16-02-12

Dikke-truiendag 2012

  

dikketruiendag,dikke-truiendag,energiebesparing,vrouw,dame,meisje,kunne,vrouwelijke_kunne,hond,partner,buitenmaats,buitenmaatse_trui,buitenmaatsetrui,oversized,oversized_sweater,oversizedsweater,lijf,warm,schoot,slank,dikketruiendag2012dikketruiendag,dikke-truiendag,energiebesparing,vrouw,dame,meisje,kunne,vrouwelijke_kunne,hond,partner,buitenmaats,buitenmaatse_trui,buitenmaatsetrui,oversized,oversized_sweater,oversizedsweater,lijf,warm,schoot,slank,dikketruiendag2012Bij deze doe ik aan jullie allen een warme oproep om, ook ondanks het nog redelijk koude winterweer, vandaag toch de verwarming een beetje lager te zetten. En zodoende alvast een kleine bijdrage te leveren aan de ‘o zo nodige’ wereldwijde energiebesparing.

 

Je bent dan overigens meteen een actief participant aan de nu reeds 8ste editie van de Dikke-truiendag

 

Mocht je (om praktische redenen, zoals je gewicht ;-) niet al te groot zijn, slank, het liefst van vrouwelijke kunne, en niet gehinderd door een jaloerse hond, een onverdraagzame partner of een onoverbrugbare afstand, dan mag je gerust op mijn schoot komen kruipen. Want onder mijn buitenmaatse trui is er nog ruimschoots plaats om een extra lijf lekker warm te houden! Lachen

 

>>> Klik op de foto’s voor een groter exemplaar van de afbeeldingen <<<

28-03-10

Allemaal beestjes

  

Neen, dat is niet wat ik zie als ik gedronken heb. Want ik drink immers helemaal niet. Althans geen dranken die veel of weinig alcohol bevatten. Wel elke dag behoorlijk wat (warme) koffie, in de week dagelijks een groene thee en voor het overige wat plat water en uitzonderlijk eens een cola of een limonade. Die laatste twee voor de suikers. Maar over drank wil ik het hier eigenlijk niet hebben, maar dus wel over dieren. Deze die ik tegen kom als ik onderweg ben, in nuchtere toestand!

Paardenduo + hond - 000Al wie zich regelmatig al stappend of als fietser, rolstoeler, skeeler, per step, met een scooter of een lichte bromfiets... over het openbaar domein verplaatst, zal ongetwijfeld het hiernavolgende beamen. Als men zich in het verkeer voortbeweegt aan een relatief lage snelheid en niet omgeven door een plaatstalen kooi met glasramen, dan krijgt men van alles te zien. En als je, zoals ik, in landelijk gebied woont, ook vaak dieren.

De meeste koeien staan voorlopig nog op stal. Maar ik ben dit voorjaar wel al andere dieren op mijn weg tegengekomen. Zoals bijvoorbeeld die twee paarden die me heel nieuwsgierig beloerden vanaf de overkant van de straat. Terwijl de hond van hun gemeenschappelijke baasjes, voortdurend speels de paarden uitdaagde om achter hem aan te hollen. Wat af en toe lukte! En me een amusante vertoning bezorgde! Lachen

Ooievaarsduo - 000Een andere keer reed ik in de richting van een stadsdeel dat paalt aan een natuurgebied. Toen ik de wijk inreed, werd ik aangenaam verrast door twee ooievaars, die zich bovenop een verlichtingspaal bevonden. En mij al even nieuwsgierig beloerden als ik hen.

Het koppeltje, dat in tegenstelling tot de meeste van hun soortgenoten, niet naar het warme zuiden trok om te overwinteren, heeft een nest in de nabijgelegen meersen. Het mannetje, door de mensen uit de buurt gekend als 'Tom', verblijft al sinds een tiental jaren in die buurt. Zoals het een echte ooievaar betaamt is hij trouw aan zijn nest, maar niet aan zijn vrouwtje, en wisselt hij dus regelmatig van partner. Om telkens weer kleine ooievaartjes mee te maken.

Schapen - 000Laatst had ik ook nog een ontmoeting met enkele schapen, die op een dicht bij mijn woning gelegen weide rondwaren. Eén keer fluiten en één van die wolfabrieken kwam al meteen, luid blatend, op me afgerend. Exemplaar nummer twee volgde even later, iets minder enthousiast, dit voorbeeld. Terwijl schaap nummer 3 nauwelijks geïnteresseerd, van op afstand mijn richting bleef uitkijken. Dat dier had waarschijnlijk direct in de mot gehad dat ik niks te vreten had meegebracht.

Vrij vaak kom ik ook nog een ander soort zoogdieren tegen, waarvan bepaalde exemplaren dikwijls mijn visuele interesse opwekken. Maar een relaas van mijn ontmoetingen met hen, hou ik jullie tegoed voor een volgende keer Knipogen

09-02-10

Zalig zonder handen

  

Biking boy (klein)Om tijdens mijn middelbare schooltijd de onderwijsinstelling te bereiken waar ik les volgde, diende ik met mijn fiets een goeie 8 kilometer af te leggen. De school bevindt zich immers in het centrum van de stad, terwijl mijn ouderlijk huis is gelegen in een deelgemeente daarvan. Mijn rijwiel was het exemplaar dat ik van mijn ouders als geschenk kreeg ter gelegenheid van mijn Plechtige Communie. Het bij deze gelegenheid schenken van een ware 'grote mensenfiets', is een traditie die, naar ik links en rechts hoor en zie, ook heden ten dage nog in voege is.

In mijn buurt woonden toentertijd slechts enkele jongeren die hetzelfde traject volgden als ik elke dag deed. Langs wegen met weinig bebouwing en veel akkers en weiden die aan de straat paalden. Van fietspaden was er helemaal geen sprake. Een groot deel van de te volgen weg was toen trouwens nog niet eens geasfalteerd, enkel verhard, Een ander deel bestond en bestaat nog steeds uit kasseistenen, voor de afwatering in een nogal overdreven boog aangelegd, en breder gemaakt door aan beide straatkanten een rij grote vierkantige betontegels te leggen.

Rijcomfort was er voor de zeldzame fietsers zoals ik, helemaal niet. En veilig was mijn rijroute evenmin. Want er was toen wel een stuk minder autoverkeer dan vandaag, maar op de boerenbuiten waren de landbouwers en loonwerkers ook reeds 's ochtends vroeg op weg. En hun tractors en machines waren toen doorgaans nog niet zo kolossaal groot, maar op die smalle wegen was het voor fietsers toch steeds weer opletten geblazen als er zo een landbouwvoertuig kwam aangereden.

Om tijd uit te sparen volgde ik meestal de korte weg. Waarbij de te rijden afstand behoorlijk werd ingekort door via een oude kerkwegel te rijden. Een met kiezelsteentjes verstevigd pad tussen percelen landbouwgrond, dat in vroegere tijden werd gebruikt door vooral boerenmensen, om 's zondags in het kerkgebouw te geraken om daar de eucharistieviering bij te wonen.

De toegangsweg tot het stadscentrum was dan weer een kasseibaan waar deels was over geasfalteerd en in de loop der jaren de in de rijbaan gevallen putten waren gevuld met lappen asfalt. Zodat het geheel er uitzag als een zwart/grijze lappendoek. Door die hobbelige, en ondanks alle oplapwerk nog steeds vol putten zittende straat rijden was een ware marteling. En gevaarlijk, want aan weerszijden van de baan stonden er her en der auto's geparkeerd of gestationeerd.

Meerdere gebeurtenissen onderweg herinner ik mij, waarvan ik er hier slechts enkele in het kort zal verhalen. Zo herinner ik mij nog levendig mijn eerste fietsrit naar de middelbare school. Ik was helemaal niet gewoon om in het drukke stadsverkeer te rijden. Dus was het die eerste schooldag wennen om me in die verkeersstroom te bewegen.

Verkeersagent - 000Op een gegeven moment reed ik in een straat waar er, op de plaats waar deze onder de spoorweg loopt, aan de linkerkant, ook een zijstraat op uitkomt. In het midden van de straat stond er een politieagent het verkeer te regelen. Nu had ik in de lagere school wel de verkeersregels geleerd en was ik op de hoogte van de betekenis van de armsignalen van een verkeersagent. Maar die tekeningetjes in onze cursus waren steeds heel duidelijk geweest.

In de praktijk bleek dat andere koek te zijn. Die in het blauw gekostumeerde politiebeambte stond wel met zijn armen te zwaaien, maar de bewegingen die hij maakte kon ik niet direct in overeenstemming brengen met één van de ingestudeerde afbeeldingen op de stencils uit mijn verkeerscursus. Aangezien het verkeer in de zijstraat stil stond en ikzelf niet van richting veranderde, besloot ik vaart te houden en gewoon door te rijden.

Ter hoogte van die agent gekomen, zag ik hem, vanuit mijn ooghoeken, verbaast mijn richting uitkijken en met zijn ene hand een fluitje naar de mond brengen, waar hij luttele seconden later met bolle wangen op blies. Ik hield halt. De man, die gelukkig voor mij, zijn post niet kon verlaten, riep me boos toe. Of ik het verkeersreglement niet kende? En zonder op een antwoord te wachten gebood hij me terug te keren. Wat ik gedwee deed.

*****

Een ander voorval deed zich naar het einde van het schooljaar voor. Ik had dat jaar vrij snel iemand leren kennen die via dezelfde weg naar school reed. Ook een eerstejaars, maar de jongen zat wel in een andere klas dan de mijne. Meestal reden we samen naar school en huiswaarts. We passeerden daarbij dagelijks een boerderij waarvan de boer ons vaak commentaar toeriep. Dat we aan de kant van de weg moesten rijden, niet naast elkaar mochten rijden en nog meer van die dingen.

Zowel mijn schoolkameraad, nochtans zelf een boerenzoon en vast van plan in zijn vaders voetsporen te stappen, als ikzelf waren die voortdurende opmerkingen meer dan moe. Meer dan eens riepen wij iets terug. Iets snedig, of mogelijks eerder smerig, dat weet ik niet meer juist. Het maakte die boer in elk geval nog nijdiger! Knipogen

Boer - 000 (klein)Op een avond reed ik huiswaarts. Alleen, deze keer. Bijna aan die boer zijn bedrijf gekomen, zag ik dat daar nogal wat beweging was. Potverdorie, die waren vast van plan om de koeien van de weide aan de overkant, naar de stallen op hun erf te brengen. Een activiteit waarvoor ze, naar ik wist, de straat afspanden, zodat die beesten niet weg konden lopen.

Nu had ik er helemaal geen zin in om daar minstens een kwartier te staan koekeloeren naar die koebeestenverhuis. Dus duwde ik wat harder op mijn trappers om de versperring ten bate van die herlocatie voor te zijn. Door de snelheid die ik had, zag de boer mij pas op het laatste moment aankomen. Met die versperringskoord al in zijn ene hand, begon hij wild met zijn armen te zwaaien, ten teken dat ik moest stoppen en hem niet voorbij mocht rijden. Wat ik, onder luid sakkerend geroep van de boer, evenwel toch deed!

Had ik daar even 10 seconden geluk! Vlak nadat ik de boer was gepasseerd zag ik achter mij kijkend, in volle vaart een van de weide komende stier over de weg naar het boerenerf spurten. Het scheelde geen haartje of ik was, met fiets en al, aan dat beest zijn horens gespietst!

*****

Bij een andere boer liep er op het erf een hond die, van zodra hij ons in het vizier kreeg, vervaarlijk begon te grommen en te blaffen. In den beginne dachten we dat het dier dat deed ter protectie van het erf van zijn baasjes en dus om ons bang te maken. Opdat wij, voor die viervoeter potentiële boeven, het zeker niet in ons hoofd zouden halen om dat boerenhof te betreden.

Angry dog - 000Daarom hielden we ons, bij het naderen van die doening, stil en negeerden we het dier. Maar dat systeem leek niet te werken. De hond bleef dag na dag hetzelfde gedrag vertonen. Zwaar bassen en soms zelfs de bijters laten zien! Dus gooiden we het over een andere boeg. We begonnen de viervoeter, een dier van middelmatig formaat en vast het resultaat van een ongeplande kruising van verschillende rassen, te paaien door het vriendelijk toe te spreken. Maar ook dat mocht niet baten.

Buiten die hond viel er op dat boerenerf nimmer een levend wezen te bekennen. Dier noch mens waren daar ooit te zien. We hadden nochtans graag de baasjes van die boze blaffer eens aangesproken over het gedrag van hun dier, dat ons danig begon te vervelen. Bij de buren konden we ook niet terecht, want die waren er gewoonweg niet. Deze woonst stond zowat halverwege een straat, waar de dichtste buur 10 akkers en weilanden verder woonde

Op een bepaalde ochtend reed er een derde jongen met ons mee naar school. Een klasgenoot van die nagenoeg dagelijks met me meefietsende schoolmakker. Toen we de boerderij met die razend blaffende hond naderden, en daarover ons beklag deden, zei die jongen, een nogal magere van postuur, dat je de vijand met gelijke wapens moet bekampen. Waarop de jongen met zijn fiets van ons wegreed en naar de afsluiting spurtte, waarachter die hond zat.

Yelling boy (klein)Nog voor hij zijn doel bereikte, begon hij zelf enorm veel kabaal te maken. Maar dat leek het beest niet te deren en zeker geen schrik aan te jagen. Toen wij bij de blaffende en schreeuwende jongen arriveerden, wezen we hem op dat feit. En merkten op dat de hond er nu nog bozer uitzag en nog luider blafte dan gewoonlijk. En dat de jongen best zou ophouden met wat hij deed, want dat anders die viervoeter wel eens over de afsluiting zou durven wippen en achter hem aan zou durven gaan!

Hij rolde de fiets waarop hij zat, met zijn voeten een beetje achteruit, tot hij terug op de rijweg stond en zette aan om verder te fietsten. Onderwijl ons antwoordend dat hij niks hoefde te vrezen want dat het toegangshek steeds was gesloten.

Doch die dag dus uitzonderlijk niet! Die jongen zag dat bij het passeren ook, slaakte een gil en trapte toen uit volle kracht op zijn pedalen, om daar weg te komen. De hond, die hem eerst blaffend achtervolgde aan de erfzijde van de afrastering, koos ervoor vanaf het openstaande hek zijn weg over straat te vervolgen, onze gezel achterna.

Wij waren blijven staan en sloegen met open mond het schouwspel gade. Tot daar dan toch iemand vanaf het boerenerf begon te roepen. Waarop de hond halt hield. Net voor het moment waarop wij vreesden dat het dier zijn, allicht scherpe tanden, in onze maat zijn dunne onderbeen zou zetten.

We zagen dat de hond met tegenzin terug naar het boerenerf liep, waar zijn boos baasje hem vloekend stond op te wachten. Wij hadden geen tijd om te talmen, omdat we dan vast te laat op school zouden arriveren. Iets wat toen nog niemand van ons drieën durfde te riskeren. We waren blij dat dit avontuur goed was afgelopen en haastten ons naar school. Zelfs met de beste wil van de wereld kan ik me niet meer herinneren of we die kwaaie hond naderhand nog ooit hebben teruggezien.

*****

Cycling with hands in the pockets (klein)Toen ik al wat ouder was reed ik huiswaarts met een buurjongen die, na een mislukt avontuur in een andere onderwijsinstelling, inmiddels ook les volgde aan dezelfde school als mij. We reden op een asfaltbaan waar we, zeker op dat tijdstip, nauwelijks andere weggebruikers tegenkwamen. Op het lange stuk rechte baan waar we ons op voortbewogen, reden we gezapig naast elkaar. Ik uiterst rechts en mijn maat links van me. Mijn handen hield ik in de zakken van mijn jas. Zo bleven ze lekker warm. En kon ik rechtop gezeten fietsen. Iets wat ik veel liever deed dan zo in een onnatuurlijke, gebogen houding zoals je normaliter op een jongensfiets hoort te zitten.

We waren druk in gesprek over de dingen die ons boeiden: motorfietsen, uitgaan, meisjes en andere typisch puberale interesses. Op een gegeven moment mompelde mijn maat iets en ging vervolgens voor me rijden. "Wat heeft die nu ineens?" dacht ik nog, terwijl ik verwonderd zijn actie gadesloeg. Waarop ik mijn hoofd naar links draaide, en daar het gezicht ontwaarde van een kerel met een kepie op het hoofd. Een politieagent, zo bleek. Die het portierraampje van, wat even later een politiecombi bleek te zijn, had naar beneden gedraaid. Manueel, want toen ging dat nog niet elektrisch,.

Wel lichtjes geschrokken, maar me van geen kwaad bewust, bleef ik gewoon rustig verder fietsen... zonder handen. Tot die agent me vroeg om even halt te houden. Wat ik dan uiteraard ook terstond deed. Want de bevelen van een 'man van de wet' behoor je nu eenmaal op te volgen, zo wist ik.

Om mijn fiets af te remmen had ik uiteraard reeds de handen uit mijn zakken gehaald en op mijn fietsstuur geplaatst. De chauffeur van de camionette, een collega van de agent die me had aangesproken, zette het voertuig niet aan de kant. Neen, ze bleven gewoon stilstaan op de rijweg, naast mij. Ik keek naar de politieman, verwachtend een blaam te krijgen voor het naast elkaar rijden, maar dan hadden ze wel de verkeerde te pakken, want het was mijn maat die aan de kant van het wegverkeer had gereden. Hadden die pipo's dat dan niet gezien?

Politiecombi - 000 (lego) (klein)Maar de overtreding die ik had begaan en waar de agent me voor berispte was het zonder handen rijden. Verboden en gevaarlijk, zo maakte hij me diets. De kerel haalde een schriftje te voorschijn, zodat ik dacht 'prijs' te hebben, zoals wij in die tijd in onze streek het 'krijgen' van een boete cynisch uitdrukten.

Mijn naam werd me gevraagd en ook mijn adres. Braaf gaf ik die man de gevraagde en bovendien ook juiste informatie. De geüniformeerde figuur noteerde alles maar legde, tot mijn verbazing, vervolgens het boekje naast zich neer en zei me dat hij het deze keer bij een 'waarschuwing' zou laten. Maar dat ik moest ophouden met dat zonder handen te rijden. In het belang van mijn eigen veiligheid en dat van de andere weggebruikers. En ook al omdat hij de volgende keer dat hij me zou betrappen op deze verkeersovertreding, me een P.V. zou toebedelen.

Opgelucht stamelde ik iets van het te hebben begrepen en een bedankt. Waarna de agenten me nog ten afscheid groetten en terug verder reden. Ik keek de wegrijdende politiecombi na en zette vervolgens mijn fiets en daarmee ook mezelf, terug in beweging. En reed tot bij mijn maat. Die, van enkele tientallen meters verder, de gebeurtenissen nauwlettend had gevolgd. En die me nu bezorgd vroeg of ik een boete 'aan mijn rekker' had. Toen ik hem kon geruststellen enkel een verwittiging te hebben gekregen, vervolgden we beiden glimlachend onze rit. Terug naast elkaar, maar alle twee met de handen op het stuur!

Thuis durfde ik over het voorval niks te zeggen. Bang voor een uitbrander van mijn ouders. De eerstvolgende dagen liep ik evenwel rond met een bang hart. Vrezend dat die flikken hetzij me alsnog een boete zouden bezorgen, hetzij een schriftelijke bevestiging van mijn 'vergrijp' bij mijn ouders zouden laten toekomen. Wat allemaal kon, want ik had hen immers mijn naam en adres gegeven. Maar ik had geluk. Ze hielden woord, dus mij met rust. En ik ben nooit meer 'gesnapt' bij het zonder handen rijden, alhoewel ik het ook nadien nog vaak heb gedaan.

*****

Zonder handen fietsen - 001 (klein)Ik herinner mij het door een meester in de lagere school vertelde verhaal van een jongen die ook al fietsend zonder handen, door een politieagent werd tegengehouden. Die terstond die gast zijn stuur van de fiets haalde. Omdat die jongeman dat blijkbaar toch niet nodig had. Hij mocht zijn weg naar huis vervolgen en werd aangemaand om, samen met zijn vader, zijn fietsstuur af te komen halen op het lokaal politiekantoor.

Aangezien die jongen veel te laat thuiskwam, want hij had dat laatste stuk weg naar huis te voet moeten afleggen, omdat je met een fiets zonder stuur niet kan rijden, en hij daarenboven ook een verklaring moest geven voor het geamputeerd zijn van zijn tweewieler, was hij wel genoodzaakt zijn ouders over het gebeurde in te lichten. De pa gaf zoonlief 'onder zijn voeten', maar bleef wijselijk weg van het politiekantoor. Er geen zin in hebbend daar een preek te moeten aanhoren over het gedrag van zijn zoon. En ook bang om alsnog een boete te krijgen voor het vergrijp. Hij verkoos het zekere voor het onzekere en ging bij de fietsenmaker een nieuw stuur kopen voor het rijwiel van de zoon. Liever onmiddellijk opteren voor de kleine kost dan het risico te lopen op een grote!

25-12-09

Zalig Kerstfeest

 

Bij ons in het Waasland is het een Kerstnacht geworden met wat wind en een nog steeds aanhoudende zachte regen.

Hopelijk heeft elkeen van jullie lekker gegeten en was het een gezellig samenzijn met familie, vrienden of enkel je hond, kat, kanarie, cavia, huismijt... en beleef je ook vandaag een prettige, aangename en vredevolle Kerstdag. Ik wens het jullie allen van ganser harte!

 


Hier zie je het zelfgemaakt filmpje dat ik vorig jaar postte. Lachen

 

07-09-09

Wie is er hier het meest beperkt?

 

Blind meisje (klein)Een knappe jongedame wandelt met haar geleidehond door het park.

Een jongen rijdt haar met zijn fiets voorbij. Stopt even verder, draait zich om en slaat het meisje en de hond gade terwijl zij naderbij komen.

Eens ze ter hoogte zijn van waar de fietsende jongen staat, groet deze laatste haar en vraagt vervolgens: "Vind je dat niet vervelend, steeds te moeten stappen?"

Waarop het meisje antwoordt: "Neen hoor, ik doe dat graag."

Waarna de jongen zegt: "Maar met de fiets gaat het wel sneller."

Het blinde meisje repliceert daarop: "Oh, maar ik kan ook fietsen hoor, met een tandem."

De jongen kijkt haar stomverbaasd aan en schreeuwt vervolgens uit: "Wow! Ze hebben jouw hond dus leren fietsen?!"

 


Voor 18+ cartoons met eenzelfde thema: klik eens hier, daar en ginder Knipogen

09-03-09

Vrijheid, blijheid!


 

Elke dag is er wel een blogger die één of meerdere foto's publiceert, waarop haar of zijn hond staat afgebeeld. Dikwijls zijn dat beeltenissen van hun trouwe viervoeter, terwijl die zich 'ongebonden' in de vrije natuur voortbeweegt.Honden aan de leiband

Vaak vraag ik mij dan af of zij nooit problemen hebben met bos-, veld- of parkwachters, die perse willen en zelfs eisen dat de hond aan de leiband gaat.

Zelf vind ik het nogal onnozel dat een goed opgeleide en dus ook luisterende hond in de natuur niet vrij mag rondlopen. Al die andere, daar aanwezige dieren, hangen toch ook niet vast aan een touwtje?

En de motieven van zij die tegen het loslopen zijn, vind ik belachelijk. De honden zouden bijvoorbeeld Skipper (klein)achter het wild aangaan. Dat is doorgaans niet zo. Als ik met mijn hond Skipper het bos introk, was die altijd opgetogen en blij omwille van alle geuren die ze opsnoof en de sporen die ze kon volgen. Maar slechts uiterst zelden rende ze even achter bijvoorbeeld een konijntje of een haas aan, dat even om de hoek, of uit zijn hol was komen piepen. En dan was het aan mij om haar met een fluittoon tot de orde te 'roepen'.

Wat is er trouwens mis met dieren die achter dieren aanlopen? Dat is toch 'natuur'lijk?! Maar blijkbaar is een deel van het mensdom van mening dat Boswachterhuisdieren moeten worden gediscrimineerd. Wat helemaal niet strookt met mijn opvatting in deze. Zolang je dier niet aan het stropen gaat, is er toch niks aan de hand? En uiteraard moet je wat rekening houden met de seizoenen en er bijvoorbeeld zorg voor dragen dat je hond de beesten niet van hun nest jaagt in volle broedperiode.

Wie zijn hond vrij laat rondcrossen, heeft een behoorlijke controle over het dier, anders lukt zo een ontspannen wandeltocht met je loslopende viervoeter niet. Als ik met Skipper op wandel was, liet ik haar trouwens ook altijd bij mij komen, om aan mijn zij mee te stappen, als we andere wandelaars naderden die lieten blijken niet erg op de aanwezigheid van mijn loslopende hond te zijn gesteld. Waarom die dan geen problemen hadden met de vrij rondwaggelende eenden, of dat koppeltje bosduiven op een boomtak, vroeg ik mij dikwijls af. Wijselijk hield ik echter mijn mond, maar liefst had ik telkenmale uitgeroepen: "Blijf weg uit de natuur als je enkel maar van gekooide en vastgebonden dieren houdt!"

Meer dan eens kwam ik in aanvaring met bos-, veld- en parkwachters. Die me vermaanden omdat ik Skipper niet aan de leiband hield. Mijn argumentatie Skipper (zeer klein)werd nimmer aanvaard. En die ambtenaren hebben de wet achter zich. Die elke burger wordt verondersteld te kennen. Het plaatselijk Politiereglement dat stipuleert dat honden aan de leiband moeten worden gehouden hangt trouwens veelal (verplicht?) goed zichtbaar (?) aan de parktoegang.

In dat verband heb ik een leuke anekdote. In een vrij uitgestrekt bos, ergens in Wallonië, genoot ik van een deugddoende zomerse namiddagwandeling. Skipper liep, als naar gewoonte, los voor mij uit, op het wandelpad. Snuffelend en opgewonden en vrolijk kwispelend met haar pluimenstaart. Ineens stond daar een kerel in een carnavalskostuum voor mij. Dat van boswachter. De man bleek evenwel een echte garde te zijn. Zo bleek uit de badge, die het in het groen geklede personage voor mijn neus drukte. Daar schrok ik helemaal niet van. Van onze Waalse landgenoten kan je immers van alles verwachten. Maar Carnaval in de zomer, dat leek me toch al te bizar. KnipogenVerboden voor honden

Nog een geluk dat ik een paar woorden Frans versta,
want de man zei me in die taal: "Mijnheer, aan den entree van dit domein hangt een groot bord, waarop staat dat honden hier niet zijn toegelaten!" Nors liet hij daarop volgen: "Kan u niet lezen, dan?" Waarop ik repliceerde: "Ik wel mijnheer, maar mijn hond niet! "

01-03-09

Mijn hond

Als fervente dierenliefhebber heb ik in mijn leven al heel wat boeken verslonden die over dieren handelen. En dan vooral over honden. Daar heb ik er trouwens in mijn eigen boekenverzameling ook heel wat exemplaren van staan. Euh, 'liggen', bedoel ik, want de meeste van mijn boeken bevinden zich momenteel in dozen. Tot wanneer ik mij ooit eens een mooie (namaak) koloniale bibliotheekkast kan aanschaffen en dan vervolgens nog een plekje vind om ze neer te poten. Knipogen

Maar ik glijd af van het onderwerp. In het eerste hondenboek dat ik mij ooit aanschafte, en dat ik van voor naar achter en van achter naar voor, keer op keer opnieuw las, en waarvan ik elke afbeelding telkens opnieuw bekeek, en welk boekwerk ik trouwens nog steeds in mijn bezit heb, staat een gedichtje, dat me steeds is bijgebleven. En ik kan het hier neertypen, zonderSkipper eerst iemand in die dozen te moeten laten wroeten om dat boek naar boven te spitten. Want ik ken het, ook nu nog, na meer dan 30 jaar, feilloos uit het hoofd. De inhoud ervan is werkelijk iets om over na te denken. Van het gedichtje dus hé, niet mijn hoofd! Lachen De foto hiernaast is er één van mijn laatste hond Skipper, drie jaar voor haar dood, eind januari 2000.

Mijn hond

Welk middel rest mij nog

Nu ik je alles heb geleerd

En ik slechts zie, tegen mijn wens

Hoezeer jij gelijkt op een mens!