16-04-10

Allen de straat op

  

Koning auto - 000Nu de lente in het land is, is het zeker interessant om je als 'zachte weggebruiker' over het publiek domein te bewegen. Er is gelukkig al jarenlang een kentering aan de gang naar meer fiets- en voetgangersverkeer. Eventueel in combinatie met het openbaar vervoer: trein, tram, metro en lijnbus. Maar al te veel fietspaden en trottoirs liggen er abominabel bij. En er wordt bij de (her)aanleg van wegen nog steeds veel te weinig aandacht besteed aan kwalitatieve en veilige fiets- en voetgangersvoorzieningen. Koning auto heerst nog steeds over de weg. Samen met het ander snel wegverkeer, zoals vrachtwagens, bestelwagens, bussen en motoren. En in het straatbeeld wordt het bewijs geleverd dat het belang van dit gemotoriseerd verkeer nog steeds primeert.

Nochtans is er in het verkeerswezen een principe vooropgesteld dat inmiddels genoegzaam bekend is: STOP. Wat staat voor Stappers - Trappers - Openbaar vervoer - Privaat gemotoriseerd vervoer. Het duidt de volgorde aan van prioriteit, die men aan de verschillende verkeersmodi geeft in dit idealiter systeem. In de praktijk blijkt dat er zowel bij het ontwerp als bij de uiteindelijke uitvoering van verkeersinfrastructuren, nog al te weinig wordt vastgehouden aan dat principe.

Zolang er ten gronde niks verandert aan de mentaliteit van hen die beslissen over hoe de verkeersinfrastructuur op het openbaar domein er uit moet zien en er niet met zowel de noden van de buurtbewoners wordt rekening gehouden als met deze van het doorgaande en bestemmingsverkeer, en het STOP- principe niet systematisch wordt toepast, blijft de zachte weggebruiker ondermaats gediend.

Bakfiets - 001 (klein)Bovendien houdt men nog absoluut niet genoeg rekening met de omvang en de gebruiksvereisten van allerlei nieuwe, of opnieuw populair geworden 'zachte' vervoersmiddelen: ligfietsen, bakfietsen, vouwfietsen, steps, skateboards, inline skates ... Ook niet met kleuterbuggy's die gekoppeld worden aan en voortgetrokken door de fiets van de (groot)ouders en het gebruik van fietstassen aan beide zijden van het stalen ros (om bijvoorbeeld de boodschappen in weg te stoppen). Maar evenmin met driewielers (voor volwassenen met een fysieke beperking ), scooters (voor mensen die moeilijk te been zijn), elektrische buitenrolstoelen, steeds meer in zwang rakende rollators... De tijd dat oudere mensen of personen met een fysieke beperking hoe dan ook niet (meer) naar buiten kwamen, ligt immers gelukkig reeds grotendeels achter onze rug. Maar de overheid ziet hun (specifieke) noden, waar evenwel iedereen mee zou gebaat zijn, helaas nog veel te dikwijls over het hoofd.

De verstandige lezer concludeert met mij dat de doorsnee trottoirs en fietspaden veel te smal zijn om een vlot en veilig verkeer toe te laten. Voeg daar het feit aan toe dat ze vaak slecht zijn aangelegd en doorgaans nog slechter worden onderhouden en je komt uit op een oncomfortabele rijwijze. Wat vele mensen er toe aanzet om voor hun verplaatsing dan toch maar van hun auto gebruik te maken.

Speciale fiets - 003 (klein)De heden dikwijls aangelegde fietspaden voor tweerichtingsverkeer zijn in dit opzicht plezanter om je over te verplaatsen. Zolang er zich niet te veel verkeer over beweegt tenminste. En elke gebruiker respect heeft en toont voor de andere. Dus zonder toestanden met zenuwachtige pseudowielrenners of mountainbikers die verwachten dat, als zij er aan komen, iedereen terstond de baan ruimt voor hen. Geen ongeduldige fietsers die niet even hun snelheid temperen, om bijvoorbeeld twee gemoedelijk naast elkaar rijdende peddelaars, na het horen van het belgerinkel van de achterligger, de tijd te geven om rustig aan achter elkaar te gaan rijden. En zo verder en zo voort.

Waar wijde trottoirs werden aangelegd, stel ik vast dat de extra ruimte helaas nogal vaak wordt vol gezet met bloembakken, publiciteitsborden, fietsrekken en andere voor voetgangers uiterst hinderlijke objecten. Of grotendeels worden ingepalmd door de buitenterrassen van horecazaken. Met als naar gevolg dat stappers dikwijls alsnog moeten uitwijken naar de autoweg. Met alle gevaar van dien.

Zeldzaam zijn zij die zich als zachte weggebruiker kunnen bewegen van thuis tot aan een enkele kilometers verderop gelegen bestemming, zoals bijvoorbeeld de school, het station, het werk, een multifunctioneel buurtgebouw... zonder door ook maar enig obstakel te worden gehinderd. Als het geen losliggende tegels, putten in de weg of andere technische mankementen zijn, dan is het vast een op een foute plaats ingeplante verkeerspaal, een onveilig kruispunt of een totaal gebrek aan een fiets- of voetgangersvoorziening. Om budgettaire redenen of omwille van plaatsgebrek of godweet welk ander ridicuul excuus, worden in het verkeerswezen faciliteiten voor stappers en trappers blijkbaar nogal vaak niet nodig geacht.

Zachte weggebruikersWat me nog steeds stoort zijn buurten waar een 'zone 30' van kracht is, maar waar men deze tracht af te dwingen met kunstmatige wegversmallingen hier en daar. Met als gevolg dat op de obstakelvrije stroken tussenin, door menig automobilist, motorrijder of bromfietser nog eens goed gas wordt gegeven. Met alle gevaren van dien. Vaak zijn die wegversmallingen, in plaats van overrijdbaar, opgebouwd uit betonblokken, met als gevolg dat bij een uitwijkmanoeuvre, wegens bijvoorbeeld een plots opduikende tegenligger, de autobestuurder een fatale crash maakt. Hoe zeer ik snel en roekeloos rijden ook afkeur, een (zware) verwonding of de dood, wens ik geen enkele automobilist toe. Hoe onbezonnen die ook mag hebben gereden.

De 'traag verkeer' zones zouden over het ganse traject dusdanig moeten zijn aangelegd dat er automatisch aan een lage snelheid wordt gereden. En gemengd verkeer ten volle en veilig kan functioneren. Zonder dat deze of gene weggebruiker gefrustreerd is of zich ergert aan een andere. Groenaanleg en bochtige wegen kunnen dit bewerkstelligen. Er zijn talrijke studiebureaus die de expertise in huis hebben om dit zowel visueel aantrekkelijk als verkeerstechnisch overeenkomstig de geldende wetgeving voor elkaar te krijgen.

Wat is er prachtiger dan het beeld van door elkaar krioelende voetgangers, fietsers, op rijwielen in alle soorten en formaten, auto's, motors, skeelers, jongeren op step, skateboard of zich voortbewegend op een springstok, rolstoelers, rolschaatsers, brommertjes en scooters... Jong en oud door elkaar, gebruik makend van diverse verplaatsingsmiddelen. Zich voortbewegend in woonwijken, maar ook daarbuiten. Een mooie droom? Zeker weten, maar wel één die mits wat goede wil van iedereen, op termijn kan worden gerealiseerd! Lachen

09-02-10

Zalig zonder handen

  

Biking boy (klein)Om tijdens mijn middelbare schooltijd de onderwijsinstelling te bereiken waar ik les volgde, diende ik met mijn fiets een goeie 8 kilometer af te leggen. De school bevindt zich immers in het centrum van de stad, terwijl mijn ouderlijk huis is gelegen in een deelgemeente daarvan. Mijn rijwiel was het exemplaar dat ik van mijn ouders als geschenk kreeg ter gelegenheid van mijn Plechtige Communie. Het bij deze gelegenheid schenken van een ware 'grote mensenfiets', is een traditie die, naar ik links en rechts hoor en zie, ook heden ten dage nog in voege is.

In mijn buurt woonden toentertijd slechts enkele jongeren die hetzelfde traject volgden als ik elke dag deed. Langs wegen met weinig bebouwing en veel akkers en weiden die aan de straat paalden. Van fietspaden was er helemaal geen sprake. Een groot deel van de te volgen weg was toen trouwens nog niet eens geasfalteerd, enkel verhard, Een ander deel bestond en bestaat nog steeds uit kasseistenen, voor de afwatering in een nogal overdreven boog aangelegd, en breder gemaakt door aan beide straatkanten een rij grote vierkantige betontegels te leggen.

Rijcomfort was er voor de zeldzame fietsers zoals ik, helemaal niet. En veilig was mijn rijroute evenmin. Want er was toen wel een stuk minder autoverkeer dan vandaag, maar op de boerenbuiten waren de landbouwers en loonwerkers ook reeds 's ochtends vroeg op weg. En hun tractors en machines waren toen doorgaans nog niet zo kolossaal groot, maar op die smalle wegen was het voor fietsers toch steeds weer opletten geblazen als er zo een landbouwvoertuig kwam aangereden.

Om tijd uit te sparen volgde ik meestal de korte weg. Waarbij de te rijden afstand behoorlijk werd ingekort door via een oude kerkwegel te rijden. Een met kiezelsteentjes verstevigd pad tussen percelen landbouwgrond, dat in vroegere tijden werd gebruikt door vooral boerenmensen, om 's zondags in het kerkgebouw te geraken om daar de eucharistieviering bij te wonen.

De toegangsweg tot het stadscentrum was dan weer een kasseibaan waar deels was over geasfalteerd en in de loop der jaren de in de rijbaan gevallen putten waren gevuld met lappen asfalt. Zodat het geheel er uitzag als een zwart/grijze lappendoek. Door die hobbelige, en ondanks alle oplapwerk nog steeds vol putten zittende straat rijden was een ware marteling. En gevaarlijk, want aan weerszijden van de baan stonden er her en der auto's geparkeerd of gestationeerd.

Meerdere gebeurtenissen onderweg herinner ik mij, waarvan ik er hier slechts enkele in het kort zal verhalen. Zo herinner ik mij nog levendig mijn eerste fietsrit naar de middelbare school. Ik was helemaal niet gewoon om in het drukke stadsverkeer te rijden. Dus was het die eerste schooldag wennen om me in die verkeersstroom te bewegen.

Verkeersagent - 000Op een gegeven moment reed ik in een straat waar er, op de plaats waar deze onder de spoorweg loopt, aan de linkerkant, ook een zijstraat op uitkomt. In het midden van de straat stond er een politieagent het verkeer te regelen. Nu had ik in de lagere school wel de verkeersregels geleerd en was ik op de hoogte van de betekenis van de armsignalen van een verkeersagent. Maar die tekeningetjes in onze cursus waren steeds heel duidelijk geweest.

In de praktijk bleek dat andere koek te zijn. Die in het blauw gekostumeerde politiebeambte stond wel met zijn armen te zwaaien, maar de bewegingen die hij maakte kon ik niet direct in overeenstemming brengen met één van de ingestudeerde afbeeldingen op de stencils uit mijn verkeerscursus. Aangezien het verkeer in de zijstraat stil stond en ikzelf niet van richting veranderde, besloot ik vaart te houden en gewoon door te rijden.

Ter hoogte van die agent gekomen, zag ik hem, vanuit mijn ooghoeken, verbaast mijn richting uitkijken en met zijn ene hand een fluitje naar de mond brengen, waar hij luttele seconden later met bolle wangen op blies. Ik hield halt. De man, die gelukkig voor mij, zijn post niet kon verlaten, riep me boos toe. Of ik het verkeersreglement niet kende? En zonder op een antwoord te wachten gebood hij me terug te keren. Wat ik gedwee deed.

*****

Een ander voorval deed zich naar het einde van het schooljaar voor. Ik had dat jaar vrij snel iemand leren kennen die via dezelfde weg naar school reed. Ook een eerstejaars, maar de jongen zat wel in een andere klas dan de mijne. Meestal reden we samen naar school en huiswaarts. We passeerden daarbij dagelijks een boerderij waarvan de boer ons vaak commentaar toeriep. Dat we aan de kant van de weg moesten rijden, niet naast elkaar mochten rijden en nog meer van die dingen.

Zowel mijn schoolkameraad, nochtans zelf een boerenzoon en vast van plan in zijn vaders voetsporen te stappen, als ikzelf waren die voortdurende opmerkingen meer dan moe. Meer dan eens riepen wij iets terug. Iets snedig, of mogelijks eerder smerig, dat weet ik niet meer juist. Het maakte die boer in elk geval nog nijdiger! Knipogen

Boer - 000 (klein)Op een avond reed ik huiswaarts. Alleen, deze keer. Bijna aan die boer zijn bedrijf gekomen, zag ik dat daar nogal wat beweging was. Potverdorie, die waren vast van plan om de koeien van de weide aan de overkant, naar de stallen op hun erf te brengen. Een activiteit waarvoor ze, naar ik wist, de straat afspanden, zodat die beesten niet weg konden lopen.

Nu had ik er helemaal geen zin in om daar minstens een kwartier te staan koekeloeren naar die koebeestenverhuis. Dus duwde ik wat harder op mijn trappers om de versperring ten bate van die herlocatie voor te zijn. Door de snelheid die ik had, zag de boer mij pas op het laatste moment aankomen. Met die versperringskoord al in zijn ene hand, begon hij wild met zijn armen te zwaaien, ten teken dat ik moest stoppen en hem niet voorbij mocht rijden. Wat ik, onder luid sakkerend geroep van de boer, evenwel toch deed!

Had ik daar even 10 seconden geluk! Vlak nadat ik de boer was gepasseerd zag ik achter mij kijkend, in volle vaart een van de weide komende stier over de weg naar het boerenerf spurten. Het scheelde geen haartje of ik was, met fiets en al, aan dat beest zijn horens gespietst!

*****

Bij een andere boer liep er op het erf een hond die, van zodra hij ons in het vizier kreeg, vervaarlijk begon te grommen en te blaffen. In den beginne dachten we dat het dier dat deed ter protectie van het erf van zijn baasjes en dus om ons bang te maken. Opdat wij, voor die viervoeter potentiële boeven, het zeker niet in ons hoofd zouden halen om dat boerenhof te betreden.

Angry dog - 000Daarom hielden we ons, bij het naderen van die doening, stil en negeerden we het dier. Maar dat systeem leek niet te werken. De hond bleef dag na dag hetzelfde gedrag vertonen. Zwaar bassen en soms zelfs de bijters laten zien! Dus gooiden we het over een andere boeg. We begonnen de viervoeter, een dier van middelmatig formaat en vast het resultaat van een ongeplande kruising van verschillende rassen, te paaien door het vriendelijk toe te spreken. Maar ook dat mocht niet baten.

Buiten die hond viel er op dat boerenerf nimmer een levend wezen te bekennen. Dier noch mens waren daar ooit te zien. We hadden nochtans graag de baasjes van die boze blaffer eens aangesproken over het gedrag van hun dier, dat ons danig begon te vervelen. Bij de buren konden we ook niet terecht, want die waren er gewoonweg niet. Deze woonst stond zowat halverwege een straat, waar de dichtste buur 10 akkers en weilanden verder woonde

Op een bepaalde ochtend reed er een derde jongen met ons mee naar school. Een klasgenoot van die nagenoeg dagelijks met me meefietsende schoolmakker. Toen we de boerderij met die razend blaffende hond naderden, en daarover ons beklag deden, zei die jongen, een nogal magere van postuur, dat je de vijand met gelijke wapens moet bekampen. Waarop de jongen met zijn fiets van ons wegreed en naar de afsluiting spurtte, waarachter die hond zat.

Yelling boy (klein)Nog voor hij zijn doel bereikte, begon hij zelf enorm veel kabaal te maken. Maar dat leek het beest niet te deren en zeker geen schrik aan te jagen. Toen wij bij de blaffende en schreeuwende jongen arriveerden, wezen we hem op dat feit. En merkten op dat de hond er nu nog bozer uitzag en nog luider blafte dan gewoonlijk. En dat de jongen best zou ophouden met wat hij deed, want dat anders die viervoeter wel eens over de afsluiting zou durven wippen en achter hem aan zou durven gaan!

Hij rolde de fiets waarop hij zat, met zijn voeten een beetje achteruit, tot hij terug op de rijweg stond en zette aan om verder te fietsten. Onderwijl ons antwoordend dat hij niks hoefde te vrezen want dat het toegangshek steeds was gesloten.

Doch die dag dus uitzonderlijk niet! Die jongen zag dat bij het passeren ook, slaakte een gil en trapte toen uit volle kracht op zijn pedalen, om daar weg te komen. De hond, die hem eerst blaffend achtervolgde aan de erfzijde van de afrastering, koos ervoor vanaf het openstaande hek zijn weg over straat te vervolgen, onze gezel achterna.

Wij waren blijven staan en sloegen met open mond het schouwspel gade. Tot daar dan toch iemand vanaf het boerenerf begon te roepen. Waarop de hond halt hield. Net voor het moment waarop wij vreesden dat het dier zijn, allicht scherpe tanden, in onze maat zijn dunne onderbeen zou zetten.

We zagen dat de hond met tegenzin terug naar het boerenerf liep, waar zijn boos baasje hem vloekend stond op te wachten. Wij hadden geen tijd om te talmen, omdat we dan vast te laat op school zouden arriveren. Iets wat toen nog niemand van ons drieën durfde te riskeren. We waren blij dat dit avontuur goed was afgelopen en haastten ons naar school. Zelfs met de beste wil van de wereld kan ik me niet meer herinneren of we die kwaaie hond naderhand nog ooit hebben teruggezien.

*****

Cycling with hands in the pockets (klein)Toen ik al wat ouder was reed ik huiswaarts met een buurjongen die, na een mislukt avontuur in een andere onderwijsinstelling, inmiddels ook les volgde aan dezelfde school als mij. We reden op een asfaltbaan waar we, zeker op dat tijdstip, nauwelijks andere weggebruikers tegenkwamen. Op het lange stuk rechte baan waar we ons op voortbewogen, reden we gezapig naast elkaar. Ik uiterst rechts en mijn maat links van me. Mijn handen hield ik in de zakken van mijn jas. Zo bleven ze lekker warm. En kon ik rechtop gezeten fietsen. Iets wat ik veel liever deed dan zo in een onnatuurlijke, gebogen houding zoals je normaliter op een jongensfiets hoort te zitten.

We waren druk in gesprek over de dingen die ons boeiden: motorfietsen, uitgaan, meisjes en andere typisch puberale interesses. Op een gegeven moment mompelde mijn maat iets en ging vervolgens voor me rijden. "Wat heeft die nu ineens?" dacht ik nog, terwijl ik verwonderd zijn actie gadesloeg. Waarop ik mijn hoofd naar links draaide, en daar het gezicht ontwaarde van een kerel met een kepie op het hoofd. Een politieagent, zo bleek. Die het portierraampje van, wat even later een politiecombi bleek te zijn, had naar beneden gedraaid. Manueel, want toen ging dat nog niet elektrisch,.

Wel lichtjes geschrokken, maar me van geen kwaad bewust, bleef ik gewoon rustig verder fietsen... zonder handen. Tot die agent me vroeg om even halt te houden. Wat ik dan uiteraard ook terstond deed. Want de bevelen van een 'man van de wet' behoor je nu eenmaal op te volgen, zo wist ik.

Om mijn fiets af te remmen had ik uiteraard reeds de handen uit mijn zakken gehaald en op mijn fietsstuur geplaatst. De chauffeur van de camionette, een collega van de agent die me had aangesproken, zette het voertuig niet aan de kant. Neen, ze bleven gewoon stilstaan op de rijweg, naast mij. Ik keek naar de politieman, verwachtend een blaam te krijgen voor het naast elkaar rijden, maar dan hadden ze wel de verkeerde te pakken, want het was mijn maat die aan de kant van het wegverkeer had gereden. Hadden die pipo's dat dan niet gezien?

Politiecombi - 000 (lego) (klein)Maar de overtreding die ik had begaan en waar de agent me voor berispte was het zonder handen rijden. Verboden en gevaarlijk, zo maakte hij me diets. De kerel haalde een schriftje te voorschijn, zodat ik dacht 'prijs' te hebben, zoals wij in die tijd in onze streek het 'krijgen' van een boete cynisch uitdrukten.

Mijn naam werd me gevraagd en ook mijn adres. Braaf gaf ik die man de gevraagde en bovendien ook juiste informatie. De geüniformeerde figuur noteerde alles maar legde, tot mijn verbazing, vervolgens het boekje naast zich neer en zei me dat hij het deze keer bij een 'waarschuwing' zou laten. Maar dat ik moest ophouden met dat zonder handen te rijden. In het belang van mijn eigen veiligheid en dat van de andere weggebruikers. En ook al omdat hij de volgende keer dat hij me zou betrappen op deze verkeersovertreding, me een P.V. zou toebedelen.

Opgelucht stamelde ik iets van het te hebben begrepen en een bedankt. Waarna de agenten me nog ten afscheid groetten en terug verder reden. Ik keek de wegrijdende politiecombi na en zette vervolgens mijn fiets en daarmee ook mezelf, terug in beweging. En reed tot bij mijn maat. Die, van enkele tientallen meters verder, de gebeurtenissen nauwlettend had gevolgd. En die me nu bezorgd vroeg of ik een boete 'aan mijn rekker' had. Toen ik hem kon geruststellen enkel een verwittiging te hebben gekregen, vervolgden we beiden glimlachend onze rit. Terug naast elkaar, maar alle twee met de handen op het stuur!

Thuis durfde ik over het voorval niks te zeggen. Bang voor een uitbrander van mijn ouders. De eerstvolgende dagen liep ik evenwel rond met een bang hart. Vrezend dat die flikken hetzij me alsnog een boete zouden bezorgen, hetzij een schriftelijke bevestiging van mijn 'vergrijp' bij mijn ouders zouden laten toekomen. Wat allemaal kon, want ik had hen immers mijn naam en adres gegeven. Maar ik had geluk. Ze hielden woord, dus mij met rust. En ik ben nooit meer 'gesnapt' bij het zonder handen rijden, alhoewel ik het ook nadien nog vaak heb gedaan.

*****

Zonder handen fietsen - 001 (klein)Ik herinner mij het door een meester in de lagere school vertelde verhaal van een jongen die ook al fietsend zonder handen, door een politieagent werd tegengehouden. Die terstond die gast zijn stuur van de fiets haalde. Omdat die jongeman dat blijkbaar toch niet nodig had. Hij mocht zijn weg naar huis vervolgen en werd aangemaand om, samen met zijn vader, zijn fietsstuur af te komen halen op het lokaal politiekantoor.

Aangezien die jongen veel te laat thuiskwam, want hij had dat laatste stuk weg naar huis te voet moeten afleggen, omdat je met een fiets zonder stuur niet kan rijden, en hij daarenboven ook een verklaring moest geven voor het geamputeerd zijn van zijn tweewieler, was hij wel genoodzaakt zijn ouders over het gebeurde in te lichten. De pa gaf zoonlief 'onder zijn voeten', maar bleef wijselijk weg van het politiekantoor. Er geen zin in hebbend daar een preek te moeten aanhoren over het gedrag van zijn zoon. En ook bang om alsnog een boete te krijgen voor het vergrijp. Hij verkoos het zekere voor het onzekere en ging bij de fietsenmaker een nieuw stuur kopen voor het rijwiel van de zoon. Liever onmiddellijk opteren voor de kleine kost dan het risico te lopen op een grote!

21-01-10

De fietser fietst verder

  

Bibliotheek - 000Vorig weekend ben ik nog eens naar buiten gekomen. Na al sinds meer dan een week de vier muren van mijn multifunctionele verblijfsruimte niet te hebben verlaten, ten gevolge van de ongunstige weersomstandigheden en staat van de weg. Zaterdagochtend reed ik naar de bibliotheek om er een voorraad stripverhalen en boeken op te slaan, als leesvoer voor mijn kroost. Een assistente vergezelde mij, want in mijn eentje kan ik in de bib maar bitter weinig uitrichten. Bovendien moest ik warm ingeduffeld worden vooraleer mijn goed verwarmde leefruimte te ruilen voor de koude buitenlucht.

Mountainbike rider cartoon - 000Op onze terugweg werden mijn achter mij fietsende assistente en ikzelf voorbijgestoken door een zich snel voortbewegende  mountainbike berijder. Hij was, om zijn snelheid niet te hoeven verminderen, op een strookje gras gaan rijden, dat het fietspad scheidt van de parkeerstrook naast een drukke rijbaan. Onder het ons passeren zei hij iets dat ik evenwel niet verstond. En een meter of twee verder bleef de sportieveling met één van de wielen van zijn fiets steken in de greppel naast het betonnen fietspad en vloog van zijn rijwiel. De man, die gelukkig een helm droeg, kwam na een rolbeweging van zijn lichaam over de betonstrook, in foetushouding in de andere grasstrook naast de fietsbaan terecht en net niet in de gracht ernaast.

Ik hield halt en vroeg de man onmiddellijk naar hoe het met hem was gesteld. Hij antwoordde evenwel niet, maar veerde op, onder het slaken van een vloek, die ik echter hier niet ga herhalen. Wegens nogal godslasterend. En ik wil mijn gelovige lezers eens een keer ontzien. Die fietser stond dus recht, boog zich terstond over zijn rijwiel, dat daar werkloos het fietspad versperde. Doch slechts heel even, want de eigenaar zette het recht, schudde er eens duchtig aan, sprong gezwind op het stalen ros en reed er snel mee vandoor. Om evenwel slechts enkele meters verder terug van zijn nog bollende mountainbike te springen. Gehurkt aan trapper en achterwiel te rutselen en vervolgens opnieuw het stalen ros te bestijgen. Waarna de, in een bij deze sport horende outfit uitgedoste fietser, vrij snel uit ons gezichtsveld verdween.

Angry cyclist - 000 (klein)Dat een fietser valt, waarbij zij of hij zichzelf doorgaans bezeerd en waarna er vaak ook materiaalpanne is, dat wens ik niemand toe. Maar ik stel vast dat er vele fietsers zijn die de valpartij zelf uitlokken, het onheil opzoeken. Dat kinderen onveilig rijden, daar is, hoe zeer ik zulks ook schuw, de verschoningsgrond van hun jeugdigheid en onervarenheid. Maar volwassenen die met hun vrijetijdsfiets geen geduld hebben om een andere fietser op een daartoe geschikte plek te passeren, maar hun fietsbel laten rinkelen en verwachten dat hun voorligger terstond naar rechts uitwijkt, zodat zij deze, zonder vaart te minderen, ongehinderd kunnen passeren, dat vind ik arrogant, onveilig en bijgevolg ontoelaatbaar!

Er is ook het fenomeen van de wielrenners of mountainbikers, amateurs of professionelen op training, die zich tegen hoge snelheid over de fietspaden voortbewegen en gedragen alsof zijn er de alleenheerser over zijn. En van iedere andere weggebruiker verwachten dat die baan ruimt op het moment dat zij in aantocht zijn. En onbeleefde opmerkingen maken tegen degene die dat niet doet, of niet snel genoeg. Als ik die domme, onbeschofte kerels, want het zijn doorgaans mannen, bezig zie, dan hoop ik steeds dat ze geen ongeval veroorzaken. Waarbij, door hun onbehoorlijk rijgedrag, onschuldige slachtoffers vallen.

Hoffelijk fietsen - 000 (klein)Om af te sluiten met een positieve noot wens ik op te merken dat er ook veel hoffelijke personen zijn onder de verschillende types van fietser. Mensen die elkaar spontaan ruimte bieden, fietsers die degene die voor hen rijdt vriendelijk verzoeken om deze te mogen passeren, fietsers die degene die hen vrije doorgang verlenen danken, waarop de andere antwoord dat met graagte te hebben gedaan... Situaties waarbij ook ik soms één van de personages ben in het scenario. En wees eerlijk, je door het leven bewegen en je medemens bejegenen op een niet opgefokte manier, maar daarentegen beschaafd, gemoedelijk en aardig, is toch voor alle partijen de meest aangename omgangsvorm?

<<< Klik, na het lezen, ook eens op de afbeeldingen Lachen >>>

01-12-08

Poep op de stoep

Als gezonde, mobiele volwassen persoon heb je er over het algemeen geen flauw benul van hoe het is om je over het trottoir te verplaatsen, gezeten in een stoel met (liefst) minstens 4 wielen onder. Of met krukken, of als persoon die door ouderdom, ziekte of handicap, niet meer zo goed te been is. Of als persoon met een visuele beperking, die zich dikwijls, al dan niet met behulp van een geleidestok, letterlijk op de tast dient te verplaatsen. Of als kind, waarvoor een enkele centimeters omhoog stekende steen, reeds een gevaarlijk grote hindernis is.

Trottoir - cartoon

Zelf ben ik eigenlijk ook pas echt geonfronteerd geworden met de problematiek van de dikwijls abominabele staat, ergo ontoegankelijkheid van de publieke voetpaden, sinds ik rolstoelgebonden ben. De decennia voordat die klootzak van een chirurg mijn lichaam verknoeide, bracht ik immers al stappend door. Althans vanaf de leeftijd van een maand of twaalf, vermoed ik. Aangezien mijn ouders mij nooit het tegendeel hebben proberen wijs te maken, veronderstel ik dus dat ik, net zoals het merendeel der baby's, mijn eerste levensjaar, eerst hulpeloos op mijn rug liggend en later al kruipend, heb doorgebracht.

Dit duidelijk gemaakt en verklaard zijnde, wil ik terugkeren naar het thema, met name ondeugdelijke trottoirs. Dat rijden daarop niet zo eenvoudig is, dat heb ik wel reeds even kunnen ervaren toen mijn tweeling nog klein was en we de dreumesen tijdens het wandelen voortduwden terwijl ze in hun duo kinderwagen lagen of zaten. Een model met de zitjes achter elkaar. De verkoopster had ons het type waarbij de kinderen naast elkaar liggen/zitten ten stelligste afgeraden omdat je daarmee nergens tussendoor of binnen kan.

Kinderwagen - 004 (Austin & Brian) (klein)

Dat ontraden gebeurde dus met recht en rede, zo konden wij in de praktijk vaststellen. Want zelfs met zo een lange kinderwagen was het dikwijls niet gemakkelijk om op het voetpad overal langsheen te laveren. Hindernissen zoals uitstekende voordeurdorpels, bloempotten, reclamepanelen, fout gestalde fietsen, stellingen voor gevelwerken, palen van verkeers- en informatieborden, vuilniszakken of -bakken... Om niet te vergeten dat we er ook nog eens op moesten letten de kinderwagen niet te dicht tegen de straatkant te manoeuvreren, om zo te vermijden dat de kinderwagen, met daarin de kindjes, van de immens hoge stoeprand naar beneden zou kantelen. We moesten dus enorm alert zijn, en uitkijken, want er kwam dan ook nog eens bij: het ontwijken van blikjes, glas, andere troep en vooral ook van poep op de stoep!

Brian & Austin (klein)

Geen sinecure dus. Een extra probleem was en is, dat de meeste trottoirs in min of meerdere mate hellend zijn. Ten behoeve van de afwatering. Waardoor zowel een kinderwagen als een rolstoel steeds naar links overhelt. Een kinderwagen bijsturen gaat nog wel redelijk, alhoewel het met zo'n lang getrek als het onze, met twee flinke baby's in, toch ook enige kracht vergde. Als rolstoeler is het echter helemaal kut. Je lichaam helt steeds naar links. Een manuele rolstoeler dient links gedurig meer kracht te zetten op haar of zijn draaihoepel, en daarnaast ook nog eens het lichaam recht te houden. Als elektrische rolstoeler doe ik dat bijsturen met mijn joystick en is vooral het recht blijven zitten een probleem. En fysiek erg belastend, vooral in mijn nek

Wat dat afhellen betreft zijn zelfs fietspaden veelal in datzelfde bedje ziek. Alhoewel meestal toch in mindere mate. Komt daarbij dat je weg daar doorgaans hindernissenvrij is. Een fout geparkeerde wagen niet te na gesproken. Persoonlijk prefereer ik dan ook, waar mogelijk en aanwezig, voor mijn verplaatsingen, het fietspad te gebruiken.

In de stront

Is dat afhellen en de nood aan bijsturen een niet te verhelpen euvel? Wellicht! Tenzij je tegen het verkeer in rijdt, zoals ik al eens pleeg te doen. Omwille van het net geschetste probleem. Of omdat het trottoir of fietspad aan de overkant van de straat van een minder slechte kwaliteit is, in de zon ligt, of gewoon omdat die weg korter is, zodat ik vlugger thuis ben. Vooral als het begint te regenen en ik niet de geschikte kledij aanheb, is dat de reden om te kiezen voor deze optie.

Een beetje burgerlijke ongehoorzaamheid dus. Dat kan mijns inziens absoluut geen kwaad. Als ze willen dat ik steeds rij waar ik wordt verondersteld te rijden, dat de overheid dan zorgt dat er overal een fatsoenlijke infrastructuur aanwezig is! Het probleem is allicht het feit dat er te weinig beleidsmensen zin die dagdagelijks zelf aan den lijve ondervinden wat er nog steeds hapert aan de kwaliteit van de voetgangersinfrastructuur. Wie van deur tot deur wordt vervoerd op de achterbank van een luxueuze wagen, kan natuurlijk moeilijk hetzelfde ervaren als wat de vrouw of man in de straat ondervindt. Dit meld ik geenszins uit afgunst. Integendeel! Die mensen hebben hun redenen om voor deze vervoerswijze te kiezen. Zij willen tijdens hun talloze verplaatsingen kunnen werken, lezen, schrijven, telefoneren en zo meer, zonder andere weggebruikers in gevaar te brengen.

Luisteren naar de ondervinding van zij die zich wel dagdagelijks als voetganger in het verkeer begeven, is dan het devies. Sommige hooggeplaatste en lokale beleidsvoerders doen dat hoor! Anderen vinden het gewone volk te min. Vaak zijn het de mindere goden van de lagere overheid, die zo denken. Ze hebben op een gegeven moment een maatschappelijke status bereikt, een bestuurlijk of beleidsmandaat bekomen en willen geen inmenging van anderen dan de eigen, vaak beperkte, zogezegd gespecialiseerde kennissenkring, uit eigen partijrangen. Zielig en triest...

Gelukkig zijn er ook anderen. Die leggen zelf een luisterend oor bij hen die het best op de hoogte zijn, of laten hun medewerkers dat doen. Niet zelden trekken ze, om hen te adviseren, mensen aan die zelf ervaringsdeskundig zijn in deze materie. Die zijn goed bezig! De anderen mogen voor mijn part verzwelgen in de poep op hun stoep!

01-10-08

Respect gevraagd

In het jaar 2004 wou men in Lokeren, overeenkomstig één van de doelstellingen van het het Lokers Mobiliteitsplan, enkele schoolomgevingen herinrichten. Ingevolge het mobiliteitsconvenant dat het stadsbestuur reeds eerder afsloot met het Vlaams gewest, kan voor scholen, die gelegen zijn langsheen, of palen aan, een gewestweg, hiervoor een (ruime) subsidie worden verkregen.

Vicieuze  cirkel (klein)

Klik op de foto voor een grotere weergave

Twee basisscholen, die aan deze voorwaarden voldoen, zouden worden aangepakt,. Eén van deze scholen is 'GVBS Sint-Anna - Heirbrug'. Een basisschool, met op dat moment 317 leerlingen in kleuter- en lager onderwijs en 39 personeelsleden. Gelegen op 500 meter van mijn voordeur en tevens de school waar mijn kinderen toen onderwijs genoten en ik lid was van het oudercomité.

Ingevolge de bepalingen van het mobiliteitsconvenant, had het stadsbestuur een 'Gemeentelijke Begeleidingscommissie' (GBC) opgericht. Die fungeert als overlegforum, en is samengesteld uit alle ondertekenaars van het convenant, aangevuld met andere maatschappelijke belangen actoren. Met een mandaad van het oudercomité trad ik, als hun vertegenwoordiger, toe tot deze commissie, die sinds de opmaak van het gemeentelijk mobiliteitsplan instaat voor de uitvoering, opvolging en evaluatie ervan.

Voor dit project werd door de stad Lokeren een studiebureau aangesteld, met als opdracht een concept uit te werken waarin de wegen, fietspaden, trottoirs en parkeerplaatsen rondom de schoolpoort zouden worden aangepast, teneinde zoveel mogelijk knelpunten op het vlak van de verkeersveiligheid, weg te werken.

Na de startvergadering van de GBC (1 oktober 2004) en in functie van het samenstellen, van een dossier, overeenkomstig de richtlijnen van de Vlaamse overheid, en teneinde het studiebureau de benodigde informatie te verschaffen, toog ik aan het werk. In eerste instantie met een bevraging van alle leerlingen (via een briefje en enquêteformulier aan de ouders) , om een overzicht te krijgen van de belangrijkste schoolroutes en hoofd verplaatsingswijzen, het maken van een plan waarop de voornaamste schoolroutes werden aangeduid, de opmaak van een overzicht van de belangrijkste knelpunten en het op papier zetten van een persoonlijke visie op de herinrichting van de schoolomgeving rondom GVBS Sint-Anna - Heirbrug.

Basisschool Heirbrug - Schoolpoort

Het adviesbureau gebruikte de verkregen informatie bij de opmaak van haar startnota, met daarin haar concept voor de herinrichting van de schoolomgeving. Dit werd voorgesteld op de vergadering van de Gemeentelijke Begeleidingscommissie, op 19 november 2004.

Ondertussen had ik een werkgroep opgericht, met daarin een vertegenwoordiging van directie, leerkrachten en ouders. De startnota werd besproken binnen deze groep en hun opmerkingen werden op papier gezet en overgemaakt aan het adviesbureau.

Met de werkgroep werden vergaderingen belegd waarin we, aan de hand van checklists, ondermeer een inventarisatie opmaakten van de verkeersknelpunten in de directe en ruimere schoolomgeving, manieren zochten om deze op te lossen, een actieplan met gewenste en geplande initiatieven voorbereidden en uitwerkten, en advies uitbrachten bij het stadsbestuur over de uitvoering van het schoolvervoerplan. Ook de leerlingen van de derde graad (5de en 6de leerjaar) kregen hun inbreng, door inventarisatie van de verkeersknelpunten, aan de hand van de checklists. Alle knelpunten werden op plan aangeduid; dit zowel door de werkgroep als door de leerlingen. Ter verduidelijking ging ik op stap om foto's te (laten) nemen van de knelpunten en voegde deze toe aan het dossier. Alsook een registratie van voorstellen m.b.t. de herinrichting  van de schoolomgeving, aangebracht door leerlingen en werkgroep.

Midden december 2004 was ik volledig klaar met mijn opdracht en bezorgde op 20 december, via de mobiliteitsdienst van de stad Lokeren, het resultaat van deze noeste arbeid, het schoolvervoerplan, aan de ontwerper. Deze bezorgde begin 2005, aan de leden van de Gemeentelijke Begeleidingscommissie, een aangepaste versie van de startnota, waarin meerdere concepten voor de herinrichting werden voorgesteld. Deze nota werd besproken op de vergadering van de Gemeentelijke Begeleidingscommissie van 13 januari 2005.

Basisschool Heirbrug II

Op de vergadering van de GBC op 15 februari 2005, werd een consensus bereikt betreffende het concept van heraanleg van deze schoolomgeving. Met als gevolg dat de startnota en het schoolvervoerplan reeds op 21 maart 2005 aan de Provinciale Auditcommissie (PAC) konden worden voorgelegd.

Van de directrice van de basisschool, die haar waardering voor mijn hulp in deze zaak, trouwens dikwijls uitte, kreeg ik midden april 2005 een kopie in handen van een brief van het stadsbestuur aan de school, waarin gemeld werd dat de PAC de startnota had goedgekeurd, en eveneens de bijkomende nota voor subsidiëring van een fietspad langs de gewestwegen, aan de school. Iets waar ik persoonlijk bijzonder had voor geijverd.

Daarna volgde de administratieve afhandeling tussen stadsbestuur en Vlaamse Gewest en de passage langs de Gemeenteraad. Na goedkeuring kreeg het adviesbureau opdracht tot het maken van een projectnota, met voorontwerp.

Toen op 1 september 2005 mijn kinderen de basisschool Heirbrug verlieten, en ik dus niet langer deel kon uitmaken van de ouderraad van die school, communiceerde ik dit per e-mail naar de schepen, zijn mobiliteitsambtenaars en het studiebureau. En meldde tevens dat ik, als vertegenwoordiger van de zachte weggebruiker, in naam van de Voetgangersbeweging VZW, waarvan de organisatie, en de rol die ik er in speel, hen genoegzaam bekend was, wou blijven zetelen in de GBC. De directie van de school en de voorzitter van de ouderraad meldde ik naderhand mondeling dat ik dit dossier actief zou blijven volgen.

Voor één vergadering werd ik nog uitgenodigd. Met name deze van 8 maart 2006, waarop ik dan ook aanwezig was. Als ik me goed herinner werd op deze bijeenkomst het voorontwerp, mits kleine te maken aanpassingen, goedgekeurd. Zodat dit kon worden voorgelegd aan de Provinciale Audit Commissie (PAC). Bij een goedkeuring aldaar, kon dit terug op de Gemeenteraad passeren, waarna, bij een positief advies, de stad zou kunnen starten met de aanbesteding en, na de toewijs, de uitvoering van de werkzaamheden voor de heraanleg, van start zouden kunnen gaan.

Daarna hoorde af zag ik niks meer van de GBC of met betrekking tot dit dossier. Begin juni 2007 informeerde ik bij de mobiliteitsambtenaren van de stad, omtrent de stand van het dossier en kreeg ik van één van hen te horen dat de plannen voor de herinnering zo goed als definitief waren.

Op 14 augustus 2007 werd er een vergadering belegd van de GBC, met betrekking tot de herziening van het mobiliteitsplan. Hier werd ik NIET op uitgenodigd! Omdat men zogezegd dacht dat ik mijn functie had overgelaten aan iemand anders. Nog een geluk dat die persoon me contacteerde, zodat ik alsnog aan een invitatie voor die bijeenkomst geraakte. En er bijgevolg ook op kon aanwezig zijn. Als gevolg van de gemeenteraadsverkiezingen van oktober 2006 was er sinds 1 januari 2007 een schepenwissel uitgevoerd. Marc Van Hoecke was van het toneel verdwenen en werd opgevolgd door voormalig schepen van landbouw, Gust Mels. Andere naam, ander gezicht, zelfde partij: OpenVLD.

Van dan af bleef het weer stil. Geen uitnodigingen voor een bijeenkomst van de GBC, noch informatie over een aanbesteding en uitvoeren van de werken in het dossier van de herinrichting schoolomgeving basisschool Heirbrug.

Begin september 2008 kwam ik, eerder toevallig, te weten dan de werken aan de schoolomgeving van Sint-Anna - Heirbrug een aanvang zullen nemen op woensdag 1 oktober. Vandaag, dus! En dat inmiddels reeds een informatievergadering had plaatsgevonden, waar aan de omwonenden en andere belanghebbenden, een presentatie werd gegeven van de definitieve plannen voor de heraanleg.

Herinrichting schoolomgeving

Helemaal niet gelukkig met deze gang van zaken, liet ik mijn laptop op mijn schoot plaatsen, typte vlijtig mijn gedachten over, op het steeds minder wit blijvende blad van mijn tekstverwerker, en zond op 15 september, via de elektronische snelweg, het resultaat van mijn typen als bericht naar de schepen van mobiliteit.

Met zowel de formele aanhef 'geachte schepen August Mels', als met het informele 'beste August', opende ik mijn schrijven. Mijn tekst zelf begon ik met de melding dat ik met genoegen vernam dat de werken voor de herinrichting van de schoolomgeving Sint-Anna Heirbrug 'eindelijk' van start zouden gaan. Maar dat het mij evenwel droef stemde dat ik dit via de media aan de weet was moeten komen! En dat er inmiddels een infovergadering had plaatsgevonden, voor de buurtbewoners en andere betrokkenen.

Dat ik reeds van bij de aanvang van dit project ben betrokken geweest in de samenstelling van het dossier. Met ondermeer de opmaak van een schoolvervoerplan. En trouw elke vergadering van de Gemeentelijke Begeleidingscommissie heb bijgewoond en mijn steentje bijgedragen in de discussies. Dat ik op geen enkel moment heb gemeld niet langer betrokken of op de hoogte gehouden te willen blijven van de vorderingen in dit dossier; integendeel!

Daar liet ik op volgen dat het dan ook ontzettend jammer is en op zijn zachtst gezegd 'niet netjes' dat ik verstoken bleef van de recente evolutie nopens dit project, en bijgevolg tevens monddood werd gemaakt.

Waarop ik liet volgen dat uiteindelijk de creatie van een veiliger en meer aangename schoolomgeving mijn betrachting is geweest. En dat die er nu zal komen, me genoegen doet. Maar een beetje waardering voor de door mij geleverde inspanningen, wel op zijn plaats was geweest. En dat ik bovendien nog onbeantwoorde vragen heb met betrekking tot de te voorziene infrastructurele maatregelen ten behoeve van het veiliger maken van het kruispunt N70/N47.

Mijn schrijven eindigde ik met zowel het formele 'hoogachtend' als het informele 'met vriendelijke groeten', en daaronder mijn voornaam, familienaam, adres, telefoonnummer, e-mailadres en de link naar deze weblog. Knipogen

Een kopie van dit schrijven stuurde ik naar de burgemeester van Lokeren, de heer Filip Anthuenis en, niet zichtbaar voor voornoemde geadresseerden, tevens naar enkele andere belanghebbenden.

De laatst vernoemde adressaten reageerden vrijwel onmiddellijk. En traden me bij in het betreuren van het mij niet inlichten over de eindfase van dit project. Iemand opperde ludiek het idee om te vragen of ik het lint mag doorknippen bij de plechtige opening. Lachen Maar weet wel dat het mij daar niet om te doen is.

Vanuit de hoek van de burgemeester van Lokeren, de heer Filip Anthuenis, bleef het stil. Van Schepen Mels ontving ik op 21 september een antwoord. Waarin de schepen liet weten dat ik inderdaad mijn steentje heb bijgedragen in dit dossier. En dat de plannen ondertussen af zijn, en de aanbesteding en toewijs is gebeurd en er een informatievergadering voor de buurt is gehouden welke druk is bijgewoond. Dat de buurt hiervoor was uitgenodigd per drager, en dat hij meende dat dit verder ook was gepubliceerd in de infokrant. Dat er echter buiten de buurt niemand persoonlijk werd uitgenodigd en dat dit de gewone procedure is. Hij eindigde met de melding dat, indien ik nog vragen mocht hebben inzake verkeer omtrent dit dossier, ik steeds terecht kan op de Mobiliteitsdienst. En vervolgde met beste groeten, en zijn naam, Gust Mels.

Visser - cartoon - 000 (klein)

Een ontzettend flauw antwoord, naar mijn mening. De schepen herhaalde gewoon wat ik ondertussen al wist. Dat ik zelf achter de vooruitgang in dit dossier moet vissen, vind ik toch wel eigenaardig. Op de website van mobiel Vlaanderen lees ik trouwens: 'De GBC evalueert ook de resultaten van projecten en acties die opgezet zijn via de modules'. Volgens mijn informatie dient er trouwens, door de GBC, van het mobiliteitsplan jaarlijks een voortgangsrapport en een actieprogramma te worden opgemaakt.  Hoe kan dat, als die niet meer wordt bijeengeroepen? Of heeft men mij terug uit de lijst geschrapt? Huilen

Kan iemand van de dames en heren politici, die deze weblog lezen, mij alsjeblieft klaarheid verschaffen in deze materie? Is de manier van werken, zoals schepen Mels ze toepast, inderdaad gangbaar? Zo ja, dan zou ik hen die er de bevoegdheid voor hebben, vriendelijk willen verzoeken er dringend werk van te maken om de reglementering rond deze handelswijze te rectificeren. De burger die zich belangeloos inzet voor de gemeenschap, verdient op zijn minst enig respect. In het bijzonder van hen die door deze gemeenschap verkozen zijn om hen in het bestuur te vertegenwoordigen!

PluralismLogo

Of wordt in dit specifiek geval mijn pluralisme en politieke onpartijdigheid mij kwalijk genomen? Het feit dat ik open sta en contacten onderhoud met politici van diverse democratische partijen, in allerhande functies en op alle mogelijke niveaus? 'Ons Heer' zal het wel weten, maar die is, zoals je allicht weet, jammer genoeg nauwelijks bereikbaar. Wenkbrouw ophalen

16-08-08

Kom op straat

Als ik afga op de vele positieve reacties die de voorbije dagen in mijn mailbox werden gedropt, dan ben ik goed bezig. Dus ga ik maar vlijtig door met de gaten hier vol te schrijven. Indien, ondanks mijn intentie om zulks te vermijden, mijn geschriften op een bepaald ogenblik toch saai en slaapverwekkend zouden worden, geef me dat een seintje… voordat je indut!

Profiterend van de mooi-weer-momenten, en het feit dat mijn onmisbaar vehikel terug redelijk functioneert, doe ik ’s avonds al eens een toertje in de buurt. Zo ook gisteren. Genietend van de laatste zonnestralen van de dag, die de benen die onder mijn korte broek uitstaken, heerlijk verwarmden. Meer had ik niet nodig. Het zijn immers die kleine dingen die mij heden nog behagen.

Tijdens zo een avondritje door de omgeving, kom ik doorgaans nog maar weinig in beweging zijnde auto’s tegen. Maar wel al eens een (brom)fietser, een jogger, of een hondje dat, aan een leiband, een dame of heer met zich meetrekt. En hier en daar staat er iemand in haar of zijn voortuin een frisse neus op te halen. Of  integendeel de muffe rook van een sigaret te inhaleren. En meestal krijg ik van die mensen een groet (terug). Voorts geniet ik ondermeer van het zicht op de vele prachtig aangelegde en goed onderhouden tuinen en hier en daar een vogel op een tak.

Door het gezapig tempo waarmee ik mij als rolstoeler voortbeweeg, merk ik dit dus allemaal op. Datzelfde ervaren ook voetgangers, fietsers en zelfs personen die skateboarden of skeeleren. Als zachte weggebruiker zie je meer en heb je meer sociale contacten. Vandaar ook dat ik een gedreven voorstander ben van verplaatsingen met de fiets of te voet. Met de campagne kom op straat van de voetgangersbeweging, waarvan ik sinds een dikke vijf jaar deel uitmaak, ijveren we er ondermeer voor om de mensen (weer, en meer) op straat te laten komen. En tegelijkertijd dringen we er bij de overheid, in dialoog, op aan, te zorgen voor kwalitatieve, uitnodigende openbare ruimtes, zodat iedereen zich op een aangename en veilige manier kan verplaatsen.

Wat ik gisteren ook opmerkte waren warme luchtballons… wel 10! En ze dreven allemaal in mijn richting. Afgeleid door het kijken naar die luchtschepen en de voortgang van afbraakwerkzaamheden aan een woning in mijn straat, vergat ik even dat er om elke hoek gevaar schuilt, en vloog bijna uit de bocht! De gebrekkige staat van het fietspad, bezijden de gewestelijke verkeersweg, had mijn rolstoel uit balans gehaald, zodat ik er bijkans terug mee in de problemen zat. Maar ik had geluk! Of is er uiteindelijk toch een beschermengel die over me waakt?