15-12-09

Opschudding in de zaal

 

Het is een tijdje stil geweest op deze weblog en misschien blijft dat ook nog wel even duren, alhoewel dat helemaal niet mijn bedoeling is. Want ik heb nog steeds heel veel in mijn hoofd zitten, dat er heel graag uit wilt en via de wijsvinger van mijn linkerhand zou willen worden uitgetypt.

Friends For SaleUit berichten die ik vanuit mijn 'lezerskring' ontvang, stel ik vast dat er diverse speculatiepistes zijn rondom deze stilte op mijn blog. Zoals bijvoorbeeld te actief zijn op FarmVille'Facebook', of te veel bezig zijn op de daarmee samen hangende spelletjes, zoals 'Friends For Sale!' en 'FarmVille'.

Foute veronderstellingen evenwel. Want de voornoemde activiteiten dienen enkel ter verstrooiing van mijn geest en zijn geen doel op zich. De ware redenen zijn elders te vinden. En wel voornamelijk op familiaal vlak, waar ik mij in een zeer precaire situatie bevind. Die me fysiek en mentaal totaal uitput. Het nemen van beslissende stappen wordt alsmaar urgenter. Maar naast een aantal klaarblijkelijk niet te overwinnen obstakels, houdt ook de vrees een foute keuze te maken, me tegen in mijn besluitvorming, En derhalve ook in het ondernemen van acties.

Voornamelijk, om niet te 'zeggen' al mijn bezorgdheid hieromtrent gaat uit naar de gevolgen ervan op de mensen waar ik om geef. Met de consequenties die het nemen van verkeerde beslissingen kunnen hebben op mijn eigen zelve, daar kan ik best mee leven. Door mijn grote vergevingsgezindheid en eindeloos begrip voor mijn 'mens' zijn, en al hetgeen daarmee gepaard gaat. Knipogen

Maar vooraleer samen met jullie weg te zinken of te verdrinken in een mateloze mistroostigheid, ga ik het hier in dit epistel vlug over een andere boeg gooien. Deze vaak korte, donkere en nu ook al koude winterdagen zijn immers op zich al somber genoeg. Knipogen

Daarom ook is naar buiten en onder het volk komen voor elke mens zo belangrijk. En je komt al eens 'iets' of 'iemand' tegen als je je als persoon in kwestie buitenshuis verplaatst. Dat kan eenieder getuigen, en ook ik ben daar geen uitzondering op.

Kerstmarkt Lokeren 2009Zaterdag jongstleden ben ik naar de plaatselijke Kerstmarkt geweest. Het zag er allemaal best gezellig uit. Maar voor mij is zulk een evenement iets dat je best en liefst in gezinsverband aandoet. Zelf had ik in mijn uppie ook jammer genoeg niet de kans om een warme chocomelk te drinken of van één van die aanlokkelijke warme snacks te smullen. Mijn enige, beperkt functionele hand, de linker, was immers volledig verstijfd van de kou.

Kerstverlichting LokerenToch vond ik dit uitje de moeite waard. Al was het maar omwille van de vriendelijke begroetingen door bekenden, de burgemeester inclusief, de vele vrolijke mensen, al dan niet in die toestand als gevolg van het drinken van alcoholische dranken, de sfeervolle Kerstmuziek... en vooral de artiest die op een podium ijssculpturen vervaardigde. Uit blokken ijs heb ik die man, met kettingzaagjes en beitels als gereedschap, een Kerstster (met staart) en een engeltje zien tevoorschijn toveren. Prachtig vond ik dat!

Een drietal weken eerder bezocht ik de zondagse rommelmarkt op het stationsplein van mijn woonplaats. In gezelschap die keer. Maar er waren jammer genoeg vele gelegenheidshandelaars niet komen opdagen. Allicht omwille van het toenmalig wisselvallige weer.

Toen ik op het punt stond om naar huis te rijden, maar nog even genoot van het zicht op de activiteiten op het plein, kwam een vrouw op ons af die de mij vergezellende jongedame aansprak. Ik zei de vrouw, luid en duidelijk, dat, als ze iets te zeggen had, ze mij moest aanspreken. Ze bekeek me eens raar en begon toen weer te babbelen tegen het meisje naast me. Ik herhaalde wat ik ook daarvoor reeds had gezegd, maar mijn woorden mochten niet baten.

Na nog eens hetzelfde scenario kwam ik dan toch te weten dat die vrouw me weg wou van de plaats waar ik stond. Omdat haar man zo meteen ging komen met de auto, om hun spullen in te laden.

Angry womanAls er nu iets is waar ik een hekel aan heb, dan is het om te worden aanzien, beschouwd en behandeld als zijnde een breinloos, onmondig, in de weg staand 'object'. Dus zei ik die vrouw dat ik mij wel zou verplaatsen op het moment dat de omstandigheden dat zouden vereisen, in casu als haar man met hun vierwieler ten tonele zou verschijnen.

Angry smileyDe vrouw keek me dom aan. Ik keerde haar de rug toe, maar draaide me onmiddellijk terug om en zei dat ik het niet prettig vond om als een 'obstakel' te worden behandeld en dat ze het in de toekomst best zou laten om mij en anderen zo te behandelen. Als antwoord kreeg ik te horen een zaag te zijn, waarna de vrouw wegliep. Ik draaide me geheel rond. Tijdens het keren was ze teruggekeerd. Toen ik haar zei dat van me weglopen wel erg laf was, stak het vrouwmens haar armen in de lucht en riep ze uit: "Ik heb het hem beleefd gevraagd, maar 'die' wil hier maar niet weggaan!" "Dat is omdat dit plein van iedereen is en niet van jou alleen" liet ik nog weten, waarna ik doorreed. Net op het moment dat die partner met zijn auto verscheen. Verbaast kijkend naar zijn met haar armen hemelwaarts gerichte partner. Lachen

Het vrouwmens is waarschijnlijk zwak begaafd, maar dat is naar mijn mening geen excuus. Al te vaak kom ik in contact met personen die het huis niet meer uitkomen omdat ze buitenshuis vaak 'onmenselijk' worden behandeld, of voortdurend het slachtoffer zijn van ontoegankelijkheid. Dus blijf ik tot in den treure tegen al dit onrecht ageren. In het belang van de 'mensheid' en de 'menselijkheid'! Ze hadden potverdikke die Nobelprijs voor de Vrede net zo goed aan mij kunnen geven, in plaats van aan Obama! :-) Deze laatste, vaak verkeerdelijk als 'zwarte' aangeduid, zit er blijkbaar ook mee verveeld deze eerbetuiging (nu al) te krijgen. Dat zou ondermeer kunnen af te leiden zijn uit wat hij over zijn eigen dankrede zegde. Namelijk dat hij ze best goed vond opgemaakt, en zelfs in die mate dat hij aan het eind ervan, er bijna zichzelf mee had overtuigd dat bij die prijs wel echt heeft verdiend. Lachen

Dit najaar ben ik reeds een aantal keer op donderdagavond naar de film geweest in het Cultureel Centrum van mijn woonplaats. Hun filmplanning past goed in mijn leefschema: aanvang om kwart na acht, dus doorgaans afgelopen omstreeks tien uur. Zodat ik zonder me te hoeven haasten, terug thuis ben tegen half elf, het tijdstip waarop mijn thuisverpleegkundige me normaliter komt verzorgen en in bed helpen.

Un prophète - 000De laatste keer dat ik ging kijken, draaide men er de Franse film 'Un prophète'. Een boeiend, interessant, maar 'ruig' gevangenisdrama. Veel volk was er niet. Ik denk een honderdvijftigtal personen. En allen zaten ze op de tribune. Terwijl ik op de begane grond, in het gangpad stond, tussen de onbezette stoelen.

Toen de film, naar ik vermoed, een drietal kwartier bezig was, werd er een huiveringwekkende scène getoond. Een kerel werd in zijn cel, door het hoofdpersonage, met een scheermesje de keel overgesneden. Waarna je het slachtoffer op de vloer zag liggen doodbloeden, terwijl er nog een aantal keer een sluiptrekking door diens lichaam ging. Net echt!

Kort daarna hoorde ik stemmen in de zaal. En toen ik rechts van me keek, zag ik mensen de trappen afgaan en via het gangpad aan de andere kant van de zaal, zich begeven naar de uitgang aldaar. Waren die zo geschokt door dat bloedige fragment dat ze verkozen er vandoor te gaan? Maar kon dat dan niet zonder de andere bioscoopbezoekers te storen?

Terwijl ik deze overdenking maakte, en middelerwijl ook trachtte het verhaal verder te volgen, stopte men de filmspoel. Hier moest meer aan de hand zijn. Een dame haastte zich tot vooraan in de zaal. Om ons toe te spreken en de reden voor de onderbreking mede te delen, zo verwachtte ik. Maar het was om de lichten aan te steken. Het bleef dus gissen naar de reden van de interruptie. Misschien was men, zoals ik al een keer eerder meemaakte, de verkeerde film aan het afdraaien? Of was er ergens in de zaal brand uitgebroken? Of in de ontvangstzaal ernaast, want sommige mensen liepen eerst de zaal waarin ik me bevond uit, en vervolgens weer in.

Un prophète - 002Gedurende het omdraaien van mijn rolstoel, teneinde de filmliefhebbers op de tribune te zien, bedacht ik ook de mogelijkheid dat er iemand onwel was geworden bij het zien van die even daarvoor vertoonde gruwelijke beelden. En, afgaande op wat mijn ogen even later te zien kregen, was dit inderdaad de oorzaak van de ongeplande en ongewenste pauze.

Een groepje mensen zat en stond omheen een ietwat corpulente heer die op een zitje zat op één van de bovenste tribunerijen en die er, gezien vanaf mijn positie, niet erg fris uitzag. Nu was het klimaat er wel naar geschapen om onpasselijk te worden: een warme zaal en op het scherm een bloederig tafereel. De nooddeuren werden open gezet om wat koelte en zuurstof in de zaal te brengen. Tenminste ik vermoed dat dit de intentie was, want nog steeds had niemand het initiatief genomen om alle aanwezigen in de zaal op de hoogte te stellen van wat er aan de hand was.

Verschillende mensen verlieten de zaal. Die hielden het blijkbaar voor bekeken. Omdat de inhoud van wat ze tot dan toe van de film zagen, hen niet aanstond? Omdat de interruptie al te lang duurde? Of omdat ook zij in katzwijm dreigden te vallen? Joost mag het weten. Maar hoeft het niet aan me door te zeggen omdat deze informatie totaal onbelangrijk is. Knipogen

Alhoewel het er naar uitzag dat er niks meer aan de hand was dan een appelflauwte, werd naar hetgeen ik van op mijn plek kon horen, toch de 100 gebeld. In afwachting van de ziekenwagen, werd de 'zieke' , ondersteund door zijn gezellen, de trappen af en naar buiten geleid. Even later kwam de technisch verantwoordelijke van dienst dan melden dat hij de projectie zou laten verdergaan. Niemand protesteerde. Het incident had alles bij elkaar een twintigtal minuten oponthoud veroorzaakt.

Un prophète - 001Het vervolg van de film bleef hard en gewelddadig, maar de meest akelige scène hadden we klaarblijkelijk toch reeds gezien. Of het door de onverwachte onderbreking kwam of gewoon omwille van het feit dat een film naar mijn goesting niet al te lang mag duren, feit is dat ik een uur later een beetje ongeduldig op het einde van de prent zat te wachten. Die film bleef immers maar duren. En op een gegeven moment kreeg ik al een SMS'je van mijn verpleger met de vraag of ik reeds thuis was.

Liever het einde van de film missen, die me toch niet echt meer boeide, dan een nacht in mijn rolstoel te moeten doorbrengen. Het was trouwens niet enkel mijn thuisverpleegkundige die me thuis verwachtte. Ik had er ook op gerekend bijtijds thuis te zijn om het op een redelijk tijdstip naar bed gaan van mijn zoons te controleren!

Maar hoe zou ik voortijdig de zaal kunnen verlaten? Ik trachtte oogcontact te maken met de toeschouwers die het minst ver van me af zaten. Mogelijks door de duisternis bleef deze actie evenwel zonder succes. Alle ogen bleven op het witte doek gevestigd. Gebaren durfde ik niet te maken, want gezien hetgeen eerder die avond was gebeurd, dacht men dan mogelijks dat er ook met mij iets loos was. En ik wou het niet meemaken dat men ook voor mij, en onnodig de filmprojectie zou stoppen.

Dus zette ik mijn lichten aan en reed zachtjes achterwaarts richting uitgang. Waar ik hoopte dat de deuren zouden openklappen als ik er zachtjes tegenaan reed. Dat lukte... deels. Halverwege kwam ik namelijk vast te zitten. Ik slaakte een zucht en gromde toen een vloek waarin de naam voorkomt van dat opperwezen waarin ik niet meer geloof. Dat hielp me wonderwel vooruit, want het woord was nog niet koud of daar stond reeds een werknemer van het Cultureel Centrum naast me, die me uit mijn benarde positie kon redden. Van die man vernam ik ook dat die film er één is die tweeëneenhalf uur duurt!

Diezelfde persoon ging ook met me mee om de dubbele draaideuren aan de toegang tot het gebouw open te houden. Waarna niks me nog in de weg stond om, na even snel telefonisch mijn komst aan te kondigen, in de stilte van de donkere nacht, gezwind huiswaarts te rijden. Lachen

31-07-09

Zelfs in ademnood nog tijd voor grappenmakerij


Tijdens de wintermaanden van de kalenderjaarwisseling 2006/2007, was ik zwaar ziek. En ben ik geruime tijd gehospitaliseerd geweest. In diverse klinieken. Het relaas van die enge periode valt vanaf vandaag, in afleveringen, te lezen op mijn schrijfselsblog.

Maar ook gedurende die nare periode kreeg ik zo nu en dan de kans geboden om mezelf op te vrolijken door een grapje uit te halen met niks vermoedende verpleegkundigen of paramedici. Vooral de stagiairs waren ongewild gewillige slachtoffers. En konden er doorgaans achteraf ook nog mee lachen. Althans als ze de grap begrepen. Wat absoluut niet altijd het geval was.

Twee verpleegstertjes in opleiding kwamen eens mijn kamer binnen. Ze keken me vriendelijk aan. Eén van hen nam het woord en zei:"Wij komen uw bed maken, mijnheer!" Waarop ik repliceerde: "Oh, dat is heel vriendelijk van jullie. Ik wist zelfs niet eens dat het kapot was!"

Een andere keer vroeg een lieve verpleegster me: "Wilt u een beetje hoger liggen, mijnheer?" Ik antwoordde haar: "Ja, oké, maar niet tè, want anders stoot ik mogelijks met mijn hoofd tegen het plafond!"

Wat me heel vaak werd gevraagd, waarschijnlijk uit routine, was "Of ik het soms niet te koud had?" Dan durfde ik wel eens te antwoorden: "Ja, soms heb ik het niet te koud. Maar dat is op dit ogenblik niet het geval, want nu heb ik het wel koud!" Veelal volgde er dan een verbaasde blik. In het vermijden van spraakverwarring en het gepast repliceren erop als een mondige patiënt die taalverwarring terugkaatste, waren die ziekenhelpsters waarschijnlijk niet opgeleid, noch opgewassen! Lachen

01-07-09

De avonturen van Rudi, zonder Co

 

Neen, ik ben niet geveld door de zon of in een diepe zomerslaap gezonken. En ook niet fysiek van de aardbol verdwenen,  Karel Van Miert, Yasmine, Farrah Fawcett, Michael Jackson en een resem andere mensen en dieren achterna.  Neen, het zou wat al te gortig zijn om net nu ik een nieuwe rolstoel heb en terug enigszins mobiel ben, het tijdige te ruilden voor het permanente einde.

De reden voor mijn verminderde activiteit alhier is te wijten aan het feit dat ik mijn een beetje moest reorganiseren, als rechtstreeks gevolg van het sinds zaterdagochtend op reis vetrekken van mijn huisgenoten. En ik mocht inderdaad niet mee. Mijn bijdrage aan hun vakantietrip blijft beperkt tot het meefinancieren van de reis. Nochtans was ik ook wel graag eens een tijdje weg 'gegaan' van mijn vaste verblijfsstek. Helaas... Wenkbrouw ophalen

Doorheen de jaren las ik in zo vele publicaties keer op keer dat ieder mens nood heeft en recht op seks en vakantie. Wat ik ervaar in mijn omgeving is dat men er blijkbaar, ter wille van de eigen gemakkelijkheid en gemoedsrust, vanuit gaat dat ik de uitzondering ben op de regel. Wat dus een totaal foute veronderstelling is. Want het is niet omdat ik met mijn willoos lichaam in een invalidenkarretje rondcross, dat ik geen noden, verlangens noch gevoelens heb. Die heb ik wel degelijk.

Maandagnamiddag reed ik naar het oudercontact op Brian zijn school. Als rolstoeler had ik het zalige genoegen buiten op de koer de leerkrachten van mijn kind te mogen spreken. Het gebouw is immers helemaal niet voorzien op zich op wielen voortbewegende medemensen.

Met het prachtige weer op die dag, was die, in wezen schandelijke ontoegankelijkheid, voor één keer geen straf, geen vernedering, maar daarentegen een zegen. Ik hoefde, in tegenstelling tot andere ouders immers niet in een, allicht door de warmte bevangen gang te gaan zitten vooraleer in een wellicht even muf klaslokaal te worden ontvangen. Neen, zalig in de schaduw van een boom vond ik mijn plekje!

Toen ik, in afwachting van een onderhoud met zijn klastitularis, door een mevrouw, naar ik vermoed werkzaam op het secretariaat van de school,  het rapport van zoon Brian kreeg overhandigd, dit met een bang hart opende en tot mijn grote vreugde het A-attest aantrof, raakte ik zowaar geëmotioneerd.

Gelukkig waren er geen vreemden in mijn onmiddellijke buurt, want door de emotie overmand zou spreken even moeilijk zijn geweest. Had ik dit nieuws op mijn eentje thuis vernomen, ik had waarlijk gehuild van opluchting en blijdschap. Jammer dat ik deze vreugde niet onmiddellijk met een naaste kon delen.

Een dag later was Austin zijn school aan de beurt. Per e-mail had ik met zijn klastitularis afgesproken, even voor de middag, in een lokaal op het gelijkvloers. Want ook deze school blinkt uit in haar ontoegankelijkheid voor minder mobiele medemensen.

De juf stond me al op te wachten... achter een gesloten deur. Het was dus geen slecht idee geweest om niet zonder assistente te komen, want anders had ik weer schoon alleen voor de deur kunnen staan wachten tot ik een passant kon aanspreken met het verzoek die deur voor me te openen. Met het gevaar dat ik, eens binnen, met de deur achter me dichtgeklapt, als een rat in de val had gezeten als daar niemand te bespeuren viel. Maar dat doemscenario viel me dus gelukkig niet ten deel. En ook hier ving ik een A- attest. Hoera!

Dol van vreugde ging ik, vooraleer huiswaarts te keren, een ritje maken. Onderweg at ik, in een schaduwplekje bezijden een verkeersarme straat, en met uitzicht op de spoorweg, mijn meegenomen boterhammen op. Eenzaam en alleen, want mens noch dier was te bespeuren in die buurt. Maar ik was in goed gezelschap: mijn eigen zelve! Knipogen

Op weg naar huis reed ik langsheen een verpauperde volksbuurt. Uit de tegenovergestelde richting kwam een wijkagent aangereden, die even nadien de straat dwarste en zijn bromfiets parkeerde ter hoogte van een rijhuisje op de hoek. Terstond hield ik halt, want mogelijks kreeg ik aanstonds wel een interessant tafereel te zien. Met mijn GSM in de hand, veinzend dat ik aan het telefoneren was, hield ik nauwlettend de agent in het oog. En was benieuwd welk schouwspel zich zo meteen in mijn gezichtsveld zou afspelen

De man, die zijn helm op het hoofd hield, belde aan bij het hoekhuis. Ging vervolgens twee stappen achteruit en wachtte af. Niemand deed open. Anderhalve minuut later zette de politiebeambte terug een stap naar voor en drukte met gestrekte arm op de bel.

Korte tijd later ging de deur langzaam open en verscheen er in de deuropening een knappe, niet al te grote griet van naar ik schat halfweg de twintig, met het lange blonde haar opgestoken in een dot. Het naakte lichaam nauwelijks bedekt doof een minuscule bikini! Blijkbaar gegeneerd hield ze één arm voor haar boezem. Nochtans had ze volgens mij weinig te verstoppen, want voor zover ik het vanuit mijn positie kon zien was het wicht aan de voorkant zo plat als een vijg. Wat evenwel niks afdoet aan haar schoonheid!

De agent wees met zijn rechterarm naar het wel een halve meter hoog staande gras en onkruid in het amper enkele vierkante meters groot voortuintje en de vele op elkaar gestapelde, barstensvolle huisvuilzakken die ook al voor de woning een plekje hadden gekregen. Het meisje maakte met haar vrije arm wat gebaren en ik zag haar ook bevestigend met het hoofd knikken. Allicht beloofde ze de wijkagent de vuilnis op te laten ruimen en de voortuin een beetje te fatsoeneren.

Blijkbaar volstond dat voor de agent, want de man kroop terug op zijn brommertje en reed er vandoor. Toen hij me gepasseerd was, borg ik mijn mobieltje weg. Dat voorwenden aan het bellen te zijn, was immers niet meer nodig. En dat schone mokkel was al lang terug in haar huurhuisje verdwenen. En lag allicht alweer te zonnen op haar terras of koertje of in haar achtertuin. Lachen

19-04-09

Mijmeringen

 

Toen mijn kinderen nog kleintjes waren, zaten ze in stevige kinderzitjes die met de autogordels waren vast geklikt op de achterbank van mijn auto. Als ik dan alleen met hen in de auto zat, dan speelde ik bijna altijd een typetje: 'meneerke meneerke' genaamd.

Onder het rijden verscheen dat heerschap spontaan, of na aanroepen door de jongens. Met een apart stemmetje vroeg ik dan aan de kinderen waar hun papa was. De kleuters speelden het spelletje graag mee en antwoordden dan dat ik eventjes weg was of zo. Vervolgens stelde ik hen onnozele vragen, en de jongens respondeerden daar op. Vooraleer de echte ik, hun papa dus, terug ten tonele verscheen, vroeg meneerke meneerke hen meestal om me de groeten te doen!

Als ik dan opnieuw opdaagde vroeg ik aan die jongens met wie zij aan het praten waren geweest? "Met meneerke meneerke" was dan steevast het antwoord, waarna we een gesprek begonnen over wat dat heerschap allemaal had verteld!

Tot een paar jaar geleden sliepen de jongens in het weekend, en tijdens de vakanties al eens bij mij in de kamer. Om hen rustig en stil te krijgen vertelde ik hen dan door mezelf verzonnen verhaaltjes. Over de avonturen van Petoetje en Patatje, twee jongens die samen met hun ouders in Amerika wonen. En die als bij toeval ook een tweeling zijn en slechts iets meer dan een maand ouder zijn dan mijn eigen sloebers. Bij hoog en bij laag hield ik vol dat dit gezin echt bestaat, alhoewel de kinderen dat niet echt geloofden en mij er steeds weer op wilden betrappen dat ik alles uit mijn duim zoog!

Maar ik verzon nauwelijks iets. Want de avonturen die de Amerikaanse tweeling beleefde en de deugnietenrijen die de kereltjes uitstaken waren meestal dingen, gegrepen uit het leven van mijn eigen sloebers. Zaken die zij zelf hadden meegemaakt of uitgespookt, maar zich vaak niet meer herinnerden. Alhoewel niet altijd!

Zo verwerkte ik al eens een recente gebeurtenis in mijn verhaal. Dan zei ik bijvoorbeeld: "Weet je wat Patatje op een dag deed?" Dan zweeg ik even en vervolgde: "Die plaste plompweg NAAST de toiletpot!" En dan: "Kunnen jullie je dat voorstellen? Dat iemand zoiets doet?" Er werd gegniffeld, want onze Brian had net die dag van zijn mama een standje gekregen omdat hij bij ons thuis net hetzelfde had gedaan! 

Of tijdens het vertellen ging het over een nukkige Petoetje, en dan imiteerde ik Austin's gedrag bij koppigheid. Dat vonden de jongens best grappig! Vooral diegene die op dat moment NIET werd geviseerd!

Kinderen, ze zijn groot vooraleer je er besef van hebt! En ondanks het feit dat ik, niettegenstaande  mijn eigen noodlottig levensverloop, alle levensfases van mijn kroost heel bewust heb beleefd, is alles me nog steeds veel te vlug gegaan. Maar met dat gevoel sta ik niet alleen. Dat heb ik ook al van vele andere ouders gehoord en gelezen.