08-03-10

Het leven zoals het is

 

Euro's - 012a (kleiner)Vorige week was ik aanwezig in een bankkantoor waar ik tot dan toe niet als klant was gekend. De reden van mijn bezoek aldaar was het openen van een bankrekening. Zonder slag of stoot ging dat niet. Want het computersysteem weigerde in eerste instantie, en ook in tweede, mijn identiteitsgegevens te bewaren, die via mijn in een kaartlezer gestopte identiteitskaart, op het computerscherm verschenen.

Bijgevolg dienden mijn gegevens op de conventionele manier te worden ingebracht. Zijnde het inscannen van de beide zijden van mijn elektronische identiteitskaart en van mijn handtekening. Waar serieus wat tijd in kroop. Wat ik dacht in een kwartiertje geregeld te krijgen, nam uiteindelijk drie keer zoveel tijd in beslag!

En mensen, wat een massa papier ging er bij deze handeling verloren. Die registratiepapieren, in drie exemplaren, het afdrukken van de voorwaarden en zo meer. Ecologisch gezien betekent het openen van een bankrekening op zulk een manier, ernstige roofbouw op de natuur. Papier, inkt, elektriciteit... Mijn ecologische voetafdruk bedraagt alweer een maatje meer. Helaas! Maar gedane zaken nemen geen keer, dus ga ik me voor de rest niet druk maken over dit feit.

Wat ik enigszins raar vind is dat de dame die deze formaliteiten vervulde, gegevens wou over mijn inkomen, wou weten welke inkomsten er op die net geopende rekening zullen worden gestort en ze me daarenboven, weliswaar vriendelijk, doch enigszins dwingend, de vraag stelde of ze mocht weten wat ik van plan ben om met die rekening aan te vangen.

Waarschijnlijk is dit een routinevraag, maar ze kwam bij mij nogal raar over. Alsof bijvoorbeeld een dakwerker zal zeggen dat hij op zijn nieuwe bankrekening zijn uit zwartwerk verkregen inkomsten zal storten. Of een witte boord crimineel zal verklaren dat hij er zijn frauduleus verkregen gelden op zal parkeren. Of een drugsbaas aan een bankbediende zal bekennen dat hij net een rekening opende om er de opbrengsten van zijn drugstrafiek op onder te brengen.

Voorts vind ik zulk een vraag een ernstige inbreuk op de privacy. Stel je voor dat ik aan een sollicitant, die zich bij mij aandient voor een openstaande vacature, zou vragen wat de  kandidaat zinnens is om aan te vangen met het geld dat zij of hij bij een eventuele aanwerving, bij mij kan verdienen? Ik zou ongetwijfeld nogal een hevige reacties krijgen. En mogelijks niemand vinden om voor me werken. Terecht, overigens!

Maar ik hield me, in tegenstelling tot wat mijn gewoonte is, gedeinsd. Dat ganse gedoe met al die paperassen had al zo veel tijd gekost, dat ik geen zin had om er nog meer te verspillen door een nutteloze discussie aan te gaan met iemand die vast enkel uitvoerde wat haar overste haar heeft opgedragen.

Toen die vrouwelijke bankbediende alle verkregen data opsomde riep in haar op een gegeven moment even halt toe. Want bij burgerlijke stand had ik gehoord 'ongehuwd'. Terwijl ik officieel wel al sinds 1993 ben getrouwd. Die status wijzigen was volgens de bankbediende evenwel onmogelijk, omdat het gegeven zo van mijn identiteitskaart werd gelezen. Vreemd...

*****

Enkele dagen voordien had de, volgens de aan mijn identiteitskaart gekoppelde data, niet bestaande echtgenote, op mijn herhaald verzoek, mijn nog, in wat vroeger onze gezamenlijke slaapkamer op de eerste verdieping was, aanwezige kledij, in een grote doos en een dito geruite verhuiszak gestopt. Zodat ik ze elders, in een voor mijn assistenten toegankelijke ruimte, zou kunnen onderbrengen.

Brian in papa's outfitTerwijl ikzelf in de woonkamer zat, op het gelijkvloers, zoals vaak voor mijn computer, was zoon Brian blijkbaar toevallig getuige van de activiteiten van zijn ma. Want ik hoorde hem plots, door het houten vloer annex plafondgewelf uitroepen 'awesome!' (formidabel!). Waarna ik hem van de, ook al houten, trap hoorde naar beneden denderen. Waar even later de deur tussen onze hal en de woonkamer open vloog, en mijn zoon door het deurgat de kamer binnen stormde. Uitgedost in een beige broek die ooit tot mijn zondagse outfit behoorde en mijn, uit een ver verleden afstammende, zware zwartlederen motorvest.

Uitgelaten en blij stond de jongen daar te draaien, zich te showen voor mij en voor zichzelf. Dat laatste was mogelijk door de weerspiegeling van zijn gedaante in het glas van een manshoge vitrinekast die in onze living staat opgesteld. Brian had deze kledij gegraaid uit die door mij ter beschikking gestelde doos. Ooit de stevige kartonnen verpakking van een groot computerbeeldscherm.

Een dag later heb ik, met de praktische hulp van mijn assistente, alle overgebleven kledij van vroegere jaren eens aan mijn gezichtsveld laten passeren en er de items uitgehaald waarvan ik vermoedde dat ze mijn kinderen zouden passen en waarin ze mogelijks zouden kunnen geïnteresseerd zijn om ze aan hun garderobe toe te voegen.

In de avonduren heb ik hen die kledingvoorraad dan naar de woonkamer laten brengen. En mochten ze hun keuze maken. Wat me een verkleedschouwspel bezorgde dat aangenaam was om te zien.

*****

Het weerzien van een deel van mijn kledij van een tijd geleden, deed me terugdenken aan mijn favoriete kledingstukken van nog vroeger. In de decade tussen mijn vijftiende en mijn vijfentwintigste levensjaar droeg ik graag strakke, nauw om het lijf spannende broeken. Waarvoor je plat achterover op je bed moest gaan liggen om ze aan te trekken. En je buik diende in te trekken om de rits gesloten en de broeksknop dicht te krijgen.

Meestal droeg ik jeans. Maar af en toe kon ook een uit een andere textielstof vervaardigde pantalon, mij bekoren. Zo had ik, ten tijde van mijn voorlaatste jaar aan de middelbare school, een witte broek. Die enkel ter hoogte van mijn onderbenen enige ruimte vrij liet tussen het kledingstuk en mijn huid.

Op het einde van het schooljaar had ik mij vrijwillig aangemeld om ter voorbereiding van het opendeur weekend, op een vrije namiddag, het elektronicalokaal van onze school op te ruimen en enigszins aantrekkelijk in te richten. De klus was bijna geklaard toen ik mij hurkte om iets op te heffen en bij deze handeling de achterkant van mijn strakke witte broek hoorde en voelde scheuren.

Snel stelde ik me recht en voelde met mijn beide handen aan mijn bibs. Mijn broek was netjes in twee gescheurd, over de gehele lengte van mijn bilspleet! Nog een geluk dat ik die ochtend een propere onderbroek had aan getrokken. Want mijn twee klasgenoten, met wie ik de werkzaamheden verrichtte, waren op het geluid van die scheurende stof en mijn daarop aansluitend gevloek afgekomen en keken grinnikend naar mijn zitvlak.

Short skirt girl on bicycle - 001Gelukkig droeg ik een lange zwarte gebreide wollen trui, die ik zo ver als enigszins mogelijk was, over mijn poep trok om de averij zoveel als mogelijk aan het zicht van anderen te onttrekken. Volgens mijn nog steeds glimlachende maten lukte dat op die manier vrij goed.

Het afwerken van de klus in het labo liet ik over aan hen en de leerkracht die poolshoogte kwam nemen, maar aan wie ik niks over mijn gescheurde broek vertelde. Aangezien ik me er eigenlijk een beetje voor schaamde.

Spiedend stapte ik over de verlaten speelplaats, richting de boom aan de uitgang, waar ik mijn moeder haar fiets had gestald. Het gebeurde wel vaker dat ik mijn ma haar tweewieler gebruikte op momenten dat ze hem kon missen. Dat, als gevolg van de opbouw van het tweewielig vervoermiddel verplicht voorover gebogen zitten op een herenfiets vond ik immers niet zo leuk. Vandaar dat ik me liever met een damesfiets verplaatste.

Wat me nu trouwens ook uitermate goed uitkwam. Want gezeten op mijn mannenfiets had ik, tijdens de 8 kilometer lange rit huiswaarts, mijn billen nooit geheel kunnen onttrekken aan het zicht van eventuele passanten. Wat me, gezeten op mijn ma haar fiets, wel redelijk lukte. In een zo rechtop zittende houding als enigszins mogelijk was, wisselde ik voortdurend van hand om het stuur vast te houden, zodat ik met de vrije hand mijn omhoogschuivende trui naar beneden kon trekken. Allicht heb ik toen kunnen ervaren hoe het aanvoelt als je als meisje, met een ultra kort jurkje of rokje aan, met je onderbroek op het fietszadel zit.

Daar denk ik nu aan. Want toen was al mijn aandacht gericht op de vrees om bekenden tegen te komen die zouden merken wat er met mijn broek aan de hand was. En voor schut staan en mogelijks de dagen nadien door de halve schoolbevolking of een kwart van mijn dorpsgenoten uitgelachen worden, daar had ik als tiener totaal geen zin in.

09-01-10

Belevenissen in het UZ – Een beetje tipsy

  

CLNR - 000Een revalidatiegenoot, die in het centrum verbleef omdat hij een voet, onderbeen en knie was kwijtgeraakt, alle drie de lichaamsdelen gelukkig van dezelfde lichaamszijde, had mij en enkele andere revalidatiegenoten uitgenodigd om na het middagmaal in zijn kamer een glas te komen drinken.

Als ik het mij goed herinner was die man zijn ledemaat kwijt geraakt bij een arbeidsongeval. Vandaar allicht dat hij de privilege had in een eenpersoonskamer te mogen verblijven. Dat zal waarschijnlijk wel in de polis van de ongevallenverzekering van zijn werkgever zijn voorzien geweest. En de kerel kon er maar wel bij varen. Want enige privacy vermindert toch het ongemak van het verblijf in een verzorgingsinstelling.

Een uitnodiging om wat geestrijke drank in mijn lichaam te kappen, dat sloeg ik uiteraard niet af. Bovendien rekende ik erop dat het een leuk onderonsje zou worden. Het kliekje dat de brave man had geïnviteerd was gewoonlijk al een vrolijke bende. En eens we wat alcohol in ons bloed zouden hebben, werden we vast nog plezanter!

Na het eten spoedde ik me dus, al rollend uiteraard, naar die kerel zijn kamer. En kwam daar toch niet als eerste aan, want er stond al volk aan de deur. Op het punt naar binnen te gaan. Ik rolde achter hen aan de kamer in. Waar we niet in de ruimte zwommen, want onder de gasten, een vijftal, denk ik, zowel van vrouwelijke als van mannelijke kunne en van diverse leeftijden, zat het merendeel in een rolstoel. Maar enkel ik in een elektrische.

Fles Cointreau - 000Mijn maat was goed voorzien in zijn eenpersoonskamer. Hij toverde enkele borrelglaasjes uit een kast. Uit het koelkastje naast zijn bed, haalde hij ijsblokjes en uit nog een andere kast toverde hij een fles Cointreau te voorschijn. Een Franse likeur met een alcoholpercentage van 40%. Een drank die vaak als bestanddeel in cocktails wordt gebruikt. Maar wij zouden het spul puur drinken. Met, voor wie dat wou, enkele ijsblokjes er bij in het glas.

Alleen al de geur die vrijkwam bij het geroutineerd openen van de fles door onze gabber, deed ons reeds goesting krijgen. De glazen werden gevuld en er werd geklonken op de vriendschap, een voorspoedige evolutie van onze revalidatie en een goeie start van onze voor nadien geplande activiteiten.

En het werd nog beter! Onze revalidatievriend haalde uit een boodschappentas die op zijn bed stond, een zak toasten naar boven. En kwam, uit zijn koelkastje, ook met een stuk boerenpaté voor de dag. Waarvan een dikke laag op elk van de toastjes werd gesmeerd. Lekker! En welgekomen, want ik begon, van de drank, al wat duizelig te worden.

Zo zaten we daar te genieten van spijs en drank en elkaars gezelschap. En werd er honderduit gepraat over heden, verleden en vooral de toekomst. Wat onze plannen waren voor na de revalidatie. Onze hoop, verlangens, maar ook onze angst. Alles werd ten berde gebracht. De geestrijke drank, die inmiddels reeds door onze aders stroomde, stimuleerde uiteraard de openheid van ons gesprek.

Man, dat was genieten! Gezelligheid alom. Maar hoe prettig we ons samenzijn ook vonden, we dienden er een eind aan te maken, om onze namiddagactiviteiten aan te kunnen vatten. Bij mij was dat op de eerste plaats een afspraak bij de bandagist, samen met mijn revalidatiearts!

Toen ik dat aan mijn lotgenoten vertelde, barstten ze allen samen uit in lachen. Beneveld door de inhoud van mijn, door de gastheer, geregeld gretig bijgevuld glas Cointreau, was ik immers zelf ook nogal lacherig geworden, en zag ik er naar verluidt niet meer erg fris uit. Bovendien zou, volgens hen, mijn adem ook vast naar de geconsumeerde drank ruiken!

Verdorie toch! Moest ik nu juist vandaag een afspraak met de dokter hebben? Onze traktant had evenwel klaarblijkelijk ervaring in het verdoezelen van een (lichte) beschonkenheid. Hij gaf direct een stukje kauwgum aan me, om op te knabbelen, zodat alvast de drankgeur werd weggemoffeld. Maar ik at volgens hem best ook eerst nog een toastje, om die opkomende slaperigheid te verminderen. En ook eventjes buiten wat frisse lucht gaan opsnuiven zou in deze vast helpen.

Koe - 000.jpeg (klein)Ik volgde de man zijn goede raad op. En verorberde dus nog een laatste, super lekker toastje met een dikke laag, zeer smaakvolle paté en stak vervolgens een stukje kauwgum in mijn mond. De smaak van het knabbelblokje was aardbei. Dat viel dus nog best mee. Toch begin ik er  met enige tegenzin op te knabbelen, want dat kauwen laat ik doorgaans liever over aan de runderen, schapen, geiten en de overige herkauwers onder de zoogdieren.

De gasten dankten elkaar voor de fijne babbel en het aangenaam gezelschap en de gastheer daarbovenop ook voor de uitnodiging, het ter beschikking stellen van zijn tijdelijke woonplaats en de door hem geserveerde lekkere drank en belegde beschuitjes.

Ontzettend licht in mijn hoofd reed ik, na het verlaten van mijn maat zijn kamer, de gang in en trachtte in een rechte lijn naar de uitgang te rijden. Waar ik dankzij de automatisch openschuivende deuren, zonder de hulp van derden, naar buiten geraakte. Alwaar een aantal revalidatiecentrumbewoners een sigaret zat te roken. Om frisse lucht op te snuiven moest ik dus wat verder rijden, tot aan de autoweg, die binnen het universitair ziekenhuisterrein de verschillende gebouwen bereikbaar maakt.

Al kauwend reed ik een vijftal minuten later terug het centrum binnen. Iets minder licht in het hoofd, maar wel lichtjes zigzaggend. Want mijn coördinatie had toch wat te lijden onder mijn licht benevelde toestand. Maar toch geraakte ik, zonder ergens tegenaan te botsen, tot aan het dokterkabinet. Het geluk stond voor één keer aan mijn zijde. De secretaresse van de revalidatiearts meldde me dat haar overste was weggeroepen voor een dringende interventie. Waardoor ik op mijn eentje naar de bandagist mocht 'gaan'.

Drunk smiley - 000Dat 'gaan' werd een zwalpend rijden. Maar ook nu reed ik niemand onder de voet en botste ik nergens tegenaan. Nochtans niet eenvoudig in enigszins duizelige toestand en met een wazig zicht. Want in de gang die ik doormoest stonden er her en der stoelen tegen de wand, sommige met een persoon op, andere onbezet en ook nog wel wat andere obstakels, doorgaans medische hulpmiddelen. Voorts was er daar inmiddels ook al heel wat volk in beweging. Zowel residenten van het revalidatiecentrum als ambulante patiënten. Rolstoelers, personen met één of twee krukken, met een rollator...

Gelukkig hoefde ik aan het atelier niet te wachten op de bandagist, want anders was ik ongetwijfeld ter plaatse in slaap gevallen. De man was reeds aanwezig en onmiddellijk beschikbaar om met mij de reden van mijn komst te bespreken. En ik slaagde er wonderwel in om mezelf, gedurende het ganse onderhoud, wakker en deftig te houden.

Ru(sh)di(e), 9 januari 2010.

De ganse serie 'Belevenissen in het UZ', kan je lezen via deze website

26-03-09

Zeiken

 

Plassende man - 000 (klein)Als overredingsmiddel om de door mij, en vele anderen zeer gewaardeerde collega-blogger MizzD met haar Hollandse Nieuwe ! bij ons te houden, heb ik haar beloofd om zo nu en dan een foto van een halfnaakte jonge knappe man op mijn eigen weblog te plaatsen.

Belofte maakt schuld. Maar afbeeldingen tonen van knappe halfgoden van mannelijke kunne, dat strookt niet echt met mijn interesses. En ik heb trouwens ook liever niet dat de mensen een verkeerd gedacht van me krijgen. Knipogen

Dus ging ik op zoek naar een aanleiding en rechtvaardiging voor het op mijn blog plaatsen van Peeing boy - 000 (klein)die gozers. En ik heb ze gevonden! In de overpeinzing die aanvangt in de alinea na de volgende.

MizzD, Moeder Overste, Veerle en alle andere liefhebbers van mannelijk schoon: ik hoop dat de hier getoonde gasten, naar jullie normen. mooi genoeg zijn! Oké, die ene heeft nog veel kleren aan, maar zijn armen zijn onbedekt en hij heeft een blote... kop! Dat compenseert, niet? En die andere bink is super jong, geheel naakt en... schattig, hé?! Met zijn blonde krulletjes. Knipogen

Als je in een lichamelijke toestand terechtkomt, zoals de mijne, dan geraak je doorgaans de meeste, zo niet al je vroegere kameraden kwijt. En is het ontzettend moeilijk om nieuwe maten te vinden en te behouden. Niet omwille van een gebrek aan durf of onmondigheid. Neen, louter omwille van je fysieke toestand!

Enerzijds omdat je niet kan deelnemen aan activiteiten waarvoor je belangstelling hebt, en waarbij je gewoonlijk in contact zou komen met personen die je interesses delen. Bij mij is dat ondermeer hardlopen, dansen, stappen, op stap gaan... Anderzijds door je verplaatsingsproblematiek, het toegankelijkeidsvraagstuk en je afhankelijkheid van derden.

Plassend jongentje (klein)Als ik  al eens door iemand wordt uitnodigt om samen ergens heen te gaan, dan heb ik dus in eerste instantie af te rekenen met mijn gebrek aan aangepast vervoer,  vervolgens rijst de vraag naar de toegankelijkheid van onze bestemming en tot slot is er het feit dat ik niet op mijn eentje kan plassen.

Net zoals dat ventje hiernaast, doe ik dat, met de hulp van iemand anders, in een kan. En, bij gebrek aan een toegankelijk toilet, ook dikwijls semipubliekelijk! Maar doorgaans niet met zulk een sexy toeschouwers! Lachen

Dus als ik uitga dien ik ofwel die periode in tijd te beperken, zodat ik thuis ben tegen dat mijn blaas wil geledigd worden, ofwel iemand mee vragen om me te assisteren, wat de privacy enorm beperkt. En hoe dan ook is het aangeraden om voor en tijdens het uitgaan weinig tot niks te drinken.

Inderdaad, plezant en gezellig is anders! Maar als er mij iemand mee uitvraagt voor één of andere voorstelling of evenement, dan kan ik toch moeilijk zeggen: "Ja, akkoord, als je belooft mijn penis vast te houden als ik moet plassen!" Eerlijk gezegd, als iemand mij, 10 jaar geleden, voor een dergelijke keuze had gesteld, dan weet ik ook niet wat ik zou hebben geantwoord. Misschien dat ik me plotsklaps zou hebben herinnerd dat ik die dag eigenlijk niet kon uitgaan, want dat mijn kat elk moment kon bevallen en dat ik daar dan best aanwezig bij zou zijn. Terwijl ik niet eens een poes heb!

Of mogelijks wachtte ik tot net na het afgesproken tijdstip, om dan te bellen met de melding dat ik er jammer genoeg niet zou geraken omdat de auto niet wou starten, of omdat mijn vrouw er dringend en onverwacht met het vehikel was vandoor gegaan! Of dat we beiden urgent naar de kliniek moesten omdat mijn schoonmoeder ongelukkig ten val was gekomen toen ze in het donker op weg was naar de stal om haar dwergkonijntjes eten geven! Of gewoonweg niet gaan en hem de volgende dag opbellen en verbolgen verklaren dat ik op een bepaalde (andere dan afgesproken) plaats had staan wachten, en boos vragen waarom hij niet was komen opdagen?!

We kunnen om onze beperkingen, en de jammerlijke gevolgen daarvan, maar beter af en toe eens hartelijk lachen, in plaats van dat we er gefrustreerd om zouden zijn! Lachen

Tot wie zich geroepen voelt om met adviezen voor de dag te komen voor een alternatieve plasmethode, anders dan puur natuur, zeg ik bij voorbaat: neen, bedank! Knipogen En alle hulpmiddeltjes en incontinentiemateriaal die te verkrijgen zijn, heb ik ter mijne beschikking of ben ik van op de hoogte, dus ook daaromtrent heb ik geen raadgevingen nodig! Knipogen

Het filmpje hieronder heeft elkeen van jullie allicht reeds eerder gezien, doch ik wil niet nalaten het hierbij nog eens te publiceren, omdat het heel nauw aansluit bij het onderwerp van deze blog.

 

 

>>> Wie de afbeeldingen in een groter formaat wenst te zien, dient enkel eens met de cursor op het prentje te gaan staan en dan op de linker muisknop te klikken <<<

17-12-08

Kraantjeswater

Met dat voorval, waarbij eerder deze week een deel van mijn Oost-Vlaamse medeburgers zonder stromend water kwamen te zitten, 'borrelden' een heleboel herinneringen bij me naar boven.

Ouderlijk huis

Mensen die in de laatste twee decennia zijn geboren kunnen zich dat allicht niet voorstellen, maar ik dateer nog uit een periode waarin stromend water uit de kraan nog niet in elk huishouden beschikbaar was. Tot aan mijn Plechtige Communie woonden mijn ouders, met hun vier kinderen, in een huisje van meer dan een eeuw oud.

Waarin ik trouwens altijd graag heb gewoond. Zo ook de mussen die onder de pannen huisden, en de muizen, die spijts alle klemmen en vergif, toch warme nestjes bouwden op de zolder van mijn ouderlijk huis.

Mijn ouders hadden een eigen kamer. Mijn zeven jaar jongere broer sliep in een door mijn oom gemaakt houten bedje, dat stond opgesteld aan het voeteinde van het ouderlijk bed. Mijn twee oudere zussen sliepen samen in een kamer die onze pa op een deel van de zolder, met wat platen, in elkaar had getimmerd. Zelf sliep ik de hoek van een ruimte die vanuit de wooukamer wat toegang verschafte tot mijn ouders hun kamer, dienst deed als voorraadruimte, en waarin teven een robuuste, bruin geverfde houten trap stond, die ons toegang verschafte tot de zolder. Privacy nihil, dus, maar dat deerde me als kind niet echt. En in die tijd was rekening houden met de nood van elkeen, aan een eigen plekje, niet zo evident. Als jongeman was ik tevreden met mijn afgeleefd witgeverfd ijzeren bed en de drie geërfde houten kastjes die in mijn slaapruimte stonden. Waarvan evenwel enkel het nachtkastje, en één lade van de grootste kast, voor mijn spullen mocht gebruikt worden. De rest was ingepalmd door bezittingen van mijn huisgenoten.

Handpomp

In onze kleine huiskamer was net plaats genoeg voor een kolenvuur, een dressoir, een glazen kast, een tafel met zes stoelen, een driezit zetel, een kastje met een zwart/wit Tv op, en daar tegenover, een Fluitketel (klein)aftandse zetel, mijn favoriete plek! De ruimte daarnaast was ons achterhuis, wat men nu keuken zou noemen. Ook daarin stond een tafel met zes stoelen er rond, een manshoge diepvrieskast, en een kookvuur op gas. De bidon stond er naast! Voorts een meubel met kastjes en schuiven, waarin alle keukenspullen een plaatsje hadden. En niet te vergeten onze pompsteen, met daarnaast de handpomp. Want als wij water nodig hadden, moesten wij het oppompen uit onze waterput. Koud water dus. Als er nood aan was om het te verwarmen, bijvoorbeeld om ons te wassen of om de afwas te doen, dan deden we dat door een moor met een fluitje, op het vuur te zetten. Als het water kookte, dan werd je daarvan verwittigd door het gefluit van die waterketel. Nu zijn die fluitkerels terug 'in' als leuk retro gadget. Bij ons was dat ding toen evenwel bittere noodzaak! Dat waren nog eens plezante, oergezellige tijden! En met ons zessen leefden wij zo tot eind de jaren zeventig.

Voor wie het zich mocht afvragen: een aansluiting op het elektriciteitsnet hadden we toen al. Maar om naar het toilet te gaan moesten we in de stal zijn. Tegen de muur van onze stalling hing een pisbak. En ernaast, achter een groene houten lattendeur, waarin op ooghoogte een klein verluchtingsgaatje was gezaagd, in hartvorm, bevond zich ons kleinste huisje. Een aalput met een omgekeerde kist erboven, waarin een rond gat was gemaakt. En dat na gebruik van het 'toilet', werd afgesloten door een deksel in eenzelfde vorm, met een handvat aan.