08-03-10

Het leven zoals het is

 

Euro's - 012a (kleiner)Vorige week was ik aanwezig in een bankkantoor waar ik tot dan toe niet als klant was gekend. De reden van mijn bezoek aldaar was het openen van een bankrekening. Zonder slag of stoot ging dat niet. Want het computersysteem weigerde in eerste instantie, en ook in tweede, mijn identiteitsgegevens te bewaren, die via mijn in een kaartlezer gestopte identiteitskaart, op het computerscherm verschenen.

Bijgevolg dienden mijn gegevens op de conventionele manier te worden ingebracht. Zijnde het inscannen van de beide zijden van mijn elektronische identiteitskaart en van mijn handtekening. Waar serieus wat tijd in kroop. Wat ik dacht in een kwartiertje geregeld te krijgen, nam uiteindelijk drie keer zoveel tijd in beslag!

En mensen, wat een massa papier ging er bij deze handeling verloren. Die registratiepapieren, in drie exemplaren, het afdrukken van de voorwaarden en zo meer. Ecologisch gezien betekent het openen van een bankrekening op zulk een manier, ernstige roofbouw op de natuur. Papier, inkt, elektriciteit... Mijn ecologische voetafdruk bedraagt alweer een maatje meer. Helaas! Maar gedane zaken nemen geen keer, dus ga ik me voor de rest niet druk maken over dit feit.

Wat ik enigszins raar vind is dat de dame die deze formaliteiten vervulde, gegevens wou over mijn inkomen, wou weten welke inkomsten er op die net geopende rekening zullen worden gestort en ze me daarenboven, weliswaar vriendelijk, doch enigszins dwingend, de vraag stelde of ze mocht weten wat ik van plan ben om met die rekening aan te vangen.

Waarschijnlijk is dit een routinevraag, maar ze kwam bij mij nogal raar over. Alsof bijvoorbeeld een dakwerker zal zeggen dat hij op zijn nieuwe bankrekening zijn uit zwartwerk verkregen inkomsten zal storten. Of een witte boord crimineel zal verklaren dat hij er zijn frauduleus verkregen gelden op zal parkeren. Of een drugsbaas aan een bankbediende zal bekennen dat hij net een rekening opende om er de opbrengsten van zijn drugstrafiek op onder te brengen.

Voorts vind ik zulk een vraag een ernstige inbreuk op de privacy. Stel je voor dat ik aan een sollicitant, die zich bij mij aandient voor een openstaande vacature, zou vragen wat de  kandidaat zinnens is om aan te vangen met het geld dat zij of hij bij een eventuele aanwerving, bij mij kan verdienen? Ik zou ongetwijfeld nogal een hevige reacties krijgen. En mogelijks niemand vinden om voor me werken. Terecht, overigens!

Maar ik hield me, in tegenstelling tot wat mijn gewoonte is, gedeinsd. Dat ganse gedoe met al die paperassen had al zo veel tijd gekost, dat ik geen zin had om er nog meer te verspillen door een nutteloze discussie aan te gaan met iemand die vast enkel uitvoerde wat haar overste haar heeft opgedragen.

Toen die vrouwelijke bankbediende alle verkregen data opsomde riep in haar op een gegeven moment even halt toe. Want bij burgerlijke stand had ik gehoord 'ongehuwd'. Terwijl ik officieel wel al sinds 1993 ben getrouwd. Die status wijzigen was volgens de bankbediende evenwel onmogelijk, omdat het gegeven zo van mijn identiteitskaart werd gelezen. Vreemd...

*****

Enkele dagen voordien had de, volgens de aan mijn identiteitskaart gekoppelde data, niet bestaande echtgenote, op mijn herhaald verzoek, mijn nog, in wat vroeger onze gezamenlijke slaapkamer op de eerste verdieping was, aanwezige kledij, in een grote doos en een dito geruite verhuiszak gestopt. Zodat ik ze elders, in een voor mijn assistenten toegankelijke ruimte, zou kunnen onderbrengen.

Brian in papa's outfitTerwijl ikzelf in de woonkamer zat, op het gelijkvloers, zoals vaak voor mijn computer, was zoon Brian blijkbaar toevallig getuige van de activiteiten van zijn ma. Want ik hoorde hem plots, door het houten vloer annex plafondgewelf uitroepen 'awesome!' (formidabel!). Waarna ik hem van de, ook al houten, trap hoorde naar beneden denderen. Waar even later de deur tussen onze hal en de woonkamer open vloog, en mijn zoon door het deurgat de kamer binnen stormde. Uitgedost in een beige broek die ooit tot mijn zondagse outfit behoorde en mijn, uit een ver verleden afstammende, zware zwartlederen motorvest.

Uitgelaten en blij stond de jongen daar te draaien, zich te showen voor mij en voor zichzelf. Dat laatste was mogelijk door de weerspiegeling van zijn gedaante in het glas van een manshoge vitrinekast die in onze living staat opgesteld. Brian had deze kledij gegraaid uit die door mij ter beschikking gestelde doos. Ooit de stevige kartonnen verpakking van een groot computerbeeldscherm.

Een dag later heb ik, met de praktische hulp van mijn assistente, alle overgebleven kledij van vroegere jaren eens aan mijn gezichtsveld laten passeren en er de items uitgehaald waarvan ik vermoedde dat ze mijn kinderen zouden passen en waarin ze mogelijks zouden kunnen geïnteresseerd zijn om ze aan hun garderobe toe te voegen.

In de avonduren heb ik hen die kledingvoorraad dan naar de woonkamer laten brengen. En mochten ze hun keuze maken. Wat me een verkleedschouwspel bezorgde dat aangenaam was om te zien.

*****

Het weerzien van een deel van mijn kledij van een tijd geleden, deed me terugdenken aan mijn favoriete kledingstukken van nog vroeger. In de decade tussen mijn vijftiende en mijn vijfentwintigste levensjaar droeg ik graag strakke, nauw om het lijf spannende broeken. Waarvoor je plat achterover op je bed moest gaan liggen om ze aan te trekken. En je buik diende in te trekken om de rits gesloten en de broeksknop dicht te krijgen.

Meestal droeg ik jeans. Maar af en toe kon ook een uit een andere textielstof vervaardigde pantalon, mij bekoren. Zo had ik, ten tijde van mijn voorlaatste jaar aan de middelbare school, een witte broek. Die enkel ter hoogte van mijn onderbenen enige ruimte vrij liet tussen het kledingstuk en mijn huid.

Op het einde van het schooljaar had ik mij vrijwillig aangemeld om ter voorbereiding van het opendeur weekend, op een vrije namiddag, het elektronicalokaal van onze school op te ruimen en enigszins aantrekkelijk in te richten. De klus was bijna geklaard toen ik mij hurkte om iets op te heffen en bij deze handeling de achterkant van mijn strakke witte broek hoorde en voelde scheuren.

Snel stelde ik me recht en voelde met mijn beide handen aan mijn bibs. Mijn broek was netjes in twee gescheurd, over de gehele lengte van mijn bilspleet! Nog een geluk dat ik die ochtend een propere onderbroek had aan getrokken. Want mijn twee klasgenoten, met wie ik de werkzaamheden verrichtte, waren op het geluid van die scheurende stof en mijn daarop aansluitend gevloek afgekomen en keken grinnikend naar mijn zitvlak.

Short skirt girl on bicycle - 001Gelukkig droeg ik een lange zwarte gebreide wollen trui, die ik zo ver als enigszins mogelijk was, over mijn poep trok om de averij zoveel als mogelijk aan het zicht van anderen te onttrekken. Volgens mijn nog steeds glimlachende maten lukte dat op die manier vrij goed.

Het afwerken van de klus in het labo liet ik over aan hen en de leerkracht die poolshoogte kwam nemen, maar aan wie ik niks over mijn gescheurde broek vertelde. Aangezien ik me er eigenlijk een beetje voor schaamde.

Spiedend stapte ik over de verlaten speelplaats, richting de boom aan de uitgang, waar ik mijn moeder haar fiets had gestald. Het gebeurde wel vaker dat ik mijn ma haar tweewieler gebruikte op momenten dat ze hem kon missen. Dat, als gevolg van de opbouw van het tweewielig vervoermiddel verplicht voorover gebogen zitten op een herenfiets vond ik immers niet zo leuk. Vandaar dat ik me liever met een damesfiets verplaatste.

Wat me nu trouwens ook uitermate goed uitkwam. Want gezeten op mijn mannenfiets had ik, tijdens de 8 kilometer lange rit huiswaarts, mijn billen nooit geheel kunnen onttrekken aan het zicht van eventuele passanten. Wat me, gezeten op mijn ma haar fiets, wel redelijk lukte. In een zo rechtop zittende houding als enigszins mogelijk was, wisselde ik voortdurend van hand om het stuur vast te houden, zodat ik met de vrije hand mijn omhoogschuivende trui naar beneden kon trekken. Allicht heb ik toen kunnen ervaren hoe het aanvoelt als je als meisje, met een ultra kort jurkje of rokje aan, met je onderbroek op het fietszadel zit.

Daar denk ik nu aan. Want toen was al mijn aandacht gericht op de vrees om bekenden tegen te komen die zouden merken wat er met mijn broek aan de hand was. En voor schut staan en mogelijks de dagen nadien door de halve schoolbevolking of een kwart van mijn dorpsgenoten uitgelachen worden, daar had ik als tiener totaal geen zin in.

20-09-09

Waarheen een toevallige ontmoeting mijn gedachten al niet leiden kan

 

Zon - 000 (klein)Met het prachtige nazomerweer waarop we de afgelopen dagen werden getrakteerd, liet ik geen enkel vrij moment of kans onbenut om buiten te vertoeven. Toen ik dondermiddag, onder een stralende zon, onderweg was, kwam er, voor ik een straat rechts wou inslaan, vanuit de andere richting een fietser aangereden, die me vriendelijk begroette, vooraleer net voor mij dezelfde straat in te rijden. Toen pas merkte ik dat het de oud-burgemeester van mijn woonplaats betrof. De man, die vast op weg was naar huis, kreeg van mij een hartelijke groet terug. "Leuk dat hij me nog herkent", dacht ik even. Want het was, naar ik mij herinnerde, toch reeds lange tijd geleden sinds we elkaar voor het laatst hadden gezien.

Maar onmiddellijk daarop realiseerde ik me dat die herkenning uiteraard vooral te wijten was aan die vier wielen onder mijn poep en de rest van dat prachtig toestel waarmee ik mij voortbeweeg. Het klinkt allicht ongeloofwaardig, maar toch is het zo dat ik vaak vergeet dat ik in een rolstoel zit.

Anderzijds gebeurt het soms dat ik voor het eerst met iemand afspreek en die persoon naar me toekomt, zeggend dat zij of hij me meteen herkende. Waarop ik dan reageer door te zeggen dat zulks niet moeilijk is. En terwijl die ander knikt en er een verlegen glimlach op diens gezicht verschijnt, zeg ik dan: "Door mijn lange haren, hé?!" Dan zie ik de gelaatsspieren van de persoon tegenover me in beweging komen en mijn gespreksgenoot denken, terwijl die ongemakkelijk op diens benen balanceert: "Zal ik het hem zeggen of niet?" Maar lang laat ik de vrouw of man in kwestie niet twijfelen, door snel zelf te zeggen: "En mijn rolstoel droeg allicht ook bij tot de herkenning?" Waarna we dan doorgaans beiden hartelijk lachen. En ook meteen het ijs is gebroken.

VosTja, een vos verliest zijn haren, maar niet zijn streken. Gelukkig dat eerste enkel figuurlijk, want ik zou niet graag vroegtijdig mijn weelderige haardos kwijt geraken. En deze integendeel zelfs het liefst behouden tot wanneer ik mijn laatste levensadem uitblaas. Een punt dat ik ooit al eens heel dicht benaderde, zoals hier valt te lezen.

Een vos ben ik overigens ook niet. Tijdens mijn jeugd was dit roofdiersoort ook niet te vinden in mijn geboortedorp. De enige vossen die daar toentertijd verbleven waren de gezinsleden van de in mijn toenmalige woonplaats residerende familie De Vos. Tegenwoordig is dat evenwel anders. In de velden en bossen achter mijn ouderlijk huis leven al sinds geruime tijd tal van vossen. En sinds enkele jaren ook herten. In 't wild, in de vrije natuur, hé! En die dieren planten zich daar vrolijk voort. Lachen

MammoetSabeltandtijgerWie weet komen er, door de opwarming van de aarde, daar, en elders, misschien ook wel opnieuw diersoorten tot leven, die reeds op aarde ronddwaalden voor de eerste ijstijd een aanvang nam. Maar die ongelukkigerwijs de laatste ijstijd niet overleefden. De mammoet bijvoorbeeld, of de sabeltandtijger.

Dat opwarmen van de aarde, daar hoef ik niet voor te vrezen. Mijn voeten verbranden aan die opwarmende aardkorst kan niet gebeuren, want mijn onwillige stappers staan op een voetplankje, op enige afstand van de grond, dus veilig. Alhoewel? Als mijn banden smelten... Maar laat me aan dat doemscenario niet denken.

Mijn geest laat me immers al vrezen voor die dus door de klimaatswijziging mogelijke heropstanding van gevaarlijke grote beesten Die blijven best nog even weg. Want ik heb schrik dat, als ik er, om wat voor reden dan ook, tijdens een boswandeling, zo één achter me aan krijg, ik mij nooit snel genoeg uit de voeten kan maken. Derhalve ben ik dus liefst, vooraleer dat die kolossen terug ten tonele verschijnen, de pijp uit. Lachen

30-04-09

Lijf- en andere straffen op school

 

School - StrafIn mijn jonge jaren hoorde lijfelijk en/of vernederend straffen op school, bij het opvoedkundig systeem. Als dat er tenminste toen al was. Want volgens mij heerste er eerder een sfeer van: "wie niet luisteren wil, moet voelen!" Als één van die kleine mannen in je klas niet wil luisteren, sluit hem dan op in het kolenhok. Houdt je leerling zijn mond niet, geef hem een mep, dan zwijgt hij wel!

Tegenwoordig mag dat niet meer. Klop geven, of een andere fysieke bestraffing, aan mensen die maar half zo groot, en heel veel jonger zijn dan hun leerkracht, past niet in de huidige onderwijscultuur. In de Leuvense Steinerschool weten ze dat nu ook. Die peinsden dat het kaderen ervan in een leerproject, lijfstraffen terug toelaatbaar maakte. Fout gedacht!

School ezelsoren (klein)Eigenlijk niet te geloven hoe snel alles evolueert. Toen ik een kleuter was, lagen de ezelsoren, die een kind kreeg opgezet als het niet wou luisteren of de ezel uithing, nog steeds in de juf haar kast. En ook de lange tong die babbelaars om de nek kregen gehangen lag daar nog. Maar gelukkig was het gebruik daarvan reeds sinds enkele jaren afgeschaft. Wat wel nog, maar eerder uitzonderlijk, gebeurde in dit wijkschooltje, was het even opsluiten in het kolenhok.

School - Straf (tong) (klein)Voor mijn tijd kon je in het schooltje ook het 1ste en het 2de leerjaar basisonderwijs volgen, maar toen ik er de kleuterschool doorliep, was er maar één klasje mee. Voor alle kleuters tussen 3 en 6 jaar. En met één juf. Die nota bene tegenover het schooltje woonde. Een goeie juf, vond ik, en ik herinner me zelfs haar naam, die ik hier evenwel om privacyredenen, niet zal vernoemen.

Als een kind echt onhandelbaar was, zag de juffrouw geen ander alternatief dan de stouterik even op te sluiten in het, naast de toiletten gelegen, donkere stalletje. Bij de kolen, want het uit slechts twee leslokalen bestaande schooltje, werd in de winter verwarmd met een centraal opgesteld kolenvuur.

School discipline (klein)Klappen op de blote poep, daar ben ik ook nog getuige van geweest, maar of dat op de kleuterschool was, dat durf ik niet met zekerheid te zeggen, noch te schrijven. En aan de armen of oren trekken, gebeurde ook, zelfs vaak, maar allicht pas vanaf de lagere school.

Lijfstraf - 000Lager onderwijs volgde ik in de gemeentelijke basisschool, gelegen aan de rand van de dorpskern. Met de handen achter de rug, of op het hoofd gevouwen 'in de hoek staan' was daar voor stoute jongens, dagelijkse kost. Maar ook brave, gehoorzame jongentjes zoals ikzelf moesten er van tijd tot tijd aan geloven. Die straf vond ik een verschrikking. Met je gezicht naar de muur gericht, en je rug dus naar je medeleerlingen gekeerd bevreesde me. En dat was allicht de bedoeling. Maar echte, niet leergierige stoute kinderen, maalden er niet om. Waardoor het regelmatig gebeurde dat alle vier de hoeken van het klaslokaal waren bezet. De stakker die aan de hoek stond waar ook de deur zich bevond, liep steeds kans om deze, bij een onaangekondigde entree van bijvoorbeeld een andere leerkracht, tegen zijn achterhoofd te krijgen.

Een andere tuchtmaatregel waar nogal kwistig mee werd omgesprongen, en regelmatig onterecht, was tijdens de pauzes 'rond de koer wandelen.' Terwijl de andere leerlingen spelletjes speelden, of in groepjes een praatje maakten, dienden de gestraften, alweer met de handen op de rug gevouwen, de boorden van de speelplaats af te stappen. Lopen mocht niet. Al durfden de gestraften het toch dikwijls aan, om een wedstrijdje snelwandelen te houden. Uiteraard enkel op momenten dat de toezichthoudende leerkracht niet oplette of even afwezig was.

School teacher cartoonEen fysiek pijnlijker straf was het tikken, met een platte lat of met een liniaal, op de vingers van leerlingen, om ik weet niet wat voor reden. Sommige onderwijzers gebruikten daar zelfs de één meter lange en een tweetal centimeter dikke bordlineaal voor! Ik heb ook nog leraars gekend die kinderen, met de handen op het hoofd, en de rug naar de klas gekeerd, op hun blote knieën lieten plaatsnemen op de houten tree. Een verhoog van zowat 15 centimeter en anderhalve meter diep, dat over de ganse lengte voor het krijtbord lag. Een laag podium dus, waarop de meester zijn lessenaar stond en hij zich voortbewoog. Vermoedelijk om nog groter te ogen dan ons en derhalve nog meer fysieke autoriteit uit te stralen.

Als een kind keer op keer last had met leerstof uit voorgaande schooljaren, dan gebeurde het wel eens dat onze meester hem terugstuurde naar de klas waarin die lessen reeds gegeven waren. Zo kon het dus zijn dat een leerling van het vierde studiejaar één, of meerdere dagen, op een stoeltje achterin de klas, mee de lessen moest volgen van de kinderen uit het eerste leerjaar!

Schoolmeisje IIZelfs in de middelbare school kreeg ik nog te maken met leerkrachten en ander personeel met losse handen. Zo was de leraar technisch tekenen van mij gewoon dat ik, door mijn inzicht en mijn interesse voor het vak, elke opdracht nauwgezet uitvoerde. Nu moet ik op een dag eens weinig goesting hebben gehad, of aan het dromen zijn geweest, mogelijks over één of andere griet. Want de interesse voor het vrouwvolk was,  met het ingaan van de pubertijd, die ook toen al bestond, nog groter geworden dan ze daarvoor reeds was. In elk geval trok mijn tekenwerk die dag op geen kloten.

Technical drawing classroom (small)Mijn leraar, die zijn toer maakte tussen de tekentafels, waaraan wij rechtstaand, of op een kruk gezeten, ons werk deden, merkte dat. "Dat trekt op niks hé, vent!", zo zei die, ietwat corpulente, steeds in een grijze kiel gestoken, grijzende en kalende man. Die woorden waren nog niet allemaal uitgesproken, of hij haalde uit met zijn rechterarm, waar hij een opgerolde map in de hand hield. Die trof mij zwaar op de linkerkaak van mijn gezicht!

Daar was ik toch even niet goed van. Terwijl ik wankelend mijn evenwicht zocht, en bekwam van die mep op mijn wang, liet de leerkracht, wiens naam ik me ook nog herinner, maar hier ook niet publiek ga maken, me weten dat ik beter moest presteren!

Wat ik ook nog heb gezien zijn leerkrachten die iets op het bord aan het schrijven waren en bij aanhoudend, voor hen allicht irritant geroezemoes in de klas, zich plots omdraaiden en het krijtje dat ze in hun hand hadden, met volle kracht door het lokaal lieten zoeven. Soms was het zelfs de zware houten bordveger die door de lucht suisde!

Wie pech had kreeg het krijt of de bordveger onzacht tegen zijn bakkes. In die tijd waren er nog niet zo veel frêle, voormalige prematuren. De meeste kinderen uit mijn klas, konden dus wel iets verdragen. Het waren trouwens allemaal jongens, want gemengd onderwijs stond toen nog in de kinderschoenen.

Dat mijn herinneringen helemaal juist zijn, dat kan ik uiteraard niet garanderen. Het gaat hem hier immers over gebeurtenissen van enkele decennia geleden. Maar ik ben er van overtuigd dat het hier verhaalde vast niet veel verschilt van wat er werkelijk gebeurde.

02-02-09

Mag er nog eens met ons leed gelachen worden?

 

 

winnar%20cartoonwedstrijd

 

De kracht van humor is, om iets op een ludieke wijze naar voor te brengen, en hen, die je via de conventionele wegen niet bereikt, toch ook eens met de neus op de... euh... feiten kan drukken!

 

Meer werk van cartoonist Tom Goovaerts vind je hier.

09-01-09

IJspret

Michelle Kwan - 000 (klein)Deze nacht gaat het flink vriezen, zei de weerman zonet op de radio. En de Bodemkundige Dienst van België voorspelt ook voor de komende dagen nog steeds zeer lage temperaturen, maar droog weer, met vooral morgen, behoorlijk wat uren zonneschijn. Ideaal weer dus om overdag, dik ingeduffeld tegen de koude, naar buiten te komen. En waar mogelijk, en vooral veilig, de met een dik pak ijs bedekte waterplassen op te gaan!

Zelf ga ik me, met het zwaar gevaarte onder mijn poep, niet op het ijs wagen. Ik stel me tevreden met het kijken naar de op het bevroren water stoeiende mensen. IJs en sneeuw is werkelijk iets waarin jong, minder jong en oud elkaar doorgaans vinden. Ik kan enorm genieten van een gezin dat samen winterse pret beleeft. En zo zullen er morgen vast een heleboel te zien zijn, naar ik vermoed!

Wie weet is er ook wel wat schoon vrouwvolk te bewonderen op het ijs. Maar die gaan zich dan toch, net als ieder ander, goed mogen aankleden om geen kou te hebben. Een outfit zoals de Amerikaanse schaatskampioene Michelle Kwan aanheeft op de foto die ik bij dit berichtje publiceer, is dan ook uit den boze! Te zien aan haar houding en gelaatsuitdrukking, heeft deze kunstschaatster het trouwens ook niet al te warm. Tenzij deze pose bij de show hoort, uiteraard. Dat zou dus ook best kunnen, maar daar kan ik me niet over uitspreken, want ik ben totaal niet thuis in die sport.

Deze namiddag, even voor de grote wijzer van de klok in mijn living, de twaalf aanduidde, terwijl de kleine wijzer bijna op de vijf was gericht, kreeg ik in mijn elektronische brievenbus, een bericht van Skynet Blogs. Met de melding dat mijn blog deel uitmaakt van de 5 genomineerde blogs in de categorie Lifestyle, en bijhorende gelukwensen,

Uiteraard ben ik, ondanks mijn bedenkingen bij deze wedstrijd, toch blij met de nominatie, die ik geheel aan jullie te danken heb! Maar de keerzijde van de medaille is dat ik jullie nu alweer dien te verzoeken, en wel vanaf vandaag en nog tot zondag 25 januari, zo dikwijls mogelijk, en liefst dagelijks, te stemmen voor 'rolstoeler'. Zo maakt mijn blog het meeste kans om 'de grote winnaar' te worden van de skynet blogs awards '08! Nu we aan dit spelletje begonnen zijn, doen we best zo goed als mogelijk verder tot het einde. Ondergetekende blijft hoe dan ook zijn best doen om geanimeerd te schrijven. En jullie zijn, of jullie stemmen (liefst) of niet, hoe dan ook bedankt om hier af en toe (liefst dikwijls) langs te komen voor het lezen van mijn schrijfsels. Prettig ijsweekend!

01-12-08

Poep op de stoep

Als gezonde, mobiele volwassen persoon heb je er over het algemeen geen flauw benul van hoe het is om je over het trottoir te verplaatsen, gezeten in een stoel met (liefst) minstens 4 wielen onder. Of met krukken, of als persoon die door ouderdom, ziekte of handicap, niet meer zo goed te been is. Of als persoon met een visuele beperking, die zich dikwijls, al dan niet met behulp van een geleidestok, letterlijk op de tast dient te verplaatsen. Of als kind, waarvoor een enkele centimeters omhoog stekende steen, reeds een gevaarlijk grote hindernis is.

Trottoir - cartoon

Zelf ben ik eigenlijk ook pas echt geonfronteerd geworden met de problematiek van de dikwijls abominabele staat, ergo ontoegankelijkheid van de publieke voetpaden, sinds ik rolstoelgebonden ben. De decennia voordat die klootzak van een chirurg mijn lichaam verknoeide, bracht ik immers al stappend door. Althans vanaf de leeftijd van een maand of twaalf, vermoed ik. Aangezien mijn ouders mij nooit het tegendeel hebben proberen wijs te maken, veronderstel ik dus dat ik, net zoals het merendeel der baby's, mijn eerste levensjaar, eerst hulpeloos op mijn rug liggend en later al kruipend, heb doorgebracht.

Dit duidelijk gemaakt en verklaard zijnde, wil ik terugkeren naar het thema, met name ondeugdelijke trottoirs. Dat rijden daarop niet zo eenvoudig is, dat heb ik wel reeds even kunnen ervaren toen mijn tweeling nog klein was en we de dreumesen tijdens het wandelen voortduwden terwijl ze in hun duo kinderwagen lagen of zaten. Een model met de zitjes achter elkaar. De verkoopster had ons het type waarbij de kinderen naast elkaar liggen/zitten ten stelligste afgeraden omdat je daarmee nergens tussendoor of binnen kan.

Kinderwagen - 004 (Austin & Brian) (klein)

Dat ontraden gebeurde dus met recht en rede, zo konden wij in de praktijk vaststellen. Want zelfs met zo een lange kinderwagen was het dikwijls niet gemakkelijk om op het voetpad overal langsheen te laveren. Hindernissen zoals uitstekende voordeurdorpels, bloempotten, reclamepanelen, fout gestalde fietsen, stellingen voor gevelwerken, palen van verkeers- en informatieborden, vuilniszakken of -bakken... Om niet te vergeten dat we er ook nog eens op moesten letten de kinderwagen niet te dicht tegen de straatkant te manoeuvreren, om zo te vermijden dat de kinderwagen, met daarin de kindjes, van de immens hoge stoeprand naar beneden zou kantelen. We moesten dus enorm alert zijn, en uitkijken, want er kwam dan ook nog eens bij: het ontwijken van blikjes, glas, andere troep en vooral ook van poep op de stoep!

Brian & Austin (klein)

Geen sinecure dus. Een extra probleem was en is, dat de meeste trottoirs in min of meerdere mate hellend zijn. Ten behoeve van de afwatering. Waardoor zowel een kinderwagen als een rolstoel steeds naar links overhelt. Een kinderwagen bijsturen gaat nog wel redelijk, alhoewel het met zo'n lang getrek als het onze, met twee flinke baby's in, toch ook enige kracht vergde. Als rolstoeler is het echter helemaal kut. Je lichaam helt steeds naar links. Een manuele rolstoeler dient links gedurig meer kracht te zetten op haar of zijn draaihoepel, en daarnaast ook nog eens het lichaam recht te houden. Als elektrische rolstoeler doe ik dat bijsturen met mijn joystick en is vooral het recht blijven zitten een probleem. En fysiek erg belastend, vooral in mijn nek

Wat dat afhellen betreft zijn zelfs fietspaden veelal in datzelfde bedje ziek. Alhoewel meestal toch in mindere mate. Komt daarbij dat je weg daar doorgaans hindernissenvrij is. Een fout geparkeerde wagen niet te na gesproken. Persoonlijk prefereer ik dan ook, waar mogelijk en aanwezig, voor mijn verplaatsingen, het fietspad te gebruiken.

In de stront

Is dat afhellen en de nood aan bijsturen een niet te verhelpen euvel? Wellicht! Tenzij je tegen het verkeer in rijdt, zoals ik al eens pleeg te doen. Omwille van het net geschetste probleem. Of omdat het trottoir of fietspad aan de overkant van de straat van een minder slechte kwaliteit is, in de zon ligt, of gewoon omdat die weg korter is, zodat ik vlugger thuis ben. Vooral als het begint te regenen en ik niet de geschikte kledij aanheb, is dat de reden om te kiezen voor deze optie.

Een beetje burgerlijke ongehoorzaamheid dus. Dat kan mijns inziens absoluut geen kwaad. Als ze willen dat ik steeds rij waar ik wordt verondersteld te rijden, dat de overheid dan zorgt dat er overal een fatsoenlijke infrastructuur aanwezig is! Het probleem is allicht het feit dat er te weinig beleidsmensen zin die dagdagelijks zelf aan den lijve ondervinden wat er nog steeds hapert aan de kwaliteit van de voetgangersinfrastructuur. Wie van deur tot deur wordt vervoerd op de achterbank van een luxueuze wagen, kan natuurlijk moeilijk hetzelfde ervaren als wat de vrouw of man in de straat ondervindt. Dit meld ik geenszins uit afgunst. Integendeel! Die mensen hebben hun redenen om voor deze vervoerswijze te kiezen. Zij willen tijdens hun talloze verplaatsingen kunnen werken, lezen, schrijven, telefoneren en zo meer, zonder andere weggebruikers in gevaar te brengen.

Luisteren naar de ondervinding van zij die zich wel dagdagelijks als voetganger in het verkeer begeven, is dan het devies. Sommige hooggeplaatste en lokale beleidsvoerders doen dat hoor! Anderen vinden het gewone volk te min. Vaak zijn het de mindere goden van de lagere overheid, die zo denken. Ze hebben op een gegeven moment een maatschappelijke status bereikt, een bestuurlijk of beleidsmandaat bekomen en willen geen inmenging van anderen dan de eigen, vaak beperkte, zogezegd gespecialiseerde kennissenkring, uit eigen partijrangen. Zielig en triest...

Gelukkig zijn er ook anderen. Die leggen zelf een luisterend oor bij hen die het best op de hoogte zijn, of laten hun medewerkers dat doen. Niet zelden trekken ze, om hen te adviseren, mensen aan die zelf ervaringsdeskundig zijn in deze materie. Die zijn goed bezig! De anderen mogen voor mijn part verzwelgen in de poep op hun stoep!

25-11-08

Iedereen gehandicapt!

Nogal wat mensen hebben een zintuiglijke beperking. Zij kunnen niet of minder goed horen of zien. Dikwijls kan dit gebrek voor een groot stuk verholpen worden door het dragen van respectievelijk een hoorapparaat of een bril. Een alternatief voor het laatst vermelde hulpmiddel zijn lenzen.

Beugel - 000 (klein I)

Heel wat kinderen dragen, om hun gebit te corrigeren, tijdelijk een orthese. De tandarts noemt dit een beugel. Menig persoon heeft een tandprothese, doorgaans kunstgebit genoemd. Ook steunzolen worden vaak voorgeschreven voor kleine en grote mensen met een voetafwijking. Zelfs sporters maken er dikwijls gebruik van, in functie van een optimale drukverdeling en een betere loopstand.

Een aantal van de voormelde beperkingen en bijhorende hulpmiddelen zijn sociaal aanvaard. Niemand maakt er ophef over, staart je aan of sluit je uit omdat je een bril draagt. En buiten een zeldzame onnozelaar die haar of hem ermee pest, slaat niemand acht op een kind met een beugel in de mond. Sommigen vinden dit zelfs schattig staan. En die steunzolen in de schoenen vallen al helemaal niet op. Net zo min als de contactlenzen die een persoon in heeft.

Disabled people - 000

Iemand met een ernstige mentale beperking of een zware fysische beperking, of een combinatie van beide, loopt, strompelt, al dan niet met krukken, of rijdt zich in haar of zijn rolstoel, willens nillens uiteraard meer in de kijker. Daar is geen ontkomen aan. Ook een blinde of slechtziende kan zijn witte geleidestok niet als toverstaf gebruiken om deze vervolgens te doen verdwijnen. En geleide- en hulphonden trekken ook de aandacht. Maar toch zijn ook hun baasjes en alle personen met ernstige beperkingen, levende wezens zoals ieder van ons. Met evenveel recht op respect en op een waardig leven. En aanvaarding door hun medemensen, van zichzelf en van hun hulpmiddelen, als daar zijn rolstoel, rollator, scooter, geleidestok, krukken, beugels...

Ben je fysiek helemaal in orde, of denk je dat te zijn, dan heb je mogelijks je te kleine of net te grote neus, over het hoofd gezien. Of je te dikke poep, of dat kuthaar op je hoofd, waar spijts vele pogingen van jou en je kapper, geen model is in te krijgen. De mens heeft zichzelf niet geschapen, dus elk van ons heeft wel een schoonheidshandicap. En deze kan een belangrijke invloed hebben op je sociale contacten. Al is het maar omdat ze je onzeker maakt.

En anders heb je misschien wel een ontwikkelingsstoornis, een spraak- of een taalstoornis, of lig je psychisch compleet in de knoop, wat ook een ernstige hindernis kan zijn, vooral als het blijvend is. Ongetwijfeld ben ik nog één en ander vergeten. Maar als je het lijstje nu al eens overloopt, dan zou het al moeten lukken dat er niks tussen staat dat op jou van toepassing is. Je gaat het misschien niet graag horen, maar neem het gerust van me aan: het zijn allemaal handicaps!

Wordt nu niet depressief of voel je niet in de grond geboord door mij. Dat is wel het laatste dat ik zou willen! Wees integendeel blij dat je geen uitzondering bent, in deze wereld van naar lichaam en/of geest imperfecte mensen, Want het komt er inderdaad op neer dat iedere persoon wel in meer of mindere mate een fysieke of mentale functiebeperking heeft. Elke persoon heeft wel een aangeboren of opgelopen blijvende hindernis, die doorgaans wordt aangeduid met de stigmatiserende term 'handicap'.Diversiteit - 000

In de inclusieve maatschappij, waar velen met mij naar streven, en waarin elke persoon belangrijk is, ongeacht afkomst, huidskleur, religie of wat dan ook, en naar waarde wordt geschat, op basis van wat zij of hij wél kan, zijn de grote of kleine fysieke of mentale functiebeperkingen van ieder individu van ondergeschikt belang. In deze verdraagzame samenleving zal niemand ooit worden uitgesloten omdat zij of hij onvoldoende of geen beperkingen heeft. Neen, ook die persoon zal door de groep worden aanvaard. Net dat gebrek aan een beperking is dan diens beperking, wat de persoon in kwestie dan ook weer even speciaal maakt als de anderen. Globaal gezien is in deze ideale open, mondiale leefgemeenschap iedereen gelijk, heeft elkeen beperkingen en is derhalve iedereen gehandicapt!