02-03-10

Liftperikelen in het UZ

  

Toen ik, in de zomer van 2000, pas in de revalidatiekliniek, het RC genoemd, was gearriveerd, keek ik wel mijn ogen uit. Van een ex-kamergenoot op de verpleegafdeling neurochirurgie, die al eerder naar het RC was getransfereerd, maar zo nu en dan nog eens terug kwam, had ik nochtans vooraf wel al te horen gekregen waar ik me aan kon verwachten.

Nogal wat mensen met een tetraplegie, dus verlamming van ondermeer de vier ledematen. Tevens een aantal personen met een paraplegie, zijnde verlamd aan de onderste ledematen. En voorts iemand met een hemiplegie, dus halfzijdig verlamd, en voorts enkele individuen die één of meerdere ledematen misten of althans een deel ervan.

Een bont allegaartje fysiek beperkte personen dus. Waarvan de meeste onder hen zich verplaatsten met gebruik van één of twee krukken, een wandelrekje of middels een rolstoel. Manueel of elektrisch. Enkele mannen waren daar evenwel nog niet aan toe en werden in hun kamer van bed naar massagetafel getransfereerd en al liggend naar de oefenzaal verplaatst.

Allen samen zouden zij de eerstvolgende tijd, die ik zo kort als mogelijk wou houden, een belangrijk deel uitmaken van mijn leefwereld. Ondanks de voorafgaandelijk verkregen informatie en spijts het feit dat ik zestien jaar eerder ook al eens een half jaar op die plek verbleef, was het toch even wennen.

bandaged-man in wheelchair - 000De eerste keer dat ik mijn kamer werd uitgerold, gezeten in een zwartkleurige manuele rolstoel, die ik reeds op de verpleegafdeling op eigen dwingend verzoek had ter beschikking gekregen, zag ik bij het passeren van de ontspanningsruimte een vent zitten die zo uit een humoristische sketch kon zijn geplukt!

De al iets oudere heer, zat in een compacte elektrische rolstoel, met grote wielen achteraan, en iets kleinere vooraan. Met één van zijn armen in witte plaaster gestoken en, ter hoogte van de schouder, gestrekt naar voren gericht. En op die plaats en in die positie gehouden door een constructie met dunne, doch stevige metalen waterleidingsbuizen.

Dit kon toch niet echt zijn? Zulke constructies werden toch enkel in humorfilmpjes gebruikt? Het bleek evenwel geen frats te zijn. Enkele dagen later kreeg ik van de man in kwestie, die ik hier gemakshalve Jozef zal noemen, te horen, dat hij enkele maanden daarvoor, zittend in zijn auto, na een hoofdbeweging, ineens zijn lichaam niet meer kon verroeren. Waarschijnlijk ten gevolge van een bloedklonter die zich plots, ter hoogte van de nekwervels, in het ruggenmerg had vastgezet.

Zo was Jozef dus verlamd geworden aan de vier ledematen. Om zijn grotendeels willoze armen en handen toch nog enige functionaliteit te geven, zou hij een aantal heelkundige ingrepen ondergaan waarbij ondermeer pezen werden verplaatst, verkort en/of verlengd. En ik meen mij te herinneren dat die lachwekkende lichaamspositie waarin Jozef zich tijdelijk verplaatste, onderdeel was van de helingprocedure na één van die medisch-technische operaties.

Van Jozef, die helaas inmiddels reeds sinds enkele jaren is overleden, herinner ik me trouwens een incident waarin de brave man de hoofdrol speelt.

Omdat hij zelf niet op de knop kon drukken om de kokerlift aan de vragen of de automatische deuren er van te openen, diende de brave man, zo hij op dat moment de enige wachtende potentiële liftgebruiker was, steeds iemand aan te spreken om op de knop te drukken. En eens in de liftcabine, ook op de knop te drukken van de etage waar hij heen wou. Het gelijkvloers, de kelder of de eerste verdieping.

Waarna de vriendelijke helper of helpster vlug de kooi uitsprong. Want aangezien Jozef achterwaarts de lift inreed, kon hij immers, eens aangekomen op de juiste hoogte, zonder de hulp van derden, probleemloos, en zonder tegen iets of iemand aan te botsen, door de elektrische schuifdeuren, de lift uitrijden.

Nu was die lift al een sinds een jaar of dertig geïnstalleerd en begon deze ouderdomsverschijnselen te vertonen en slijtageproblemen. Waardoor hij regelmatig dienst weigerde. En iedereen diende gebruik te maken van de tweede in het gebouw aanwezige lift. Die overigens veel kleiner was dan het andere exemplaar.

Tot de gespecialiseerder herstelploeg ter plaatse kwam. Wat meestal vrij snel gebeurde. Tenminste als die, via de noodtelefoon in de liftkooi of anders telefonisch door iemand van de verpleging, paramedici, kuisploeg, refterdames... van het euvel op de hoogte werden gebracht.

Wat niet gebeurde op het moment dat de lift vast kwam te zitten met enkel en alleen Jozef erin. Want de man kon telefonisch geen alarm slaan omdat hij fysisch niet in staat was om de noodhoorn vast te nemen. En elke andere persoon die de lift wou nemen, ineens doorstapte of doorreed naar de volgende lift.

Tot er dan toch iemand dromerig en geduldig op de lift wachtte waarin Jozef vastzat. Geen notie nemend van de rode indicator die een panne aanduid. De lift kwam niet, maar de met een goed gehoor behepte dromer hoorde wel het flauwe hulpgeroep van Jozef. De verlamming had immers ook de werking van 's man spier en pees van het middenrif aangetast. Wat dan weer een invloed had op Jozef zijn longwerking en ergo de onmogelijkheid veroorzaakte om luid te praten, laat staan te roepen. Uiteindelijk is Jozef, na minstens een half uur eenzaam opgesloten te hebben gezeten, na een dringend ingrijpen van de technische herstelploeg, uit de lift kunnen rijden.

Ligtvoet LMD blue - 000Zelf ben ik ook ooit eens komen vast te zitten in een lift. En wel op de terugweg van een mij, via de onderaardse gangen van het ziekenhuiscomplex, in de late namiddag naar een afspraak begeven in één van de poliklinieken. Toen verplaatste ik me reeds sinds geruime tijd middels een elektrische rolstoel.

Op mijn heenweg had ik een, zich daar in die molpijpen al fietsend voortbewegend personeelslid, aangesproken om de manueel te openen liftdeur voor me open te houden, zodat ik er achterwaarts in kon rijden, de knop van de eerste etage, waar ik zijn moest, in te drukken en de deur voor me te sluiten.

Een bedankje, een groet en ik was weg, de hoogte in. Van -1, over 0, tot +1, alwaar de lift halt hield. Ik reed met mijn blauwe elektrische rolstoel zachtjes vooruit. De druk tegen de liftdeur, door mijn op de voetsteunen van mijn verplaatsingsmiddel staande onwillige stappers, liet deze op scharnieren draaiende deur open gaan, zodat ik de wachtruimte van dit dispensarium kon inrijden. Waarna de deur zachtjes achter me dichtklapte. Nog vooraleer een verbaasde, van zijn stoel opstaande, op zijn beurt wachtende persoon zijn intenties om me met de deur te helpen, had kunnen waarmaken.

Toen het consult was beëindigd, was het in de gang behoorlijk donker en was er in de wachtzaal niemand meer te bespeuren. Dus reed ik terug de gang in om een nog in het gebouw aanwezige menspersoon te zoeken die me naar beneden kon helpen. In een kantoortje waar nog licht brandde, zag ik door het half gematteerde vensterraam enige beweging. Ik tikte op het raam. Waarop een dame, met haar jas reeds aan, en een handtas in de hand, de deur opende. Zij wou me met graagte helpen en moest trouwens de kant van de lift uit. Om via de trap ernaast, naar de uitgang te stappen op het gelijkvloer. Want het sluitingsuur van het zittingslokaal voor poliklinische behandeling was reeds ruimschoots voorbij; Zodat deze dame, net zoals haar collega's die reeds vertrokken waren, ook huiswaarts mocht gaan.

De vriendelijke dame hielp me dus de lift in, drukte op de knop voor transport naar de kelderverdieping, ontving mijn dank, en sloot na onze wederzijdse afscheidsgroet, de liftdeur. Waarop de liftcel zich in beweging zette. Om even later tot stilstand te komen... tussen twee verdiepingen! De licht in de cabine ging uit. Wat nu? Een mobieltje had ik toen nog niet. Wie had ik trouwens met dat ding moeten bellen? Met wat wringen van mijn lichaam slaagde ik er in om in het duister de knop te vinden en er met de wijsvinger van mijn linkerhand zelfs op te drukken. Waarop de lift zich weer in beweging zette.

Zij die van drama houden zullen op hun honger blijven zitten, want ik ben tot in de kelderverdieping geraakt zonder dat er zich een herhaling van het probleem voordeed. Maar dit voorval was voor mij een nuttige les. Nadien ben ik, ondanks het vaak voorkomende onbegrip van derden, omwille van deze houding en dit principe, nooit meer een krappe, oude lift ingereden, zonder een andere, valide persoon bij me. De enige liften waarin ik me wel nog alleen in durf te laten verplaatsen zijn de grote, ruime exemplaren, waarin ik me probleemloos kan draaien, het bedieningspaneel kan bedienen en van de noodtelefoon gebruik kan maken. En die je voornamelijk vind in moderne, recent gebouwde ziekenhuizen, grote winkelcentra, overheidsgebouwen...

29-12-09

Goede voornemens

  

Het is zowat een traditie dat de mensen die deze wereldbol bevolken, op het einde van het kalenderjaar, aan hun omgeving hun intenties kenbaar maken voor het volgende jaar. Schrijver dezes doet daar telken jaar vlijtig aan mee. Niet zo zeer om te vermijden uit de toon te vallen, maar veeleer, om niet te zeggen volledig, uit overtuiging! Ook dit jaar heb ik gedurende de voorbije weken een heleboel goede voornemens gemaakt. Maar wachten tot het wisselen van de jaartallen om mijn bedoelingen ten uitvoer te brengen, daar zie ik het nut niet van in. Niks uitstellen tot morgen dat reeds vandaag kan worden gedaan, is mijn motto. Vandaar dat ik nu al bezig ben met het realiseren van mijn goede voornemens!

AfvallenZo heb ik een dikke week geleden de beslissing genomen om gezonder te eten en zelfs op dieet te gaan. En ben ik daar dan ook stante pede mee begonnen! Dat mooie dametje dat dit postje siert, heeft daar geen nood aan. Maar ik wel, dus! Niet dat ik al echt, wat je noemt, 'DIK' ben, maar een tiental kilogram vet mag er toch wel af. Niet uitsluitend en alleen ten bate van mijn gezondheid, maar ook om mijn verplaatsingen, van bed naar rolstoel en omgekeerd, vlotter en met minder inspanning van mijn verpleegkundigen te laten verlopen. Dubbele winst is dus mijn objectief. En ik ben overtuigd van een slaagkans van 100%. Deze (zelf)zekerheid wordt me ingegeven door de wetenschap behept te zijn met een karakter dat een hoog percentage volharding bevat!

Daarbovenop ga ik ook wat meer bewegen. Af en toe mijn elektrische rolstoel aan de kant laten staan en mij corpus al stappend verplaatsen, dat zit er helaas niet in. Mijn lichamelijk actief zijn beperkt zich tot het wat heen en weer wiebelen vanuit zitpositie. Waarmee ik uiteraard ook reeds ben gestart! Tot verbazing, of eerder zelfs verbijstering van mijn omgeving. Van de gezichten van hen die Cartoon 'Goede Voornemens' - 002getuige zijn van deze bezigheid kan ik zo aflezen dat zij toch hun bedenkingen hebben bij mijn uitleg dat deze lichaamsgymnastiek mijn doelbewuste keuze is. En dat ik niet aan het flippen ben. Althans niet meer dan gewoonlijk! Knipogen

Mijn voornemen van vorig jaar om ervoor te zorgen dat het inkomende postvak van mijn elektronische brievenbus nooit meer dan enkele onbehandelde berichten zou bevatten, bleek in de praktijk moeilijk realiseerbaar te zijn. Tot ik een goeie maand geleden schoonschip maakte in die map. Maar de quasi leegheid hield niet lang stand. Dus heb ik er gisteren maar weer eens werk van gemaakt en ben ik vast van plan vanaf nu alle inkomende berichten onmiddellijk te verwerken. Als ik zo nu en dan, uit overmacht wegens bijvoorbeeld geen tijd of geen zin, het spel een beetje vals speel, door te beantwoorden e-mails door te sluizen naar de map 'concepten', dan lukt het me ongetwijfeld om ook dit voornemen waar te maken! Lachen

Rich girl (klein)Wat ik ook al sinds enkele dagen doe, en tijdens het komende jaar absoluut wil volhouden, is dagelijks minstens één keer hartelijk te lachen. En een liedje te zingen. Of dit althans te proberen. Door de laatst vermeldde activiteit als eerste te plannen, zet de eerst gemelde bezigheid zich doorgaans spontaan in. Een goede combinatie dus en makkelijk zat! Hier luiden de motto's: 'Lachen is gezond' en 'Muziek verzacht de zeden', bovenop het profijt dat ik er mij op het vlak van afslanken mee doe, door de calorieën die bij deze bezigheden worden verbruikt.

Voorts is er nog een resem dingen die ik wil verwezenlijken, maar noodgedwongen pas na Nieuwjaar kan bewerkstelligen. Eén ervan is de aankoop van een aangepast busje. Dit moet me ook wel lukken zonder de steun van een sponsorende serviceclub, een vermogende zakenman om rust, een Lottowinnaar, een gepensioneerde herenboer, een oosterse oliesjeik of een (jonge) miljardairweduwe! Knipogen

Prettige eindejaarsdagen. Tot na de wisseling!

04-10-09

Heden en verleden - Omvallende bomen

 

Bomenrij - 000Mijn ouders hun huis en stallingen stonden op een lap grond, waarop voor de woning een gewone tuin met graspleintjes en bloemperkjes was aangelegd en achteraan een moestuin. Hun eigendom was gelegen naast een veldweg, een 'slag' zoals wij dat noemden. Welke gebruikt werd door de boeren uit de buurt, om tot bij hun weiden of landbouwgrond te geraken.

Vanaf de straat gezien was onze doening rechts van die veldweg gelegen. Terwijl links ervan een stuk landbouwgrond lag. Nu stond aan de straatkant, over de ganse breedte van die akker, een rij hoge bomen. De eerste van de rij, deze op de hoek van de akker en het begin van de veldweg, die trouwens door mijn pa gratis en voor niks werd onderhouden, was eigendom van mijn ouders. En als kleine rakker was ik er reuze trots op dat zij de eigenaars waren van zo een gigantische boom!

De rest van de bomenrij was reeds jaren daarvoor geveld en vervangen door jonge aanplant, en ons oude huis en het grootste gedeelte van de stallingen gesloopt en vervangen door een door mijn pa eigenhandig gezette nieuwbouw, toen een jaar minder dan een kwarteeuw geleden, mijn pa het plan opvatte om ook 'onze' boom te vellen. Om wat voor reden durf ik niet met zekerheid te schrijven, maar ik vermoed dat hij goedkope brandstof wou voor de allesbrander, die toen al sinds enkele jaren 's winters onze living en keuken verwarmde.

Alhoewel ik inmiddels reeds in mij adolescentiejaren vertoefde, was ik ook als 18-jarige toch niet onverdeeld gelukkig met mij vaders voornemen. Maar ik had in deze kwestie niks in de pap te brokken. Die boom zou neergaan en daarmee basta!

Deze klus laten klaren door een professionele, in dit soort dingen gespecialiseerde firma, werd slechts heel even overwogen. Maar vrij snel als optie van de baan geveegd. Wegens veel te duur. De opbrengst van het hout zou niet eens toereikend zijn geweest om de kosten te dekken van het vellen. Dus zou mijn vader, een ervaren doe het zelver, met de hulp van enkele buurmannen, de boom zelf neerleggen.

Op een mooie lentedag was het zo ver. Vanuit onze living, waar ik met een, bij mij op bezoek zijnde, leeftijdsgenoot, een maat uit de buurt, zat te keuvelen, zag ik mijn vader en enkele mannen, alles in gereedheid brengen voor de job. En er stonden ook nog enkele andere buren te kijken en aanwijzingen en commentaar te leveren op de voorbereidende werkzaamheden.

Tractor - 001Er werd een lange houten ladder tegen de boom geplaatst en we konden zien dat mijn pa een dik touw rond de stam bevestigde, zo hoog mogelijk in de boom als waar hij met zijn handen kon reiken. De uiteinden van dat touw werden vastgemaakt aan de tractor van een boer uit de buurt. Trouwens tevens de eigenaar van de akker waarop het de bedoeling was dat onze boom terecht zou komen.

De boom helde over in de richting van ons huis, maar de tractor stond, met het touw gespannen, zo opgesteld dat deze de vallende boom de andere richting uit zou kunnen trekken. En de ervaren doe het zelf boomhakker uit onze buurt, die had aangeboden het afzagen van de boom voor zijn rekening te nemen, had ook  de kant van de akker uitgekozen om, middels zijn kettingzaag, een spie uit de boomstam te halen.

Die boom kon dus niet verkeerd vallen, veronderstelde iedereen. Maar wat zag ik, en allicht ook ieder ander die toekeek? Dat, eens de boom in beweging kwam, hij geheel en al viel, in de richting van ons huis! Verbijsterd en met schrik zag ik die kolos van een boom recht op ons afkomen. Mijn maat en ik keken elkaar angstig aan. Wat hij vervolgens deed, dat weet ik niet, maar ik schreeuwde "oh, neen" en kneep mijn ogen dicht tot het gevaarte neerkwam, met een harde bonk, die de grond onder onze voeten deed daveren.

Toen ik mijn ogen opnieuw opende, was er van de door mij gevreesde ravage, binnenshuis niks te merken De buitengevels stonden er nog allemaal en ook het glas in de vensterramen was niet gebroken. We spoedden ons naar buiten. Waar de zon, als het ware spottend, enkele zuinige stralen in de richting van de aarde stuurde. Waar in onze voortuin de boom lag die volgens het vooropgezette plan nochtans had moeten landen op de akker, enkele meters ernaast.

Naderhand bleek de oorzaak van deze ellendige misser het feit te zijn dat de boer te laat in actie was gekomen en dan op de koop toe zijn tractor niet onmiddellijk kreeg gestart. Toen dat luttele seconden later dan toch lukte, was hij nog enkel in staat geweest om de schade te beperken. Die al bij al nog meeviel. Enkele zware takken van de kruin van de boom hadden een deel van onze uit betonplaten met daarboven draad gespannen afsluiting vernield. En enkele minder zware takken hadden nog net de hoek van de overhangende dakgoot kapot gemaakt. De gevel van ons huis was niet geraakt en dus intact gebleven. Gelukkig maar!

Mijn vader was geschrokken en boos. Met zijn gebalde vuisten hemelwaarts gericht, nam hij de schade op. Ook mijn ma was vanuit haar keuken naar buiten gerend. En stond een beetje wezenloos de boel te aanschouwen. Een deel van haar bloemenperk was naar de knoppen. Wat haar evenwel op dat ogenblik allicht het minste zorgen baarde.

KliefhamerHet is uiteindelijk allemaal nog snel en zonder al te veel werk en kosten, in orde gekomen. Die dakgoot kon voor weinig geld worden hersteld, de afsluiting maken was een kwestie van het aankopen van enkele nieuwe betonpalen en -platen, en het spannen van een nieuw stuk draad, dus dat was ook de kost niet. Die boom werd onmiddellijk na zijn val geheel en al in stukken gezaagd. Die vervolgens ook nog eens werden gekliefd met een kliefhamer, een combinatie van een bijl en een voorhamer. Dat die boom dit trieste lot onderging was niet als straf voor de aangerichte schade, maar gewoonweg de uitvoering van het origineel plan.

Een van de buurmannen, die mijn vader hielpen bij dit stoofhout kappen, grapte dat het hout van deze boom hem twee keer warmte zou verschaffen. Een eerste keer toen, op dat moment, door het stijgen van zijn lichaamstemperatuur bij het zagen, hakken en klieven en een tweede keer op het moment dat het hout van de boom zou branden in de stoof.

****

Als rijpe twintiger verhuisde ik naar mijn eigen woning, waar ook een grote tuin aan is verbonden. De hoogste boom in deze tuin met allerlei boom- en struiksoorten en allerlei ander groen, was een kolos van een zilverberk. Ooit door een vorige eigenaar van dit perceel, gepland op een positie ongeveer halverwege de achtertuin, en ook in de breedterichting op ongeveer dezelfde afstand van de grens met de naburige percelen, links en rechts van mijn tuin.

Silver_Birch_TreeDie reus van een zilverberk stond daar te pronken als trotse, alle andere bomen en struiken overheersende tuinbegroeiing. Van ver in de omtrek van mijn eigendom kon je hem zien staan. Die houten gigant, die ook door geen enkele boom in de tuinen van de buren, in de ruime omgeving van onze woning, werd overtroffen qua hoogte en omvang. Onaantastbaar en onverwoestbaar, zo leek hij te zijn.

Tot het noodlot toesloeg, in de vorm van een blikseminslag bij noodweer. Hoge bomen vangen, ook letterlijk, niet enkel veel wind, maar zijn ongelukkigerwijs tevens een gemakkelijke prooi en doelwit voor andere natuurfenomenen.

Dat de bliksem ernstige schade had aangebracht aan de zilverberk, dat kon ik de dag na de inslag zichtbaar vaststellen. Vanaf de top van de stam, tot enkele meters lager, was een scheur te zien. Maar niks wees er op dat er een onmiddellijk gevaar bestond voor het naar beneden komen van een deel van deze monsterboom.

Lange tijd later woedde er op een zondagochtend een heel zware storm. Normaliter hadden mijn zoons die voormiddag een voetbalwedstrijd moeten spelen. Maar omwille van dit slechte weer, was die op het laatste moment afgelast. Dat nieuws bereikte ons trouwens pas toen zowel mijn zoons als ikzelf, warm ingeduffeld, de wind trotserend, reeds op weg waren naar het voetbalterrein.

Dus keerden we onverrichter zake terug huiswaarts. Er woei een geweldige wind, maar het was helemaal niet koud, noch vochtig. Derhalve had ik ontzettend weinig zin om reeds onmiddellijk terug onze woning binnen te rijden. Waar ik dan ongetwijfeld ook de rest van de dag zou moeten doorbrengen. Liever had ik even in onze achtertuin vertoefd, maar ik realiseerde mij dat dit, met zulk een stormachtig weer, niet erg verstandig zou zijn geweest.

Wat even later werd bewezen. Want we waren nog maar net binnen in huis, en ik had nog maar pas mijn jas uit, toen één van mijn jongens me meldde dat onze grootste boom uit het gezichtsveld was verdwenen. Wantrouwig, vermoedend dat ik in het ootje werd genomen, verplaatste ik mij snel naar de verandaramen achteraan in ons huis en keek van daaraf naar buiten. Mijn kijkers kregen een totaal ander uitzicht op de tuin te zien dan ze gewoon waren, want die doorgaans direct in het oog springende zilverberk was inderdaad foetsie!

De volgende dag, toen het weer terug wat rustiger was, reed ik de tuin in en vond de kolos, meedogenloos geveld, op het grasveld. Een triest zicht, vond ik dat. Maar nu die boom beneden lag, ontdekte ik wat de schors al die tijd had kunnen verborgen houden, namelijk dat de boomstam binnenin volledig was uitgedroogd. Het was eigenlijk een wonder dat dit gevaarte niet eerder tegen de vlakte was gegaan.

Het grasperk, dat voordien door de weelderige kruin van de zilverberk, als het ware van de buitenwereld werd afgeschermd, baadde nu in een zee van licht.  Dat mijn mooie boom wijlen was, daar ben ik toch wel enkele dagen verdrietig om geweest. Niet dat ik triest in een hoekje ging zitten, maar het neergaan van mijn lievelingsboom, en het feit dat ik hem als gevolg daarvan tot brandhout moest laten verwerken, had me toch wel geraakt. Figuurlijk althans, want ik zat, zoals voorheen geschreven, veilig binnen in huis toen die mastodont neerviel.

Mijn mooie tussenhaag was spijtig genoeg wel getroffen. Maar kom, die was enkele maanden na het gebeurde, alweer de oude. Bomen, planten, struiken en zo meer hebben het geluk dat, wat ze kwijt spelen, er naderhand vaak vrij eenvoudig terug aangroeit. Dat het mensdom daar eens een voorbeeld aan neemt! Knipogen

****

Helemaal rechts achterin onze tuin, op de scheiding van ons perceel en dat van de achterburen en de buren aan de zijkant, stond een fruitboom die al sinds jaren op rust was. Dus reeds lang geen vruchten meer produceerde. En die een kruin had waarvan nog slechts enkele takken het geluk kenden in de lente de basis te zijn van enkel groene bladeren.

Die boom, of althans wat er nog van overbleef, had het geluk gevat te zitten in de zijtakken van een, er vlak naast staande, nog steeds volop in leven zijnde spar. Met het verstrijken van de jaren was deze boom, met een toch wel redelijke stamdikte, zijnde een goeie 40 centimeter, evenwel geleidelijk aan schuin komen te staan. En verloor de spar er daardoor beetje bij beetje haar greep op.

Aangezien hij naar onze tuin overhelde, en bij een eventueel vallen dus niet op de eigendom van onze buren terecht kon komen en desgevallend schade aanrichten, was ik vrij gerust. Toch zocht ik naar een oplossing om de boom te verwijderen. Want na elke periode met hevige rukwinden, kwam de boom steeds schuiner te staan. En hoewel er vrijwel nooit iemand in die hoek vertoefde, wou ik toch niet het risico lopen dat, als het toch eens zou gebeuren, degene die er liep, dat gevaarte op het hoofd zou krijgen.

No vacancy cartoonDie nare ervaring uit mijn jonge jaren indachtig, wou ik de klus in geen enkel laten klaren door amateurs. Maar integendeel de job laten uitvoeren door professionelen. Aangezien de plek waar die boom stond, moeilijk bereikbaar was, konden die daar evenwel niet geraken met een hoogtewerker. En een lange ladder tegen die hellende boom plaatsen was te riskant. Een ladder tegen de spar plaatsen en vanuit die positie met een zware boomzaag aan het werk gaan, was ook niet echt een acceptabel alternatief.

Wikkend en wegend hoe ik die bejaarde fruitboom daar dan wel weg zou krijgen, reed ik op een zonnige namiddag nog eens naar die hoek, om de situatie aldaar nog eens deftig te bekijken. Vlak naast de scheiding met de tuin van onze achterbuur, en op een meter of vijf afstand van de boom, bleef ik staan. Maar niet voor lang. Want ik voelde mij allesbehalve veilig op de plaats waar ik stilstond. Want ik kon zien dat de spar haar greep op de boom nagenoeg volledig was kwijt geraakt en de oude fruitboom meer dan ooit overhelde, in de richting van waar ik zat!

Die moest daar dus uiterst spoedig weg, besliste ik. En ik zou daar eerstdaags werk van laten maken! Maar zo ver hoefde het niet te komen, want de natuurelementen namen me het werk uit handen. Nog diezelfde avond stak er, gelijktijdig met een fikse regenbui, een sterke wind op, die in de loop van de nacht nog toenam in snelheid en kracht!

De volgende ochtend had ik reeds het vermoeden dat er die nacht wel eens iets met die boom zou kunnen gebeurd zijn. En aangezien het stormen en regenen tegen de middag aan zo goed als helemaal voorbij was, ging ik toen een kijkje nemen achterin de tuin. Waar het onweer hevig te keer was gegaan, want alle paden en graspleintjes lagen bezaaid met takken, bladeren en ander groen en anderskleurige tuinelementen waarmee de wind een spel had gespeeld.

En, zoals verwacht had die wind ook de boom in de hoek neergehaald. Hij was gevallen pal op de plek waar ik de dag ervoor nog had gezeten! Toch vriendelijk van die boom om te wachten met zich neer te laten leggen tot ik van het toneel was verdwenen. Stel je voor dat ik die brok hout met alles wat er aan hing, op mijn kop en alles wat daar aan hangt, had gekregen. Dood was ik dan allicht niet geweest. Tenzij het al te lang zou hebben geduurd vooraleer men mij kwam 'redden'. En er in dat geval al zo veel bloed uit mijn lichaam zou zijn gestroomd, dat mijn lichaam er dan toch het bijltje zou hebben bij neergelegd. Knipogen

Maar hoogst waarschijnlijk was het resultaat van dat onder die vallende boom terecht komen, veel erger geweest. En had ik het avontuur overleefd met nogal wat lichamelijke schade aan mijn lijf en materiële schade aan mijn elektrische rolstoel. Verzekeringsgewijs is dit laatste trouwens ook lichamelijk, wegens een onontbeerlijk hulpmiddel zijnde, en een materieel verlengde van de persoon die er aan gebonden is.

Voor de kwebbelaars in mijn woonplaats was het zonder twijfel jammer dat geen van de twee laatst vermeldde scenario's bewaarheid is geworden. Want er zou ongetwijfeld enorm veel geroddeld zijn geweest nopens dit voorval. En vooral verzonnen. Een verhaal dat dan zeker de ronde zou hebben gedaan, is dat van de poging tot zelfdoding. Daar zou ik trouwens zelf ook wel één en ander rond kunnen verzinnen. Maar voor dit verhaal heb ik me netjes aan waar gebeurde feiten gehouden.

Ru(sh)di(e), 4 oktober 2009.

27-07-09

Ontmoeting met een oud-bekende

 

Een jaar na mijn geheel ongepland en ononderbroken anderhalf jaar verblijf in het ziekenhuis, was ik thuis eindelijk in die mate georganiseerd dat ik mijn toen zesjarige tweeling elke ochtend naar school kon brengen.

Doorgaans zat er dan één van hen op mijn schoot, terwijl de andere op mijn voeten zat, op één van mijn armsteunen of zich liet vervoeren door achteraan op het chassis van mijn zware elektrische rolstoel te gaan staan. En soms stapten mijn jongens gewoon allebei naast me mee. Met één handje de leuning van die voor mij zo onontbeerlijke machine vasthoudend. Mensen, wat genoot ik ervan deze taak te kunnen uitvoeren. Je kinderen naar school begeleiden zie ik trouwens niet zozeer als een plicht, maar eerder en vooral als een voorrecht!

De weg naar huis legde ik af tegen het verkeer in. De 3-vaks rijweg oversteken ter hoogte van onze woning was immers onverantwoord wegens levensgevaarlijk door het snelle, vaak roekeloze auto-, motor- en vrachtverkeer.

Biking woman - 000 (klein)Tijdens die eerste terugrit botste ik bijna tegen een fietsende dame. Die wel in de juiste richting reed! Ze zat voorovergebogen op haar, vooraan het stuur van een mandje voorziene, conventionele damesfiets. En duwde met haar voeten naarstig op de trappers. Waarschijnlijk was die gehaast om tijdig op haar werk te verschijnen.

Was het daardoor dat ze geen teken van herkenning uitte? Volgens mij was dit immers de moeder van een schoolvriend uit mijn kinderjaren. Zelf knikte ik haar vriendelijk toe, maar van de dame haar gezicht, half verscholen achter een lange, enigszins krullende en vrij warrige haardos, was geen enkele expressie af te lezen.

Wat een verschil met vroeger! Want naar ik mij herinnerde was dat een heel praatgrage dame. Die steeds met luide stem elkeen die ze kende, van verre toeriep en als ze, tussen haar steeds weer gehaast met de fiets van hot naar her  rijden voor werk, boodschappen, familiebezoek of wat dan ook, zelfs maar even de tijd had, dan liet ze deze gelegenheid nooit onbenut om een praatje te slaan.

Maar mogelijks was er daar met het ouder worden enige verandering in gekomen. Niet erg waarschijnlijk en vanzelfsprekend, maar klaarblijkelijk toch wel het geval. Tijden veranderen en zo soms ook mensen. En aangezien mijn voorlaatste ontmoeting met mijn jeugdvriend zijn moeder reeds van misschien wel 20 jaar eerder dateerde, kon er in die tijdspanne veel gebeurd zijn dat had geleid tot een plotse, of geleidelijke gedragswijziging. En ook lichamelijke wijziging. Want ze leek me kleiner dan in mijn herinneringen. Maar dat kon zijn omdat ik toen zelf een klein mannetje was, en dan lijkt elke volwassene een reus. Of anders kwam dat misschien omdat ze inmiddels van ouderdom was gekrompen, of allicht een combinatie van deze factoren, aangevuld met een niet geheel juiste memorie.

Vanaf die dag zag ik de vrouw vrij vaak. Meestal 's ochtends omstreeks half negen, maar soms ook op andere tijdstippen. En telkens weer zei ik haar vriendelijk gedag, of lachte haar op zijn minst beleefd toe of knikte met mijn hoofd. Altijd leek ze gehaast. En me aanspreken deed ze nimmer. Maar na enkele passages, waarbij we elkaar kruisten, vertoonde ze uiteindelijk toch tekens van herkenning en begon ze mijn begroeting te beantwoorden. Non-verbaal evenwel.

Raar is het feit dat ik deze vrouw nooit elders tegenkwam en zich nimmer anders voortbewegend zag dan op haar blijkbaar onafscheidelijke fiets. Dus wat er in al die jaren nooit gebeurde was bijvoorbeeld haar aantreffen terwijl ze te voet door de straten slenterde op de wekelijkse openbare marktdag. Of met een winkelkarretje struinend door de gangen van één van onze lokale supermarkten of een andere winkel, waar ik mezelf met mijn vehikel kon in voortbewegen;

Maar zo verwonderlijk was dat dan ook weer niet. Want de dame was steeds nogal sociaal geëngageerd geweest in het dorp waar ik mijn jeugd doorbracht. Een deelgemeente van de stad waar ik woon en leef, sinds ik 'groot' ben. Mogelijks deed zij al haar inkopen lokaal en kwam ze slechts naar 'de grote stad' om haar werk uit te oefenen. Kuisen bij particulieren of op scholen, zo meende ik mij te herinneren.

Enkele jaren na die hiervoor beschreven hernieuwde ontmoeting reed ik, op een zonnige lentedag, aan een gezapig tempo, over het marktplein van mijn woonplaats, toen ik iemand mijn voornaam hoorde roepen. Een uiterst herkenbare zware vrouwenstem. Ik draaide mij met mijn rolstoel in de richting van waar het geluid afkomstig was. En daar stond ze dan!  Mijn jeugdvriend zijn ma! Maar niet in de gedaante van de persoon van wie ik reeds sinds jaren aannam dat zij het was. Het plaatje klopte nochtans redelijk. Een warrige haardos en de fiets aan de hand! Maar ze was niet gekrompen. En haar fiets was weliswaar ook een oud model, maar zonder mandje aan het stuur. Het vehikel was evenwel uitgerust met twee flinke fietstassen. Eén aan elke zijde van het fietsstoeltje, zoals het hoort.

Mijn oud-maat zijn ma was nog even joviaal als in mijn verste herinneringen. Ze vroeg me hoe ik het stelde. In dat sappige, gekke dialect van haar. Niet de streektaal van de gemeente waar ze toen reeds sinds tientallen jaren woonde, maar in deze van de plaats van waarvan ze oorspronkelijk vandaan komt en haar jeugd doorbracht.

In antwoord op mijn vraag, bracht ze me op de hoogte van de toenmalige conditie van haar zoon en daarna wisselden we nog wat woorden uit. Maar veel tijd om te babbelen had ze niet, want ze had net gedaan met haar dagelijkse werk als kuisvrouw in een middelbare school in de buurt en moest er snel vandoor om nog vlug wat boodschappen te doen en toch tijdig thuis te zijn en klaar met het bereiden van het avondeten, tegen het moment dat haar man zou thuiskomen van zijn werk.

Bij het wat later naar huis rijden moest het toch wel lukken dat, toen ik bijna de oprit van mijn woning had bereikt, vanuit de tegenovergestelde richting die dame kwam aangespurt, waarvan ik tot dan toe abusievelijk had aangenomen dat het de mama was van mijn vroegere school- en speelkameraad.

Tegen het moment dat ik had beslist of ik die dame nu zou blijven groeten als was het een oud-bekende, wat ze, zoals een goed uur daarvoor was bewezen, duidelijk niet was, of haar vanaf nu straal zou negeren, was het vrouwmens me al lang gepasseerd. Ze had me bij het voorbijrijden slechts een zuinige glimlach toegeworpen en vroeg zich nu waarschijnlijk af waarom ik haar voor het eerst in al die jaren geen gedag zei.

Tot op de dag van vandaag rijdt de fietsende dame nog regelmatig voorbij mijn huis. Wie ze is, waar ze woont en naar welke bestemming ze zich dan telkens weer zo haastig spoedt, daar heb ik het raden naar. En het interesseert mij ook helemaal niet. Maar na die ene dag, waarop de verwarring mij even in haar greep hield, ben ik deze onbekende fietsster, op momenten dat ze mijn pad kruist, iets minder uitbundig, maar toch gewoonweg beleefd, gedag blijven knikken.

13-07-09

Vakantie

 Sad - 000 (klein)

Wat voor de meeste wezens, die behoren tot de menselijke bevolking van deze, in het eindeloze heelal rondzwevende aardkloot, het hoogtepunt van het kalenderjaar is, of althans één van de hoogtepunten, is voor mij een doorgaans doffe, ellendige tijdsperiode. En neen, anticiperend op de suggestie die enkele van mijn gewaardeerde lezers mogelijks onmiddellijk wensen naar voor te schuiven: op reis gaan met lotgenoten is niet aan mij besteed. Om velerlei redenen, waarover ik in dit postje evenwel niet wens uit te weiden.

Je zal me dus dit jaar, voor de zoveelste keer op rij, wederom terugvinden in 'Graskant', residentie 'Le Jardin', in de buurt van 'Nieverans'. Thuis dus! In mijn mooie, vrij grote achtertuin. Als er niet te veel regen valt, weliswaar. Maar kom, ik blijf positief, en vertrouw erop dat er voldoende gelovigen zijn die hun Heer aanbidden om schoon weer te krijgen en hopelijk met resultaat. Waarvan wij, thuisblijvers dan ook kunnen mee profiteren.

Blote tieten - 000Enkel jammer dat ik me in mijnen hof niet kan amuseren met blote tieten tellen, zoals dat van op de dijk aan de kust wel kan. En het aantal schaars geklede dames dat doorgaans door mijn tuin flaneert is eveneens nihil. Dus veel bekijks is er hier niet. Buiten het vele groen in allerlei variaties, de bruine plekken in mijn gazon en bloemen in allerlei kleuren en formaten. Ook mooi hoor, daar niet van. Ik zal qua activiteit op mijn vakantieplek dus genoodzaakt zijn om, achteruit gekanteld in mijn elektrische rolstoel, onderwijl luisterend naar de muziek die uit mijn MP3-speler weerklinkt, me ledig te houden met het lezen van lectuur naar eigen keuze of desnoods met het tellen van witte wolkjes of de hoog in de lucht klievende vliegtuigen.

Inmiddels leef ik hier alweer meer dan twee weken op mijn eentje. Niet als kluizenaar, want er komt hier dagelijks wel wat volk over de vloer. Deels uit noodzaak, want voor veel dingen vond ik een manier om mijn plan te trekken, maar alleen al om bijvoorbeeld in- en uit mijn bed te geraken heb ik hulp nodig. En mezelf wassen is er ook niet bij. En de huishoudelijke taken raken ook niet gedaan door er gewoonweg aan te denken. Dat weet ik met stellige zekerheid, want ik heb dat tot in den treure uitgeprobeerd. Knipogen

Mijn dagen zijn, als steeds, goed gevuld, dus vervelen doe ik me geenszins. Behalve dan, eens ik na elf uur 's avonds in bed lig. En voor het slapen nog even mijn minitv'tje aanzet. Om naar de bewegende beelden te kijken die op die kijkkast verschijnen. En mij meestal niet weten te boeien. Maar kom, af en toe valt er wel eens iets ludiek en/of amusant te zien. Alleen maar jammer van die storende programma's die men uitzend tussen de interessante reclameblokken. Knipogen

16-06-09

Hulp uit onverwachte hoek

 

Een al wat oudere dame, die heden op pensioen is, maar tot voor kort een riant inkomen haalde uit haar activiteiten als prostituee, wil graag nog eens een orgasme beleven zoals in haar jonge jaren. Als gevolg van haar vroegere beroep, maar uiteraard ook door haar ouderdom, zijn haar erogene zones minder gevoelig geworden en zit er daar tevens, op dat genotplekje tussen haar benen, al te veel rek in.

Haar vrienden, waarvan de meeste onder hen senioren zijn, met bijgevolg ook al niet meer zo een efficiënt werkende en omvangrijke 'apparaten', kunnen haar niet het gewenste genot verschaffen. Maar zelfs met haar veel jongere tennisleraar, nochtans voorzien van een behoorlijke, moeiteloos keihard te krijgen knuppel, bereikt de dame niet het beoogde seksuele resultaat.

Daarom besluit ze een advertentie te plaatsen, waarin ze aankondigt op zoek te zijn naar een viriele jongeman met een stevige jongeheer. Ze meldt erbij dat wie er in slaagt haar het hoogste genot te schenken, mag rekenen op een riante financiële beloning. Reeds op de dag dat de annonce verschijnt, biedt de ene na de andere man zich aan. Maar de genotverschaffer is er niet bij.

Ook de daaropvolgende dagen melden heel wat gegadigden zich aan. Geen enkele van hen slaagt er echter in om de vrouw geheel te vullen en haar seksueel te bevredigen. De dame wordt er langzaam maar zeker radeloos van. Als voor de zoveelste keer het schelle geluid van de deurbel weerklinkt, rept ze zich dan ook enigszins verveelt naar beneden.

Ze opent de voordeur. Voor haar staat een jongeman in een elektrische rolstoel, met een bolletje aan zijn kin voor de besturing. Zo te zien heeft deze persoon armen, noch benen. Enigszins gegeneerd zegt de dame: "Ik wil niet onbeschoft zijn, en allerminst je gevoelens kwetsen, maar hoe denk JIJ mij in Gods naam te kunnen bevredigen?" Waarop de invalide man terstond repliceert: "Hoe denk je dat ik heb aangebeld?"


PS: Dat er vaak veel meer in een kerel zit dan je op het eerste zicht zou denken, merk je ook hier.

28-03-09

Niet vergeten!

 

ZomeruurVoor wie nog niet op de hoogte is: deze nacht verandert het uur. Twee uur wordt drie uur. Dat wordt dus een uurtje minder slapen voor mij! Want mijn naar bed gaan ligt vast op 22u30, en de volgende ochtend omstreeks 07u00 staat één van de verpleegkundigen die voor mijn verzorging instaan, er alweer om mij te wassen en me in mijn elektrische rolstoel te helpen!

Voor wie nog eens wil nalezen hoe dat nu ook alweer in elkaar zit met het zomeruur, of de zomertijd, zoals dat ook wordt genoemd, die kan dat hier.

Als, wat ik een aantal jaren geleden in een artikel op het internet las, juist is, dan heeft de redactie van een Nederlands dagblad ooit eens met haar lezers een 1 aprilgrap uitgehaald met betrekking tot het wisselen van winter- naar zomertijd. Men zou, in een artikeltje op de voorpagina van de weekendeditie van deze krant hebben gepubliceerd, dat de invoering van de zomertijd met een week was uitgesteld.

En, opdat de goede, een beetje verstandige verstaander, snel zou begrijpen dat het om een grap ging, schreef de redacteur als motivatie voor het uitstel, dat de toenmalige minister-president, de heer Dries Van Agt, van oordeel was dat Nederland op dat moment nog niet toe was aan een uur langer daglicht.


Blijkbaar had toch niet iedereen de grap door want de ochtend erna, op zondag, arriveerden tientallen mensen een uur te laat voor de kerkdienst. Zij kwamen pas aan op het moment dat de mis al op haar einde liep of, in enkele gavallen, reeds was afgelopen!

De predikanten en de te laat gekomen gelovigen waren woedend op de krant. De voorgangers riepen het volk op massaal hun abonnement op te zeggen. Volgens het verhaal zou een aantal onder hen dat de daaropvolgende maandag ook daadwerkelijk hebben gedaan.