05-07-09

Inpakken en wegwezen!

 

He kicks her in the cunt - 000 (klein)Een man komt thuis. Parkeert zijn auto voor de woning, springt er uit, met open laten van het portier en rent via de voordeur het huis binnen.

Hij slaat die deur achter zich dicht, kijkt wild om zich heen, ziet zijn eega voor de kijkkast in een sofa hangen en beveelt haar vervolgens met een krachtige stem: "Vrouw, pak je koffers, ik heb immers de Lotto gewonnen!".

De echtgenote gilt: "Wow, dat is fantastisch! Zal ik inpakken voor de zon en de zee of voor de bergen?" Waarop hij repliceert: "Stom wijf! Wat kan mij dat in Gods naam schelen. Maak gewoon dat je als de gesmeerde bliksem het huis uit bent!".

PS: zij die de rollen liever omgedraaid zien, staat het uiteraard vrij om hun eigen versie te verzinnen. Waarbij deze afbeelding dan eventueel als illustratie kan dienen.

24-06-09

Hoofddoekperikelen

 

Eergisteren ben ik op de school waar Brian les volgt, naar de laatste ouderraadvergadering van het schooljaar geweest. Veel viel daar niet te beleven. Dat was ook wel te voorspellen. Maar het was de laatste vergadering die werd voorgezeten door de huidige voorzitster. En Moslima - 001alleen al om deze dame te plezieren en uit respect voor alle tijd en werk die deze mevrouw volledig vrijwillig en onbaatzuchtig jarenlang spendeerde ten voordele van de school en vooral diens leerlingen, achtte ik het noodzakelijk om aanwezig te zijn.

Eén puntje dat werd aangehaald tijdens de vergadering, is ergens in mijn achterhoofd blijven hangen. En kwam gisteren, toen ik in de late namiddag een ritje maakte in het veld, terug aan de oppervlakte. Bij de evaluatie van de voorbije infodag op school maakte één iemand een opmerking over het feit dat er twee van de aanwezige leerkrachten een hoofddoek droegen. Dat zou immers een negatieve indruk en geven van de school.

De directrice van de school antwoordde dat er in het schoolreglement wel restricties kunnen worden opgelegd aan de leerlingen, voor wat betreft hun algemeen voorkomen, kledij, lichaamsversiering, uiterlijke kenmerken van hun religie en zo meer. Leerkrachten daarentegen zijn daar naar verluidt vrij in.

Nu blijkt dat de twee leraressen in kwestie de Islam onderwijzen. En allicht vasthouden aan hun hoofddoek als uiting van hun geloofsovertuiging. Ook op school. Nu was hun plaats van opstelling op de infodag niet echt schitterend uitgekozen. De dames zaten naast elkaar en naast een kaalhoofdige Godsdienstleerkracht. Aan de entree tot één van de schoolverdiepingen. Zodat het eerste dat de bezoekers die deze etage aandeden, zagen,  dit trio was. Wat dus blijkbaar op sommige mensen een afstotend effect zou kunnen hebben.

HolbewonerWat ik me best kan voorstellen. Want bepaalde holbewoners en sommige bosjesmensen, die normaliter hun biotoop niet verlaten, maar nu perse hun nakomelingen naar een vrijzinnige school willen sturen, komen doorgaans allicht nooit in aanraking met gesluierde vrouwen. Waardoor deze hen vreemd voorkomen, mogelijks zelfs angst inboezemen en hen er - oh wee - misschien zelfs van weerhouden hun nazaat in te schrijven op die school.

En omwille van zulke fanatici zouden die Islamitische dames dus hun hoofddoek moeten afleggen? De hypocrisie ten top. Om nog te zwijgen van de onverdraagzaamheid. Als je als school Islamlessen aanbiedt, dan vind ik dat je daar ook ten volle voor moet uitkomen. En niet enerzijds met dat gegeven leerlingen werven, maar het anderzijds voor de goegemeente proberen verborgen te houden. Men predikt diversiteit en een open, multiculturele samenleving, maar aan het in de praktijk brengen daarvan hapert er toch wel één en ander.

Die ganse polemiek rond het verbieden van uiterlijke kenmerken van iemands geloofsovertuiging kan ik trouwens niet vatten. Wat is er nu verkeerd aan dat iemand een kruisje aan een ketting rond de hals heeft hangen of dat een meisje of vrouw een hoofddoek draagt? Op de communie van mijn zonen, vorig kalenderjaar, werden onze gasten ontvangen door twee meisjes, waarvan er eentje een hoofddoek droeg. Zij was blij dat ik daar absoluut geen bezwaar tegen had en ik vond het reuze dat het Moslimmeisje  mee wou helpen aan een Christelijk feest. Verdraagzaamheid ten top!

En niemand van de genodigden nam er aanstoot van. En dat was niet omdat ze terecht konden vrezen dat ik hen terstond de deur zou hebben gewezen. Knipogen

Cool boySexy girl (short skirt)Sommige meisjes dragen graag een kort rokje en schoenen met hoge hakken om jongens het hoofd op hol te brengen. Anderen gewoon omdat ze zich daar sexy en goed in voelen. Er zijn jongens die met een afgezakte broek rond lopen omdat hun broeksriem kapot is. Maar bij de meeste van hen is het omdat ze dat cool vinden. Anderen vinden dat niet, maar doen het toch, omdat ze er bij willen horen.

Er zijn homoseksuele medemensen die hun geaardheid onmogelijk onder stoelen of banken kunnen stoppen. Anderen kunnen dat wel, maar kiezen er bewust voor om hun seksuele voorkeur te uiten, door gedrag of kleding. Weer anderen houden het liever discreet.

Sommige hardrockfans hebben een lange haardracht en lopen dagdagelijks rond in jeans en leren jekker. Anderen hebben een korte haarsnit en houden hun tatoeages verborgen onder het maatpak dat ze als werkoutfit dragen.

Er zijn mensen die een oorring dragen waaraan een kruisje hangt omdat ze er emotioneel aan gebonden zijn aangezien het een gift betreft van een dierbare. Andere personen dragen een hangertje waaraan een crucifix bengelt omdat ze diep gelovig zijn en dat willen uiten. Daarnaast zijn er nog mensenwezens die hier of daar een kruisje aan hun kledij bevestigen uit traditie of gewoonweg omdat ze dit mooi vinden. En dan zijn er nog anderen die ergens op hun lijf of kleding een kruisbeeld dragen om één of andere, God weet welke reden dan ook.

Moslima - 000Er zijn moslimmeisjes die een hoofddoek dragen omdat ze aan elkeen hun geloofsovertuiging willen uiten. Andere vrouwelijke wezens omdat ze zich zo zekerder voelen. Mogelijks is er al eens eentje die het uit ondeugendheid doet naar de toekomstige toe. Gesluierde dames die zich met graagte door hun partner laten uitpakken. En allicht zijn er ook dametjes die dit doen om hun vader te behagen, of in het slechtste geval omdat het van de ouders of hun geloofsgemeenschap moet. En zo zijn er allicht nog Moslima's die met een hoofddoek oplopen om een andere, Allah weet welke reden dan ook.

Mijn oproep is: laat iedereen gewoon zichzelf zijn. En zolang er van extremisme geen sprake is, elkeen naar eigen goeddunken gekapt, gekleed en versierd rondstappen, -lopen of -rijden! Lachen

30-05-09

Vrouwen

 

Vrouwen. Ze zijn soms zo moeilijk te begrijpen. "Dat is omdat die kutwijven van Venus komen en wij, fijne venten van Mars!" hoorde ik in mijn prille kindertijd ooit eens zeggen, toen ik mij in het gezelschap bevond van enkele oudere buurjongens, die reeds op een leeftijd waren aanbeland waarop ze hun eerste echte liefdesavonturen beleefden.

Dat was dus tevens het moment waarop ik te weten kwam dat wij, in tegenstelling tot wat mijn pa me had verteld, niet uit de kolen komen. Waarna ik concludeerde dat het andere verhaal over onze afkomst, dat de ronde deed, dan allicht toch geen verzinsel was, zoals mijn pa nochtans beweerde.  Zouden kindjes dan toch door de ooievaar worden afgeleverd? Al naargelang het om een jongen of een meisje gaat, respectievelijk vanaf de hemellichamen Mars of Venus naar de verwachtingsvolle ouders op aarde gebracht? Ferme vogels, als die veronderstelling juist zou zijn. Maar was het inderdaad zo? En hoe zou die bestelling dan in haar werk gaan? Dat vroeg ik mij af, als kleine rakker. Die grote jongens wisten vast het antwoord wel. Maar ik durfde het hen niet te vragen.

Dat het vrouwvolk een moeizaam te bevatten soort is, dat heb ik ook wel begrepen. Bij een jongedame, waar ik toentertijd een innige relatie mee had, liet ik ooit eens een gigantisch boeket rode & witte rozen bezorgen. Ter gelegenheid van haar verjaardag was dat. Maar dat meisje was nog niet content. De bloemen en het ornament er rond vond het wicht ontzettend mooi. Maar de door de koerier bijgeleverde rekening was er voor haar te veel aan.

Ja erg, kon ik er aan doen dat ik op dat moment op zwart zaad zat omdat al mijn geld er was doorgedraaid door haar voorgangster? Zeggen ze niet: "Het is het gebaar dat telt?' En ik was in elk geval mijn liefste haar geboortedag niet vergeten! Belachelijk dat ze struikelde over die futiliteit van het zelf moeten betalen van die klote bloemen.

Toen ik als adolescent eens met mijn fiets huiswaarts reed, zag ik aan de overkant van de drievaksbaan een fantastisch mooi meisje staan. En daarenboven uiterst sexy gekleed. Naar mijn normen, in elk geval. Een glanzend zwart rokje dat tot midden haar bovenbenen reikte, zwarte kniekousen, bordeaux laarsjes en een blazer in dezelfde kleur. Een zwart tasje hing op heuphoogte, op die plaats gehouden door een dunne schouderriem. De kastanjebruine steile haardos lag gedrapeerd over de schone deerne haar hals en schouders.

Potverdikke! Mijn hormonen noopten mij tot actie! Dus reed ik verder tot aan het eerstvolgende kruispunt. Alwaar ik, bij groen licht, de baan overstak. En rustig terug fietste in de richting van de plaats waar die wachtende schoonheid stond.

Eens ter hoogte van haar standplaats gearriveerd, hield ik halt. Richtte mij op van mijn fietsstuur en lachte het meisje, dat bij mijn aankomst een pas had achteruit gezet, liefdevol toe. Ze keek me met haar bruine ogen verbaast en vragend aan. Maar niet geschokt of verschrikt. Dat viel dus al mee. Mijn God, van dichtbij was deze griet nog veel mooier dan van veraf! Een prachtig gevormd gezichtje met een lichtbruine gelaatskleur. Geen make-up. Niet nodig! Maar ze had wel een vleugje parfum op haar welgevormde lichaam gespoten. Daardoor rook het schatje zwoel. Zelfs van op die anderhalve meter die ons beiden van elkaar scheidde.

Met mijn meest vriendelijke en verleidelijke stem zei ik: "Hopelijk heb ik je niet te lang laten wachten?" Het meisje keek me niet begrijpend aan. En opende haar mond. Maar vooraleer ze iets kon zeggen, vervolgde ik: "Ik ben jouw droomprins op het witte paard. Nu ja, een stalen ros, en in rode kleur, maar in elk geval de man die is voorbestemd om met jou het leven te delen!"

Oef! Dat was er allemaal vlot, en zonder al te veel nadenken, uitgekomen! Verwachtingsvol keek ik het meisje aan. Dat stond daar met haar lieve snoet in mijn richting te kijken, met haar mondje vol perfecte parelwitte tanden!

Een antwoord heb ik evenwel niet gekregen. En deze ontmoeting is helaas op niks uitgedraaid. Want toen dat meisje haar, naar ik vermoed echte prins, opdaagde, een nogal potige kerel met een grijze Jeep, maakte ik mij snel met mijn fiets uit de voeten!

Ru(sh)di(e), 17 april 2009.

17-05-09

Herinneringen uit mijn verleden - bevoorrading en zo

 

Mijn ouderlijk huis is gelegen in een gehucht van wat vroeger een klein dorp was. Wij woonden werkelijk in een boerengat. Veel van onze buren waren boeren met, zoals dat nu heet, een gemengd bedrijf, waarin dus zowel aan landbouw als aan veeteelt werd gedaan. Op heel kleine schaal weliswaar. Absoluut niet te vergelijken met de huidige omvangrijke boerenbedrijven.

De meeste andere buren waren arbeiders en hier en daar al eens iemand met een zelfstandige activiteit. Een metser of een schrijnwerker. En het merendeel van hen woonde, net zoals wij, op een voormalig boerenerf. In de stallen stonden dat wel geen koeien of varkens meer, maar dikwijls hield men nog wel wat kleinvee. Bij ons waren dat kippen en konijnen.

Onze inkopen deden we grotendeels in de buurtwinkels. En met 'we' doel ik op mijn ma, mijn zussen en mezelf. Want shoppen is mijn pa pas beginnen doen vanaf het moment dat wij een auto hadden, begin de jaren zeventig, tevens het moment dat er aan de rand van alle grote steden supermarkten opdoken. Waar alles op één adres te krijgen was, en bovendien veel goedkoper!

Maar de jaren voorheen werd alles wat wij nodig hadden, in onze eigen buurt gekocht. Zo kwam ons brood van bij de bakker uit onze straat. Wiens helper zelfs een keer of drie per week op ronde ging om ons aan huis van vers brood te voorzien. Die man sprak enkel over het weer. Goed weer, slecht weer, geen weer... iets anders kwam daar niet uit dienen mens zijn spraakorgaan.

Toen, op café, iemand hem vroeg naar het waarom ervan, antwoordde de man simpelweg dat hij, door over niks anders dan het weer te spreken, hij ook niks verkeerds kon zeggen. Hij zag veel, hoorde ontzettend veel, was van veel gebeurtenissen, vaak ongewild getuige. Maar roddelen was niet aan de man besteed. Zo vermeed hij extra twisten en hield de kerel iedereen te vriend.

Ons vlees en onze charcuterie gingen we halen bij de beenhouwer aan 't kapelletje, het centrum van onze buurt. Als ik meeging met mij ma, dan kregen wij vaak de onverkoopbare restjes van de salami's mee naar huis. Ik was daar verlekkerd op! Toen ik al wat ouder was, zond mijn ma me al eens alleen naar die winkel. Dat deed ik graag. Alleen boodschappen doen, zoals een grote mens! Fantastisch vond ik dat!

Mijn ma gaf me dan altijd een briefje mee, waarop stond geschreven wat ik behoorde mee te brengen. Tijdens de fietsrit naar de beenhouwerij leerde ik dat dan van buiten. Want als een klein ventje de gewenste boodschappen van een briefje aflezen, dat vond ik maar niks. Daar voelde ik mij veel te groot voor!

Op een zekere dag stond ik in die winkel, te wachten tot het mijn beurt was. Het was er nogal druk. Er stond al wat volk in de zaak op het moment dat ik arriveerde, en na mij waren er nog enkele personen binnen gekomen. Allemaal mensen uit de buurt. Want ander volk kwam daar niet. Toen het eindelijk mijn beurt was, wist ik niet meer wat er ook alweer op dat briefje stond geschreven. Verdikke!

Dus bestelde ik maar vast iets dat mijn ma meestal meebracht. Terwijl de beenhouwersvrouw bezig was met het snijden en wegen van dat ordertje, trachtte ik zo onopvallend mogelijk dat papiertje te bekijken dat mijn ma me had meegegeven. Het eerste lijntje kon ik duidelijk lezen en bestelde ik. Maar terwijl ik op de winkelierster haar vraag of het iets meer mocht zijn dan het gevraagde gewicht, positief antwoordde, brak ik tezelfdertijd mijn hoofd over wat er in Gods naam verder te lezen stond.

Het briefje aan de verkoopster te lezen geven, zoals mijn ma me steeds opdroeg te doen bij twijfel, daar dacht ik nog niet eens aan. Mij daar, met al dat volk in de winkel, belachelijk maken, was wel het laatste dat ik zinnes was. De roddeltantes die in dit oord overal pertinent aanwezig waren, zouden ongetwijfeld hun 'werk' doen en de eerstvolgende schooldag zou ik dan vast worden uitgelachen als het ventje dat bij het boodschappen doen mama's lijstje aan de verkoopster moest overhandigen, omdat ik zogezegd onbekwaam, achterlijk of dom zou zijn. Dat kende ik. Pesten was in die tijd in die bekrompen gemeenschap dagelijkse kost.

Om dat onheil te vermijden bestelde ik dus maar, op goed komen uit, zoals wij dat toen uitdrukten, wat fijne vleeswaren en ook een halve kilo gehakt. Dat laatste weet ik nog heel goed. Nochtans was ik absoluut niet zeker of dat item of iets wat daar van benaming op leek, ook op mijn ma's lijstje voorkwam. Maar ik had wel zin in gehaktballen, en dit, wat wij noemden 'gekapt' was daarvoor een onmisbaar bestanddeel.

Eens afgerekend reed ik rechtstreeks naar huis, want al dat vlees moest zo snel mogelijk de koelkast in. Want veel ervan kon snel bederven. Of sloeg een lelijke kleur uit, en dan was het op zijn minst niet lekker meer. En vaak zelfs helemaal oneetbaar. Zo wist ik van mijn ma. In die tijd luisterden kinderen immers nog naar hetgeen hun ouders hen, vaak tot vervelens toe, vertelden of uitlegden.

Mijn lieve ma was hoogst verbaast toen ze de boodschappen uit de tas haalde. Ze keek mij aan en begreep maar niet hoe die beenhouwersvrouw zich zo vergist kon hebben, te meer daar zulks nooit eerder was voorgevallen. Zelf vergoelijkte ik de beenhouwersvrouw door mijn ma te vertellen dat er toch wel een grote drukte heerste in de zaak en de dame allicht daardoor één en ander verkeerd van het briefje had afgelezen.

In mijn kindertijd moesten wij trouwens niet ver lopen om aan drank, voeding of om het even wat te geraken dat we thuis, in de huishouding, nodig konden hebben. Schuin over onze deur was er een klein winkeltje. Naast en in hetzelfde gebouw gevestigd als een café, waarvan de uitbaatster daarvan, ook de winkelierster was. Zulke gecombineerde uitbatingen, kwamen in die tijd veel voor in Vlaanderen. In onze, nochtans dunbevolkte buurt waren er zo zelf twee!

En voor zowat alles kon je daar terecht. Snoep, drank, koekjes, beschuiten, sigaretten, kaarsen, batterijen... Als ik mij goed herinner een aanbod dat een beetje vergelijkbaar is met hetgeen heden ten dage sommige nachtwinkels aanbieden. Maar in winkeloppervlakte waren ze doorgaans kleiner, en vaak nog meer volgepropt met allerlei spullen. Van bijna op de vloer tot haast aan het plafond.

In het winkeltje waar wij steeds aankopen deden kon je bonnetjes sparen, waarmee je dan uiteindelijk een geschenk bekwam. Zo zijn mijn ouders ooit aan een, toentertijd in elke huiskamer te vinden, op elektriciteit draaiende windmolen geraakt. Een lichtbruine, met lichtjes! En er speelde een muziekje terwijl de wieken draaiden! Het plastieken ding, signatuur 'made in Hongkong', waarvan ik toen de betekenis nog niet snapte, niemand uit ons dorp trouwens, was het pronkstuk onder de ornamenten die onze buffetkast sierden. Voor een tijdje althans. Want zulke prullen vervelen alras, zodat het object al vlug een plaatsje kreeg op een antieke, van een overleden familielid geërfde wastafel die in de traphal, annex voorraadkamer, annex mijn slaapplaats stond opgesteld. Inderdaad, in dat zowat anderhalve eeuw oude huisje waarin we woonden, was multifunctionaliteit een noodzaak. Lang voordat het woord werd uitgevonden!

Eens per week, meer bepaald op donderdag, kwam de visboer langs. Als je iets van hem wou kopen, dan moest je een emmertje aan je hekstijl hangen. Dan stopte de man sowieso. Je kon ook aan het hek staan wachten tot wanneer die venter met zijn viskraam opdaagde. En je hoorde hem van ver komen, want hij kraamde een in al die jaren nimmer wijzigende slogan uit. Zeker van de inhoud van zijn slagzin ben ik nooit geweest, maar het ging ongeveer als volgt: "Rauwe haring, bakharing,tarbot & kabeljauw! Steur, schar, zalm & schol! Hele grote mosselen! Goeie verse mosselen!" En geen bandje hé! Maar helemaal live!

En als hij je onderweg tegenkwam, riep hij je aan door zijn megafoon. Mij noemde de man steevast 'wittekop'. Niet toevallig omdat ik in die tijd qua haarkleur inderdaad nogal veel weg had van de witte van Zichem.

Die vismarchand heeft trouwens ooit eens slechte mosselen aan ons geleverd. Die werden in huis gebracht middels dat emmertje dat tot aan 's mans verschijnen aan het tuinhek hing. Want overal zakjes bij geven was toen nog niet in trek. Ofwel konden milieuactivisten, vanuit hun, naar later bleek terechte vrees overspoeld te worden door die plastieken zakjes, toen de verspreiding nog even tegen houden.

Als je boodschappen deed laadde je alles meteen in je eigen, van huis meegebrachte kabas. Of, in dit geval bij de visverkoper, in je emmertje. Mosselen althans. Hoe die andere vis van dat kraam tot in huis werd gebracht, dat herinner ik mij niet. Bij die vraag krijg ik helaas geen informatie terug vanwege mijn grijze hersenmassa.

Van die slechte mosselen ben ik dus wel goed ziek geweest! Mijn ogen zwollen op in zulke ernstige mate dat ik nog nauwelijks iets kon zien. Het ziekenhuis moest ik er niet voor in. Wel binnen blijven en in de zetel blijven zitten of liggen. Want ik zou overal tegenaan zijn gebotst. Dit voorval heeft er toe geleid dat ik jarenlang niet meer van die schelpdieren heb gegeten.

Ook onze melkboer had een vaste wekelijkse ronde. Als je melk, yoghurt of een ander zuivelproduct uit die mens zijn aanbod wou, dan werd van je verwacht dat je de lege, herbruikbare flessen aan de straatkant voor je huis zette. Dan wist die persoon dat je iets nodig had en kwam die aankloppen aan de achterdeur. Veelal had hij toen al bij wat we doorgaans bestelden. Dat bespaarde hem extra over en weer stappen naar zijn zwaar beladen camionette.

Bij de brouwer werd hetzelfde systeem toegepast. Alhoewel we, wanneer we bijvoorbeeld  een bak bier wilden, we niet het ganse krat met lege flesjes aan de straat zetten. Want dan bestond immers het gevaar dat een onverlaat er mee aan de haal zou gaan. Omwille van het leeggoed. Er werd in die tijd veel meer met hervulbare flessen en statiegeld gewerkt. Onze limonade werd ook zo aangeleverd. In zware glazen literflessen. Waarmee je, zo gewenst, gerust een volwassen mens de kop kon inkloppen. Wat naar mijn weten trouwens nooit is gebeurd. Maar zeker is dat niet. Want toen was de media nog niet zo uitgebreid.

En bij ons thuis werd ook niet met die flessen op elkanders hoofd geklopt. Waar mijn ma ze wel voor gebruikte, was voor het verpulveren van beschuiten. Door er met zo een zware glazen frisdrankfles over te rollen maakte ze daar chapelure van. Naast gehakt en ei, een onontbeerlijk ingrediënt om gehaktballen te maken. Mijn pa had die graag in de uiensaus, maar dat vond ik vies en daarom bereidde mijn ma die van mij steeds apart.

Al de drank die de brouwer kwam slijten was afkomstig van de familiale Belgische brouwerij Roman. Die trouwens op heden nog steeds actief is, en voor zover mij bekend is, met de 12de generatie Roman aan het roer, of toepasselijker gezegd de 'vaten', vooral bezig is met het brouwen van speciale bieren.

In de zomer kwam dan ook wel een keer of twee per week, en in de schoolvakantie nog vaker, vermoed ik, de ijscrèmekar langs. Van het type dat de laatste tien jaar ook nu weer vaker opduikt in de straten. Een kleine bestelwagen die rondtoerde en middels een genre scheepsbel, van ver uit de buurt reeds zijn komst aankondigde.

Er toerde ook een ijsventer rond op een soort gemotoriseerde bakfiets. Een tripoteur werd dat bij ons genoemd. Niemand uit mijn directe omgeving sprak de Franse taal. Maar er werden geen twee zinnen uitgesproken of er zat wel een Frans woord tussen. Dit ter zijde. Die ijsjesventer zijn bak was uiteraard een diepvries. En boven de ganse lengte van zijn vehikel was een scherm aangebracht zodat zijn klanten, bij felle zonneschijn, in de schaduw konden staan. Neen, tegen de regen diende dat dak niet. Wegens niet sterk en waterdicht genoeg. Als het regende reed die kerel trouwens niet rond. Want wie loopt er nu buiten en heeft zin in een bolletje roomijs als de regensluizen open staan?

Ondanks zijn bijzonder en aantrekkelijk voertuig had deze ijsjesverkoper toch minder cliënteel dan de anderen. Het is allicht moeilijk om zo vele decennia later alsnog de reden voor 's mans geringere populariteit te achterhalen. Wat zou die kennis ons ten andere opbrengen, dat de moeite getroosten om dit toch te achterhalen, kan rechtvaardigen? Mocht je het antwoord weten, dan wens ik je proficiat voor je wijsheid en veel succes ermee!

Eens ook in de uithoek waar wij woonden, het bestaan van de diepvries bekend was geworden en de meeste inwoners zo een vriezer hadden in huis gehaald, daalde de populariteit en navenant de omzet van die ijsjesverkopers enorm. En ook hun frequentie van verschijnen nam gestaag af.

Anderzijds kende de huis-aan-huis diepvriesroomijs verkoop dan weer een steile opmars. Op vaste tijdstippen kwamen die mannen met hun vrachtwagen langs om te vragen of wij soms roomijs moesten hebben. Soms wel ja. Maar meestal zei mijn ma dat we die vent moesten zeggen voorlopig verder te kunnen. Wat meestal gelogen was, want ondanks het feit dat die aan huis bestelde ijscrème het lekkerst was, kochten mijn ouders die toch liever in de supermarkt. Want daar was die veel goedkoper. En sinds we een auto hadden, een witte vijfdeurs Simca 1100 zelfs, met een grote koffer, prefereerden mijn ouders het merendeel van hun inkopen in het grootwarenhuis te doen. Waardoor we telkenmale met een koffer vol spullen, geladen in gratis beschikbaar gestelde, voor eenmalig gebruik bestemde, bruine papieren zakken met aan de buitenkant in grote letters het logo van de winkel erop.

Maar de lokale groenten- en fruitboer, met winkel in de dorpskern, raakte wel zijn waar nog kwijt aan ons. Tenminste hetgeen mijn ouders niet zelf kweekten in hun uitgebreide moestuin. Die man kwam rond met zijn rijdende winkel, waar je langs een trapje achterin de wagen naar binnen stapte. Deze groentenmarchand mocht voornamelijk dames verwelkomen en bedienen. Die gingen steevast de groentekar binnen met in hun ene hand hun geldbeugel en hun eigen boodschappentas aan de gevouwen arm. De andere hand gebruikten ze om bij het binnentreden hun lichaam in evenwicht te houden.

Dergelijke deur-aan-deur winkeis droegen toentertijd enorm bij aan het onderhoud van de sociale contacten. Want wie buiten kwam tot aan het kraam, ontmoette niet enkel de verkoper, maar steevast ook enkele buren die ook één en ander nodig hadden. En zo werden nieuwsfeiten uitgewisseld en kon men palaveren over van alles en nog wat.

Allicht vergeet ik in dit schrijfsel nog enkele leveranciers. Want er kwam ook van tijd tot tijd een messenslijper bij ons langs EN er was geregeld een bloemist die zijn waar aanbood van deur tot deur. Onze krant werd heel vroeg in de achtend aan huis bezorgd door een gespecialiseerde bezorger, op een brommertje. Wij noemde dat een Mobylette, maar ik ben vrij zeker dat die man zijn bromfiets van een ander merk was. Toen mijn zussen de pubertijd instapten, leverde die man ons dan ook nog eens elke week een Joepie, een muziektijdschrift dat wonderwel ook de dag van vandaag nog bestaat.

Die gazettenman schakelde in de zomer trouwens schooljongens in om tijdens de gerenommeerde 'Ronde van Frankrijk', de dagelijks, ogenblikkelijk na de koers gedrukte speciale kranteneditie betreffende deze wielerwedstrijd, aan de man te brengen. Die jongens, met een koerspet waarop reclame van de krant, op het hoofd, reden per twee, ieder aan één straatkant met hun fiets doorheen het dorp en de invalswegen. En bliezen, om hun in aantocht zijn, te melden, op een fluitje en schreeuwden ook nog eens: "'Het Volk! Met de uitslag van de Ronde van Frankrijk!'"

De mannen en jongens werden zo hun woning uitgelokt. En alhoewel de meesten van ons de voorbije wedstrijdetappe live op Tv hadden gevolgd, waren we er toch tuk op om ons zo een krantje aan te schaffen. Om de hoogtepunten uit de wedstrijd te herzien op zwart/wit foto's, nabeschouwingen te lezen en interessante weetjes te achterhalen.

Het was mijn ambitie om, eens ik oud en groot genoeg zou zijn, ook  met zo een schoudertas over mijn hals gehangen, per fiets die krantjes te bedelen. In functie daarvan oefende ik al voor de job, in onze tuin. En reed op mijn koersfietsje, met een pet op het hoofd, de wegels door, zo nu en dan blazend op een fluitje dat met een touwtje rond mijn nek hing, regelmatig de slogan uitroepend en bruusk stoppend als mijn bereidwillig mee'spelende' ma of zus, teken deden dat ze een krant wilden kopen. Waarbij ik één van de eerder aangekochte kranten uit mijn schoudertas toverde, met de glimlach aan de koopster overhandigde en dankbaar het onzichtbare geld in ontvangst nam.

Voorbereid en geoefend was ik derhalve voldoende. Maar jammer genoeg is de traditie van die rondekrantjes reeds ter ziele gegaan vooraleer ik de leeftijd had bereikt waarop ik deze kranten had kunnen venten.

Uiteraard kwam ook in die tijd de postbode, ofte facteur reeds dagelijks langs. Dat waren nog echte, die tijd mochten maken voor de mensen. En voor zichzelf. Want ook die van ons ging dagelijks een druppel of een pintje drinken in het café van onze buren. En wellicht ook in de andere, voor een kleine buurt, groot in aantal zijnde kroegen.

En niet enkel leveren aan huis gebeurde. Ook de oud ijzerman deed vaak zijn ronde. Waarbij je vaak nog een mooie prijs kreeg betaald voor het koper of ander waardevol metaal dat je de man kon aanbieden. En elk jaar kwam er ook iemand langs die mijn ma betaalde om wat takken af te snijden van de Hulst in onze achtertuin. Er stonden verschillende van deze groenblijvende loofbomen in de haag die zorgde voor de omzoming van onze achtertuin met logting, zoals wij onze moestuin noemden. De Hulst heeft leerachtige getande en van stekels voorziene bladeren en rode bessen. Welke in die tijd vaak gebruikt werden in Kerststukjes. En aangezien die boomsoort blijkbaar niet in groten getale overal te vinden was, kwam die heer elk jaar bij ons terecht om zich van een voldoende voorraad te voorzien. Wat mijn ma, zonder dat ze er arbeid voor moest verrichten, een aardig extraatje opleverde.

10-04-09

Vis

 

Sexy  Easterbunny - 004 (klein)In mijn jeugd aten wij op Goede Vrijdag steeds vis. Waarom? Omdat vlees niet mocht die dag! Waarom niet? Dat zou ik bij God niet meer weten. Als ik het ooit al geweten heb. Want dat is zeer de vraag. Vroeger werd je iets opgedragen of zelfs, om niet te zeggen altijd, opgedrongen, en dan aanvaardde je dat gewoon klakkeloos. Want als je al eens het lef had te vragen naar het waarom der dingen, dan kwam daar geheid hommeles van. Wellicht in niet geringe mate omdat degene aan wie je de vraag stelde, ook zelf geen notie had van wat het antwoord was.

Tegenwoordig liggen die zaken anders. De mensen zijn  mondiger geworden. Al stel ik nogal vaak vast dat het de overgrote meerderheid van het gepeupel, Sexy  Easterbunny - 003 (klein)dikwijls in ernstige mate ontbreekt aan lef. Maar dat is een andere discussie. Door de opkomst van het internet is er ook geen nood meer aan durf om via een mondelinge vraag iets te weten te komen. Je googelt op een term of een halve zin, en als je een beetje geoefend bent ik het uitkiezen van juiste zoekwoorden, dan heb je al snel een antwoord op je vraag.

Of meer dan één antwoord, zoals in het geval van mijn zoeken naar de herkomst van het gebruik om op Goede Vrijdag vis te eten. Wees gerust, ik ga jullie niet vervelen met ze hier allemaal op te noemen. De meest plausibele heeft te maken met de traditie van de Rooms-katholieke Kerk, waarbij elke vrijdag een verplichte vastendag was. En later gold dit enkel voor deze net voor Pasen, op de dag dat Jezus zou zijn gekruisigd. Onder de gelovigen waren er toen ook al gluiperds die een uitweg zochten om op de vastendagen, waarop de gelovige werd geacht geen vlees van de dieren van het land te eten, toch hun buikje rond te kunnen vreten. Als vlees verboden was, dan aten zij toch gewoon vis!

09-04-09

Verraad!

 

Sexy  Easterbunny - 000 (klein)Na hun dood hebben Jezus en zijn 12 apostelen zich in de hemel herenigd. Zelfs Judas is terug in het vriendenclubje opgenomen. Na zich eerst bij de anderen te hebben verontschuldigd en plechtig te hebben beloofd nooit meer iemand te zullen verraden.

Op een van de avondlijke (vr)eetpartijen van deze vrolijke bende, komt het onderwerp 'drugs' ter sprake. Men is het er rond de tafel over eens dat het gebruik ervan veel mensenlevens kapotmaakt, en de ganse problematiek er rond zelfs hele families om zeep helpt.

Aangezien die verdovende middelen in het hiernamaals niet verkrijgbaar zijn, en dus onbekend voor hen die daar verblijven, is de kennis die Jezus en zijn apostelen over drugs hebben, uiterst beperkt.

Sexy  Easter bunny - 005 (klein)Derhalve stuurt Jezus Christus, na toestemming te hebben gekregen van zijn pa: God, de Vader, zijn 12 apostelen naar de aarde om er verschillende soorten drugs te halen.

Enkele dagen later wordt er bij Jezus aan de deur geklopt. Het is Johannes die voor de deur staat. Met cocaïne uit Colombia. Even later klopt ook Petrus aan. Die bracht marihuana mee, uit Jamaica. Nog wat later arriveert ook Mattheus. Met crack uit New York. Vervolgens komen ook de andere apostelen aan met hun buit: heroïne, LSD, XTC...

Alle volgelingen zijn terug in de hemel aanbeland, behalve één. In afwachting van de aankomst van deze, nodigt Jezus inmiddels zijn reeds aanwezige vrienden uit, om zich rond de tafel te scharen, en onder het aanspreken van enkele karaffen wijn, de door de apostelen meegebrachte waar aan een nader onderzoek te onderwerpen.

De eerste teug wijn is nog maar net naar binnen gekapt, of er wordt alweer aangeklopt. Dus daar is vast de laatste apostel! Vooraleer Jezus de deur echter kan openen, wordt deze al ingetrapt! Een bende geüniformeerde heren komt het optrekje van Jezus binnen gestormd. Met in hun kielzog: Judas! Die mannen schreeuwen: "Dit is de FBI en de CIA! Allen tegen de muur!" En Judas wijst Jezus aan en zegt: "Die daar, met die baard, dat is de chef!"

13-03-09

Vrijdag de 13de bis

 

Dat is nu al de tweede keer dit jaar. Goed voor de omzet van de Super Lotto en andere gok- en loterijspelletjes! Ik doe niet meer mee. Vorige maand ben ik immers ook alleen maar geld kwijt gespeeld met krasloten, en heb ik helemaal niks gewonnen. Wenkbrouw ophalen

Vrijdag de 13de - 005Zij die wel nog durven geloven in hun winstkansen op deze speciale dag, laten die best niet zomaar voorbij gaan. Want na deze van vandaag is het wachten tot november! En ik geef nu al mee dat er in het volgende kalenderjaar (2010) slechts één vrijdag de 13de valt, en bovendien pas in augustus.

En te bedenken dat dit bijgeloof allemaal te wijten is aan, of dank zij, al naargelang je het beziet, de kruisiging van Jezus Christus, die plaatsvond op een vrijdag , en het daaraan voorafgaande Laatste Avondmaal, waarbij ze met zijn dertienen aan tafel zaten. Namelijk God's enig geboren zoon Jezus en de 12 apostelen, Judas incluis.

Ongeluksdag of geluksdag? Feit is dat iedere maand die begint met een zondag, een vrijdag de dertiende heeft. En dat die dag ideaal is om een afspraak vast te krijgen bij de tandarts of oogarts, want naar verluidt zouden deze medici op die dag doorgaans de helft minder gegadigden hebben dan gewoonlijk, voor een visite aan hun beroepspraktijk.