17-05-09

Herinneringen uit mijn verleden - bevoorrading en zo

 

Mijn ouderlijk huis is gelegen in een gehucht van wat vroeger een klein dorp was. Wij woonden werkelijk in een boerengat. Veel van onze buren waren boeren met, zoals dat nu heet, een gemengd bedrijf, waarin dus zowel aan landbouw als aan veeteelt werd gedaan. Op heel kleine schaal weliswaar. Absoluut niet te vergelijken met de huidige omvangrijke boerenbedrijven.

De meeste andere buren waren arbeiders en hier en daar al eens iemand met een zelfstandige activiteit. Een metser of een schrijnwerker. En het merendeel van hen woonde, net zoals wij, op een voormalig boerenerf. In de stallen stonden dat wel geen koeien of varkens meer, maar dikwijls hield men nog wel wat kleinvee. Bij ons waren dat kippen en konijnen.

Onze inkopen deden we grotendeels in de buurtwinkels. En met 'we' doel ik op mijn ma, mijn zussen en mezelf. Want shoppen is mijn pa pas beginnen doen vanaf het moment dat wij een auto hadden, begin de jaren zeventig, tevens het moment dat er aan de rand van alle grote steden supermarkten opdoken. Waar alles op één adres te krijgen was, en bovendien veel goedkoper!

Maar de jaren voorheen werd alles wat wij nodig hadden, in onze eigen buurt gekocht. Zo kwam ons brood van bij de bakker uit onze straat. Wiens helper zelfs een keer of drie per week op ronde ging om ons aan huis van vers brood te voorzien. Die man sprak enkel over het weer. Goed weer, slecht weer, geen weer... iets anders kwam daar niet uit dienen mens zijn spraakorgaan.

Toen, op café, iemand hem vroeg naar het waarom ervan, antwoordde de man simpelweg dat hij, door over niks anders dan het weer te spreken, hij ook niks verkeerds kon zeggen. Hij zag veel, hoorde ontzettend veel, was van veel gebeurtenissen, vaak ongewild getuige. Maar roddelen was niet aan de man besteed. Zo vermeed hij extra twisten en hield de kerel iedereen te vriend.

Ons vlees en onze charcuterie gingen we halen bij de beenhouwer aan 't kapelletje, het centrum van onze buurt. Als ik meeging met mij ma, dan kregen wij vaak de onverkoopbare restjes van de salami's mee naar huis. Ik was daar verlekkerd op! Toen ik al wat ouder was, zond mijn ma me al eens alleen naar die winkel. Dat deed ik graag. Alleen boodschappen doen, zoals een grote mens! Fantastisch vond ik dat!

Mijn ma gaf me dan altijd een briefje mee, waarop stond geschreven wat ik behoorde mee te brengen. Tijdens de fietsrit naar de beenhouwerij leerde ik dat dan van buiten. Want als een klein ventje de gewenste boodschappen van een briefje aflezen, dat vond ik maar niks. Daar voelde ik mij veel te groot voor!

Op een zekere dag stond ik in die winkel, te wachten tot het mijn beurt was. Het was er nogal druk. Er stond al wat volk in de zaak op het moment dat ik arriveerde, en na mij waren er nog enkele personen binnen gekomen. Allemaal mensen uit de buurt. Want ander volk kwam daar niet. Toen het eindelijk mijn beurt was, wist ik niet meer wat er ook alweer op dat briefje stond geschreven. Verdikke!

Dus bestelde ik maar vast iets dat mijn ma meestal meebracht. Terwijl de beenhouwersvrouw bezig was met het snijden en wegen van dat ordertje, trachtte ik zo onopvallend mogelijk dat papiertje te bekijken dat mijn ma me had meegegeven. Het eerste lijntje kon ik duidelijk lezen en bestelde ik. Maar terwijl ik op de winkelierster haar vraag of het iets meer mocht zijn dan het gevraagde gewicht, positief antwoordde, brak ik tezelfdertijd mijn hoofd over wat er in Gods naam verder te lezen stond.

Het briefje aan de verkoopster te lezen geven, zoals mijn ma me steeds opdroeg te doen bij twijfel, daar dacht ik nog niet eens aan. Mij daar, met al dat volk in de winkel, belachelijk maken, was wel het laatste dat ik zinnes was. De roddeltantes die in dit oord overal pertinent aanwezig waren, zouden ongetwijfeld hun 'werk' doen en de eerstvolgende schooldag zou ik dan vast worden uitgelachen als het ventje dat bij het boodschappen doen mama's lijstje aan de verkoopster moest overhandigen, omdat ik zogezegd onbekwaam, achterlijk of dom zou zijn. Dat kende ik. Pesten was in die tijd in die bekrompen gemeenschap dagelijkse kost.

Om dat onheil te vermijden bestelde ik dus maar, op goed komen uit, zoals wij dat toen uitdrukten, wat fijne vleeswaren en ook een halve kilo gehakt. Dat laatste weet ik nog heel goed. Nochtans was ik absoluut niet zeker of dat item of iets wat daar van benaming op leek, ook op mijn ma's lijstje voorkwam. Maar ik had wel zin in gehaktballen, en dit, wat wij noemden 'gekapt' was daarvoor een onmisbaar bestanddeel.

Eens afgerekend reed ik rechtstreeks naar huis, want al dat vlees moest zo snel mogelijk de koelkast in. Want veel ervan kon snel bederven. Of sloeg een lelijke kleur uit, en dan was het op zijn minst niet lekker meer. En vaak zelfs helemaal oneetbaar. Zo wist ik van mijn ma. In die tijd luisterden kinderen immers nog naar hetgeen hun ouders hen, vaak tot vervelens toe, vertelden of uitlegden.

Mijn lieve ma was hoogst verbaast toen ze de boodschappen uit de tas haalde. Ze keek mij aan en begreep maar niet hoe die beenhouwersvrouw zich zo vergist kon hebben, te meer daar zulks nooit eerder was voorgevallen. Zelf vergoelijkte ik de beenhouwersvrouw door mijn ma te vertellen dat er toch wel een grote drukte heerste in de zaak en de dame allicht daardoor één en ander verkeerd van het briefje had afgelezen.

In mijn kindertijd moesten wij trouwens niet ver lopen om aan drank, voeding of om het even wat te geraken dat we thuis, in de huishouding, nodig konden hebben. Schuin over onze deur was er een klein winkeltje. Naast en in hetzelfde gebouw gevestigd als een café, waarvan de uitbaatster daarvan, ook de winkelierster was. Zulke gecombineerde uitbatingen, kwamen in die tijd veel voor in Vlaanderen. In onze, nochtans dunbevolkte buurt waren er zo zelf twee!

En voor zowat alles kon je daar terecht. Snoep, drank, koekjes, beschuiten, sigaretten, kaarsen, batterijen... Als ik mij goed herinner een aanbod dat een beetje vergelijkbaar is met hetgeen heden ten dage sommige nachtwinkels aanbieden. Maar in winkeloppervlakte waren ze doorgaans kleiner, en vaak nog meer volgepropt met allerlei spullen. Van bijna op de vloer tot haast aan het plafond.

In het winkeltje waar wij steeds aankopen deden kon je bonnetjes sparen, waarmee je dan uiteindelijk een geschenk bekwam. Zo zijn mijn ouders ooit aan een, toentertijd in elke huiskamer te vinden, op elektriciteit draaiende windmolen geraakt. Een lichtbruine, met lichtjes! En er speelde een muziekje terwijl de wieken draaiden! Het plastieken ding, signatuur 'made in Hongkong', waarvan ik toen de betekenis nog niet snapte, niemand uit ons dorp trouwens, was het pronkstuk onder de ornamenten die onze buffetkast sierden. Voor een tijdje althans. Want zulke prullen vervelen alras, zodat het object al vlug een plaatsje kreeg op een antieke, van een overleden familielid geërfde wastafel die in de traphal, annex voorraadkamer, annex mijn slaapplaats stond opgesteld. Inderdaad, in dat zowat anderhalve eeuw oude huisje waarin we woonden, was multifunctionaliteit een noodzaak. Lang voordat het woord werd uitgevonden!

Eens per week, meer bepaald op donderdag, kwam de visboer langs. Als je iets van hem wou kopen, dan moest je een emmertje aan je hekstijl hangen. Dan stopte de man sowieso. Je kon ook aan het hek staan wachten tot wanneer die venter met zijn viskraam opdaagde. En je hoorde hem van ver komen, want hij kraamde een in al die jaren nimmer wijzigende slogan uit. Zeker van de inhoud van zijn slagzin ben ik nooit geweest, maar het ging ongeveer als volgt: "Rauwe haring, bakharing,tarbot & kabeljauw! Steur, schar, zalm & schol! Hele grote mosselen! Goeie verse mosselen!" En geen bandje hé! Maar helemaal live!

En als hij je onderweg tegenkwam, riep hij je aan door zijn megafoon. Mij noemde de man steevast 'wittekop'. Niet toevallig omdat ik in die tijd qua haarkleur inderdaad nogal veel weg had van de witte van Zichem.

Die vismarchand heeft trouwens ooit eens slechte mosselen aan ons geleverd. Die werden in huis gebracht middels dat emmertje dat tot aan 's mans verschijnen aan het tuinhek hing. Want overal zakjes bij geven was toen nog niet in trek. Ofwel konden milieuactivisten, vanuit hun, naar later bleek terechte vrees overspoeld te worden door die plastieken zakjes, toen de verspreiding nog even tegen houden.

Als je boodschappen deed laadde je alles meteen in je eigen, van huis meegebrachte kabas. Of, in dit geval bij de visverkoper, in je emmertje. Mosselen althans. Hoe die andere vis van dat kraam tot in huis werd gebracht, dat herinner ik mij niet. Bij die vraag krijg ik helaas geen informatie terug vanwege mijn grijze hersenmassa.

Van die slechte mosselen ben ik dus wel goed ziek geweest! Mijn ogen zwollen op in zulke ernstige mate dat ik nog nauwelijks iets kon zien. Het ziekenhuis moest ik er niet voor in. Wel binnen blijven en in de zetel blijven zitten of liggen. Want ik zou overal tegenaan zijn gebotst. Dit voorval heeft er toe geleid dat ik jarenlang niet meer van die schelpdieren heb gegeten.

Ook onze melkboer had een vaste wekelijkse ronde. Als je melk, yoghurt of een ander zuivelproduct uit die mens zijn aanbod wou, dan werd van je verwacht dat je de lege, herbruikbare flessen aan de straatkant voor je huis zette. Dan wist die persoon dat je iets nodig had en kwam die aankloppen aan de achterdeur. Veelal had hij toen al bij wat we doorgaans bestelden. Dat bespaarde hem extra over en weer stappen naar zijn zwaar beladen camionette.

Bij de brouwer werd hetzelfde systeem toegepast. Alhoewel we, wanneer we bijvoorbeeld  een bak bier wilden, we niet het ganse krat met lege flesjes aan de straat zetten. Want dan bestond immers het gevaar dat een onverlaat er mee aan de haal zou gaan. Omwille van het leeggoed. Er werd in die tijd veel meer met hervulbare flessen en statiegeld gewerkt. Onze limonade werd ook zo aangeleverd. In zware glazen literflessen. Waarmee je, zo gewenst, gerust een volwassen mens de kop kon inkloppen. Wat naar mijn weten trouwens nooit is gebeurd. Maar zeker is dat niet. Want toen was de media nog niet zo uitgebreid.

En bij ons thuis werd ook niet met die flessen op elkanders hoofd geklopt. Waar mijn ma ze wel voor gebruikte, was voor het verpulveren van beschuiten. Door er met zo een zware glazen frisdrankfles over te rollen maakte ze daar chapelure van. Naast gehakt en ei, een onontbeerlijk ingrediënt om gehaktballen te maken. Mijn pa had die graag in de uiensaus, maar dat vond ik vies en daarom bereidde mijn ma die van mij steeds apart.

Al de drank die de brouwer kwam slijten was afkomstig van de familiale Belgische brouwerij Roman. Die trouwens op heden nog steeds actief is, en voor zover mij bekend is, met de 12de generatie Roman aan het roer, of toepasselijker gezegd de 'vaten', vooral bezig is met het brouwen van speciale bieren.

In de zomer kwam dan ook wel een keer of twee per week, en in de schoolvakantie nog vaker, vermoed ik, de ijscrèmekar langs. Van het type dat de laatste tien jaar ook nu weer vaker opduikt in de straten. Een kleine bestelwagen die rondtoerde en middels een genre scheepsbel, van ver uit de buurt reeds zijn komst aankondigde.

Er toerde ook een ijsventer rond op een soort gemotoriseerde bakfiets. Een tripoteur werd dat bij ons genoemd. Niemand uit mijn directe omgeving sprak de Franse taal. Maar er werden geen twee zinnen uitgesproken of er zat wel een Frans woord tussen. Dit ter zijde. Die ijsjesventer zijn bak was uiteraard een diepvries. En boven de ganse lengte van zijn vehikel was een scherm aangebracht zodat zijn klanten, bij felle zonneschijn, in de schaduw konden staan. Neen, tegen de regen diende dat dak niet. Wegens niet sterk en waterdicht genoeg. Als het regende reed die kerel trouwens niet rond. Want wie loopt er nu buiten en heeft zin in een bolletje roomijs als de regensluizen open staan?

Ondanks zijn bijzonder en aantrekkelijk voertuig had deze ijsjesverkoper toch minder cliënteel dan de anderen. Het is allicht moeilijk om zo vele decennia later alsnog de reden voor 's mans geringere populariteit te achterhalen. Wat zou die kennis ons ten andere opbrengen, dat de moeite getroosten om dit toch te achterhalen, kan rechtvaardigen? Mocht je het antwoord weten, dan wens ik je proficiat voor je wijsheid en veel succes ermee!

Eens ook in de uithoek waar wij woonden, het bestaan van de diepvries bekend was geworden en de meeste inwoners zo een vriezer hadden in huis gehaald, daalde de populariteit en navenant de omzet van die ijsjesverkopers enorm. En ook hun frequentie van verschijnen nam gestaag af.

Anderzijds kende de huis-aan-huis diepvriesroomijs verkoop dan weer een steile opmars. Op vaste tijdstippen kwamen die mannen met hun vrachtwagen langs om te vragen of wij soms roomijs moesten hebben. Soms wel ja. Maar meestal zei mijn ma dat we die vent moesten zeggen voorlopig verder te kunnen. Wat meestal gelogen was, want ondanks het feit dat die aan huis bestelde ijscrème het lekkerst was, kochten mijn ouders die toch liever in de supermarkt. Want daar was die veel goedkoper. En sinds we een auto hadden, een witte vijfdeurs Simca 1100 zelfs, met een grote koffer, prefereerden mijn ouders het merendeel van hun inkopen in het grootwarenhuis te doen. Waardoor we telkenmale met een koffer vol spullen, geladen in gratis beschikbaar gestelde, voor eenmalig gebruik bestemde, bruine papieren zakken met aan de buitenkant in grote letters het logo van de winkel erop.

Maar de lokale groenten- en fruitboer, met winkel in de dorpskern, raakte wel zijn waar nog kwijt aan ons. Tenminste hetgeen mijn ouders niet zelf kweekten in hun uitgebreide moestuin. Die man kwam rond met zijn rijdende winkel, waar je langs een trapje achterin de wagen naar binnen stapte. Deze groentenmarchand mocht voornamelijk dames verwelkomen en bedienen. Die gingen steevast de groentekar binnen met in hun ene hand hun geldbeugel en hun eigen boodschappentas aan de gevouwen arm. De andere hand gebruikten ze om bij het binnentreden hun lichaam in evenwicht te houden.

Dergelijke deur-aan-deur winkeis droegen toentertijd enorm bij aan het onderhoud van de sociale contacten. Want wie buiten kwam tot aan het kraam, ontmoette niet enkel de verkoper, maar steevast ook enkele buren die ook één en ander nodig hadden. En zo werden nieuwsfeiten uitgewisseld en kon men palaveren over van alles en nog wat.

Allicht vergeet ik in dit schrijfsel nog enkele leveranciers. Want er kwam ook van tijd tot tijd een messenslijper bij ons langs EN er was geregeld een bloemist die zijn waar aanbood van deur tot deur. Onze krant werd heel vroeg in de achtend aan huis bezorgd door een gespecialiseerde bezorger, op een brommertje. Wij noemde dat een Mobylette, maar ik ben vrij zeker dat die man zijn bromfiets van een ander merk was. Toen mijn zussen de pubertijd instapten, leverde die man ons dan ook nog eens elke week een Joepie, een muziektijdschrift dat wonderwel ook de dag van vandaag nog bestaat.

Die gazettenman schakelde in de zomer trouwens schooljongens in om tijdens de gerenommeerde 'Ronde van Frankrijk', de dagelijks, ogenblikkelijk na de koers gedrukte speciale kranteneditie betreffende deze wielerwedstrijd, aan de man te brengen. Die jongens, met een koerspet waarop reclame van de krant, op het hoofd, reden per twee, ieder aan één straatkant met hun fiets doorheen het dorp en de invalswegen. En bliezen, om hun in aantocht zijn, te melden, op een fluitje en schreeuwden ook nog eens: "'Het Volk! Met de uitslag van de Ronde van Frankrijk!'"

De mannen en jongens werden zo hun woning uitgelokt. En alhoewel de meesten van ons de voorbije wedstrijdetappe live op Tv hadden gevolgd, waren we er toch tuk op om ons zo een krantje aan te schaffen. Om de hoogtepunten uit de wedstrijd te herzien op zwart/wit foto's, nabeschouwingen te lezen en interessante weetjes te achterhalen.

Het was mijn ambitie om, eens ik oud en groot genoeg zou zijn, ook  met zo een schoudertas over mijn hals gehangen, per fiets die krantjes te bedelen. In functie daarvan oefende ik al voor de job, in onze tuin. En reed op mijn koersfietsje, met een pet op het hoofd, de wegels door, zo nu en dan blazend op een fluitje dat met een touwtje rond mijn nek hing, regelmatig de slogan uitroepend en bruusk stoppend als mijn bereidwillig mee'spelende' ma of zus, teken deden dat ze een krant wilden kopen. Waarbij ik één van de eerder aangekochte kranten uit mijn schoudertas toverde, met de glimlach aan de koopster overhandigde en dankbaar het onzichtbare geld in ontvangst nam.

Voorbereid en geoefend was ik derhalve voldoende. Maar jammer genoeg is de traditie van die rondekrantjes reeds ter ziele gegaan vooraleer ik de leeftijd had bereikt waarop ik deze kranten had kunnen venten.

Uiteraard kwam ook in die tijd de postbode, ofte facteur reeds dagelijks langs. Dat waren nog echte, die tijd mochten maken voor de mensen. En voor zichzelf. Want ook die van ons ging dagelijks een druppel of een pintje drinken in het café van onze buren. En wellicht ook in de andere, voor een kleine buurt, groot in aantal zijnde kroegen.

En niet enkel leveren aan huis gebeurde. Ook de oud ijzerman deed vaak zijn ronde. Waarbij je vaak nog een mooie prijs kreeg betaald voor het koper of ander waardevol metaal dat je de man kon aanbieden. En elk jaar kwam er ook iemand langs die mijn ma betaalde om wat takken af te snijden van de Hulst in onze achtertuin. Er stonden verschillende van deze groenblijvende loofbomen in de haag die zorgde voor de omzoming van onze achtertuin met logting, zoals wij onze moestuin noemden. De Hulst heeft leerachtige getande en van stekels voorziene bladeren en rode bessen. Welke in die tijd vaak gebruikt werden in Kerststukjes. En aangezien die boomsoort blijkbaar niet in groten getale overal te vinden was, kwam die heer elk jaar bij ons terecht om zich van een voldoende voorraad te voorzien. Wat mijn ma, zonder dat ze er arbeid voor moest verrichten, een aardig extraatje opleverde.

30-04-09

Lijf- en andere straffen op school

 

School - StrafIn mijn jonge jaren hoorde lijfelijk en/of vernederend straffen op school, bij het opvoedkundig systeem. Als dat er tenminste toen al was. Want volgens mij heerste er eerder een sfeer van: "wie niet luisteren wil, moet voelen!" Als één van die kleine mannen in je klas niet wil luisteren, sluit hem dan op in het kolenhok. Houdt je leerling zijn mond niet, geef hem een mep, dan zwijgt hij wel!

Tegenwoordig mag dat niet meer. Klop geven, of een andere fysieke bestraffing, aan mensen die maar half zo groot, en heel veel jonger zijn dan hun leerkracht, past niet in de huidige onderwijscultuur. In de Leuvense Steinerschool weten ze dat nu ook. Die peinsden dat het kaderen ervan in een leerproject, lijfstraffen terug toelaatbaar maakte. Fout gedacht!

School ezelsoren (klein)Eigenlijk niet te geloven hoe snel alles evolueert. Toen ik een kleuter was, lagen de ezelsoren, die een kind kreeg opgezet als het niet wou luisteren of de ezel uithing, nog steeds in de juf haar kast. En ook de lange tong die babbelaars om de nek kregen gehangen lag daar nog. Maar gelukkig was het gebruik daarvan reeds sinds enkele jaren afgeschaft. Wat wel nog, maar eerder uitzonderlijk, gebeurde in dit wijkschooltje, was het even opsluiten in het kolenhok.

School - Straf (tong) (klein)Voor mijn tijd kon je in het schooltje ook het 1ste en het 2de leerjaar basisonderwijs volgen, maar toen ik er de kleuterschool doorliep, was er maar één klasje mee. Voor alle kleuters tussen 3 en 6 jaar. En met één juf. Die nota bene tegenover het schooltje woonde. Een goeie juf, vond ik, en ik herinner me zelfs haar naam, die ik hier evenwel om privacyredenen, niet zal vernoemen.

Als een kind echt onhandelbaar was, zag de juffrouw geen ander alternatief dan de stouterik even op te sluiten in het, naast de toiletten gelegen, donkere stalletje. Bij de kolen, want het uit slechts twee leslokalen bestaande schooltje, werd in de winter verwarmd met een centraal opgesteld kolenvuur.

School discipline (klein)Klappen op de blote poep, daar ben ik ook nog getuige van geweest, maar of dat op de kleuterschool was, dat durf ik niet met zekerheid te zeggen, noch te schrijven. En aan de armen of oren trekken, gebeurde ook, zelfs vaak, maar allicht pas vanaf de lagere school.

Lijfstraf - 000Lager onderwijs volgde ik in de gemeentelijke basisschool, gelegen aan de rand van de dorpskern. Met de handen achter de rug, of op het hoofd gevouwen 'in de hoek staan' was daar voor stoute jongens, dagelijkse kost. Maar ook brave, gehoorzame jongentjes zoals ikzelf moesten er van tijd tot tijd aan geloven. Die straf vond ik een verschrikking. Met je gezicht naar de muur gericht, en je rug dus naar je medeleerlingen gekeerd bevreesde me. En dat was allicht de bedoeling. Maar echte, niet leergierige stoute kinderen, maalden er niet om. Waardoor het regelmatig gebeurde dat alle vier de hoeken van het klaslokaal waren bezet. De stakker die aan de hoek stond waar ook de deur zich bevond, liep steeds kans om deze, bij een onaangekondigde entree van bijvoorbeeld een andere leerkracht, tegen zijn achterhoofd te krijgen.

Een andere tuchtmaatregel waar nogal kwistig mee werd omgesprongen, en regelmatig onterecht, was tijdens de pauzes 'rond de koer wandelen.' Terwijl de andere leerlingen spelletjes speelden, of in groepjes een praatje maakten, dienden de gestraften, alweer met de handen op de rug gevouwen, de boorden van de speelplaats af te stappen. Lopen mocht niet. Al durfden de gestraften het toch dikwijls aan, om een wedstrijdje snelwandelen te houden. Uiteraard enkel op momenten dat de toezichthoudende leerkracht niet oplette of even afwezig was.

School teacher cartoonEen fysiek pijnlijker straf was het tikken, met een platte lat of met een liniaal, op de vingers van leerlingen, om ik weet niet wat voor reden. Sommige onderwijzers gebruikten daar zelfs de één meter lange en een tweetal centimeter dikke bordlineaal voor! Ik heb ook nog leraars gekend die kinderen, met de handen op het hoofd, en de rug naar de klas gekeerd, op hun blote knieën lieten plaatsnemen op de houten tree. Een verhoog van zowat 15 centimeter en anderhalve meter diep, dat over de ganse lengte voor het krijtbord lag. Een laag podium dus, waarop de meester zijn lessenaar stond en hij zich voortbewoog. Vermoedelijk om nog groter te ogen dan ons en derhalve nog meer fysieke autoriteit uit te stralen.

Als een kind keer op keer last had met leerstof uit voorgaande schooljaren, dan gebeurde het wel eens dat onze meester hem terugstuurde naar de klas waarin die lessen reeds gegeven waren. Zo kon het dus zijn dat een leerling van het vierde studiejaar één, of meerdere dagen, op een stoeltje achterin de klas, mee de lessen moest volgen van de kinderen uit het eerste leerjaar!

Schoolmeisje IIZelfs in de middelbare school kreeg ik nog te maken met leerkrachten en ander personeel met losse handen. Zo was de leraar technisch tekenen van mij gewoon dat ik, door mijn inzicht en mijn interesse voor het vak, elke opdracht nauwgezet uitvoerde. Nu moet ik op een dag eens weinig goesting hebben gehad, of aan het dromen zijn geweest, mogelijks over één of andere griet. Want de interesse voor het vrouwvolk was,  met het ingaan van de pubertijd, die ook toen al bestond, nog groter geworden dan ze daarvoor reeds was. In elk geval trok mijn tekenwerk die dag op geen kloten.

Technical drawing classroom (small)Mijn leraar, die zijn toer maakte tussen de tekentafels, waaraan wij rechtstaand, of op een kruk gezeten, ons werk deden, merkte dat. "Dat trekt op niks hé, vent!", zo zei die, ietwat corpulente, steeds in een grijze kiel gestoken, grijzende en kalende man. Die woorden waren nog niet allemaal uitgesproken, of hij haalde uit met zijn rechterarm, waar hij een opgerolde map in de hand hield. Die trof mij zwaar op de linkerkaak van mijn gezicht!

Daar was ik toch even niet goed van. Terwijl ik wankelend mijn evenwicht zocht, en bekwam van die mep op mijn wang, liet de leerkracht, wiens naam ik me ook nog herinner, maar hier ook niet publiek ga maken, me weten dat ik beter moest presteren!

Wat ik ook nog heb gezien zijn leerkrachten die iets op het bord aan het schrijven waren en bij aanhoudend, voor hen allicht irritant geroezemoes in de klas, zich plots omdraaiden en het krijtje dat ze in hun hand hadden, met volle kracht door het lokaal lieten zoeven. Soms was het zelfs de zware houten bordveger die door de lucht suisde!

Wie pech had kreeg het krijt of de bordveger onzacht tegen zijn bakkes. In die tijd waren er nog niet zo veel frêle, voormalige prematuren. De meeste kinderen uit mijn klas, konden dus wel iets verdragen. Het waren trouwens allemaal jongens, want gemengd onderwijs stond toen nog in de kinderschoenen.

Dat mijn herinneringen helemaal juist zijn, dat kan ik uiteraard niet garanderen. Het gaat hem hier immers over gebeurtenissen van enkele decennia geleden. Maar ik ben er van overtuigd dat het hier verhaalde vast niet veel verschilt van wat er werkelijk gebeurde.

01-04-09

Verzonden

 

1 april 2009 (klein)We gaan even terug in de tijd. Naar 1 april 2004 meer bepaald. Toen viel deze dag een etmaal later dan vandaag op de kalender te zien valt. Op donderdag dus.

Even voor acht uur belde ik de persoon op, die aan het hoofd staat van het team van zelfstandige verpleegkundigen, waarop ik sinds eind 2002, en heden nog steeds, beroep doe voor mijn dagelijkse persoonlijke verzorging.

Quasi in paniek, meldde ik haar met een nerveuze stem dat Brian en Austin al klaar stonden om naar school te gaan, terwijl ik nog ongewassen in bed lag. Haar collega, die werd verondersteld om zeven uur bij me te zijn, was immers nog steeds niet komen opdagen.

Mijn verpleegster klonk hoorbaar verveeld met de situatie en zei onmiddellijk de andere verpleegster te zullen bellen en dan meteen ook weer mij, om me te informeren over wat er aan de hand was. En wat er ging gebeuren.

Luttele seconden later rinkelde de gsm van de verpleegster die me net had gewassen, aangekleed en in mijn rolstoel gezet. Ze stond te gniffelen, maar nam niet op. Een minuut later was het mijn mobieltje dat lawaai maakte. "Ja, sorry hoor, maar ik kan haar niet bereiken." klonk het in mijn oor, "dus zal ik maar onmiddellijk zelf komen!" Waarop ik zei: "Oké, dat is goed. Maar wil je dan eerst even bij de viswinkel passeren om iets voor me mee te brengen?"

Vis - Cartoon - 000  (klein)Zonder enig spoor van argwaan in haar stem, vroeg ze: "En wat dan wel?" Terwijl haar collega, naast me, met haar hand op de mond, stond dubbel gevouwen van ingehouden pret,  spelde ik, met een nog steeds ernstige, vaste stem: "A P R I L vis!"

Nu had de gefopte dame het door, want ze begon hartelijk te lachen en zei: "Ik nam dit jaar speciaal deze dag vrij om niet verzonden te worden, en nu heb ik het potverdorie toch weer aan mijn been!"

31-03-09

Het ECI-schandaal: de ontknoping?

 

Als je de voorgeschiedenis niet kent, nodig ik je vriendelijk uit om de, hieronder in chronologische volgorde vermeldde postjes op mijn weblog, eens te lezen:

Voor boek en plaat (10 september 2008)

Hoera! (13 september 2008)

Bloot tandvlees en ander naakt (16 september 2008)ECI - logo

Lectuur (24 september 2009)

Voor boek en plaat, deel zoveel (19 februari 2009)

Zet je feestneus maar op! (21 februari 2009)

De ECI sage, het tragische einde? (18 maart 2009

Toen gisterenochtend mijn brievenbus was gelicht en mijn assistente de ontvangen post voor mijn neus deponeerde, viel me onmiddellijk een schrijven op waarvan ik het vermoeden had dat dit weleens afkomstig zou kunnen zijn van een door ECI ingeschakeld incassobureau. Mijn veronderstelling bleek juist te zijn. Een schrijven van zulk een firma uit Gent.

Maffia - 000Niet aangetekend, dus naar ik aanneem, juridisch gezien van generlei waarde. Maar liefst 81,48 € willen die BANDIETEN invorderen! En dit zogezegd allemaal onder het toeziend oog van de Federale Overheidsdienst Economie, KMO, Middenstand en Energie, zoals ze fijntjes suggereren in hun brief. Dat zulke misbruiken plaatsvinden, ten nadele van de eerlijke, vreedzame burger, daar ziet justitie blijkbaar geen graten in.

Na mijn e-mailbericht van 19 februari 2009 aan de heer Stefaan De Clerck, ontving ik begin maart een vriendelijke brief met datum 4 maart 2009, vanwege de Minister van Justitie, met daarin de melding dat het grondwettelijk principe van de scheiding der machten hem, als lid van de uitvoerende macht, niet toelaat om op gelijk welke wijze dan ook tussen te komen in procedures die uitsluitend tot de bevoegdheid van de rechterlijke macht behoren.

De Minister raadt me aan om me tot een advocaat te wenden. Alsof een juridisch raadsman GRATIS werkt! Een eerste advies, inderdaad, maar daar is doorgaans je probleem niet mee opgelost! Voor kleine geschillen komt het er derhalve op neer dat de gewone burger hoe dan ook het hoofd dient te buigen! Is dat eerlijk? Is dat rechtvaardig? En bovenal: is het dit systeem dat, en deze manier van handelen die de kiezers van de door hen verkozen vertegenwoordigers, in dit land, wensen in stand te laten houden?

David tegen Goliath (mediumECI wint het pleit. Want ik geef me gewonnen. Gisterenochtend heb ik 12,90 € overgeschreven op hun bankrekening. Zijnde het bedrag van het verkeerd geleverde, helemaal NIET gewenste boek 'In de donkere nacht', meer bepaald 9,95 €, en de aangerekende 2,95 € verzendkosten. Als mededeling schreef ik: "Factuur 3087827064 betreffende FOUTE levering waarbij u in gebreke blijft door te weigeren uw fout te corrigeren"

Bestolen ben ik! Want men heeft me doen betalen voor iets dat ik NIET heb besteld en helemaal NIET wou! En het ergste van deze ganse historie is dat de drie gescheiden machten op de hoogte zijn en laten begaan!

Als kleine garnaal, de nietige David, de grote, sterke, machtige, klaarblijkelijk langs alle kanten gesteunde en beschermde kolos Goliath, hier in de gedaante van ECI en aanverwante bedrijven, bekampen is een bij voorbaat verloren strijd. Helaas... want ik ben heus niet de enige persoon die het slachtoffer werd van de misdadige praktijken van die zakkenvullers... euh ik bedoel boekenclub. Je moet maar eens de reacties lezen op mijn eerdere omtrent deze zaak gepubliceerde logjes. Of eens googelen op ECI.

Schandalig machtsmisbruik noem ik dit! Wij, brave, gehoorzame burgers, worden bestolen, gefnuikt, misbruikt en uitgemolken, terwijl zowel parlement, overheid als gerecht onverstoord toekijkt! Is dit democratie? Amai, mijn kloten!

Tot slot: als ik al hetgeen ikzelf geschreven heb, aangevuld met de reacties van mijn lezers, bij elkaar voeg, dan kom ik al aan een klein boekwerkje. Misschien moet ik er maar eens een uitgever voor zoeken. Een verkoopkanaal heb ik al op het oog!  Knipogen

01-03-09

Mijn hond

Als fervente dierenliefhebber heb ik in mijn leven al heel wat boeken verslonden die over dieren handelen. En dan vooral over honden. Daar heb ik er trouwens in mijn eigen boekenverzameling ook heel wat exemplaren van staan. Euh, 'liggen', bedoel ik, want de meeste van mijn boeken bevinden zich momenteel in dozen. Tot wanneer ik mij ooit eens een mooie (namaak) koloniale bibliotheekkast kan aanschaffen en dan vervolgens nog een plekje vind om ze neer te poten. Knipogen

Maar ik glijd af van het onderwerp. In het eerste hondenboek dat ik mij ooit aanschafte, en dat ik van voor naar achter en van achter naar voor, keer op keer opnieuw las, en waarvan ik elke afbeelding telkens opnieuw bekeek, en welk boekwerk ik trouwens nog steeds in mijn bezit heb, staat een gedichtje, dat me steeds is bijgebleven. En ik kan het hier neertypen, zonderSkipper eerst iemand in die dozen te moeten laten wroeten om dat boek naar boven te spitten. Want ik ken het, ook nu nog, na meer dan 30 jaar, feilloos uit het hoofd. De inhoud ervan is werkelijk iets om over na te denken. Van het gedichtje dus hé, niet mijn hoofd! Lachen De foto hiernaast is er één van mijn laatste hond Skipper, drie jaar voor haar dood, eind januari 2000.

Mijn hond

Welk middel rest mij nog

Nu ik je alles heb geleerd

En ik slechts zie, tegen mijn wens

Hoezeer jij gelijkt op een mens!

01-01-09

Nieuwjaarswensen

 

Nieuwjaarsbrief - 001Onze tweeling had dit jaar geen nieuwjaarsbrief meer om voor te lezen. In de middelbare school wordt dat niet meer gedaan. Een gemis? Ik weet het niet. Zelf heb ik dat schrijven van die brieven nooit leuk gevonden, want dat moest met de pen gebeuren. En dat kon ik niet, zonder vlekken te maken. Ondanks het gebruik van roze vloeipapiertjes.

Nieuwjaarsbrief - 000

Het voordragen vond ik evenwel nog veel erger. In het ABN, Algemeen Beschaafd Nederlands, oubollige teksten aflezen, of liefst nog: uit het hoofd opzeggen, met woorden die ik in het dagdagelijkse leven nooit gebruikte in de communicatie met mijn ouders, meter en peter. Mensen waarmee ik trouwens nooit wat anders sprak dan het dialect dat ik van hen had geleerd.

Niettegenstaande het bovenstaande, is er toch een tekst van een nieuwjaarsbrief, uit mijn kleutertijd naar ik vermoed, in mijn kopke (inmiddels 'hoofd') blijven hangen. En ik wil jullie deze niet onthouden:

Liefste ouders

Luister naar mijn nieuwjaarsbrief.

O, ik zie U toch zo gaarne.

Daarom wens ik u vandaag

Een zalig en gelukkig jaar

Uw lieve kapoen,

Rudi

Eksaarde, 1 januari weetikveelwelkjaardatisgeweest! 

Elkeen die dit leest wens ik:

Een fantastisch 2009!

 

16-12-08

Kriminalpolizei

 

Horst Tappert (klein)

Wie zo een beetje het nieuws volgt, heeft via de media allicht reeds vernomen dat Horst Tappert zaterdag jongstleden is overleden. De Duitse acteur is vooral bekend van zijn rol als hoofdinspecteur Stephan Derrick, in de gelijknamige televisieserie, die vanaf  1974 tot 1998 op de buis te zien was.

Terry Savalas (Kojak)

Het overlijden van deze man, op 85-jarige leeftijd, bracht bij mij de vraag naar boven van hoe het gesteld zou zijn met andere bekende Tv-rechercheurs. Daarbij dacht ik in de eerste plaats aan Telly Savalas, alias Theo Kojak, in de ook al gelijknamige Amerikaanse Tv-serie uit de jaren zeventig. De man blijkt reeds in 1994, dat is 14 jaar geleden, overleden te zijn. Nota bene de dag na zijn 72ste verjaardag. De mensen van mijn generatie en ouder, herinneren zich de man vast als de, naar mijn weten, eerste bekende Tv-acteur zonder haar op het hoofd en met steevast een lolly in de mond.

Peter Falk - Columbo (klein)

Wie ook in mijn rijtje voorkomt is Peter Falk, bekend van zijn rol als inspecteur Columbo, in de Amerikaanse detectiveserie met dezelfde naam, waarvan trouwens ook een aantal televisiefilms zijn gemaakt. En waarin hij met verve de rol speelt van sjofel geklede, op het eerste zicht wat traag van verstand zijnde, sigaren rokende rechercheur. De serie kwam voor het eerst op de buis in 1968, en voor het laatst in 2003. Hoofdrolspeler acteur Peter Michael Falk, die inmiddels de respectabele leeftijd van 81 jaar heeft bereikt is nog steeds in leven, en acteert zelfs nog! Daarenboven ontplooide de man zich eveneens als beeldend kunstenaar. Voor wie eens een blik wil werpen op het werk dat de ouwe snoeper produceert, raad ik aan dit hier aan te klikken. Geniet!