menselijke exemplaren van hun eigen soort. Maar van dergelijke voorvallen heb ik geen weet. En ik ben er heel zeker van dat zoonlief zulks absoluut niet leuk zou vinden. En helemaal niet grappig!

09-01-10

Belevenissen in het UZ – Een beetje tipsy

  

CLNR - 000Een revalidatiegenoot, die in het centrum verbleef omdat hij een voet, onderbeen en knie was kwijtgeraakt, alle drie de lichaamsdelen gelukkig van dezelfde lichaamszijde, had mij en enkele andere revalidatiegenoten uitgenodigd om na het middagmaal in zijn kamer een glas te komen drinken.

Als ik het mij goed herinner was die man zijn ledemaat kwijt geraakt bij een arbeidsongeval. Vandaar allicht dat hij de privilege had in een eenpersoonskamer te mogen verblijven. Dat zal waarschijnlijk wel in de polis van de ongevallenverzekering van zijn werkgever zijn voorzien geweest. En de kerel kon er maar wel bij varen. Want enige privacy vermindert toch het ongemak van het verblijf in een verzorgingsinstelling.

Een uitnodiging om wat geestrijke drank in mijn lichaam te kappen, dat sloeg ik uiteraard niet af. Bovendien rekende ik erop dat het een leuk onderonsje zou worden. Het kliekje dat de brave man had geïnviteerd was gewoonlijk al een vrolijke bende. En eens we wat alcohol in ons bloed zouden hebben, werden we vast nog plezanter!

Na het eten spoedde ik me dus, al rollend uiteraard, naar die kerel zijn kamer. En kwam daar toch niet als eerste aan, want er stond al volk aan de deur. Op het punt naar binnen te gaan. Ik rolde achter hen aan de kamer in. Waar we niet in de ruimte zwommen, want onder de gasten, een vijftal, denk ik, zowel van vrouwelijke als van mannelijke kunne en van diverse leeftijden, zat het merendeel in een rolstoel. Maar enkel ik in een elektrische.

Fles Cointreau - 000Mijn maat was goed voorzien in zijn eenpersoonskamer. Hij toverde enkele borrelglaasjes uit een kast. Uit het koelkastje naast zijn bed, haalde hij ijsblokjes en uit nog een andere kast toverde hij een fles Cointreau te voorschijn. Een Franse likeur met een alcoholpercentage van 40%. Een drank die vaak als bestanddeel in cocktails wordt gebruikt. Maar wij zouden het spul puur drinken. Met, voor wie dat wou, enkele ijsblokjes er bij in het glas.

Alleen al de geur die vrijkwam bij het geroutineerd openen van de fles door onze gabber, deed ons reeds goesting krijgen. De glazen werden gevuld en er werd geklonken op de vriendschap, een voorspoedige evolutie van onze revalidatie en een goeie start van onze voor nadien geplande activiteiten.

En het werd nog beter! Onze revalidatievriend haalde uit een boodschappentas die op zijn bed stond, een zak toasten naar boven. En kwam, uit zijn koelkastje, ook met een stuk boerenpaté voor de dag. Waarvan een dikke laag op elk van de toastjes werd gesmeerd. Lekker! En welgekomen, want ik begon, van de drank, al wat duizelig te worden.

Zo zaten we daar te genieten van spijs en drank en elkaars gezelschap. En werd er honderduit gepraat over heden, verleden en vooral de toekomst. Wat onze plannen waren voor na de revalidatie. Onze hoop, verlangens, maar ook onze angst. Alles werd ten berde gebracht. De geestrijke drank, die inmiddels reeds door onze aders stroomde, stimuleerde uiteraard de openheid van ons gesprek.

Man, dat was genieten! Gezelligheid alom. Maar hoe prettig we ons samenzijn ook vonden, we dienden er een eind aan te maken, om onze namiddagactiviteiten aan te kunnen vatten. Bij mij was dat op de eerste plaats een afspraak bij de bandagist, samen met mijn revalidatiearts!

Toen ik dat aan mijn lotgenoten vertelde, barstten ze allen samen uit in lachen. Beneveld door de inhoud van mijn, door de gastheer, geregeld gretig bijgevuld glas Cointreau, was ik immers zelf ook nogal lacherig geworden, en zag ik er naar verluidt niet meer erg fris uit. Bovendien zou, volgens hen, mijn adem ook vast naar de geconsumeerde drank ruiken!

Verdorie toch! Moest ik nu juist vandaag een afspraak met de dokter hebben? Onze traktant had evenwel klaarblijkelijk ervaring in het verdoezelen van een (lichte) beschonkenheid. Hij gaf direct een stukje kauwgum aan me, om op te knabbelen, zodat alvast de drankgeur werd weggemoffeld. Maar ik at volgens hem best ook eerst nog een toastje, om die opkomende slaperigheid te verminderen. En ook eventjes buiten wat frisse lucht gaan opsnuiven zou in deze vast helpen.

Koe - 000.jpeg (klein)Ik volgde de man zijn goede raad op. En verorberde dus nog een laatste, super lekker toastje met een dikke laag, zeer smaakvolle paté en stak vervolgens een stukje kauwgum in mijn mond. De smaak van het knabbelblokje was aardbei. Dat viel dus nog best mee. Toch begin ik er  met enige tegenzin op te knabbelen, want dat kauwen laat ik doorgaans liever over aan de runderen, schapen, geiten en de overige herkauwers onder de zoogdieren.

De gasten dankten elkaar voor de fijne babbel en het aangenaam gezelschap en de gastheer daarbovenop ook voor de uitnodiging, het ter beschikking stellen van zijn tijdelijke woonplaats en de door hem geserveerde lekkere drank en belegde beschuitjes.

Ontzettend licht in mijn hoofd reed ik, na het verlaten van mijn maat zijn kamer, de gang in en trachtte in een rechte lijn naar de uitgang te rijden. Waar ik dankzij de automatisch openschuivende deuren, zonder de hulp van derden, naar buiten geraakte. Alwaar een aantal revalidatiecentrumbewoners een sigaret zat te roken. Om frisse lucht op te snuiven moest ik dus wat verder rijden, tot aan de autoweg, die binnen het universitair ziekenhuisterrein de verschillende gebouwen bereikbaar maakt.

Al kauwend reed ik een vijftal minuten later terug het centrum binnen. Iets minder licht in het hoofd, maar wel lichtjes zigzaggend. Want mijn coördinatie had toch wat te lijden onder mijn licht benevelde toestand. Maar toch geraakte ik, zonder ergens tegenaan te botsen, tot aan het dokterkabinet. Het geluk stond voor één keer aan mijn zijde. De secretaresse van de revalidatiearts meldde me dat haar overste was weggeroepen voor een dringende interventie. Waardoor ik op mijn eentje naar de bandagist mocht 'gaan'.

Drunk smiley - 000Dat 'gaan' werd een zwalpend rijden. Maar ook nu reed ik niemand onder de voet en botste ik nergens tegenaan. Nochtans niet eenvoudig in enigszins duizelige toestand en met een wazig zicht. Want in de gang die ik doormoest stonden er her en der stoelen tegen de wand, sommige met een persoon op, andere onbezet en ook nog wel wat andere obstakels, doorgaans medische hulpmiddelen. Voorts was er daar inmiddels ook al heel wat volk in beweging. Zowel residenten van het revalidatiecentrum als ambulante patiënten. Rolstoelers, personen met één of twee krukken, met een rollator...

Gelukkig hoefde ik aan het atelier niet te wachten op de bandagist, want anders was ik ongetwijfeld ter plaatse in slaap gevallen. De man was reeds aanwezig en onmiddellijk beschikbaar om met mij de reden van mijn komst te bespreken. En ik slaagde er wonderwel in om mezelf, gedurende het ganse onderhoud, wakker en deftig te houden.

Ru(sh)di(e), 9 januari 2010.

De ganse serie 'Belevenissen in het UZ', kan je lezen via deze website

04-10-09

Heden en verleden - Omvallende bomen

 

Bomenrij - 000Mijn ouders hun huis en stallingen stonden op een lap grond, waarop voor de woning een gewone tuin met graspleintjes en bloemperkjes was aangelegd en achteraan een moestuin. Hun eigendom was gelegen naast een veldweg, een 'slag' zoals wij dat noemden. Welke gebruikt werd door de boeren uit de buurt, om tot bij hun weiden of landbouwgrond te geraken.

Vanaf de straat gezien was onze doening rechts van die veldweg gelegen. Terwijl links ervan een stuk landbouwgrond lag. Nu stond aan de straatkant, over de ganse breedte van die akker, een rij hoge bomen. De eerste van de rij, deze op de hoek van de akker en het begin van de veldweg, die trouwens door mijn pa gratis en voor niks werd onderhouden, was eigendom van mijn ouders. En als kleine rakker was ik er reuze trots op dat zij de eigenaars waren van zo een gigantische boom!

De rest van de bomenrij was reeds jaren daarvoor geveld en vervangen door jonge aanplant, en ons oude huis en het grootste gedeelte van de stallingen gesloopt en vervangen door een door mijn pa eigenhandig gezette nieuwbouw, toen een jaar minder dan een kwarteeuw geleden, mijn pa het plan opvatte om ook 'onze' boom te vellen. Om wat voor reden durf ik niet met zekerheid te schrijven, maar ik vermoed dat hij goedkope brandstof wou voor de allesbrander, die toen al sinds enkele jaren 's winters onze living en keuken verwarmde.

Alhoewel ik inmiddels reeds in mij adolescentiejaren vertoefde, was ik ook als 18-jarige toch niet onverdeeld gelukkig met mij vaders voornemen. Maar ik had in deze kwestie niks in de pap te brokken. Die boom zou neergaan en daarmee basta!

Deze klus laten klaren door een professionele, in dit soort dingen gespecialiseerde firma, werd slechts heel even overwogen. Maar vrij snel als optie van de baan geveegd. Wegens veel te duur. De opbrengst van het hout zou niet eens toereikend zijn geweest om de kosten te dekken van het vellen. Dus zou mijn vader, een ervaren doe het zelver, met de hulp van enkele buurmannen, de boom zelf neerleggen.

Op een mooie lentedag was het zo ver. Vanuit onze living, waar ik met een, bij mij op bezoek zijnde, leeftijdsgenoot, een maat uit de buurt, zat te keuvelen, zag ik mijn vader en enkele mannen, alles in gereedheid brengen voor de job. En er stonden ook nog enkele andere buren te kijken en aanwijzingen en commentaar te leveren op de voorbereidende werkzaamheden.

Tractor - 001Er werd een lange houten ladder tegen de boom geplaatst en we konden zien dat mijn pa een dik touw rond de stam bevestigde, zo hoog mogelijk in de boom als waar hij met zijn handen kon reiken. De uiteinden van dat touw werden vastgemaakt aan de tractor van een boer uit de buurt. Trouwens tevens de eigenaar van de akker waarop het de bedoeling was dat onze boom terecht zou komen.

De boom helde over in de richting van ons huis, maar de tractor stond, met het touw gespannen, zo opgesteld dat deze de vallende boom de andere richting uit zou kunnen trekken. En de ervaren doe het zelf boomhakker uit onze buurt, die had aangeboden het afzagen van de boom voor zijn rekening te nemen, had ook  de kant van de akker uitgekozen om, middels zijn kettingzaag, een spie uit de boomstam te halen.

Die boom kon dus niet verkeerd vallen, veronderstelde iedereen. Maar wat zag ik, en allicht ook ieder ander die toekeek? Dat, eens de boom in beweging kwam, hij geheel en al viel, in de richting van ons huis! Verbijsterd en met schrik zag ik die kolos van een boom recht op ons afkomen. Mijn maat en ik keken elkaar angstig aan. Wat hij vervolgens deed, dat weet ik niet, maar ik schreeuwde "oh, neen" en kneep mijn ogen dicht tot het gevaarte neerkwam, met een harde bonk, die de grond onder onze voeten deed daveren.

Toen ik mijn ogen opnieuw opende, was er van de door mij gevreesde ravage, binnenshuis niks te merken De buitengevels stonden er nog allemaal en ook het glas in de vensterramen was niet gebroken. We spoedden ons naar buiten. Waar de zon, als het ware spottend, enkele zuinige stralen in de richting van de aarde stuurde. Waar in onze voortuin de boom lag die volgens het vooropgezette plan nochtans had moeten landen op de akker, enkele meters ernaast.

Naderhand bleek de oorzaak van deze ellendige misser het feit te zijn dat de boer te laat in actie was gekomen en dan op de koop toe zijn tractor niet onmiddellijk kreeg gestart. Toen dat luttele seconden later dan toch lukte, was hij nog enkel in staat geweest om de schade te beperken. Die al bij al nog meeviel. Enkele zware takken van de kruin van de boom hadden een deel van onze uit betonplaten met daarboven draad gespannen afsluiting vernield. En enkele minder zware takken hadden nog net de hoek van de overhangende dakgoot kapot gemaakt. De gevel van ons huis was niet geraakt en dus intact gebleven. Gelukkig maar!

Mijn vader was geschrokken en boos. Met zijn gebalde vuisten hemelwaarts gericht, nam hij de schade op. Ook mijn ma was vanuit haar keuken naar buiten gerend. En stond een beetje wezenloos de boel te aanschouwen. Een deel van haar bloemenperk was naar de knoppen. Wat haar evenwel op dat ogenblik allicht het minste zorgen baarde.

KliefhamerHet is uiteindelijk allemaal nog snel en zonder al te veel werk en kosten, in orde gekomen. Die dakgoot kon voor weinig geld worden hersteld, de afsluiting maken was een kwestie van het aankopen van enkele nieuwe betonpalen en -platen, en het spannen van een nieuw stuk draad, dus dat was ook de kost niet. Die boom werd onmiddellijk na zijn val geheel en al in stukken gezaagd. Die vervolgens ook nog eens werden gekliefd met een kliefhamer, een combinatie van een bijl en een voorhamer. Dat die boom dit trieste lot onderging was niet als straf voor de aangerichte schade, maar gewoonweg de uitvoering van het origineel plan.

Een van de buurmannen, die mijn vader hielpen bij dit stoofhout kappen, grapte dat het hout van deze boom hem twee keer warmte zou verschaffen. Een eerste keer toen, op dat moment, door het stijgen van zijn lichaamstemperatuur bij het zagen, hakken en klieven en een tweede keer op het moment dat het hout van de boom zou branden in de stoof.

****

Als rijpe twintiger verhuisde ik naar mijn eigen woning, waar ook een grote tuin aan is verbonden. De hoogste boom in deze tuin met allerlei boom- en struiksoorten en allerlei ander groen, was een kolos van een zilverberk. Ooit door een vorige eigenaar van dit perceel, gepland op een positie ongeveer halverwege de achtertuin, en ook in de breedterichting op ongeveer dezelfde afstand van de grens met de naburige percelen, links en rechts van mijn tuin.

Silver_Birch_TreeDie reus van een zilverberk stond daar te pronken als trotse, alle andere bomen en struiken overheersende tuinbegroeiing. Van ver in de omtrek van mijn eigendom kon je hem zien staan. Die houten gigant, die ook door geen enkele boom in de tuinen van de buren, in de ruime omgeving van onze woning, werd overtroffen qua hoogte en omvang. Onaantastbaar en onverwoestbaar, zo leek hij te zijn.

Tot het noodlot toesloeg, in de vorm van een blikseminslag bij noodweer. Hoge bomen vangen, ook letterlijk, niet enkel veel wind, maar zijn ongelukkigerwijs tevens een gemakkelijke prooi en doelwit voor andere natuurfenomenen.

Dat de bliksem ernstige schade had aangebracht aan de zilverberk, dat kon ik de dag na de inslag zichtbaar vaststellen. Vanaf de top van de stam, tot enkele meters lager, was een scheur te zien. Maar niks wees er op dat er een onmiddellijk gevaar bestond voor het naar beneden komen van een deel van deze monsterboom.

Lange tijd later woedde er op een zondagochtend een heel zware storm. Normaliter hadden mijn zoons die voormiddag een voetbalwedstrijd moeten spelen. Maar omwille van dit slechte weer, was die op het laatste moment afgelast. Dat nieuws bereikte ons trouwens pas toen zowel mijn zoons als ikzelf, warm ingeduffeld, de wind trotserend, reeds op weg waren naar het voetbalterrein.

Dus keerden we onverrichter zake terug huiswaarts. Er woei een geweldige wind, maar het was helemaal niet koud, noch vochtig. Derhalve had ik ontzettend weinig zin om reeds onmiddellijk terug onze woning binnen te rijden. Waar ik dan ongetwijfeld ook de rest van de dag zou moeten doorbrengen. Liever had ik even in onze achtertuin vertoefd, maar ik realiseerde mij dat dit, met zulk een stormachtig weer, niet erg verstandig zou zijn geweest.

Wat even later werd bewezen. Want we waren nog maar net binnen in huis, en ik had nog maar pas mijn jas uit, toen één van mijn jongens me meldde dat onze grootste boom uit het gezichtsveld was verdwenen. Wantrouwig, vermoedend dat ik in het ootje werd genomen, verplaatste ik mij snel naar de verandaramen achteraan in ons huis en keek van daaraf naar buiten. Mijn kijkers kregen een totaal ander uitzicht op de tuin te zien dan ze gewoon waren, want die doorgaans direct in het oog springende zilverberk was inderdaad foetsie!

De volgende dag, toen het weer terug wat rustiger was, reed ik de tuin in en vond de kolos, meedogenloos geveld, op het grasveld. Een triest zicht, vond ik dat. Maar nu die boom beneden lag, ontdekte ik wat de schors al die tijd had kunnen verborgen houden, namelijk dat de boomstam binnenin volledig was uitgedroogd. Het was eigenlijk een wonder dat dit gevaarte niet eerder tegen de vlakte was gegaan.

Het grasperk, dat voordien door de weelderige kruin van de zilverberk, als het ware van de buitenwereld werd afgeschermd, baadde nu in een zee van licht.  Dat mijn mooie boom wijlen was, daar ben ik toch wel enkele dagen verdrietig om geweest. Niet dat ik triest in een hoekje ging zitten, maar het neergaan van mijn lievelingsboom, en het feit dat ik hem als gevolg daarvan tot brandhout moest laten verwerken, had me toch wel geraakt. Figuurlijk althans, want ik zat, zoals voorheen geschreven, veilig binnen in huis toen die mastodont neerviel.

Mijn mooie tussenhaag was spijtig genoeg wel getroffen. Maar kom, die was enkele maanden na het gebeurde, alweer de oude. Bomen, planten, struiken en zo meer hebben het geluk dat, wat ze kwijt spelen, er naderhand vaak vrij eenvoudig terug aangroeit. Dat het mensdom daar eens een voorbeeld aan neemt! Knipogen

****

Helemaal rechts achterin onze tuin, op de scheiding van ons perceel en dat van de achterburen en de buren aan de zijkant, stond een fruitboom die al sinds jaren op rust was. Dus reeds lang geen vruchten meer produceerde. En die een kruin had waarvan nog slechts enkele takken het geluk kenden in de lente de basis te zijn van enkel groene bladeren.

Die boom, of althans wat er nog van overbleef, had het geluk gevat te zitten in de zijtakken van een, er vlak naast staande, nog steeds volop in leven zijnde spar. Met het verstrijken van de jaren was deze boom, met een toch wel redelijke stamdikte, zijnde een goeie 40 centimeter, evenwel geleidelijk aan schuin komen te staan. En verloor de spar er daardoor beetje bij beetje haar greep op.

Aangezien hij naar onze tuin overhelde, en bij een eventueel vallen dus niet op de eigendom van onze buren terecht kon komen en desgevallend schade aanrichten, was ik vrij gerust. Toch zocht ik naar een oplossing om de boom te verwijderen. Want na elke periode met hevige rukwinden, kwam de boom steeds schuiner te staan. En hoewel er vrijwel nooit iemand in die hoek vertoefde, wou ik toch niet het risico lopen dat, als het toch eens zou gebeuren, degene die er liep, dat gevaarte op het hoofd zou krijgen.

No vacancy cartoonDie nare ervaring uit mijn jonge jaren indachtig, wou ik de klus in geen enkel laten klaren door amateurs. Maar integendeel de job laten uitvoeren door professionelen. Aangezien de plek waar die boom stond, moeilijk bereikbaar was, konden die daar evenwel niet geraken met een hoogtewerker. En een lange ladder tegen die hellende boom plaatsen was te riskant. Een ladder tegen de spar plaatsen en vanuit die positie met een zware boomzaag aan het werk gaan, was ook niet echt een acceptabel alternatief.

Wikkend en wegend hoe ik die bejaarde fruitboom daar dan wel weg zou krijgen, reed ik op een zonnige namiddag nog eens naar die hoek, om de situatie aldaar nog eens deftig te bekijken. Vlak naast de scheiding met de tuin van onze achterbuur, en op een meter of vijf afstand van de boom, bleef ik staan. Maar niet voor lang. Want ik voelde mij allesbehalve veilig op de plaats waar ik stilstond. Want ik kon zien dat de spar haar greep op de boom nagenoeg volledig was kwijt geraakt en de oude fruitboom meer dan ooit overhelde, in de richting van waar ik zat!

Die moest daar dus uiterst spoedig weg, besliste ik. En ik zou daar eerstdaags werk van laten maken! Maar zo ver hoefde het niet te komen, want de natuurelementen namen me het werk uit handen. Nog diezelfde avond stak er, gelijktijdig met een fikse regenbui, een sterke wind op, die in de loop van de nacht nog toenam in snelheid en kracht!

De volgende ochtend had ik reeds het vermoeden dat er die nacht wel eens iets met die boom zou kunnen gebeurd zijn. En aangezien het stormen en regenen tegen de middag aan zo goed als helemaal voorbij was, ging ik toen een kijkje nemen achterin de tuin. Waar het onweer hevig te keer was gegaan, want alle paden en graspleintjes lagen bezaaid met takken, bladeren en ander groen en anderskleurige tuinelementen waarmee de wind een spel had gespeeld.

En, zoals verwacht had die wind ook de boom in de hoek neergehaald. Hij was gevallen pal op de plek waar ik de dag ervoor nog had gezeten! Toch vriendelijk van die boom om te wachten met zich neer te laten leggen tot ik van het toneel was verdwenen. Stel je voor dat ik die brok hout met alles wat er aan hing, op mijn kop en alles wat daar aan hangt, had gekregen. Dood was ik dan allicht niet geweest. Tenzij het al te lang zou hebben geduurd vooraleer men mij kwam 'redden'. En er in dat geval al zo veel bloed uit mijn lichaam zou zijn gestroomd, dat mijn lichaam er dan toch het bijltje zou hebben bij neergelegd. Knipogen

Maar hoogst waarschijnlijk was het resultaat van dat onder die vallende boom terecht komen, veel erger geweest. En had ik het avontuur overleefd met nogal wat lichamelijke schade aan mijn lijf en materiële schade aan mijn elektrische rolstoel. Verzekeringsgewijs is dit laatste trouwens ook lichamelijk, wegens een onontbeerlijk hulpmiddel zijnde, en een materieel verlengde van de persoon die er aan gebonden is.

Voor de kwebbelaars in mijn woonplaats was het zonder twijfel jammer dat geen van de twee laatst vermeldde scenario's bewaarheid is geworden. Want er zou ongetwijfeld enorm veel geroddeld zijn geweest nopens dit voorval. En vooral verzonnen. Een verhaal dat dan zeker de ronde zou hebben gedaan, is dat van de poging tot zelfdoding. Daar zou ik trouwens zelf ook wel één en ander rond kunnen verzinnen. Maar voor dit verhaal heb ik me netjes aan waar gebeurde feiten gehouden.

Ru(sh)di(e), 4 oktober 2009.

01-09-09

Hogeschool anekdotes

 

NERD monkeyZoals eerder bekend ben ik eigenlijk altijd nogal een brave leerling, scholier & student geweest. Maar voor een kwinkslag of een grapje zat ik dus nooit verlegen.

Zo volgde ik na mijn middelbare studies een voorbereidende cursus Wiskunde aan een Vlaamse industriële hogeschool. We zaten in de klas met een 50 à 60 studenten, afkomstig uit allerlei studierichtingen en woonachtig in de ruime regio van de stad waar we deze cursus volgden.

Op een gegeven moment was onze docent bezig met een omvangrijke vergelijking. Een ingewikkelde berekening, waar integralen en differentialen aan te pas kwamen. Het gigantische krijtbord stond vol gekriebeld met formules en voor leken onduidelijke tekens.

Plots werd aan de deur geklopt en kwam er iemand van het secretariaat het lokaal binnen. De man fluisterde onze leerkracht wat in het oor. Waarna deze laatste ons meldde er even vandoor te moeten gaan, maar dat hij zo meteen terug zou zijn. En vervolgens samen met de boodschapper het leslokaal verliet.

Ik wipte terstond van mijn stoel en liep naar het krijtbord toe. Waarop ik simpelweg in de laatst geschreven berekeningslijn één cijfertje wijzigde, waardoor de docent nooit meer tot een juiste oplossing kon komen.

BlackboardNog maar net had ik haastig mijn plaats terug ingenomen, of daar was onze leraar al terug! De man verontschuldigde zich voor de korte onderbreking en toog terug verder aan zijn arbeid, zijnde de wiskundige vergelijking op het bord.

Hij bezag zijn laatst geschreven regel en ging daarop verder met zijn berekening, waarbij hij ons middelerwijl van de nodige kundige uitleg voorzag. Enkele minuten later hield de docent evenwel ineens op met schrijven. Hij zei: "Hier klopt iets niet!"

Hoewel ik op de eerste rij zat, voelde, of beeldde ik me in, dat iedereen naar mij keek. En toen de docent het gewijzigde karakter had ontdekt, en het lokaal inkeek, speurend naar de dader, proestte ik het uit. En mijn medestudenten lachten vrolijk mee. Met een, van schaamte en ingehouden spanning, bloedrood aangelopen hoofd, bekende ik schuld! En moest erkennen dat de docent, wat Wiskunde betreft, goed van wanten wist, aangezien de man heel snel doorhad dat er ergens met de cijfers was geknoeid. Of was het vooral zijn ervaring met guitige studenten die daar aan ten grondslag lag?

Female studentNu ja, de man kon een grapje klaarblijkelijk wel appreciëren. Dat hij me bij het verbeteren van de proef, aan het einde van de cursus, weinig punten gaf, werd dan ook helemaal niet veroorzaakt door deze deugnieterij. De reden daarvan was ontegensprekelijk elders te vinden. In plaats van vlijtig te studeren spendeerde ik mogelijks te veel mijn vrije momenten door met mijn maten te kaarten. En tijdens de lessen verloor ik misschien wat al te veel aandacht voor de leerstof door het loeren naar die massa knappe wijven in mijn groep.

Omdat ik als modelstudent vooraan in het lokaal zat, op de eerste rij voor dat enorme krijtbord, moest ik trouwens steeds achterom kijken om een glimp op te vangen van mijn vrouwelijke medestudenten. Om eerlijk te zijn was dat vooraan zitten trouwens ook enkel om reden van de slechtziendheid van één van mijn maten.

Toen de cursus zo goed als ten einde was, vroeg één van onze docenten, zo langs zijn neus weg, wat onze verdere plannen waren. Welke school en opleiding we wilden volgen.

Sommige van mijn medecursisten waren al ingeschreven op de school waar we les volgden, anderen op deze met eenzelfde studieaanbod, maar van een ander onderwijsnet. Er was een jongen die het aan de universiteit ging proberen en twee meisjes die een opleiding waarin Wiskunde een belangrijk vak is, toch niet meer zagen zitten en een andere richting wilden uitgaan.

Ook ik stak mijn hand op en toen het mijn beurt was om te zeggen waar ik was ingeschreven, antwoordde ik al gekscherend: "Bij den RVA!" De ganse zaal lag plat van 't lachen! Docent incluis!

Ru(sh)di(e), 20 juni 2009

31-07-09

Zelfs in ademnood nog tijd voor grappenmakerij


Tijdens de wintermaanden van de kalenderjaarwisseling 2006/2007, was ik zwaar ziek. En ben ik geruime tijd gehospitaliseerd geweest. In diverse klinieken. Het relaas van die enge periode valt vanaf vandaag, in afleveringen, te lezen op mijn schrijfselsblog.

Maar ook gedurende die nare periode kreeg ik zo nu en dan de kans geboden om mezelf op te vrolijken door een grapje uit te halen met niks vermoedende verpleegkundigen of paramedici. Vooral de stagiairs waren ongewild gewillige slachtoffers. En konden er doorgaans achteraf ook nog mee lachen. Althans als ze de grap begrepen. Wat absoluut niet altijd het geval was.

Twee verpleegstertjes in opleiding kwamen eens mijn kamer binnen. Ze keken me vriendelijk aan. Eén van hen nam het woord en zei:"Wij komen uw bed maken, mijnheer!" Waarop ik repliceerde: "Oh, dat is heel vriendelijk van jullie. Ik wist zelfs niet eens dat het kapot was!"

Een andere keer vroeg een lieve verpleegster me: "Wilt u een beetje hoger liggen, mijnheer?" Ik antwoordde haar: "Ja, oké, maar niet tè, want anders stoot ik mogelijks met mijn hoofd tegen het plafond!"

Wat me heel vaak werd gevraagd, waarschijnlijk uit routine, was "Of ik het soms niet te koud had?" Dan durfde ik wel eens te antwoorden: "Ja, soms heb ik het niet te koud. Maar dat is op dit ogenblik niet het geval, want nu heb ik het wel koud!" Veelal volgde er dan een verbaasde blik. In het vermijden van spraakverwarring en het gepast repliceren erop als een mondige patiënt die taalverwarring terugkaatste, waren die ziekenhelpsters waarschijnlijk niet opgeleid, noch opgewassen! Lachen