29-09-08

Zon, zee, mensen, Oostende...

 

koveken peetje (klein)

Lokeren is van mij. Maar Lokeren is ook van Miet Smet. En Lokeren is ook van Wilfried Martens, sinds die zaterdag jongstleden getrouwd is met Miet Smet. En Lokeren is ook van Filip Anthuenis, de burgemeester van onze Durmestad, die Miet Smet en Wilfried Martens op het Lokerse stadhuis in de echt verbond. Lokeren is van iedereen! Een dergelijke uitspraak klinkt je bekend in de oren? Neen, toch?! In ieder geval heb ik nu een extra referentie om aan te duiden waar mijn woonst is gelegen. Namelijk in de stad waar twee ministers van staat onder hetzelfde echtelijke dak leven!

Gisteren heb ik Lokeren evenwel links laten liggen. De reuzenstoet van Koveken moest het dus ook eens een jaartje stellen zonder mij als aandachtige toeschouwer. Want ik had het plaatselijke rolstoelvervoer busje besteld om met het gezin een dagje naar de zee te gaan. Oostende was de bestemming! En we zijn er zonder problemen geraakt. Op de Visserskaai werden we opgewacht  door een massa meeuwen en andere watervogels. Leuk, ware het niet dat ze de wandeldijk (en meer) bekladden met hun uitwerpselen

Zilvermeeuw

klik op de foto 

Veel meer dan een beetje rondrijden, voor mijn gezinsleden was dat stappen, hebben we in Oostende  niet gedaan. Maar dat hoefde ook niet! Lanterfanten op de zeedijk, waar veel mensen hetzelfde deden, zonder dat er sprake was van een overrompeling. Een zalige, gezellige drukte. Ook tamelijk veel mensen op het strand. Maar doordat de kracht van de zonnestralen te gering was en de zachte bries te kil, was er maar weinig bloot vlees te zien. En blote borsten tellen als tijdverdrijf, was er helemaal niet bij! Wel schoon, aangekleed volk op de wandeldijk. Het was trouwens vooral de blije blik in nagenoeg ieders gezicht, die hun schoonheid bepaalde

Ook opvallend veel rolstoelers! Niet verwonderlijk. Kilometers wandelwegen, nauwelijks obstakels en totaal geen gebrek aan gezelschap. Hoe het met de toegankelijkheid van de horecazaken op de zeedijk gesteld is, weet ik niet. Maar met zulk een prachtig weer moest je wel gek zijn om binnen te gaan zitten!

Oostende

Toen ik op een gegeven moment, met de rugleuning van mijn rolstoel achteruit gekanteld, en de ogen gesloten, van de zon lag te genieten, hoorde ik plots een vertrouwde stem mijn voornaam uitspreken. De ogen openend, ontwaarde ik daar een goede vriendin van mij, die in Oostende woont, en met een buurvrouw op weg was voor een ziekenbezoek. En mij daar ineens zag staan. Wat een aangename verrassing, voor ons allebei! Het was leuk even met haar te praten en haar stralende gezicht te zien. Els kleurt je dag! Insinueer nu niet dat ik ook deze uitdrukking ergens heb gepikt! Knipogen

Terwijl één van mijn zoons de ligfiets, die hij had gehuurd, terug ging afleveren, observeerde ik een klein meisje dat, zittend op enige afstand van haar mama, die de andere kant uitkeek, met deze een drukke conversatie voerde. Het kind met een veelkleurige neptelefoon in het handje, de mama met een echte GSM. Een prachtig tafereel. Net echt! Toen Brian me even later vervoegde, en ik hem op het schouwspel attendeerde, verscheen ook op zijn gezicht een glimlach.

Standbeeld Leopold II Oostende - 002 (klein)

Inmiddels was de namiddag een flink stuk gevorderd, en voelde ik de nood om te plassen. Dus togen we met zijn vieren op zoek naar een toegankelijk openbaar toilet. Dat vonden we vrij snel, aan het standbeeld van Koning Leopold II te paard. Om binnen te geraken werd ik verondersteld om een stenen hellend vlak op te rijden om zo het smal deurgat te bereiken. Veel te eng, naar mijn goesting. Als ik pech had, bezeerde ik mijn hand, waarmee ik de joystick van mijn rolstoel bedien. Door het schuren van dit lichaamsdeel tegen de deurstijl.

Dus verzocht ik de verantwoordelijke van deze sanitaire voorziening, om ook de andere helft van de dubbele buitendeur te openen. De man richtte zich op, omdat hij me vanaf zijn zitplaats niet goed hoorde. En meldde me dat zulks niet kon, omdat het sluitingske niet meer werkte. ‘Laat dat dan maken, sukkel!', kwam in me op, maar ik sprak die gedachte niet uit. De kerel wees me door naar het toilet aan het strand, waarvan mijn vrouw al gezien had dat je daar via de trappen naar beneden moet geraken. Maar dat wist die wc-bediende misschien niet. Zowel mijn echtgenote Caroline, als een andere dame die de situatie ook idioot vond, trachtten daarop toch nog, evenwel tevergeefs, die andere deur te openen. Terwijl de toiletchef ondertussen al lang terug op zijn vertrouwde stoeltje was gaan zitten. Naast een eenvoudig tafeltje, waarop een schaaltje stond, waarin de mensen verplicht zijn 50 Eurocent pisgeld te leggen.

Straks ga ik, om deze toestand aan te klagen, een kort berichtje opmaken aan, en sturen naar de heer Jean Vandecasteele, burgemeester van deze stad aan zee. En ik vertrouw op een bevredigend antwoord. Een klacht van een burger uit een stad waar twee ministers van staat onder hetzelfde echtelijke dak leven, leg je immers niet zomaar naast je neer!

Brian als standbeeld

Dan maar wachten met nog eens te drinken en de urine die al klaar zat in mijn blaas ophouden tot we aan het station waren, de plaats van afspraak met de chauffeur van het busje. Onderweg kon ik niet aan de verleiding weerstaan om aan één van de viskraampjes aan de Visserskaai, een schaaltje vis te kopen. Alhoewel ik die daad al snel betreurde, toen ik enkele vliegjes in de koeltoog zag rondfladderen, terwijl die vriendelijke dame met zoon Brian het financieel aspect van mijn aankoop regelde. Wat met de hygiëne? Toen ik, op weg naar huis, in het busje, mijn voedingswaar opknabbelde, moest ik overigens aan mezelf bekennen dat hetzelfde eten, gekocht in de supermarkt om de hoek, gewoonlijk verser smaakt.

Maar nu loop ik voor op de tijdsbalk. Terug naar de chronologie. Dat busje stond er al. De chauffeur daagde even later eveneens op. Terwijl de brave man mijn kroost entertainde, of zij hem, ging vrouw Caroline met me mee op zoek naar een toilet, waarin ik trouwens zonder hulp niks kan uitvreten, behalve mezelf bewateren. Maar als ik dat al zou willen doen, dan heb ik daar geen WC voor nodig. Dit even terzijde.

Dat stationstoilet werd, ondanks een gebrek aan bewegwijzering (of keken wij daar naast?), makkelijk gevonden. Geen lastig gemanoeuvreer nodig om in de toiletruimte voor rolstoelers te geraken. Maar, van in de stationshal, een rechtstreekse deur, waarop in het groot het ‘internationaal symbool voor personen met een handicap' is aangebracht. Weliswaar afgesloten met een sleutel, maar de aardige toiletdame kwam al met de sleutel voor de dag, vooraleer ik mijn mond kon openen om daar om te verzoeken! Aan de andere kant van de deur trof ik een ruim toilet aan, voorzien van alles wat je normaliter in een toiletruimte mag verwachten, maar dikwijls niet vindt. Zelfs een ruime spiegel op zithoogte. En bovenal proper! Kortom, een prachtige sanitaire voorziening. Bij het terug naar buiten komen zei ik dat dan ook tegen de vriendelijke toiletdame. Ze dankte me opgetogen voor het compliment. Zij gelukkig, ik gelukkig. Je ziet, soms is er echt niet veel nodig om een mens content te maken!