12-06-10

We mogen (moeten!) weer KIEZEN!

  

Zondag mogen we weer gaan stemmen. Velen onder ons zullen dit doen met enige of zelfs veel tegenzin. Ook ik ben er zo één. Want de vraag is of een herschikking van het politieke landschap en daaruit voortvloeiend een allicht compleet nieuwe regering, enig soelaas zal brengen. Maar verzaken aan ons democratisch recht vind ik totaal ongepast. Hoe zeer het ook lijkt alsof onze ene stem verwaarloosbaar is in het geheel, is ze wel degelijk van tel!

Verkiezingen - 000Het is evenwel niet aan mij om hier een wetenschappelijk onderbouwd bewijs te leveren over het belang van ieders individuele stem. Noch zal ik een vurig pleidooi houden om te vermijden dan jullie burgerlijk ongehoorzaam zouden zijn door aanstaande zondag uit het stemhokje weg te blijven. Er zijn immers de afgelopen weken in de media al genoeg mensen aan bod gekomen die dat veel beter kunnen dan mij.

Achter welke naam of namen ik het bolletje ga inkleuren, daar heb ik op dit ogenblik nog totaal geen idee van. Zelf de partijkeuze is nog onbeslist. Overweldigd door folders & flyers van partijen ben ik niet. Het aantal bleef beperkt. Er zijn wel een aantal persoonlijke brieven en e-mails bij me toegekomen, van personen waar ik in de voorbije tijd contact mee had. Sommigen onder hen staan zelf op de lijst, terwijl anderen dan weer een kandidaat uit hun partij aanbevelen.

Kiezen wordt daar niet eenvoudiger door. Want er is wel een partij of vijf waar ik met minstens één mandataris goeie ervaringen heb. En buiten hen zijn er nog wel meer bekwame en ernstige politici die het waard zijn om mijn stem te krijgen. Maar ik kan ze helaas  niet allemaal dat plezier doen. Waarschijnlijk zal het pas in de beslotenheid van dat stemhokje zijn dat ik mijn keuze maak. Dan moet het wel. Want als ik te lang treuzel, dan denkt men vast dat ik in zwijm ben gevallen. En een beschamende redding in een met nogal wat mensen gevuld stemlokaal, daarvan ben ik geenszins vragende partij.

Het is trouwens te hopen dat het kettinkje waarmee dat rood kleurpotlood vast hangt aan de houten structuur van het stemhok, deze keer lang genoeg zal zijn. Want bij een vorige gelegenheid was dat niet het geval, zodat de kandidaten onderaan de stembiljetten, bij mij uit de boot vielen. Weinig democratisch, niet?. Maar ik durf positief te zijn en vertrouw er dus op dat ik deze keer elke kandidaat zal kunnen bereiken. En hoop dat zij die, al dan niet mede dank zij mijn steun, op Vaderdag worden verkozen, samen, en voor de volle vier jaar, hun kiezers zullen dienen door op een ernstige manier het land te besturen.

25-10-09

Rudi’s overdenkingen - Mensen, daar reken je niet op!

 

Op mensen rekenen doe ik niet meer. Neen, rekenen doe ik enkel nog op stukjes kladpapier, op een calculator op zonne-energie of in het programma Excel op mijn laptop. En wel na een spijtig voorval dat nogal betreurenswaardig was. Evenwel niet voor mij, want ik had het zelf uitgelokt. Alhoewel niet helemaal. Bij nader inzien zelfs helemaal niet, want de ander was begonnen.

Aangezien wellicht zowel de aandachtige lezers als de onoplettende haastigen, mijn uiteenzetting nu al niet meer kunnen volgen, wat hen geenszins kan kwalijk worden genomen, verklaar ik me nader.

Heel veel jaren geleden, toen ik nog niet eens stemgerechtigd was, waren er op een gegeven ogenblik verkiezingen. Ja, inderdaad, in mijn jeugd amuseerden zij, die toen bij de overheid werkten, zich daar ook al mee. Met die pesterijen van de brave burger. Maar je kon hen dat bezwaarlijk kwalijk nemen, want die mensen moesten uiteraard toch iets om handen hebben, om hun dagen te vullen?!

Tegenwoordig heeft het overheidspersoneel de beschikking over computers met een snelle Internetverbinding. En kunnen ze derhalve hun tijd besteden aan chatten op sociale netwerksites, een lief zoeken op datingsites of spelletjes spelen op één van de daarin gespecialiseerde websites. Maar vroeger bestond dat alles nog niet en was het zich ledig houden met het organiseren van verkiezingen een favoriete bezigheid van de overheidambtenaren. Toentertijd om ondermeer die reden, door het gewone volk ook wel eens smalend aangeduid als ambetantenaren.

Heden ten dage gebeurt bijna alles automatisch en wordt er op vele plaatsen elektronisch gestemd. Maar in mijn pubertijd was dat anders. Toen gebeurde het stemmen nog in alle bureaus manueel, en was er derhalve nogal wat werk te verrichten aan de voorbereiding ervan. Potloden scherpen en uitproberen op een stukje papier en meer van dit soort zaken. Vermoed ik, want helemaal zeker daarvan ben ik niet. Misschien waren die bureaucraten wel zo leep dat ze deze opdracht aan een externe firma toevertrouwden. Dan hadden ze meteen ook een besteding voor het overheidsgeld. Alweer een zorg minder!

Vooraleer ik hier boze reacties krijg en haatmail vind in mijn elektronische brievenbus, wens ik vlug en terloops even te melden dat hetgeen hierboven staat gewoon maar voor te lachen is! Alhoewel ik het geld van de brave burger verkwisten nu niet bepaald grappig vind. Oh ja, ik ben er mij ook terdege van bewust dat verkiezingen een moeizaam verworven democratisch recht is. Dus ook daar hoeft niemand mij op te wijzen!

Dit gezegd, of eerder 'geschreven' zijnde, ga ik door met de essentie van mijn verhaal. Als ik mij dat, na al dat afwijken trouwens nog kan herinneren. Bon! Uit herlezing van het begin van dit epistel blijkt het dus over 'rekenen op' te gaan. En een jammerlijk incident dat mij er toe heeft gebracht om het op mensen rekenen uit mijn dagdagelijkse leven te bannen.

In de aanloop naar die eerder aangehaalde, door zich vervelende ambtenaren georganiseerde, naar ik mij halvelings herinner, gemeente- en provincieraadsverkiezingen, werd er lokaal nogal wat publiciteit gemaakt. Cadeautjes geven en gadgets uitdelen om stemmen te kopen... euh, ik bedoel uiteraard 'winnen' dat mocht toen nog, begin de jaren tachtig. En ook het plaatsen van huizenhoge affiches was nog toegestaan.

Eén van de kandidaten, een rijkeluiszoon, die nergens voor deugde maar een postje in de gemeentepolitiek wel zag zitten, maakte bij zijn campagne gretig gebruik van al deze promotiemiddelen. En bekostigde alles met het geld van papa. Die al lang blij was dat zoonlief eindelijk iets gevonden had dat hem interesseerde.

In mijn woonplaats en langs de toegangswegen erheen stonden of hingen affiches met zijn beeltenis en slogan. Die trouwens slim was bedacht, maar vast niet door de kandidaat zelf. Hij stapte immers naar de kiezer met de leuze: 'Op MIJ kan je rekenen!' Een slagzin waarvan de figuurlijke betekenis bij het overgrote deel van het kiespubliek de verwachtingsvolle interesse opwekte.

De politiek interesseerde mijn vrienden en mij slechts in beperkte mate. Maar toen die 'veel belovende' kandidaat een meeting organiseerde waarop hij, volgens de uitnodiging, zijn programma uit de doeken zou doen en toelichten, gaven wij toch present. Niet in her minst omdat er gratis hapjes en drank waren voorzien.

En wij waren niet de enigen die daar die avond op afkwamen. Het parochiezaaltje waar de bijeenkomst doorging, liep vol van het volk. In een mum van tijd waren alle op een rij tafels klaargezette snacks verdwenen. En de reeds in bekers gegoten drankjes werden ook in een ijltempo weg gegraaid. We stonden allemaal dicht op elkaar gepakt. En toen de kandidaat en zijn gevolg, waaronder zijn trotse ouders, hun  entree maakten, werden we zelfs op elkaar gedrukt.

Nu viel dat, wat mij betrof, helemaal niet tegen. Integendeel zelfs. Met mijn rug en schouders werd ik tegen de zachte omvangrijke boezem van de dame achter mij gedrukt. En mijn voorkant kreeg de achterkant van een welgevormd jong meisje tegen het lijf geduwd. En ze rook daarenboven zo lekker, dat langharig blondje, dat zowat een kop kleiner was dan mij, waardoor ik toch het zicht op de binnentredende verkiezingskandidaat bleef behouden.

Ondanks mijn toch wel comfortabele positie verliet ik deze, na een samenzweerderige blik te hebben uitgewisseld met mijn kameraden. De ster van de avond genoot zichtbaar van de hoge opkomst en van de aandacht die aan hem werd geschonken. Hij had inmiddels zijn jasje uitgedaan. Waarschijnlijk in de eerste plaats omdat hij het net als ons te warm had gekregen in dat met mensen volgestouwde zaaltje. Maar vast ook om met zijn campagneshirt te pronken. Een witte T-shirt met, naast het partijlogo,  in zwarte opdruk zijn naam en slogan.

Terwijl twee van mijn maten de kerel langs voren benaderden en hem bezig hielden door het stellen van enkele onzinnige vragen, waarop die kinkel dan ook nog eens idiote antwoorden gaf, ging ik, samen met een andere maat, langs achter op de kandidaat af. We namen onze, met voorbedachten rade, voor dat doel meegebrachte dikke viltstiften uit onze jaszakken en begonnen met op 's mans T-shirt becijferingen te maken. In het rood, en groot!

Door de drukte, het voortdurend deinen van de menigte en het her en der porren en geduw, duurde het even voor we werden opgemerkt. En die man zijn partijgenoten doorhadden en zagen wat wij hadden uitgericht. Zelf kon hij van ons geschrijf niet zo veel zien, maar zijn papa vertelde hem de details. Die kerel kon er niet mee lachen. Alle gestommel en gepraat was gestopt. Ieders ogen waren gericht op de kandidaat, die ons, ziedend van woede, aankeek, met een rood aangelopen gezicht. De zweetdruppels vloeiden vanaf de nat geworden, kortgeknipte haardos, over zijn wangen, langs zijn nek,  en belandden alzo op het kunstig door ons bewerkte shirt.

Op zijn bits gestelde vraag waarom wij op zijn kleren aan het cijferen waren gegaan, antwoordde mijn mededader laconiek dat wij toch wel het recht hadden om hetgeen hij als slogan gebruikte, aan de praktijk te toetsen?! Om te zien of zijn 'op mij kan je rekenen' op enige waarheid berustte. Maar de kerel stapte boos van ons weg.

Waarschijnlijk vond hij het vooral niet leuk dat we enkel maar berekeningen had uitgevoerd met nullen. 0 * 0 = 0 bijvoorbeeld. Maar geen deling door nul, want dat kan en mag niet, zo heeft mijn leerkracht Wiskunde mijn medeleerlingen en mij ooit in het hoofd geprent. "Deel nooit door 0!" zo waarschuwde hij ons. Nu ja, ik heb me daar steeds aan gehouden. Dus ook bij het bekladden van dat witte campagneshirt. Die vent en zijn partij waren er wel zelf de oorzaak van dat we hen slechts een nul waard achtten.

Mijn kameraden en ik maakten ons snel uit te voeten. We hadden daar immers niks meer te zoeken. Want alle spijs en drank was al op. En de te verwachten toespraak en andere prietpraat, daar hadden mijn maten en ik ook geen boodschap aan.

Gelukkig hadden de meeste van mijn wel stemgerechtigde medeburgers klaarblijkelijk ook door dat hun stem niet goed besteed zou zijn aan die rijke domkop. Zodat, spijts alle promotie en gulle schenkingen, en ondanks zijn verkiesbare plaats op de kieslijst van de partij waarvoor hij opkwam, deze kerel toch niet verkozen geraakte. Maar goed ook! Mensen zonder gevoel voor humor horen niet thuis in het politiek landschap. Geef mij maar levend geworden karikaturen zoals Freddy Willockx, diens partijgenoot Louis Tobback en CD&V'ers Jean-Luc Dehaene en Pieter De Crem. Om langs blauwe kant Guy Verhofstadt en Annemie Neys niet te vergeten. Alleen al bij het zien van hun kop, barst je uit in een onbedaarlijke lachbui! Knipogen

Wie onder anderen eigenlijk ook thuishoort in het voorgaande lijstje is Frank Vandenbroucke. Maar die man is, helaas voor hem, zijn entourage en adepten, inmiddels een stille dood gestorven. Op politiek vlak welteverstaan. Want het hart van de man klopt nog altijd. Dit in tegenstelling tot dat van zijn naamgenoot, de wielrenner. Die het Afrikaanse Senegal uitkoos om er, na een laatste wip met een plaatselijke schone, het tijdige leven vaarwel te zeggen en te ruilen voor de eeuwige dood.

03-06-09

Eindelijk!

 

Gedurende drie jaar leverde ik een verbeten strijd tegen die klootzakken van de mutualiteit die weigerden tegemoet te komen in de aanschaf van een nieuwe rolstoel omdat hun medisch adviseur van mening was dat ik er geen recht op had. En omdat ik, omwille van deze onheuse beslissing, een beetje te veel van mijn kloten maakte tegen die kerel en de ziekenbond, verzonnen die onverlaten ook nog een reden om mijn invaliditeitsuitkering te beknotten.

Via de arbeidsrechtbank heb ik moeten bewijzen dat die kerel en zijn werkgever het NIET bij het juiste eind hadden. En gelijk gekregen ook. Gelukkig maar, want ik heb al lang geen vertrouwen meer in het gerecht, en nog veel minder in de gerechtigheid ervan.

Aangezien ik gedurende al die jaren geen uitzicht had op het moment waarop mijn tot op de draad versleten rolstoel zou worden vervangen, diende ik hem zoveel mogelijk te sparen. Met als gevolg dat ritjes naar een buurgemeente werden geschrapt. 's Avonds nog eens rond de blok rijden om een frisse neus te pakken en inspiratie op te doen eveneens. Ook fietstochtjes met de kinderen behoorden tot het verleden, net zozeer als het regelmatige bibliotheekbezoek. En bezoekjes aan de wekelijkse woensdagmarkt en de rommelmarkt op zondag werden herleid tot een minimum. Om maar enkele voorbeelden te geven.

Die hufters van mijn ziekenbond, behorende tot de katholieke zuil, waren er dus de oorzaak van dat ik de laatste jaren slechts een fractie van de activiteiten en verplaatsingen heb kunnen doen die ik voorheen wel deed. En in alle gelederen van die organisatie was men op de hoogte van het leed dat door hun houding, mijn reeds zwaar beladen gezin en mij nog extra werd aangedaan. Want ik richtte menig vriendelijk schrijven tot talloze personen van 'mijn' ziekenbond. Want uit ervaring wist ik reeds dat de piste via de rechtbank TIJD en GELD zou kosten. Wat ik dus hoopte te vermijden.

IJdele hoop evenwel. Menselijkheid en mededogen zijn blijkbaar geen deugden die bij het Christelijke geloof horen. Nochtans dacht ik in de lessen godsdienst iets anders onderwezen te zijn. En tijdens de in het verleden veelvuldig door mij bijgewoonde misvieringen meende ik ook een ander geluid te hebben gehoord. Maar waarschijnlijk heb ik toen dus niet goed geluisterd. Dat kan best, want na mijn kleutertijd was ik eigenlijk niet zo erg meer geïnteresseerd in sprookjesverhalen.

Wat ik van de kant van de mutualiteit te horen kreeg was dat ik blij mocht zijn het fundamenteel recht te hebben om een formeel geschil als dit aan te vechten. Mocht ik meer lef hebben dan zou ik daar aan toevoegen: "en de economie een zetje te geven door juristen, magistratuur en zo meer werk te verschaffen."

Rudi in zijn Meyra Optimus IIUiteindelijk heb ik van de rechter over de ganse lijn GELIJK gekregen. Zodat ik sinds een aantal dagen met een nieuwe rolstoel rond rijd. Hiernaast te zien. De ogen schijnbaar gesloten houden is klaarblijkelijk een gewoonte van me. Weliswaar enkel als ik wordt gefotografeerd. Tijdens het rijden houd ik ze steeds spiedend geopend!

Ben ik nu blij? Neen. Want deze rolstoel, waar ik dagdagelijks gemiddeld 15 uur in doorbreng, heb ik kunnen kiezen uit slechts 3 modellen. Uiteraard worden er meer verschillende modellen gefabriceerd. Maar die hebben geen RIZIV-goedkeuring, een voorwaarde om een tussenkomst van deze organisatie te bekomen. Over de manier van samenstellen van de lijst der hulpmiddelen die voor een gedeeltelijke terugbetaling in aanmerking komen, heb ik ook mijn bedenkingen, maar daar ga ik hier geen woorden aan vuil maken. Want vuile woorden zijn vies. En van vieze dingen hou ik helemaal niet.

Inderdaad, je hebt het daarnet goed gelezen: 'gedeeltelijke' terugbetaling. Want, voor een immobiel persoon als ik nochtans onontbeerlijke opties zoals bijvoorbeeld elektrisch verstelbare beensteunen, worden als "luxe' beschouwd. In mijn geval betekent dit dat er een goeie 2.500 Euro aan voor mij noodzakelijke opties, uit eigen zak dient te worden betaald. Tenzij het Vlaams Agentschap voor personen met een handicap, het VAPH, vroeger bekend als 'het Vlaams Fonds', wil tussenbeide komen. Laat het me hopen!

Gisteren kreeg ik als toemaatje vanwege mijn advocaat een 'staat van erelonen en onkosten' in deze zaak. Maar liefst een kleine 3.100 Euro. Waarvan de tegenpartij door de rechter veroordeeld werd tot het betalen van een belachelijke som van 248,64 Euro rechtsplegingvergoeding. Een bedrag waarvoor een beetje advocaat nog niet eens het bed uit komt.

Begrijp me dus helemaal niet verkeerd. Mijn advocaat rekent me geen Euro te veel aan. Maar deze zaak toont eens te meer aan hoe ONRECHTVAARDIG deze rechtsstaat is. Want ik ben meermaals de verliezende partij. Jarenlang heb ik mij slechts uiterst beperkt kunnen verplaatsen. Dat ik vroeg of laat gelijk ging krijgen stond voor mij vast, gezien het sterk en sluitend dossier. Maar de onzekerheid over het 'wanneer' en wat het uiteindelijk zou kosten zorgde voor een zware psychische druk. En vooral de beperkte verplaatsingsmogelijkheden met mijn kroost baarde mij zorgen. En nu ik terug mobiel ben zijn mijn kinderen pubers, die er inmiddels geen behoefte meer aan hebben om met hun vader van hot naar her te rijden. De verloren jaren kunnen dus nooit meer worden gerecupereerd.

Het inkrimpen van mijn uitkering had gevolgen voor de financiële situatie van ons gezin. En wel in die mate dat mijn echtgenote een extra job aanvatte. Want we moesten inmiddels toch rondkomen! Nu de ziekenbond werd veroordeeld tot betaling van het ten onrechte niet uitgekeerde bedrag, zal dit allicht verloren moeite zijn geweest, want waarschijnlijk verdwijnt alles als belastinggeld in de staatskas.

Ook goed voor een ander is het feit dat mijn nieuwe rolstoel pas drie jaar na de voorziene hernieuwingtermijn werd afgeleverd. In plaats van binnen twee jaar opnieuw recht te hebben op een ander vehikel, moet het RIZIV mij dit nu pas vijf jaar van heden toestaan.

Waar is de vergoeding voor alle tijd en energie die ik noodgedwongen in dit dossier heb moeten steken. En voor alle slapeloze nachten? Voor de geleden morele schade? Voor de 1.500 Euro herstellingskosten aan mijn oude rolstoel die ik met eigen middelen heb moeten betalen. Uitgaven die er niet zouden geweest zijn als ik tijdig en rechtmatig had beschikt over een nieuw exemplaar. Heb ik er in deze zaak uiteindelijk iets bij gewonnen? Neen, slechts verkregen waar ik recht op had. Zonder extra's. Althans niet in de positieve zin. Waar moet ik trouwens dat geld om mijn advocaat te betalen vandaan toveren? De meeste mensen maken zich momenteel op om op reis te gaan. Mijn gezin kan beginnen bezuinigen en sparen voor de Euro's om mijn raadsman te betalen voor het behandelen van een kwestie die er nooit één had mogen zijn. Pesterijen om de sociaal zwakken klein te houden, noem ik het! Justitie is enkel goed en betaalbaar voor de rijken.

En hoe zit het met de tegenpartij? Die verlaat met opgeheven hoofd, zonder scrupules en straffeloos het strijdtoneel! Die hebben immers niks gewonnen, maar ook niks verloren. En worden niet gesanctioneerd voor de fouten die ze maakten. Dat beetje gerechtskosten is een peulschil voor zulk een organisatie. En het zijn bovendien hun leden die er gezamenlijk voor opdraaien, dus wat zou het hen deren...?

Ben ik boos? Neen, helemaal niet. Woedend ben ik! Met recht en rede, mijn gedacht! En moest ik weten dat dergelijk onrecht enkel mij werd aangedaan, dan zou ik er mij nog mee kunnen verzoenen. Het is nu eenmaal een feit dat ik een schlemiel ben, een pechvogel pur sang, Dat voortdurend tegenslag hebben is mijn niet te ontlopen lot, en daar leef ik mee. Ongefrustreerd, maar gelaten, volgens mij de aangewezen manier om met dergelijk gegeven om te gaan.

Jammer genoeg ben ik evenwel NIET de enige persoon die dergelijke schandalige onbillijkheid te beurt valt. Al te vaak komt het voor en veel te veel mensen ondergaan een soortgelijk lot. En gaan psychisch, fysisch en/of financieel  ten onder aan hetgeen hen onterecht wordt aangedaan! Als dit de democratie is, dan kan ik enkel concluderen dat deze, zoals de ongewassen kloten van een hond, danig stinkt!

En doen 'onze' politici er daadwerkelijk iets aan om dergelijke onrechtvaardigheden uit ons rechtssysteem te bannen? Neen, zo blijkt uit de praktijk. Of althans veel te weinig. "We willen wel, maar we kunnen niet" is een vaak gehoorde uitspraak. Tja, als zij het niet kunnen, wie dan wel?

Ondertussen vult het klootjesvolk gedwee een bolletje op achter de koeketine die zichzelf op haar voordeligst aanprijst op de verkiezingsaffiches of de kandidaat die het meest rad van tong is en er daardoor veelal in slaagt de mensen een rad voor de ogen te draaien. Het staat elkeen vrij mij van het tegendeel bewijs te leveren. In voorkomend geval zal ik met graagte mijn mening herzien en mijn excuses aanbieden.