29-04-12

Wiet

  

Ooit kreeg ik van een specialist pijnmedicatie voorgeschreven op basis van opiaten. Door de apotheker afgeleverd in een klein bruin flesje. Volgens de informatie op de bijsluiter diende ik, per inname beurt, één druppel van het vloeibare goedje op een blokje suiker te gieten. Dat ik dan vervolgens in mijn mond moest nemen om het daar geleidelijk op mijn tong te laten smelten.

Man, dat was fantastisch spul! Het effect trad razendsnel in werking. De pijn verdween niet, maar kon me niet meer deren. Het medicijn maskeerde het pijngevoel door er een gelukzalige gewaarwording overheen te weven. High werd ik er niet van. En ook niet minder alert. Zodat ik bij gebruik van het spul toch nog normaal kon functioneren.

rudi,rudivandamme,avonturen,wiet,marihuana,cannabis,pijnmedicatie,opiaten,apotheker,bijsluiter,suiker,pijn,medicatie,high,dokter,arts,specialist,huisarts,operatie,neurochirurg,depakine,revalidatiecentrum,epiliepsie,pijnstillend,revalidatiearts,gezondheid,verpleegkundige,dafalgan,pijnstiller,verpleegster,joint,roken,blowen,dronken,pijnbestrijding,internet,pijpje,medicinale_marihuana,medicinalemarihuana,drug,sigaret,tabak,apotheek,thee,pijnbestreijdingsmiddel,man,kerel,playboy,voorschrift,doktersvoorschrift,bruinMe bewust van de gevaren van deze drug, ging ik er heel doordacht en zuinig mee om. Dus het duurde wel even vooraleer het flesje leeg begon te geraken. Met de arts die het product had voorgeschreven had ik geen nieuwe afspraak gemaakt, dus ging ik op consultatie bij mijn huisarts om aan een nieuw voorschrift te geraken. De brave man, toen een vijftiger, en één van de eerder conservatieve soort, waar het geneeskunde betreft, wou me onder geen enkel beding verder laten gaan met het gebruik van dat medicijn. Voornamelijk omwille van het gevaar er verslaafd aan te geraken.

Volgzame ik drong niet aan bij deze dokter en keerde ook niet weer terug naar de geneesheerspecialist. Met het overblijvende vocht in het kleine bruinkleurige flesje ging ik nu extreem spaarzaam om. En het laatste beetje heb ik zelfs met mijn tong uit het flesje gelikt.

*****

In het jaar 2000, toen ik na die noodlottige operatie, waarbij een neurochirurg me door zijn geklungel verlamd maakte, aanhoudend hevige pijn leed, startte men een kuur op met Depakine, een middel tegen epilepsie (vallende ziekte), gecombineerd met een antidepressivum. Van enig pijnstillend effect stelde ik niks vast. Maar ik bleef gedwee de pilletjes slikken omdat ik best de bewering van de mij behandelende artsen wilde geloven, dat deze medicatie na verloop van tijd wel heilzaam zou werken.

rudi,rudivandamme,avonturen,wiet,marihuana,cannabis,pijnmedicatie,opiaten,apotheker,bijsluiter,suiker,pijn,medicatie,high,dokter,arts,specialist,huisarts,operatie,neurochirurg,depakine,revalidatiecentrum,epiliepsie,pijnstillend,revalidatiearts,gezondheid,verpleegkundige,dafalgan,pijnstiller,verpleegster,joint,roken,blowen,dronken,pijnbestrijding,internet,pijpje,medicinale_marihuana,medicinalemarihuana,drug,sigaret,tabak,apotheek,thee,pijnbestreijdingsmiddel,man,kerel,playboy,voorschrift,doktersvoorschrift,bruinVele maanden later, toen ik de verzorgafdeling neurochirurgie had verlaten om verder te worden behandeld in het revalidatiecentrum, werkte die pijnstilling nog steeds niet. Hierop door mij geattendeerd, stelde mijn revalidatiearts voor om de dosis op te drijven. Wat na mijn akkoord hiermee ook gebeurde. Wederom zonder succes. Een ultieme poging om toch tot een gunstig resultaat te komen, was de dosis Depakine nog verder op te drijven. Waarbij ik dan wel diende over te stappen op de vloeibare vorm van het product.

Het gevolg van deze kuur was dat ik de gans dag door slaperig was. De pijn voelde minder erg aan, maar dat was veeleer het gevolg van mijn continue halfslapende toestand dan van een pijnstillende werking van de medicatie. Vaak viel ik in slaap terwijl ik in de sportzaal aan het oefenen was, in de gang op de hulp van een verpleegkundige zat te wachten of in de refter aan tafel zat te eten. Daar kwam ik dus niks verder mee. En heb dan maar, na wijs en rijp beraad, uiteraard door geleidelijk af te bouwen, ineens de inname van die ganse handel stopgezet. Ten nadele van de farmaceutische industrie, maar ten gunste van mijn maag, ergo mijn gezondheid.

*****

Vanaf dan beredderde ik me met af en toe een dafalgan te nemen als pijnstiller. En voor de rest mijn fysiek leed te verbijten. Waar ik, met het karakter dat ik heb, wel redelijk in slaagde. Een jonge verpleegster, die me al maandenlang verzorgde in het revalidatiecentrum, vond dat leven met continue pijn maar niks. Ze vond dat ik als jonge dertiger, die ik toen was, toch zo niet verder door het leven kon gaan. En raadde me aan om, in navolging van een deel van mijn ook aldaar verblijvende lotgenoten, zo nu en dan een jointje te roken. Het verdovende effect van de marihuana zou me, volgens haar, dan toch telkens, dan wel kortstondig, even een gevoel van pijnloosheid bezorgen.

rudi,rudivandamme,avonturen,wiet,marihuana,cannabis,pijnmedicatie,opiaten,apotheker,bijsluiter,suiker,pijn,medicatie,high,dokter,arts,specialist,huisarts,operatie,neurochirurg,depakine,revalidatiecentrum,epiliepsie,pijnstillend,revalidatiearts,gezondheid,verpleegkundige,dafalgan,pijnstiller,verpleegster,joint,roken,blowen,dronken,pijnbestrijding,internet,pijpje,medicinale_marihuana,medicinalemarihuana,drug,sigaret,tabak,apotheek,thee,pijnbestreijdingsmiddel,man,kerel,playboy,voorschrift,doktersvoorschrift,bruinAangezien ik er niet echt op was gebrand om middelen te gebruiken die mij mogelijks ook mijn greep op de omgeving en mezelf zouden laten verliezen, was ik niet onmiddellijk gewonnen voor haar idee. Alhoewel ik, de betrokkenheid die ze etaleerde met haar voorstel, ten zeerste apprecieerde. Maar wijn, bier en andere alcohol houdende dranken gebruikte ik ook slechts met mate. Eens ik ook maar een beetje wankelde of licht werd in mijn hoofd, stopte ik abrupt met drinken. Gelukkig voor mij kon ik op dit vlak heel wat aan. Genetisch bepaald, want mijn pa kon ook goed tegen de drank. Maar die liet zich, in tegenstelling tot mij, wel af en toe eens gaan tot hij in dronken toestand verkeerde Lachen

Eens thuis, na anderhalf jaar afwezigheid, was ik de eerste twee jaar te druk in de weer met het terug orde scheppen in de chaos en het noodgedwongen reorganiseren van mijn leven, om me al te zeer te bekommeren om mijn pijn en andere fysieke problemen. Maar eens mijn huishouding weer min of meer naar behoren draaide en ik voor de meeste materiële, financiële en administratieve problemen een begin van een oplossing had gevonden, begon ik ook weer aandacht te besteden aan het zoeken naar remedies om mijn fysieke ongemakken tot een minimum te beperken. Pijnbestrijding was er één van.

Het internet was een handig hulpmiddel om informatie te verzamelen. Over in de handel beschikbare medicatie en vooral ervaringen en tips van lotgenoten. Uiteindelijk bleek, na veel lezen en analyse van alle gevonden data, de suggestie van dat verpleegstertje in het revalidatiecentrum, voor mij de enige nog resterende optie te zijn. Medicinale Marihuana bleek voor vele pijnpatiënten dan wel niet voor een totaal wegnemen van hun pijn te zorgen, maar wel voor een reductie van dit leed tot een meer draaglijk niveau.

rudi,rudivandamme,avonturen,wiet,marihuana,cannabis,pijnmedicatie,opiaten,apotheker,bijsluiter,suiker,pijn,medicatie,high,dokter,arts,specialist,huisarts,operatie,neurochirurg,depakine,revalidatiecentrum,epiliepsie,pijnstillend,revalidatiearts,gezondheid,verpleegkundige,dafalgan,pijnstiller,verpleegster,joint,roken,blowen,dronken,pijnbestrijding,internet,pijpje,medicinale_marihuana,medicinalemarihuana,drug,sigaret,tabak,apotheek,thee,pijnbestreijdingsmiddel,man,kerel,playboy,voorschrift,doktersvoorschrift,bruinGeprikkeld door die wetenschap, maar toch nog steeds niet overtuigd om zelf de stap te zetten tot het gebruik van Marihuana, nam ik contact op met enkele mensen die beweerden (veel) profijt te hebben bij het medicinaal gebruik van deze drug. Sommige gebruikers rookten op regelmatige basis een joint, een sigaret waarin tussen de tabak ook wat verpulverde wiet wordt gerold. Anderen rookten de drug middels een pijpje. Maar het merendeel der medicinaal Marihuanagebruikers namen het spul tot zich als thee.

Na redelijk lang twijfelen besloot ik uiteindelijk om dit, ook in mijn geval mogelijks enige pijnbestrijdingsmiddel, toch eens uit te proberen. Naar ik van een gebruikster vernam, kon je met een voorschrift van een Belgische arts terecht in om het even welke apotheek in Nederland. Die daar door de overheid toestemming hadden verkregen om bepaalde types cannabis te verhandelen voor medische toepassing, aan gebruikers, mits voorgeschreven door de hen behandelende arts.

Aan mijn conservatief ingestelde huisarts, zelf een notoir kettingroker en ondanks, of net omwille van, deze verslaving, een pertinent tegenstander van elk product dat bij het gebruik ervan kan leiden tot geestelijke of fysieke afhankelijkheid, een wiet voorschriftje vragen had geen zin. Mijn persoonlijk assistente tipte de jonge collega van haar eigen huisarts als mogelijke voorschrijver. We namen contact op met deze vooruitstrevende arts, schetsten mijn medische voorgeschiedenis en de problematiek met betrekking tot pijnbestrijding. De, overigens sympathieke, man maakte er helemaal geen probleem van om me het gevraagde voor te schrijven. En ik beloofde hem op de hoogte te houden van het resultaat van mijn gepland medicinaal cannabisgebruik.

*****

Van mijn kennissen en via data op het internet kwam ik aan de weet dat je, in plaats van je bij de apotheek duur betaalde cannabis aan te schaffen, veel beter af was met een aankoop in een coffeeshop. Gerenommeerde coffeeshops zouden niet alleen spul leveren van een minstens even goede kwaliteit als de door de farmaceutische industrie, met toestemming van en controle door de Nederlandse overheid, via de medicijnenwinkels verdeelde wiet. Maar bovendien ook nog eens korting geven aan hen die het product aanschaften voor persoonlijk medisch gebruik, en dit konden aantonen via een voorschrift van hun arts.

rudi,rudivandamme,avonturen,wiet,marihuana,cannabis,pijnmedicatie,opiaten,apotheker,bijsluiter,suiker,pijn,medicatie,high,dokter,arts,specialist,huisarts,operatie,neurochirurg,depakine,revalidatiecentrum,epiliepsie,pijnstillend,revalidatiearts,gezondheid,verpleegkundige,dafalgan,pijnstiller,verpleegster,joint,roken,blowen,dronken,pijnbestrijding,internet,pijpje,medicinale_marihuana,medicinalemarihuana,drug,sigaret,tabak,apotheek,thee,pijnbestreijdingsmiddel,man,kerel,playboy,voorschrift,doktersvoorschrift,bruinMijn keuze was snel gemaakt. Mijn mediwiet zou ik niet aankopen bij een Nederlandse apotheek, maar aanschaffen in één van de talloze in dat land gevestigde coffeeshops. Als kind aan huis in Zeeuws Vlaanderen, het meest zuidelijke deel van de provincie Zeeland, en voor mij, als inwoner van het Vlaamse Waasland, net over de nabije landsgrens, wist ik waar ik zijn moest. Er geraken zou iets moeilijker zijn. Maar dat zou uiteindelijk toch lukken door gebruik te maken van de diensten van het OCMW van mijn woonplaats, die toen net beschikten over een met een lift uitgerust busje om, tegen betaling, rolstoelers van thuis naar hun bestemming te brengen, en uiteraard naderhand terug naar huis.

Een afspraak werd gemaakt voor een weekdag enkele dagen na het telefonisch contact opnemen. De aan de Westerschelde gelegen, en via een kanaal met de Vlaamse stad Gent verbonden, gemeente Terneuzen werd mijn bestemming. Omdat er in die tijd aldaar een coffeeshop was gevestigd die toen niet alleen de grootste was van Nederland, maar tevens een uitstekende reputatie had op het vlak van kwaliteit van waar en service: ‘Checkpoint’. Mijn echtgenote zou me vergezellen. De rit was gepland om door te gaan op een moment dat onze twee kleine kinderen op school waren.

We arriveerden ter plaats halfweg de voormiddag. Ondanks dit vroege tijdstip stonden er reeds behoorlijk wat auto’s op de parking voor het gebouw. Dat zich net buiten het centrum van de gemeente bevond. We verlieten het busje en spraken af op welke plek de chauffeur ons ’s avonds zou afhalen. Waarna deze met het voertuig de terugrit aanvatte. En mijn echtgenote en ik ons naar de ingang van de drugstent begaven. De eerste klanten waren we zeker niet. Aan enkele van de, zoals in een kroeg opgestelde, tafeltjes zaten mensen, al dan niet rokend, bij een koffie, thee of frisdrank. Sommigen alleen, en ook enkele duo’s. Deze laatste gemoedelijk pratend met elkaar. Aan de toonbank stond een koper de door hem gekozen waar af te rekenen met een werknemer van Checkpoint.

rudi,rudivandamme,avonturen,wiet,marihuana,cannabis,pijnmedicatie,opiaten,apotheker,bijsluiter,suiker,pijn,medicatie,high,dokter,arts,specialist,huisarts,operatie,neurochirurg,depakine,revalidatiecentrum,epiliepsie,pijnstillend,revalidatiearts,gezondheid,verpleegkundige,dafalgan,pijnstiller,verpleegster,joint,roken,blowen,dronken,pijnbestrijding,internet,pijpje,medicinale_marihuana,medicinalemarihuana,drug,sigaret,tabak,apotheek,thee,pijnbestreijdingsmiddel,man,kerel,playboy,voorschrift,doktersvoorschrift,bruinOp grote borden vooraan de balie en op de wand erachter hingen lijsten waarop in een vrij groot en goed leesbaar lettertype te lezen stond welke types Marihuana er in deze shop verkrijgbaar waren. De soort dat ik uit de informatie op internet had uitgekozen als, op basis van de erin aanwezige hoeveelheid THC en andere bestanddelen, wellicht de beste koop voor mijn doeleinden, stond er uiteraard niet bij. Dus vroeg ik raad aan de wietverkoper achter de balie. Die me vrij ongeïnteresseerd wat summiere informatie verstrekte. Op basis waarvan ik mijn keuze maakte. Ik kocht twee joints om ter plaatse te gebruiken en 5 gram om mee  te nemen naar huis. Dat laatste kreeg ik toegestopt in een doorschijnend plastieken zakje met druksluiting. Een klein pijpje in kunststof maakte mijn bestelling compleet.

Mijn voorschrift legde ik op de toonbank, waardoor de wiet me goedkoper werd aangerekend dan de gepubliceerde prijs. Het documentje mocht ik houden en bij een volgende aankoop opnieuw gebruiken, zo werd me gezegd. Ik rekende af, waarna we ons aan de drankbar iets te drinken aanschaften. Voor mijn eega een tas (gewone) thee en voor mezelf een koffie. We namen plaats aan een tafeltje. Ik bekeek de gekochte waar en besloot, volgens planning, een eerste joint aan te steken. Als doorgaans niet roker had ik uiteraard geen aansteker op zak. Zodat ik mijn buurman om een vuurtje moest verzoeken. Wat geen probleem vormde.

Zo trok ik een eerste keer aan de joint en inhaleerde de cannabisdampen. Het deed me niks, gaf me geen speciaal gevoel. Het liet me even koud als het trekken aan een gewone sigaret, wat ik in mijn leven al wel eens sporadisch had gedaan. Terwijl ik mijn jointje rookte, dronken we op ons gemak ons drankje op, waarna we de coffeeshop verlieten.

*****

Terwijl we ons met een gemoedelijk tempo, op het trottoir, in de richting van de winkelstraten verplaatsen, klonk er ineens van op de rijweg getoeter en geroep. Door en vanuit een uit de tegenovergestelde richting komende auto. Die ons inmiddels was gepasseerd, maar nu, in het zicht van onze spiedende ogen, met een bocht van 180 graden draaide, waardoor het voertuig vlak naast ons tot stilstand kwam. Vanaf de achterbank van een luxe type cabriolet kwam een jongeman gesprongen. Die ik onmiddellijk herkende. Zijn naam was ik even kwijt, maar we kenden elkaar van uit het revalidatiecentrum waar we allebei vele maanden lang verbleven.

rudi,rudivandamme,avonturen,wiet,marihuana,cannabis,pijnmedicatie,opiaten,apotheker,bijsluiter,suiker,pijn,medicatie,high,dokter,arts,specialist,huisarts,operatie,neurochirurg,depakine,revalidatiecentrum,epiliepsie,pijnstillend,revalidatiearts,gezondheid,verpleegkundige,dafalgan,pijnstiller,verpleegster,joint,roken,blowen,dronken,pijnbestrijding,internet,pijpje,medicinale_marihuana,medicinalemarihuana,drug,sigaret,tabak,apotheek,thee,pijnbestreijdingsmiddel,man,kerel,playboy,voorschrift,doktersvoorschrift,bruinDe man was een toffe kerel, van goede komaf, maar toch allerminst hautain. Die als twintiger jarenlang in één van de Spaanse Costa’s woonde, alwaar hij werkte als zeer gewaardeerde tennisleraar voor de hogere, gegoede klasse. Tot op het moment dat hij op een avond in zijn appartement werd belaagd door onverlaten. En over de betonnen reling van zijn balkon naar beneden was gegooid. Een voorval waarbij hij naast wat breuken en interne verwondingen ook een ernstig en helaas blijvend hersenletsel opliep. Waardoor hij een streep kon trekken onder zijn vorige leven. En na zijn revalidatie voorlopig terug zou gaan inwonen bij zijn ma, een vriendelijke vrouw met het voorkomen van een echte ‘madame’.

Het deed me plezier de man zo mobiel te zien, want bij ons laatste treffen was hij nog rolstoelgebonden. De cabriolet bleek zijn eigendom te zijn. Hij vertelde me dat de knappe gast achter het stuur een goede vriend was, want zelf mocht hij, omwille van zijn handicap, geen voertuig meer besturen. En de sexy jonge griet naast die kerel was diens vriendin. Mijn kennis zelf had de ware liefde nog niet gevonden en ging tot dat moment zou komen, alleenstaand door het leven.

In mezelf hoopte ik dat zijn gezellen echte vrienden waren en niet enkel uit op het profiteren van zijn welstand. Tegen het meegenieten van zijn luxe had ik op zich geen bezwaar. Als het maar gebeurde door personen die niet enkel het geld, maar vooral hem graag zagen en men hem daarbij hielpen om onder de mensen te blijven komen, van het leven te genieten en ondanks zijn beperkingen gelukkig te zijn. En zo zag hij eruit, deze rijzige, zuiders gekleurde jongeman, met zijn stralend witte tanden, sportieve lichaamsbouw en, ondanks zijn gebrekkig stappen, verwrongen gelaatstrekken en moeizaam spreken, nog steeds de allure en uitstraling van een playboy.

rudi,rudivandamme,avonturen,wiet,marihuana,cannabis,pijnmedicatie,opiaten,apotheker,bijsluiter,suiker,pijn,medicatie,high,dokter,arts,specialist,huisarts,operatie,neurochirurg,depakine,revalidatiecentrum,epiliepsie,pijnstillend,revalidatiearts,gezondheid,verpleegkundige,dafalgan,pijnstiller,verpleegster,joint,roken,blowen,dronken,pijnbestrijding,internet,pijpje,medicinale_marihuana,medicinalemarihuana,drug,sigaret,tabak,apotheek,thee,pijnbestreijdingsmiddel,man,kerel,playboy,voorschrift,doktersvoorschrift,bruinHartig lachend stelden we vast dat we beiden met hetzelfde doel in Terneuzen aanwezig waren: wiet shoppen bij CheckpointLachen Het was een fijn toevallig weerzien. Dat, achteraf gezien, veel te vluchtig was verlopen. Want voor ik er erg in had zat de (voormalige) ladykiller alweer op de achterbank van zijn auto en scheurden de drie er, toeterend en naar mij en mijn vrouw zwaaiend, aan een razende snelheid vandoor.

Ondertussen was ik nog steeds niet high of stoned. Elk euforisch gevoel bleef uit. Van enige afname van spierspanning of pijn was helemaal geen sprake. Het enige dat ik vaststelde was een zekere loomheid en een zwaar gevoel in de ledematen. En daar zou geen verandering meer in komen tijdens het winkelen en rondslenteren in de centrumstraten van Terneuzen. Activiteiten waarmee we de enkele uren tijd vulden tot wanneer de chauffeur met het rolstoelbusje ons op zou komen halen en terug naar huis brengen.

*****

Ten tijde van mijn cannabisexperiment volgde ik stemtherapie, die me aan huis werd gegeven door een jonge logopediste. Op een zekere dag stond het meisje voor mijn neus op een moment dat ik de jongedame nog niet verwachtte. Het was kort na de middag en ik had na het nuttigen van mijn middagmaal, een pijpje wiet gerookt. Dat me eigenlijk behoorlijk was misvallen. En waar ik op dat moment trachtte van te bekomen. Achteruit gekanteld in mijn rolstoel, buiten op het terras, in de schaduw van wat sierstruiken, want het was behoorlijk warm en zonnig weer.

rudi,rudivandamme,avonturen,wiet,marihuana,cannabis,pijnmedicatie,opiaten,apotheker,bijsluiter,suiker,pijn,medicatie,high,dokter,arts,specialist,huisarts,operatie,neurochirurg,depakine,revalidatiecentrum,epiliepsie,pijnstillend,revalidatiearts,gezondheid,verpleegkundige,dafalgan,pijnstiller,verpleegster,joint,roken,blowen,dronken,pijnbestrijding,internet,pijpje,medicinale_marihuana,medicinalemarihuana,drug,sigaret,tabak,apotheek,thee,pijnbestreijdingsmiddel,man,kerel,playboy,voorschrift,doktersvoorschrift,bruinOm de negatieve bijwerkingen van het wietgebruik tegen te gaan, was ik begonnen met het drinken van limonade. Aangezien ik tijdens mijn opzoekingwerk immers had gelezen dat de inname van suiker de effecten van het wiet roken zou neutraliseren. Maar daar merkte ik op dat moment niks van. De na het roken opgetreden hoofdpijn was niet geminderd, maar door de inname van al dat suiker lag ik nu ook nog eens opgescheept met een droge mond en keel. Euforisch of ‘high’ was ik helemaal niet, maar toch was ik in die mate gedrogeerd dat ik duizelig was, slaperig en moeite had om me op iets of iemand te concentreren.

Het praten met een verdwaasde geest en droge tong, mond en lippen viel echt niet mee. Bovendien dwaalden mijn gedachten geregeld weg van de les. En diende mijn logopediste enige moeite te doen om mij attent te maken op haar aanwezigheid en de oefeningen waar we mee bezig waren. Het meisje wist vast niet wat te denken van de situatie. Want ze kende me en was me gewoon als een gedreven en aandachtige leerling. En zelf voelde ik me in een ongemakkelijke positie. Want ik was me terdege bewust van het voortdurend afnemen van mijn aandacht, maar slaagde er niet in om dat een halt toe te roepen. De ganse sessie was een ware kwelling. Een voortdurende strijd van mezelf tegen die vervelende symptomen van het cannabisgebruik.

Toch heb ik de anderhalf uur therapie volledig kunnen uitdoen. Maar ik was blij toen het oefenen voorbij was. En ik heb mijn les geleerd uit het voorval en nooit meer wiet gerookt op een moment dat ik de eerstvolgende uren volk kon verwachten.

*****

rudi,rudivandamme,avonturen,wiet,marihuana,cannabis,pijnmedicatie,opiaten,apotheker,bijsluiter,suiker,pijn,medicatie,high,dokter,arts,specialist,huisarts,operatie,neurochirurg,depakine,revalidatiecentrum,epiliepsie,pijnstillend,revalidatiearts,gezondheid,verpleegkundige,dafalgan,pijnstiller,verpleegster,joint,roken,blowen,dronken,pijnbestrijding,internet,pijpje,medicinale_marihuana,medicinalemarihuana,drug,sigaret,tabak,apotheek,thee,pijnbestreijdingsmiddel,man,kerel,playboy,voorschrift,doktersvoorschrift,bruinVeel heb ik daarna trouwens niet meer gerookt. Het beoogde effect bleef immers uit. Daarna heb ik het dan ook nog geprobeerd met uit wiet getrokken thee. Wekenlang dronk ik er ’s avonds een tas van. Want net voor het slapen gaan was, naar ik in meerdere artikels op het internet las, het beste moment om het vocht tot mij te nemen. En het pijnstillend en spierontspannend effect zou pas na enkele weken optreden. Dus dronk ik dagelijks deze thee, tot vervelens toe, want eigenlijk hou ik absoluut niet van dit type warme drank. Helaas werd mijn volharding niet beloond, want andermaal bleef het resultaat uit.

Na dat mislukt cannabis avontuur koos ik er resoluut voor de onafgebroken dagelijkse pijn ‘gewoonweg’ te aanvaarden en een plaatsje te geven in mijn leven. Mijn pijpje heb ik niet meer, maar ik heb wel nog een beperkte voorraad wiet ter beschikking. Voor het geval ik het toch nog eens wil proberen. Of gewoon zin zou hebben om een jointje te blowen voor de gezelligheid.

rudi,rudivandamme,avonturen,wiet,marihuana,cannabis,pijnmedicatie,opiaten,apotheker,bijsluiter,suiker,pijn,medicatie,high,dokter,arts,specialist,huisarts,operatie,neurochirurg,depakine,revalidatiecentrum,epiliepsie,pijnstillend,revalidatiearts,gezondheid,verpleegkundige,dafalgan,pijnstiller,verpleegster,joint,roken,blowen,dronken,pijnbestrijding,internet,pijpje,medicinale_marihuana,medicinalemarihuana,drug,sigaret,tabak,apotheek,thee,pijnbestreijdingsmiddel,man,kerel,playboy,voorschrift,doktersvoorschrift,bruinHeden beperk ik mij tot het nemen van een Dafalgan, om pijnsymptomen te bestrijden. Vooral het type Odis is handig, omdat je het op de tong kan laten smelten en het een uiterst snelle werking heeft. Bij erge spierpijn slik ik Ibuprofene. En heel erge achterhoofdpijn ga ik te lijf met het enkel op doktersvoorschrift verkrijgbare Dafalgan Codeïne. Doordat ik dit laatste medicijn slechts zelden inneem, geniet ik bij het gebruik ervan niet enkel van de pijnstillende werking, maar maakt de erin aanwezige opiumalkaloïde me zelfs vrolijk en een beetje stoned Lachen

>>> klik ook eens op de afbeeldingen <<<

23-10-11

Hengelaarplezier & sportvisserijvertier

hengelaar,visser,sportvisser,provinviaaldomein,provinciaal_domein,puyenbroeck,visput,speeltuin,pa,ma,maat,paling,aal,vis,tiener,fiets,visvijver,visgerei,dobber,vissen,vakantie,champetter,zoon,vriend,visvangst,water,beet,jongen,minirokje,broekje,rokje,onderbroekje,visbak,meisje,verhaal,moeder,kerel,werphengel,ingewanden,waterput,hobby,vislijn,wandelpad,topje,lichaam,schoonheid,lijf,deerne,rivierpaling,ouders

Reeds van op heel jonge leeftijd ging ik vissen. Mee met mijn pa, en meestal op paling. Eens ik als tiener, door mijn ouders oud genoeg werd bevonden, trok ik er alleen op uit. Meestal richting provinciaal domein. Een gigantisch terrein met een kasteel, bossen, bloementuinen, een dierenpark, speeltuin en enkele visvijvers. Gelegen op een kilometer of vijf van mijn ouderlijke woonst.

Toentertijd was fietsen binnen het domein niet toegelaten. En omdat de afstand tussen de ingang van het domein en de visputten, toch enkele kilometers bedroeg, had ik voor het transport van mijn spullen een karretje gemaakt. Van het onderstel van een oude kinderwagen, waarop ik een plank had bevestigd.

Het karretje plaatste ik op de bagagedrager achteraan mijn fiets. Mijn door mijn pa, met recuperatiemateriaal gemaakte houten vissersbak, kwam daar nog bovenop te staan. Met snelbinders bevestigde ik dit alles stevig aan mijn fiets. Mijn in een kokervormige stoffen tas gestopte werphengels en oude vissersparaplu, bevestigde ik, met oude lederen riempjes, aan de buis van mijn fiets.

Met al mijn visspullen op de fiets reed ik dan van thuis tot aan de ingang van het domein. En van daar trok ik vervolgens het karretje met mijn visgerei, middels een stevig touw, tot aan de visvijver.

hengelaar,visser,sportvisser,provinviaaldomein,provinciaal_domein,puyenbroeck,visput,speeltuin,pa,ma,maat,paling,aal,vis,tiener,fiets,visvijver,visgerei,dobber,vissen,vakantie,champetter,zoon,vriend,visvangst,water,beet,jongen,minirokje,broekje,rokje,onderbroekje,visbak,meisje,verhaal,moeder,kerel,werphengel,ingewanden,waterput,hobby,vislijn,wandelpad,topje,lichaam,schoonheid,lijf,deerne,rivierpaling,oudersHet vissen was een vrij sociaal gebeuren. Rond de vijvers trof je vaak dezelfde mensen aan, waaronder ook heel wat jongelui. En bijna uitsluitend jongens en mannen. Eens geïnstalleerd op ons plekje aan het water, gingen we doorgaans bij de reeds eerder aanwezige hengelaars even gaan luisteren of ze al wat hadden gevangen. En zo het antwoord bevestigend was, keken we met graagte naar het door de visser even uit het water getilde leefnet. Om de zich daarin bevindende gevangen vis te aanschouwen. En de betreffende visser te feliciteren met zijn vangst.

Ook als we na een uur of zo turen naar onze dobber, of geduldig wachten op enig geluid van het aan onze werphengels bevestigde alarmbelletje, geen beweging of geluid waarnamen, gingen we elkaar opzoeken. Om onze nood te klagen. En onze benen te strekken Knipogen En als er iemand ‘beet’ had, dan kwamen de vissers uit diens buurt rond die gelukzak staan. Om hem bewonderend, en niet zelden met enige jalousie, de buit te zien binnenhalen. Vooral als het grote kanjers betrof, die meestal nogal wat weerwerk boden en moesten worden moe gemaakt, vooraleer te worden opgehaald, gaven nogal wat omstanders gretig hun ongevraagd en meestal ook onnodig en ongewenst advies. Gewoonlijk wel welkom was dan weer de hulp die collega-vissers boden door het reeds in het water houden van het schepnet met behulp waarvan de aan de haak van de vislijn hangende vis op de oever en dus het droge moest worden gebracht.

*****

Op een zekere dag in de vakantie, was ik met een vriend een namiddag gaan vissen in dat provinciaal domein. De buit was mager. Buiten de dikke aal die ik had gevangen. Nogal wat andere, rond de vijver verzamelde vissers, waren jaloers op mijn vangst.

hengelaar,visser,sportvisser,provinviaaldomein,provinciaal_domein,puyenbroeck,visput,speeltuin,pa,ma,maat,paling,aal,vis,tiener,fiets,visvijver,visgerei,dobber,vissen,vakantie,champetter,zoon,vriend,visvangst,water,beet,jongen,minirokje,broekje,rokje,onderbroekje,visbak,meisje,verhaal,moeder,kerel,werphengel,ingewanden,waterput,hobby,vislijn,wandelpad,topje,lichaam,schoonheid,lijf,deerne,rivierpaling,oudersZo ook de corpulente zoon van de champetter uit een gehucht, grenzend aan de buurt waar ik woonde. Die kerel was een jaar of twee ouder dan mij. Daardoor en tevens door het feit dat we nooit bij elkaar op school hadden gezeten, kende ik de jongen slechts vaag.

Toen mijn maat en ik ons boeltje bij elkaar hadden gepakt en net op het punt stonden om ons via de, naast de vijver lopende, geasfalteerde laan, naar de uitgang van het domein te begeven, kwam die kerel, samen met zijn twee maten, op me af. En vroeg me of hij mijn vangst nog eens mocht zien.

Met enige tegenzin haalde ik de snelbinder van rond mijn op mijn karretje staande vissersbak, opende de klep ervan en haalde er het wit stoffen zakje uit waarin de door mij gevangen aal zat opgesloten. Ik loste de strop waarmee het zakje werd dicht gehouden en liet de inhoud zien: een vette paling van een centimeter of 40 lang, wel minstens 2 centimeter dik en vast minimaal 800 gram zwaar. Die lag te kronkelen in een door hemzelf geproduceerd half transparant wit slijm.

hengelaar,visser,sportvisser,provinviaaldomein,provinciaal_domein,puyenbroeck,visput,speeltuin,pa,ma,maat,paling,aal,vis,tiener,fiets,visvijver,visgerei,dobber,vissen,vakantie,champetter,zoon,vriend,visvangst,water,beet,jongen,minirokje,broekje,rokje,onderbroekje,visbak,meisje,verhaal,moeder,kerel,werphengel,ingewanden,waterput,hobby,vislijn,wandelpad,topje,lichaam,schoonheid,lijf,deerne,rivierpaling,oudersDe ogen van de dikke tiener voor me puilden bijna uit hun kassen. Hij wou de aal van me afkopen. En bood er mij maar liefst 500 Belgische Franken voor aan, een goeie 12 Euro. In die tijd, eind de jaren zeventig, was dat, voor een jongere, een ferm bedrag.

Toch was mijn vangst verkopen geen optie. Die nam ik mee naar huis. Om aan mijn huisgenoten te tonen, te doden, te stropen, te kuisen en later zelf op te eten. En ik dacht er nog niet aan om dat ritueel te verbreken voor wat geld.

Die dikzak snapte dat evenwel niet. Hij bekende me dat hij thuis bij voorbaat had opgeschept over zijn visserstalent en de vangt die hij naar huis zou meebrengen. En nu dreigde hij gezichtsverlies te lijden door met kompleet lege handen weer te keren. Dus wou hij hoe dan ook mijn aal. En kwam dreigend en boos kijkend op me af toen ik het zakje weer dicht bond, wegstopte en mijn vissersbak weer aan mijn karretje vastmaakte.

Nu was ik in die tijd zelf geen hummel en best potig, maar toch vermeed ik liefst een fysieke confrontatie met die gast van minstens een kop groter dan mij en met een lichaamsvolume van wel drie keer het mijne. Dus wenkte ik mijn maat en zette het samen met hem op een lopen. Mijn karretje achter me aantrekkend.

hengelaar,visser,sportvisser,provinviaaldomein,provinciaal_domein,puyenbroeck,visput,speeltuin,pa,ma,maat,paling,aal,vis,tiener,fiets,visvijver,visgerei,dobber,vissen,vakantie,champetter,zoon,vriend,visvangst,water,beet,jongen,minirokje,broekje,rokje,onderbroekje,visbak,meisje,verhaal,moeder,kerel,werphengel,ingewanden,waterput,hobby,vislijn,wandelpad,topje,lichaam,schoonheid,lijf,deerne,rivierpaling,oudersDe zoon van de champetter bleef eerst enkele seconden verbouwereerd ter plaatse staan, maar gaf toen met de palm van zijn dikke vette pollen zijn beide maten een flinke duw in de rug en zette zich samen met hen in beweging. Me onderwijl dingen toeroepend die ik niet kon verstaan. Want wij waren inmiddels al op geruime afstand van elkaar verwijderd. Met zijn logge lijf, nog verzwaard door de ballast van zijn visgerei, kon die gast trouwens mijn tempo absoluut niet aanhouden. Toen hij en zijn vrienden de uitgang van het domein bereikten, zaten mijn vriend en ik reeds op onze met het visgerei geladen fietsen en reden we gezwind weg van de fietsstelplaats. Die vetzak zonder visvangst het nakijken gevend.

Thuisgekomen toonde ik vol van trots mijn vangst aan mijn moeder. Die blij was met mijn succes. En verzekerde me dat ook mijn pa, bij thuiskomst van zijn werk, verheugd zou zijn over mijn vangst van zulk een ferme paling.

Over het conflict met de zoon van de champetter zweeg ik wijselijk. Het had geen zin om mijn ma nodeloos bezorgd te maken. Bovendien wou ik ten alle prijze vermijden dat ze me niet langer zou toelaten om alleen of met vrienden te gaan vissen.

Als steeds maakte ik zelf mijn vangst gereed om klaar te maken voor consumptie. Daar was ik goed in. Ook de buurjongens kwamen, als ze bij het vissen iets hadden gevangen, bij mij langs om hun vis te laten doden en kuisen. Dat deed ik buiten, of bij slecht weer, in onze garage.

hengelaar,visser,sportvisser,provinviaaldomein,provinciaal_domein,puyenbroeck,visput,speeltuin,pa,ma,maat,paling,aal,vis,tiener,fiets,visvijver,visgerei,dobber,vissen,vakantie,champetter,zoon,vriend,visvangst,water,beet,jongen,minirokje,broekje,rokje,onderbroekje,visbak,meisje,verhaal,moeder,kerel,werphengel,ingewanden,waterput,hobby,vislijn,wandelpad,topje,lichaam,schoonheid,lijf,deerne,rivierpaling,oudersNet onder de kop van mijn nog levende paling maakte ik met een scherp mes een snede. Waarna ik, terwijl ik met een vod de kop vasthield, met een oude platte bektang, de huid van de aal vastkneep en van diens lijf stroopte. Vervolgens sneed ik zijn buik open in de lengterichting. En haalde alle ingewanden uit het lijf door mijn duim van aan de kop tot aan de staart door het lijf te bewegen. Dan sneed ik de kop eraf en spoelde en wreef de overgebleven resten proper in een emmer met proper putwater. Dat ik middels onze oude waterpomp aan de oppervlakte had gebracht. Met keukenpapier depte ik daarna het vlees proper. En bracht het dan naar mijn ma. Die het in een zakje stopte en in de diepvries deponeerde. Om er later, samen met andere door mijn pa en mij gevangen palingen, een heerlijke maaltijd mee te bereiden.

*****

Door dat vaak uit vissen gaan naar dezelfde waterput, leerde ik er dus snel jongens kennen die daar dezelfde hobby uitoefenden. Het waren doorgaans kerels van ongeveer mijn leeftijd of enkele jaren ouder. Soms zat ieder gewoon op zijn eigen plekje en brachten we elkaar zo nu en dan een bezoekje. Om te zien wat de andere al had gevangen, maar vaak ook gewoon om een praatje te slaan en zo de tijd te doden.

hengelaar,visser,sportvisser,provinviaaldomein,provinciaal_domein,puyenbroeck,visput,speeltuin,pa,ma,maat,paling,aal,vis,tiener,fiets,visvijver,visgerei,dobber,vissen,vakantie,champetter,zoon,vriend,visvangst,water,beet,jongen,minirokje,broekje,rokje,onderbroekje,visbak,meisje,verhaal,moeder,kerel,werphengel,ingewanden,waterput,hobby,vislijn,wandelpad,topje,lichaam,schoonheid,lijf,deerne,rivierpaling,oudersSoms troepten we ook samen en zaten we allemaal naast elkaar met onze vislijnen. Door ons gestoei en gebabbel werden de vissen vast afgeschrikt, want veel werd er op die momenten doorgaans niet gevangen. Ook niet die keer dat ik als twaalfjarige met de enkele jaren oudere, aan de visput ontmoette Wouter en nog een tweetal andere gelegenheidsvrienden, aan het vissen was. Het was warm weer en we hadden dan wel nog niet eens beet gehad, de leute was er niet minder om.

Op een gegeven moment kwam er op het wandelpad, gelegen op een tiental meter van, en iets hoger dan, de visvijver, een knap blond grietje aangetrippeld. Uiteraard was Wouter de eerste uit ons groepje die het meisje had opgemerkt. De praatgrage kerel zat immers meer rondom zich te kijken dan naar de dobber van zijn vislijn. Hij maakte ons, de andere drie, met opgewonden stem, attent op die mooie verschijning. En het korte rokje dat ze droeg onder het al even weinig verhullende topje van het, voor haar vermoedelijk zowat vijftien jarige leeftijd, reeds fraai gevormde lichaam.

Wouter floot luid tussen zijn tanden. De frêle schoonheid stopte en keek ons glimlachend aan. Waarop Wouter haar uitdagend vroeg of dat rokje niet nog wat hoger kon. “Oh, jawel hoor!” zei het meisje lachend, “Ik draag er toch nog een broekje onder!” Waarop het lekker ding haar minirokje optilde en wij een nauw om haar lijf spannend bleekroos onderbroekje te zien kregen.

Wouter sprong van opwinding bijna uit zijn eigen broek. Zenuwachtig, met blozende kaken en trillende stem vroeg hij aan het meisje waar ze heen ging. De speeltuin, zo liet ze weten. En toen ze met haar lieflijke stem positief antwoordde op zijn vraag of hij mee mocht gaan met haar, was Wouter niet meer te houden. Verbaast keken we toe hoe de jongen vliegensvlug al zijn visgerij bij elkaar scharrelde, ons nog snel ten afscheid groette en vervolgens naar dat meisje toe holde.

hengelaar,visser,sportvisser,provinviaaldomein,provinciaal_domein,puyenbroeck,visput,speeltuin,pa,ma,maat,paling,aal,vis,tiener,fiets,visvijver,visgerei,dobber,vissen,vakantie,champetter,zoon,vriend,visvangst,water,beet,jongen,minirokje,broekje,rokje,onderbroekje,visbak,meisje,verhaal,moeder,kerel,werphengel,ingewanden,waterput,hobby,vislijn,wandelpad,topje,lichaam,schoonheid,lijf,deerne,rivierpaling,oudersWij, achterblijvers, keken die twee nog even na. Wouter met zijn zware visbak middels een riem op de rug dragend, in één hand de lange smalle zak met zijn vislijnen en met de andere hand wild gebaren makend. Terwijl het naast hem stappende meisje hem, onder het verleidelijk bij elkaar nemen van haar lange sluike haar, glimlachend aankeek. Waarschijnlijk was onze maat die knappe deerne een verzonnen verhaal aan het vertellen over eerdere wonderbaarlijke visvangsten.

Wouter zagen we die dag niet meer terug. Maar een dag later was hij wel terug van de partij. En bracht de jonge kerel, onder het vissen, in geuren en kleuren verslag uit van de formidabele namiddag die hij had beleefd met die mooie, vrouwelijke leeftijdgenote Lachen

>>>>>  klik op de afbeelding voor een grotere weergave  <<<<<

29-04-10

Ambras buiten de klas

      

De buurjongen waar ik tijdens mijn middelbare schooltijd regelmatig mee naar school fietste en vaak ook terug weer huiswaarts keerde, had op een bepaald moment ambras met enkele gasten die ook bij ons op school zaten. Maar een andere studierichting volgden dan zowel mijn buurjongen als mij. Die toen aan het tweede jaar was begonnen, terwijl mijn buur nog maar in het eerste jaar zat.

Die kerel was nochtans even oud als mij, maar hij had zijn eerste jaar middelbaar onderwijs aan een andere onderwijsinstelling doorlopen. Studeren was er, dat jaar, voor hem nauwelijks bij geweest. Er op school een bonte boel van maken, des te meer. In die mate zelfs dat zowel directie als leerkrachten zijn ouders tegen het einde van dat schooljaar vriendelijk, doch dringend hadden verzocht hun zoon na de zomervakantie elders onder te brengen. Wat dus ook was gebeurd. De reeks opgestapelde buizen liet de jongen mooi achter zich, om met een nieuwe lei en een fris elan opnieuw het eerste jaar aan te vatten. Op de school waar ik dus al een jaar lang mijn broek had versleten. En ook wel wat kennis had vergaard.

Wat de oorzaak was van de ruzie, dat herinner ik mij niet meer. En wie precies de amokmakers waren die mijn buurjongen viseerden, dat kon hij me niet precies vertellen. Althans, zijn persoonsbeschrijvingen lieten bij mij geen belletje rinkelen van herkenning. En op zoek gaan naar die kerels kon ook niet. Want mijn maat bracht me pas van de onenigheid op de hoogte op het moment dat we, na schooltijd, onze fiets uit de stalling gingen halen om naar huis te rijden.

De gasten die het op mijn maat hadden gemunt, hadden aangekondigd hem na het beëindigen van de lessen, buiten school op te zullen wachten. Om met hem af te rekenen. Mijn buurjongen zijn beste vriend en tevens klasgenoot, die op onze schoolroute woonde en derhalve meestal met ons meereed, stelde voor om langs een andere weg dan de regulier gevolgde route huiswaarts te rijden. Wat wij een goed idee vonden.

We waren met ons drieën nog maar pas vertrokken of er kwamen ons daar van alle kanten fietsers tegemoet gereden. Allicht geïnspireerd door helden uit actiefilms op televisie of koele krijgers uit de westernboekjes die ik regelmatig las, sprong ik terstond van mijn fiets, duwde mijn stalen ros in de handen van de mij verbaast aankijkende vriend van mijn buur en ging heldhaftig voor mijn buurjongen staan. Met gebalde vuisten sprak ik onze belagers toe. Wie zinnes was om te trachten mijn maat te krenken, zou eerst met mij moeten afrekenen.

Uitdagend bewoog ik mijn hoofd van links naar rechts en keek al die pummels recht in de ogen. Tot ik opeens de stem hoorde van mijn maat zijn vriend. Die zei me dat die jongens tegenover ons niet de slechteriken waren, maar klasgenoten van hem en mijn buurjongen. En dus aan onze zijde stonden. Zo stond ik daar dus mooi voor aap. Belachelijk stoer te doen tegenover de verkeerde personen.

Maar ik liet die blunder niet aan mijn hart komen. En zag het grappige van de situatie wel in. Zo ook de rest van het groepje. Door dit incident was ineens ook alle spanning van ons afgevallen. En reden we in groep, gemoedelijk babbelend, huiswaarts. Die boelzoekers kwamen we op onze weg niet tegen. Waren die van op afstand getuige geweest van mijn optreden? En hadden ze daarom wijselijk beslist niet het risico te lopen slaag te krijgen van de toentertijd potige mij? Of waren ze bang van de grootte van onze groep en vreesden ze hoe dan ook het onderspit te moeten delven? Deze vragen zullen steeds onbeantwoord blijven. Het voornaamste feit was evenwel dat mijn buurjongen nooit meer van hen heeft last gehad.

*****

Datzelfde jaar heb ikzelf trouwens ook eens boel gehad met een jongen. Overigens niet zo verwonderlijk in een gemeenschap waar vele honderden jonge mannen in wording, bij wijze van spreken zitten opeengepakt.

Op de koer van de school, voor het traliehek dat het schoolterrein scheidde van het nabij gelegen park, stonden een aantal houten zitbanken. Uiteraard veel te weinig om alle leerlingen die in deze onderwijsinstelling les volgden, de mogelijkheid te bieden om er tijdens de pauzes op te verpozen.

Op een zekere dag in de lente kwamen mijn klasgenoten en ik tijdens de namiddagpauze als eersten naar buiten. Samen met een tweetal andere jongens nam ik plaats op de bank die stond opgesteld tegenover de deuropening van het schoolgebouw waar we net door waren naar buiten gekomen.

Even later kwamen ook tientallen andere kinderen, deels in groepjes, langs die deur en via de hoofdingang, de koer op. Vele onder hen, druk babbelend. En sommigen elkaar speels duwend. Eén groepje kwam recht op ons af. De twee jongens naast mij stonden direct op. Eén van de jongens die op ons waren afgestapt, keek me met zijn lelijke kop aan en sommeerde me op te krassen. Want die bank was voorbehouden voor hem en zijn maten.

Met die jongen had ik een jaar eerder in de klas gezeten. Na de zomervakantie was hij op school gearriveerd met een inmiddels lange haardos en een ring in zijn linker oor. Wat toen erg in was. Vooral bij hardrock en heavy metalfans. Van stadsgenoten van die gast had ik gehoord dat hij tijdens de zomer in aanraking was gekomen met de politie en het gerecht. En zelfs een tijdje had vast gezeten! Maar of dat waar was of (deels) verzonnen, daar heb ik het raden naar.

Nu was het mij inderdaad reeds opgevallen dat die sukkels nogal vaak op en om die bepaalde zitbank rondhingen. Maar ik was totaal niet van plan die kerel zijn bevel op te volgen. Dus antwoordde ik hem dat die bank er stond voor alle leerlingen. En ook ik dus het recht had er op uit te rusten.

Tegenspraak was dat gastje blijkbaar niet gewoon. Want zijn gezicht kleurde rood van woede. En hij stuurde een rochel richting mij. Wat ik dan weer geenszins apprecieerde. Ik veerde recht en stapte op die speekselproducent af. Welke achteruit deinsde. Dat er iets op til was, had al vlug een deel van de zich op de koer aanwezige scholieren door. Er vormde zich een ganse groep kijklustige tieners om ons heen. Opnieuw spuwde die kerel naar mij. Het slijm belandde op mijn jas. Boos trachtte ik mijn aanvaller op een wederkerige slijmsliert te trakteren. Maar spuwen was geenszins mijn specialiteit. Dus produceerde ik niet veel meer dan wat druppels mondvocht die, als uit een zeef, alle kanten, uitvlogen.

Het volgende moment kreeg ik een harde duw van dat arrogant ventje. Waarmee die kerel naar mijn normen helemaal te ver ging. Elkaar kietelen door het uitdelen van klappen met de vlakke hand, was niet aan mij besteed. Dus haalde ik uit met mijn rechtervuist en trof die kerel, met een flinke mep, vol op de kaak. Hij duizelde even en schudde zijn hoofd. Dan pas zag ik dat ik die kerel had geraakt op een plaats, net onder zijn linkeroog, waar zich net een korst had gevormd op een genezende wonde. Die nu terug bloot lag en bloedde.

Toen die kerel dat doorhad, werd hij woest. En wou me te lijf gaan. Maar ik zag zijn maten hem wijzen op de flink aangegroeide cirkel toeschouwers rondom ons en de naderende toezicht houdende studiemeesters. Hij gromde nog snel me na schooltijd aan het station te verwachten om het conflict af te handelen en verdween toen in de menigte. Toen ik om me heen keek zag ik dat minstens de helft van de schoolbevolking getuige was geweest van dit, voor mij toch, vervelend gebeuren.

Gedurende de overgebleven minuten van de rustpauze en zelfs tijdens de resterende twee lesuren van de dag, diende ik voortdurend te aanhoren dat men een spektakel verwachtte 's avonds aan het station. En op weg naar de fietsstalling werd ik ook, tot vervelens toe, geattendeerd op 'mijn' afspraak aan het treinstation. Nu lag die plek helemaal niet op mijn route naar huis toe en was ik totaal niet van plan mijn rijroute te wijzigen om die brutale medeleerling te plezieren. Als hij wou vechten, mij niet gelaten, maar dan wel op het schoolterrein!

Wat zulke kerels uiteraard niet doen. Want die hebben vaak al heel wat op hun kerfstok. En staan doorgaans al op een niet al te best blaadje bij de directie. Dus heb ik van die kerel achteraf geen last meer gehad. Dit ondanks het feit dat ik die namiddag gewoon huiswaarts ben gereden. Dit in tegenstelling tot een groot aantal schoolgenoten, die tevergeefs aan het treinstation mijn komst hadden afgewacht. Om me aan te moedigen? Bij een nederlaag uit te lachen? Wat kon mij dat schelen.

Die jongen zag ik daarna nog vaak. Zowel binnen de schoolpoort als daarbuiten. Stevig rokend en steeds met grieten in de buurt, die vielen op zijn type. In elk geval zag ik die jongen niet als een potentiële vriend en liet ik me dan ook niet in met hem en zijn activiteiten.

Bijna twintig jaar later heb ik die kerel nog eens terug gezien. Als klant in mijn winkel. Hij bleek toen al jaren chauffeur te zijn. Van internationaal transport. En zelfs in mijn buurt te wonen. Hij herkende mij evenwel niet meer. Maar ik hem des te meer. En ik herinnerde mij zelfs zijn naam nog. Zijn lange blonde haardos was nog intact. En er zat ook nog steeds een ring in zijn linker oorlel. Maar ze had het gezelschap gekregen van enkele piercings in de oorschelp. Ik kon in het uiterlijk van die kerel  nog steeds dat ruige ventje van weleer herkennen. Alleen was zijn huid nu versierd met allerlei tatoeages. Het plaatsen van dergelijke kunstwerken op andermans lichaam bleek overigens een activiteit te zijn waarmee hij zich in zijn vrije tijd bezig hield. Als bijverdienste. En uit ons gesprek kwam ik te weten dat hij ook nog steeds nicotineverslaafd was. Het kan inbeelding zijn geweest, maar op de door het roken verschraalde opperhuid van 's mans gezicht meende ik op zijn linkerwang, net onder het oog, een overblijfsel op te merken van het bijna twee decennia eerder voorgevallen schoolkoer incident.

09-01-10

Belevenissen in het UZ – Een beetje tipsy

  

CLNR - 000Een revalidatiegenoot, die in het centrum verbleef omdat hij een voet, onderbeen en knie was kwijtgeraakt, alle drie de lichaamsdelen gelukkig van dezelfde lichaamszijde, had mij en enkele andere revalidatiegenoten uitgenodigd om na het middagmaal in zijn kamer een glas te komen drinken.

Als ik het mij goed herinner was die man zijn ledemaat kwijt geraakt bij een arbeidsongeval. Vandaar allicht dat hij de privilege had in een eenpersoonskamer te mogen verblijven. Dat zal waarschijnlijk wel in de polis van de ongevallenverzekering van zijn werkgever zijn voorzien geweest. En de kerel kon er maar wel bij varen. Want enige privacy vermindert toch het ongemak van het verblijf in een verzorgingsinstelling.

Een uitnodiging om wat geestrijke drank in mijn lichaam te kappen, dat sloeg ik uiteraard niet af. Bovendien rekende ik erop dat het een leuk onderonsje zou worden. Het kliekje dat de brave man had geïnviteerd was gewoonlijk al een vrolijke bende. En eens we wat alcohol in ons bloed zouden hebben, werden we vast nog plezanter!

Na het eten spoedde ik me dus, al rollend uiteraard, naar die kerel zijn kamer. En kwam daar toch niet als eerste aan, want er stond al volk aan de deur. Op het punt naar binnen te gaan. Ik rolde achter hen aan de kamer in. Waar we niet in de ruimte zwommen, want onder de gasten, een vijftal, denk ik, zowel van vrouwelijke als van mannelijke kunne en van diverse leeftijden, zat het merendeel in een rolstoel. Maar enkel ik in een elektrische.

Fles Cointreau - 000Mijn maat was goed voorzien in zijn eenpersoonskamer. Hij toverde enkele borrelglaasjes uit een kast. Uit het koelkastje naast zijn bed, haalde hij ijsblokjes en uit nog een andere kast toverde hij een fles Cointreau te voorschijn. Een Franse likeur met een alcoholpercentage van 40%. Een drank die vaak als bestanddeel in cocktails wordt gebruikt. Maar wij zouden het spul puur drinken. Met, voor wie dat wou, enkele ijsblokjes er bij in het glas.

Alleen al de geur die vrijkwam bij het geroutineerd openen van de fles door onze gabber, deed ons reeds goesting krijgen. De glazen werden gevuld en er werd geklonken op de vriendschap, een voorspoedige evolutie van onze revalidatie en een goeie start van onze voor nadien geplande activiteiten.

En het werd nog beter! Onze revalidatievriend haalde uit een boodschappentas die op zijn bed stond, een zak toasten naar boven. En kwam, uit zijn koelkastje, ook met een stuk boerenpaté voor de dag. Waarvan een dikke laag op elk van de toastjes werd gesmeerd. Lekker! En welgekomen, want ik begon, van de drank, al wat duizelig te worden.

Zo zaten we daar te genieten van spijs en drank en elkaars gezelschap. En werd er honderduit gepraat over heden, verleden en vooral de toekomst. Wat onze plannen waren voor na de revalidatie. Onze hoop, verlangens, maar ook onze angst. Alles werd ten berde gebracht. De geestrijke drank, die inmiddels reeds door onze aders stroomde, stimuleerde uiteraard de openheid van ons gesprek.

Man, dat was genieten! Gezelligheid alom. Maar hoe prettig we ons samenzijn ook vonden, we dienden er een eind aan te maken, om onze namiddagactiviteiten aan te kunnen vatten. Bij mij was dat op de eerste plaats een afspraak bij de bandagist, samen met mijn revalidatiearts!

Toen ik dat aan mijn lotgenoten vertelde, barstten ze allen samen uit in lachen. Beneveld door de inhoud van mijn, door de gastheer, geregeld gretig bijgevuld glas Cointreau, was ik immers zelf ook nogal lacherig geworden, en zag ik er naar verluidt niet meer erg fris uit. Bovendien zou, volgens hen, mijn adem ook vast naar de geconsumeerde drank ruiken!

Verdorie toch! Moest ik nu juist vandaag een afspraak met de dokter hebben? Onze traktant had evenwel klaarblijkelijk ervaring in het verdoezelen van een (lichte) beschonkenheid. Hij gaf direct een stukje kauwgum aan me, om op te knabbelen, zodat alvast de drankgeur werd weggemoffeld. Maar ik at volgens hem best ook eerst nog een toastje, om die opkomende slaperigheid te verminderen. En ook eventjes buiten wat frisse lucht gaan opsnuiven zou in deze vast helpen.

Koe - 000.jpeg (klein)Ik volgde de man zijn goede raad op. En verorberde dus nog een laatste, super lekker toastje met een dikke laag, zeer smaakvolle paté en stak vervolgens een stukje kauwgum in mijn mond. De smaak van het knabbelblokje was aardbei. Dat viel dus nog best mee. Toch begin ik er  met enige tegenzin op te knabbelen, want dat kauwen laat ik doorgaans liever over aan de runderen, schapen, geiten en de overige herkauwers onder de zoogdieren.

De gasten dankten elkaar voor de fijne babbel en het aangenaam gezelschap en de gastheer daarbovenop ook voor de uitnodiging, het ter beschikking stellen van zijn tijdelijke woonplaats en de door hem geserveerde lekkere drank en belegde beschuitjes.

Ontzettend licht in mijn hoofd reed ik, na het verlaten van mijn maat zijn kamer, de gang in en trachtte in een rechte lijn naar de uitgang te rijden. Waar ik dankzij de automatisch openschuivende deuren, zonder de hulp van derden, naar buiten geraakte. Alwaar een aantal revalidatiecentrumbewoners een sigaret zat te roken. Om frisse lucht op te snuiven moest ik dus wat verder rijden, tot aan de autoweg, die binnen het universitair ziekenhuisterrein de verschillende gebouwen bereikbaar maakt.

Al kauwend reed ik een vijftal minuten later terug het centrum binnen. Iets minder licht in het hoofd, maar wel lichtjes zigzaggend. Want mijn coördinatie had toch wat te lijden onder mijn licht benevelde toestand. Maar toch geraakte ik, zonder ergens tegenaan te botsen, tot aan het dokterkabinet. Het geluk stond voor één keer aan mijn zijde. De secretaresse van de revalidatiearts meldde me dat haar overste was weggeroepen voor een dringende interventie. Waardoor ik op mijn eentje naar de bandagist mocht 'gaan'.

Drunk smiley - 000Dat 'gaan' werd een zwalpend rijden. Maar ook nu reed ik niemand onder de voet en botste ik nergens tegenaan. Nochtans niet eenvoudig in enigszins duizelige toestand en met een wazig zicht. Want in de gang die ik doormoest stonden er her en der stoelen tegen de wand, sommige met een persoon op, andere onbezet en ook nog wel wat andere obstakels, doorgaans medische hulpmiddelen. Voorts was er daar inmiddels ook al heel wat volk in beweging. Zowel residenten van het revalidatiecentrum als ambulante patiënten. Rolstoelers, personen met één of twee krukken, met een rollator...

Gelukkig hoefde ik aan het atelier niet te wachten op de bandagist, want anders was ik ongetwijfeld ter plaatse in slaap gevallen. De man was reeds aanwezig en onmiddellijk beschikbaar om met mij de reden van mijn komst te bespreken. En ik slaagde er wonderwel in om mezelf, gedurende het ganse onderhoud, wakker en deftig te houden.

Ru(sh)di(e), 9 januari 2010.

De ganse serie 'Belevenissen in het UZ', kan je lezen via deze website

20-12-09

Vijf huizen & ander fraais op de boerenbuiten

 

Heel af en toe rij ik eens naar mijn ouders. Mijn ma en pa zijn nog steeds woonachtig op de plek en in de gemeente, waar ik mijn jeugd doorbracht. Hun huis staat meer bepaald in een gehucht van een deelgemeente van de stad waar ik op heden woon, en op ongeveer 6 kilometer afstand van het huis dat ik samen met mijn gezinsleden bewoon.

Mijn ouderlijk huis is gelegen op, zoals men placht te zeggen, de boerenbuiten. Alhoewel er daar heden ten dage niet veel boerderijen meer te vinden zijn. Veel boeren kozen eieren voor hun geld en incasseerden flink wat duiten toen grote delen van wat voorheen landbouwgebied was, een herbestemming kreeg als woonzone. Goedkope landbouwgronden, die tot dan toe dienst deden als wei- of akkerland, werden ineens waardevolle percelen bouwgrond.

Massaal werden er verkavelingvergunningen aangevraagd en werden grote stukken grond verdeeld in meerdere delen of kavels en te koop aangeboden als grond voor woningbouw. Inmiddels was in onze buurt, als ik het mij goed herinner, wat chronologie betreft, ook de ruilverkaveling in volle gang. Waarbij de plaatselijke boeren, op vrijwillige basis, hun her en der gelegen kleine blokjes landbouwgrond onderling ruilden voor stukken land welke dichter bij hun erf waren gelegen. Vaak ontstonden hierdoor grotere percelen agrarische grond, waardoor het landschap in sterke mate veranderde.

Zo herinner ik mij het bestaan van enkele kleine percelen dicht bij ons huis, die bij elkaar werden gevoegd tot één grote akker. De redelijk jonge eigenaar dempte daarvoor zelfs de tussenliggende grachten. Zodat hij het ganse terrein ineens kon ploegen, bezaaien, sproeien, oogsten... Maar vaak reed hij zich met zijn tractor bijna of werkelijk vast in de drassige stroken land waar voorheen een sloot was. Dat die greppel er daarvoor was ontstaan, of aangelegd, met een reden, dat die met name zorgde voor de afwatering, dat had die kerel blijkbaar over het hoofd gezien. Met als gevolg dat hij af en toe naar zijn boerenerf mocht lopen om vrouw of knecht op te trommelen om met hun tweede tractor, of deze van een bereidwillige collega, zijn zware tractor los te trekken uit de modder.

Later werd de verkaveling professioneler aangepakt. En werd er wel rekening gehouden met de natuurelementen, werden er verkavelingwegen aangelegd ten bate van de bereikbaarheid van de kavels voor de boeren, maar ook paden voor recreatief fietsverkeer in landbouwgebied. En hier en daar werden er nieuwe bosjes aangelegd en andere stukjes natuurgebied.

Naast het telen van gewassen voor eigen gebruik, grotendeels voedsel voor de beesten, werden er op de akkers voornamelijk suikerbieten verbouwd. Maar sinds de suikerfabriek in een naburige gemeente, zowat anderhalf jaar geleden haar activiteiten stopzette, is daar een einde aan gekomen. Vandaag de dag worden de meeste akkers door de overgebleven boeren verpacht aan industriële landbouwbedrijven. Elders verbouwen die soms maïs, maar op de landbouwgronden in de buurt van mijn ouderlijke woonst worden hoofdzakelijk aardappelen geteeld.

Niet alleen het landschappelijk uiterlijk van de buurt waar ik opgroeide is grondig gewijzigd. Daar waar er vroeger aan de straatkant veel akkers en weilanden grensden, zijn die gronden nu op veel plaatsen bebouwd met woningen, omgeven door een tuintje. En veel oude hoeves werden hetzij gerenoveerd, hetzij afgebroken en vervangen door een nieuwbouwwoning. Bovendien is de straat waar mijn ouders wonen sinds een tweetal decennia voorzien van een van de rijbaan afgescheiden tweerichtingsfietspad.

Een opmerkelijke plek in deze straat, waar de bebouwing, zoals weleer nog steeds voornamelijk bestaat uit vrijstaande woningen en hier en daar twee huizen in een halfopen bebouwing, is één rijtje aaneen gebouwde huizen. Een locatie die in onze buurt als 'de vijfhuizen' werd aangeduid. Nochtans waren het er slecht vier. Maar niemand leek zich aan dit detail te storen. Behalve ik dan, die als klein ventje deze foute benaming belachelijk vond. Maar geen enkele persoon leek gehoor te geven aan mijn gedacht hieromtrent. Mogelijks te wijten aan het feit dat ik te 'beschaamd' was om er openlijk voor uit te komen?

Later kwamen twee van de vier huisjes in handen van één persoon, die ze samenvoegde tot één, wat ruimer huis. Dus sindsdien bestaat het huizenrijtje slechts uit drie woningen. Maar tot op de dag van vandaag worden deze aaneen gebouwde woningen, in de buurt, zowel door de mensen die er al jaren wonen, als door de nieuwkomers, nog steeds 'de vijfhuizen' genoemd!

18-06-09

Afkijken

 

Spieken - 000De examentijd is alweer aangebroken, of bij sommigen al volop aan de gang. Het moment om nog eens terug te blikken op mijn eigen studententijd. Zoals reeds eerder verteld, was ik in mijn jonge jaren reeds even braaf als ik nu ben, als volwassene. Af en toe eens ondeugend misschien, dat geef ik grif toe, en nooit verlegen voor het bakken van een poets, maar daar schuilt mijn inziens helemaal geen kwaad in. Integendeel zelfs, dat brengt wat leven in de ... nu ja, figuurlijk uiteraard: brouwerij.

Spieken of 'afkijken' zoals wij dat toen noemden was iets dat bij het schoolse hoorde. En bij examens een interessante methode was om, ondanks geringe studie-inspanningen, toch behoorlijke resultaten te behalen bij toetsen, tentamens of examens.

Vanaf het moment dat ik de middelbare school aanvatte speelde ook ik nu en dan gretig het spelletje mee. Maar was er niet zo bedreven in dat ik het aandurfde doelbewust, zonder er voor te studeren, uitsluitend vertrouwend op spieken, een examen aan te vatten.

Behalve die ene keer dan. We zouden van één of ander technisch vak een examen krijgen over de inhoud van een boek, waaruit we geen les hadden gekregen. Uit tijdsgebrek. De leerstof was evenwel niet zo moeilijk of onduidelijk, dus een toelichting was niet echt noodzakelijk. Aangewezen materie voor zelfstudie, dus. Maar de stof was niet erg interessant en de hoeveelheid was nogal omvangrijk.

examen afkijkenDe jongen die normaliter links van me zat in de klas, had er ook niet veel zin in. Dus samen bedachten we het, naar we toen vonden, lumineuze idee om elk de helft van het boek te lezen en grondig in te studeren! Aangezien we reeds sinds vele maanden meestal naast elkaar zaten in de klas, waren we er ook in geoefend om onopvallend te spieken.

Zo gezegd, zo gedaan. Dus las en leerde ik mijn helft van het cursusboek. Het werd een ware worsteling. Maar ik deed het toch. Die andere helft wou ik voor alle zekerheid ook even vlug doorlezen. Maar na twee bladzijden gaf ik het al op. Geen zin. En daarbij, mijn maat ging dat instuderen. En de kans dat ons plan in duigen viel omdat hij ziek was op de dag van het examen, achtte ik verwaarloosbaar klein. Boerenzoons, en hij was er één,  worden immers niet snel ziek.

Toen we elkaar de ochtend van het examen op de speelplaats ontmoetten, bevestigde de jongen dat hij zoals afgesproken zijn helft van de leerstof had ingestudeerd. We konden dus met een gerust hart de toets aanvatten.

Dat was evenwel zonder de waard gerekend. Hier in de gedaante van de leerkracht. Die het, in zijn ogen allicht lumineuze, idee had opgevat om een aantal leerlingen uit mijn klas van hun vaste zitplaats weg te halen om ze elders te laten plaatsnemen. Mijn buurman mocht blijven zitten, op de tweede rij, maar ik moest mijn stek verlaten om op de eerste rij te gaan zitten. Naast het gangpad. Dus zonder buurman aan mijn linkerkant!

Op het gemor van mij en enkele andere jongens, reageerde de leerkracht niet eens. Verdorie! Het was nu maar te hopen dat de meeste vragen uit de door mij geleerde helft van het cursusboek zouden komen. Wat jammer voor mijn klasgenoot zou zijn, maar die moest dat later dan maar zien goed te maken. Dat zou hem vast lukken, want het was een verstandige kerel.

Spieken - cartoon - 003Twee vragen kregen we slechts. Elk op de helft van de punten. Gelukkig kwam er één uit de door mij geleerde leerstofhelft. Dus deed ik mijn uiterste best om een zo compleet als mogelijk antwoord neer te pennen. Want wat ik op die tweede vraag kon antwoorden, daar had ik het raden naar, want ik had er totaal geen idee van waar die over ging.

Doordat ik op de voorste rij zat kon de leerkracht mij goed observeren. De man zag dat ik op de tweede vraag nog niet eens trachtte een antwoord te formuleren. Dat was hij niet gewoon van me. En het leek hem te irriteren. Want hij vroeg me of ik dat boek dan misschien niet had gelezen. Als naar gewoonte sprak hij me aan met mijn familienaam. Wat mij dan weer irriteerde. Want ik kon er niet bij dat wij onze leraars met het voorvoegsel 'mijnheer' moesten aanspreken, terwijl zij naar ons toe niet hetzelfde deden.

Maar kom, dat is een andere discussie. Mijn resultaat op het bewuste examen was dus 50%. Mijn klasgenoot had 60%. Die had het geluk gehad een glimp op het blad van zijn linker buurman te kunnen werpen. Zodat hij ook iets had kunnen schrijven onder de vraag die niet uit de door hem geleerde boekhelft kwam. Vandaar het bewuste resultaat.

We hebben uit het voorval onze lessen getrokken. Maar het heeft er ons uiteraard niet van weerhouden om, zo de gelegenheid zich voordeed, en we het geluk hadden naast elkaar te mogen zitten voor een toets, elkaars weergave van de kennis nopens de leerstof, aan te vullen door middel van een portie afkijken. 

PS: zij die pas dit jaar lezer zijn geworden van mijn blog, kunnen hier een eerdere log van me lezen rond 'Spieken'.

17-05-09

Herinneringen uit mijn verleden - bevoorrading en zo

 

Mijn ouderlijk huis is gelegen in een gehucht van wat vroeger een klein dorp was. Wij woonden werkelijk in een boerengat. Veel van onze buren waren boeren met, zoals dat nu heet, een gemengd bedrijf, waarin dus zowel aan landbouw als aan veeteelt werd gedaan. Op heel kleine schaal weliswaar. Absoluut niet te vergelijken met de huidige omvangrijke boerenbedrijven.

De meeste andere buren waren arbeiders en hier en daar al eens iemand met een zelfstandige activiteit. Een metser of een schrijnwerker. En het merendeel van hen woonde, net zoals wij, op een voormalig boerenerf. In de stallen stonden dat wel geen koeien of varkens meer, maar dikwijls hield men nog wel wat kleinvee. Bij ons waren dat kippen en konijnen.

Onze inkopen deden we grotendeels in de buurtwinkels. En met 'we' doel ik op mijn ma, mijn zussen en mezelf. Want shoppen is mijn pa pas beginnen doen vanaf het moment dat wij een auto hadden, begin de jaren zeventig, tevens het moment dat er aan de rand van alle grote steden supermarkten opdoken. Waar alles op één adres te krijgen was, en bovendien veel goedkoper!

Maar de jaren voorheen werd alles wat wij nodig hadden, in onze eigen buurt gekocht. Zo kwam ons brood van bij de bakker uit onze straat. Wiens helper zelfs een keer of drie per week op ronde ging om ons aan huis van vers brood te voorzien. Die man sprak enkel over het weer. Goed weer, slecht weer, geen weer... iets anders kwam daar niet uit dienen mens zijn spraakorgaan.

Toen, op café, iemand hem vroeg naar het waarom ervan, antwoordde de man simpelweg dat hij, door over niks anders dan het weer te spreken, hij ook niks verkeerds kon zeggen. Hij zag veel, hoorde ontzettend veel, was van veel gebeurtenissen, vaak ongewild getuige. Maar roddelen was niet aan de man besteed. Zo vermeed hij extra twisten en hield de kerel iedereen te vriend.

Ons vlees en onze charcuterie gingen we halen bij de beenhouwer aan 't kapelletje, het centrum van onze buurt. Als ik meeging met mij ma, dan kregen wij vaak de onverkoopbare restjes van de salami's mee naar huis. Ik was daar verlekkerd op! Toen ik al wat ouder was, zond mijn ma me al eens alleen naar die winkel. Dat deed ik graag. Alleen boodschappen doen, zoals een grote mens! Fantastisch vond ik dat!

Mijn ma gaf me dan altijd een briefje mee, waarop stond geschreven wat ik behoorde mee te brengen. Tijdens de fietsrit naar de beenhouwerij leerde ik dat dan van buiten. Want als een klein ventje de gewenste boodschappen van een briefje aflezen, dat vond ik maar niks. Daar voelde ik mij veel te groot voor!

Op een zekere dag stond ik in die winkel, te wachten tot het mijn beurt was. Het was er nogal druk. Er stond al wat volk in de zaak op het moment dat ik arriveerde, en na mij waren er nog enkele personen binnen gekomen. Allemaal mensen uit de buurt. Want ander volk kwam daar niet. Toen het eindelijk mijn beurt was, wist ik niet meer wat er ook alweer op dat briefje stond geschreven. Verdikke!

Dus bestelde ik maar vast iets dat mijn ma meestal meebracht. Terwijl de beenhouwersvrouw bezig was met het snijden en wegen van dat ordertje, trachtte ik zo onopvallend mogelijk dat papiertje te bekijken dat mijn ma me had meegegeven. Het eerste lijntje kon ik duidelijk lezen en bestelde ik. Maar terwijl ik op de winkelierster haar vraag of het iets meer mocht zijn dan het gevraagde gewicht, positief antwoordde, brak ik tezelfdertijd mijn hoofd over wat er in Gods naam verder te lezen stond.

Het briefje aan de verkoopster te lezen geven, zoals mijn ma me steeds opdroeg te doen bij twijfel, daar dacht ik nog niet eens aan. Mij daar, met al dat volk in de winkel, belachelijk maken, was wel het laatste dat ik zinnes was. De roddeltantes die in dit oord overal pertinent aanwezig waren, zouden ongetwijfeld hun 'werk' doen en de eerstvolgende schooldag zou ik dan vast worden uitgelachen als het ventje dat bij het boodschappen doen mama's lijstje aan de verkoopster moest overhandigen, omdat ik zogezegd onbekwaam, achterlijk of dom zou zijn. Dat kende ik. Pesten was in die tijd in die bekrompen gemeenschap dagelijkse kost.

Om dat onheil te vermijden bestelde ik dus maar, op goed komen uit, zoals wij dat toen uitdrukten, wat fijne vleeswaren en ook een halve kilo gehakt. Dat laatste weet ik nog heel goed. Nochtans was ik absoluut niet zeker of dat item of iets wat daar van benaming op leek, ook op mijn ma's lijstje voorkwam. Maar ik had wel zin in gehaktballen, en dit, wat wij noemden 'gekapt' was daarvoor een onmisbaar bestanddeel.

Eens afgerekend reed ik rechtstreeks naar huis, want al dat vlees moest zo snel mogelijk de koelkast in. Want veel ervan kon snel bederven. Of sloeg een lelijke kleur uit, en dan was het op zijn minst niet lekker meer. En vaak zelfs helemaal oneetbaar. Zo wist ik van mijn ma. In die tijd luisterden kinderen immers nog naar hetgeen hun ouders hen, vaak tot vervelens toe, vertelden of uitlegden.

Mijn lieve ma was hoogst verbaast toen ze de boodschappen uit de tas haalde. Ze keek mij aan en begreep maar niet hoe die beenhouwersvrouw zich zo vergist kon hebben, te meer daar zulks nooit eerder was voorgevallen. Zelf vergoelijkte ik de beenhouwersvrouw door mijn ma te vertellen dat er toch wel een grote drukte heerste in de zaak en de dame allicht daardoor één en ander verkeerd van het briefje had afgelezen.

In mijn kindertijd moesten wij trouwens niet ver lopen om aan drank, voeding of om het even wat te geraken dat we thuis, in de huishouding, nodig konden hebben. Schuin over onze deur was er een klein winkeltje. Naast en in hetzelfde gebouw gevestigd als een café, waarvan de uitbaatster daarvan, ook de winkelierster was. Zulke gecombineerde uitbatingen, kwamen in die tijd veel voor in Vlaanderen. In onze, nochtans dunbevolkte buurt waren er zo zelf twee!

En voor zowat alles kon je daar terecht. Snoep, drank, koekjes, beschuiten, sigaretten, kaarsen, batterijen... Als ik mij goed herinner een aanbod dat een beetje vergelijkbaar is met hetgeen heden ten dage sommige nachtwinkels aanbieden. Maar in winkeloppervlakte waren ze doorgaans kleiner, en vaak nog meer volgepropt met allerlei spullen. Van bijna op de vloer tot haast aan het plafond.

In het winkeltje waar wij steeds aankopen deden kon je bonnetjes sparen, waarmee je dan uiteindelijk een geschenk bekwam. Zo zijn mijn ouders ooit aan een, toentertijd in elke huiskamer te vinden, op elektriciteit draaiende windmolen geraakt. Een lichtbruine, met lichtjes! En er speelde een muziekje terwijl de wieken draaiden! Het plastieken ding, signatuur 'made in Hongkong', waarvan ik toen de betekenis nog niet snapte, niemand uit ons dorp trouwens, was het pronkstuk onder de ornamenten die onze buffetkast sierden. Voor een tijdje althans. Want zulke prullen vervelen alras, zodat het object al vlug een plaatsje kreeg op een antieke, van een overleden familielid geërfde wastafel die in de traphal, annex voorraadkamer, annex mijn slaapplaats stond opgesteld. Inderdaad, in dat zowat anderhalve eeuw oude huisje waarin we woonden, was multifunctionaliteit een noodzaak. Lang voordat het woord werd uitgevonden!

Eens per week, meer bepaald op donderdag, kwam de visboer langs. Als je iets van hem wou kopen, dan moest je een emmertje aan je hekstijl hangen. Dan stopte de man sowieso. Je kon ook aan het hek staan wachten tot wanneer die venter met zijn viskraam opdaagde. En je hoorde hem van ver komen, want hij kraamde een in al die jaren nimmer wijzigende slogan uit. Zeker van de inhoud van zijn slagzin ben ik nooit geweest, maar het ging ongeveer als volgt: "Rauwe haring, bakharing,tarbot & kabeljauw! Steur, schar, zalm & schol! Hele grote mosselen! Goeie verse mosselen!" En geen bandje hé! Maar helemaal live!

En als hij je onderweg tegenkwam, riep hij je aan door zijn megafoon. Mij noemde de man steevast 'wittekop'. Niet toevallig omdat ik in die tijd qua haarkleur inderdaad nogal veel weg had van de witte van Zichem.

Die vismarchand heeft trouwens ooit eens slechte mosselen aan ons geleverd. Die werden in huis gebracht middels dat emmertje dat tot aan 's mans verschijnen aan het tuinhek hing. Want overal zakjes bij geven was toen nog niet in trek. Ofwel konden milieuactivisten, vanuit hun, naar later bleek terechte vrees overspoeld te worden door die plastieken zakjes, toen de verspreiding nog even tegen houden.

Als je boodschappen deed laadde je alles meteen in je eigen, van huis meegebrachte kabas. Of, in dit geval bij de visverkoper, in je emmertje. Mosselen althans. Hoe die andere vis van dat kraam tot in huis werd gebracht, dat herinner ik mij niet. Bij die vraag krijg ik helaas geen informatie terug vanwege mijn grijze hersenmassa.

Van die slechte mosselen ben ik dus wel goed ziek geweest! Mijn ogen zwollen op in zulke ernstige mate dat ik nog nauwelijks iets kon zien. Het ziekenhuis moest ik er niet voor in. Wel binnen blijven en in de zetel blijven zitten of liggen. Want ik zou overal tegenaan zijn gebotst. Dit voorval heeft er toe geleid dat ik jarenlang niet meer van die schelpdieren heb gegeten.

Ook onze melkboer had een vaste wekelijkse ronde. Als je melk, yoghurt of een ander zuivelproduct uit die mens zijn aanbod wou, dan werd van je verwacht dat je de lege, herbruikbare flessen aan de straatkant voor je huis zette. Dan wist die persoon dat je iets nodig had en kwam die aankloppen aan de achterdeur. Veelal had hij toen al bij wat we doorgaans bestelden. Dat bespaarde hem extra over en weer stappen naar zijn zwaar beladen camionette.

Bij de brouwer werd hetzelfde systeem toegepast. Alhoewel we, wanneer we bijvoorbeeld  een bak bier wilden, we niet het ganse krat met lege flesjes aan de straat zetten. Want dan bestond immers het gevaar dat een onverlaat er mee aan de haal zou gaan. Omwille van het leeggoed. Er werd in die tijd veel meer met hervulbare flessen en statiegeld gewerkt. Onze limonade werd ook zo aangeleverd. In zware glazen literflessen. Waarmee je, zo gewenst, gerust een volwassen mens de kop kon inkloppen. Wat naar mijn weten trouwens nooit is gebeurd. Maar zeker is dat niet. Want toen was de media nog niet zo uitgebreid.

En bij ons thuis werd ook niet met die flessen op elkanders hoofd geklopt. Waar mijn ma ze wel voor gebruikte, was voor het verpulveren van beschuiten. Door er met zo een zware glazen frisdrankfles over te rollen maakte ze daar chapelure van. Naast gehakt en ei, een onontbeerlijk ingrediënt om gehaktballen te maken. Mijn pa had die graag in de uiensaus, maar dat vond ik vies en daarom bereidde mijn ma die van mij steeds apart.

Al de drank die de brouwer kwam slijten was afkomstig van de familiale Belgische brouwerij Roman. Die trouwens op heden nog steeds actief is, en voor zover mij bekend is, met de 12de generatie Roman aan het roer, of toepasselijker gezegd de 'vaten', vooral bezig is met het brouwen van speciale bieren.

In de zomer kwam dan ook wel een keer of twee per week, en in de schoolvakantie nog vaker, vermoed ik, de ijscrèmekar langs. Van het type dat de laatste tien jaar ook nu weer vaker opduikt in de straten. Een kleine bestelwagen die rondtoerde en middels een genre scheepsbel, van ver uit de buurt reeds zijn komst aankondigde.

Er toerde ook een ijsventer rond op een soort gemotoriseerde bakfiets. Een tripoteur werd dat bij ons genoemd. Niemand uit mijn directe omgeving sprak de Franse taal. Maar er werden geen twee zinnen uitgesproken of er zat wel een Frans woord tussen. Dit ter zijde. Die ijsjesventer zijn bak was uiteraard een diepvries. En boven de ganse lengte van zijn vehikel was een scherm aangebracht zodat zijn klanten, bij felle zonneschijn, in de schaduw konden staan. Neen, tegen de regen diende dat dak niet. Wegens niet sterk en waterdicht genoeg. Als het regende reed die kerel trouwens niet rond. Want wie loopt er nu buiten en heeft zin in een bolletje roomijs als de regensluizen open staan?

Ondanks zijn bijzonder en aantrekkelijk voertuig had deze ijsjesverkoper toch minder cliënteel dan de anderen. Het is allicht moeilijk om zo vele decennia later alsnog de reden voor 's mans geringere populariteit te achterhalen. Wat zou die kennis ons ten andere opbrengen, dat de moeite getroosten om dit toch te achterhalen, kan rechtvaardigen? Mocht je het antwoord weten, dan wens ik je proficiat voor je wijsheid en veel succes ermee!

Eens ook in de uithoek waar wij woonden, het bestaan van de diepvries bekend was geworden en de meeste inwoners zo een vriezer hadden in huis gehaald, daalde de populariteit en navenant de omzet van die ijsjesverkopers enorm. En ook hun frequentie van verschijnen nam gestaag af.

Anderzijds kende de huis-aan-huis diepvriesroomijs verkoop dan weer een steile opmars. Op vaste tijdstippen kwamen die mannen met hun vrachtwagen langs om te vragen of wij soms roomijs moesten hebben. Soms wel ja. Maar meestal zei mijn ma dat we die vent moesten zeggen voorlopig verder te kunnen. Wat meestal gelogen was, want ondanks het feit dat die aan huis bestelde ijscrème het lekkerst was, kochten mijn ouders die toch liever in de supermarkt. Want daar was die veel goedkoper. En sinds we een auto hadden, een witte vijfdeurs Simca 1100 zelfs, met een grote koffer, prefereerden mijn ouders het merendeel van hun inkopen in het grootwarenhuis te doen. Waardoor we telkenmale met een koffer vol spullen, geladen in gratis beschikbaar gestelde, voor eenmalig gebruik bestemde, bruine papieren zakken met aan de buitenkant in grote letters het logo van de winkel erop.

Maar de lokale groenten- en fruitboer, met winkel in de dorpskern, raakte wel zijn waar nog kwijt aan ons. Tenminste hetgeen mijn ouders niet zelf kweekten in hun uitgebreide moestuin. Die man kwam rond met zijn rijdende winkel, waar je langs een trapje achterin de wagen naar binnen stapte. Deze groentenmarchand mocht voornamelijk dames verwelkomen en bedienen. Die gingen steevast de groentekar binnen met in hun ene hand hun geldbeugel en hun eigen boodschappentas aan de gevouwen arm. De andere hand gebruikten ze om bij het binnentreden hun lichaam in evenwicht te houden.

Dergelijke deur-aan-deur winkeis droegen toentertijd enorm bij aan het onderhoud van de sociale contacten. Want wie buiten kwam tot aan het kraam, ontmoette niet enkel de verkoper, maar steevast ook enkele buren die ook één en ander nodig hadden. En zo werden nieuwsfeiten uitgewisseld en kon men palaveren over van alles en nog wat.

Allicht vergeet ik in dit schrijfsel nog enkele leveranciers. Want er kwam ook van tijd tot tijd een messenslijper bij ons langs EN er was geregeld een bloemist die zijn waar aanbood van deur tot deur. Onze krant werd heel vroeg in de achtend aan huis bezorgd door een gespecialiseerde bezorger, op een brommertje. Wij noemde dat een Mobylette, maar ik ben vrij zeker dat die man zijn bromfiets van een ander merk was. Toen mijn zussen de pubertijd instapten, leverde die man ons dan ook nog eens elke week een Joepie, een muziektijdschrift dat wonderwel ook de dag van vandaag nog bestaat.

Die gazettenman schakelde in de zomer trouwens schooljongens in om tijdens de gerenommeerde 'Ronde van Frankrijk', de dagelijks, ogenblikkelijk na de koers gedrukte speciale kranteneditie betreffende deze wielerwedstrijd, aan de man te brengen. Die jongens, met een koerspet waarop reclame van de krant, op het hoofd, reden per twee, ieder aan één straatkant met hun fiets doorheen het dorp en de invalswegen. En bliezen, om hun in aantocht zijn, te melden, op een fluitje en schreeuwden ook nog eens: "'Het Volk! Met de uitslag van de Ronde van Frankrijk!'"

De mannen en jongens werden zo hun woning uitgelokt. En alhoewel de meesten van ons de voorbije wedstrijdetappe live op Tv hadden gevolgd, waren we er toch tuk op om ons zo een krantje aan te schaffen. Om de hoogtepunten uit de wedstrijd te herzien op zwart/wit foto's, nabeschouwingen te lezen en interessante weetjes te achterhalen.

Het was mijn ambitie om, eens ik oud en groot genoeg zou zijn, ook  met zo een schoudertas over mijn hals gehangen, per fiets die krantjes te bedelen. In functie daarvan oefende ik al voor de job, in onze tuin. En reed op mijn koersfietsje, met een pet op het hoofd, de wegels door, zo nu en dan blazend op een fluitje dat met een touwtje rond mijn nek hing, regelmatig de slogan uitroepend en bruusk stoppend als mijn bereidwillig mee'spelende' ma of zus, teken deden dat ze een krant wilden kopen. Waarbij ik één van de eerder aangekochte kranten uit mijn schoudertas toverde, met de glimlach aan de koopster overhandigde en dankbaar het onzichtbare geld in ontvangst nam.

Voorbereid en geoefend was ik derhalve voldoende. Maar jammer genoeg is de traditie van die rondekrantjes reeds ter ziele gegaan vooraleer ik de leeftijd had bereikt waarop ik deze kranten had kunnen venten.

Uiteraard kwam ook in die tijd de postbode, ofte facteur reeds dagelijks langs. Dat waren nog echte, die tijd mochten maken voor de mensen. En voor zichzelf. Want ook die van ons ging dagelijks een druppel of een pintje drinken in het café van onze buren. En wellicht ook in de andere, voor een kleine buurt, groot in aantal zijnde kroegen.

En niet enkel leveren aan huis gebeurde. Ook de oud ijzerman deed vaak zijn ronde. Waarbij je vaak nog een mooie prijs kreeg betaald voor het koper of ander waardevol metaal dat je de man kon aanbieden. En elk jaar kwam er ook iemand langs die mijn ma betaalde om wat takken af te snijden van de Hulst in onze achtertuin. Er stonden verschillende van deze groenblijvende loofbomen in de haag die zorgde voor de omzoming van onze achtertuin met logting, zoals wij onze moestuin noemden. De Hulst heeft leerachtige getande en van stekels voorziene bladeren en rode bessen. Welke in die tijd vaak gebruikt werden in Kerststukjes. En aangezien die boomsoort blijkbaar niet in groten getale overal te vinden was, kwam die heer elk jaar bij ons terecht om zich van een voldoende voorraad te voorzien. Wat mijn ma, zonder dat ze er arbeid voor moest verrichten, een aardig extraatje opleverde.