29-04-10

Ambras buiten de klas

      

De buurjongen waar ik tijdens mijn middelbare schooltijd regelmatig mee naar school fietste en vaak ook terug weer huiswaarts keerde, had op een bepaald moment ambras met enkele gasten die ook bij ons op school zaten. Maar een andere studierichting volgden dan zowel mijn buurjongen als mij. Die toen aan het tweede jaar was begonnen, terwijl mijn buur nog maar in het eerste jaar zat.

Die kerel was nochtans even oud als mij, maar hij had zijn eerste jaar middelbaar onderwijs aan een andere onderwijsinstelling doorlopen. Studeren was er, dat jaar, voor hem nauwelijks bij geweest. Er op school een bonte boel van maken, des te meer. In die mate zelfs dat zowel directie als leerkrachten zijn ouders tegen het einde van dat schooljaar vriendelijk, doch dringend hadden verzocht hun zoon na de zomervakantie elders onder te brengen. Wat dus ook was gebeurd. De reeks opgestapelde buizen liet de jongen mooi achter zich, om met een nieuwe lei en een fris elan opnieuw het eerste jaar aan te vatten. Op de school waar ik dus al een jaar lang mijn broek had versleten. En ook wel wat kennis had vergaard.

Wat de oorzaak was van de ruzie, dat herinner ik mij niet meer. En wie precies de amokmakers waren die mijn buurjongen viseerden, dat kon hij me niet precies vertellen. Althans, zijn persoonsbeschrijvingen lieten bij mij geen belletje rinkelen van herkenning. En op zoek gaan naar die kerels kon ook niet. Want mijn maat bracht me pas van de onenigheid op de hoogte op het moment dat we, na schooltijd, onze fiets uit de stalling gingen halen om naar huis te rijden.

De gasten die het op mijn maat hadden gemunt, hadden aangekondigd hem na het beëindigen van de lessen, buiten school op te zullen wachten. Om met hem af te rekenen. Mijn buurjongen zijn beste vriend en tevens klasgenoot, die op onze schoolroute woonde en derhalve meestal met ons meereed, stelde voor om langs een andere weg dan de regulier gevolgde route huiswaarts te rijden. Wat wij een goed idee vonden.

We waren met ons drieën nog maar pas vertrokken of er kwamen ons daar van alle kanten fietsers tegemoet gereden. Allicht geïnspireerd door helden uit actiefilms op televisie of koele krijgers uit de westernboekjes die ik regelmatig las, sprong ik terstond van mijn fiets, duwde mijn stalen ros in de handen van de mij verbaast aankijkende vriend van mijn buur en ging heldhaftig voor mijn buurjongen staan. Met gebalde vuisten sprak ik onze belagers toe. Wie zinnes was om te trachten mijn maat te krenken, zou eerst met mij moeten afrekenen.

Uitdagend bewoog ik mijn hoofd van links naar rechts en keek al die pummels recht in de ogen. Tot ik opeens de stem hoorde van mijn maat zijn vriend. Die zei me dat die jongens tegenover ons niet de slechteriken waren, maar klasgenoten van hem en mijn buurjongen. En dus aan onze zijde stonden. Zo stond ik daar dus mooi voor aap. Belachelijk stoer te doen tegenover de verkeerde personen.

Maar ik liet die blunder niet aan mijn hart komen. En zag het grappige van de situatie wel in. Zo ook de rest van het groepje. Door dit incident was ineens ook alle spanning van ons afgevallen. En reden we in groep, gemoedelijk babbelend, huiswaarts. Die boelzoekers kwamen we op onze weg niet tegen. Waren die van op afstand getuige geweest van mijn optreden? En hadden ze daarom wijselijk beslist niet het risico te lopen slaag te krijgen van de toentertijd potige mij? Of waren ze bang van de grootte van onze groep en vreesden ze hoe dan ook het onderspit te moeten delven? Deze vragen zullen steeds onbeantwoord blijven. Het voornaamste feit was evenwel dat mijn buurjongen nooit meer van hen heeft last gehad.

*****

Datzelfde jaar heb ikzelf trouwens ook eens boel gehad met een jongen. Overigens niet zo verwonderlijk in een gemeenschap waar vele honderden jonge mannen in wording, bij wijze van spreken zitten opeengepakt.

Op de koer van de school, voor het traliehek dat het schoolterrein scheidde van het nabij gelegen park, stonden een aantal houten zitbanken. Uiteraard veel te weinig om alle leerlingen die in deze onderwijsinstelling les volgden, de mogelijkheid te bieden om er tijdens de pauzes op te verpozen.

Op een zekere dag in de lente kwamen mijn klasgenoten en ik tijdens de namiddagpauze als eersten naar buiten. Samen met een tweetal andere jongens nam ik plaats op de bank die stond opgesteld tegenover de deuropening van het schoolgebouw waar we net door waren naar buiten gekomen.

Even later kwamen ook tientallen andere kinderen, deels in groepjes, langs die deur en via de hoofdingang, de koer op. Vele onder hen, druk babbelend. En sommigen elkaar speels duwend. Eén groepje kwam recht op ons af. De twee jongens naast mij stonden direct op. Eén van de jongens die op ons waren afgestapt, keek me met zijn lelijke kop aan en sommeerde me op te krassen. Want die bank was voorbehouden voor hem en zijn maten.

Met die jongen had ik een jaar eerder in de klas gezeten. Na de zomervakantie was hij op school gearriveerd met een inmiddels lange haardos en een ring in zijn linker oor. Wat toen erg in was. Vooral bij hardrock en heavy metalfans. Van stadsgenoten van die gast had ik gehoord dat hij tijdens de zomer in aanraking was gekomen met de politie en het gerecht. En zelfs een tijdje had vast gezeten! Maar of dat waar was of (deels) verzonnen, daar heb ik het raden naar.

Nu was het mij inderdaad reeds opgevallen dat die sukkels nogal vaak op en om die bepaalde zitbank rondhingen. Maar ik was totaal niet van plan die kerel zijn bevel op te volgen. Dus antwoordde ik hem dat die bank er stond voor alle leerlingen. En ook ik dus het recht had er op uit te rusten.

Tegenspraak was dat gastje blijkbaar niet gewoon. Want zijn gezicht kleurde rood van woede. En hij stuurde een rochel richting mij. Wat ik dan weer geenszins apprecieerde. Ik veerde recht en stapte op die speekselproducent af. Welke achteruit deinsde. Dat er iets op til was, had al vlug een deel van de zich op de koer aanwezige scholieren door. Er vormde zich een ganse groep kijklustige tieners om ons heen. Opnieuw spuwde die kerel naar mij. Het slijm belandde op mijn jas. Boos trachtte ik mijn aanvaller op een wederkerige slijmsliert te trakteren. Maar spuwen was geenszins mijn specialiteit. Dus produceerde ik niet veel meer dan wat druppels mondvocht die, als uit een zeef, alle kanten, uitvlogen.

Het volgende moment kreeg ik een harde duw van dat arrogant ventje. Waarmee die kerel naar mijn normen helemaal te ver ging. Elkaar kietelen door het uitdelen van klappen met de vlakke hand, was niet aan mij besteed. Dus haalde ik uit met mijn rechtervuist en trof die kerel, met een flinke mep, vol op de kaak. Hij duizelde even en schudde zijn hoofd. Dan pas zag ik dat ik die kerel had geraakt op een plaats, net onder zijn linkeroog, waar zich net een korst had gevormd op een genezende wonde. Die nu terug bloot lag en bloedde.

Toen die kerel dat doorhad, werd hij woest. En wou me te lijf gaan. Maar ik zag zijn maten hem wijzen op de flink aangegroeide cirkel toeschouwers rondom ons en de naderende toezicht houdende studiemeesters. Hij gromde nog snel me na schooltijd aan het station te verwachten om het conflict af te handelen en verdween toen in de menigte. Toen ik om me heen keek zag ik dat minstens de helft van de schoolbevolking getuige was geweest van dit, voor mij toch, vervelend gebeuren.

Gedurende de overgebleven minuten van de rustpauze en zelfs tijdens de resterende twee lesuren van de dag, diende ik voortdurend te aanhoren dat men een spektakel verwachtte 's avonds aan het station. En op weg naar de fietsstalling werd ik ook, tot vervelens toe, geattendeerd op 'mijn' afspraak aan het treinstation. Nu lag die plek helemaal niet op mijn route naar huis toe en was ik totaal niet van plan mijn rijroute te wijzigen om die brutale medeleerling te plezieren. Als hij wou vechten, mij niet gelaten, maar dan wel op het schoolterrein!

Wat zulke kerels uiteraard niet doen. Want die hebben vaak al heel wat op hun kerfstok. En staan doorgaans al op een niet al te best blaadje bij de directie. Dus heb ik van die kerel achteraf geen last meer gehad. Dit ondanks het feit dat ik die namiddag gewoon huiswaarts ben gereden. Dit in tegenstelling tot een groot aantal schoolgenoten, die tevergeefs aan het treinstation mijn komst hadden afgewacht. Om me aan te moedigen? Bij een nederlaag uit te lachen? Wat kon mij dat schelen.

Die jongen zag ik daarna nog vaak. Zowel binnen de schoolpoort als daarbuiten. Stevig rokend en steeds met grieten in de buurt, die vielen op zijn type. In elk geval zag ik die jongen niet als een potentiële vriend en liet ik me dan ook niet in met hem en zijn activiteiten.

Bijna twintig jaar later heb ik die kerel nog eens terug gezien. Als klant in mijn winkel. Hij bleek toen al jaren chauffeur te zijn. Van internationaal transport. En zelfs in mijn buurt te wonen. Hij herkende mij evenwel niet meer. Maar ik hem des te meer. En ik herinnerde mij zelfs zijn naam nog. Zijn lange blonde haardos was nog intact. En er zat ook nog steeds een ring in zijn linker oorlel. Maar ze had het gezelschap gekregen van enkele piercings in de oorschelp. Ik kon in het uiterlijk van die kerel  nog steeds dat ruige ventje van weleer herkennen. Alleen was zijn huid nu versierd met allerlei tatoeages. Het plaatsen van dergelijke kunstwerken op andermans lichaam bleek overigens een activiteit te zijn waarmee hij zich in zijn vrije tijd bezig hield. Als bijverdienste. En uit ons gesprek kwam ik te weten dat hij ook nog steeds nicotineverslaafd was. Het kan inbeelding zijn geweest, maar op de door het roken verschraalde opperhuid van 's mans gezicht meende ik op zijn linkerwang, net onder het oog, een overblijfsel op te merken van het bijna twee decennia eerder voorgevallen schoolkoer incident.

01-10-08

Respect gevraagd

In het jaar 2004 wou men in Lokeren, overeenkomstig één van de doelstellingen van het het Lokers Mobiliteitsplan, enkele schoolomgevingen herinrichten. Ingevolge het mobiliteitsconvenant dat het stadsbestuur reeds eerder afsloot met het Vlaams gewest, kan voor scholen, die gelegen zijn langsheen, of palen aan, een gewestweg, hiervoor een (ruime) subsidie worden verkregen.

Vicieuze  cirkel (klein)

Klik op de foto voor een grotere weergave

Twee basisscholen, die aan deze voorwaarden voldoen, zouden worden aangepakt,. Eén van deze scholen is 'GVBS Sint-Anna - Heirbrug'. Een basisschool, met op dat moment 317 leerlingen in kleuter- en lager onderwijs en 39 personeelsleden. Gelegen op 500 meter van mijn voordeur en tevens de school waar mijn kinderen toen onderwijs genoten en ik lid was van het oudercomité.

Ingevolge de bepalingen van het mobiliteitsconvenant, had het stadsbestuur een 'Gemeentelijke Begeleidingscommissie' (GBC) opgericht. Die fungeert als overlegforum, en is samengesteld uit alle ondertekenaars van het convenant, aangevuld met andere maatschappelijke belangen actoren. Met een mandaad van het oudercomité trad ik, als hun vertegenwoordiger, toe tot deze commissie, die sinds de opmaak van het gemeentelijk mobiliteitsplan instaat voor de uitvoering, opvolging en evaluatie ervan.

Voor dit project werd door de stad Lokeren een studiebureau aangesteld, met als opdracht een concept uit te werken waarin de wegen, fietspaden, trottoirs en parkeerplaatsen rondom de schoolpoort zouden worden aangepast, teneinde zoveel mogelijk knelpunten op het vlak van de verkeersveiligheid, weg te werken.

Na de startvergadering van de GBC (1 oktober 2004) en in functie van het samenstellen, van een dossier, overeenkomstig de richtlijnen van de Vlaamse overheid, en teneinde het studiebureau de benodigde informatie te verschaffen, toog ik aan het werk. In eerste instantie met een bevraging van alle leerlingen (via een briefje en enquêteformulier aan de ouders) , om een overzicht te krijgen van de belangrijkste schoolroutes en hoofd verplaatsingswijzen, het maken van een plan waarop de voornaamste schoolroutes werden aangeduid, de opmaak van een overzicht van de belangrijkste knelpunten en het op papier zetten van een persoonlijke visie op de herinrichting van de schoolomgeving rondom GVBS Sint-Anna - Heirbrug.

Basisschool Heirbrug - Schoolpoort

Het adviesbureau gebruikte de verkregen informatie bij de opmaak van haar startnota, met daarin haar concept voor de herinrichting van de schoolomgeving. Dit werd voorgesteld op de vergadering van de Gemeentelijke Begeleidingscommissie, op 19 november 2004.

Ondertussen had ik een werkgroep opgericht, met daarin een vertegenwoordiging van directie, leerkrachten en ouders. De startnota werd besproken binnen deze groep en hun opmerkingen werden op papier gezet en overgemaakt aan het adviesbureau.

Met de werkgroep werden vergaderingen belegd waarin we, aan de hand van checklists, ondermeer een inventarisatie opmaakten van de verkeersknelpunten in de directe en ruimere schoolomgeving, manieren zochten om deze op te lossen, een actieplan met gewenste en geplande initiatieven voorbereidden en uitwerkten, en advies uitbrachten bij het stadsbestuur over de uitvoering van het schoolvervoerplan. Ook de leerlingen van de derde graad (5de en 6de leerjaar) kregen hun inbreng, door inventarisatie van de verkeersknelpunten, aan de hand van de checklists. Alle knelpunten werden op plan aangeduid; dit zowel door de werkgroep als door de leerlingen. Ter verduidelijking ging ik op stap om foto's te (laten) nemen van de knelpunten en voegde deze toe aan het dossier. Alsook een registratie van voorstellen m.b.t. de herinrichting  van de schoolomgeving, aangebracht door leerlingen en werkgroep.

Midden december 2004 was ik volledig klaar met mijn opdracht en bezorgde op 20 december, via de mobiliteitsdienst van de stad Lokeren, het resultaat van deze noeste arbeid, het schoolvervoerplan, aan de ontwerper. Deze bezorgde begin 2005, aan de leden van de Gemeentelijke Begeleidingscommissie, een aangepaste versie van de startnota, waarin meerdere concepten voor de herinrichting werden voorgesteld. Deze nota werd besproken op de vergadering van de Gemeentelijke Begeleidingscommissie van 13 januari 2005.

Basisschool Heirbrug II

Op de vergadering van de GBC op 15 februari 2005, werd een consensus bereikt betreffende het concept van heraanleg van deze schoolomgeving. Met als gevolg dat de startnota en het schoolvervoerplan reeds op 21 maart 2005 aan de Provinciale Auditcommissie (PAC) konden worden voorgelegd.

Van de directrice van de basisschool, die haar waardering voor mijn hulp in deze zaak, trouwens dikwijls uitte, kreeg ik midden april 2005 een kopie in handen van een brief van het stadsbestuur aan de school, waarin gemeld werd dat de PAC de startnota had goedgekeurd, en eveneens de bijkomende nota voor subsidiëring van een fietspad langs de gewestwegen, aan de school. Iets waar ik persoonlijk bijzonder had voor geijverd.

Daarna volgde de administratieve afhandeling tussen stadsbestuur en Vlaamse Gewest en de passage langs de Gemeenteraad. Na goedkeuring kreeg het adviesbureau opdracht tot het maken van een projectnota, met voorontwerp.

Toen op 1 september 2005 mijn kinderen de basisschool Heirbrug verlieten, en ik dus niet langer deel kon uitmaken van de ouderraad van die school, communiceerde ik dit per e-mail naar de schepen, zijn mobiliteitsambtenaars en het studiebureau. En meldde tevens dat ik, als vertegenwoordiger van de zachte weggebruiker, in naam van de Voetgangersbeweging VZW, waarvan de organisatie, en de rol die ik er in speel, hen genoegzaam bekend was, wou blijven zetelen in de GBC. De directie van de school en de voorzitter van de ouderraad meldde ik naderhand mondeling dat ik dit dossier actief zou blijven volgen.

Voor één vergadering werd ik nog uitgenodigd. Met name deze van 8 maart 2006, waarop ik dan ook aanwezig was. Als ik me goed herinner werd op deze bijeenkomst het voorontwerp, mits kleine te maken aanpassingen, goedgekeurd. Zodat dit kon worden voorgelegd aan de Provinciale Audit Commissie (PAC). Bij een goedkeuring aldaar, kon dit terug op de Gemeenteraad passeren, waarna, bij een positief advies, de stad zou kunnen starten met de aanbesteding en, na de toewijs, de uitvoering van de werkzaamheden voor de heraanleg, van start zouden kunnen gaan.

Daarna hoorde af zag ik niks meer van de GBC of met betrekking tot dit dossier. Begin juni 2007 informeerde ik bij de mobiliteitsambtenaren van de stad, omtrent de stand van het dossier en kreeg ik van één van hen te horen dat de plannen voor de herinnering zo goed als definitief waren.

Op 14 augustus 2007 werd er een vergadering belegd van de GBC, met betrekking tot de herziening van het mobiliteitsplan. Hier werd ik NIET op uitgenodigd! Omdat men zogezegd dacht dat ik mijn functie had overgelaten aan iemand anders. Nog een geluk dat die persoon me contacteerde, zodat ik alsnog aan een invitatie voor die bijeenkomst geraakte. En er bijgevolg ook op kon aanwezig zijn. Als gevolg van de gemeenteraadsverkiezingen van oktober 2006 was er sinds 1 januari 2007 een schepenwissel uitgevoerd. Marc Van Hoecke was van het toneel verdwenen en werd opgevolgd door voormalig schepen van landbouw, Gust Mels. Andere naam, ander gezicht, zelfde partij: OpenVLD.

Van dan af bleef het weer stil. Geen uitnodigingen voor een bijeenkomst van de GBC, noch informatie over een aanbesteding en uitvoeren van de werken in het dossier van de herinrichting schoolomgeving basisschool Heirbrug.

Begin september 2008 kwam ik, eerder toevallig, te weten dan de werken aan de schoolomgeving van Sint-Anna - Heirbrug een aanvang zullen nemen op woensdag 1 oktober. Vandaag, dus! En dat inmiddels reeds een informatievergadering had plaatsgevonden, waar aan de omwonenden en andere belanghebbenden, een presentatie werd gegeven van de definitieve plannen voor de heraanleg.

Herinrichting schoolomgeving

Helemaal niet gelukkig met deze gang van zaken, liet ik mijn laptop op mijn schoot plaatsen, typte vlijtig mijn gedachten over, op het steeds minder wit blijvende blad van mijn tekstverwerker, en zond op 15 september, via de elektronische snelweg, het resultaat van mijn typen als bericht naar de schepen van mobiliteit.

Met zowel de formele aanhef 'geachte schepen August Mels', als met het informele 'beste August', opende ik mijn schrijven. Mijn tekst zelf begon ik met de melding dat ik met genoegen vernam dat de werken voor de herinrichting van de schoolomgeving Sint-Anna Heirbrug 'eindelijk' van start zouden gaan. Maar dat het mij evenwel droef stemde dat ik dit via de media aan de weet was moeten komen! En dat er inmiddels een infovergadering had plaatsgevonden, voor de buurtbewoners en andere betrokkenen.

Dat ik reeds van bij de aanvang van dit project ben betrokken geweest in de samenstelling van het dossier. Met ondermeer de opmaak van een schoolvervoerplan. En trouw elke vergadering van de Gemeentelijke Begeleidingscommissie heb bijgewoond en mijn steentje bijgedragen in de discussies. Dat ik op geen enkel moment heb gemeld niet langer betrokken of op de hoogte gehouden te willen blijven van de vorderingen in dit dossier; integendeel!

Daar liet ik op volgen dat het dan ook ontzettend jammer is en op zijn zachtst gezegd 'niet netjes' dat ik verstoken bleef van de recente evolutie nopens dit project, en bijgevolg tevens monddood werd gemaakt.

Waarop ik liet volgen dat uiteindelijk de creatie van een veiliger en meer aangename schoolomgeving mijn betrachting is geweest. En dat die er nu zal komen, me genoegen doet. Maar een beetje waardering voor de door mij geleverde inspanningen, wel op zijn plaats was geweest. En dat ik bovendien nog onbeantwoorde vragen heb met betrekking tot de te voorziene infrastructurele maatregelen ten behoeve van het veiliger maken van het kruispunt N70/N47.

Mijn schrijven eindigde ik met zowel het formele 'hoogachtend' als het informele 'met vriendelijke groeten', en daaronder mijn voornaam, familienaam, adres, telefoonnummer, e-mailadres en de link naar deze weblog. Knipogen

Een kopie van dit schrijven stuurde ik naar de burgemeester van Lokeren, de heer Filip Anthuenis en, niet zichtbaar voor voornoemde geadresseerden, tevens naar enkele andere belanghebbenden.

De laatst vernoemde adressaten reageerden vrijwel onmiddellijk. En traden me bij in het betreuren van het mij niet inlichten over de eindfase van dit project. Iemand opperde ludiek het idee om te vragen of ik het lint mag doorknippen bij de plechtige opening. Lachen Maar weet wel dat het mij daar niet om te doen is.

Vanuit de hoek van de burgemeester van Lokeren, de heer Filip Anthuenis, bleef het stil. Van Schepen Mels ontving ik op 21 september een antwoord. Waarin de schepen liet weten dat ik inderdaad mijn steentje heb bijgedragen in dit dossier. En dat de plannen ondertussen af zijn, en de aanbesteding en toewijs is gebeurd en er een informatievergadering voor de buurt is gehouden welke druk is bijgewoond. Dat de buurt hiervoor was uitgenodigd per drager, en dat hij meende dat dit verder ook was gepubliceerd in de infokrant. Dat er echter buiten de buurt niemand persoonlijk werd uitgenodigd en dat dit de gewone procedure is. Hij eindigde met de melding dat, indien ik nog vragen mocht hebben inzake verkeer omtrent dit dossier, ik steeds terecht kan op de Mobiliteitsdienst. En vervolgde met beste groeten, en zijn naam, Gust Mels.

Visser - cartoon - 000 (klein)

Een ontzettend flauw antwoord, naar mijn mening. De schepen herhaalde gewoon wat ik ondertussen al wist. Dat ik zelf achter de vooruitgang in dit dossier moet vissen, vind ik toch wel eigenaardig. Op de website van mobiel Vlaanderen lees ik trouwens: 'De GBC evalueert ook de resultaten van projecten en acties die opgezet zijn via de modules'. Volgens mijn informatie dient er trouwens, door de GBC, van het mobiliteitsplan jaarlijks een voortgangsrapport en een actieprogramma te worden opgemaakt.  Hoe kan dat, als die niet meer wordt bijeengeroepen? Of heeft men mij terug uit de lijst geschrapt? Huilen

Kan iemand van de dames en heren politici, die deze weblog lezen, mij alsjeblieft klaarheid verschaffen in deze materie? Is de manier van werken, zoals schepen Mels ze toepast, inderdaad gangbaar? Zo ja, dan zou ik hen die er de bevoegdheid voor hebben, vriendelijk willen verzoeken er dringend werk van te maken om de reglementering rond deze handelswijze te rectificeren. De burger die zich belangeloos inzet voor de gemeenschap, verdient op zijn minst enig respect. In het bijzonder van hen die door deze gemeenschap verkozen zijn om hen in het bestuur te vertegenwoordigen!

PluralismLogo

Of wordt in dit specifiek geval mijn pluralisme en politieke onpartijdigheid mij kwalijk genomen? Het feit dat ik open sta en contacten onderhoud met politici van diverse democratische partijen, in allerhande functies en op alle mogelijke niveaus? 'Ons Heer' zal het wel weten, maar die is, zoals je allicht weet, jammer genoeg nauwelijks bereikbaar. Wenkbrouw ophalen