25-10-09

Rudi’s overdenkingen - Mensen, daar reken je niet op!

 

Op mensen rekenen doe ik niet meer. Neen, rekenen doe ik enkel nog op stukjes kladpapier, op een calculator op zonne-energie of in het programma Excel op mijn laptop. En wel na een spijtig voorval dat nogal betreurenswaardig was. Evenwel niet voor mij, want ik had het zelf uitgelokt. Alhoewel niet helemaal. Bij nader inzien zelfs helemaal niet, want de ander was begonnen.

Aangezien wellicht zowel de aandachtige lezers als de onoplettende haastigen, mijn uiteenzetting nu al niet meer kunnen volgen, wat hen geenszins kan kwalijk worden genomen, verklaar ik me nader.

Heel veel jaren geleden, toen ik nog niet eens stemgerechtigd was, waren er op een gegeven ogenblik verkiezingen. Ja, inderdaad, in mijn jeugd amuseerden zij, die toen bij de overheid werkten, zich daar ook al mee. Met die pesterijen van de brave burger. Maar je kon hen dat bezwaarlijk kwalijk nemen, want die mensen moesten uiteraard toch iets om handen hebben, om hun dagen te vullen?!

Tegenwoordig heeft het overheidspersoneel de beschikking over computers met een snelle Internetverbinding. En kunnen ze derhalve hun tijd besteden aan chatten op sociale netwerksites, een lief zoeken op datingsites of spelletjes spelen op één van de daarin gespecialiseerde websites. Maar vroeger bestond dat alles nog niet en was het zich ledig houden met het organiseren van verkiezingen een favoriete bezigheid van de overheidambtenaren. Toentertijd om ondermeer die reden, door het gewone volk ook wel eens smalend aangeduid als ambetantenaren.

Heden ten dage gebeurt bijna alles automatisch en wordt er op vele plaatsen elektronisch gestemd. Maar in mijn pubertijd was dat anders. Toen gebeurde het stemmen nog in alle bureaus manueel, en was er derhalve nogal wat werk te verrichten aan de voorbereiding ervan. Potloden scherpen en uitproberen op een stukje papier en meer van dit soort zaken. Vermoed ik, want helemaal zeker daarvan ben ik niet. Misschien waren die bureaucraten wel zo leep dat ze deze opdracht aan een externe firma toevertrouwden. Dan hadden ze meteen ook een besteding voor het overheidsgeld. Alweer een zorg minder!

Vooraleer ik hier boze reacties krijg en haatmail vind in mijn elektronische brievenbus, wens ik vlug en terloops even te melden dat hetgeen hierboven staat gewoon maar voor te lachen is! Alhoewel ik het geld van de brave burger verkwisten nu niet bepaald grappig vind. Oh ja, ik ben er mij ook terdege van bewust dat verkiezingen een moeizaam verworven democratisch recht is. Dus ook daar hoeft niemand mij op te wijzen!

Dit gezegd, of eerder 'geschreven' zijnde, ga ik door met de essentie van mijn verhaal. Als ik mij dat, na al dat afwijken trouwens nog kan herinneren. Bon! Uit herlezing van het begin van dit epistel blijkt het dus over 'rekenen op' te gaan. En een jammerlijk incident dat mij er toe heeft gebracht om het op mensen rekenen uit mijn dagdagelijkse leven te bannen.

In de aanloop naar die eerder aangehaalde, door zich vervelende ambtenaren georganiseerde, naar ik mij halvelings herinner, gemeente- en provincieraadsverkiezingen, werd er lokaal nogal wat publiciteit gemaakt. Cadeautjes geven en gadgets uitdelen om stemmen te kopen... euh, ik bedoel uiteraard 'winnen' dat mocht toen nog, begin de jaren tachtig. En ook het plaatsen van huizenhoge affiches was nog toegestaan.

Eén van de kandidaten, een rijkeluiszoon, die nergens voor deugde maar een postje in de gemeentepolitiek wel zag zitten, maakte bij zijn campagne gretig gebruik van al deze promotiemiddelen. En bekostigde alles met het geld van papa. Die al lang blij was dat zoonlief eindelijk iets gevonden had dat hem interesseerde.

In mijn woonplaats en langs de toegangswegen erheen stonden of hingen affiches met zijn beeltenis en slogan. Die trouwens slim was bedacht, maar vast niet door de kandidaat zelf. Hij stapte immers naar de kiezer met de leuze: 'Op MIJ kan je rekenen!' Een slagzin waarvan de figuurlijke betekenis bij het overgrote deel van het kiespubliek de verwachtingsvolle interesse opwekte.

De politiek interesseerde mijn vrienden en mij slechts in beperkte mate. Maar toen die 'veel belovende' kandidaat een meeting organiseerde waarop hij, volgens de uitnodiging, zijn programma uit de doeken zou doen en toelichten, gaven wij toch present. Niet in her minst omdat er gratis hapjes en drank waren voorzien.

En wij waren niet de enigen die daar die avond op afkwamen. Het parochiezaaltje waar de bijeenkomst doorging, liep vol van het volk. In een mum van tijd waren alle op een rij tafels klaargezette snacks verdwenen. En de reeds in bekers gegoten drankjes werden ook in een ijltempo weg gegraaid. We stonden allemaal dicht op elkaar gepakt. En toen de kandidaat en zijn gevolg, waaronder zijn trotse ouders, hun  entree maakten, werden we zelfs op elkaar gedrukt.

Nu viel dat, wat mij betrof, helemaal niet tegen. Integendeel zelfs. Met mijn rug en schouders werd ik tegen de zachte omvangrijke boezem van de dame achter mij gedrukt. En mijn voorkant kreeg de achterkant van een welgevormd jong meisje tegen het lijf geduwd. En ze rook daarenboven zo lekker, dat langharig blondje, dat zowat een kop kleiner was dan mij, waardoor ik toch het zicht op de binnentredende verkiezingskandidaat bleef behouden.

Ondanks mijn toch wel comfortabele positie verliet ik deze, na een samenzweerderige blik te hebben uitgewisseld met mijn kameraden. De ster van de avond genoot zichtbaar van de hoge opkomst en van de aandacht die aan hem werd geschonken. Hij had inmiddels zijn jasje uitgedaan. Waarschijnlijk in de eerste plaats omdat hij het net als ons te warm had gekregen in dat met mensen volgestouwde zaaltje. Maar vast ook om met zijn campagneshirt te pronken. Een witte T-shirt met, naast het partijlogo,  in zwarte opdruk zijn naam en slogan.

Terwijl twee van mijn maten de kerel langs voren benaderden en hem bezig hielden door het stellen van enkele onzinnige vragen, waarop die kinkel dan ook nog eens idiote antwoorden gaf, ging ik, samen met een andere maat, langs achter op de kandidaat af. We namen onze, met voorbedachten rade, voor dat doel meegebrachte dikke viltstiften uit onze jaszakken en begonnen met op 's mans T-shirt becijferingen te maken. In het rood, en groot!

Door de drukte, het voortdurend deinen van de menigte en het her en der porren en geduw, duurde het even voor we werden opgemerkt. En die man zijn partijgenoten doorhadden en zagen wat wij hadden uitgericht. Zelf kon hij van ons geschrijf niet zo veel zien, maar zijn papa vertelde hem de details. Die kerel kon er niet mee lachen. Alle gestommel en gepraat was gestopt. Ieders ogen waren gericht op de kandidaat, die ons, ziedend van woede, aankeek, met een rood aangelopen gezicht. De zweetdruppels vloeiden vanaf de nat geworden, kortgeknipte haardos, over zijn wangen, langs zijn nek,  en belandden alzo op het kunstig door ons bewerkte shirt.

Op zijn bits gestelde vraag waarom wij op zijn kleren aan het cijferen waren gegaan, antwoordde mijn mededader laconiek dat wij toch wel het recht hadden om hetgeen hij als slogan gebruikte, aan de praktijk te toetsen?! Om te zien of zijn 'op mij kan je rekenen' op enige waarheid berustte. Maar de kerel stapte boos van ons weg.

Waarschijnlijk vond hij het vooral niet leuk dat we enkel maar berekeningen had uitgevoerd met nullen. 0 * 0 = 0 bijvoorbeeld. Maar geen deling door nul, want dat kan en mag niet, zo heeft mijn leerkracht Wiskunde mijn medeleerlingen en mij ooit in het hoofd geprent. "Deel nooit door 0!" zo waarschuwde hij ons. Nu ja, ik heb me daar steeds aan gehouden. Dus ook bij het bekladden van dat witte campagneshirt. Die vent en zijn partij waren er wel zelf de oorzaak van dat we hen slechts een nul waard achtten.

Mijn kameraden en ik maakten ons snel uit te voeten. We hadden daar immers niks meer te zoeken. Want alle spijs en drank was al op. En de te verwachten toespraak en andere prietpraat, daar hadden mijn maten en ik ook geen boodschap aan.

Gelukkig hadden de meeste van mijn wel stemgerechtigde medeburgers klaarblijkelijk ook door dat hun stem niet goed besteed zou zijn aan die rijke domkop. Zodat, spijts alle promotie en gulle schenkingen, en ondanks zijn verkiesbare plaats op de kieslijst van de partij waarvoor hij opkwam, deze kerel toch niet verkozen geraakte. Maar goed ook! Mensen zonder gevoel voor humor horen niet thuis in het politiek landschap. Geef mij maar levend geworden karikaturen zoals Freddy Willockx, diens partijgenoot Louis Tobback en CD&V'ers Jean-Luc Dehaene en Pieter De Crem. Om langs blauwe kant Guy Verhofstadt en Annemie Neys niet te vergeten. Alleen al bij het zien van hun kop, barst je uit in een onbedaarlijke lachbui! Knipogen

Wie onder anderen eigenlijk ook thuishoort in het voorgaande lijstje is Frank Vandenbroucke. Maar die man is, helaas voor hem, zijn entourage en adepten, inmiddels een stille dood gestorven. Op politiek vlak welteverstaan. Want het hart van de man klopt nog altijd. Dit in tegenstelling tot dat van zijn naamgenoot, de wielrenner. Die het Afrikaanse Senegal uitkoos om er, na een laatste wip met een plaatselijke schone, het tijdige leven vaarwel te zeggen en te ruilen voor de eeuwige dood.

11-08-09

Mooie liedjes blijven niet duren

Misschien maar best ook, want op de duur zou dat ook vervelen. En het tekort aan slaap moet ook eens kunnen worden ingehaald! Niet Schoon volkwat mezelf betreft, want voor mij is het een kalme week geweest. Waarin ik, op een tweetal dagen na, steeds vrij vroeg de feestzone verliet. Om de afspraak met mijn thuisverpleegkundige niet te missen, om in bed te geraken. Dit jaar kon ik immers de energie niet opbrengen om al liggend in mijn rolstoel, de nacht door te brengen.

Veel schoon volk gezien. En hoe warmer het overdag was geworden, hoe schaarser het vrouwvolk gekleed ging. Dus de in de Polifonics 2009feestzone aanwezige liefhebbers hebben 10 dagen lang hun ogen ruimschoots de kost kunnen geven. In de centrumstraten binnen de feestzone en op de diverse terreinen.

Mede door het warme, droge weer was er steeds redelijk wat, tot heel veel volk op de been en aanwezig op de locaties waar de optredens plaats vonden. In de tent van de Polifonics bijvoorbeeld. Die, als naar gewoonte, stond opgesteld in het Prinses Josephine Charlottepark. Wegens de te geringe bewegingsvrijheid door ondermeer de vele tafeltjes en stoelen, voor mij niet zo een leuke plek om te vertoeven.

Nog meer aanwezigen waren er op de Grote Kaai, waar de Lokerse Feesten hun feestplein keer op keer bijna, of volledig zagen vollopen. Lokerse Feesten 2009 IGoed voor 15.000 zielen. Toen ik daar de sfeer ging opsnuiven, en van de gelegenheid gebruik maakte om naar wat groepjes te luisteren, deed ik dat van op het platform dat daar in een hoek aan de ingang stond opgesteld. Net niet buiten de omheining. Verder weg van het podium kon niet. Voor mijn gezelschap was dat op het verhoog zitten leuk, want daar waren stoelen aanwezig. En je overziet het terrein en hebt goed zicht op het podium in de verte. Maar opgenomen in de uitgelatenheid van de meute ben je helemaal niet. En het voortdurend heen en weer geloop van mensen, was storend. Want niet alleen de in- en uitgang was daar vlakbij, maar ook één van de toiletlocaties.

 

Lokerse Feesten 2009 IIHet toilet voor de rolstoelers stond trouwens opgesteld net naast het hellend vlak om op het rolstoelerbalkon te geraken. Zo moesten die mensen bij hoge en dringende nood niet ver 'lopen'! Die toiletten zijn jammer genoeg sinds jaar en dag niet omvangrijk genoeg voor grote mensen als ik in grote elektrische rolstoelen. Die blijven dus meestal thuis, waardoor organisatoren en verhuurders van dergelijk sanitair er geen nood aan voelen ook voor hen degelijke faciliteiten te voorzien. Een jammerlijke spiraal zonder einde. Wenkbrouw ophalen

In het programmaboekje van de Fonnefeesten, die zoals steeds plaatsvonden op de Oude Vismijn, omdat het petieterige Fonneplein veel te klein is om gans die accommodatie te herbergen, had ik iets gelezen over het beschikbaar zijn van een aangepast toilet en zelfs een ADL-assistent(e) (Activiteit Dagelijks Leven) die hulp zou bieden bij praktische zaken zoals gebruik van toilet, zich verplaatsen, eten, ...

Wat ik niet gelezen had, of inmiddels vergeten was, is dat je die hulp op voorhand diende aan te vragen op het secretariaat, wat ik dus NIET had gedaan! Voor de organisatoren is het blijkbaar evident dat je als zorgbehoevende op voorhand dag en tijdstip weet waarop je moet plassen of  kakken of wanneer je zin hebt in een snack. En dat je komst naar de activiteit mogelijks afhankelijk is van het weer en nog een resem niet ver vooraf te voorziene andere factoren, daar hebben zij blijkbaar nog niet bij stil gestaan.

Fonnefeesten 2009 IISoit, op een gegeven moment aan het begin van de feestperiode, voelde ik een redelijke druk op mijn blaas. En dacht ik dat ik, in plaats van eens heen en terug naar huis te rijden, wat riskant was met die kapotte batterijen, waarover ik het straks nog zal hebben, gebruik te maken van de ter plaatse voorziene sanitaire voorzieningen en de ADL-assistent(e). Maar waar zou ik die vinden? Bij de mensen van het Vlaamse Kruis misschien?

Dus toog ik naar hun tentje, aan de zijingang, vlakbij het podium. De jongedame die ik eerst aansprak viel uit de lucht. Figuurlijk wel te verstaan. En ging ten rade bij haar oudere collega. Aan wie ik mijn vraag herhaalde op zoek te zijn naar een toegankelijk toilet met assistentie. Ook deze dame wist van niks. Maar wees mij de plaats aan op het terrein waar ik alvast een toilet kon vinden voor rolstoelers. Haar aanbod om met me mee te gaan wees ik vriendelijk af. Ik heb immers een hekel aan zulk een 'begeleide' verplaatsing door de menigte.

Na een tussenstop op een andere toiletlocatie waar men niet eens op de hoogte was van het bestaan van een rolstoelertoilet, arriveerde ik daar waar ik wezen moest. De persoon die de kassa deed aan de toiletten, hoorde niet goed. Dus vroeg ik aan de toiletdame zelf naar die ADL-assistentie. De dame wist van niks, maar offreerde onmiddellijk om navraag te doen op het secretariaat van de feesten,; gevestigd in twee op elkaar geplaatste bureaucontainers, die stonden opgesteld vlak naast de toiletten.

MayasmovingcastleEven later stonden daar twee dames van het Vlaamse Kruis. Andere dan deze die ik voorheen aansprak. Dus mocht ik opnieuw mijn uitleg doen. Mijn plasser in een urinaal houden zagen de vrouwen niet zitten. Dat was mannenwerk! Dus werd een mannelijke collega opgeroepen. Die kwam, en omdat we inmiddels hadden vastgesteld dat die toiletcabine enkele maten te klein was voor mij, verdwenen we achter de omheining, waar ook geen privacy was, want geregeld kwam daar volk langs. Maar dat probleem werd verholpen door de twee dames die een deken naast mij hielden, terwijl de man me hielp. Een volgende keer zou ik hun tent mogen gebruiken. Tof!

Wat een gedoe dus! Dat veel mensen die eenzelfde lot beschoren zijn als mij allicht weerhoudt van het deelnemen aan activiteiten als dit. Mij houdt dat evenwel niet tegen. Dus bracht ik toch het grootste deel van mijn tijd door op het terrein van de Fonnefeesten. Het is en blijft elk jaar tijdens de feestweek mijn favoriete vertoefplek. Alwaar ik via de zijingang gemakkelijk tot aan een plekje op enige afstand van het podium geraak. En er ook vrijwel moeiteloos en snel weer weg geraak. Het is enkel oppassen geblazen voor glasscherven, want op dit terrein serveert men de drank in glazen.

En een lekke band kon ik wel missen. Want reeds de tweede dag van de feesten had ik al te maken met materiaalpech. Op de terugweg naar huis, van een namiddagfeestje, vielen de batterijen van mijn elektrische rolstoel uit. Op een brug over de ijzeren weg. Met veel moeite en aan een slakkengang geraakte ik thuis. Ik liet mijn accu's onmiddellijk bijladen, maar durfde het risico niet aan om nog naar het centrum te rijden.

De volgende dag reed ik wel naar het plein, maar met een bang hart. En de dag erna ook. Maar daarna werden er nieuwe batterijen geleverd door de firma waarvoor ik dag in, dag uit, reclame maak doordat hun firmanaam in het groot te lezen staat op de rugzak die achteraan mijn machine hangt.  

Fonnefeesten 2009 (zanger)Qua zichtbaarheid van het podium en al wie er op stond, had ik doorgaans niet meer hinder dan gelijk welke andere persoon. Soms had ik het genoegen te kunnen vaststellen dat attente jongedames en -heren er continue voor zorgden dat ik steeds vrij zicht had op wat zich afspeelde op het podium. Mij hoeft men al lang niet meer te overtuigen dat er wel degelijk nog 'mooie' mensen bestaan. Mijn ervaring is, en werd alweer tijdens deze ganse 10-daagse bevestigd, dat je waar veel volk is,  je als hulpbehoevende nooit hulpbehoevend bent. En er ook altijd personen zijn die je mee opnemen in hun plezier, niet uit medeleven, maar als gelijkwaardige.

De aangeboden 'weed' heb ik evenwel systematisch geweigerd. Na even op, of aan de rand van één van de feestterreinen te hebben vertoefd, was ik immers al halvelings 'high' van de ingeademde rookslierten die werden geproduceerd door overal aanwezige gebruikers. Er werd trouwens ook serieus wat ander spul gerookt, gespoten, gedronken en gesnoven. Van horen zeggen heb ik het volgende. Op het feestterrein van de Lokerse Feesten, tijdens het optreden van dance-pioniers Orbital, zag een rijpe veertiger, een manspersoon die toch wel af en toen buiten komt, dus geenszins wereldvreemd is, een jonge kerel iets uit een klein glazen flesje, bij zijn frisdrankje gieten. Hij vroeg de jongeman wat die aan het doen was. Die keek hem vragend aan en vroeg: "Zijde gij dom ofwa?" En, terwijl hij zijn blik opnieuw op zijn bezigheden richtte, vervolgde de, zoals zou blijken, junk: "Da's 'gewoon' vloeibare XTC, man!"

Fonnefeesten 2009 IVSoms had ik wel eens pech met mijn uitzicht op het podium. Zo stonden er, tussen de meute voor mij, eens op een avond twee mannen van meer dan 2 meter lang. Ze staken met kop en schouder boven de rest uit. Ik stond centraal, één van het stond uiterst links, de andere nagenoeg uiterst rechts van het podium. Naarmate het optreden vorderde, schoven die kerels, allebei met een vrouwelijke gezel aan hun zijde, meer op naar het midden van het terrein. Tot ze elkaar bereikten en op dat punt bleven stilstaan. Vlak voor mijn neus! Vervelend, maar ook grappig. Ik heb me gewoon verplaatst. En gelukkig zijn ze me niet gevolgd! :-)

Tijdens het eerste optreden op de laatste dag zat iedereen neer op een stoel. Behalve één man. En je raadt het uiteraard al. Hij schoof beetje bij beetje op om uiteindelijk halt te houden vlak voor waar ik zat. En bleef staan, tot ik hem vriendelijk verzocht een beetje op te schuiven. Wat hij, onder het uiten van verontschuldigingen, prompt deed. Wie niet spreekt kan niet gehoord worden.

Je ziet op zulk een festiviteiten enorm veel diverse figuren. Waaronder een hoop rare kwieten. Die doorgaans geen of slechts een beetje last bezorgen. Of integendeel zelfs voor een, lekker meegenomen, extra attractie zorgen. Soms wordt ik ook aanzien als zo een personage. Dan staat men mij aan te staren, allicht tot ik een kunstje uithaal. Wat dus vergeefse moeite is, want veel meer dan eens vriendelijk lachen naar de mensen, of mijn ogen laten rollen, doe ik niet. Misschien moet ik volgend jaar toch maar mijn mondorgel meenemen naar het plein. En een schaaltje om de gulle schenkingen in te verzamelen. Wie weet geraak ik zo nog aan geld om een busje te kopen. Lachen

Karikaturale, clichés bevestigende  types dagen ook vaak op. Om één voorbeeld te geven. Een groepje zware jongens kwam vroeg op de avond langs de zijkant het terrein opgestapt. Kerels met lang haar en tatoeages op hun armen en in hun nek. En waarschijnlijk ook op hun schouders. Maar dat kon je niet zien door die verschillende lagen mouwloze vestjes die ze boven elkaar aanhadden. En welke hen ook een breedgeschouderd aanzien gaf. En hen er onterecht indrukwekkend en gevaarlijk deed uitzien. Allemaal visueel bedrog!

Fonnefeesten 2009 IIISamen met hun vrouwelijk gezelschap verplaatsten ze zich recht richting toog. Je had toch niks anders verwacht?! Enkele minuten later stonden ze daar allemaal, hun grieten inclusief, met een glas schuimend bier in de hand. Of één in elke hand. Afhankelijk van hoe warm ze het hadden of hoe dorstig ze waren, veronderstel ik.

Een uur later stonden die daar nog steeds. Nu allicht niet meer van de dorst, maar van de goesting, met een verse pint in de hand. Of één in elke hand. Om in evenwicht te blijven, vermoed ik. De grieten stonden met elkaar te praten en gluurden in elkaars boezem. Alhoewel ik van dat laatste niet geheel zeker ben. Mogelijks speelt mijn fantasie me hier parten. Knipogen

Weer een uur later zag je nog steeds hetzelfde tafereel. Alleen was de schikking wat veranderd. En er was er al één die wat heen en weer waggelde, en enkele anderen stonden niet meer recht, maar hingen nu letterlijk aan de toog. Eén deugniet had één van zijn zware pollen onder het korte rokje van allicht zijn partner, gestoken en je zag hem duidelijk onder de dunne stof haar billen kneden. "Ze kunnen er maar deugd van hebben" denk ik steeds bij zulk een taferelen. Knipogen

Nog een uur later zag ik wel nog hun volle en halfvolle glazen op de toog staan, maar niet meer de personen aan wie deze toebehoorden. Niet omdat die individuën weg waren! Neen die waren daar nog! Maar lagen nu onderaan de toog. Of waren even weg, allicht om te gaan pissen of kotsen. In één of ander tuintje of  brievenbus! Want gebruik maken van één van de talloze, nochtans 'gratis' ter beschikking staande urinoirs, zien zulke kerels als iets voor mietjes!

Fonnefeesten 2009 (zangeres)Hun vrouwelijk gezelschap lag nog niet plat. Dat zal pas voor de volgende dag geweest zijn. Denk ik, want hun kerels zullen allicht bij thuiskomst niet meer in staat zijn geweest om nog iets te presteren in bed. Of op een andere locatie. Die meiden stonden daar ook nog met een pint in de hand, maar die was slechts half leeg. En waarschijnlijk nog steeds dezelfde als aan het begin van de avond, zo vermoed ik. Want alle schuim was er af en de glasrand zat vol lippenstift. Van aan dat drankje te nippen uiteraard!

Mensen, wat waren twee derden van hen mooie wijven! Misschien moet ik mij in het vervolg ook maar eens in mijn oude motorvest en mouwloos jeansvestje uitdossen. En met een lint rond mijn hoofd en wat stempels op mijn armen en in mijn nek, zal ik er dan vast ook 'ruig' uitzien. En vallen die meisjes niet voor mij, dan mogelijks wel voor mijn racemachine. Desnoods kan ik deze nog 'gebruiken' om dit, zij het dan letterlijk, te bewerkstelligen. ;-) Maar als ik ook mijn mondorgel in 't zicht hou is dat allicht niet nodig. Omdat er dan mogelijks wordt gedacht dat ik een muzikant ben. Waardoor de dames als groupies aan mijn voeten komen liggen! Knipogen

Wat ik jullie ook niet wens te onthouden, is de voor mij meest opmerkelijke tekstpassage, gezongen door de zanger van één van die groepjes die hun opwachting maakten op het Fonnepodium. Hij zong het in het Engels, maar vrij vertaald naar het Nederlands klonk het ongeveer als volgt: "Als ik 's ochtends wakker wordt, grijp ik naar een biertje. Wat de toekomst brengt, dat weet ik niet, maar van één ding ben ik zeker: er is altijd bier!"

Wat moet dat een geruststelling zijn geweest voor de zuipschuiten onder het daar toen aanwezige publiek! Uiteraard in de veronderstelling dat die kerel gelijk heeft. Tot het tegendeel bewezen is geef ik de man evenwel graag het voordeel van de twijfel! Lachen

VuurwerkOp de laatste feestavond was er traditioneel 10 minuutjes vuurwerk. Mooi, en dat lieten de vele honderden, wellicht duizenden, mensen die opeengepakt deze attractie, aan de boorden van de Durme aanschouwden, ook horen. Met 'ah's', 'oh's' en handengeklap na afloop. Het moment ook waarop iedereen dringend elders heen wou. En de kant waar de massa naar toe wou was niet de mijne. Dus begaf ik mij tegenstroom die mensenzee in. En omdat de mensen dan ruimte scheppen voor mij, waardoor het lijkt alsof de menigte splijt, voel ik me op zo een moment Mozes die het volk van Israël door de Rietzee leidt. Want er zijn inderdaad steeds een aantal slimmeriken die me in het kielzog volgen. Lachen

Mijn afsluiter van de feesten was 'The Pimps of Dazzle', een negenkoppig groove- en musicicollectief met roots uit de jazz, funk, pop, r&b, soul... Die energiek het publiek opzweepten met een muzikale mix van humor, groove en seksualiteit! Voor wie het optreden niet zag: twee schone meiden, aan wiens voeten ik mij vlak voor het podium ophield, namen het grootste deel van de zang voor zich. Een formidabel slot voor mijn 10-daagse!