13-06-12

Waar een mens al slapend zijn tijd mee vult

              

mens,verlamd,neurochirurgie,revalidatiecentrum,clnr,rc,ziekenhuis,universitair_ziekenhuis,uz,kamergenoot,buurman,nekoperatie,narcose,droom,man,dood,lijk,medische_ingreep,karaoke,therapie,geest,my_way,myway,frank_sinatra,franksinatra,laptop,slap,gezang,geheim,woonst,gezin,villa,bungalow,slaap,zomer,dode,zwerver,happymike,happy_mike,woning,examen,les,hogeschool,cursus,rolstoelerZoals intussen allicht genoegzaam geweten is, ontwaakte ik midden mei 2000, na een klungelig uitgevoerde nekoperatie, zwaar verlamd uit de narcose. Na drie maanden verblijf op de verpleegafdeling neurochirurgie, resideerde ik, aansluitend daarop, gedurende vijftien maanden in het revalidatiecentrum van het universitair ziekenhuis, waar de noodlottige medische ingreep werd uitgevoerd.

mens,verlamd,neurochirurgie,revalidatiecentrum,clnr,rc,ziekenhuis,universitair_ziekenhuis,uz,kamergenoot,buurman,nekoperatie,narcose,droom,man,dood,lijk,medische_ingreep,karaoke,therapie,geest,my_way,myway,frank_sinatra,franksinatra,laptop,slap,gezang,geheim,woonst,gezin,villa,bungalow,slaap,zomer,dode,zwerver,happymike,happy_mike,woning,examen,les,hogeschool,cursus,rolstoelerTijdens de dus meer dan een kalenderjaar durende therapie, verbleef ik in een heel krap bemeten tweepersoonskamer. En, met als doel zo goed mogelijk te recupereren, deed ik elke dag dapper mijn oefeningen. En toen ik “s nachts sliep, werkte mijn geest naarstig verder. En blijkbaar die niet alleen. Want toen ik op zekere ochtend ontwaakte, kreeg ik van mijn buurman te horen dat hij tijdens die net voorbije nacht gewekt was geworden door mijn gezang.

Al sinds een tijdje was ik, als vrijetijdsbesteding, bezig met karaoke op de in mijn slaapkamer opgestelde persoonlijke laptop en, samen met een aantal lotgenoten, ook op de computers die stonden opgesteld in de ontspanningsruimte van het revalidatiecentrum. En nu bleek dat ik tijdens mijn slaap mijn eigen versie had gezongen van het vooral dankzij de vertolking door de, ook onder de naam ‘The Voice’ gekende Amerikaanse crooner, Frank Sinatra, bekend en populair geworden lied 'My Way'. En, als ik mijn toenmalige kamergenoot mag geloven, had ik het er nog niet eens zo slecht van afgebracht

*****

mens,verlamd,neurochirurgie,revalidatiecentrum,clnr,rc,ziekenhuis,universitair_ziekenhuis,uz,kamergenoot,buurman,nekoperatie,narcose,droom,man,dood,lijk,medische_ingreep,karaoke,therapie,geest,my_way,myway,frank_sinatra,franksinatra,laptop,slap,gezang,geheim,woonst,gezin,villa,bungalow,slaap,zomer,dode,zwerver,happymike,happy_mike,woning,examen,les,hogeschool,cursus,rolstoelerIn datzelfde centrum voor locmotorische en neurologische revalidatie was ik vele maanden eerder eens ’s nachts angstig wakker geworden, badend in het zweet. En paniekerig omdat ik ervoor vreesde dat een angstvallig, zorgvuldig en succesvol door mij geheim gehouden daad, mogelijks zou worden ontdekt en geopenbaard. En wat voor een geheim: ik had gedroomd dat een lijk, dat ik enkele jaren eerder in onze tuin had begraven, wel eens spoedig zou worden gevonden. Met ongetwijfeld een resem extra problemen voor mij als gevolg Wenkbrauw ophalen

Het was immers zo dat ik, na rijp beraad, had beslist om mijn huis, een voor een rolstoeler slecht toegankelijke villa, te verkopen. En met mijn gezin te verhuizen naar een bungalow of de gelijkvloerse verdieping van een flatgebouw. Daar moet ik in mijn slaap mee bezig zijn geweest. En de kans dat bij een verkoop van mijn woonst de nieuwe eigenaar in de vrij grote tuin zou (laten) graven was heel reëel. Bijvoorbeeld om er een extra gebouw in neer te poten of om de klassiek aangelegde tuin naar eigen smaak herin te richten.

mens,verlamd,neurochirurgie,revalidatiecentrum,clnr,rc,ziekenhuis,universitair_ziekenhuis,uz,kamergenoot,buurman,nekoperatie,narcose,droom,man,dood,lijk,medische_ingreep,karaoke,therapie,geest,my_way,myway,frank_sinatra,franksinatra,laptop,slap,gezang,geheim,woonst,gezin,villa,bungalow,slaap,zomer,dode,zwerver,happymike,happy_mike,woning,examen,les,hogeschool,cursus,rolstoelerEn die dode was vast Happy Mike, een Engelse zwerver zonder identiteitspapieren, die eens een zomer lang klussen bij mij verrichtte. Toen die man eens door een fout manoeuvre bijna van het dak van mijn woning was gevallen en nadien wou weten wat ik had gedaan als hij morsdood op de begane grond was beland, had ik immers geantwoord dat ik hem dan zou hebben begraven in een enkele dagen eerder door hemzelf gegraven kuil!

Maar dat voorval herinnerde ik mij (nog) niet bij het plots ontwaken uit die nare droom. Gek genoeg was ik er ook in wakkere toestand van overtuigd dat er een dode man begraven lag in mijn tuin. En dat de nieuwe eigenaars dit bij graafwerken vast zouden ontdekken. Dus moest dat lijk moest daar weg. Maar op welke plek had ik dat ook alweer begraven? En hoe kon ik dat voor elkaar krijgen? Want met dat zwaar verlamde lichaam van me lukte me dat uiteraard niet eigenhandig. Maar aan wie kon ik hulp vragen? Al deze en meer vragen spookten door mijn hoofd.

Achteraf bekeken komt het me vreemd voor, maar het heeft me toen dagenlang bezig gehouden vooraleer ik er met stellige zekerheid van overtuigd was dat er van een accident en een in mijn tuin begraven dood lichaam helemaal geen sprake was. En dat het ganse verhaal een door mijn hersenen verzonnen spinsel was Lachen


*****

mens,verlamd,neurochirurgie,revalidatiecentrum,clnr,rc,ziekenhuis,universitair_ziekenhuis,uz,kamergenoot,buurman,nekoperatie,narcose,droom,man,dood,lijk,medische_ingreep,karaoke,therapie,geest,my_way,myway,frank_sinatra,franksinatra,laptop,slap,gezang,geheim,woonst,gezin,villa,bungalow,slaap,zomer,dode,zwerver,happymike,happy_mike,woning,examen,les,hogeschool,cursus,rolstoelerEen gelijkaardig fenomeen deed zich voor toen ik als jonge twintiger ernstig overwoog om terug les te beginnen volgen aan de hogeschool. Gedurende meer dan een jaar schrok ik regelmatig ’s nachts wakker, denkend dat ik de volgende dag een belangrijk examen diende af te leggen. En de inhoud van mijn cursus nog niet grondig genoeg had ingestudeerd. Keer op keer duurde het minutenlang vooraleer ik eruit was of ik al dan niet (reeds) opnieuw student was en al dan niet een examen voor de boeg had. Uiteindelijk waren de antwoorden telkens ontkennend. Waarna ik steeds gerustgesteld terug indommelde en vredig verder sliep.

15-12-09

Opschudding in de zaal

 

Het is een tijdje stil geweest op deze weblog en misschien blijft dat ook nog wel even duren, alhoewel dat helemaal niet mijn bedoeling is. Want ik heb nog steeds heel veel in mijn hoofd zitten, dat er heel graag uit wilt en via de wijsvinger van mijn linkerhand zou willen worden uitgetypt.

Friends For SaleUit berichten die ik vanuit mijn 'lezerskring' ontvang, stel ik vast dat er diverse speculatiepistes zijn rondom deze stilte op mijn blog. Zoals bijvoorbeeld te actief zijn op FarmVille'Facebook', of te veel bezig zijn op de daarmee samen hangende spelletjes, zoals 'Friends For Sale!' en 'FarmVille'.

Foute veronderstellingen evenwel. Want de voornoemde activiteiten dienen enkel ter verstrooiing van mijn geest en zijn geen doel op zich. De ware redenen zijn elders te vinden. En wel voornamelijk op familiaal vlak, waar ik mij in een zeer precaire situatie bevind. Die me fysiek en mentaal totaal uitput. Het nemen van beslissende stappen wordt alsmaar urgenter. Maar naast een aantal klaarblijkelijk niet te overwinnen obstakels, houdt ook de vrees een foute keuze te maken, me tegen in mijn besluitvorming, En derhalve ook in het ondernemen van acties.

Voornamelijk, om niet te 'zeggen' al mijn bezorgdheid hieromtrent gaat uit naar de gevolgen ervan op de mensen waar ik om geef. Met de consequenties die het nemen van verkeerde beslissingen kunnen hebben op mijn eigen zelve, daar kan ik best mee leven. Door mijn grote vergevingsgezindheid en eindeloos begrip voor mijn 'mens' zijn, en al hetgeen daarmee gepaard gaat. Knipogen

Maar vooraleer samen met jullie weg te zinken of te verdrinken in een mateloze mistroostigheid, ga ik het hier in dit epistel vlug over een andere boeg gooien. Deze vaak korte, donkere en nu ook al koude winterdagen zijn immers op zich al somber genoeg. Knipogen

Daarom ook is naar buiten en onder het volk komen voor elke mens zo belangrijk. En je komt al eens 'iets' of 'iemand' tegen als je je als persoon in kwestie buitenshuis verplaatst. Dat kan eenieder getuigen, en ook ik ben daar geen uitzondering op.

Kerstmarkt Lokeren 2009Zaterdag jongstleden ben ik naar de plaatselijke Kerstmarkt geweest. Het zag er allemaal best gezellig uit. Maar voor mij is zulk een evenement iets dat je best en liefst in gezinsverband aandoet. Zelf had ik in mijn uppie ook jammer genoeg niet de kans om een warme chocomelk te drinken of van één van die aanlokkelijke warme snacks te smullen. Mijn enige, beperkt functionele hand, de linker, was immers volledig verstijfd van de kou.

Kerstverlichting LokerenToch vond ik dit uitje de moeite waard. Al was het maar omwille van de vriendelijke begroetingen door bekenden, de burgemeester inclusief, de vele vrolijke mensen, al dan niet in die toestand als gevolg van het drinken van alcoholische dranken, de sfeervolle Kerstmuziek... en vooral de artiest die op een podium ijssculpturen vervaardigde. Uit blokken ijs heb ik die man, met kettingzaagjes en beitels als gereedschap, een Kerstster (met staart) en een engeltje zien tevoorschijn toveren. Prachtig vond ik dat!

Een drietal weken eerder bezocht ik de zondagse rommelmarkt op het stationsplein van mijn woonplaats. In gezelschap die keer. Maar er waren jammer genoeg vele gelegenheidshandelaars niet komen opdagen. Allicht omwille van het toenmalig wisselvallige weer.

Toen ik op het punt stond om naar huis te rijden, maar nog even genoot van het zicht op de activiteiten op het plein, kwam een vrouw op ons af die de mij vergezellende jongedame aansprak. Ik zei de vrouw, luid en duidelijk, dat, als ze iets te zeggen had, ze mij moest aanspreken. Ze bekeek me eens raar en begon toen weer te babbelen tegen het meisje naast me. Ik herhaalde wat ik ook daarvoor reeds had gezegd, maar mijn woorden mochten niet baten.

Na nog eens hetzelfde scenario kwam ik dan toch te weten dat die vrouw me weg wou van de plaats waar ik stond. Omdat haar man zo meteen ging komen met de auto, om hun spullen in te laden.

Angry womanAls er nu iets is waar ik een hekel aan heb, dan is het om te worden aanzien, beschouwd en behandeld als zijnde een breinloos, onmondig, in de weg staand 'object'. Dus zei ik die vrouw dat ik mij wel zou verplaatsen op het moment dat de omstandigheden dat zouden vereisen, in casu als haar man met hun vierwieler ten tonele zou verschijnen.

Angry smileyDe vrouw keek me dom aan. Ik keerde haar de rug toe, maar draaide me onmiddellijk terug om en zei dat ik het niet prettig vond om als een 'obstakel' te worden behandeld en dat ze het in de toekomst best zou laten om mij en anderen zo te behandelen. Als antwoord kreeg ik te horen een zaag te zijn, waarna de vrouw wegliep. Ik draaide me geheel rond. Tijdens het keren was ze teruggekeerd. Toen ik haar zei dat van me weglopen wel erg laf was, stak het vrouwmens haar armen in de lucht en riep ze uit: "Ik heb het hem beleefd gevraagd, maar 'die' wil hier maar niet weggaan!" "Dat is omdat dit plein van iedereen is en niet van jou alleen" liet ik nog weten, waarna ik doorreed. Net op het moment dat die partner met zijn auto verscheen. Verbaast kijkend naar zijn met haar armen hemelwaarts gerichte partner. Lachen

Het vrouwmens is waarschijnlijk zwak begaafd, maar dat is naar mijn mening geen excuus. Al te vaak kom ik in contact met personen die het huis niet meer uitkomen omdat ze buitenshuis vaak 'onmenselijk' worden behandeld, of voortdurend het slachtoffer zijn van ontoegankelijkheid. Dus blijf ik tot in den treure tegen al dit onrecht ageren. In het belang van de 'mensheid' en de 'menselijkheid'! Ze hadden potverdikke die Nobelprijs voor de Vrede net zo goed aan mij kunnen geven, in plaats van aan Obama! :-) Deze laatste, vaak verkeerdelijk als 'zwarte' aangeduid, zit er blijkbaar ook mee verveeld deze eerbetuiging (nu al) te krijgen. Dat zou ondermeer kunnen af te leiden zijn uit wat hij over zijn eigen dankrede zegde. Namelijk dat hij ze best goed vond opgemaakt, en zelfs in die mate dat hij aan het eind ervan, er bijna zichzelf mee had overtuigd dat bij die prijs wel echt heeft verdiend. Lachen

Dit najaar ben ik reeds een aantal keer op donderdagavond naar de film geweest in het Cultureel Centrum van mijn woonplaats. Hun filmplanning past goed in mijn leefschema: aanvang om kwart na acht, dus doorgaans afgelopen omstreeks tien uur. Zodat ik zonder me te hoeven haasten, terug thuis ben tegen half elf, het tijdstip waarop mijn thuisverpleegkundige me normaliter komt verzorgen en in bed helpen.

Un prophète - 000De laatste keer dat ik ging kijken, draaide men er de Franse film 'Un prophète'. Een boeiend, interessant, maar 'ruig' gevangenisdrama. Veel volk was er niet. Ik denk een honderdvijftigtal personen. En allen zaten ze op de tribune. Terwijl ik op de begane grond, in het gangpad stond, tussen de onbezette stoelen.

Toen de film, naar ik vermoed, een drietal kwartier bezig was, werd er een huiveringwekkende scène getoond. Een kerel werd in zijn cel, door het hoofdpersonage, met een scheermesje de keel overgesneden. Waarna je het slachtoffer op de vloer zag liggen doodbloeden, terwijl er nog een aantal keer een sluiptrekking door diens lichaam ging. Net echt!

Kort daarna hoorde ik stemmen in de zaal. En toen ik rechts van me keek, zag ik mensen de trappen afgaan en via het gangpad aan de andere kant van de zaal, zich begeven naar de uitgang aldaar. Waren die zo geschokt door dat bloedige fragment dat ze verkozen er vandoor te gaan? Maar kon dat dan niet zonder de andere bioscoopbezoekers te storen?

Terwijl ik deze overdenking maakte, en middelerwijl ook trachtte het verhaal verder te volgen, stopte men de filmspoel. Hier moest meer aan de hand zijn. Een dame haastte zich tot vooraan in de zaal. Om ons toe te spreken en de reden voor de onderbreking mede te delen, zo verwachtte ik. Maar het was om de lichten aan te steken. Het bleef dus gissen naar de reden van de interruptie. Misschien was men, zoals ik al een keer eerder meemaakte, de verkeerde film aan het afdraaien? Of was er ergens in de zaal brand uitgebroken? Of in de ontvangstzaal ernaast, want sommige mensen liepen eerst de zaal waarin ik me bevond uit, en vervolgens weer in.

Un prophète - 002Gedurende het omdraaien van mijn rolstoel, teneinde de filmliefhebbers op de tribune te zien, bedacht ik ook de mogelijkheid dat er iemand onwel was geworden bij het zien van die even daarvoor vertoonde gruwelijke beelden. En, afgaande op wat mijn ogen even later te zien kregen, was dit inderdaad de oorzaak van de ongeplande en ongewenste pauze.

Een groepje mensen zat en stond omheen een ietwat corpulente heer die op een zitje zat op één van de bovenste tribunerijen en die er, gezien vanaf mijn positie, niet erg fris uitzag. Nu was het klimaat er wel naar geschapen om onpasselijk te worden: een warme zaal en op het scherm een bloederig tafereel. De nooddeuren werden open gezet om wat koelte en zuurstof in de zaal te brengen. Tenminste ik vermoed dat dit de intentie was, want nog steeds had niemand het initiatief genomen om alle aanwezigen in de zaal op de hoogte te stellen van wat er aan de hand was.

Verschillende mensen verlieten de zaal. Die hielden het blijkbaar voor bekeken. Omdat de inhoud van wat ze tot dan toe van de film zagen, hen niet aanstond? Omdat de interruptie al te lang duurde? Of omdat ook zij in katzwijm dreigden te vallen? Joost mag het weten. Maar hoeft het niet aan me door te zeggen omdat deze informatie totaal onbelangrijk is. Knipogen

Alhoewel het er naar uitzag dat er niks meer aan de hand was dan een appelflauwte, werd naar hetgeen ik van op mijn plek kon horen, toch de 100 gebeld. In afwachting van de ziekenwagen, werd de 'zieke' , ondersteund door zijn gezellen, de trappen af en naar buiten geleid. Even later kwam de technisch verantwoordelijke van dienst dan melden dat hij de projectie zou laten verdergaan. Niemand protesteerde. Het incident had alles bij elkaar een twintigtal minuten oponthoud veroorzaakt.

Un prophète - 001Het vervolg van de film bleef hard en gewelddadig, maar de meest akelige scène hadden we klaarblijkelijk toch reeds gezien. Of het door de onverwachte onderbreking kwam of gewoon omwille van het feit dat een film naar mijn goesting niet al te lang mag duren, feit is dat ik een uur later een beetje ongeduldig op het einde van de prent zat te wachten. Die film bleef immers maar duren. En op een gegeven moment kreeg ik al een SMS'je van mijn verpleger met de vraag of ik reeds thuis was.

Liever het einde van de film missen, die me toch niet echt meer boeide, dan een nacht in mijn rolstoel te moeten doorbrengen. Het was trouwens niet enkel mijn thuisverpleegkundige die me thuis verwachtte. Ik had er ook op gerekend bijtijds thuis te zijn om het op een redelijk tijdstip naar bed gaan van mijn zoons te controleren!

Maar hoe zou ik voortijdig de zaal kunnen verlaten? Ik trachtte oogcontact te maken met de toeschouwers die het minst ver van me af zaten. Mogelijks door de duisternis bleef deze actie evenwel zonder succes. Alle ogen bleven op het witte doek gevestigd. Gebaren durfde ik niet te maken, want gezien hetgeen eerder die avond was gebeurd, dacht men dan mogelijks dat er ook met mij iets loos was. En ik wou het niet meemaken dat men ook voor mij, en onnodig de filmprojectie zou stoppen.

Dus zette ik mijn lichten aan en reed zachtjes achterwaarts richting uitgang. Waar ik hoopte dat de deuren zouden openklappen als ik er zachtjes tegenaan reed. Dat lukte... deels. Halverwege kwam ik namelijk vast te zitten. Ik slaakte een zucht en gromde toen een vloek waarin de naam voorkomt van dat opperwezen waarin ik niet meer geloof. Dat hielp me wonderwel vooruit, want het woord was nog niet koud of daar stond reeds een werknemer van het Cultureel Centrum naast me, die me uit mijn benarde positie kon redden. Van die man vernam ik ook dat die film er één is die tweeëneenhalf uur duurt!

Diezelfde persoon ging ook met me mee om de dubbele draaideuren aan de toegang tot het gebouw open te houden. Waarna niks me nog in de weg stond om, na even snel telefonisch mijn komst aan te kondigen, in de stilte van de donkere nacht, gezwind huiswaarts te rijden. Lachen

19-07-09

Alles kan eens mens gelukkig maken

 

Ons huis staat op enige afstand van de straat. Een meter of 10, schat ik. En de voordeur ligt ook wat hoger dan de driewegsbaan waar we op uitkijken, en die in beide rijrichtingen is voorzien van fietsstroken,

Als gevolg van het goede, warme weer stonden tijdens de afgelopen werkweek, de deuren wagenwijd open. Zowel de binnendeur tussen de living en de inkomhal, als deze om naar buiten te gaan. Excuseer, 'rijden' in mijn geval. 

bicycle girl (small)Na met voldoening een werkje op de computer te hebben voltooid, wou ik nog even van de laatavondzon genieten op het terras aan de voorzijde van onze woning.

Vrolijk fluitend reed ik, vanuit de living, via de inkomhal door de openstaande deur naar buiten. Mijn ogen gericht op het klein afhellend vlak, dat daar ligt om het hoogteverschil tussen binnen en buiten te overbruggen.

Toen ik die 'stap' naar wens had beëindigd, dus zonder het ongewenste met mijn zitvlak naar voor schuiven op mijn zitkussen, richtte ik mijn hoofd op en keek recht in het lieflijk glimlachende gezicht van een jong meisje, dat al fietsend mijn woonst passeerde.

Haar (her)kennen deed ik niet, want zo goed als zeker heb ik dat mooie blondje nooit eerder ontmoet. Maar waarschijnlijk heeft ze gedacht dat het naar haar was dat ik floot. En had ik het geluk dat de deerne niet misprijzend reageerde, maar integendeel uiterst sympathiek!

Geloof me vrij, dat ik nog de ganse avond heb nagenoten van de toffe reactie van die jongedame.

Gisteren gebeurde er iets anders. Op dezelfde locatie. In de vooravond zat ik vooraan het huis mijn sandwiches op te eten. Gepositioneerd op een plekje waar een streepje zon was. De voorgevel staat daar ongeveer anderhalve meter meer naar voor, dan de van de rondom van een brede houten raamkozijn voorziene inkomdeur. De wind was even gaan liggen, dus was het een aangenaam vertoeven aldaar.

Blowing wind - 000Nog maar net had ik mijn avondmaal verorberd, toen er ineens een hevige windstoot kwam. Vlug greep ik naar de handdoek op mijn bovenlichaam en de doek van fleece die op mijn benen lag. Teneinde deze niet geheel te laten (op)pikken door de wind. Die was er gelukkig enkel vandoor met het, nu lege zakje, waar even ervoor mijn broodjes hadden in gezeten.

Verdikke, alweer vuilnis op mijn hof, dacht ik. Want iets dat op de grond ligt kan ik immers niet zelf oprapen. Tenzij, zo dacht ik steels, dat zakje om de hoek heen zou zijn geblazen, recht in mijn inkomhal. Alwaar het dan 's avonds allicht door de verpleegkundige van dienst zou worden opgemerkt. En door deze gedienstige man vast zou worden opgeraapt en in de vuilnisbak gegooid.

Maar ik rekende niet op een dergelijk onwaarschijnlijk geluk. Draaide mijn rolstoel en keek om me heen, maar dat transparant plastieken koelkastzakje was nergens te bespeuren. Allicht reeds tot bij de buren gewaaid, dacht ik nog. En aangezien ik buiten niks meer had te zoeken of te vreten, reed ik mijn, aan de voordeur liggend hellend vlak op. En wat zag ik daar liggen, mooi aan de kant, halverwege mijn inkomhal? Inderdaad, dat zakje! En blij dat ik was! Alweer een ganse avond goed geluimd door een fabuleus boffen.

Met deze twee ogenschijnlijk oninteressante en onbenullige voorvallen is voor mij nogmaals bewezen dat het de kleine dingen zijn, de simpele gebaren of uitingen, een onverwachte meevaller... die de echte levenskwaliteit, de gemoedsstemming van een mens bepalen. Of geldt dat enkel voor mij? En ben ik een zielig ventje dat al te vlug content is? Knipogen Voor mij is ieder vrij om daarover haar of zijn gedacht te hebben en dat vrijuit te melden. Je oprechte, eigen mening uiten, zal bij mij nooit kwetsend overkomen. Het is maar dat je het weet! Lachen

01-07-09

De avonturen van Rudi, zonder Co

 

Neen, ik ben niet geveld door de zon of in een diepe zomerslaap gezonken. En ook niet fysiek van de aardbol verdwenen,  Karel Van Miert, Yasmine, Farrah Fawcett, Michael Jackson en een resem andere mensen en dieren achterna.  Neen, het zou wat al te gortig zijn om net nu ik een nieuwe rolstoel heb en terug enigszins mobiel ben, het tijdige te ruilden voor het permanente einde.

De reden voor mijn verminderde activiteit alhier is te wijten aan het feit dat ik mijn een beetje moest reorganiseren, als rechtstreeks gevolg van het sinds zaterdagochtend op reis vetrekken van mijn huisgenoten. En ik mocht inderdaad niet mee. Mijn bijdrage aan hun vakantietrip blijft beperkt tot het meefinancieren van de reis. Nochtans was ik ook wel graag eens een tijdje weg 'gegaan' van mijn vaste verblijfsstek. Helaas... Wenkbrouw ophalen

Doorheen de jaren las ik in zo vele publicaties keer op keer dat ieder mens nood heeft en recht op seks en vakantie. Wat ik ervaar in mijn omgeving is dat men er blijkbaar, ter wille van de eigen gemakkelijkheid en gemoedsrust, vanuit gaat dat ik de uitzondering ben op de regel. Wat dus een totaal foute veronderstelling is. Want het is niet omdat ik met mijn willoos lichaam in een invalidenkarretje rondcross, dat ik geen noden, verlangens noch gevoelens heb. Die heb ik wel degelijk.

Maandagnamiddag reed ik naar het oudercontact op Brian zijn school. Als rolstoeler had ik het zalige genoegen buiten op de koer de leerkrachten van mijn kind te mogen spreken. Het gebouw is immers helemaal niet voorzien op zich op wielen voortbewegende medemensen.

Met het prachtige weer op die dag, was die, in wezen schandelijke ontoegankelijkheid, voor één keer geen straf, geen vernedering, maar daarentegen een zegen. Ik hoefde, in tegenstelling tot andere ouders immers niet in een, allicht door de warmte bevangen gang te gaan zitten vooraleer in een wellicht even muf klaslokaal te worden ontvangen. Neen, zalig in de schaduw van een boom vond ik mijn plekje!

Toen ik, in afwachting van een onderhoud met zijn klastitularis, door een mevrouw, naar ik vermoed werkzaam op het secretariaat van de school,  het rapport van zoon Brian kreeg overhandigd, dit met een bang hart opende en tot mijn grote vreugde het A-attest aantrof, raakte ik zowaar geëmotioneerd.

Gelukkig waren er geen vreemden in mijn onmiddellijke buurt, want door de emotie overmand zou spreken even moeilijk zijn geweest. Had ik dit nieuws op mijn eentje thuis vernomen, ik had waarlijk gehuild van opluchting en blijdschap. Jammer dat ik deze vreugde niet onmiddellijk met een naaste kon delen.

Een dag later was Austin zijn school aan de beurt. Per e-mail had ik met zijn klastitularis afgesproken, even voor de middag, in een lokaal op het gelijkvloers. Want ook deze school blinkt uit in haar ontoegankelijkheid voor minder mobiele medemensen.

De juf stond me al op te wachten... achter een gesloten deur. Het was dus geen slecht idee geweest om niet zonder assistente te komen, want anders had ik weer schoon alleen voor de deur kunnen staan wachten tot ik een passant kon aanspreken met het verzoek die deur voor me te openen. Met het gevaar dat ik, eens binnen, met de deur achter me dichtgeklapt, als een rat in de val had gezeten als daar niemand te bespeuren viel. Maar dat doemscenario viel me dus gelukkig niet ten deel. En ook hier ving ik een A- attest. Hoera!

Dol van vreugde ging ik, vooraleer huiswaarts te keren, een ritje maken. Onderweg at ik, in een schaduwplekje bezijden een verkeersarme straat, en met uitzicht op de spoorweg, mijn meegenomen boterhammen op. Eenzaam en alleen, want mens noch dier was te bespeuren in die buurt. Maar ik was in goed gezelschap: mijn eigen zelve! Knipogen

Op weg naar huis reed ik langsheen een verpauperde volksbuurt. Uit de tegenovergestelde richting kwam een wijkagent aangereden, die even nadien de straat dwarste en zijn bromfiets parkeerde ter hoogte van een rijhuisje op de hoek. Terstond hield ik halt, want mogelijks kreeg ik aanstonds wel een interessant tafereel te zien. Met mijn GSM in de hand, veinzend dat ik aan het telefoneren was, hield ik nauwlettend de agent in het oog. En was benieuwd welk schouwspel zich zo meteen in mijn gezichtsveld zou afspelen

De man, die zijn helm op het hoofd hield, belde aan bij het hoekhuis. Ging vervolgens twee stappen achteruit en wachtte af. Niemand deed open. Anderhalve minuut later zette de politiebeambte terug een stap naar voor en drukte met gestrekte arm op de bel.

Korte tijd later ging de deur langzaam open en verscheen er in de deuropening een knappe, niet al te grote griet van naar ik schat halfweg de twintig, met het lange blonde haar opgestoken in een dot. Het naakte lichaam nauwelijks bedekt doof een minuscule bikini! Blijkbaar gegeneerd hield ze één arm voor haar boezem. Nochtans had ze volgens mij weinig te verstoppen, want voor zover ik het vanuit mijn positie kon zien was het wicht aan de voorkant zo plat als een vijg. Wat evenwel niks afdoet aan haar schoonheid!

De agent wees met zijn rechterarm naar het wel een halve meter hoog staande gras en onkruid in het amper enkele vierkante meters groot voortuintje en de vele op elkaar gestapelde, barstensvolle huisvuilzakken die ook al voor de woning een plekje hadden gekregen. Het meisje maakte met haar vrije arm wat gebaren en ik zag haar ook bevestigend met het hoofd knikken. Allicht beloofde ze de wijkagent de vuilnis op te laten ruimen en de voortuin een beetje te fatsoeneren.

Blijkbaar volstond dat voor de agent, want de man kroop terug op zijn brommertje en reed er vandoor. Toen hij me gepasseerd was, borg ik mijn mobieltje weg. Dat voorwenden aan het bellen te zijn, was immers niet meer nodig. En dat schone mokkel was al lang terug in haar huurhuisje verdwenen. En lag allicht alweer te zonnen op haar terras of koertje of in haar achtertuin. Lachen

27-05-09

Visverstand, misverstand et cetera

 

Iemand is ontzettend boos op mij. En dan nog wel omwille van een futiliteit. Althans naar mijn mening. Want die mens in kwestie ziet dat totaal anders. En dat is diens recht. Dat staat zelfs in de 'Universele verklaring van de rechten van de mens.'

Waar het om gaat is het volgende. Op de blog van die persoon stond een foto van een goudvis in een bokaal. En in het bijschrift vertelde die kerel met trots dat dit zijn nieuwste aanwinst was.Goudvis - 000

Alhoewel ik er weet van heb dat die geschubde waterwezentjes waarschijnlijk een heel kort geheugen hebben (enkele seconden), en dat het dan allicht voor die diertjes weinig uitmaakt hoe groot de bassin is waarin ze moeten rondzwemmen, heb ik er toch iets tegen dat mensen goudvissen het leven laten slijten in zo een kale ronde glazen kom. Mijns inziens is dit trouwens een inbreuk op de 'Universele verklaring van de rechten van het dier.'

Godganse dagen rondjes zwemmen. En als afwisseling zo nu en dan de kom eens diagonaal kruisen. Dat is in mijn ogen een zielig vertoon. En als dat verhaal over dat ultra beperkte korte termijngeheugen van goudvissen een kwakkel is, zoals hier en daar wordt beweerd, dan leiden (eerder: lijden) die vissen wel een uiterst saai bestaan!

Het lijkt mij ook enerverend om daar als mens voortdurend naar te zitten staren. Naar een met water gevulde glazen bokaal, waarin een goudvis, eenzaam en alleen, schier eindeloze rondjes zwemt. Maar ieder zijn goesting, uiteraard!

Aangezien ik er, met de hierboven aangehaalde bedenkingen in mijn gedachten, niet veel voor voelde om op die kerel zijn 'heuglijke' mededeling ernstig te antwoorden, met een ongemeend proficiat, schreef ik een ludiek bedoelde reactie: "Ziet er lekker uit! Laat het je smaken!"

HaatmailDaarmee heb ik dus op die persoon zijn tenen getrapt. En ook op zijn ziel! Want, zo liet de verbolgen man me weten, deze nieuwe goudvis was er gekomen nadat de vorige door de in huis geslopen kater van de buren, uit die zwembokaal was gevist en half verorberd op het keukentapijt was achtergelaten. Alwaar die door zijn baasje werd gevonden. Terwijl de moorddadige kater, opgeschrikt door de komst van die manspersoon, er ijlings langs diens benen vandoor glipte.

Maar dat kon ik toch niet weten?! Nu ja, zo geraakt mijn map met ongewenste e-mail, naast die nare reclame, notificaties van gewonnen geldbedragen en andere onzinberichten, ook eens gevuld met wat haatmail!

Alhoewel, niet echt, want inderdaad, wederom hebben jullie een verzinsel gelezen dat ontsproten is uit mijn uiterst fantasierijke geest! Lachen

17-05-09

Herinneringen uit mijn verleden - bevoorrading en zo

 

Mijn ouderlijk huis is gelegen in een gehucht van wat vroeger een klein dorp was. Wij woonden werkelijk in een boerengat. Veel van onze buren waren boeren met, zoals dat nu heet, een gemengd bedrijf, waarin dus zowel aan landbouw als aan veeteelt werd gedaan. Op heel kleine schaal weliswaar. Absoluut niet te vergelijken met de huidige omvangrijke boerenbedrijven.

De meeste andere buren waren arbeiders en hier en daar al eens iemand met een zelfstandige activiteit. Een metser of een schrijnwerker. En het merendeel van hen woonde, net zoals wij, op een voormalig boerenerf. In de stallen stonden dat wel geen koeien of varkens meer, maar dikwijls hield men nog wel wat kleinvee. Bij ons waren dat kippen en konijnen.

Onze inkopen deden we grotendeels in de buurtwinkels. En met 'we' doel ik op mijn ma, mijn zussen en mezelf. Want shoppen is mijn pa pas beginnen doen vanaf het moment dat wij een auto hadden, begin de jaren zeventig, tevens het moment dat er aan de rand van alle grote steden supermarkten opdoken. Waar alles op één adres te krijgen was, en bovendien veel goedkoper!

Maar de jaren voorheen werd alles wat wij nodig hadden, in onze eigen buurt gekocht. Zo kwam ons brood van bij de bakker uit onze straat. Wiens helper zelfs een keer of drie per week op ronde ging om ons aan huis van vers brood te voorzien. Die man sprak enkel over het weer. Goed weer, slecht weer, geen weer... iets anders kwam daar niet uit dienen mens zijn spraakorgaan.

Toen, op café, iemand hem vroeg naar het waarom ervan, antwoordde de man simpelweg dat hij, door over niks anders dan het weer te spreken, hij ook niks verkeerds kon zeggen. Hij zag veel, hoorde ontzettend veel, was van veel gebeurtenissen, vaak ongewild getuige. Maar roddelen was niet aan de man besteed. Zo vermeed hij extra twisten en hield de kerel iedereen te vriend.

Ons vlees en onze charcuterie gingen we halen bij de beenhouwer aan 't kapelletje, het centrum van onze buurt. Als ik meeging met mij ma, dan kregen wij vaak de onverkoopbare restjes van de salami's mee naar huis. Ik was daar verlekkerd op! Toen ik al wat ouder was, zond mijn ma me al eens alleen naar die winkel. Dat deed ik graag. Alleen boodschappen doen, zoals een grote mens! Fantastisch vond ik dat!

Mijn ma gaf me dan altijd een briefje mee, waarop stond geschreven wat ik behoorde mee te brengen. Tijdens de fietsrit naar de beenhouwerij leerde ik dat dan van buiten. Want als een klein ventje de gewenste boodschappen van een briefje aflezen, dat vond ik maar niks. Daar voelde ik mij veel te groot voor!

Op een zekere dag stond ik in die winkel, te wachten tot het mijn beurt was. Het was er nogal druk. Er stond al wat volk in de zaak op het moment dat ik arriveerde, en na mij waren er nog enkele personen binnen gekomen. Allemaal mensen uit de buurt. Want ander volk kwam daar niet. Toen het eindelijk mijn beurt was, wist ik niet meer wat er ook alweer op dat briefje stond geschreven. Verdikke!

Dus bestelde ik maar vast iets dat mijn ma meestal meebracht. Terwijl de beenhouwersvrouw bezig was met het snijden en wegen van dat ordertje, trachtte ik zo onopvallend mogelijk dat papiertje te bekijken dat mijn ma me had meegegeven. Het eerste lijntje kon ik duidelijk lezen en bestelde ik. Maar terwijl ik op de winkelierster haar vraag of het iets meer mocht zijn dan het gevraagde gewicht, positief antwoordde, brak ik tezelfdertijd mijn hoofd over wat er in Gods naam verder te lezen stond.

Het briefje aan de verkoopster te lezen geven, zoals mijn ma me steeds opdroeg te doen bij twijfel, daar dacht ik nog niet eens aan. Mij daar, met al dat volk in de winkel, belachelijk maken, was wel het laatste dat ik zinnes was. De roddeltantes die in dit oord overal pertinent aanwezig waren, zouden ongetwijfeld hun 'werk' doen en de eerstvolgende schooldag zou ik dan vast worden uitgelachen als het ventje dat bij het boodschappen doen mama's lijstje aan de verkoopster moest overhandigen, omdat ik zogezegd onbekwaam, achterlijk of dom zou zijn. Dat kende ik. Pesten was in die tijd in die bekrompen gemeenschap dagelijkse kost.

Om dat onheil te vermijden bestelde ik dus maar, op goed komen uit, zoals wij dat toen uitdrukten, wat fijne vleeswaren en ook een halve kilo gehakt. Dat laatste weet ik nog heel goed. Nochtans was ik absoluut niet zeker of dat item of iets wat daar van benaming op leek, ook op mijn ma's lijstje voorkwam. Maar ik had wel zin in gehaktballen, en dit, wat wij noemden 'gekapt' was daarvoor een onmisbaar bestanddeel.

Eens afgerekend reed ik rechtstreeks naar huis, want al dat vlees moest zo snel mogelijk de koelkast in. Want veel ervan kon snel bederven. Of sloeg een lelijke kleur uit, en dan was het op zijn minst niet lekker meer. En vaak zelfs helemaal oneetbaar. Zo wist ik van mijn ma. In die tijd luisterden kinderen immers nog naar hetgeen hun ouders hen, vaak tot vervelens toe, vertelden of uitlegden.

Mijn lieve ma was hoogst verbaast toen ze de boodschappen uit de tas haalde. Ze keek mij aan en begreep maar niet hoe die beenhouwersvrouw zich zo vergist kon hebben, te meer daar zulks nooit eerder was voorgevallen. Zelf vergoelijkte ik de beenhouwersvrouw door mijn ma te vertellen dat er toch wel een grote drukte heerste in de zaak en de dame allicht daardoor één en ander verkeerd van het briefje had afgelezen.

In mijn kindertijd moesten wij trouwens niet ver lopen om aan drank, voeding of om het even wat te geraken dat we thuis, in de huishouding, nodig konden hebben. Schuin over onze deur was er een klein winkeltje. Naast en in hetzelfde gebouw gevestigd als een café, waarvan de uitbaatster daarvan, ook de winkelierster was. Zulke gecombineerde uitbatingen, kwamen in die tijd veel voor in Vlaanderen. In onze, nochtans dunbevolkte buurt waren er zo zelf twee!

En voor zowat alles kon je daar terecht. Snoep, drank, koekjes, beschuiten, sigaretten, kaarsen, batterijen... Als ik mij goed herinner een aanbod dat een beetje vergelijkbaar is met hetgeen heden ten dage sommige nachtwinkels aanbieden. Maar in winkeloppervlakte waren ze doorgaans kleiner, en vaak nog meer volgepropt met allerlei spullen. Van bijna op de vloer tot haast aan het plafond.

In het winkeltje waar wij steeds aankopen deden kon je bonnetjes sparen, waarmee je dan uiteindelijk een geschenk bekwam. Zo zijn mijn ouders ooit aan een, toentertijd in elke huiskamer te vinden, op elektriciteit draaiende windmolen geraakt. Een lichtbruine, met lichtjes! En er speelde een muziekje terwijl de wieken draaiden! Het plastieken ding, signatuur 'made in Hongkong', waarvan ik toen de betekenis nog niet snapte, niemand uit ons dorp trouwens, was het pronkstuk onder de ornamenten die onze buffetkast sierden. Voor een tijdje althans. Want zulke prullen vervelen alras, zodat het object al vlug een plaatsje kreeg op een antieke, van een overleden familielid geërfde wastafel die in de traphal, annex voorraadkamer, annex mijn slaapplaats stond opgesteld. Inderdaad, in dat zowat anderhalve eeuw oude huisje waarin we woonden, was multifunctionaliteit een noodzaak. Lang voordat het woord werd uitgevonden!

Eens per week, meer bepaald op donderdag, kwam de visboer langs. Als je iets van hem wou kopen, dan moest je een emmertje aan je hekstijl hangen. Dan stopte de man sowieso. Je kon ook aan het hek staan wachten tot wanneer die venter met zijn viskraam opdaagde. En je hoorde hem van ver komen, want hij kraamde een in al die jaren nimmer wijzigende slogan uit. Zeker van de inhoud van zijn slagzin ben ik nooit geweest, maar het ging ongeveer als volgt: "Rauwe haring, bakharing,tarbot & kabeljauw! Steur, schar, zalm & schol! Hele grote mosselen! Goeie verse mosselen!" En geen bandje hé! Maar helemaal live!

En als hij je onderweg tegenkwam, riep hij je aan door zijn megafoon. Mij noemde de man steevast 'wittekop'. Niet toevallig omdat ik in die tijd qua haarkleur inderdaad nogal veel weg had van de witte van Zichem.

Die vismarchand heeft trouwens ooit eens slechte mosselen aan ons geleverd. Die werden in huis gebracht middels dat emmertje dat tot aan 's mans verschijnen aan het tuinhek hing. Want overal zakjes bij geven was toen nog niet in trek. Ofwel konden milieuactivisten, vanuit hun, naar later bleek terechte vrees overspoeld te worden door die plastieken zakjes, toen de verspreiding nog even tegen houden.

Als je boodschappen deed laadde je alles meteen in je eigen, van huis meegebrachte kabas. Of, in dit geval bij de visverkoper, in je emmertje. Mosselen althans. Hoe die andere vis van dat kraam tot in huis werd gebracht, dat herinner ik mij niet. Bij die vraag krijg ik helaas geen informatie terug vanwege mijn grijze hersenmassa.

Van die slechte mosselen ben ik dus wel goed ziek geweest! Mijn ogen zwollen op in zulke ernstige mate dat ik nog nauwelijks iets kon zien. Het ziekenhuis moest ik er niet voor in. Wel binnen blijven en in de zetel blijven zitten of liggen. Want ik zou overal tegenaan zijn gebotst. Dit voorval heeft er toe geleid dat ik jarenlang niet meer van die schelpdieren heb gegeten.

Ook onze melkboer had een vaste wekelijkse ronde. Als je melk, yoghurt of een ander zuivelproduct uit die mens zijn aanbod wou, dan werd van je verwacht dat je de lege, herbruikbare flessen aan de straatkant voor je huis zette. Dan wist die persoon dat je iets nodig had en kwam die aankloppen aan de achterdeur. Veelal had hij toen al bij wat we doorgaans bestelden. Dat bespaarde hem extra over en weer stappen naar zijn zwaar beladen camionette.

Bij de brouwer werd hetzelfde systeem toegepast. Alhoewel we, wanneer we bijvoorbeeld  een bak bier wilden, we niet het ganse krat met lege flesjes aan de straat zetten. Want dan bestond immers het gevaar dat een onverlaat er mee aan de haal zou gaan. Omwille van het leeggoed. Er werd in die tijd veel meer met hervulbare flessen en statiegeld gewerkt. Onze limonade werd ook zo aangeleverd. In zware glazen literflessen. Waarmee je, zo gewenst, gerust een volwassen mens de kop kon inkloppen. Wat naar mijn weten trouwens nooit is gebeurd. Maar zeker is dat niet. Want toen was de media nog niet zo uitgebreid.

En bij ons thuis werd ook niet met die flessen op elkanders hoofd geklopt. Waar mijn ma ze wel voor gebruikte, was voor het verpulveren van beschuiten. Door er met zo een zware glazen frisdrankfles over te rollen maakte ze daar chapelure van. Naast gehakt en ei, een onontbeerlijk ingrediënt om gehaktballen te maken. Mijn pa had die graag in de uiensaus, maar dat vond ik vies en daarom bereidde mijn ma die van mij steeds apart.

Al de drank die de brouwer kwam slijten was afkomstig van de familiale Belgische brouwerij Roman. Die trouwens op heden nog steeds actief is, en voor zover mij bekend is, met de 12de generatie Roman aan het roer, of toepasselijker gezegd de 'vaten', vooral bezig is met het brouwen van speciale bieren.

In de zomer kwam dan ook wel een keer of twee per week, en in de schoolvakantie nog vaker, vermoed ik, de ijscrèmekar langs. Van het type dat de laatste tien jaar ook nu weer vaker opduikt in de straten. Een kleine bestelwagen die rondtoerde en middels een genre scheepsbel, van ver uit de buurt reeds zijn komst aankondigde.

Er toerde ook een ijsventer rond op een soort gemotoriseerde bakfiets. Een tripoteur werd dat bij ons genoemd. Niemand uit mijn directe omgeving sprak de Franse taal. Maar er werden geen twee zinnen uitgesproken of er zat wel een Frans woord tussen. Dit ter zijde. Die ijsjesventer zijn bak was uiteraard een diepvries. En boven de ganse lengte van zijn vehikel was een scherm aangebracht zodat zijn klanten, bij felle zonneschijn, in de schaduw konden staan. Neen, tegen de regen diende dat dak niet. Wegens niet sterk en waterdicht genoeg. Als het regende reed die kerel trouwens niet rond. Want wie loopt er nu buiten en heeft zin in een bolletje roomijs als de regensluizen open staan?

Ondanks zijn bijzonder en aantrekkelijk voertuig had deze ijsjesverkoper toch minder cliënteel dan de anderen. Het is allicht moeilijk om zo vele decennia later alsnog de reden voor 's mans geringere populariteit te achterhalen. Wat zou die kennis ons ten andere opbrengen, dat de moeite getroosten om dit toch te achterhalen, kan rechtvaardigen? Mocht je het antwoord weten, dan wens ik je proficiat voor je wijsheid en veel succes ermee!

Eens ook in de uithoek waar wij woonden, het bestaan van de diepvries bekend was geworden en de meeste inwoners zo een vriezer hadden in huis gehaald, daalde de populariteit en navenant de omzet van die ijsjesverkopers enorm. En ook hun frequentie van verschijnen nam gestaag af.

Anderzijds kende de huis-aan-huis diepvriesroomijs verkoop dan weer een steile opmars. Op vaste tijdstippen kwamen die mannen met hun vrachtwagen langs om te vragen of wij soms roomijs moesten hebben. Soms wel ja. Maar meestal zei mijn ma dat we die vent moesten zeggen voorlopig verder te kunnen. Wat meestal gelogen was, want ondanks het feit dat die aan huis bestelde ijscrème het lekkerst was, kochten mijn ouders die toch liever in de supermarkt. Want daar was die veel goedkoper. En sinds we een auto hadden, een witte vijfdeurs Simca 1100 zelfs, met een grote koffer, prefereerden mijn ouders het merendeel van hun inkopen in het grootwarenhuis te doen. Waardoor we telkenmale met een koffer vol spullen, geladen in gratis beschikbaar gestelde, voor eenmalig gebruik bestemde, bruine papieren zakken met aan de buitenkant in grote letters het logo van de winkel erop.

Maar de lokale groenten- en fruitboer, met winkel in de dorpskern, raakte wel zijn waar nog kwijt aan ons. Tenminste hetgeen mijn ouders niet zelf kweekten in hun uitgebreide moestuin. Die man kwam rond met zijn rijdende winkel, waar je langs een trapje achterin de wagen naar binnen stapte. Deze groentenmarchand mocht voornamelijk dames verwelkomen en bedienen. Die gingen steevast de groentekar binnen met in hun ene hand hun geldbeugel en hun eigen boodschappentas aan de gevouwen arm. De andere hand gebruikten ze om bij het binnentreden hun lichaam in evenwicht te houden.

Dergelijke deur-aan-deur winkeis droegen toentertijd enorm bij aan het onderhoud van de sociale contacten. Want wie buiten kwam tot aan het kraam, ontmoette niet enkel de verkoper, maar steevast ook enkele buren die ook één en ander nodig hadden. En zo werden nieuwsfeiten uitgewisseld en kon men palaveren over van alles en nog wat.

Allicht vergeet ik in dit schrijfsel nog enkele leveranciers. Want er kwam ook van tijd tot tijd een messenslijper bij ons langs EN er was geregeld een bloemist die zijn waar aanbood van deur tot deur. Onze krant werd heel vroeg in de achtend aan huis bezorgd door een gespecialiseerde bezorger, op een brommertje. Wij noemde dat een Mobylette, maar ik ben vrij zeker dat die man zijn bromfiets van een ander merk was. Toen mijn zussen de pubertijd instapten, leverde die man ons dan ook nog eens elke week een Joepie, een muziektijdschrift dat wonderwel ook de dag van vandaag nog bestaat.

Die gazettenman schakelde in de zomer trouwens schooljongens in om tijdens de gerenommeerde 'Ronde van Frankrijk', de dagelijks, ogenblikkelijk na de koers gedrukte speciale kranteneditie betreffende deze wielerwedstrijd, aan de man te brengen. Die jongens, met een koerspet waarop reclame van de krant, op het hoofd, reden per twee, ieder aan één straatkant met hun fiets doorheen het dorp en de invalswegen. En bliezen, om hun in aantocht zijn, te melden, op een fluitje en schreeuwden ook nog eens: "'Het Volk! Met de uitslag van de Ronde van Frankrijk!'"

De mannen en jongens werden zo hun woning uitgelokt. En alhoewel de meesten van ons de voorbije wedstrijdetappe live op Tv hadden gevolgd, waren we er toch tuk op om ons zo een krantje aan te schaffen. Om de hoogtepunten uit de wedstrijd te herzien op zwart/wit foto's, nabeschouwingen te lezen en interessante weetjes te achterhalen.

Het was mijn ambitie om, eens ik oud en groot genoeg zou zijn, ook  met zo een schoudertas over mijn hals gehangen, per fiets die krantjes te bedelen. In functie daarvan oefende ik al voor de job, in onze tuin. En reed op mijn koersfietsje, met een pet op het hoofd, de wegels door, zo nu en dan blazend op een fluitje dat met een touwtje rond mijn nek hing, regelmatig de slogan uitroepend en bruusk stoppend als mijn bereidwillig mee'spelende' ma of zus, teken deden dat ze een krant wilden kopen. Waarbij ik één van de eerder aangekochte kranten uit mijn schoudertas toverde, met de glimlach aan de koopster overhandigde en dankbaar het onzichtbare geld in ontvangst nam.

Voorbereid en geoefend was ik derhalve voldoende. Maar jammer genoeg is de traditie van die rondekrantjes reeds ter ziele gegaan vooraleer ik de leeftijd had bereikt waarop ik deze kranten had kunnen venten.

Uiteraard kwam ook in die tijd de postbode, ofte facteur reeds dagelijks langs. Dat waren nog echte, die tijd mochten maken voor de mensen. En voor zichzelf. Want ook die van ons ging dagelijks een druppel of een pintje drinken in het café van onze buren. En wellicht ook in de andere, voor een kleine buurt, groot in aantal zijnde kroegen.

En niet enkel leveren aan huis gebeurde. Ook de oud ijzerman deed vaak zijn ronde. Waarbij je vaak nog een mooie prijs kreeg betaald voor het koper of ander waardevol metaal dat je de man kon aanbieden. En elk jaar kwam er ook iemand langs die mijn ma betaalde om wat takken af te snijden van de Hulst in onze achtertuin. Er stonden verschillende van deze groenblijvende loofbomen in de haag die zorgde voor de omzoming van onze achtertuin met logting, zoals wij onze moestuin noemden. De Hulst heeft leerachtige getande en van stekels voorziene bladeren en rode bessen. Welke in die tijd vaak gebruikt werden in Kerststukjes. En aangezien die boomsoort blijkbaar niet in groten getale overal te vinden was, kwam die heer elk jaar bij ons terecht om zich van een voldoende voorraad te voorzien. Wat mijn ma, zonder dat ze er arbeid voor moest verrichten, een aardig extraatje opleverde.

10-05-09

Naderende verkiezingsdag

 

We zijn nu op minder dan een maand van de Vlaamse en Europese verkiezingen. En ik heb nog helemaal geen kandidaten gevonden aan wie ik mijn stem wens weg te geven.

Gisteren ben ik bij het passeren nog eens gestopt aan de in onze buurt opgestelde reglementaire aanplakborden. Er was daarop niet veel soeps te bespeuren. Op diverse borden werd tot op heden zelfs nog helemaal niks gekleefd. Het is tegenwoordig wellicht niet meer zo gemakkelijk plakploegen samen te stellen. En voor kleine partijen is het allicht onbegonnen werk om campagne te voeren en affiches op te hangen in steden en gemeenten, waaruit niemand van hun kandidaten afkomstig is.

Freya Saeys - 000Wat (uiterlijke) schoonheden onder de kandidates betreft, heb ik mijn goesting al gevonden. Freya Saeys uit Lebbeke staat momenteel op nummer 1.

Op de affiches van deze deerne uit Lebbeke staat: "Met lef!" Maar ik denk dat de meeste mensen, en zeker de mannen, daar bij zullen denken: "En met een schoon lijf!"

Eigenlijk wou ik schrijven: "Met ferme tieten!" Maar zulks doe je niet als fatsoenlijke heer. Dat is trouwens ook niet te zien op haar affiche.

Daar kan ten andere toch enorm veel mee gefoefeld worden. Heeft een dame van de natuur minder gekregen dan ze wil tonen, dan corrigeert ze dat met een push-up BH. Kreeg ze daarentegen teveel toebedeeld, dan wordt een deel weggedrukt met behulp van een korset of verstopt onder ruimvallende kledij. En als deze kunstgrepen falen, dan kan de genomen foto, vooraleer afgedrukt te worden, nog steeds worden geretoucheerd.

Dat ik over deze jongedame niks meer weet te vertellen dan uiterlijkheden is te wijten aan het feit dat ik op het internet niks vond over haar private en politieke achtergrond, noch nopens haar motivatie om kandidate te zijn voor de Vlaamse verkiezingen. Blijkbaar wordt verondersteld dat die fraaie foto van deze Lebbeekse volstaat om de kiezers te overtuigen. En dat zou best wel  eens kunnen lukken!

Maar ik zou ik niet zijn mocht ik niet even verder op speurtocht zijn getrokken. Zodat ik jullie toch kan meegeven dat dit dametje 25 jaar jong is en arts, zoals haar papa, al sinds behoorlijk wat jaren de burgemeester van Lebbeke.

Je moet er trouwens maar op komen om op de Oost-Vlaamse lijst een Freya te plaatsen. En er bovendien één te vinden, die qua sympathieke uitstraling de concurrentie kan aangaan met rooie Freya Van den Bossche!

Nu heeft de Gentse sp.a politica, als Oost-Vlaamse lijsttrekker op de Vlaamse kieslijst wel veel meer kans op het bemachtigen van een zitje in het Vlaams parlement, dan de (nog) nobele onbekende Open VLD kandidate met haar 14de plaats. Maar wie weet... misschien is mijn oog wel gevallen op de nieuwe Annemie Neys!

En de voormalig Vlaams-nationalistische, begin dit jaar tot socialist bekeerde Bert Anciaux lacht ons toe op zijn affiches. Hij duwt de Europese lijst van de sp.a met de slogan 'geen politiek zonder gevoel'. Waarbij ik me afvraag waarom men hem dan niet afbeeldt zoals we hem het beste kennen: huilend!

Alhoewel ik weet dat sympathieke Bert zo nu en dan mijn weblog bezoekt, durf ik hier op dit moment wel iets sarcastisch te schrijven over de ex-vanalles. Bertje is immers wellicht druk doende met campagne te voeren en heeft quasi zeker geen tijd om een ander zijn onzin en andere momenteel niet relevante noch interessante schrijfsels te lezen. En als je dit bij toeval toch leest, "Bert: 't is niet gemeend hoor, 't is maar voor de lol!"

Inderdaad, beste lezer, ondergetekende is niet alleen fysiek gehandicapt, maar ook nog eens een lafaard! Nu ja, een mens moet iets zijn, nietwaar? En zelfkennis is een goede deugd, dus dat compenseert mijns inziens die slechte eigenschap.

Affiches van Groen! zag ik ook al aan die houten panelen bevestigd. Geenszins wil ik die mensen uitlachen en nog minder wil ik deze partij met haar nobele idealen belachelijk maken. Maar het valt mij op dat veel van het Groen! mansvolk een hoog voorhoofd heeft. Mij komt het voor dat het opschuiven van de hoofdhaargrens van deze individuen recht evenredig evolueert met de toename van de omvang van het ozongat. Een gevolg van hun ecologische levensstijl? Dan rijst de vraag: is die wel gezond? Wie bezorgd ons hierop het antwoord? Zo er al één is!