04-04-11

Schooluniform

Studerende student - 001.JPGDe studenten aan de universiteiten en hogescholen hebben in de maand januari reeds hun tentamens gehad. De leerlingen die les volgen aan middelbare scholen die drie examenperiodes organiseren, zijn nog volop bezig of hebben net gedaan met hun proefwerken van het tweede trimester. De moed opbrengen om te studeren zal er, met het mooie lenteweer van de voorbije week, niet eenvoudiger op zijn geweest. Maar hopelijk is het jonge volkje daar toch in geslaagd en kunnen ze binnenkort met mooie cijfers naar huis komen. Tot vreugde van henzelf, hun ouders, hun leerkrachten en elke andere persoon die hen genegen is.

Students in uniform - 000.JPGDe gedachte aan de studerende jeugd, leidt mij naar de discussie over de zin en onzin van schooluniformen. Die ik hier evenwel niet ten berde ga brengen. Maar ik wil jullie wel enkele feiten meedelen omtrent dit thema. Eén ervan is dat ikzelf nogal zot ben van schoolpakjes. Als ik bijvoorbeeld op woensdagnamiddag langs het Gentse Zuid passeer, dan geniet ik gewoonweg van het zicht op die mengelmoes van jongens en meisjes in hun schooluniform. In veel Gentse scholen is men immers nog steeds verplicht tot het dragen van een kleurenuniform. Waarbij enkel kledij van een welbepaalde kleur is toegestaan. Je merkt ginds dan ook diverse groepjes kinderen op met verschillende kleding aan, maar wel in dezelfde kleur. Wat, althans in mijn ogen, een mooi beeld oplevert.

Girl in green jacket - 000.JPGZelf heb ik nimmer school gelopen aan een onderwijsinstelling waar je verplicht was om een schooluniform te dragen. Mijn zussen daarentegen hebben een aantal jaren les gevolgd aan een katholieke middelbare school, verbonden aan een klooster. En die waren verplicht om kledij te dragen van één bepaalde kleur; donkergroen als ik me niet vergis.

Schoolmeisje in groen - 000.JPGNaar ik mij meen te herinneren kwamen leerlingen en ouders al wel eens tegen die kleedcod ++e in opstand. En waren er nogal wat progressieve meisjes, met lef, die de kledingvoorschriften nogal vaak vrij, creatief en inventief interpreteerden. Wat dan weer regelmatig tot conflicten leidde met de gezagvoerende nonnetjes en hun moeder-overste, die er doorgaans een andere, meer conservatieve visie op na hielden.

De kloosterzuster zijn uiteindelijk, geloof ik, na verloop van tijd (jaren?) wel wat bijgedraaid, meer tolerant geworden. Maar ik denk niet dat minirokjes, korte jurkjes of hotpants ooit op hun school zullen zijn getolereerd.

Eigenlijk had ik in Japan moeten geboren geweest zijn. En als meisje! Want als klein ventje was ik Japans schoolmeisje - 000.JPGdol op matrozenpakjes. En dat is nu net waarop in die tijd, in dat land, het schooluniform van lagere schoolmeisjes was gebaseerd Lachen

Maar hoChoco - 000.JPGe graag ik het ook wou hebben, aan zo een marineblauw/wit matrozenpakje ben ik helaas nooit geraakt. Waarschijnlijk heb ik nooit aan mijn ma durven vragen om er zo eentje voor me te maken, want ik ben er vrij zeker van dat ze dat nooit had geweigerd.

Heimelijk was ik jaloers op Choco, de aap van stripfiguur Jommeke zijn vriendinnetjes, De Miekes. Want die bananeneter draagt er in de populaire stripreeks wel sinds jaar en dag zo eentje! Maar in plaats van dat rode broekje had ik wel een blauw exemplaar gewild Knipogen

Matrozenpetje - 000.JPGTreuren om dat gemis deed ik evenwel niet. Want, eerst bijgestaan door mijn 5 jaar oudere, handige en graag knutselende zus, en vervolgens vrij snel  zelfstandig en helemaal alleen, maakte ik wel talloze wit/blauwe matrozenpetjes uit crêpepapier. En getooid daarmee, liep ik rond in ons kleine huisje en buiten in de grote ouderlijke tuin. Zelfs nu, decennia later, weet ik nog steeds precies hoe je zulk en petje maakt! Lachen

Schoolmeisje.(blog).JPGOnlangs las ik in een magazine dat er, vooral in Groot-Brittannië, een heropleving aan de gang is, waar het schooluniformen betreft. En ook in ons land is deze traditie blijkbaar weer in opmars. Bepaalde scholen hebben zelfs recentelijk hun uniformregels strenger gemaakt. Het Sint-Franciscusinstituut in Melle is daar een voorbeeld van. Jeansbroeken zijn daar VERBODEN. En een rok of jurk moet minstens driekwart van de jongedames hun dijen bedekken. Flauw zeg!… Wenkbrauw ophalen

Het is wel zo dat, ondanks de vaak strikte voorschriften over de vereiste kleur groen, blauw, grijs of bruin, van de outfit, er in veel scholen toch vaak modieuze kledij is toegestaan, zoals bijvoorbeeld de nauw aan de benen spannende ‘skinny’ broeken. Bepaalde winkels zijn overigens gespecialiseerd in schooluniformkledij. Dus daar kan men dan vast het nodige advies verkrijgen van wat wel en niet kan, in deze of gene school.

Jas met ipod - 000.JPGNaar verluidt zijn er in de handel zelfs schooluniformen te koop waarin een ruimte is voorzien voor de ipod van de scholier. En misschien zijn er ook wel jassen, broeken en rokjes verkrijgbaar met geheime zakjes of andere ruimtes voor spiekbriefjes, een rekenmachine of zelfs minicomputer!

Geslaagd! - 000.JPGMinder dan 3 maand van heden is het schooljaar alweer ten einde. En is er opnieuw een studieperiode en examentijd achter de rug. En zal het bonte allegaartje van schoolkinderen, al dan niet in uniform, terug voor 2 maand uit het straatbeeld verdwijnen. Hopelijk voor hen, hun (groot)ouders en andere naasten, zal dat zijn met een welverdiend A-attest op zak. Lachen

29-04-10

Ambras buiten de klas

      

De buurjongen waar ik tijdens mijn middelbare schooltijd regelmatig mee naar school fietste en vaak ook terug weer huiswaarts keerde, had op een bepaald moment ambras met enkele gasten die ook bij ons op school zaten. Maar een andere studierichting volgden dan zowel mijn buurjongen als mij. Die toen aan het tweede jaar was begonnen, terwijl mijn buur nog maar in het eerste jaar zat.

Die kerel was nochtans even oud als mij, maar hij had zijn eerste jaar middelbaar onderwijs aan een andere onderwijsinstelling doorlopen. Studeren was er, dat jaar, voor hem nauwelijks bij geweest. Er op school een bonte boel van maken, des te meer. In die mate zelfs dat zowel directie als leerkrachten zijn ouders tegen het einde van dat schooljaar vriendelijk, doch dringend hadden verzocht hun zoon na de zomervakantie elders onder te brengen. Wat dus ook was gebeurd. De reeks opgestapelde buizen liet de jongen mooi achter zich, om met een nieuwe lei en een fris elan opnieuw het eerste jaar aan te vatten. Op de school waar ik dus al een jaar lang mijn broek had versleten. En ook wel wat kennis had vergaard.

Wat de oorzaak was van de ruzie, dat herinner ik mij niet meer. En wie precies de amokmakers waren die mijn buurjongen viseerden, dat kon hij me niet precies vertellen. Althans, zijn persoonsbeschrijvingen lieten bij mij geen belletje rinkelen van herkenning. En op zoek gaan naar die kerels kon ook niet. Want mijn maat bracht me pas van de onenigheid op de hoogte op het moment dat we, na schooltijd, onze fiets uit de stalling gingen halen om naar huis te rijden.

De gasten die het op mijn maat hadden gemunt, hadden aangekondigd hem na het beëindigen van de lessen, buiten school op te zullen wachten. Om met hem af te rekenen. Mijn buurjongen zijn beste vriend en tevens klasgenoot, die op onze schoolroute woonde en derhalve meestal met ons meereed, stelde voor om langs een andere weg dan de regulier gevolgde route huiswaarts te rijden. Wat wij een goed idee vonden.

We waren met ons drieën nog maar pas vertrokken of er kwamen ons daar van alle kanten fietsers tegemoet gereden. Allicht geïnspireerd door helden uit actiefilms op televisie of koele krijgers uit de westernboekjes die ik regelmatig las, sprong ik terstond van mijn fiets, duwde mijn stalen ros in de handen van de mij verbaast aankijkende vriend van mijn buur en ging heldhaftig voor mijn buurjongen staan. Met gebalde vuisten sprak ik onze belagers toe. Wie zinnes was om te trachten mijn maat te krenken, zou eerst met mij moeten afrekenen.

Uitdagend bewoog ik mijn hoofd van links naar rechts en keek al die pummels recht in de ogen. Tot ik opeens de stem hoorde van mijn maat zijn vriend. Die zei me dat die jongens tegenover ons niet de slechteriken waren, maar klasgenoten van hem en mijn buurjongen. En dus aan onze zijde stonden. Zo stond ik daar dus mooi voor aap. Belachelijk stoer te doen tegenover de verkeerde personen.

Maar ik liet die blunder niet aan mijn hart komen. En zag het grappige van de situatie wel in. Zo ook de rest van het groepje. Door dit incident was ineens ook alle spanning van ons afgevallen. En reden we in groep, gemoedelijk babbelend, huiswaarts. Die boelzoekers kwamen we op onze weg niet tegen. Waren die van op afstand getuige geweest van mijn optreden? En hadden ze daarom wijselijk beslist niet het risico te lopen slaag te krijgen van de toentertijd potige mij? Of waren ze bang van de grootte van onze groep en vreesden ze hoe dan ook het onderspit te moeten delven? Deze vragen zullen steeds onbeantwoord blijven. Het voornaamste feit was evenwel dat mijn buurjongen nooit meer van hen heeft last gehad.

*****

Datzelfde jaar heb ikzelf trouwens ook eens boel gehad met een jongen. Overigens niet zo verwonderlijk in een gemeenschap waar vele honderden jonge mannen in wording, bij wijze van spreken zitten opeengepakt.

Op de koer van de school, voor het traliehek dat het schoolterrein scheidde van het nabij gelegen park, stonden een aantal houten zitbanken. Uiteraard veel te weinig om alle leerlingen die in deze onderwijsinstelling les volgden, de mogelijkheid te bieden om er tijdens de pauzes op te verpozen.

Op een zekere dag in de lente kwamen mijn klasgenoten en ik tijdens de namiddagpauze als eersten naar buiten. Samen met een tweetal andere jongens nam ik plaats op de bank die stond opgesteld tegenover de deuropening van het schoolgebouw waar we net door waren naar buiten gekomen.

Even later kwamen ook tientallen andere kinderen, deels in groepjes, langs die deur en via de hoofdingang, de koer op. Vele onder hen, druk babbelend. En sommigen elkaar speels duwend. Eén groepje kwam recht op ons af. De twee jongens naast mij stonden direct op. Eén van de jongens die op ons waren afgestapt, keek me met zijn lelijke kop aan en sommeerde me op te krassen. Want die bank was voorbehouden voor hem en zijn maten.

Met die jongen had ik een jaar eerder in de klas gezeten. Na de zomervakantie was hij op school gearriveerd met een inmiddels lange haardos en een ring in zijn linker oor. Wat toen erg in was. Vooral bij hardrock en heavy metalfans. Van stadsgenoten van die gast had ik gehoord dat hij tijdens de zomer in aanraking was gekomen met de politie en het gerecht. En zelfs een tijdje had vast gezeten! Maar of dat waar was of (deels) verzonnen, daar heb ik het raden naar.

Nu was het mij inderdaad reeds opgevallen dat die sukkels nogal vaak op en om die bepaalde zitbank rondhingen. Maar ik was totaal niet van plan die kerel zijn bevel op te volgen. Dus antwoordde ik hem dat die bank er stond voor alle leerlingen. En ook ik dus het recht had er op uit te rusten.

Tegenspraak was dat gastje blijkbaar niet gewoon. Want zijn gezicht kleurde rood van woede. En hij stuurde een rochel richting mij. Wat ik dan weer geenszins apprecieerde. Ik veerde recht en stapte op die speekselproducent af. Welke achteruit deinsde. Dat er iets op til was, had al vlug een deel van de zich op de koer aanwezige scholieren door. Er vormde zich een ganse groep kijklustige tieners om ons heen. Opnieuw spuwde die kerel naar mij. Het slijm belandde op mijn jas. Boos trachtte ik mijn aanvaller op een wederkerige slijmsliert te trakteren. Maar spuwen was geenszins mijn specialiteit. Dus produceerde ik niet veel meer dan wat druppels mondvocht die, als uit een zeef, alle kanten, uitvlogen.

Het volgende moment kreeg ik een harde duw van dat arrogant ventje. Waarmee die kerel naar mijn normen helemaal te ver ging. Elkaar kietelen door het uitdelen van klappen met de vlakke hand, was niet aan mij besteed. Dus haalde ik uit met mijn rechtervuist en trof die kerel, met een flinke mep, vol op de kaak. Hij duizelde even en schudde zijn hoofd. Dan pas zag ik dat ik die kerel had geraakt op een plaats, net onder zijn linkeroog, waar zich net een korst had gevormd op een genezende wonde. Die nu terug bloot lag en bloedde.

Toen die kerel dat doorhad, werd hij woest. En wou me te lijf gaan. Maar ik zag zijn maten hem wijzen op de flink aangegroeide cirkel toeschouwers rondom ons en de naderende toezicht houdende studiemeesters. Hij gromde nog snel me na schooltijd aan het station te verwachten om het conflict af te handelen en verdween toen in de menigte. Toen ik om me heen keek zag ik dat minstens de helft van de schoolbevolking getuige was geweest van dit, voor mij toch, vervelend gebeuren.

Gedurende de overgebleven minuten van de rustpauze en zelfs tijdens de resterende twee lesuren van de dag, diende ik voortdurend te aanhoren dat men een spektakel verwachtte 's avonds aan het station. En op weg naar de fietsstalling werd ik ook, tot vervelens toe, geattendeerd op 'mijn' afspraak aan het treinstation. Nu lag die plek helemaal niet op mijn route naar huis toe en was ik totaal niet van plan mijn rijroute te wijzigen om die brutale medeleerling te plezieren. Als hij wou vechten, mij niet gelaten, maar dan wel op het schoolterrein!

Wat zulke kerels uiteraard niet doen. Want die hebben vaak al heel wat op hun kerfstok. En staan doorgaans al op een niet al te best blaadje bij de directie. Dus heb ik van die kerel achteraf geen last meer gehad. Dit ondanks het feit dat ik die namiddag gewoon huiswaarts ben gereden. Dit in tegenstelling tot een groot aantal schoolgenoten, die tevergeefs aan het treinstation mijn komst hadden afgewacht. Om me aan te moedigen? Bij een nederlaag uit te lachen? Wat kon mij dat schelen.

Die jongen zag ik daarna nog vaak. Zowel binnen de schoolpoort als daarbuiten. Stevig rokend en steeds met grieten in de buurt, die vielen op zijn type. In elk geval zag ik die jongen niet als een potentiële vriend en liet ik me dan ook niet in met hem en zijn activiteiten.

Bijna twintig jaar later heb ik die kerel nog eens terug gezien. Als klant in mijn winkel. Hij bleek toen al jaren chauffeur te zijn. Van internationaal transport. En zelfs in mijn buurt te wonen. Hij herkende mij evenwel niet meer. Maar ik hem des te meer. En ik herinnerde mij zelfs zijn naam nog. Zijn lange blonde haardos was nog intact. En er zat ook nog steeds een ring in zijn linker oorlel. Maar ze had het gezelschap gekregen van enkele piercings in de oorschelp. Ik kon in het uiterlijk van die kerel  nog steeds dat ruige ventje van weleer herkennen. Alleen was zijn huid nu versierd met allerlei tatoeages. Het plaatsen van dergelijke kunstwerken op andermans lichaam bleek overigens een activiteit te zijn waarmee hij zich in zijn vrije tijd bezig hield. Als bijverdienste. En uit ons gesprek kwam ik te weten dat hij ook nog steeds nicotineverslaafd was. Het kan inbeelding zijn geweest, maar op de door het roken verschraalde opperhuid van 's mans gezicht meende ik op zijn linkerwang, net onder het oog, een overblijfsel op te merken van het bijna twee decennia eerder voorgevallen schoolkoer incident.

08-03-10

Het leven zoals het is

 

Euro's - 012a (kleiner)Vorige week was ik aanwezig in een bankkantoor waar ik tot dan toe niet als klant was gekend. De reden van mijn bezoek aldaar was het openen van een bankrekening. Zonder slag of stoot ging dat niet. Want het computersysteem weigerde in eerste instantie, en ook in tweede, mijn identiteitsgegevens te bewaren, die via mijn in een kaartlezer gestopte identiteitskaart, op het computerscherm verschenen.

Bijgevolg dienden mijn gegevens op de conventionele manier te worden ingebracht. Zijnde het inscannen van de beide zijden van mijn elektronische identiteitskaart en van mijn handtekening. Waar serieus wat tijd in kroop. Wat ik dacht in een kwartiertje geregeld te krijgen, nam uiteindelijk drie keer zoveel tijd in beslag!

En mensen, wat een massa papier ging er bij deze handeling verloren. Die registratiepapieren, in drie exemplaren, het afdrukken van de voorwaarden en zo meer. Ecologisch gezien betekent het openen van een bankrekening op zulk een manier, ernstige roofbouw op de natuur. Papier, inkt, elektriciteit... Mijn ecologische voetafdruk bedraagt alweer een maatje meer. Helaas! Maar gedane zaken nemen geen keer, dus ga ik me voor de rest niet druk maken over dit feit.

Wat ik enigszins raar vind is dat de dame die deze formaliteiten vervulde, gegevens wou over mijn inkomen, wou weten welke inkomsten er op die net geopende rekening zullen worden gestort en ze me daarenboven, weliswaar vriendelijk, doch enigszins dwingend, de vraag stelde of ze mocht weten wat ik van plan ben om met die rekening aan te vangen.

Waarschijnlijk is dit een routinevraag, maar ze kwam bij mij nogal raar over. Alsof bijvoorbeeld een dakwerker zal zeggen dat hij op zijn nieuwe bankrekening zijn uit zwartwerk verkregen inkomsten zal storten. Of een witte boord crimineel zal verklaren dat hij er zijn frauduleus verkregen gelden op zal parkeren. Of een drugsbaas aan een bankbediende zal bekennen dat hij net een rekening opende om er de opbrengsten van zijn drugstrafiek op onder te brengen.

Voorts vind ik zulk een vraag een ernstige inbreuk op de privacy. Stel je voor dat ik aan een sollicitant, die zich bij mij aandient voor een openstaande vacature, zou vragen wat de  kandidaat zinnens is om aan te vangen met het geld dat zij of hij bij een eventuele aanwerving, bij mij kan verdienen? Ik zou ongetwijfeld nogal een hevige reacties krijgen. En mogelijks niemand vinden om voor me werken. Terecht, overigens!

Maar ik hield me, in tegenstelling tot wat mijn gewoonte is, gedeinsd. Dat ganse gedoe met al die paperassen had al zo veel tijd gekost, dat ik geen zin had om er nog meer te verspillen door een nutteloze discussie aan te gaan met iemand die vast enkel uitvoerde wat haar overste haar heeft opgedragen.

Toen die vrouwelijke bankbediende alle verkregen data opsomde riep in haar op een gegeven moment even halt toe. Want bij burgerlijke stand had ik gehoord 'ongehuwd'. Terwijl ik officieel wel al sinds 1993 ben getrouwd. Die status wijzigen was volgens de bankbediende evenwel onmogelijk, omdat het gegeven zo van mijn identiteitskaart werd gelezen. Vreemd...

*****

Enkele dagen voordien had de, volgens de aan mijn identiteitskaart gekoppelde data, niet bestaande echtgenote, op mijn herhaald verzoek, mijn nog, in wat vroeger onze gezamenlijke slaapkamer op de eerste verdieping was, aanwezige kledij, in een grote doos en een dito geruite verhuiszak gestopt. Zodat ik ze elders, in een voor mijn assistenten toegankelijke ruimte, zou kunnen onderbrengen.

Brian in papa's outfitTerwijl ikzelf in de woonkamer zat, op het gelijkvloers, zoals vaak voor mijn computer, was zoon Brian blijkbaar toevallig getuige van de activiteiten van zijn ma. Want ik hoorde hem plots, door het houten vloer annex plafondgewelf uitroepen 'awesome!' (formidabel!). Waarna ik hem van de, ook al houten, trap hoorde naar beneden denderen. Waar even later de deur tussen onze hal en de woonkamer open vloog, en mijn zoon door het deurgat de kamer binnen stormde. Uitgedost in een beige broek die ooit tot mijn zondagse outfit behoorde en mijn, uit een ver verleden afstammende, zware zwartlederen motorvest.

Uitgelaten en blij stond de jongen daar te draaien, zich te showen voor mij en voor zichzelf. Dat laatste was mogelijk door de weerspiegeling van zijn gedaante in het glas van een manshoge vitrinekast die in onze living staat opgesteld. Brian had deze kledij gegraaid uit die door mij ter beschikking gestelde doos. Ooit de stevige kartonnen verpakking van een groot computerbeeldscherm.

Een dag later heb ik, met de praktische hulp van mijn assistente, alle overgebleven kledij van vroegere jaren eens aan mijn gezichtsveld laten passeren en er de items uitgehaald waarvan ik vermoedde dat ze mijn kinderen zouden passen en waarin ze mogelijks zouden kunnen geïnteresseerd zijn om ze aan hun garderobe toe te voegen.

In de avonduren heb ik hen die kledingvoorraad dan naar de woonkamer laten brengen. En mochten ze hun keuze maken. Wat me een verkleedschouwspel bezorgde dat aangenaam was om te zien.

*****

Het weerzien van een deel van mijn kledij van een tijd geleden, deed me terugdenken aan mijn favoriete kledingstukken van nog vroeger. In de decade tussen mijn vijftiende en mijn vijfentwintigste levensjaar droeg ik graag strakke, nauw om het lijf spannende broeken. Waarvoor je plat achterover op je bed moest gaan liggen om ze aan te trekken. En je buik diende in te trekken om de rits gesloten en de broeksknop dicht te krijgen.

Meestal droeg ik jeans. Maar af en toe kon ook een uit een andere textielstof vervaardigde pantalon, mij bekoren. Zo had ik, ten tijde van mijn voorlaatste jaar aan de middelbare school, een witte broek. Die enkel ter hoogte van mijn onderbenen enige ruimte vrij liet tussen het kledingstuk en mijn huid.

Op het einde van het schooljaar had ik mij vrijwillig aangemeld om ter voorbereiding van het opendeur weekend, op een vrije namiddag, het elektronicalokaal van onze school op te ruimen en enigszins aantrekkelijk in te richten. De klus was bijna geklaard toen ik mij hurkte om iets op te heffen en bij deze handeling de achterkant van mijn strakke witte broek hoorde en voelde scheuren.

Snel stelde ik me recht en voelde met mijn beide handen aan mijn bibs. Mijn broek was netjes in twee gescheurd, over de gehele lengte van mijn bilspleet! Nog een geluk dat ik die ochtend een propere onderbroek had aan getrokken. Want mijn twee klasgenoten, met wie ik de werkzaamheden verrichtte, waren op het geluid van die scheurende stof en mijn daarop aansluitend gevloek afgekomen en keken grinnikend naar mijn zitvlak.

Short skirt girl on bicycle - 001Gelukkig droeg ik een lange zwarte gebreide wollen trui, die ik zo ver als enigszins mogelijk was, over mijn poep trok om de averij zoveel als mogelijk aan het zicht van anderen te onttrekken. Volgens mijn nog steeds glimlachende maten lukte dat op die manier vrij goed.

Het afwerken van de klus in het labo liet ik over aan hen en de leerkracht die poolshoogte kwam nemen, maar aan wie ik niks over mijn gescheurde broek vertelde. Aangezien ik me er eigenlijk een beetje voor schaamde.

Spiedend stapte ik over de verlaten speelplaats, richting de boom aan de uitgang, waar ik mijn moeder haar fiets had gestald. Het gebeurde wel vaker dat ik mijn ma haar tweewieler gebruikte op momenten dat ze hem kon missen. Dat, als gevolg van de opbouw van het tweewielig vervoermiddel verplicht voorover gebogen zitten op een herenfiets vond ik immers niet zo leuk. Vandaar dat ik me liever met een damesfiets verplaatste.

Wat me nu trouwens ook uitermate goed uitkwam. Want gezeten op mijn mannenfiets had ik, tijdens de 8 kilometer lange rit huiswaarts, mijn billen nooit geheel kunnen onttrekken aan het zicht van eventuele passanten. Wat me, gezeten op mijn ma haar fiets, wel redelijk lukte. In een zo rechtop zittende houding als enigszins mogelijk was, wisselde ik voortdurend van hand om het stuur vast te houden, zodat ik met de vrije hand mijn omhoogschuivende trui naar beneden kon trekken. Allicht heb ik toen kunnen ervaren hoe het aanvoelt als je als meisje, met een ultra kort jurkje of rokje aan, met je onderbroek op het fietszadel zit.

Daar denk ik nu aan. Want toen was al mijn aandacht gericht op de vrees om bekenden tegen te komen die zouden merken wat er met mijn broek aan de hand was. En voor schut staan en mogelijks de dagen nadien door de halve schoolbevolking of een kwart van mijn dorpsgenoten uitgelachen worden, daar had ik als tiener totaal geen zin in.

18-06-09

Afkijken

 

Spieken - 000De examentijd is alweer aangebroken, of bij sommigen al volop aan de gang. Het moment om nog eens terug te blikken op mijn eigen studententijd. Zoals reeds eerder verteld, was ik in mijn jonge jaren reeds even braaf als ik nu ben, als volwassene. Af en toe eens ondeugend misschien, dat geef ik grif toe, en nooit verlegen voor het bakken van een poets, maar daar schuilt mijn inziens helemaal geen kwaad in. Integendeel zelfs, dat brengt wat leven in de ... nu ja, figuurlijk uiteraard: brouwerij.

Spieken of 'afkijken' zoals wij dat toen noemden was iets dat bij het schoolse hoorde. En bij examens een interessante methode was om, ondanks geringe studie-inspanningen, toch behoorlijke resultaten te behalen bij toetsen, tentamens of examens.

Vanaf het moment dat ik de middelbare school aanvatte speelde ook ik nu en dan gretig het spelletje mee. Maar was er niet zo bedreven in dat ik het aandurfde doelbewust, zonder er voor te studeren, uitsluitend vertrouwend op spieken, een examen aan te vatten.

Behalve die ene keer dan. We zouden van één of ander technisch vak een examen krijgen over de inhoud van een boek, waaruit we geen les hadden gekregen. Uit tijdsgebrek. De leerstof was evenwel niet zo moeilijk of onduidelijk, dus een toelichting was niet echt noodzakelijk. Aangewezen materie voor zelfstudie, dus. Maar de stof was niet erg interessant en de hoeveelheid was nogal omvangrijk.

examen afkijkenDe jongen die normaliter links van me zat in de klas, had er ook niet veel zin in. Dus samen bedachten we het, naar we toen vonden, lumineuze idee om elk de helft van het boek te lezen en grondig in te studeren! Aangezien we reeds sinds vele maanden meestal naast elkaar zaten in de klas, waren we er ook in geoefend om onopvallend te spieken.

Zo gezegd, zo gedaan. Dus las en leerde ik mijn helft van het cursusboek. Het werd een ware worsteling. Maar ik deed het toch. Die andere helft wou ik voor alle zekerheid ook even vlug doorlezen. Maar na twee bladzijden gaf ik het al op. Geen zin. En daarbij, mijn maat ging dat instuderen. En de kans dat ons plan in duigen viel omdat hij ziek was op de dag van het examen, achtte ik verwaarloosbaar klein. Boerenzoons, en hij was er één,  worden immers niet snel ziek.

Toen we elkaar de ochtend van het examen op de speelplaats ontmoetten, bevestigde de jongen dat hij zoals afgesproken zijn helft van de leerstof had ingestudeerd. We konden dus met een gerust hart de toets aanvatten.

Dat was evenwel zonder de waard gerekend. Hier in de gedaante van de leerkracht. Die het, in zijn ogen allicht lumineuze, idee had opgevat om een aantal leerlingen uit mijn klas van hun vaste zitplaats weg te halen om ze elders te laten plaatsnemen. Mijn buurman mocht blijven zitten, op de tweede rij, maar ik moest mijn stek verlaten om op de eerste rij te gaan zitten. Naast het gangpad. Dus zonder buurman aan mijn linkerkant!

Op het gemor van mij en enkele andere jongens, reageerde de leerkracht niet eens. Verdorie! Het was nu maar te hopen dat de meeste vragen uit de door mij geleerde helft van het cursusboek zouden komen. Wat jammer voor mijn klasgenoot zou zijn, maar die moest dat later dan maar zien goed te maken. Dat zou hem vast lukken, want het was een verstandige kerel.

Spieken - cartoon - 003Twee vragen kregen we slechts. Elk op de helft van de punten. Gelukkig kwam er één uit de door mij geleerde leerstofhelft. Dus deed ik mijn uiterste best om een zo compleet als mogelijk antwoord neer te pennen. Want wat ik op die tweede vraag kon antwoorden, daar had ik het raden naar, want ik had er totaal geen idee van waar die over ging.

Doordat ik op de voorste rij zat kon de leerkracht mij goed observeren. De man zag dat ik op de tweede vraag nog niet eens trachtte een antwoord te formuleren. Dat was hij niet gewoon van me. En het leek hem te irriteren. Want hij vroeg me of ik dat boek dan misschien niet had gelezen. Als naar gewoonte sprak hij me aan met mijn familienaam. Wat mij dan weer irriteerde. Want ik kon er niet bij dat wij onze leraars met het voorvoegsel 'mijnheer' moesten aanspreken, terwijl zij naar ons toe niet hetzelfde deden.

Maar kom, dat is een andere discussie. Mijn resultaat op het bewuste examen was dus 50%. Mijn klasgenoot had 60%. Die had het geluk gehad een glimp op het blad van zijn linker buurman te kunnen werpen. Zodat hij ook iets had kunnen schrijven onder de vraag die niet uit de door hem geleerde boekhelft kwam. Vandaar het bewuste resultaat.

We hebben uit het voorval onze lessen getrokken. Maar het heeft er ons uiteraard niet van weerhouden om, zo de gelegenheid zich voordeed, en we het geluk hadden naast elkaar te mogen zitten voor een toets, elkaars weergave van de kennis nopens de leerstof, aan te vullen door middel van een portie afkijken. 

PS: zij die pas dit jaar lezer zijn geworden van mijn blog, kunnen hier een eerdere log van me lezen rond 'Spieken'.

20-03-09

RESPECT

 

RespectDeze avond gaat er op zoon Brian zijn school een poëzieavond door. Studenten uit de eerste drie studiejaren van het ASO van de middelbare school Atheneum Lokeren brengen werkjes naar voor. En een aantal leerlingen uit het zesde leerjaar basisonderwijs van hetzelfde onderwijsnet, het GO (gemeenschapsonderwijs) doen hetzelfde. Het thema vind je in de titel van deze log.

Speciaal voor deze gelegenheid heeft Brian, met mijn hulp, een gedicht in elkaar geknutseld, dat hij vanavond, samen met een klasgenoot, rappend gaat voordragen.

 

RESPECT

Respect, oh man, voor alles wat je kan.

In sport, op school, overal trek jij je plan.

Respect voor je oordeel, zelfs al brengt dit me geen voordeel.

Ontzag voor wat jij denkt en doet, ook al is dat contra mijn gemoed!

Respect is ook een lering, het zegt: "'k heb eerbied voor je mening."

R.E.S.P.E.C.T.

Regard, egard, sympathie, piëteit, eerbied, complete tolerantie.

Het is zo dat ik het woord voor mij zie!

En tegen al wie mij daarin volgen wil, zij die maken het verschil: bedankt, merci, coole pupil!

Brian, 25 januari 2009

21-02-09

Zet je feestneus maar op!

Wat de kwestie met eci betreft, heb ik, per e-mail klacht ingediend bij bij de Federale Overheidsdienst Economie, ECI - logoAlgemene Directie Controle en Bemiddeling. Tevens liet ik hen weten het raar te vinden dat deze firma op haar briefwisseling enkel een antwoordnummer bij een postkantoor vermeldt. Geen adres van de maatschappelijke zetel, geen registratienummer bij het handelsregister, geen BTW- of ondernemersnummer, geen rechtsvorm, geen telefoonnummer, faxnummer of e-mailadres, geen vermelding van de algemene verkoopsvoorwaarden op de keerzijde. Kan dit allemaal zomaar? Mag deze firma boven de wet opereren? Of geldt voor hen een andere handelswetgeving dan voor de doorsnee ondernemer? Andere wetten dan voor (gewone) burgers? Afsluiten deed ik met een verzoek tot antwoord en actie, waarvoor ik de dienst bij voorbaat dankte.

Een kopie van dit schrijven, en een link naar mijn log van 19 februari, zond ik door naar mijnheer de Minister van Justitie, Stefaan De Clerck (CD&V), mevrouw de minister van economie, ondernemen, buitenlandse handel en wetenschapsbeleid, Patricia Ceysens (Open VLD) en de Minister voor Ondernemen en Vereenvoudigen, Vincent Van Quickenborne(Open VLD). 

Zet je feestneus maar op

En verbergt uwen kop

Zodat niemand kan zien

Of jij Jan bent of Fien

Zoals op vele plaatsen in Vlaanderen, is het ook hier Carnaval - Brianin de Durmestad Lokeren CARNAVALweekend. Voor mijn zoon Brian werd dit gisteren al ingezet met een CARNAVALsfuif, georganiseerd door en op school. Alle studenten van de eerste graad middelbaar onderwijs van zijn school waren uitgenodigd. Allen mochten zich van 19u tot 22u, verkleed in de gekste outfits, gaan uitleven.

Brian ging er dolenthousiast heen en werd uit de ganse meute verkozen tot BEST VERKLEDE JONGEN! Bij de meisjes was het een Pippi Langkous die met de eer ging lopen. Van Prins Stijn I kregen zij felicitaties en uit diens handen ontvingen zij ook hun beloning: een waardebon, te besteden bij Free Record Shop.

Zondagnamiddag trekt de CARNAVALstoet door de centrumstraten. Als het weer het toelaat en ik iemand bereid vind om me deftig aan te kleden, ga ik toch eens de sfeer opsnuiven, de boel bekijken en... confetti in mijn haar verzamelen zeker?! LachenLachenLachen

Aan iedereen een zalig zotskappenweekend gewenst! Stoer

01-01-09

Nieuwjaarswensen

 

Nieuwjaarsbrief - 001Onze tweeling had dit jaar geen nieuwjaarsbrief meer om voor te lezen. In de middelbare school wordt dat niet meer gedaan. Een gemis? Ik weet het niet. Zelf heb ik dat schrijven van die brieven nooit leuk gevonden, want dat moest met de pen gebeuren. En dat kon ik niet, zonder vlekken te maken. Ondanks het gebruik van roze vloeipapiertjes.

Nieuwjaarsbrief - 000

Het voordragen vond ik evenwel nog veel erger. In het ABN, Algemeen Beschaafd Nederlands, oubollige teksten aflezen, of liefst nog: uit het hoofd opzeggen, met woorden die ik in het dagdagelijkse leven nooit gebruikte in de communicatie met mijn ouders, meter en peter. Mensen waarmee ik trouwens nooit wat anders sprak dan het dialect dat ik van hen had geleerd.

Niettegenstaande het bovenstaande, is er toch een tekst van een nieuwjaarsbrief, uit mijn kleutertijd naar ik vermoed, in mijn kopke (inmiddels 'hoofd') blijven hangen. En ik wil jullie deze niet onthouden:

Liefste ouders

Luister naar mijn nieuwjaarsbrief.

O, ik zie U toch zo gaarne.

Daarom wens ik u vandaag

Een zalig en gelukkig jaar

Uw lieve kapoen,

Rudi

Eksaarde, 1 januari weetikveelwelkjaardatisgeweest! 

Elkeen die dit leest wens ik:

Een fantastisch 2009!