15-10-10

Terug van eigenlijk nooit ver weg geweest

   

De laatste tijd viel er op de verschillende internet- media maar bitter weinig van mij te bespeuren. Dat heb ik net als jullie vastgesteld. Knipogen Via deze weg wil ik trouwens hen bedanken die in die periode informeerden naar mijn welzijn, en daar meestal geen antwoord op kregen. Omdat ik er geen had!

Vandaag is ‘DAG 1’ van mijn rentree. En jullie hebben het voorrecht daarvan getuige te zijn. Proficiat! En dank van mijnentwege om een deeltje van jullie, al naar gelang vrije tijd, dan wel verloren tijd op het werk, te besteden aan het lezen van hetgeen ik hier op de servers van Skynet heb achtergelaten.

The%20Turning%20World.gifIs er wat veranderd in mijn leven, de laatste weken? Of voorgevallen? Uiteraard, want ook voor mij draait de wereld door. En vaak zo snel dat de wieltjes van het gemotoriseerde vehikel waarin ik mij voortbeweeg, nauwelijks het draaitempo van die aardkloot kunnen bijhouden.

En als er één of andere klootzak rotzooi achterlaat op de openbare weg, waar ik dan plompweg de banden van mijn machine lek in rijd, dan kan ik, wegens ongewenste noodzakelijke algehele stilstand, al helemaal niet meer mee. Wenkbrauw ophalen

Zitvlak fietster - 001 (klein).JPGUiteraard is een dergelijke gebeurtenis me recentelijk alweer ten deel gevallen. Waarschijnlijk deels mijn eigen fout. Wegens het even niet mijn twee blauwe kijkers op de rijweg gericht houden. Maar ik kan het mezelf toch moeilijk kwalijk nemen dat ik een ogenblik, of iets langer, opkijk als er in mijn gezichtsveld een goedgevormde derrière opduikt, van een mij passerende jonge fietsster?!

Eind augustus waren mijn ouders 50 jaar getrouwd. Omdat mijn vader ongeneeslijk ziek is en door de zware chemotherapie zich vaak heel beroerd voelt, hadden ma & pa ervoor gekozen om geen feest te (laten) organiseren, maar gewoon die ganse heuglijke dag elkeen die zich geroepen viel om hen persoonlijk te komen feliciteren, te ontvangen met drank en (overheerlijk) zelfgemaakt gebak.

Gouden huwelijksjubileum - 000.JPGOok ik bracht hen, samen met mijn gezinsleden, in de namiddag een bezoek, en uiteraard een cadeau! Lachen Bijna miste ik de afspraak met het gouden paar, want toen ik op de route naar mijn ouderlijke woonst, verlaten door mijn kroost, die ik toestemming had gegeven reeds vooruit te rijden, aan een kruispunt, waar ‘zone 50’ geldt, de baan overstak, gaf de bestuurder van een witte Mercedes met aanhangwagen, die ik in de verte had zien aankomen, in plaats van te vertragen, plankgas! Allicht met de bedoeling me voorbij te zijn voor ik overstak. Die idioot had duidelijk niet door dat een elektrische rolstoel betrekkelijk snel optrekt en moest derhalve zwaar op zijn rem gaan staan om niet met mij in botsing te komen. Want toen ik de auto zag versnellen, was ik al halverwege de baan, en daar stoppen om die halvegare te laten passeren, was wel het laatste dat in me opkwam. Een zwart rubberspoor achterlatend op de rijweg en luid claxonerend vloog die kinkel achter mijn gat voorbij.

Lokeren op de landkaart.JPGMijn ouders waren heel blij ons te mogen verwelkomen. Het was al meer dan een halve dag een gezellig, ontspannen komen en gaan geweest van buren, vrienden en familieleden. Op de eettafel stonden geschenken en op de kast een ganse rij kaartjes. Eén ervan was afkomstig van het stadsbestuur van hun woonplaats. Enkele dagen eerder had een vrouwelijke ambtenaar mijn ouders gebeld om te vragen wanneer het feest doorging, zodat de schepen wist wanneer zij kon langskomen met een geschenk.

Toen mijn ma zei dat er geen feest was gepland, maar de mensen de ganse dag door mochten langskomen en ze zelfs onnodig, toch spontaan de reden voor deze keuze meedeelde, kreeg ze van het wijf dat haar had opgebeld, botweg te horen dat ze dan naar het bezoek van de schepen en naar een cadeau kon fluiten. Als jullie geen moeite doen om iets te organiseren, zo zei ze kortweg, dan doen wij ook geen moeite voor jullie!

Smiley thumb down II.JPGDeze melding had mijn ouders toch wel geraakt. Ronduit beschamend vind ik dit! Blijkbaar MISBRUIKEN de burgemeester en schepenen de huwelijksjubilea van hun inwoners uitsluitend om propaganda te voeren voor zichzelf. En worden zij die door ziekte, onvoldoende financiële middelen of enige andere reden, geen activiteit organiseren waarop wat volk aanwezig is, gediscrimineerd. Naar ik vermoed wordt het bedrag van die cadeaus ‘voor ALLE jubilarissen’ trouwens gebudgetteerd in de gemeentekas. Derhalve vraag ik mij af wie zijn zakken vult met de niet uitgereikte geschenken.

Op dit ogenblik heb ik er evenwel totaal geen zin in om het Centrum voor gelijkheid van kansen en voor racismebestrijding van de vaststelling van deze onacceptabele gang van zaken op de hoogte te brengen. Noch zie ik het momenteel zitten om de burgemeester en de schepen van bevolking ter zake te interpelleren en hun allicht politiek correcte, doch, of daaruit volgend, onzinnige uitleg te aanhoren. Liever besteed ik mijn tijd aan het moreel steunen van mijn ouders tijdens mijn pa’s zware levensverlengende therapie.

Die mensen hebben trouwens het geluk niet aan hun kant. Want nog geen volle 9 jaar na het op jonge leeftijd (40 jaar) overlijden van hun oudste kind, mijn grote zus, is drie weken geleden ook hun jongst geborene, mijn enige broer, op een nog prillere leeftijd (37) overleden. Wenkbrauw ophalen

Kim Geybels -  005 (klein).JPGAnder triest nieuws, maar dan van een heel ander, en veel minder belangrijk allooi, was de bekendmaking van het voorlopig einde van mijn favoriete politica, Kim Geybels. Jammer genoeg blijkt dat schoon, jong vrouwmens, naast heel intelligent, ook uiterst, bijna kinderlijk naïef en goedgelovig te zijn. Een jammerlijk einde van haar politieke carrière, nog vooraleer deze goed en wel een aanvang nam? Of krijgt deze dame kans op een nieuwe start bij Open VLD of elders? De toekomst zal het uitwijzen!

Was ik nog gelovig geweest, ik had me naast Kim gezet voor een gezamenlijk aanbidden van de Heer. Nu diende die knappe spoedarts dat in haar eentje te doen. Toch maar beter je kunnen aanwenden om vooruit te komen in het leven, Kim. En voor een nieuwe kans te bekomen in de politiek, welke ik je van harte gun en zelfs toewens! Want boven brandt er dan wel voortdurend licht, maar als je de (trieste) staat van de wereld beziet, is daar wellicht nimmer iemand thuis.

Vakantiewoning.JPGGelukkig bestaat het leven niet enkel uit kommer en kwel. Zo heb ik, voor het eerst sinds een jaar of vijf, eens de nacht doorgebracht in een bed, elders dan bij mij thuis of in een ziekenhuis. Ik ben immers midden september een weekend naar de Franse Ardennen geweest. Samen met mijn zoon en nog een andere sympathieke kerel, een leeftijdgenoot van me. Die had geregeld dat we in het vakantiehuisje van een vriend konden verblijven, in het prachtige Vireux-Wallerand, gelegen in de Maasvallei.

Dit uitje vergde heel wat organisatie met betrekking tot de verplaatsing naar ginder en mijn verzorging aldaar, maar alles is feilloos verlopen. Dit ondanks een in dat opzicht riskante tocht, die we op onze eerste verblijfsdag ter plaatse ondernamen. Over een grotendeels met middelgrote kiezelstenen bezaait pad naar een top van de beboste heuvels bezijden de Maas. Alwaar we trouwens een prachtig overzicht hadden over het prachtige stukje natuur waarin we ons bevonden.

Brian aan de Maas.JPGToen we tijdens de tweede dag van onze trip een tochtje maakten via een mooi, goed onderhouden, her en der van zitbanken voorzien, geasfalteerd fiets- en wandelpad langsheen de Maas, bezorgde zoon Brian al springend en huppelend met de BMX, zijn rijwiel een lekke band. En ik had potverdorie mijn rugzak met daarin een fietsband herstelkit, in het vakantiehuisje laten liggen! Geen nood evenwel, want ik liet zoonlief hulp vragen bij een fietsend trio dat we even daarvoor hadden opgemerkt. Die aardige Britten, net gestart met een vijfdaagse fietstocht door Frankrijk, België en Duitsland, stelden niet alleen hun materiaal ter beschikking, maar namen zelf het grootste deel van de herstelklus voor hun rekening. Fantastisch, niet?! Het leven kan toch zo mooi zijn, als mensen vriendelijk, verdraagzaam en behulpzaam zijn jegens elkaar! Lachen

08-03-10

Het leven zoals het is

 

Euro's - 012a (kleiner)Vorige week was ik aanwezig in een bankkantoor waar ik tot dan toe niet als klant was gekend. De reden van mijn bezoek aldaar was het openen van een bankrekening. Zonder slag of stoot ging dat niet. Want het computersysteem weigerde in eerste instantie, en ook in tweede, mijn identiteitsgegevens te bewaren, die via mijn in een kaartlezer gestopte identiteitskaart, op het computerscherm verschenen.

Bijgevolg dienden mijn gegevens op de conventionele manier te worden ingebracht. Zijnde het inscannen van de beide zijden van mijn elektronische identiteitskaart en van mijn handtekening. Waar serieus wat tijd in kroop. Wat ik dacht in een kwartiertje geregeld te krijgen, nam uiteindelijk drie keer zoveel tijd in beslag!

En mensen, wat een massa papier ging er bij deze handeling verloren. Die registratiepapieren, in drie exemplaren, het afdrukken van de voorwaarden en zo meer. Ecologisch gezien betekent het openen van een bankrekening op zulk een manier, ernstige roofbouw op de natuur. Papier, inkt, elektriciteit... Mijn ecologische voetafdruk bedraagt alweer een maatje meer. Helaas! Maar gedane zaken nemen geen keer, dus ga ik me voor de rest niet druk maken over dit feit.

Wat ik enigszins raar vind is dat de dame die deze formaliteiten vervulde, gegevens wou over mijn inkomen, wou weten welke inkomsten er op die net geopende rekening zullen worden gestort en ze me daarenboven, weliswaar vriendelijk, doch enigszins dwingend, de vraag stelde of ze mocht weten wat ik van plan ben om met die rekening aan te vangen.

Waarschijnlijk is dit een routinevraag, maar ze kwam bij mij nogal raar over. Alsof bijvoorbeeld een dakwerker zal zeggen dat hij op zijn nieuwe bankrekening zijn uit zwartwerk verkregen inkomsten zal storten. Of een witte boord crimineel zal verklaren dat hij er zijn frauduleus verkregen gelden op zal parkeren. Of een drugsbaas aan een bankbediende zal bekennen dat hij net een rekening opende om er de opbrengsten van zijn drugstrafiek op onder te brengen.

Voorts vind ik zulk een vraag een ernstige inbreuk op de privacy. Stel je voor dat ik aan een sollicitant, die zich bij mij aandient voor een openstaande vacature, zou vragen wat de  kandidaat zinnens is om aan te vangen met het geld dat zij of hij bij een eventuele aanwerving, bij mij kan verdienen? Ik zou ongetwijfeld nogal een hevige reacties krijgen. En mogelijks niemand vinden om voor me werken. Terecht, overigens!

Maar ik hield me, in tegenstelling tot wat mijn gewoonte is, gedeinsd. Dat ganse gedoe met al die paperassen had al zo veel tijd gekost, dat ik geen zin had om er nog meer te verspillen door een nutteloze discussie aan te gaan met iemand die vast enkel uitvoerde wat haar overste haar heeft opgedragen.

Toen die vrouwelijke bankbediende alle verkregen data opsomde riep in haar op een gegeven moment even halt toe. Want bij burgerlijke stand had ik gehoord 'ongehuwd'. Terwijl ik officieel wel al sinds 1993 ben getrouwd. Die status wijzigen was volgens de bankbediende evenwel onmogelijk, omdat het gegeven zo van mijn identiteitskaart werd gelezen. Vreemd...

*****

Enkele dagen voordien had de, volgens de aan mijn identiteitskaart gekoppelde data, niet bestaande echtgenote, op mijn herhaald verzoek, mijn nog, in wat vroeger onze gezamenlijke slaapkamer op de eerste verdieping was, aanwezige kledij, in een grote doos en een dito geruite verhuiszak gestopt. Zodat ik ze elders, in een voor mijn assistenten toegankelijke ruimte, zou kunnen onderbrengen.

Brian in papa's outfitTerwijl ikzelf in de woonkamer zat, op het gelijkvloers, zoals vaak voor mijn computer, was zoon Brian blijkbaar toevallig getuige van de activiteiten van zijn ma. Want ik hoorde hem plots, door het houten vloer annex plafondgewelf uitroepen 'awesome!' (formidabel!). Waarna ik hem van de, ook al houten, trap hoorde naar beneden denderen. Waar even later de deur tussen onze hal en de woonkamer open vloog, en mijn zoon door het deurgat de kamer binnen stormde. Uitgedost in een beige broek die ooit tot mijn zondagse outfit behoorde en mijn, uit een ver verleden afstammende, zware zwartlederen motorvest.

Uitgelaten en blij stond de jongen daar te draaien, zich te showen voor mij en voor zichzelf. Dat laatste was mogelijk door de weerspiegeling van zijn gedaante in het glas van een manshoge vitrinekast die in onze living staat opgesteld. Brian had deze kledij gegraaid uit die door mij ter beschikking gestelde doos. Ooit de stevige kartonnen verpakking van een groot computerbeeldscherm.

Een dag later heb ik, met de praktische hulp van mijn assistente, alle overgebleven kledij van vroegere jaren eens aan mijn gezichtsveld laten passeren en er de items uitgehaald waarvan ik vermoedde dat ze mijn kinderen zouden passen en waarin ze mogelijks zouden kunnen geïnteresseerd zijn om ze aan hun garderobe toe te voegen.

In de avonduren heb ik hen die kledingvoorraad dan naar de woonkamer laten brengen. En mochten ze hun keuze maken. Wat me een verkleedschouwspel bezorgde dat aangenaam was om te zien.

*****

Het weerzien van een deel van mijn kledij van een tijd geleden, deed me terugdenken aan mijn favoriete kledingstukken van nog vroeger. In de decade tussen mijn vijftiende en mijn vijfentwintigste levensjaar droeg ik graag strakke, nauw om het lijf spannende broeken. Waarvoor je plat achterover op je bed moest gaan liggen om ze aan te trekken. En je buik diende in te trekken om de rits gesloten en de broeksknop dicht te krijgen.

Meestal droeg ik jeans. Maar af en toe kon ook een uit een andere textielstof vervaardigde pantalon, mij bekoren. Zo had ik, ten tijde van mijn voorlaatste jaar aan de middelbare school, een witte broek. Die enkel ter hoogte van mijn onderbenen enige ruimte vrij liet tussen het kledingstuk en mijn huid.

Op het einde van het schooljaar had ik mij vrijwillig aangemeld om ter voorbereiding van het opendeur weekend, op een vrije namiddag, het elektronicalokaal van onze school op te ruimen en enigszins aantrekkelijk in te richten. De klus was bijna geklaard toen ik mij hurkte om iets op te heffen en bij deze handeling de achterkant van mijn strakke witte broek hoorde en voelde scheuren.

Snel stelde ik me recht en voelde met mijn beide handen aan mijn bibs. Mijn broek was netjes in twee gescheurd, over de gehele lengte van mijn bilspleet! Nog een geluk dat ik die ochtend een propere onderbroek had aan getrokken. Want mijn twee klasgenoten, met wie ik de werkzaamheden verrichtte, waren op het geluid van die scheurende stof en mijn daarop aansluitend gevloek afgekomen en keken grinnikend naar mijn zitvlak.

Short skirt girl on bicycle - 001Gelukkig droeg ik een lange zwarte gebreide wollen trui, die ik zo ver als enigszins mogelijk was, over mijn poep trok om de averij zoveel als mogelijk aan het zicht van anderen te onttrekken. Volgens mijn nog steeds glimlachende maten lukte dat op die manier vrij goed.

Het afwerken van de klus in het labo liet ik over aan hen en de leerkracht die poolshoogte kwam nemen, maar aan wie ik niks over mijn gescheurde broek vertelde. Aangezien ik me er eigenlijk een beetje voor schaamde.

Spiedend stapte ik over de verlaten speelplaats, richting de boom aan de uitgang, waar ik mijn moeder haar fiets had gestald. Het gebeurde wel vaker dat ik mijn ma haar tweewieler gebruikte op momenten dat ze hem kon missen. Dat, als gevolg van de opbouw van het tweewielig vervoermiddel verplicht voorover gebogen zitten op een herenfiets vond ik immers niet zo leuk. Vandaar dat ik me liever met een damesfiets verplaatste.

Wat me nu trouwens ook uitermate goed uitkwam. Want gezeten op mijn mannenfiets had ik, tijdens de 8 kilometer lange rit huiswaarts, mijn billen nooit geheel kunnen onttrekken aan het zicht van eventuele passanten. Wat me, gezeten op mijn ma haar fiets, wel redelijk lukte. In een zo rechtop zittende houding als enigszins mogelijk was, wisselde ik voortdurend van hand om het stuur vast te houden, zodat ik met de vrije hand mijn omhoogschuivende trui naar beneden kon trekken. Allicht heb ik toen kunnen ervaren hoe het aanvoelt als je als meisje, met een ultra kort jurkje of rokje aan, met je onderbroek op het fietszadel zit.

Daar denk ik nu aan. Want toen was al mijn aandacht gericht op de vrees om bekenden tegen te komen die zouden merken wat er met mijn broek aan de hand was. En voor schut staan en mogelijks de dagen nadien door de halve schoolbevolking of een kwart van mijn dorpsgenoten uitgelachen worden, daar had ik als tiener totaal geen zin in.

29-12-09

Goede voornemens

  

Het is zowat een traditie dat de mensen die deze wereldbol bevolken, op het einde van het kalenderjaar, aan hun omgeving hun intenties kenbaar maken voor het volgende jaar. Schrijver dezes doet daar telken jaar vlijtig aan mee. Niet zo zeer om te vermijden uit de toon te vallen, maar veeleer, om niet te zeggen volledig, uit overtuiging! Ook dit jaar heb ik gedurende de voorbije weken een heleboel goede voornemens gemaakt. Maar wachten tot het wisselen van de jaartallen om mijn bedoelingen ten uitvoer te brengen, daar zie ik het nut niet van in. Niks uitstellen tot morgen dat reeds vandaag kan worden gedaan, is mijn motto. Vandaar dat ik nu al bezig ben met het realiseren van mijn goede voornemens!

AfvallenZo heb ik een dikke week geleden de beslissing genomen om gezonder te eten en zelfs op dieet te gaan. En ben ik daar dan ook stante pede mee begonnen! Dat mooie dametje dat dit postje siert, heeft daar geen nood aan. Maar ik wel, dus! Niet dat ik al echt, wat je noemt, 'DIK' ben, maar een tiental kilogram vet mag er toch wel af. Niet uitsluitend en alleen ten bate van mijn gezondheid, maar ook om mijn verplaatsingen, van bed naar rolstoel en omgekeerd, vlotter en met minder inspanning van mijn verpleegkundigen te laten verlopen. Dubbele winst is dus mijn objectief. En ik ben overtuigd van een slaagkans van 100%. Deze (zelf)zekerheid wordt me ingegeven door de wetenschap behept te zijn met een karakter dat een hoog percentage volharding bevat!

Daarbovenop ga ik ook wat meer bewegen. Af en toe mijn elektrische rolstoel aan de kant laten staan en mij corpus al stappend verplaatsen, dat zit er helaas niet in. Mijn lichamelijk actief zijn beperkt zich tot het wat heen en weer wiebelen vanuit zitpositie. Waarmee ik uiteraard ook reeds ben gestart! Tot verbazing, of eerder zelfs verbijstering van mijn omgeving. Van de gezichten van hen die Cartoon 'Goede Voornemens' - 002getuige zijn van deze bezigheid kan ik zo aflezen dat zij toch hun bedenkingen hebben bij mijn uitleg dat deze lichaamsgymnastiek mijn doelbewuste keuze is. En dat ik niet aan het flippen ben. Althans niet meer dan gewoonlijk! Knipogen

Mijn voornemen van vorig jaar om ervoor te zorgen dat het inkomende postvak van mijn elektronische brievenbus nooit meer dan enkele onbehandelde berichten zou bevatten, bleek in de praktijk moeilijk realiseerbaar te zijn. Tot ik een goeie maand geleden schoonschip maakte in die map. Maar de quasi leegheid hield niet lang stand. Dus heb ik er gisteren maar weer eens werk van gemaakt en ben ik vast van plan vanaf nu alle inkomende berichten onmiddellijk te verwerken. Als ik zo nu en dan, uit overmacht wegens bijvoorbeeld geen tijd of geen zin, het spel een beetje vals speel, door te beantwoorden e-mails door te sluizen naar de map 'concepten', dan lukt het me ongetwijfeld om ook dit voornemen waar te maken! Lachen

Rich girl (klein)Wat ik ook al sinds enkele dagen doe, en tijdens het komende jaar absoluut wil volhouden, is dagelijks minstens één keer hartelijk te lachen. En een liedje te zingen. Of dit althans te proberen. Door de laatst vermeldde activiteit als eerste te plannen, zet de eerst gemelde bezigheid zich doorgaans spontaan in. Een goede combinatie dus en makkelijk zat! Hier luiden de motto's: 'Lachen is gezond' en 'Muziek verzacht de zeden', bovenop het profijt dat ik er mij op het vlak van afslanken mee doe, door de calorieën die bij deze bezigheden worden verbruikt.

Voorts is er nog een resem dingen die ik wil verwezenlijken, maar noodgedwongen pas na Nieuwjaar kan bewerkstelligen. Eén ervan is de aankoop van een aangepast busje. Dit moet me ook wel lukken zonder de steun van een sponsorende serviceclub, een vermogende zakenman om rust, een Lottowinnaar, een gepensioneerde herenboer, een oosterse oliesjeik of een (jonge) miljardairweduwe! Knipogen

Prettige eindejaarsdagen. Tot na de wisseling!

06-11-09

Dubieuze getuigenissen

 

Halloween - 001 (klein)Vorige zaterdag was het Halloween. En mijn zoon Brian had het plan opgevat om, net zoals vorig jaar, met een maat de huizen in onze buurt af te gaan. Puur voor de lol en in iets mindere mate tevens om gratis aan wat lekkers en aan enkele Euro's te geraken! Vorig jaar had die activiteit hem immers ook een aardige buit opgeleverd.

De avond ervoor kwam er een vriend logeren, die net als hij eigenlijk reeds de vrijdagavond op pad wou. Daar hadden wij, de ouders, niks op tegen, zolang de jongens voorzichtig zouden zijn en terug thuis op het door ons vooropgestelde tijdstip.

klappertjes pistool (klein)Voor ze vertrokken lieten ze zich door ons keuren. In tegenstelling tot eerdere plannen had Brian geen masker opgezet, waardoor hij goed herkenbaar was. Dus had ik er geen bezwaar tegen dat hij een neppistool meenam. De buren die hij wou verrassen, kennen mijn zoon goed genoeg om niet te denken met echte overvallers te doen te hebben.

Nog geen half uur waren ze weg, toen er op de deur werd geklopt. Wij verwachtten geen bezoek, dus ik vermoedde dat het of onze eigen jongen en zijn maat waren die voor de deur stonden, of andere verklede individuen die ook niet tot de volgende daq hadden kunnen wachten vooraleer op Halloweentocht te gaan.

Politie (klein)Lichte paniek bij mijn vrouw, want ze had niet onmiddellijk snoepjes bij de hand om af te staan. Dus ging ze maar eerst de voordeur openen. Ik hoorde wat over en weer gepraat, draaide me richting binnendeur en zag daar even later twee personen verschijnen. Verkleed... in een blauwe outfit. Een Politie-uniform. Het bleken trouwens echte agenten te zijn, of inspecteurs, want dat werd er niet bijgezegd.

Na hen verwachtte ik mijn zoon en diens maat te zien verschijnen, want ik vermoedde onmiddellijk dat dit politie was op patrouille die de jongens abusievelijk als schurken had aanzien en na verhoor van de jongens nu bij de ouders hun verhaal kwam checken.

Niks van waar evenwel. Hun bezoek had te maken met iets totaal anders. Op 15 augustus van dit jaar zijn wij met het gezin naar het Oogstfeest geweest van de plaatselijke Landelijke Gilde. Van dit uitje berichtte ik trouwens op mijn blog, want zoon Brian won daar 's avonds de playbackshow.

Hooibaal (klein)Nu bleek daar, volgens de mannelijke helft van het politieduo, in de buurt van waar dat evenement was doorgegaan, een weiland te liggen, waar toen van die grote, ronde, in plastiek gewikkelde balen stro zouden  hebben gelegen. Waarvan er die dag enkele zouden zijn beschadigd. En een 'getuige' zou mijn vrouw hebben zien staan telefoneren op de verharde weg naast dat land, terwijl haar kinderen op die balen aan het spelen waren.

Een 'getuigenis' die uiterst dubieus is. Mijn kinderen hebben die dag niet met elkaar opgetrokken, dus kunnen nooit samen op zo een baal stro zijn gezien. Het enige dat klopt in het verhaal is dat mijn kinderen hun mama op een gegeven moment een wandeling is gaan maken. Ze meende zich inderdaad te herinneren en acht het heel waarschijnlijk dat ze toen aan het bellen is geweest. Maar van op balen stro spelende kinderen dacht ze niet iets te hebben opgemerkt.

Onze kinderen kunnen het in ieder geval niet zijn geweest, want die waren op dat moment elk op een andere plek aanwezig op het 'evenemententerrein'. En ik had daar goed zicht op want ik heb, omwille van de overdadige zonneschijnhitte die dag, de ganse tijd in de schaduw gezeten aan de rand van dat plein.

Koe in stroLos van de feiten vraag ik mij af welke schade spelende kinderen aan die balen kunnen hebben aangericht. Waarvoor de eigenaar nu van de 'daders' een schadevergoeding wil eisen. Volgens die politiebeambte was een deel van de plastiekfolie eromheen, kapot getrokken. Maar daar gaat dat stro toch niet van 'stuk'? En wat dan met de twee rollen ongecoate hooibalen die bij één van de spelletjes werden gebruikt? Niet goed genoeg meer als voer voor de beesten of desnoods als vloerbedekking in de stallen?

Wat een laffe en achterbakse 'pseudogetuige' overigens! Als die toen iets heeft gezien dat niet hoorde, waarom heeft die dan niet ogenblikkelijk gereageerd? Hadden mijn vrouw, ik of zelfs één van onze kinderen 'iemand' vandalenstreken zien uitrichten, dan hadden wij die lui onmiddellijk gesommeerd daarmee op te houden en bij vaststelling van schade de organisatoren van dat feest verwittigd. Want dat is toch de enige juiste reactie? Het zou mij niet verwonderen mochten jullie uit de aangebrachte data dezelfde conclusie trekken als ik doe.

*****

Zo een situaties heb ik eerder meegemaakt. Samen met mijn zonen Brian en Austin, een twee-eiige tweeling, bezocht ik jaren geleden het filiaal van een grote doe-het-zelf winkel in de buurt van onze woning. Er waren een aantal spullen die ik nodig had om dingen te laten maken in en om ons huis.

Tweeling (klein)Austin was een beetje, of eigenlijk nogal veel, tegen zijn goesting meegekomen en bleef dus dicht in mijn buurt rondhangen, terwijl zijn broer op stap ging om me te helpen de benodigde items bij elkaar te zoeken.

Op een bepaald moment kwam er een redelijk jonge vrouw me voorbij gestoven. Een personeelslid van de winkel, zo kon ik zien aan haar kledij. Voor ze de gelegenheid kreeg mijn zoon aan te spreken, vroeg ik haar beleefd me te vertellen wat er aan de hand was. Verbaast en verward keek ze me aan. Die vrouw was klaarblijkelijk zo gefocust geweest op mijn jongen dat ze mijn aanwezigheid niet eens had opgemerkt.

Finger pointing - 000Ze vertelde mij dat ze er 'getuige' van was geweest dat die jongen, die daar, ook al verrast, stond te kijken, spullen uit de rekken had gehaald en er vervolgens mee aan de haal was gegaan. Ik kon niet volgen, want Austin was de ganse tijd in mijn gezichtsveld gebleven en ik had hem wel al naar de prijs van bepaalde producten laten kijken, maar hij had nog niet eens iets aangeraakt.

Toen verscheen Brian ten tonele. In een geheel andere outfit dan zijn broer en het haar heel kort geschoren, terwijl broerlief kleine krulletjes had. In zijn handjes had het jongetje een aantal zakjes en doosjes met spullen in waarvan hij hoopte dat dit nu eindelijk was wat ik zocht. Want het ventje was al een aantal keer tevergeefs heen en weer gehold.

Confused green smileyDe winkeldame stond perplex. Keek van de ene jongen naar de andere en vervolgens terug naar zijn broer en daarna naar mij. Ze wist duidelijk niet was zeggen, dus sprak ik maar voor haar. Dat ik concludeerde dat ze in al haar vooringenomenheid een grove flater had begaan. Maar denk je dat ze, zoals je in zulk een situatie zou durven vermoeden, haar verontschuldigingen aanbood? Neen hoor. Niks daarvan! Uit haar strot kwam slechts een goedpraten van haar fout gedrag. Want ja, er werd immers zoveel uit de winkel gestolen, door jonge kinderen.

Op mijn vraag of dat dan voor haar betekende dat alle kinderen potentiële dieven waren of enkel die met een melkchocoladen huidskleurtje, kreeg ik geen antwoord. Het groengeklede spook had zich, nog vlugger dan ze op mijn zoon was afgekomen, terug van ons weggehaast!

*****

Bestelwagen (klein)Enkele jaren eerder, in het voor mijn gezin en mij zo noodlottig en ingrijpend jaar 2000, bracht mijn echtgenote op een gegeven moment een brief mee naar het ziekenhuis, van de autoverzekeraar van mijn vennootschap. Afkomstig van het hoofdkantoor en waarin stond dat ik werd verzocht om contact op te nemen met mijn makelaar teneinde de formaliteiten af te handelen van de aanrijding, op de parking van het ziekenhuis, tussen mijn vrachtwagen en een ook bij hen verzekerde personenauto. Waarbij de bestuurder van mijn voertuig de veroorzaker van de botsing zou zijn geweest.

Niettegenstaande ik reeds drie maanden plat op mijn rug te bed lag, viel ik bij dit bericht, pardoes uit de lucht. Dit laatste, in tegenstelling tot het eerste, uiteraard slechts figuurlijk. Gelukkig maar, want ik was er al erg genoeg aan toe na die mismeesterde nekoperatie.

Klein bestelwagentjeMijn vrachtauto zou dus een accident hebben veroorzaakt... maar mijn firma bezat helemaal geen camion! Zelfs geen camionette. Enkel een kleine bestelwagen. Waar aan de zijkanten in het groot het logo, met naam en andere firmagegevens was op gekleefd. Een auto die doorgaans door mijn echtgenote werd bestuurd en waar zij zich ook geregeld mee verplaatste om me te bezoeken in het ziekenhuis.

Van een aanrijding had zij evenwel geen weet. En bovendien was ze, op de dag waarop het voorval zou hebben plaatsgevonden, niet eens bij mij geweest. Meer nog, dat bestelwagentje was die dag, om redenen die ik mij niet meer herinner en die hier trouwens ook helemaal niet ter zake doen, niet eens uit de garage geweest!

Mijn makelaar onderzocht de kwestie en kwam te weten dat er tegen de auto was gebotst van een bij dezelfde verzekeringsmaatschappij als mijn firma, aangesloten persoon. Een 'getuige' van dit malheur had een vrachtauto zien wegrijden met een naam op, die ook mijn firma draagt. De verzekeringsagent van de eigenaar van het aangereden voertuig had alle data doorgegeven aan de maatschappij en, waarschijnlijk omdat die voertuigeigenaar omnium was verzekerd, was de dossierbeheerder aldaar in het klantenbestand op zoek gegaan naar de door de 'getuige' opgegeven firmanaam en was zo uitgekomen bij mijn vennootschap. Had die domkop, die allicht van zichzelf dacht dat hij een slimme detective was, een heel klein beetje nagedacht, dan had hij zelfs alleen al op basis van het vermogen van dat wagentje va, mij, kunnen concluderen dat hij met zijn vondst abuis was.

*****

2 fietsende meisjes (klein)Een voorval dat van nog veel vroeger dateert, betreft mijn drie jaar oudere zus,  die op het moment dat het hiernavolgende zich afspeelde, een jaar of zestien was. Het meisje volgde toen les aan een middelbare school, die was gelegen in een buurgemeente van onze woonplaats. En fietste elke ochtend naar die onderwijsinstelling. Samen met haar beste vriendin. Een meisje dat met haar ouders op een boerderij woonde, gelegen in dezelfde straat, en zelfs langs dezelfde straatkant als ons ouderlijk huis. Dat kind wachtte 's ochtends bij haar thuis mijn zus op en vanaf daar reden de meisjes samen verder.

Op een zekere ochtend, waarop mijn vader, die toen in ploegen werkte, nog thuis was en ik toevallig een vrije schooldag had, kwam er op een gegeven moment een auto op onze hof gereden. Met achter het stuur een afgeborstelde kerel, zo te zien gekleed in een maatpak en met naast hem, op de passagierszetel van de auto, een jonge gast. Nieuwsgierig wachtte ik af met wat voor een reden dit duo ons op een bezoek kwam vergasten. Want ma noch pa verwachtten die ochtend visite.

Mijn moeder ging de voordeur openen terwijl ook mijn vader zijn krant aan de kant legde en opstond uit zijn zetel. We hoorden wat gebabbel, waarna even later mijn ma de deur opende tussen de inkomhal en de living, waarin mijn pa en ik ons bevonden.

Die, inderdaad in een kostuum gestoken heer, kwam binnen, met in zijn kielzog een slungelachtige pummel. Mijn moeder meldde mijn vader dat het heerschap een verzekeringsagent was, en de jongen naast hem, een cliënt. Welke  zou hebben beweerd met zijn bromfiets te zijn gevallen, door toedoen van mijn zus, waarvan hij bij een eerder passeren had opgemerkt dat ze in ons huis woonde

Groene parka - 001 (klein)Mijn ouders werden bleek om de neus, want dachten onmiddellijk dat ook zij was gevallen. Maar de verzekeraar stelde hen onmiddellijk gerust. Mijn zus was niet gewond. Waarop mijn vader dacht aan haar fiets en haar kledij. Ze had net een nieuwe groene Parka gekregen, een type jas met aangehechte kap, dat in die tijd mode was. Maar ook daar was geen schade aan, zo wist de man ons te vertellen.

Die verzekeringsagent had zich inmiddels onuitgenodigd neergezet op een stoel en zijn mapje met paperassen op een hoek van onze eettafel opengelegd. Met de pen in de hand wou die kerel mijn vader er toe overhalen een document te ondertekenen, een onderling akkoord voor de forfaitaire vergoeding van de door de jonge bromfietser geleden schade.

Dat mijn vader daar niet wou op ingaan, dat begreep die arrogante vent niet. En dat, spijts zijn geveinsde charmeoffensief, ook mijn ma niet was te overtuigen, al evenmin. Nochtans had hij een 'getuige' die alles had gezien, dus hadden mijn ouders volgens hem geen enkele reden om zijn voorstel te weigeren. Wat ze evenwel toch deden. De man en de jongen werden tegen hun zin buiten gewerkt. We aten ons middagmaal, mijn vader maakte zich klaar  om te gaan werken en vertrok, toch nog enigszins bezorgd, richting autofabriek.

Toen mijn zus in de late namiddag thuis kwam van school, inspecteerde mijn ma het meisje van kop tot teen. En was super blij dat ze geen lichamelijke letsels had. Dat ook haar jas, naar schoolse uniformnormen in lichtgroene kleur, onbeschadigd was, zag ze als bijzaak, maar was toch een meevaller. Mijn zus begreep slechts deels wat er aan de hand was. Een dame die op het schoolsecretariaat werkte had ook al aan mijn zus gemeld dat er een man op school was langs geweest die haar wou spreken, maar dat zij resoluut hadden geweigerd mijn zus uit de klas te halen. Waarop de man verontwaardigd was afgedropen.

action-bike-cartoonMijn moeder bracht haar dochter volledig op de hoogte van hetgeen wij die voormiddag hadden te horen gekregen. Mijn zus en haar vriendin hadden die jongen met zijn bromfiets die ochtend inderdaad opgemerkt. Vooral omdat die sukkel, na hen te zijn voorbijgereden, een beetje verder met zijn klikken en zijn klakken tegen de vlakte was gegaan. Ze waren nog gestopt om te vragen of ze hem konden helpen, maar dat bleek niet nodig te zijn. De jongeman was niet gewond en van bromfietstechniek, -mechanica en - carrosserie hadden de meisjes geen kaas gegeten, dus was het nog niet eens bij hen opgekomen om die bromfiets aan een onderzoek te onderwerpen. Bovendien dienden zij tijdig op school te zijn. En hadden ze die verlegen jongen, die hen nagenoeg dagelijks voorbij stak, meestal schichtig en geniepig naar de schoolmeisjes loerend, achtergelaten bij de andere omstanders.

Mijn vader was woedend toen hij 's avonds na zijn avondshift thuis kwam van zijn werk en van mijn ma de ware toedracht te horen kreeg Smiley thumb downvan wat er die ochtend was voorgevallen. Nog steeds heel boos is hij de volgende ochtend naar de plek van het voorval gereden om die 'getuige' te confronteren met haar valse 'getuigenis'. Haar uitleg was even zielig als het mens zelf. Ze had de vorige ochtend de daar dagelijks voorbij fietsende meisjes opgemerkt, kort daarop een klap gehoord, was naar buiten gehold, had die meisjes naast de reeds recht geklauterde jongen en zijn deels op straat en gedeeltelijk op de fietsstrook liggende bromfiets opgemerkt en daaruit verkeerdelijk geconcludeerd dat alle drie betrokkenen waren in het accident. Meer zelfs, dat de meisjes er de oorzaak van waren!

Maar, zo zei ze, had ze geweten dat één van de meisjes mijn vader zijn dochter was, dan zou ze geen verklaring hebben afgelegd ten overstaan van die verzekeringsagent. Pure nonsens! Uiteraard heeft mijn vader pertinent geweigerd in te stemmen met ook maar om het even welke overeenkomst. Naar ik meen heeft onze eigen verzekeringsagent die listige beroepscollega van hem, terecht gewezen en zonder buit wandelen gestuurd.

17-05-09

Herinneringen uit mijn verleden - bevoorrading en zo

 

Mijn ouderlijk huis is gelegen in een gehucht van wat vroeger een klein dorp was. Wij woonden werkelijk in een boerengat. Veel van onze buren waren boeren met, zoals dat nu heet, een gemengd bedrijf, waarin dus zowel aan landbouw als aan veeteelt werd gedaan. Op heel kleine schaal weliswaar. Absoluut niet te vergelijken met de huidige omvangrijke boerenbedrijven.

De meeste andere buren waren arbeiders en hier en daar al eens iemand met een zelfstandige activiteit. Een metser of een schrijnwerker. En het merendeel van hen woonde, net zoals wij, op een voormalig boerenerf. In de stallen stonden dat wel geen koeien of varkens meer, maar dikwijls hield men nog wel wat kleinvee. Bij ons waren dat kippen en konijnen.

Onze inkopen deden we grotendeels in de buurtwinkels. En met 'we' doel ik op mijn ma, mijn zussen en mezelf. Want shoppen is mijn pa pas beginnen doen vanaf het moment dat wij een auto hadden, begin de jaren zeventig, tevens het moment dat er aan de rand van alle grote steden supermarkten opdoken. Waar alles op één adres te krijgen was, en bovendien veel goedkoper!

Maar de jaren voorheen werd alles wat wij nodig hadden, in onze eigen buurt gekocht. Zo kwam ons brood van bij de bakker uit onze straat. Wiens helper zelfs een keer of drie per week op ronde ging om ons aan huis van vers brood te voorzien. Die man sprak enkel over het weer. Goed weer, slecht weer, geen weer... iets anders kwam daar niet uit dienen mens zijn spraakorgaan.

Toen, op café, iemand hem vroeg naar het waarom ervan, antwoordde de man simpelweg dat hij, door over niks anders dan het weer te spreken, hij ook niks verkeerds kon zeggen. Hij zag veel, hoorde ontzettend veel, was van veel gebeurtenissen, vaak ongewild getuige. Maar roddelen was niet aan de man besteed. Zo vermeed hij extra twisten en hield de kerel iedereen te vriend.

Ons vlees en onze charcuterie gingen we halen bij de beenhouwer aan 't kapelletje, het centrum van onze buurt. Als ik meeging met mij ma, dan kregen wij vaak de onverkoopbare restjes van de salami's mee naar huis. Ik was daar verlekkerd op! Toen ik al wat ouder was, zond mijn ma me al eens alleen naar die winkel. Dat deed ik graag. Alleen boodschappen doen, zoals een grote mens! Fantastisch vond ik dat!

Mijn ma gaf me dan altijd een briefje mee, waarop stond geschreven wat ik behoorde mee te brengen. Tijdens de fietsrit naar de beenhouwerij leerde ik dat dan van buiten. Want als een klein ventje de gewenste boodschappen van een briefje aflezen, dat vond ik maar niks. Daar voelde ik mij veel te groot voor!

Op een zekere dag stond ik in die winkel, te wachten tot het mijn beurt was. Het was er nogal druk. Er stond al wat volk in de zaak op het moment dat ik arriveerde, en na mij waren er nog enkele personen binnen gekomen. Allemaal mensen uit de buurt. Want ander volk kwam daar niet. Toen het eindelijk mijn beurt was, wist ik niet meer wat er ook alweer op dat briefje stond geschreven. Verdikke!

Dus bestelde ik maar vast iets dat mijn ma meestal meebracht. Terwijl de beenhouwersvrouw bezig was met het snijden en wegen van dat ordertje, trachtte ik zo onopvallend mogelijk dat papiertje te bekijken dat mijn ma me had meegegeven. Het eerste lijntje kon ik duidelijk lezen en bestelde ik. Maar terwijl ik op de winkelierster haar vraag of het iets meer mocht zijn dan het gevraagde gewicht, positief antwoordde, brak ik tezelfdertijd mijn hoofd over wat er in Gods naam verder te lezen stond.

Het briefje aan de verkoopster te lezen geven, zoals mijn ma me steeds opdroeg te doen bij twijfel, daar dacht ik nog niet eens aan. Mij daar, met al dat volk in de winkel, belachelijk maken, was wel het laatste dat ik zinnes was. De roddeltantes die in dit oord overal pertinent aanwezig waren, zouden ongetwijfeld hun 'werk' doen en de eerstvolgende schooldag zou ik dan vast worden uitgelachen als het ventje dat bij het boodschappen doen mama's lijstje aan de verkoopster moest overhandigen, omdat ik zogezegd onbekwaam, achterlijk of dom zou zijn. Dat kende ik. Pesten was in die tijd in die bekrompen gemeenschap dagelijkse kost.

Om dat onheil te vermijden bestelde ik dus maar, op goed komen uit, zoals wij dat toen uitdrukten, wat fijne vleeswaren en ook een halve kilo gehakt. Dat laatste weet ik nog heel goed. Nochtans was ik absoluut niet zeker of dat item of iets wat daar van benaming op leek, ook op mijn ma's lijstje voorkwam. Maar ik had wel zin in gehaktballen, en dit, wat wij noemden 'gekapt' was daarvoor een onmisbaar bestanddeel.

Eens afgerekend reed ik rechtstreeks naar huis, want al dat vlees moest zo snel mogelijk de koelkast in. Want veel ervan kon snel bederven. Of sloeg een lelijke kleur uit, en dan was het op zijn minst niet lekker meer. En vaak zelfs helemaal oneetbaar. Zo wist ik van mijn ma. In die tijd luisterden kinderen immers nog naar hetgeen hun ouders hen, vaak tot vervelens toe, vertelden of uitlegden.

Mijn lieve ma was hoogst verbaast toen ze de boodschappen uit de tas haalde. Ze keek mij aan en begreep maar niet hoe die beenhouwersvrouw zich zo vergist kon hebben, te meer daar zulks nooit eerder was voorgevallen. Zelf vergoelijkte ik de beenhouwersvrouw door mijn ma te vertellen dat er toch wel een grote drukte heerste in de zaak en de dame allicht daardoor één en ander verkeerd van het briefje had afgelezen.

In mijn kindertijd moesten wij trouwens niet ver lopen om aan drank, voeding of om het even wat te geraken dat we thuis, in de huishouding, nodig konden hebben. Schuin over onze deur was er een klein winkeltje. Naast en in hetzelfde gebouw gevestigd als een café, waarvan de uitbaatster daarvan, ook de winkelierster was. Zulke gecombineerde uitbatingen, kwamen in die tijd veel voor in Vlaanderen. In onze, nochtans dunbevolkte buurt waren er zo zelf twee!

En voor zowat alles kon je daar terecht. Snoep, drank, koekjes, beschuiten, sigaretten, kaarsen, batterijen... Als ik mij goed herinner een aanbod dat een beetje vergelijkbaar is met hetgeen heden ten dage sommige nachtwinkels aanbieden. Maar in winkeloppervlakte waren ze doorgaans kleiner, en vaak nog meer volgepropt met allerlei spullen. Van bijna op de vloer tot haast aan het plafond.

In het winkeltje waar wij steeds aankopen deden kon je bonnetjes sparen, waarmee je dan uiteindelijk een geschenk bekwam. Zo zijn mijn ouders ooit aan een, toentertijd in elke huiskamer te vinden, op elektriciteit draaiende windmolen geraakt. Een lichtbruine, met lichtjes! En er speelde een muziekje terwijl de wieken draaiden! Het plastieken ding, signatuur 'made in Hongkong', waarvan ik toen de betekenis nog niet snapte, niemand uit ons dorp trouwens, was het pronkstuk onder de ornamenten die onze buffetkast sierden. Voor een tijdje althans. Want zulke prullen vervelen alras, zodat het object al vlug een plaatsje kreeg op een antieke, van een overleden familielid geërfde wastafel die in de traphal, annex voorraadkamer, annex mijn slaapplaats stond opgesteld. Inderdaad, in dat zowat anderhalve eeuw oude huisje waarin we woonden, was multifunctionaliteit een noodzaak. Lang voordat het woord werd uitgevonden!

Eens per week, meer bepaald op donderdag, kwam de visboer langs. Als je iets van hem wou kopen, dan moest je een emmertje aan je hekstijl hangen. Dan stopte de man sowieso. Je kon ook aan het hek staan wachten tot wanneer die venter met zijn viskraam opdaagde. En je hoorde hem van ver komen, want hij kraamde een in al die jaren nimmer wijzigende slogan uit. Zeker van de inhoud van zijn slagzin ben ik nooit geweest, maar het ging ongeveer als volgt: "Rauwe haring, bakharing,tarbot & kabeljauw! Steur, schar, zalm & schol! Hele grote mosselen! Goeie verse mosselen!" En geen bandje hé! Maar helemaal live!

En als hij je onderweg tegenkwam, riep hij je aan door zijn megafoon. Mij noemde de man steevast 'wittekop'. Niet toevallig omdat ik in die tijd qua haarkleur inderdaad nogal veel weg had van de witte van Zichem.

Die vismarchand heeft trouwens ooit eens slechte mosselen aan ons geleverd. Die werden in huis gebracht middels dat emmertje dat tot aan 's mans verschijnen aan het tuinhek hing. Want overal zakjes bij geven was toen nog niet in trek. Ofwel konden milieuactivisten, vanuit hun, naar later bleek terechte vrees overspoeld te worden door die plastieken zakjes, toen de verspreiding nog even tegen houden.

Als je boodschappen deed laadde je alles meteen in je eigen, van huis meegebrachte kabas. Of, in dit geval bij de visverkoper, in je emmertje. Mosselen althans. Hoe die andere vis van dat kraam tot in huis werd gebracht, dat herinner ik mij niet. Bij die vraag krijg ik helaas geen informatie terug vanwege mijn grijze hersenmassa.

Van die slechte mosselen ben ik dus wel goed ziek geweest! Mijn ogen zwollen op in zulke ernstige mate dat ik nog nauwelijks iets kon zien. Het ziekenhuis moest ik er niet voor in. Wel binnen blijven en in de zetel blijven zitten of liggen. Want ik zou overal tegenaan zijn gebotst. Dit voorval heeft er toe geleid dat ik jarenlang niet meer van die schelpdieren heb gegeten.

Ook onze melkboer had een vaste wekelijkse ronde. Als je melk, yoghurt of een ander zuivelproduct uit die mens zijn aanbod wou, dan werd van je verwacht dat je de lege, herbruikbare flessen aan de straatkant voor je huis zette. Dan wist die persoon dat je iets nodig had en kwam die aankloppen aan de achterdeur. Veelal had hij toen al bij wat we doorgaans bestelden. Dat bespaarde hem extra over en weer stappen naar zijn zwaar beladen camionette.

Bij de brouwer werd hetzelfde systeem toegepast. Alhoewel we, wanneer we bijvoorbeeld  een bak bier wilden, we niet het ganse krat met lege flesjes aan de straat zetten. Want dan bestond immers het gevaar dat een onverlaat er mee aan de haal zou gaan. Omwille van het leeggoed. Er werd in die tijd veel meer met hervulbare flessen en statiegeld gewerkt. Onze limonade werd ook zo aangeleverd. In zware glazen literflessen. Waarmee je, zo gewenst, gerust een volwassen mens de kop kon inkloppen. Wat naar mijn weten trouwens nooit is gebeurd. Maar zeker is dat niet. Want toen was de media nog niet zo uitgebreid.

En bij ons thuis werd ook niet met die flessen op elkanders hoofd geklopt. Waar mijn ma ze wel voor gebruikte, was voor het verpulveren van beschuiten. Door er met zo een zware glazen frisdrankfles over te rollen maakte ze daar chapelure van. Naast gehakt en ei, een onontbeerlijk ingrediënt om gehaktballen te maken. Mijn pa had die graag in de uiensaus, maar dat vond ik vies en daarom bereidde mijn ma die van mij steeds apart.

Al de drank die de brouwer kwam slijten was afkomstig van de familiale Belgische brouwerij Roman. Die trouwens op heden nog steeds actief is, en voor zover mij bekend is, met de 12de generatie Roman aan het roer, of toepasselijker gezegd de 'vaten', vooral bezig is met het brouwen van speciale bieren.

In de zomer kwam dan ook wel een keer of twee per week, en in de schoolvakantie nog vaker, vermoed ik, de ijscrèmekar langs. Van het type dat de laatste tien jaar ook nu weer vaker opduikt in de straten. Een kleine bestelwagen die rondtoerde en middels een genre scheepsbel, van ver uit de buurt reeds zijn komst aankondigde.

Er toerde ook een ijsventer rond op een soort gemotoriseerde bakfiets. Een tripoteur werd dat bij ons genoemd. Niemand uit mijn directe omgeving sprak de Franse taal. Maar er werden geen twee zinnen uitgesproken of er zat wel een Frans woord tussen. Dit ter zijde. Die ijsjesventer zijn bak was uiteraard een diepvries. En boven de ganse lengte van zijn vehikel was een scherm aangebracht zodat zijn klanten, bij felle zonneschijn, in de schaduw konden staan. Neen, tegen de regen diende dat dak niet. Wegens niet sterk en waterdicht genoeg. Als het regende reed die kerel trouwens niet rond. Want wie loopt er nu buiten en heeft zin in een bolletje roomijs als de regensluizen open staan?

Ondanks zijn bijzonder en aantrekkelijk voertuig had deze ijsjesverkoper toch minder cliënteel dan de anderen. Het is allicht moeilijk om zo vele decennia later alsnog de reden voor 's mans geringere populariteit te achterhalen. Wat zou die kennis ons ten andere opbrengen, dat de moeite getroosten om dit toch te achterhalen, kan rechtvaardigen? Mocht je het antwoord weten, dan wens ik je proficiat voor je wijsheid en veel succes ermee!

Eens ook in de uithoek waar wij woonden, het bestaan van de diepvries bekend was geworden en de meeste inwoners zo een vriezer hadden in huis gehaald, daalde de populariteit en navenant de omzet van die ijsjesverkopers enorm. En ook hun frequentie van verschijnen nam gestaag af.

Anderzijds kende de huis-aan-huis diepvriesroomijs verkoop dan weer een steile opmars. Op vaste tijdstippen kwamen die mannen met hun vrachtwagen langs om te vragen of wij soms roomijs moesten hebben. Soms wel ja. Maar meestal zei mijn ma dat we die vent moesten zeggen voorlopig verder te kunnen. Wat meestal gelogen was, want ondanks het feit dat die aan huis bestelde ijscrème het lekkerst was, kochten mijn ouders die toch liever in de supermarkt. Want daar was die veel goedkoper. En sinds we een auto hadden, een witte vijfdeurs Simca 1100 zelfs, met een grote koffer, prefereerden mijn ouders het merendeel van hun inkopen in het grootwarenhuis te doen. Waardoor we telkenmale met een koffer vol spullen, geladen in gratis beschikbaar gestelde, voor eenmalig gebruik bestemde, bruine papieren zakken met aan de buitenkant in grote letters het logo van de winkel erop.

Maar de lokale groenten- en fruitboer, met winkel in de dorpskern, raakte wel zijn waar nog kwijt aan ons. Tenminste hetgeen mijn ouders niet zelf kweekten in hun uitgebreide moestuin. Die man kwam rond met zijn rijdende winkel, waar je langs een trapje achterin de wagen naar binnen stapte. Deze groentenmarchand mocht voornamelijk dames verwelkomen en bedienen. Die gingen steevast de groentekar binnen met in hun ene hand hun geldbeugel en hun eigen boodschappentas aan de gevouwen arm. De andere hand gebruikten ze om bij het binnentreden hun lichaam in evenwicht te houden.

Dergelijke deur-aan-deur winkeis droegen toentertijd enorm bij aan het onderhoud van de sociale contacten. Want wie buiten kwam tot aan het kraam, ontmoette niet enkel de verkoper, maar steevast ook enkele buren die ook één en ander nodig hadden. En zo werden nieuwsfeiten uitgewisseld en kon men palaveren over van alles en nog wat.

Allicht vergeet ik in dit schrijfsel nog enkele leveranciers. Want er kwam ook van tijd tot tijd een messenslijper bij ons langs EN er was geregeld een bloemist die zijn waar aanbood van deur tot deur. Onze krant werd heel vroeg in de achtend aan huis bezorgd door een gespecialiseerde bezorger, op een brommertje. Wij noemde dat een Mobylette, maar ik ben vrij zeker dat die man zijn bromfiets van een ander merk was. Toen mijn zussen de pubertijd instapten, leverde die man ons dan ook nog eens elke week een Joepie, een muziektijdschrift dat wonderwel ook de dag van vandaag nog bestaat.

Die gazettenman schakelde in de zomer trouwens schooljongens in om tijdens de gerenommeerde 'Ronde van Frankrijk', de dagelijks, ogenblikkelijk na de koers gedrukte speciale kranteneditie betreffende deze wielerwedstrijd, aan de man te brengen. Die jongens, met een koerspet waarop reclame van de krant, op het hoofd, reden per twee, ieder aan één straatkant met hun fiets doorheen het dorp en de invalswegen. En bliezen, om hun in aantocht zijn, te melden, op een fluitje en schreeuwden ook nog eens: "'Het Volk! Met de uitslag van de Ronde van Frankrijk!'"

De mannen en jongens werden zo hun woning uitgelokt. En alhoewel de meesten van ons de voorbije wedstrijdetappe live op Tv hadden gevolgd, waren we er toch tuk op om ons zo een krantje aan te schaffen. Om de hoogtepunten uit de wedstrijd te herzien op zwart/wit foto's, nabeschouwingen te lezen en interessante weetjes te achterhalen.

Het was mijn ambitie om, eens ik oud en groot genoeg zou zijn, ook  met zo een schoudertas over mijn hals gehangen, per fiets die krantjes te bedelen. In functie daarvan oefende ik al voor de job, in onze tuin. En reed op mijn koersfietsje, met een pet op het hoofd, de wegels door, zo nu en dan blazend op een fluitje dat met een touwtje rond mijn nek hing, regelmatig de slogan uitroepend en bruusk stoppend als mijn bereidwillig mee'spelende' ma of zus, teken deden dat ze een krant wilden kopen. Waarbij ik één van de eerder aangekochte kranten uit mijn schoudertas toverde, met de glimlach aan de koopster overhandigde en dankbaar het onzichtbare geld in ontvangst nam.

Voorbereid en geoefend was ik derhalve voldoende. Maar jammer genoeg is de traditie van die rondekrantjes reeds ter ziele gegaan vooraleer ik de leeftijd had bereikt waarop ik deze kranten had kunnen venten.

Uiteraard kwam ook in die tijd de postbode, ofte facteur reeds dagelijks langs. Dat waren nog echte, die tijd mochten maken voor de mensen. En voor zichzelf. Want ook die van ons ging dagelijks een druppel of een pintje drinken in het café van onze buren. En wellicht ook in de andere, voor een kleine buurt, groot in aantal zijnde kroegen.

En niet enkel leveren aan huis gebeurde. Ook de oud ijzerman deed vaak zijn ronde. Waarbij je vaak nog een mooie prijs kreeg betaald voor het koper of ander waardevol metaal dat je de man kon aanbieden. En elk jaar kwam er ook iemand langs die mijn ma betaalde om wat takken af te snijden van de Hulst in onze achtertuin. Er stonden verschillende van deze groenblijvende loofbomen in de haag die zorgde voor de omzoming van onze achtertuin met logting, zoals wij onze moestuin noemden. De Hulst heeft leerachtige getande en van stekels voorziene bladeren en rode bessen. Welke in die tijd vaak gebruikt werden in Kerststukjes. En aangezien die boomsoort blijkbaar niet in groten getale overal te vinden was, kwam die heer elk jaar bij ons terecht om zich van een voldoende voorraad te voorzien. Wat mijn ma, zonder dat ze er arbeid voor moest verrichten, een aardig extraatje opleverde.

30-04-09

Lijf- en andere straffen op school

 

School - StrafIn mijn jonge jaren hoorde lijfelijk en/of vernederend straffen op school, bij het opvoedkundig systeem. Als dat er tenminste toen al was. Want volgens mij heerste er eerder een sfeer van: "wie niet luisteren wil, moet voelen!" Als één van die kleine mannen in je klas niet wil luisteren, sluit hem dan op in het kolenhok. Houdt je leerling zijn mond niet, geef hem een mep, dan zwijgt hij wel!

Tegenwoordig mag dat niet meer. Klop geven, of een andere fysieke bestraffing, aan mensen die maar half zo groot, en heel veel jonger zijn dan hun leerkracht, past niet in de huidige onderwijscultuur. In de Leuvense Steinerschool weten ze dat nu ook. Die peinsden dat het kaderen ervan in een leerproject, lijfstraffen terug toelaatbaar maakte. Fout gedacht!

School ezelsoren (klein)Eigenlijk niet te geloven hoe snel alles evolueert. Toen ik een kleuter was, lagen de ezelsoren, die een kind kreeg opgezet als het niet wou luisteren of de ezel uithing, nog steeds in de juf haar kast. En ook de lange tong die babbelaars om de nek kregen gehangen lag daar nog. Maar gelukkig was het gebruik daarvan reeds sinds enkele jaren afgeschaft. Wat wel nog, maar eerder uitzonderlijk, gebeurde in dit wijkschooltje, was het even opsluiten in het kolenhok.

School - Straf (tong) (klein)Voor mijn tijd kon je in het schooltje ook het 1ste en het 2de leerjaar basisonderwijs volgen, maar toen ik er de kleuterschool doorliep, was er maar één klasje mee. Voor alle kleuters tussen 3 en 6 jaar. En met één juf. Die nota bene tegenover het schooltje woonde. Een goeie juf, vond ik, en ik herinner me zelfs haar naam, die ik hier evenwel om privacyredenen, niet zal vernoemen.

Als een kind echt onhandelbaar was, zag de juffrouw geen ander alternatief dan de stouterik even op te sluiten in het, naast de toiletten gelegen, donkere stalletje. Bij de kolen, want het uit slechts twee leslokalen bestaande schooltje, werd in de winter verwarmd met een centraal opgesteld kolenvuur.

School discipline (klein)Klappen op de blote poep, daar ben ik ook nog getuige van geweest, maar of dat op de kleuterschool was, dat durf ik niet met zekerheid te zeggen, noch te schrijven. En aan de armen of oren trekken, gebeurde ook, zelfs vaak, maar allicht pas vanaf de lagere school.

Lijfstraf - 000Lager onderwijs volgde ik in de gemeentelijke basisschool, gelegen aan de rand van de dorpskern. Met de handen achter de rug, of op het hoofd gevouwen 'in de hoek staan' was daar voor stoute jongens, dagelijkse kost. Maar ook brave, gehoorzame jongentjes zoals ikzelf moesten er van tijd tot tijd aan geloven. Die straf vond ik een verschrikking. Met je gezicht naar de muur gericht, en je rug dus naar je medeleerlingen gekeerd bevreesde me. En dat was allicht de bedoeling. Maar echte, niet leergierige stoute kinderen, maalden er niet om. Waardoor het regelmatig gebeurde dat alle vier de hoeken van het klaslokaal waren bezet. De stakker die aan de hoek stond waar ook de deur zich bevond, liep steeds kans om deze, bij een onaangekondigde entree van bijvoorbeeld een andere leerkracht, tegen zijn achterhoofd te krijgen.

Een andere tuchtmaatregel waar nogal kwistig mee werd omgesprongen, en regelmatig onterecht, was tijdens de pauzes 'rond de koer wandelen.' Terwijl de andere leerlingen spelletjes speelden, of in groepjes een praatje maakten, dienden de gestraften, alweer met de handen op de rug gevouwen, de boorden van de speelplaats af te stappen. Lopen mocht niet. Al durfden de gestraften het toch dikwijls aan, om een wedstrijdje snelwandelen te houden. Uiteraard enkel op momenten dat de toezichthoudende leerkracht niet oplette of even afwezig was.

School teacher cartoonEen fysiek pijnlijker straf was het tikken, met een platte lat of met een liniaal, op de vingers van leerlingen, om ik weet niet wat voor reden. Sommige onderwijzers gebruikten daar zelfs de één meter lange en een tweetal centimeter dikke bordlineaal voor! Ik heb ook nog leraars gekend die kinderen, met de handen op het hoofd, en de rug naar de klas gekeerd, op hun blote knieën lieten plaatsnemen op de houten tree. Een verhoog van zowat 15 centimeter en anderhalve meter diep, dat over de ganse lengte voor het krijtbord lag. Een laag podium dus, waarop de meester zijn lessenaar stond en hij zich voortbewoog. Vermoedelijk om nog groter te ogen dan ons en derhalve nog meer fysieke autoriteit uit te stralen.

Als een kind keer op keer last had met leerstof uit voorgaande schooljaren, dan gebeurde het wel eens dat onze meester hem terugstuurde naar de klas waarin die lessen reeds gegeven waren. Zo kon het dus zijn dat een leerling van het vierde studiejaar één, of meerdere dagen, op een stoeltje achterin de klas, mee de lessen moest volgen van de kinderen uit het eerste leerjaar!

Schoolmeisje IIZelfs in de middelbare school kreeg ik nog te maken met leerkrachten en ander personeel met losse handen. Zo was de leraar technisch tekenen van mij gewoon dat ik, door mijn inzicht en mijn interesse voor het vak, elke opdracht nauwgezet uitvoerde. Nu moet ik op een dag eens weinig goesting hebben gehad, of aan het dromen zijn geweest, mogelijks over één of andere griet. Want de interesse voor het vrouwvolk was,  met het ingaan van de pubertijd, die ook toen al bestond, nog groter geworden dan ze daarvoor reeds was. In elk geval trok mijn tekenwerk die dag op geen kloten.

Technical drawing classroom (small)Mijn leraar, die zijn toer maakte tussen de tekentafels, waaraan wij rechtstaand, of op een kruk gezeten, ons werk deden, merkte dat. "Dat trekt op niks hé, vent!", zo zei die, ietwat corpulente, steeds in een grijze kiel gestoken, grijzende en kalende man. Die woorden waren nog niet allemaal uitgesproken, of hij haalde uit met zijn rechterarm, waar hij een opgerolde map in de hand hield. Die trof mij zwaar op de linkerkaak van mijn gezicht!

Daar was ik toch even niet goed van. Terwijl ik wankelend mijn evenwicht zocht, en bekwam van die mep op mijn wang, liet de leerkracht, wiens naam ik me ook nog herinner, maar hier ook niet publiek ga maken, me weten dat ik beter moest presteren!

Wat ik ook nog heb gezien zijn leerkrachten die iets op het bord aan het schrijven waren en bij aanhoudend, voor hen allicht irritant geroezemoes in de klas, zich plots omdraaiden en het krijtje dat ze in hun hand hadden, met volle kracht door het lokaal lieten zoeven. Soms was het zelfs de zware houten bordveger die door de lucht suisde!

Wie pech had kreeg het krijt of de bordveger onzacht tegen zijn bakkes. In die tijd waren er nog niet zo veel frêle, voormalige prematuren. De meeste kinderen uit mijn klas, konden dus wel iets verdragen. Het waren trouwens allemaal jongens, want gemengd onderwijs stond toen nog in de kinderschoenen.

Dat mijn herinneringen helemaal juist zijn, dat kan ik uiteraard niet garanderen. Het gaat hem hier immers over gebeurtenissen van enkele decennia geleden. Maar ik ben er van overtuigd dat het hier verhaalde vast niet veel verschilt van wat er werkelijk gebeurde.

14-01-09

Keuzes maken

In het leven moet je dikwijls keuzes maken. Dat is hier niet anders. Zal ik, de mij Duimzuigsterbeschikbare tijd, benutten om iets uit mijn duim te zuigen, zoals dat schoon kind van hiernaast me voordoet, en dat hier dan op mijn blogje plaatsen? Of tik ik, met hetzelfde doel, iets op het leeg blad voor me, dat een relaas brengt van een gebeurtenis uit het heden of verleden, waarvan ik getuige of misschien zelfs een hoofdrolspeler was? Of prefereer ik een artikeltje te schrijven over een maatschappelijk relevant onderwerp of actueel thema?

Of kies ik er toch voor om andere blogjes te bezoeken en hier en daar een krabbel achter te laten, al dan niet in antwoord op een reactie die op mijn eigen blogstek werd nagelaten? De meeste bloggers vinden dit soort van communicatie leuk, en ik ben daarop geen uitzondering. Bovendien kan ik dikwijls eens goed lachen om en goeie mop of een ludiek schrijfsel dat een ander op haar of zijn weblog plaatste. Of geniet ik, vol verwondering en met bewondering van mooie plaatjes (PSP-creaties & andere)  en prachtige foto's. En elke keer ik zo de ronde doe, leer ik wel iets bij. Elke dag één feit of weetje extra, maakt minstens 365 per jaar! Oei, zou er nog genoeg plaats vrij zijn in mijn hersenkwabben, om al die data op te slaan?

Dit schrijfsel had dus eigenlijk tot doel jullie te melden dat je nog eens een dagje zou moeten wachten op een epistel van mij. Maar als ik het zo bekijk, zijn die enkele woorden van verantwoording, in aantal groter geworden dan gepland en zijn ze samen dan toch een eigen verhaal gaan vormen! Hopelijk beleefde je er wat leesplezier aan.