16-04-10

Allen de straat op

  

Koning auto - 000Nu de lente in het land is, is het zeker interessant om je als 'zachte weggebruiker' over het publiek domein te bewegen. Er is gelukkig al jarenlang een kentering aan de gang naar meer fiets- en voetgangersverkeer. Eventueel in combinatie met het openbaar vervoer: trein, tram, metro en lijnbus. Maar al te veel fietspaden en trottoirs liggen er abominabel bij. En er wordt bij de (her)aanleg van wegen nog steeds veel te weinig aandacht besteed aan kwalitatieve en veilige fiets- en voetgangersvoorzieningen. Koning auto heerst nog steeds over de weg. Samen met het ander snel wegverkeer, zoals vrachtwagens, bestelwagens, bussen en motoren. En in het straatbeeld wordt het bewijs geleverd dat het belang van dit gemotoriseerd verkeer nog steeds primeert.

Nochtans is er in het verkeerswezen een principe vooropgesteld dat inmiddels genoegzaam bekend is: STOP. Wat staat voor Stappers - Trappers - Openbaar vervoer - Privaat gemotoriseerd vervoer. Het duidt de volgorde aan van prioriteit, die men aan de verschillende verkeersmodi geeft in dit idealiter systeem. In de praktijk blijkt dat er zowel bij het ontwerp als bij de uiteindelijke uitvoering van verkeersinfrastructuren, nog al te weinig wordt vastgehouden aan dat principe.

Zolang er ten gronde niks verandert aan de mentaliteit van hen die beslissen over hoe de verkeersinfrastructuur op het openbaar domein er uit moet zien en er niet met zowel de noden van de buurtbewoners wordt rekening gehouden als met deze van het doorgaande en bestemmingsverkeer, en het STOP- principe niet systematisch wordt toepast, blijft de zachte weggebruiker ondermaats gediend.

Bakfiets - 001 (klein)Bovendien houdt men nog absoluut niet genoeg rekening met de omvang en de gebruiksvereisten van allerlei nieuwe, of opnieuw populair geworden 'zachte' vervoersmiddelen: ligfietsen, bakfietsen, vouwfietsen, steps, skateboards, inline skates ... Ook niet met kleuterbuggy's die gekoppeld worden aan en voortgetrokken door de fiets van de (groot)ouders en het gebruik van fietstassen aan beide zijden van het stalen ros (om bijvoorbeeld de boodschappen in weg te stoppen). Maar evenmin met driewielers (voor volwassenen met een fysieke beperking ), scooters (voor mensen die moeilijk te been zijn), elektrische buitenrolstoelen, steeds meer in zwang rakende rollators... De tijd dat oudere mensen of personen met een fysieke beperking hoe dan ook niet (meer) naar buiten kwamen, ligt immers gelukkig reeds grotendeels achter onze rug. Maar de overheid ziet hun (specifieke) noden, waar evenwel iedereen mee zou gebaat zijn, helaas nog veel te dikwijls over het hoofd.

De verstandige lezer concludeert met mij dat de doorsnee trottoirs en fietspaden veel te smal zijn om een vlot en veilig verkeer toe te laten. Voeg daar het feit aan toe dat ze vaak slecht zijn aangelegd en doorgaans nog slechter worden onderhouden en je komt uit op een oncomfortabele rijwijze. Wat vele mensen er toe aanzet om voor hun verplaatsing dan toch maar van hun auto gebruik te maken.

Speciale fiets - 003 (klein)De heden dikwijls aangelegde fietspaden voor tweerichtingsverkeer zijn in dit opzicht plezanter om je over te verplaatsen. Zolang er zich niet te veel verkeer over beweegt tenminste. En elke gebruiker respect heeft en toont voor de andere. Dus zonder toestanden met zenuwachtige pseudowielrenners of mountainbikers die verwachten dat, als zij er aan komen, iedereen terstond de baan ruimt voor hen. Geen ongeduldige fietsers die niet even hun snelheid temperen, om bijvoorbeeld twee gemoedelijk naast elkaar rijdende peddelaars, na het horen van het belgerinkel van de achterligger, de tijd te geven om rustig aan achter elkaar te gaan rijden. En zo verder en zo voort.

Waar wijde trottoirs werden aangelegd, stel ik vast dat de extra ruimte helaas nogal vaak wordt vol gezet met bloembakken, publiciteitsborden, fietsrekken en andere voor voetgangers uiterst hinderlijke objecten. Of grotendeels worden ingepalmd door de buitenterrassen van horecazaken. Met als naar gevolg dat stappers dikwijls alsnog moeten uitwijken naar de autoweg. Met alle gevaar van dien.

Zeldzaam zijn zij die zich als zachte weggebruiker kunnen bewegen van thuis tot aan een enkele kilometers verderop gelegen bestemming, zoals bijvoorbeeld de school, het station, het werk, een multifunctioneel buurtgebouw... zonder door ook maar enig obstakel te worden gehinderd. Als het geen losliggende tegels, putten in de weg of andere technische mankementen zijn, dan is het vast een op een foute plaats ingeplante verkeerspaal, een onveilig kruispunt of een totaal gebrek aan een fiets- of voetgangersvoorziening. Om budgettaire redenen of omwille van plaatsgebrek of godweet welk ander ridicuul excuus, worden in het verkeerswezen faciliteiten voor stappers en trappers blijkbaar nogal vaak niet nodig geacht.

Zachte weggebruikersWat me nog steeds stoort zijn buurten waar een 'zone 30' van kracht is, maar waar men deze tracht af te dwingen met kunstmatige wegversmallingen hier en daar. Met als gevolg dat op de obstakelvrije stroken tussenin, door menig automobilist, motorrijder of bromfietser nog eens goed gas wordt gegeven. Met alle gevaren van dien. Vaak zijn die wegversmallingen, in plaats van overrijdbaar, opgebouwd uit betonblokken, met als gevolg dat bij een uitwijkmanoeuvre, wegens bijvoorbeeld een plots opduikende tegenligger, de autobestuurder een fatale crash maakt. Hoe zeer ik snel en roekeloos rijden ook afkeur, een (zware) verwonding of de dood, wens ik geen enkele automobilist toe. Hoe onbezonnen die ook mag hebben gereden.

De 'traag verkeer' zones zouden over het ganse traject dusdanig moeten zijn aangelegd dat er automatisch aan een lage snelheid wordt gereden. En gemengd verkeer ten volle en veilig kan functioneren. Zonder dat deze of gene weggebruiker gefrustreerd is of zich ergert aan een andere. Groenaanleg en bochtige wegen kunnen dit bewerkstelligen. Er zijn talrijke studiebureaus die de expertise in huis hebben om dit zowel visueel aantrekkelijk als verkeerstechnisch overeenkomstig de geldende wetgeving voor elkaar te krijgen.

Wat is er prachtiger dan het beeld van door elkaar krioelende voetgangers, fietsers, op rijwielen in alle soorten en formaten, auto's, motors, skeelers, jongeren op step, skateboard of zich voortbewegend op een springstok, rolstoelers, rolschaatsers, brommertjes en scooters... Jong en oud door elkaar, gebruik makend van diverse verplaatsingsmiddelen. Zich voortbewegend in woonwijken, maar ook daarbuiten. Een mooie droom? Zeker weten, maar wel één die mits wat goede wil van iedereen, op termijn kan worden gerealiseerd! Lachen

09-02-10

Zalig zonder handen

  

Biking boy (klein)Om tijdens mijn middelbare schooltijd de onderwijsinstelling te bereiken waar ik les volgde, diende ik met mijn fiets een goeie 8 kilometer af te leggen. De school bevindt zich immers in het centrum van de stad, terwijl mijn ouderlijk huis is gelegen in een deelgemeente daarvan. Mijn rijwiel was het exemplaar dat ik van mijn ouders als geschenk kreeg ter gelegenheid van mijn Plechtige Communie. Het bij deze gelegenheid schenken van een ware 'grote mensenfiets', is een traditie die, naar ik links en rechts hoor en zie, ook heden ten dage nog in voege is.

In mijn buurt woonden toentertijd slechts enkele jongeren die hetzelfde traject volgden als ik elke dag deed. Langs wegen met weinig bebouwing en veel akkers en weiden die aan de straat paalden. Van fietspaden was er helemaal geen sprake. Een groot deel van de te volgen weg was toen trouwens nog niet eens geasfalteerd, enkel verhard, Een ander deel bestond en bestaat nog steeds uit kasseistenen, voor de afwatering in een nogal overdreven boog aangelegd, en breder gemaakt door aan beide straatkanten een rij grote vierkantige betontegels te leggen.

Rijcomfort was er voor de zeldzame fietsers zoals ik, helemaal niet. En veilig was mijn rijroute evenmin. Want er was toen wel een stuk minder autoverkeer dan vandaag, maar op de boerenbuiten waren de landbouwers en loonwerkers ook reeds 's ochtends vroeg op weg. En hun tractors en machines waren toen doorgaans nog niet zo kolossaal groot, maar op die smalle wegen was het voor fietsers toch steeds weer opletten geblazen als er zo een landbouwvoertuig kwam aangereden.

Om tijd uit te sparen volgde ik meestal de korte weg. Waarbij de te rijden afstand behoorlijk werd ingekort door via een oude kerkwegel te rijden. Een met kiezelsteentjes verstevigd pad tussen percelen landbouwgrond, dat in vroegere tijden werd gebruikt door vooral boerenmensen, om 's zondags in het kerkgebouw te geraken om daar de eucharistieviering bij te wonen.

De toegangsweg tot het stadscentrum was dan weer een kasseibaan waar deels was over geasfalteerd en in de loop der jaren de in de rijbaan gevallen putten waren gevuld met lappen asfalt. Zodat het geheel er uitzag als een zwart/grijze lappendoek. Door die hobbelige, en ondanks alle oplapwerk nog steeds vol putten zittende straat rijden was een ware marteling. En gevaarlijk, want aan weerszijden van de baan stonden er her en der auto's geparkeerd of gestationeerd.

Meerdere gebeurtenissen onderweg herinner ik mij, waarvan ik er hier slechts enkele in het kort zal verhalen. Zo herinner ik mij nog levendig mijn eerste fietsrit naar de middelbare school. Ik was helemaal niet gewoon om in het drukke stadsverkeer te rijden. Dus was het die eerste schooldag wennen om me in die verkeersstroom te bewegen.

Verkeersagent - 000Op een gegeven moment reed ik in een straat waar er, op de plaats waar deze onder de spoorweg loopt, aan de linkerkant, ook een zijstraat op uitkomt. In het midden van de straat stond er een politieagent het verkeer te regelen. Nu had ik in de lagere school wel de verkeersregels geleerd en was ik op de hoogte van de betekenis van de armsignalen van een verkeersagent. Maar die tekeningetjes in onze cursus waren steeds heel duidelijk geweest.

In de praktijk bleek dat andere koek te zijn. Die in het blauw gekostumeerde politiebeambte stond wel met zijn armen te zwaaien, maar de bewegingen die hij maakte kon ik niet direct in overeenstemming brengen met één van de ingestudeerde afbeeldingen op de stencils uit mijn verkeerscursus. Aangezien het verkeer in de zijstraat stil stond en ikzelf niet van richting veranderde, besloot ik vaart te houden en gewoon door te rijden.

Ter hoogte van die agent gekomen, zag ik hem, vanuit mijn ooghoeken, verbaast mijn richting uitkijken en met zijn ene hand een fluitje naar de mond brengen, waar hij luttele seconden later met bolle wangen op blies. Ik hield halt. De man, die gelukkig voor mij, zijn post niet kon verlaten, riep me boos toe. Of ik het verkeersreglement niet kende? En zonder op een antwoord te wachten gebood hij me terug te keren. Wat ik gedwee deed.

*****

Een ander voorval deed zich naar het einde van het schooljaar voor. Ik had dat jaar vrij snel iemand leren kennen die via dezelfde weg naar school reed. Ook een eerstejaars, maar de jongen zat wel in een andere klas dan de mijne. Meestal reden we samen naar school en huiswaarts. We passeerden daarbij dagelijks een boerderij waarvan de boer ons vaak commentaar toeriep. Dat we aan de kant van de weg moesten rijden, niet naast elkaar mochten rijden en nog meer van die dingen.

Zowel mijn schoolkameraad, nochtans zelf een boerenzoon en vast van plan in zijn vaders voetsporen te stappen, als ikzelf waren die voortdurende opmerkingen meer dan moe. Meer dan eens riepen wij iets terug. Iets snedig, of mogelijks eerder smerig, dat weet ik niet meer juist. Het maakte die boer in elk geval nog nijdiger! Knipogen

Boer - 000 (klein)Op een avond reed ik huiswaarts. Alleen, deze keer. Bijna aan die boer zijn bedrijf gekomen, zag ik dat daar nogal wat beweging was. Potverdorie, die waren vast van plan om de koeien van de weide aan de overkant, naar de stallen op hun erf te brengen. Een activiteit waarvoor ze, naar ik wist, de straat afspanden, zodat die beesten niet weg konden lopen.

Nu had ik er helemaal geen zin in om daar minstens een kwartier te staan koekeloeren naar die koebeestenverhuis. Dus duwde ik wat harder op mijn trappers om de versperring ten bate van die herlocatie voor te zijn. Door de snelheid die ik had, zag de boer mij pas op het laatste moment aankomen. Met die versperringskoord al in zijn ene hand, begon hij wild met zijn armen te zwaaien, ten teken dat ik moest stoppen en hem niet voorbij mocht rijden. Wat ik, onder luid sakkerend geroep van de boer, evenwel toch deed!

Had ik daar even 10 seconden geluk! Vlak nadat ik de boer was gepasseerd zag ik achter mij kijkend, in volle vaart een van de weide komende stier over de weg naar het boerenerf spurten. Het scheelde geen haartje of ik was, met fiets en al, aan dat beest zijn horens gespietst!

*****

Bij een andere boer liep er op het erf een hond die, van zodra hij ons in het vizier kreeg, vervaarlijk begon te grommen en te blaffen. In den beginne dachten we dat het dier dat deed ter protectie van het erf van zijn baasjes en dus om ons bang te maken. Opdat wij, voor die viervoeter potentiële boeven, het zeker niet in ons hoofd zouden halen om dat boerenhof te betreden.

Angry dog - 000Daarom hielden we ons, bij het naderen van die doening, stil en negeerden we het dier. Maar dat systeem leek niet te werken. De hond bleef dag na dag hetzelfde gedrag vertonen. Zwaar bassen en soms zelfs de bijters laten zien! Dus gooiden we het over een andere boeg. We begonnen de viervoeter, een dier van middelmatig formaat en vast het resultaat van een ongeplande kruising van verschillende rassen, te paaien door het vriendelijk toe te spreken. Maar ook dat mocht niet baten.

Buiten die hond viel er op dat boerenerf nimmer een levend wezen te bekennen. Dier noch mens waren daar ooit te zien. We hadden nochtans graag de baasjes van die boze blaffer eens aangesproken over het gedrag van hun dier, dat ons danig begon te vervelen. Bij de buren konden we ook niet terecht, want die waren er gewoonweg niet. Deze woonst stond zowat halverwege een straat, waar de dichtste buur 10 akkers en weilanden verder woonde

Op een bepaalde ochtend reed er een derde jongen met ons mee naar school. Een klasgenoot van die nagenoeg dagelijks met me meefietsende schoolmakker. Toen we de boerderij met die razend blaffende hond naderden, en daarover ons beklag deden, zei die jongen, een nogal magere van postuur, dat je de vijand met gelijke wapens moet bekampen. Waarop de jongen met zijn fiets van ons wegreed en naar de afsluiting spurtte, waarachter die hond zat.

Yelling boy (klein)Nog voor hij zijn doel bereikte, begon hij zelf enorm veel kabaal te maken. Maar dat leek het beest niet te deren en zeker geen schrik aan te jagen. Toen wij bij de blaffende en schreeuwende jongen arriveerden, wezen we hem op dat feit. En merkten op dat de hond er nu nog bozer uitzag en nog luider blafte dan gewoonlijk. En dat de jongen best zou ophouden met wat hij deed, want dat anders die viervoeter wel eens over de afsluiting zou durven wippen en achter hem aan zou durven gaan!

Hij rolde de fiets waarop hij zat, met zijn voeten een beetje achteruit, tot hij terug op de rijweg stond en zette aan om verder te fietsten. Onderwijl ons antwoordend dat hij niks hoefde te vrezen want dat het toegangshek steeds was gesloten.

Doch die dag dus uitzonderlijk niet! Die jongen zag dat bij het passeren ook, slaakte een gil en trapte toen uit volle kracht op zijn pedalen, om daar weg te komen. De hond, die hem eerst blaffend achtervolgde aan de erfzijde van de afrastering, koos ervoor vanaf het openstaande hek zijn weg over straat te vervolgen, onze gezel achterna.

Wij waren blijven staan en sloegen met open mond het schouwspel gade. Tot daar dan toch iemand vanaf het boerenerf begon te roepen. Waarop de hond halt hield. Net voor het moment waarop wij vreesden dat het dier zijn, allicht scherpe tanden, in onze maat zijn dunne onderbeen zou zetten.

We zagen dat de hond met tegenzin terug naar het boerenerf liep, waar zijn boos baasje hem vloekend stond op te wachten. Wij hadden geen tijd om te talmen, omdat we dan vast te laat op school zouden arriveren. Iets wat toen nog niemand van ons drieën durfde te riskeren. We waren blij dat dit avontuur goed was afgelopen en haastten ons naar school. Zelfs met de beste wil van de wereld kan ik me niet meer herinneren of we die kwaaie hond naderhand nog ooit hebben teruggezien.

*****

Cycling with hands in the pockets (klein)Toen ik al wat ouder was reed ik huiswaarts met een buurjongen die, na een mislukt avontuur in een andere onderwijsinstelling, inmiddels ook les volgde aan dezelfde school als mij. We reden op een asfaltbaan waar we, zeker op dat tijdstip, nauwelijks andere weggebruikers tegenkwamen. Op het lange stuk rechte baan waar we ons op voortbewogen, reden we gezapig naast elkaar. Ik uiterst rechts en mijn maat links van me. Mijn handen hield ik in de zakken van mijn jas. Zo bleven ze lekker warm. En kon ik rechtop gezeten fietsen. Iets wat ik veel liever deed dan zo in een onnatuurlijke, gebogen houding zoals je normaliter op een jongensfiets hoort te zitten.

We waren druk in gesprek over de dingen die ons boeiden: motorfietsen, uitgaan, meisjes en andere typisch puberale interesses. Op een gegeven moment mompelde mijn maat iets en ging vervolgens voor me rijden. "Wat heeft die nu ineens?" dacht ik nog, terwijl ik verwonderd zijn actie gadesloeg. Waarop ik mijn hoofd naar links draaide, en daar het gezicht ontwaarde van een kerel met een kepie op het hoofd. Een politieagent, zo bleek. Die het portierraampje van, wat even later een politiecombi bleek te zijn, had naar beneden gedraaid. Manueel, want toen ging dat nog niet elektrisch,.

Wel lichtjes geschrokken, maar me van geen kwaad bewust, bleef ik gewoon rustig verder fietsen... zonder handen. Tot die agent me vroeg om even halt te houden. Wat ik dan uiteraard ook terstond deed. Want de bevelen van een 'man van de wet' behoor je nu eenmaal op te volgen, zo wist ik.

Om mijn fiets af te remmen had ik uiteraard reeds de handen uit mijn zakken gehaald en op mijn fietsstuur geplaatst. De chauffeur van de camionette, een collega van de agent die me had aangesproken, zette het voertuig niet aan de kant. Neen, ze bleven gewoon stilstaan op de rijweg, naast mij. Ik keek naar de politieman, verwachtend een blaam te krijgen voor het naast elkaar rijden, maar dan hadden ze wel de verkeerde te pakken, want het was mijn maat die aan de kant van het wegverkeer had gereden. Hadden die pipo's dat dan niet gezien?

Politiecombi - 000 (lego) (klein)Maar de overtreding die ik had begaan en waar de agent me voor berispte was het zonder handen rijden. Verboden en gevaarlijk, zo maakte hij me diets. De kerel haalde een schriftje te voorschijn, zodat ik dacht 'prijs' te hebben, zoals wij in die tijd in onze streek het 'krijgen' van een boete cynisch uitdrukten.

Mijn naam werd me gevraagd en ook mijn adres. Braaf gaf ik die man de gevraagde en bovendien ook juiste informatie. De geüniformeerde figuur noteerde alles maar legde, tot mijn verbazing, vervolgens het boekje naast zich neer en zei me dat hij het deze keer bij een 'waarschuwing' zou laten. Maar dat ik moest ophouden met dat zonder handen te rijden. In het belang van mijn eigen veiligheid en dat van de andere weggebruikers. En ook al omdat hij de volgende keer dat hij me zou betrappen op deze verkeersovertreding, me een P.V. zou toebedelen.

Opgelucht stamelde ik iets van het te hebben begrepen en een bedankt. Waarna de agenten me nog ten afscheid groetten en terug verder reden. Ik keek de wegrijdende politiecombi na en zette vervolgens mijn fiets en daarmee ook mezelf, terug in beweging. En reed tot bij mijn maat. Die, van enkele tientallen meters verder, de gebeurtenissen nauwlettend had gevolgd. En die me nu bezorgd vroeg of ik een boete 'aan mijn rekker' had. Toen ik hem kon geruststellen enkel een verwittiging te hebben gekregen, vervolgden we beiden glimlachend onze rit. Terug naast elkaar, maar alle twee met de handen op het stuur!

Thuis durfde ik over het voorval niks te zeggen. Bang voor een uitbrander van mijn ouders. De eerstvolgende dagen liep ik evenwel rond met een bang hart. Vrezend dat die flikken hetzij me alsnog een boete zouden bezorgen, hetzij een schriftelijke bevestiging van mijn 'vergrijp' bij mijn ouders zouden laten toekomen. Wat allemaal kon, want ik had hen immers mijn naam en adres gegeven. Maar ik had geluk. Ze hielden woord, dus mij met rust. En ik ben nooit meer 'gesnapt' bij het zonder handen rijden, alhoewel ik het ook nadien nog vaak heb gedaan.

*****

Zonder handen fietsen - 001 (klein)Ik herinner mij het door een meester in de lagere school vertelde verhaal van een jongen die ook al fietsend zonder handen, door een politieagent werd tegengehouden. Die terstond die gast zijn stuur van de fiets haalde. Omdat die jongeman dat blijkbaar toch niet nodig had. Hij mocht zijn weg naar huis vervolgen en werd aangemaand om, samen met zijn vader, zijn fietsstuur af te komen halen op het lokaal politiekantoor.

Aangezien die jongen veel te laat thuiskwam, want hij had dat laatste stuk weg naar huis te voet moeten afleggen, omdat je met een fiets zonder stuur niet kan rijden, en hij daarenboven ook een verklaring moest geven voor het geamputeerd zijn van zijn tweewieler, was hij wel genoodzaakt zijn ouders over het gebeurde in te lichten. De pa gaf zoonlief 'onder zijn voeten', maar bleef wijselijk weg van het politiekantoor. Er geen zin in hebbend daar een preek te moeten aanhoren over het gedrag van zijn zoon. En ook bang om alsnog een boete te krijgen voor het vergrijp. Hij verkoos het zekere voor het onzekere en ging bij de fietsenmaker een nieuw stuur kopen voor het rijwiel van de zoon. Liever onmiddellijk opteren voor de kleine kost dan het risico te lopen op een grote!