03-09-12

Vandaag begint het nieuwe schooljaar… joepie!

                 

2012/2013,2012-2013,1steschooldag,1september,01-09-2012,eersteschooldag,eenseptember,eenseptembertweeduizendentwaalf,sexy,lerares,leerkracht,vrouw,vrouwelijk,wetenschappen,school,klas,bord,krijbord,klaslokaal,01-09,vrouw,sensueel,,schoonheid,wetenschappen,lerares,sexy_lerares,sexylerares,sexy_leerkracht,sexy,zomervakantie,grotevakantiie,dochter,schooljaar,meisje,jongen,sexy_leerlinge,sexy_studente,peuter,kleuter,lagereschoolkind,middelbareschoolkind,gemengdonderwijs,gemengd_onderwijs,schooljaar,schooldag,ouders,onderwijsinstelling,blondiene,blondje,blondinne,les,veplicht

 

De zomervakantie zit er op. De Vlaamse peuters, kleuters en lagere en middelbare schoolkinderen beginnen vandaag aan een nieuw schooljaar: editie 2012/2013. Zelf vond ik die eerste schooldag altijd heel spannend. Want ik was nieuwsgierig om te vernemen van wie ik les zou krijgen. En welke (nieuwe) leerlingen zich  in mijn klas zouden vervoegen. Ook eens een tof, knap meisje, hoopte ik heimelijk. Want ik heb steeds les gevolgd op jongensscholen, maar ‘dateer’ uit de tijd dat alle onderwijsinstellingen, van overheidswege verplicht, hun school moesten open stellen voor zowel jongens als meisjes. Dit zogenoemd ‘gemengd onderwijs’ werd toen de norm.

Hopelijk vindt, ondanks het inmiddels enorm gewijzigd maatschappijbeeld, ook vandaag nog een belangrijk deel van de jeugd, onze toekomst, deze 1ste schooldag boeiend en uitdagend. In elk geval wens ik alle starters, en ook de hen mentaal en financieel steunende, ouders, een uiterst succesvol schooljaar toe! Tong uitsteken


01-09-11

Start nieuw schooljaar

1steschooldag,1september,01-09-2011,eersteschooldag,eenseptember,eenseptembertweeduizendenelf,sexy,lerares,leerkracht,vrouw,vrouwelijk,wetenschappen,school,klas,bord,krijbord,klaslokaal,01-09,beroerte,achterlangs,poes,achterwerk,brunette,vader,kinderen,feestje,vrouw,sensueel,glimlach,schoonheid,wetenschappen,lerares,sexy_lerares,sexylerares,sexy_leerkracht,sexy_leerkracht,eerstejaars,oudercontact,dame,zomervakantie,klastitularis,vamp,dochter,schooljaar

Lode stond op een drukke zaterdagnamiddag, eind augustus, in de lokale supermarkt aan te schuiven aan de kassa. Met voor zich zijn overvol geladen winkelkarretje en achter hem een super knappe brunette. Lode merkte deze dame evenwel pas op toen hij, tijdens het op de transportband plaatsen van zijn aankopen, zijn hoofd even naar links draaide. Ze glimlachte hem toe. Sensueel, naar hij meende. Ondanks zijn leeftijd, 40+, en navenante levenservaring, kleurden Lode’s wangen, voor het eerst sinds vele jaren, bloedrood. Nerveus en badend in het zweet, ging Lode door met koopwaar uit zijn kar te halen en naderhand af te rekenen met de sympathieke kassierster.

Toen Lode zich na het betalen, een volgestouwd karretje voor zich uit duwend, richting uitgang begaf, keek hij nog eens tersluiks opzij. Naar de plek waar hij vandaan kwam. En zag dat die mooie brunette met haar rechterhand geld overhandigde aan de kassierster, terwijl ze, met nog steeds diezelfde blik en glimlach, de kant van Lode opkeek en hem met haar linkerhand vriendelijk toewuifde.

Terwijl Lode zijn aankopen in de gezinswagen laadde, vroeg hij zich af waar hij die zongebruinde schoonheid van aan de kassa, reeds eerder had gezien. En hoe het kwam dat ze hem zo opwond en totaal van slag bracht. Zijn overpeinzing werd verstoord door een liefelijk klinkende vrouwenstem die zei “Dag mijnheer.” Geschrokken richtte Lode zich op en stootte daarbij zijn hoofd tegen de achterklep van zijn auto. Hij greep met beide handen naar zijn kop, keek op en zag die brunette daar staan. In al haar welgevormdheid. Ze keek hem, het voorhoofd fronsend, bezorgd aan. Maar Lode zei, alweer blozend, dat het oké was, dat hij zich geen pijn had gedaan. Waarop de brunette gerustgesteld opnieuw die sensuele glimlach op haar gelaat liet verschijnen.

Aarzelend vroeg Lode: “Euh... goeiedag, juffrouwke. Kennen wij elkaar van ergens?” Waarop de schone gezwind en nog steeds glimlachend, met zeemzoete stem repliceerde: “Zeker weten, mijnheer! Jij bent toch wel de vader van één van mijn kinderen, niet?!

Lode schrok zich  bijna een beroerte. Het warme zweet van zijn opwinding werd kil en klam en ruimde plaats voor angstzweet. Lode kleurde van bloedrood naar lijkwit. Verward begon hij na te denken. In ijltempo doorgroef hij zijn geheugen. En stuitte bij een terugblik in zijn verleden op een bizarre gebeurtenis van een aantal jaren tevoren. Toen hij eens zwaar was uitgeweest en stomdronken voor de eerste en tot nader order enige keer zijn vrouw had bedrogen. Tijdens een uit de hand gelopen feestje, waar hij eigenlijk in eerste instantie tegen zijn zin, was heen getroond, door buitenlandse zakenrelaties. Die zin hadden in wat vertier, na een lange, zenuwslopende dag van onderhandelen en deals sluiten.

Lode gilde: “Oh nee!” En vroeg toen met een trillende stem aan de sexy brunette: “Ben jij die, toen in zwarte lakkledij gehulde vamp die ik op dat feestje van de Sultan, in het midden van de zaal achterlangs in de poes heb geneukt op de biljarttafel? Terwijl mijn collega’s ons stonden aan te moedigen en jouw, slechts een zwarte lakkorset dragende lesbische vriendin mij geselde met een natte selder en onderwijl een lange, dikke komkommer in mijn achterwerk duwde?"

De mooie, bruinharige dame keek Lode verontwaardigd aan en antwoordde met norse stem: “Helemaal niet, mijnheer! Wij hebben elkaar ontmoet net voor de zomervakantie, op school, tijdens een oudercontact voor de eerstejaars. Ik ben namelijk de klastitularis van uw dochter Sofie!”

29-04-10

Ambras buiten de klas

      

De buurjongen waar ik tijdens mijn middelbare schooltijd regelmatig mee naar school fietste en vaak ook terug weer huiswaarts keerde, had op een bepaald moment ambras met enkele gasten die ook bij ons op school zaten. Maar een andere studierichting volgden dan zowel mijn buurjongen als mij. Die toen aan het tweede jaar was begonnen, terwijl mijn buur nog maar in het eerste jaar zat.

Die kerel was nochtans even oud als mij, maar hij had zijn eerste jaar middelbaar onderwijs aan een andere onderwijsinstelling doorlopen. Studeren was er, dat jaar, voor hem nauwelijks bij geweest. Er op school een bonte boel van maken, des te meer. In die mate zelfs dat zowel directie als leerkrachten zijn ouders tegen het einde van dat schooljaar vriendelijk, doch dringend hadden verzocht hun zoon na de zomervakantie elders onder te brengen. Wat dus ook was gebeurd. De reeks opgestapelde buizen liet de jongen mooi achter zich, om met een nieuwe lei en een fris elan opnieuw het eerste jaar aan te vatten. Op de school waar ik dus al een jaar lang mijn broek had versleten. En ook wel wat kennis had vergaard.

Wat de oorzaak was van de ruzie, dat herinner ik mij niet meer. En wie precies de amokmakers waren die mijn buurjongen viseerden, dat kon hij me niet precies vertellen. Althans, zijn persoonsbeschrijvingen lieten bij mij geen belletje rinkelen van herkenning. En op zoek gaan naar die kerels kon ook niet. Want mijn maat bracht me pas van de onenigheid op de hoogte op het moment dat we, na schooltijd, onze fiets uit de stalling gingen halen om naar huis te rijden.

De gasten die het op mijn maat hadden gemunt, hadden aangekondigd hem na het beëindigen van de lessen, buiten school op te zullen wachten. Om met hem af te rekenen. Mijn buurjongen zijn beste vriend en tevens klasgenoot, die op onze schoolroute woonde en derhalve meestal met ons meereed, stelde voor om langs een andere weg dan de regulier gevolgde route huiswaarts te rijden. Wat wij een goed idee vonden.

We waren met ons drieën nog maar pas vertrokken of er kwamen ons daar van alle kanten fietsers tegemoet gereden. Allicht geïnspireerd door helden uit actiefilms op televisie of koele krijgers uit de westernboekjes die ik regelmatig las, sprong ik terstond van mijn fiets, duwde mijn stalen ros in de handen van de mij verbaast aankijkende vriend van mijn buur en ging heldhaftig voor mijn buurjongen staan. Met gebalde vuisten sprak ik onze belagers toe. Wie zinnes was om te trachten mijn maat te krenken, zou eerst met mij moeten afrekenen.

Uitdagend bewoog ik mijn hoofd van links naar rechts en keek al die pummels recht in de ogen. Tot ik opeens de stem hoorde van mijn maat zijn vriend. Die zei me dat die jongens tegenover ons niet de slechteriken waren, maar klasgenoten van hem en mijn buurjongen. En dus aan onze zijde stonden. Zo stond ik daar dus mooi voor aap. Belachelijk stoer te doen tegenover de verkeerde personen.

Maar ik liet die blunder niet aan mijn hart komen. En zag het grappige van de situatie wel in. Zo ook de rest van het groepje. Door dit incident was ineens ook alle spanning van ons afgevallen. En reden we in groep, gemoedelijk babbelend, huiswaarts. Die boelzoekers kwamen we op onze weg niet tegen. Waren die van op afstand getuige geweest van mijn optreden? En hadden ze daarom wijselijk beslist niet het risico te lopen slaag te krijgen van de toentertijd potige mij? Of waren ze bang van de grootte van onze groep en vreesden ze hoe dan ook het onderspit te moeten delven? Deze vragen zullen steeds onbeantwoord blijven. Het voornaamste feit was evenwel dat mijn buurjongen nooit meer van hen heeft last gehad.

*****

Datzelfde jaar heb ikzelf trouwens ook eens boel gehad met een jongen. Overigens niet zo verwonderlijk in een gemeenschap waar vele honderden jonge mannen in wording, bij wijze van spreken zitten opeengepakt.

Op de koer van de school, voor het traliehek dat het schoolterrein scheidde van het nabij gelegen park, stonden een aantal houten zitbanken. Uiteraard veel te weinig om alle leerlingen die in deze onderwijsinstelling les volgden, de mogelijkheid te bieden om er tijdens de pauzes op te verpozen.

Op een zekere dag in de lente kwamen mijn klasgenoten en ik tijdens de namiddagpauze als eersten naar buiten. Samen met een tweetal andere jongens nam ik plaats op de bank die stond opgesteld tegenover de deuropening van het schoolgebouw waar we net door waren naar buiten gekomen.

Even later kwamen ook tientallen andere kinderen, deels in groepjes, langs die deur en via de hoofdingang, de koer op. Vele onder hen, druk babbelend. En sommigen elkaar speels duwend. Eén groepje kwam recht op ons af. De twee jongens naast mij stonden direct op. Eén van de jongens die op ons waren afgestapt, keek me met zijn lelijke kop aan en sommeerde me op te krassen. Want die bank was voorbehouden voor hem en zijn maten.

Met die jongen had ik een jaar eerder in de klas gezeten. Na de zomervakantie was hij op school gearriveerd met een inmiddels lange haardos en een ring in zijn linker oor. Wat toen erg in was. Vooral bij hardrock en heavy metalfans. Van stadsgenoten van die gast had ik gehoord dat hij tijdens de zomer in aanraking was gekomen met de politie en het gerecht. En zelfs een tijdje had vast gezeten! Maar of dat waar was of (deels) verzonnen, daar heb ik het raden naar.

Nu was het mij inderdaad reeds opgevallen dat die sukkels nogal vaak op en om die bepaalde zitbank rondhingen. Maar ik was totaal niet van plan die kerel zijn bevel op te volgen. Dus antwoordde ik hem dat die bank er stond voor alle leerlingen. En ook ik dus het recht had er op uit te rusten.

Tegenspraak was dat gastje blijkbaar niet gewoon. Want zijn gezicht kleurde rood van woede. En hij stuurde een rochel richting mij. Wat ik dan weer geenszins apprecieerde. Ik veerde recht en stapte op die speekselproducent af. Welke achteruit deinsde. Dat er iets op til was, had al vlug een deel van de zich op de koer aanwezige scholieren door. Er vormde zich een ganse groep kijklustige tieners om ons heen. Opnieuw spuwde die kerel naar mij. Het slijm belandde op mijn jas. Boos trachtte ik mijn aanvaller op een wederkerige slijmsliert te trakteren. Maar spuwen was geenszins mijn specialiteit. Dus produceerde ik niet veel meer dan wat druppels mondvocht die, als uit een zeef, alle kanten, uitvlogen.

Het volgende moment kreeg ik een harde duw van dat arrogant ventje. Waarmee die kerel naar mijn normen helemaal te ver ging. Elkaar kietelen door het uitdelen van klappen met de vlakke hand, was niet aan mij besteed. Dus haalde ik uit met mijn rechtervuist en trof die kerel, met een flinke mep, vol op de kaak. Hij duizelde even en schudde zijn hoofd. Dan pas zag ik dat ik die kerel had geraakt op een plaats, net onder zijn linkeroog, waar zich net een korst had gevormd op een genezende wonde. Die nu terug bloot lag en bloedde.

Toen die kerel dat doorhad, werd hij woest. En wou me te lijf gaan. Maar ik zag zijn maten hem wijzen op de flink aangegroeide cirkel toeschouwers rondom ons en de naderende toezicht houdende studiemeesters. Hij gromde nog snel me na schooltijd aan het station te verwachten om het conflict af te handelen en verdween toen in de menigte. Toen ik om me heen keek zag ik dat minstens de helft van de schoolbevolking getuige was geweest van dit, voor mij toch, vervelend gebeuren.

Gedurende de overgebleven minuten van de rustpauze en zelfs tijdens de resterende twee lesuren van de dag, diende ik voortdurend te aanhoren dat men een spektakel verwachtte 's avonds aan het station. En op weg naar de fietsstalling werd ik ook, tot vervelens toe, geattendeerd op 'mijn' afspraak aan het treinstation. Nu lag die plek helemaal niet op mijn route naar huis toe en was ik totaal niet van plan mijn rijroute te wijzigen om die brutale medeleerling te plezieren. Als hij wou vechten, mij niet gelaten, maar dan wel op het schoolterrein!

Wat zulke kerels uiteraard niet doen. Want die hebben vaak al heel wat op hun kerfstok. En staan doorgaans al op een niet al te best blaadje bij de directie. Dus heb ik van die kerel achteraf geen last meer gehad. Dit ondanks het feit dat ik die namiddag gewoon huiswaarts ben gereden. Dit in tegenstelling tot een groot aantal schoolgenoten, die tevergeefs aan het treinstation mijn komst hadden afgewacht. Om me aan te moedigen? Bij een nederlaag uit te lachen? Wat kon mij dat schelen.

Die jongen zag ik daarna nog vaak. Zowel binnen de schoolpoort als daarbuiten. Stevig rokend en steeds met grieten in de buurt, die vielen op zijn type. In elk geval zag ik die jongen niet als een potentiële vriend en liet ik me dan ook niet in met hem en zijn activiteiten.

Bijna twintig jaar later heb ik die kerel nog eens terug gezien. Als klant in mijn winkel. Hij bleek toen al jaren chauffeur te zijn. Van internationaal transport. En zelfs in mijn buurt te wonen. Hij herkende mij evenwel niet meer. Maar ik hem des te meer. En ik herinnerde mij zelfs zijn naam nog. Zijn lange blonde haardos was nog intact. En er zat ook nog steeds een ring in zijn linker oorlel. Maar ze had het gezelschap gekregen van enkele piercings in de oorschelp. Ik kon in het uiterlijk van die kerel  nog steeds dat ruige ventje van weleer herkennen. Alleen was zijn huid nu versierd met allerlei tatoeages. Het plaatsen van dergelijke kunstwerken op andermans lichaam bleek overigens een activiteit te zijn waarmee hij zich in zijn vrije tijd bezig hield. Als bijverdienste. En uit ons gesprek kwam ik te weten dat hij ook nog steeds nicotineverslaafd was. Het kan inbeelding zijn geweest, maar op de door het roken verschraalde opperhuid van 's mans gezicht meende ik op zijn linkerwang, net onder het oog, een overblijfsel op te merken van het bijna twee decennia eerder voorgevallen schoolkoer incident.

09-02-10

Zalig zonder handen

  

Biking boy (klein)Om tijdens mijn middelbare schooltijd de onderwijsinstelling te bereiken waar ik les volgde, diende ik met mijn fiets een goeie 8 kilometer af te leggen. De school bevindt zich immers in het centrum van de stad, terwijl mijn ouderlijk huis is gelegen in een deelgemeente daarvan. Mijn rijwiel was het exemplaar dat ik van mijn ouders als geschenk kreeg ter gelegenheid van mijn Plechtige Communie. Het bij deze gelegenheid schenken van een ware 'grote mensenfiets', is een traditie die, naar ik links en rechts hoor en zie, ook heden ten dage nog in voege is.

In mijn buurt woonden toentertijd slechts enkele jongeren die hetzelfde traject volgden als ik elke dag deed. Langs wegen met weinig bebouwing en veel akkers en weiden die aan de straat paalden. Van fietspaden was er helemaal geen sprake. Een groot deel van de te volgen weg was toen trouwens nog niet eens geasfalteerd, enkel verhard, Een ander deel bestond en bestaat nog steeds uit kasseistenen, voor de afwatering in een nogal overdreven boog aangelegd, en breder gemaakt door aan beide straatkanten een rij grote vierkantige betontegels te leggen.

Rijcomfort was er voor de zeldzame fietsers zoals ik, helemaal niet. En veilig was mijn rijroute evenmin. Want er was toen wel een stuk minder autoverkeer dan vandaag, maar op de boerenbuiten waren de landbouwers en loonwerkers ook reeds 's ochtends vroeg op weg. En hun tractors en machines waren toen doorgaans nog niet zo kolossaal groot, maar op die smalle wegen was het voor fietsers toch steeds weer opletten geblazen als er zo een landbouwvoertuig kwam aangereden.

Om tijd uit te sparen volgde ik meestal de korte weg. Waarbij de te rijden afstand behoorlijk werd ingekort door via een oude kerkwegel te rijden. Een met kiezelsteentjes verstevigd pad tussen percelen landbouwgrond, dat in vroegere tijden werd gebruikt door vooral boerenmensen, om 's zondags in het kerkgebouw te geraken om daar de eucharistieviering bij te wonen.

De toegangsweg tot het stadscentrum was dan weer een kasseibaan waar deels was over geasfalteerd en in de loop der jaren de in de rijbaan gevallen putten waren gevuld met lappen asfalt. Zodat het geheel er uitzag als een zwart/grijze lappendoek. Door die hobbelige, en ondanks alle oplapwerk nog steeds vol putten zittende straat rijden was een ware marteling. En gevaarlijk, want aan weerszijden van de baan stonden er her en der auto's geparkeerd of gestationeerd.

Meerdere gebeurtenissen onderweg herinner ik mij, waarvan ik er hier slechts enkele in het kort zal verhalen. Zo herinner ik mij nog levendig mijn eerste fietsrit naar de middelbare school. Ik was helemaal niet gewoon om in het drukke stadsverkeer te rijden. Dus was het die eerste schooldag wennen om me in die verkeersstroom te bewegen.

Verkeersagent - 000Op een gegeven moment reed ik in een straat waar er, op de plaats waar deze onder de spoorweg loopt, aan de linkerkant, ook een zijstraat op uitkomt. In het midden van de straat stond er een politieagent het verkeer te regelen. Nu had ik in de lagere school wel de verkeersregels geleerd en was ik op de hoogte van de betekenis van de armsignalen van een verkeersagent. Maar die tekeningetjes in onze cursus waren steeds heel duidelijk geweest.

In de praktijk bleek dat andere koek te zijn. Die in het blauw gekostumeerde politiebeambte stond wel met zijn armen te zwaaien, maar de bewegingen die hij maakte kon ik niet direct in overeenstemming brengen met één van de ingestudeerde afbeeldingen op de stencils uit mijn verkeerscursus. Aangezien het verkeer in de zijstraat stil stond en ikzelf niet van richting veranderde, besloot ik vaart te houden en gewoon door te rijden.

Ter hoogte van die agent gekomen, zag ik hem, vanuit mijn ooghoeken, verbaast mijn richting uitkijken en met zijn ene hand een fluitje naar de mond brengen, waar hij luttele seconden later met bolle wangen op blies. Ik hield halt. De man, die gelukkig voor mij, zijn post niet kon verlaten, riep me boos toe. Of ik het verkeersreglement niet kende? En zonder op een antwoord te wachten gebood hij me terug te keren. Wat ik gedwee deed.

*****

Een ander voorval deed zich naar het einde van het schooljaar voor. Ik had dat jaar vrij snel iemand leren kennen die via dezelfde weg naar school reed. Ook een eerstejaars, maar de jongen zat wel in een andere klas dan de mijne. Meestal reden we samen naar school en huiswaarts. We passeerden daarbij dagelijks een boerderij waarvan de boer ons vaak commentaar toeriep. Dat we aan de kant van de weg moesten rijden, niet naast elkaar mochten rijden en nog meer van die dingen.

Zowel mijn schoolkameraad, nochtans zelf een boerenzoon en vast van plan in zijn vaders voetsporen te stappen, als ikzelf waren die voortdurende opmerkingen meer dan moe. Meer dan eens riepen wij iets terug. Iets snedig, of mogelijks eerder smerig, dat weet ik niet meer juist. Het maakte die boer in elk geval nog nijdiger! Knipogen

Boer - 000 (klein)Op een avond reed ik huiswaarts. Alleen, deze keer. Bijna aan die boer zijn bedrijf gekomen, zag ik dat daar nogal wat beweging was. Potverdorie, die waren vast van plan om de koeien van de weide aan de overkant, naar de stallen op hun erf te brengen. Een activiteit waarvoor ze, naar ik wist, de straat afspanden, zodat die beesten niet weg konden lopen.

Nu had ik er helemaal geen zin in om daar minstens een kwartier te staan koekeloeren naar die koebeestenverhuis. Dus duwde ik wat harder op mijn trappers om de versperring ten bate van die herlocatie voor te zijn. Door de snelheid die ik had, zag de boer mij pas op het laatste moment aankomen. Met die versperringskoord al in zijn ene hand, begon hij wild met zijn armen te zwaaien, ten teken dat ik moest stoppen en hem niet voorbij mocht rijden. Wat ik, onder luid sakkerend geroep van de boer, evenwel toch deed!

Had ik daar even 10 seconden geluk! Vlak nadat ik de boer was gepasseerd zag ik achter mij kijkend, in volle vaart een van de weide komende stier over de weg naar het boerenerf spurten. Het scheelde geen haartje of ik was, met fiets en al, aan dat beest zijn horens gespietst!

*****

Bij een andere boer liep er op het erf een hond die, van zodra hij ons in het vizier kreeg, vervaarlijk begon te grommen en te blaffen. In den beginne dachten we dat het dier dat deed ter protectie van het erf van zijn baasjes en dus om ons bang te maken. Opdat wij, voor die viervoeter potentiële boeven, het zeker niet in ons hoofd zouden halen om dat boerenhof te betreden.

Angry dog - 000Daarom hielden we ons, bij het naderen van die doening, stil en negeerden we het dier. Maar dat systeem leek niet te werken. De hond bleef dag na dag hetzelfde gedrag vertonen. Zwaar bassen en soms zelfs de bijters laten zien! Dus gooiden we het over een andere boeg. We begonnen de viervoeter, een dier van middelmatig formaat en vast het resultaat van een ongeplande kruising van verschillende rassen, te paaien door het vriendelijk toe te spreken. Maar ook dat mocht niet baten.

Buiten die hond viel er op dat boerenerf nimmer een levend wezen te bekennen. Dier noch mens waren daar ooit te zien. We hadden nochtans graag de baasjes van die boze blaffer eens aangesproken over het gedrag van hun dier, dat ons danig begon te vervelen. Bij de buren konden we ook niet terecht, want die waren er gewoonweg niet. Deze woonst stond zowat halverwege een straat, waar de dichtste buur 10 akkers en weilanden verder woonde

Op een bepaalde ochtend reed er een derde jongen met ons mee naar school. Een klasgenoot van die nagenoeg dagelijks met me meefietsende schoolmakker. Toen we de boerderij met die razend blaffende hond naderden, en daarover ons beklag deden, zei die jongen, een nogal magere van postuur, dat je de vijand met gelijke wapens moet bekampen. Waarop de jongen met zijn fiets van ons wegreed en naar de afsluiting spurtte, waarachter die hond zat.

Yelling boy (klein)Nog voor hij zijn doel bereikte, begon hij zelf enorm veel kabaal te maken. Maar dat leek het beest niet te deren en zeker geen schrik aan te jagen. Toen wij bij de blaffende en schreeuwende jongen arriveerden, wezen we hem op dat feit. En merkten op dat de hond er nu nog bozer uitzag en nog luider blafte dan gewoonlijk. En dat de jongen best zou ophouden met wat hij deed, want dat anders die viervoeter wel eens over de afsluiting zou durven wippen en achter hem aan zou durven gaan!

Hij rolde de fiets waarop hij zat, met zijn voeten een beetje achteruit, tot hij terug op de rijweg stond en zette aan om verder te fietsten. Onderwijl ons antwoordend dat hij niks hoefde te vrezen want dat het toegangshek steeds was gesloten.

Doch die dag dus uitzonderlijk niet! Die jongen zag dat bij het passeren ook, slaakte een gil en trapte toen uit volle kracht op zijn pedalen, om daar weg te komen. De hond, die hem eerst blaffend achtervolgde aan de erfzijde van de afrastering, koos ervoor vanaf het openstaande hek zijn weg over straat te vervolgen, onze gezel achterna.

Wij waren blijven staan en sloegen met open mond het schouwspel gade. Tot daar dan toch iemand vanaf het boerenerf begon te roepen. Waarop de hond halt hield. Net voor het moment waarop wij vreesden dat het dier zijn, allicht scherpe tanden, in onze maat zijn dunne onderbeen zou zetten.

We zagen dat de hond met tegenzin terug naar het boerenerf liep, waar zijn boos baasje hem vloekend stond op te wachten. Wij hadden geen tijd om te talmen, omdat we dan vast te laat op school zouden arriveren. Iets wat toen nog niemand van ons drieën durfde te riskeren. We waren blij dat dit avontuur goed was afgelopen en haastten ons naar school. Zelfs met de beste wil van de wereld kan ik me niet meer herinneren of we die kwaaie hond naderhand nog ooit hebben teruggezien.

*****

Cycling with hands in the pockets (klein)Toen ik al wat ouder was reed ik huiswaarts met een buurjongen die, na een mislukt avontuur in een andere onderwijsinstelling, inmiddels ook les volgde aan dezelfde school als mij. We reden op een asfaltbaan waar we, zeker op dat tijdstip, nauwelijks andere weggebruikers tegenkwamen. Op het lange stuk rechte baan waar we ons op voortbewogen, reden we gezapig naast elkaar. Ik uiterst rechts en mijn maat links van me. Mijn handen hield ik in de zakken van mijn jas. Zo bleven ze lekker warm. En kon ik rechtop gezeten fietsen. Iets wat ik veel liever deed dan zo in een onnatuurlijke, gebogen houding zoals je normaliter op een jongensfiets hoort te zitten.

We waren druk in gesprek over de dingen die ons boeiden: motorfietsen, uitgaan, meisjes en andere typisch puberale interesses. Op een gegeven moment mompelde mijn maat iets en ging vervolgens voor me rijden. "Wat heeft die nu ineens?" dacht ik nog, terwijl ik verwonderd zijn actie gadesloeg. Waarop ik mijn hoofd naar links draaide, en daar het gezicht ontwaarde van een kerel met een kepie op het hoofd. Een politieagent, zo bleek. Die het portierraampje van, wat even later een politiecombi bleek te zijn, had naar beneden gedraaid. Manueel, want toen ging dat nog niet elektrisch,.

Wel lichtjes geschrokken, maar me van geen kwaad bewust, bleef ik gewoon rustig verder fietsen... zonder handen. Tot die agent me vroeg om even halt te houden. Wat ik dan uiteraard ook terstond deed. Want de bevelen van een 'man van de wet' behoor je nu eenmaal op te volgen, zo wist ik.

Om mijn fiets af te remmen had ik uiteraard reeds de handen uit mijn zakken gehaald en op mijn fietsstuur geplaatst. De chauffeur van de camionette, een collega van de agent die me had aangesproken, zette het voertuig niet aan de kant. Neen, ze bleven gewoon stilstaan op de rijweg, naast mij. Ik keek naar de politieman, verwachtend een blaam te krijgen voor het naast elkaar rijden, maar dan hadden ze wel de verkeerde te pakken, want het was mijn maat die aan de kant van het wegverkeer had gereden. Hadden die pipo's dat dan niet gezien?

Politiecombi - 000 (lego) (klein)Maar de overtreding die ik had begaan en waar de agent me voor berispte was het zonder handen rijden. Verboden en gevaarlijk, zo maakte hij me diets. De kerel haalde een schriftje te voorschijn, zodat ik dacht 'prijs' te hebben, zoals wij in die tijd in onze streek het 'krijgen' van een boete cynisch uitdrukten.

Mijn naam werd me gevraagd en ook mijn adres. Braaf gaf ik die man de gevraagde en bovendien ook juiste informatie. De geüniformeerde figuur noteerde alles maar legde, tot mijn verbazing, vervolgens het boekje naast zich neer en zei me dat hij het deze keer bij een 'waarschuwing' zou laten. Maar dat ik moest ophouden met dat zonder handen te rijden. In het belang van mijn eigen veiligheid en dat van de andere weggebruikers. En ook al omdat hij de volgende keer dat hij me zou betrappen op deze verkeersovertreding, me een P.V. zou toebedelen.

Opgelucht stamelde ik iets van het te hebben begrepen en een bedankt. Waarna de agenten me nog ten afscheid groetten en terug verder reden. Ik keek de wegrijdende politiecombi na en zette vervolgens mijn fiets en daarmee ook mezelf, terug in beweging. En reed tot bij mijn maat. Die, van enkele tientallen meters verder, de gebeurtenissen nauwlettend had gevolgd. En die me nu bezorgd vroeg of ik een boete 'aan mijn rekker' had. Toen ik hem kon geruststellen enkel een verwittiging te hebben gekregen, vervolgden we beiden glimlachend onze rit. Terug naast elkaar, maar alle twee met de handen op het stuur!

Thuis durfde ik over het voorval niks te zeggen. Bang voor een uitbrander van mijn ouders. De eerstvolgende dagen liep ik evenwel rond met een bang hart. Vrezend dat die flikken hetzij me alsnog een boete zouden bezorgen, hetzij een schriftelijke bevestiging van mijn 'vergrijp' bij mijn ouders zouden laten toekomen. Wat allemaal kon, want ik had hen immers mijn naam en adres gegeven. Maar ik had geluk. Ze hielden woord, dus mij met rust. En ik ben nooit meer 'gesnapt' bij het zonder handen rijden, alhoewel ik het ook nadien nog vaak heb gedaan.

*****

Zonder handen fietsen - 001 (klein)Ik herinner mij het door een meester in de lagere school vertelde verhaal van een jongen die ook al fietsend zonder handen, door een politieagent werd tegengehouden. Die terstond die gast zijn stuur van de fiets haalde. Omdat die jongeman dat blijkbaar toch niet nodig had. Hij mocht zijn weg naar huis vervolgen en werd aangemaand om, samen met zijn vader, zijn fietsstuur af te komen halen op het lokaal politiekantoor.

Aangezien die jongen veel te laat thuiskwam, want hij had dat laatste stuk weg naar huis te voet moeten afleggen, omdat je met een fiets zonder stuur niet kan rijden, en hij daarenboven ook een verklaring moest geven voor het geamputeerd zijn van zijn tweewieler, was hij wel genoodzaakt zijn ouders over het gebeurde in te lichten. De pa gaf zoonlief 'onder zijn voeten', maar bleef wijselijk weg van het politiekantoor. Er geen zin in hebbend daar een preek te moeten aanhoren over het gedrag van zijn zoon. En ook bang om alsnog een boete te krijgen voor het vergrijp. Hij verkoos het zekere voor het onzekere en ging bij de fietsenmaker een nieuw stuur kopen voor het rijwiel van de zoon. Liever onmiddellijk opteren voor de kleine kost dan het risico te lopen op een grote!

30-04-09

Lijf- en andere straffen op school

 

School - StrafIn mijn jonge jaren hoorde lijfelijk en/of vernederend straffen op school, bij het opvoedkundig systeem. Als dat er tenminste toen al was. Want volgens mij heerste er eerder een sfeer van: "wie niet luisteren wil, moet voelen!" Als één van die kleine mannen in je klas niet wil luisteren, sluit hem dan op in het kolenhok. Houdt je leerling zijn mond niet, geef hem een mep, dan zwijgt hij wel!

Tegenwoordig mag dat niet meer. Klop geven, of een andere fysieke bestraffing, aan mensen die maar half zo groot, en heel veel jonger zijn dan hun leerkracht, past niet in de huidige onderwijscultuur. In de Leuvense Steinerschool weten ze dat nu ook. Die peinsden dat het kaderen ervan in een leerproject, lijfstraffen terug toelaatbaar maakte. Fout gedacht!

School ezelsoren (klein)Eigenlijk niet te geloven hoe snel alles evolueert. Toen ik een kleuter was, lagen de ezelsoren, die een kind kreeg opgezet als het niet wou luisteren of de ezel uithing, nog steeds in de juf haar kast. En ook de lange tong die babbelaars om de nek kregen gehangen lag daar nog. Maar gelukkig was het gebruik daarvan reeds sinds enkele jaren afgeschaft. Wat wel nog, maar eerder uitzonderlijk, gebeurde in dit wijkschooltje, was het even opsluiten in het kolenhok.

School - Straf (tong) (klein)Voor mijn tijd kon je in het schooltje ook het 1ste en het 2de leerjaar basisonderwijs volgen, maar toen ik er de kleuterschool doorliep, was er maar één klasje mee. Voor alle kleuters tussen 3 en 6 jaar. En met één juf. Die nota bene tegenover het schooltje woonde. Een goeie juf, vond ik, en ik herinner me zelfs haar naam, die ik hier evenwel om privacyredenen, niet zal vernoemen.

Als een kind echt onhandelbaar was, zag de juffrouw geen ander alternatief dan de stouterik even op te sluiten in het, naast de toiletten gelegen, donkere stalletje. Bij de kolen, want het uit slechts twee leslokalen bestaande schooltje, werd in de winter verwarmd met een centraal opgesteld kolenvuur.

School discipline (klein)Klappen op de blote poep, daar ben ik ook nog getuige van geweest, maar of dat op de kleuterschool was, dat durf ik niet met zekerheid te zeggen, noch te schrijven. En aan de armen of oren trekken, gebeurde ook, zelfs vaak, maar allicht pas vanaf de lagere school.

Lijfstraf - 000Lager onderwijs volgde ik in de gemeentelijke basisschool, gelegen aan de rand van de dorpskern. Met de handen achter de rug, of op het hoofd gevouwen 'in de hoek staan' was daar voor stoute jongens, dagelijkse kost. Maar ook brave, gehoorzame jongentjes zoals ikzelf moesten er van tijd tot tijd aan geloven. Die straf vond ik een verschrikking. Met je gezicht naar de muur gericht, en je rug dus naar je medeleerlingen gekeerd bevreesde me. En dat was allicht de bedoeling. Maar echte, niet leergierige stoute kinderen, maalden er niet om. Waardoor het regelmatig gebeurde dat alle vier de hoeken van het klaslokaal waren bezet. De stakker die aan de hoek stond waar ook de deur zich bevond, liep steeds kans om deze, bij een onaangekondigde entree van bijvoorbeeld een andere leerkracht, tegen zijn achterhoofd te krijgen.

Een andere tuchtmaatregel waar nogal kwistig mee werd omgesprongen, en regelmatig onterecht, was tijdens de pauzes 'rond de koer wandelen.' Terwijl de andere leerlingen spelletjes speelden, of in groepjes een praatje maakten, dienden de gestraften, alweer met de handen op de rug gevouwen, de boorden van de speelplaats af te stappen. Lopen mocht niet. Al durfden de gestraften het toch dikwijls aan, om een wedstrijdje snelwandelen te houden. Uiteraard enkel op momenten dat de toezichthoudende leerkracht niet oplette of even afwezig was.

School teacher cartoonEen fysiek pijnlijker straf was het tikken, met een platte lat of met een liniaal, op de vingers van leerlingen, om ik weet niet wat voor reden. Sommige onderwijzers gebruikten daar zelfs de één meter lange en een tweetal centimeter dikke bordlineaal voor! Ik heb ook nog leraars gekend die kinderen, met de handen op het hoofd, en de rug naar de klas gekeerd, op hun blote knieën lieten plaatsnemen op de houten tree. Een verhoog van zowat 15 centimeter en anderhalve meter diep, dat over de ganse lengte voor het krijtbord lag. Een laag podium dus, waarop de meester zijn lessenaar stond en hij zich voortbewoog. Vermoedelijk om nog groter te ogen dan ons en derhalve nog meer fysieke autoriteit uit te stralen.

Als een kind keer op keer last had met leerstof uit voorgaande schooljaren, dan gebeurde het wel eens dat onze meester hem terugstuurde naar de klas waarin die lessen reeds gegeven waren. Zo kon het dus zijn dat een leerling van het vierde studiejaar één, of meerdere dagen, op een stoeltje achterin de klas, mee de lessen moest volgen van de kinderen uit het eerste leerjaar!

Schoolmeisje IIZelfs in de middelbare school kreeg ik nog te maken met leerkrachten en ander personeel met losse handen. Zo was de leraar technisch tekenen van mij gewoon dat ik, door mijn inzicht en mijn interesse voor het vak, elke opdracht nauwgezet uitvoerde. Nu moet ik op een dag eens weinig goesting hebben gehad, of aan het dromen zijn geweest, mogelijks over één of andere griet. Want de interesse voor het vrouwvolk was,  met het ingaan van de pubertijd, die ook toen al bestond, nog groter geworden dan ze daarvoor reeds was. In elk geval trok mijn tekenwerk die dag op geen kloten.

Technical drawing classroom (small)Mijn leraar, die zijn toer maakte tussen de tekentafels, waaraan wij rechtstaand, of op een kruk gezeten, ons werk deden, merkte dat. "Dat trekt op niks hé, vent!", zo zei die, ietwat corpulente, steeds in een grijze kiel gestoken, grijzende en kalende man. Die woorden waren nog niet allemaal uitgesproken, of hij haalde uit met zijn rechterarm, waar hij een opgerolde map in de hand hield. Die trof mij zwaar op de linkerkaak van mijn gezicht!

Daar was ik toch even niet goed van. Terwijl ik wankelend mijn evenwicht zocht, en bekwam van die mep op mijn wang, liet de leerkracht, wiens naam ik me ook nog herinner, maar hier ook niet publiek ga maken, me weten dat ik beter moest presteren!

Wat ik ook nog heb gezien zijn leerkrachten die iets op het bord aan het schrijven waren en bij aanhoudend, voor hen allicht irritant geroezemoes in de klas, zich plots omdraaiden en het krijtje dat ze in hun hand hadden, met volle kracht door het lokaal lieten zoeven. Soms was het zelfs de zware houten bordveger die door de lucht suisde!

Wie pech had kreeg het krijt of de bordveger onzacht tegen zijn bakkes. In die tijd waren er nog niet zo veel frêle, voormalige prematuren. De meeste kinderen uit mijn klas, konden dus wel iets verdragen. Het waren trouwens allemaal jongens, want gemengd onderwijs stond toen nog in de kinderschoenen.

Dat mijn herinneringen helemaal juist zijn, dat kan ik uiteraard niet garanderen. Het gaat hem hier immers over gebeurtenissen van enkele decennia geleden. Maar ik ben er van overtuigd dat het hier verhaalde vast niet veel verschilt van wat er werkelijk gebeurde.