07-09-12

Schrikbarende hartkloppingen

           

pa,vader,marcel,roken,ma,hart,hartaanval,hartinfarct,longen,lever,spoed,spoeddienst,kliniek,ziekenhuis,ambulance,huisarts,arts,huisdokter,citroenbx,auto,mediumcare,man,hartkloppingen,pijn,ongemak,vermoeidheid,leverkanker,kanker,kwaal,orgaan,lichaam,man,moeder,kettingroker,tabak,sigaret,groenemichel,groene_michel,sigaar,rookgedrag,hartproblemen,wetenschappers, bed,infuus,achterbank,wachtzaal,receptionisteBijna twee decennia geleden waren mijn (inmiddels overleden) vader en ik aan het werken in het gebouw dat ik toen pas een jaar of zo eerder had aangekocht. Mijn pa, die op dat moment een jonge vijftiger was, voerde een klus uit op het gelijkvloers van de ene gebouwhelft. Terwijl ik op de eerste verdieping van het andere deel bezig was. Beiden gebruikten we een boormachine. Mijn pa boorde, in de plaats waar de keuken moest komen, gaten in de muur met zijn klopboormachine en ik gebruikte mijn pas aangeschafte boorhamermachine om gleuven te kappen in de muur, op plaatsen waar er elektriciteitsbuisjes moesten komen voor de bekabeling naar de lichtschakelaars en stopkontakten.

Op een gegeven moment moest ik beneden zijn om iets te halen dat ik nodig had om verder te kunnen doen. En van die gelegenheid maakte ik gebruik om even te checken of mijn pa zijn werk vlotte. Het was stil beneden, waar hij was. En ik trof mijn vader, gekleed in een werkbroek en T-shirt, en met een grote zakboek rond de hals, beduusd voor zich uitkijkend aan, stil staand in de ruimte, met één hand leunend tegen de muur. Het zweet stroomde van zijn aangezicht, langs hals en zakdoek, tot op zijn bovenlijf, waardoor zijn T-shirt kletsnat was.

pa,vader,marcel,roken,ma,hart,hartaanval,hartinfarct,longen,lever,spoed,spoeddienst,kliniek,ziekenhuis,ambulance,huisarts,arts,huisdokter,citroenbx,auto,mediumcare,man,hartkloppingen,pijn,ongemak,vermoeidheid,leverkanker,kanker,kwaal,orgaan,lichaam,man,moeder,kettingroker,tabak,sigaret,groenemichel,groene_michel,sigaar,rookgedrag,hartproblemen,wetenschappers, bed,infuus,achterbank,wachtzaal,receptionisteUiteraard vroeg ik onmiddellijk aan mijn pa wat er aan de hand was. Hij bleek even voor mijn komst plots hevige en wilde hartkloppingen te hebben gekregen. Mits enige zachte dwang kon ik mijn pa ertoe bewegen om plaats te nemen op de inderhaast door mij toegeschoven stoel. De aders van mijn pa’s hals klopten vervaarlijk. Toen ik mijn hand op zijn borststreek legde, waar hij zei veel stekende pijn te hebben, voelde ik zijn hart hevig en met een onrustbarende hoge frequentie kloppen. Mijn vrees dat hij een hartinfarct had gekregen durfde ik niet uit te spreken. Maar ik trachtte mijn pa er wel voorzichtig van te overtuigen om me hem, voor de zekerheid, en ter controle, toch even naar de spoeddienst van het plaatselijk ziekenhuis te laten brengen.

Daar wou mijn (stoere, eigenzinnige ;-) pa evenwel niet van weten. Hem naar zijn huis brengen mocht wel. Helemaal de andere kant op en twee keer zo ver als naar de kliniek, maar ik achtte hem oud en wijs genoeg om zelf de situatie in te schatten en te beslissen over wat er moest gebeuren. Dus bracht ik pa naar mijn ouderlijke woonst. Alwaar een geschrokken ma terstond de huisarts mocht oproepen. Die snel ter plaatste was. En na pa onderzocht te hebben, me even terzijde trok en me verzocht om mijn pa zo snel als mogelijk over te brengen naar het ziekenhuis. Want ook de dokter vreesde dat mijn pa een hartaanval had doorstaan. Omdat mijn vader, ondanks alles, toch vrij rustig was gebleven, achtte de huisarts het beter onnodige drukte te voorkomen en dus geen ambulance op te roepen. Maar hij zou het ziekenhuis verwittigen dat wij op komst waren.

pa,vader,marcel,roken,ma,hart,hartaanval,hartinfarct,longen,lever,spoed,spoeddienst,kliniek,ziekenhuis,ambulance,huisarts,arts,huisdokter,citroenbx,auto,mediumcare,man,hartkloppingen,pijn,ongemak,vermoeidheid,leverkanker,kanker,kwaal,orgaan,lichaam,man,moeder,kettingroker,tabak,sigaret,groenemichel,groene_michel,sigaar,rookgedrag,hartproblemen,wetenschappers, bed,infuus,achterbank,wachtzaal,receptionisteMijn pa en ma, die hem ondersteunde, namen plaats op de achterbank van mijn auto, een Citroën BX. Overal de maximaal toegelaten snelheid rijdend, haastte ik me richting ziekenhuis. Met de motor nog draaiend, stationeerde ik me aan de ingang, opende het achterportier van mijn auto en liep, via de hoofdingang, het ziekenhuis binnen, rondkijkend waar die lui van spoed zich ophielden. Want ik veronderstelde dat die daar, verwittigd door de huisarts, inmiddels klaar zouden staan met een rolstoel of rolberrie. Maar ik zag ze niet, dus richtte ik me tot de persoon aan de receptie. Die me verbijsterde door te zeggen dat mijn vader pas kon worden geholpen nadat hij was ingeschreven! Wenkbrauw ophalen De receptioniste was er niet van te overtuigen om mijn doodzieke vader, die ondertussen, geholpen door mijn ma, zelfstandig het ziekenhuis was binnen gestrompeld, eerst te helpen en dan pas die papieren te doen. Dat kon volgens haar dus niet. Ondanks het feit dat ze toegaf dat zijn huisarts wel degelijk had verwittigd dat deze man dringend hulp nodig had.

Gelukkig had mijn moeder, zelfs ondanks ons haastig vertrek, toch het ziekenboekje mee gescharreld. Zodat het papierwerk probleemloos, en snel, kon geregeld worden. Waarna de weg naar spoed open ging en er eindelijk actie werd ondernomen. Toen mijn moeder en ik na een half uur, of een uur, dat weet ik niet meer precies, vanuit de wachtzaal, naar de afdeling ‘medium care’ werden geleid, troffen we daar mijn pa aan in een bed, met een infuus in de arm, en met allerlei zuignappen op zijn naakte bovenlichaam, met kabeltjes eraan, die hem verbonden met monitors. Hij zag er terug beter uit. Zijn hartslag was vanzelf terug geregulariseerd. De dokters hadden niks gevonden: geen oorzaak, geen veroorzaakte letsels, geen overblijvende sporen van wat dan ook…

pa,vader,marcel,roken,ma,hart,hartaanval,hartinfarct,longen,lever,spoed,spoeddienst,kliniek,ziekenhuis,ambulance,huisarts,arts,huisdokter,citroenbx,auto,mediumcare,man,hartkloppingen,pijn,ongemak,vermoeidheid,leverkanker,kanker,kwaal,orgaan,lichaam,man,moeder,kettingroker,tabak,sigaret,groenemichel,groene_michel,sigaar,rookgedrag,hartproblemen,wetenschappers, bed,infuus,achterbank,wachtzaal,receptionisteMijn pa is nog even ter observatie in de kliniek opgenomen gebleven. Tot ’s avonds, of tot de volgende dag, dat weet ik niet meer zo juist. De dag na zijn thuiskomst is hij dan bij de huisdokter op visite geweest. Die brave man, zelf ook een verstokt kettingroker, deelde mijn pa mee dat, ondanks een gebrek aan bewijzen, het toch wel vrijwel zeker was dat zijn roken, en meer bepaald dichtslibbende aders als gevolg van dit rookgedrag, onmiskenbaar de oorzaak was geweest van zijn hartproblemen van enkele dagen voordien. Dus werd hem aangeraden dat, zo hij een herhaling van het gebeurde, met mogelijks een volgende keer een slechte afloop, wou vermijden, hij best terstond ophield met roken.

pa,vader,marcel,roken,ma,hart,hartaanval,hartinfarct,longen,lever,spoed,spoeddienst,kliniek,ziekenhuis,ambulance,huisarts,arts,huisdokter,citroenbx,auto,mediumcare,man,hartkloppingen,pijn,ongemak,vermoeidheid,leverkanker,kanker,kwaal,orgaan,lichaam,moeder,kettingroker,tabak,sigaret,groenemichel,groene_michel,sigaar,rookgedrag,hartproblemen,wetenschappers,bed,infuus,achterbank,wachtzaal,receptionisteNiet zo evident zou je denken, voor iemand die reeds sinds zijn 14de dagelijks rookte. Zolang ik me herinner, soms uit pakjes, maar meestal zelf gerolde, ‘Groene Michel’. De man had steeds een sigaret in zijn mondhoek. Enkel om te eten legde hij ze aan de kant. Maar daarna werd ze weer aangestoken en tussen zijn lippen geklemd. Mijn pa wou echter zo graag nog lang leven, dat hij prompt is gestopt. Definitief! In den beginne rookte hij, als compensatie, zo nu en dan nog eens een fijn sigaartje, maar lang heeft dat niet geduurd. Naar ik denk omdat hij daar weinig smaak en genot in vond.

Een jaar of 5 à 6 geleden onderging mijn vader een hele reeks onderzoeken, om uit te vissen waar alle pijn, ongemakken en vermoeidheid die hij voortdurend had, vandaan kwam. De uiteindelijke diagnose was ‘leverkanker’. Een ziekte waartegen mijn pa tot aan zijn dood, begin 2011, moedig heeft gestreden. Maar bij één van de onderzoeken zond de huisarts mijn pa op consultatie bij een longarts. Die in mijn vaders’ longen geen enkel spoor meer kon ontdekken van diens zwaar rookverleden.

pa,vader,marcel,roken,ma,hart,hartaanval,hartinfarct,longen,lever,spoed,spoeddienst,kliniek,ziekenhuis,ambulance,huisarts,arts,huisdokter,citroenbx,auto,mediumcare,man,hartkloppingen,pijn,ongemak,vermoeidheid,leverkanker,kanker,kwaal,orgaan,lichaam,moeder,kettingroker,tabak,sigaret,groenemichel,groene_michel,sigaar,rookgedrag,hartproblemen,wetenschappers,bed,infuus,achterbank,wachtzaal,receptionisteVreemd toch, en fascinerend, hoe een zwaar belast en beschadigd menselijk orgaan zich, na verloop van tijd, toch nog nagenoeg volledig kan herstellen. Jammer dat ons lichaam nog steeds geen kankercellen de baas kan, Maar dat komt misschien ooit nog wel. In afwachting daarvan doen, wereldwijd, een groot aantal, in deze materie gespecialiseerde wetenschappers, hun uiterste best om, zo spoedig mogelijk, een afdoend middel te vinden om deze vreselijke kwaal, in al haar duivelse vormen en gedaantes, klein te krijgen.

01-01-12

Nieuwjaar 2012

  

Enkele nieuwe teksten om te posten zijn bijna klaar.

Maar in afwachting daarvan wens ik jullie alvast een SEXY Nieuwjaar!

 

meisje,babe,blond,erotisch,sexy,2012,nieuwjaar,champagne,dame,tweeduizendentwaaf,jaarwisseling,lezer,lezeres,jaar,kalenderjaar,gelukkig,wensen,nieuwjaarswensen,knipoog,convertable,auto,bloot,naakt,boezem,borsten,posten,teksten,topje,minirok,rokje,blondje,lachen

  

06-05-10

Hoort dit wel?

         

Twee dove personen leerden elkaar kennen op een cursus blind typen. Ze gingen na de lestijden regelmatig samen iets drinken in een kroeg vlakbij de school. En leerden zo elkaar beter kennen. Het klikte geweldig. Er kwam een eerste afspraakje, een volgend, nog één en uiteindelijk kwam van het één het ander en vroeg de tot over zijn dove oren verliefde jongeman, in de gebarentaal waarin beiden erg bedreven waren, het meisje ten huwelijk. Dolverliefd aanvaardde de deerne het aanzoek van haar liefste.

Tijdens hun verlovingsperiode regelde het koppeltje alle noodzakelijkheden die horen bij een echtvereniging en zochten en vonden ze een geschikte flat die ze met veel plezier inrichtten als liefdesnestje. Het werd een mooi huwelijksfeest, waaruit het gehuwde koppeltje na verloop van tijd stilletjes wegsloop om er met hun auto vanonder te muizen; Met de bedoeling thuis met hun tweetjes hun huwelijk ook lichamelijk te bezegelen. Wat iets speciaals moest worden want het vrijen was voor elk van hen de eerste keer.

Toen ze met hun voertuig wegreden van de parking, achteraan de feestzaal waar het bruiloftsfeest werd gehouden, kwam er evenwel veel volk naar buiten gerend. Om hen uit te wuiven! Het duurde even voor ze doorhadden hoe het kwam dat hun aftocht niet zo stil gebeurde als ze hadden gepland. Tot ze zagen dat één of meerdere individuen, waarschijnlijk hun vrienden, achteraan de auto een touw hadden bevestigd waaraan allerlei kletterende voorwerpen waren vastgeknoopt: blikjes, bestek, cd-schijfjes... Door hun auditieve beperking hoorde het pasgehuwde koppeltje uiteraard niks van al dat gekletter!

Eens aan hun woonst gearriveerd, wipte de jongen vlug uit hun auto, liep er om heen, opende galant de deur aan de passagierszijde en bood een hand aan zijn bruid om haar uit de auto te helpen. Lacherig liep het stelletje naar de deur van hun flat, die ze samen openden, waarna de bruidegom zijn schatje optilde en over de dorpel hun woning binnen bracht. Een binnenkomst waarmee ze elkander beloonden middels een innige tongzoen.

Waarna ze zich terstond naar de slaapkamer haastten. En elkaar aldaar, in opperste staat van lust, haast de kleren van het lichaam scheurden. Om spoedig in hun grote bed te belanden waar ze, met een beetje bloed, veel zweet en enkele tranen van gelukzaligheid, hun eerste geslachtsdaad en orgasme met een partner beleefden. Tot hun beider stellige tevredenheid was dit starten van vleselijk samen zijn een voltreffer van jewelste! Die voor hen plaats vond in volkomen stilte.

Niet horen IIIMaar, zoals helaas in de meeste huwelijken het geval is, kwam er, vrij snel, een moment waarop het meisje eens geen zin had in een potje seks. Maar dat aan haar partner duidelijk maken in de verduisterde slaapkamer was niet zo evident. Gebarentaal faalt immers daar waar de gesprekspartners elkaars bewegingen niet visueel kunnen waarnemen. Dus liet ze haar bedpartner maar gedwee begaan.

Ook een volgende keer gaf ze toe, met tegenzin, wegens hoofdpijn. Terwijl ze net genoot van het zalig liggen in lepelhouding met hem achter haar. En niks liever wou dan zo in te slapen. Maar door de manier waarop hij haar bepotelde, en de harde druk op haar billen en onderrug, bleek overduidelijk dat hij die avond meer wou dan enkel dat.

Ze gaf opnieuw toe, maar sprak hem de volgende ochtend, aan de ontbijttafel, in gebarentaal aan over dit onderwerp. Wijselijk zweeg ze over de keren dat het al was voorgevallen, maar zei ze dat ze een code met hem wou afspreken voor het geval één van hen, in de toekomst eens geen zin zou hebben in nachtelijk vrijen in het echtelijk bed. Het meisje stelde voor dat, zo hij tijdens het samen in bed liggen, zin zou hebben in een portie vrijen, hij even zachtjes in haar rechterborst zou knijpen. En zo hij geen zin had in seks, ten teken daarvan even zou knijpen in het meisje haar linkerborst.

Even was de jongen verbaasd en teleurgesteld. Maar hij herpakte zich snel en antwoordde dit een schitterend idee te vinden en beloofde zo te werk te zullen gaan. En offreerde dat, als zij, van haar kant, in bed zin zou hebben in seks, ze maar even aan zijn penis moest trekken. En als ze eens geen zin had, hetzelfde mocht doen, maar dan een keer of dertig!

16-04-10

Allen de straat op

  

Koning auto - 000Nu de lente in het land is, is het zeker interessant om je als 'zachte weggebruiker' over het publiek domein te bewegen. Er is gelukkig al jarenlang een kentering aan de gang naar meer fiets- en voetgangersverkeer. Eventueel in combinatie met het openbaar vervoer: trein, tram, metro en lijnbus. Maar al te veel fietspaden en trottoirs liggen er abominabel bij. En er wordt bij de (her)aanleg van wegen nog steeds veel te weinig aandacht besteed aan kwalitatieve en veilige fiets- en voetgangersvoorzieningen. Koning auto heerst nog steeds over de weg. Samen met het ander snel wegverkeer, zoals vrachtwagens, bestelwagens, bussen en motoren. En in het straatbeeld wordt het bewijs geleverd dat het belang van dit gemotoriseerd verkeer nog steeds primeert.

Nochtans is er in het verkeerswezen een principe vooropgesteld dat inmiddels genoegzaam bekend is: STOP. Wat staat voor Stappers - Trappers - Openbaar vervoer - Privaat gemotoriseerd vervoer. Het duidt de volgorde aan van prioriteit, die men aan de verschillende verkeersmodi geeft in dit idealiter systeem. In de praktijk blijkt dat er zowel bij het ontwerp als bij de uiteindelijke uitvoering van verkeersinfrastructuren, nog al te weinig wordt vastgehouden aan dat principe.

Zolang er ten gronde niks verandert aan de mentaliteit van hen die beslissen over hoe de verkeersinfrastructuur op het openbaar domein er uit moet zien en er niet met zowel de noden van de buurtbewoners wordt rekening gehouden als met deze van het doorgaande en bestemmingsverkeer, en het STOP- principe niet systematisch wordt toepast, blijft de zachte weggebruiker ondermaats gediend.

Bakfiets - 001 (klein)Bovendien houdt men nog absoluut niet genoeg rekening met de omvang en de gebruiksvereisten van allerlei nieuwe, of opnieuw populair geworden 'zachte' vervoersmiddelen: ligfietsen, bakfietsen, vouwfietsen, steps, skateboards, inline skates ... Ook niet met kleuterbuggy's die gekoppeld worden aan en voortgetrokken door de fiets van de (groot)ouders en het gebruik van fietstassen aan beide zijden van het stalen ros (om bijvoorbeeld de boodschappen in weg te stoppen). Maar evenmin met driewielers (voor volwassenen met een fysieke beperking ), scooters (voor mensen die moeilijk te been zijn), elektrische buitenrolstoelen, steeds meer in zwang rakende rollators... De tijd dat oudere mensen of personen met een fysieke beperking hoe dan ook niet (meer) naar buiten kwamen, ligt immers gelukkig reeds grotendeels achter onze rug. Maar de overheid ziet hun (specifieke) noden, waar evenwel iedereen mee zou gebaat zijn, helaas nog veel te dikwijls over het hoofd.

De verstandige lezer concludeert met mij dat de doorsnee trottoirs en fietspaden veel te smal zijn om een vlot en veilig verkeer toe te laten. Voeg daar het feit aan toe dat ze vaak slecht zijn aangelegd en doorgaans nog slechter worden onderhouden en je komt uit op een oncomfortabele rijwijze. Wat vele mensen er toe aanzet om voor hun verplaatsing dan toch maar van hun auto gebruik te maken.

Speciale fiets - 003 (klein)De heden dikwijls aangelegde fietspaden voor tweerichtingsverkeer zijn in dit opzicht plezanter om je over te verplaatsen. Zolang er zich niet te veel verkeer over beweegt tenminste. En elke gebruiker respect heeft en toont voor de andere. Dus zonder toestanden met zenuwachtige pseudowielrenners of mountainbikers die verwachten dat, als zij er aan komen, iedereen terstond de baan ruimt voor hen. Geen ongeduldige fietsers die niet even hun snelheid temperen, om bijvoorbeeld twee gemoedelijk naast elkaar rijdende peddelaars, na het horen van het belgerinkel van de achterligger, de tijd te geven om rustig aan achter elkaar te gaan rijden. En zo verder en zo voort.

Waar wijde trottoirs werden aangelegd, stel ik vast dat de extra ruimte helaas nogal vaak wordt vol gezet met bloembakken, publiciteitsborden, fietsrekken en andere voor voetgangers uiterst hinderlijke objecten. Of grotendeels worden ingepalmd door de buitenterrassen van horecazaken. Met als naar gevolg dat stappers dikwijls alsnog moeten uitwijken naar de autoweg. Met alle gevaar van dien.

Zeldzaam zijn zij die zich als zachte weggebruiker kunnen bewegen van thuis tot aan een enkele kilometers verderop gelegen bestemming, zoals bijvoorbeeld de school, het station, het werk, een multifunctioneel buurtgebouw... zonder door ook maar enig obstakel te worden gehinderd. Als het geen losliggende tegels, putten in de weg of andere technische mankementen zijn, dan is het vast een op een foute plaats ingeplante verkeerspaal, een onveilig kruispunt of een totaal gebrek aan een fiets- of voetgangersvoorziening. Om budgettaire redenen of omwille van plaatsgebrek of godweet welk ander ridicuul excuus, worden in het verkeerswezen faciliteiten voor stappers en trappers blijkbaar nogal vaak niet nodig geacht.

Zachte weggebruikersWat me nog steeds stoort zijn buurten waar een 'zone 30' van kracht is, maar waar men deze tracht af te dwingen met kunstmatige wegversmallingen hier en daar. Met als gevolg dat op de obstakelvrije stroken tussenin, door menig automobilist, motorrijder of bromfietser nog eens goed gas wordt gegeven. Met alle gevaren van dien. Vaak zijn die wegversmallingen, in plaats van overrijdbaar, opgebouwd uit betonblokken, met als gevolg dat bij een uitwijkmanoeuvre, wegens bijvoorbeeld een plots opduikende tegenligger, de autobestuurder een fatale crash maakt. Hoe zeer ik snel en roekeloos rijden ook afkeur, een (zware) verwonding of de dood, wens ik geen enkele automobilist toe. Hoe onbezonnen die ook mag hebben gereden.

De 'traag verkeer' zones zouden over het ganse traject dusdanig moeten zijn aangelegd dat er automatisch aan een lage snelheid wordt gereden. En gemengd verkeer ten volle en veilig kan functioneren. Zonder dat deze of gene weggebruiker gefrustreerd is of zich ergert aan een andere. Groenaanleg en bochtige wegen kunnen dit bewerkstelligen. Er zijn talrijke studiebureaus die de expertise in huis hebben om dit zowel visueel aantrekkelijk als verkeerstechnisch overeenkomstig de geldende wetgeving voor elkaar te krijgen.

Wat is er prachtiger dan het beeld van door elkaar krioelende voetgangers, fietsers, op rijwielen in alle soorten en formaten, auto's, motors, skeelers, jongeren op step, skateboard of zich voortbewegend op een springstok, rolstoelers, rolschaatsers, brommertjes en scooters... Jong en oud door elkaar, gebruik makend van diverse verplaatsingsmiddelen. Zich voortbewegend in woonwijken, maar ook daarbuiten. Een mooie droom? Zeker weten, maar wel één die mits wat goede wil van iedereen, op termijn kan worden gerealiseerd! Lachen

09-02-10

Zalig zonder handen

  

Biking boy (klein)Om tijdens mijn middelbare schooltijd de onderwijsinstelling te bereiken waar ik les volgde, diende ik met mijn fiets een goeie 8 kilometer af te leggen. De school bevindt zich immers in het centrum van de stad, terwijl mijn ouderlijk huis is gelegen in een deelgemeente daarvan. Mijn rijwiel was het exemplaar dat ik van mijn ouders als geschenk kreeg ter gelegenheid van mijn Plechtige Communie. Het bij deze gelegenheid schenken van een ware 'grote mensenfiets', is een traditie die, naar ik links en rechts hoor en zie, ook heden ten dage nog in voege is.

In mijn buurt woonden toentertijd slechts enkele jongeren die hetzelfde traject volgden als ik elke dag deed. Langs wegen met weinig bebouwing en veel akkers en weiden die aan de straat paalden. Van fietspaden was er helemaal geen sprake. Een groot deel van de te volgen weg was toen trouwens nog niet eens geasfalteerd, enkel verhard, Een ander deel bestond en bestaat nog steeds uit kasseistenen, voor de afwatering in een nogal overdreven boog aangelegd, en breder gemaakt door aan beide straatkanten een rij grote vierkantige betontegels te leggen.

Rijcomfort was er voor de zeldzame fietsers zoals ik, helemaal niet. En veilig was mijn rijroute evenmin. Want er was toen wel een stuk minder autoverkeer dan vandaag, maar op de boerenbuiten waren de landbouwers en loonwerkers ook reeds 's ochtends vroeg op weg. En hun tractors en machines waren toen doorgaans nog niet zo kolossaal groot, maar op die smalle wegen was het voor fietsers toch steeds weer opletten geblazen als er zo een landbouwvoertuig kwam aangereden.

Om tijd uit te sparen volgde ik meestal de korte weg. Waarbij de te rijden afstand behoorlijk werd ingekort door via een oude kerkwegel te rijden. Een met kiezelsteentjes verstevigd pad tussen percelen landbouwgrond, dat in vroegere tijden werd gebruikt door vooral boerenmensen, om 's zondags in het kerkgebouw te geraken om daar de eucharistieviering bij te wonen.

De toegangsweg tot het stadscentrum was dan weer een kasseibaan waar deels was over geasfalteerd en in de loop der jaren de in de rijbaan gevallen putten waren gevuld met lappen asfalt. Zodat het geheel er uitzag als een zwart/grijze lappendoek. Door die hobbelige, en ondanks alle oplapwerk nog steeds vol putten zittende straat rijden was een ware marteling. En gevaarlijk, want aan weerszijden van de baan stonden er her en der auto's geparkeerd of gestationeerd.

Meerdere gebeurtenissen onderweg herinner ik mij, waarvan ik er hier slechts enkele in het kort zal verhalen. Zo herinner ik mij nog levendig mijn eerste fietsrit naar de middelbare school. Ik was helemaal niet gewoon om in het drukke stadsverkeer te rijden. Dus was het die eerste schooldag wennen om me in die verkeersstroom te bewegen.

Verkeersagent - 000Op een gegeven moment reed ik in een straat waar er, op de plaats waar deze onder de spoorweg loopt, aan de linkerkant, ook een zijstraat op uitkomt. In het midden van de straat stond er een politieagent het verkeer te regelen. Nu had ik in de lagere school wel de verkeersregels geleerd en was ik op de hoogte van de betekenis van de armsignalen van een verkeersagent. Maar die tekeningetjes in onze cursus waren steeds heel duidelijk geweest.

In de praktijk bleek dat andere koek te zijn. Die in het blauw gekostumeerde politiebeambte stond wel met zijn armen te zwaaien, maar de bewegingen die hij maakte kon ik niet direct in overeenstemming brengen met één van de ingestudeerde afbeeldingen op de stencils uit mijn verkeerscursus. Aangezien het verkeer in de zijstraat stil stond en ikzelf niet van richting veranderde, besloot ik vaart te houden en gewoon door te rijden.

Ter hoogte van die agent gekomen, zag ik hem, vanuit mijn ooghoeken, verbaast mijn richting uitkijken en met zijn ene hand een fluitje naar de mond brengen, waar hij luttele seconden later met bolle wangen op blies. Ik hield halt. De man, die gelukkig voor mij, zijn post niet kon verlaten, riep me boos toe. Of ik het verkeersreglement niet kende? En zonder op een antwoord te wachten gebood hij me terug te keren. Wat ik gedwee deed.

*****

Een ander voorval deed zich naar het einde van het schooljaar voor. Ik had dat jaar vrij snel iemand leren kennen die via dezelfde weg naar school reed. Ook een eerstejaars, maar de jongen zat wel in een andere klas dan de mijne. Meestal reden we samen naar school en huiswaarts. We passeerden daarbij dagelijks een boerderij waarvan de boer ons vaak commentaar toeriep. Dat we aan de kant van de weg moesten rijden, niet naast elkaar mochten rijden en nog meer van die dingen.

Zowel mijn schoolkameraad, nochtans zelf een boerenzoon en vast van plan in zijn vaders voetsporen te stappen, als ikzelf waren die voortdurende opmerkingen meer dan moe. Meer dan eens riepen wij iets terug. Iets snedig, of mogelijks eerder smerig, dat weet ik niet meer juist. Het maakte die boer in elk geval nog nijdiger! Knipogen

Boer - 000 (klein)Op een avond reed ik huiswaarts. Alleen, deze keer. Bijna aan die boer zijn bedrijf gekomen, zag ik dat daar nogal wat beweging was. Potverdorie, die waren vast van plan om de koeien van de weide aan de overkant, naar de stallen op hun erf te brengen. Een activiteit waarvoor ze, naar ik wist, de straat afspanden, zodat die beesten niet weg konden lopen.

Nu had ik er helemaal geen zin in om daar minstens een kwartier te staan koekeloeren naar die koebeestenverhuis. Dus duwde ik wat harder op mijn trappers om de versperring ten bate van die herlocatie voor te zijn. Door de snelheid die ik had, zag de boer mij pas op het laatste moment aankomen. Met die versperringskoord al in zijn ene hand, begon hij wild met zijn armen te zwaaien, ten teken dat ik moest stoppen en hem niet voorbij mocht rijden. Wat ik, onder luid sakkerend geroep van de boer, evenwel toch deed!

Had ik daar even 10 seconden geluk! Vlak nadat ik de boer was gepasseerd zag ik achter mij kijkend, in volle vaart een van de weide komende stier over de weg naar het boerenerf spurten. Het scheelde geen haartje of ik was, met fiets en al, aan dat beest zijn horens gespietst!

*****

Bij een andere boer liep er op het erf een hond die, van zodra hij ons in het vizier kreeg, vervaarlijk begon te grommen en te blaffen. In den beginne dachten we dat het dier dat deed ter protectie van het erf van zijn baasjes en dus om ons bang te maken. Opdat wij, voor die viervoeter potentiële boeven, het zeker niet in ons hoofd zouden halen om dat boerenhof te betreden.

Angry dog - 000Daarom hielden we ons, bij het naderen van die doening, stil en negeerden we het dier. Maar dat systeem leek niet te werken. De hond bleef dag na dag hetzelfde gedrag vertonen. Zwaar bassen en soms zelfs de bijters laten zien! Dus gooiden we het over een andere boeg. We begonnen de viervoeter, een dier van middelmatig formaat en vast het resultaat van een ongeplande kruising van verschillende rassen, te paaien door het vriendelijk toe te spreken. Maar ook dat mocht niet baten.

Buiten die hond viel er op dat boerenerf nimmer een levend wezen te bekennen. Dier noch mens waren daar ooit te zien. We hadden nochtans graag de baasjes van die boze blaffer eens aangesproken over het gedrag van hun dier, dat ons danig begon te vervelen. Bij de buren konden we ook niet terecht, want die waren er gewoonweg niet. Deze woonst stond zowat halverwege een straat, waar de dichtste buur 10 akkers en weilanden verder woonde

Op een bepaalde ochtend reed er een derde jongen met ons mee naar school. Een klasgenoot van die nagenoeg dagelijks met me meefietsende schoolmakker. Toen we de boerderij met die razend blaffende hond naderden, en daarover ons beklag deden, zei die jongen, een nogal magere van postuur, dat je de vijand met gelijke wapens moet bekampen. Waarop de jongen met zijn fiets van ons wegreed en naar de afsluiting spurtte, waarachter die hond zat.

Yelling boy (klein)Nog voor hij zijn doel bereikte, begon hij zelf enorm veel kabaal te maken. Maar dat leek het beest niet te deren en zeker geen schrik aan te jagen. Toen wij bij de blaffende en schreeuwende jongen arriveerden, wezen we hem op dat feit. En merkten op dat de hond er nu nog bozer uitzag en nog luider blafte dan gewoonlijk. En dat de jongen best zou ophouden met wat hij deed, want dat anders die viervoeter wel eens over de afsluiting zou durven wippen en achter hem aan zou durven gaan!

Hij rolde de fiets waarop hij zat, met zijn voeten een beetje achteruit, tot hij terug op de rijweg stond en zette aan om verder te fietsten. Onderwijl ons antwoordend dat hij niks hoefde te vrezen want dat het toegangshek steeds was gesloten.

Doch die dag dus uitzonderlijk niet! Die jongen zag dat bij het passeren ook, slaakte een gil en trapte toen uit volle kracht op zijn pedalen, om daar weg te komen. De hond, die hem eerst blaffend achtervolgde aan de erfzijde van de afrastering, koos ervoor vanaf het openstaande hek zijn weg over straat te vervolgen, onze gezel achterna.

Wij waren blijven staan en sloegen met open mond het schouwspel gade. Tot daar dan toch iemand vanaf het boerenerf begon te roepen. Waarop de hond halt hield. Net voor het moment waarop wij vreesden dat het dier zijn, allicht scherpe tanden, in onze maat zijn dunne onderbeen zou zetten.

We zagen dat de hond met tegenzin terug naar het boerenerf liep, waar zijn boos baasje hem vloekend stond op te wachten. Wij hadden geen tijd om te talmen, omdat we dan vast te laat op school zouden arriveren. Iets wat toen nog niemand van ons drieën durfde te riskeren. We waren blij dat dit avontuur goed was afgelopen en haastten ons naar school. Zelfs met de beste wil van de wereld kan ik me niet meer herinneren of we die kwaaie hond naderhand nog ooit hebben teruggezien.

*****

Cycling with hands in the pockets (klein)Toen ik al wat ouder was reed ik huiswaarts met een buurjongen die, na een mislukt avontuur in een andere onderwijsinstelling, inmiddels ook les volgde aan dezelfde school als mij. We reden op een asfaltbaan waar we, zeker op dat tijdstip, nauwelijks andere weggebruikers tegenkwamen. Op het lange stuk rechte baan waar we ons op voortbewogen, reden we gezapig naast elkaar. Ik uiterst rechts en mijn maat links van me. Mijn handen hield ik in de zakken van mijn jas. Zo bleven ze lekker warm. En kon ik rechtop gezeten fietsen. Iets wat ik veel liever deed dan zo in een onnatuurlijke, gebogen houding zoals je normaliter op een jongensfiets hoort te zitten.

We waren druk in gesprek over de dingen die ons boeiden: motorfietsen, uitgaan, meisjes en andere typisch puberale interesses. Op een gegeven moment mompelde mijn maat iets en ging vervolgens voor me rijden. "Wat heeft die nu ineens?" dacht ik nog, terwijl ik verwonderd zijn actie gadesloeg. Waarop ik mijn hoofd naar links draaide, en daar het gezicht ontwaarde van een kerel met een kepie op het hoofd. Een politieagent, zo bleek. Die het portierraampje van, wat even later een politiecombi bleek te zijn, had naar beneden gedraaid. Manueel, want toen ging dat nog niet elektrisch,.

Wel lichtjes geschrokken, maar me van geen kwaad bewust, bleef ik gewoon rustig verder fietsen... zonder handen. Tot die agent me vroeg om even halt te houden. Wat ik dan uiteraard ook terstond deed. Want de bevelen van een 'man van de wet' behoor je nu eenmaal op te volgen, zo wist ik.

Om mijn fiets af te remmen had ik uiteraard reeds de handen uit mijn zakken gehaald en op mijn fietsstuur geplaatst. De chauffeur van de camionette, een collega van de agent die me had aangesproken, zette het voertuig niet aan de kant. Neen, ze bleven gewoon stilstaan op de rijweg, naast mij. Ik keek naar de politieman, verwachtend een blaam te krijgen voor het naast elkaar rijden, maar dan hadden ze wel de verkeerde te pakken, want het was mijn maat die aan de kant van het wegverkeer had gereden. Hadden die pipo's dat dan niet gezien?

Politiecombi - 000 (lego) (klein)Maar de overtreding die ik had begaan en waar de agent me voor berispte was het zonder handen rijden. Verboden en gevaarlijk, zo maakte hij me diets. De kerel haalde een schriftje te voorschijn, zodat ik dacht 'prijs' te hebben, zoals wij in die tijd in onze streek het 'krijgen' van een boete cynisch uitdrukten.

Mijn naam werd me gevraagd en ook mijn adres. Braaf gaf ik die man de gevraagde en bovendien ook juiste informatie. De geüniformeerde figuur noteerde alles maar legde, tot mijn verbazing, vervolgens het boekje naast zich neer en zei me dat hij het deze keer bij een 'waarschuwing' zou laten. Maar dat ik moest ophouden met dat zonder handen te rijden. In het belang van mijn eigen veiligheid en dat van de andere weggebruikers. En ook al omdat hij de volgende keer dat hij me zou betrappen op deze verkeersovertreding, me een P.V. zou toebedelen.

Opgelucht stamelde ik iets van het te hebben begrepen en een bedankt. Waarna de agenten me nog ten afscheid groetten en terug verder reden. Ik keek de wegrijdende politiecombi na en zette vervolgens mijn fiets en daarmee ook mezelf, terug in beweging. En reed tot bij mijn maat. Die, van enkele tientallen meters verder, de gebeurtenissen nauwlettend had gevolgd. En die me nu bezorgd vroeg of ik een boete 'aan mijn rekker' had. Toen ik hem kon geruststellen enkel een verwittiging te hebben gekregen, vervolgden we beiden glimlachend onze rit. Terug naast elkaar, maar alle twee met de handen op het stuur!

Thuis durfde ik over het voorval niks te zeggen. Bang voor een uitbrander van mijn ouders. De eerstvolgende dagen liep ik evenwel rond met een bang hart. Vrezend dat die flikken hetzij me alsnog een boete zouden bezorgen, hetzij een schriftelijke bevestiging van mijn 'vergrijp' bij mijn ouders zouden laten toekomen. Wat allemaal kon, want ik had hen immers mijn naam en adres gegeven. Maar ik had geluk. Ze hielden woord, dus mij met rust. En ik ben nooit meer 'gesnapt' bij het zonder handen rijden, alhoewel ik het ook nadien nog vaak heb gedaan.

*****

Zonder handen fietsen - 001 (klein)Ik herinner mij het door een meester in de lagere school vertelde verhaal van een jongen die ook al fietsend zonder handen, door een politieagent werd tegengehouden. Die terstond die gast zijn stuur van de fiets haalde. Omdat die jongeman dat blijkbaar toch niet nodig had. Hij mocht zijn weg naar huis vervolgen en werd aangemaand om, samen met zijn vader, zijn fietsstuur af te komen halen op het lokaal politiekantoor.

Aangezien die jongen veel te laat thuiskwam, want hij had dat laatste stuk weg naar huis te voet moeten afleggen, omdat je met een fiets zonder stuur niet kan rijden, en hij daarenboven ook een verklaring moest geven voor het geamputeerd zijn van zijn tweewieler, was hij wel genoodzaakt zijn ouders over het gebeurde in te lichten. De pa gaf zoonlief 'onder zijn voeten', maar bleef wijselijk weg van het politiekantoor. Er geen zin in hebbend daar een preek te moeten aanhoren over het gedrag van zijn zoon. En ook bang om alsnog een boete te krijgen voor het vergrijp. Hij verkoos het zekere voor het onzekere en ging bij de fietsenmaker een nieuw stuur kopen voor het rijwiel van de zoon. Liever onmiddellijk opteren voor de kleine kost dan het risico te lopen op een grote!

15-12-09

Opschudding in de zaal

 

Het is een tijdje stil geweest op deze weblog en misschien blijft dat ook nog wel even duren, alhoewel dat helemaal niet mijn bedoeling is. Want ik heb nog steeds heel veel in mijn hoofd zitten, dat er heel graag uit wilt en via de wijsvinger van mijn linkerhand zou willen worden uitgetypt.

Friends For SaleUit berichten die ik vanuit mijn 'lezerskring' ontvang, stel ik vast dat er diverse speculatiepistes zijn rondom deze stilte op mijn blog. Zoals bijvoorbeeld te actief zijn op FarmVille'Facebook', of te veel bezig zijn op de daarmee samen hangende spelletjes, zoals 'Friends For Sale!' en 'FarmVille'.

Foute veronderstellingen evenwel. Want de voornoemde activiteiten dienen enkel ter verstrooiing van mijn geest en zijn geen doel op zich. De ware redenen zijn elders te vinden. En wel voornamelijk op familiaal vlak, waar ik mij in een zeer precaire situatie bevind. Die me fysiek en mentaal totaal uitput. Het nemen van beslissende stappen wordt alsmaar urgenter. Maar naast een aantal klaarblijkelijk niet te overwinnen obstakels, houdt ook de vrees een foute keuze te maken, me tegen in mijn besluitvorming, En derhalve ook in het ondernemen van acties.

Voornamelijk, om niet te 'zeggen' al mijn bezorgdheid hieromtrent gaat uit naar de gevolgen ervan op de mensen waar ik om geef. Met de consequenties die het nemen van verkeerde beslissingen kunnen hebben op mijn eigen zelve, daar kan ik best mee leven. Door mijn grote vergevingsgezindheid en eindeloos begrip voor mijn 'mens' zijn, en al hetgeen daarmee gepaard gaat. Knipogen

Maar vooraleer samen met jullie weg te zinken of te verdrinken in een mateloze mistroostigheid, ga ik het hier in dit epistel vlug over een andere boeg gooien. Deze vaak korte, donkere en nu ook al koude winterdagen zijn immers op zich al somber genoeg. Knipogen

Daarom ook is naar buiten en onder het volk komen voor elke mens zo belangrijk. En je komt al eens 'iets' of 'iemand' tegen als je je als persoon in kwestie buitenshuis verplaatst. Dat kan eenieder getuigen, en ook ik ben daar geen uitzondering op.

Kerstmarkt Lokeren 2009Zaterdag jongstleden ben ik naar de plaatselijke Kerstmarkt geweest. Het zag er allemaal best gezellig uit. Maar voor mij is zulk een evenement iets dat je best en liefst in gezinsverband aandoet. Zelf had ik in mijn uppie ook jammer genoeg niet de kans om een warme chocomelk te drinken of van één van die aanlokkelijke warme snacks te smullen. Mijn enige, beperkt functionele hand, de linker, was immers volledig verstijfd van de kou.

Kerstverlichting LokerenToch vond ik dit uitje de moeite waard. Al was het maar omwille van de vriendelijke begroetingen door bekenden, de burgemeester inclusief, de vele vrolijke mensen, al dan niet in die toestand als gevolg van het drinken van alcoholische dranken, de sfeervolle Kerstmuziek... en vooral de artiest die op een podium ijssculpturen vervaardigde. Uit blokken ijs heb ik die man, met kettingzaagjes en beitels als gereedschap, een Kerstster (met staart) en een engeltje zien tevoorschijn toveren. Prachtig vond ik dat!

Een drietal weken eerder bezocht ik de zondagse rommelmarkt op het stationsplein van mijn woonplaats. In gezelschap die keer. Maar er waren jammer genoeg vele gelegenheidshandelaars niet komen opdagen. Allicht omwille van het toenmalig wisselvallige weer.

Toen ik op het punt stond om naar huis te rijden, maar nog even genoot van het zicht op de activiteiten op het plein, kwam een vrouw op ons af die de mij vergezellende jongedame aansprak. Ik zei de vrouw, luid en duidelijk, dat, als ze iets te zeggen had, ze mij moest aanspreken. Ze bekeek me eens raar en begon toen weer te babbelen tegen het meisje naast me. Ik herhaalde wat ik ook daarvoor reeds had gezegd, maar mijn woorden mochten niet baten.

Na nog eens hetzelfde scenario kwam ik dan toch te weten dat die vrouw me weg wou van de plaats waar ik stond. Omdat haar man zo meteen ging komen met de auto, om hun spullen in te laden.

Angry womanAls er nu iets is waar ik een hekel aan heb, dan is het om te worden aanzien, beschouwd en behandeld als zijnde een breinloos, onmondig, in de weg staand 'object'. Dus zei ik die vrouw dat ik mij wel zou verplaatsen op het moment dat de omstandigheden dat zouden vereisen, in casu als haar man met hun vierwieler ten tonele zou verschijnen.

Angry smileyDe vrouw keek me dom aan. Ik keerde haar de rug toe, maar draaide me onmiddellijk terug om en zei dat ik het niet prettig vond om als een 'obstakel' te worden behandeld en dat ze het in de toekomst best zou laten om mij en anderen zo te behandelen. Als antwoord kreeg ik te horen een zaag te zijn, waarna de vrouw wegliep. Ik draaide me geheel rond. Tijdens het keren was ze teruggekeerd. Toen ik haar zei dat van me weglopen wel erg laf was, stak het vrouwmens haar armen in de lucht en riep ze uit: "Ik heb het hem beleefd gevraagd, maar 'die' wil hier maar niet weggaan!" "Dat is omdat dit plein van iedereen is en niet van jou alleen" liet ik nog weten, waarna ik doorreed. Net op het moment dat die partner met zijn auto verscheen. Verbaast kijkend naar zijn met haar armen hemelwaarts gerichte partner. Lachen

Het vrouwmens is waarschijnlijk zwak begaafd, maar dat is naar mijn mening geen excuus. Al te vaak kom ik in contact met personen die het huis niet meer uitkomen omdat ze buitenshuis vaak 'onmenselijk' worden behandeld, of voortdurend het slachtoffer zijn van ontoegankelijkheid. Dus blijf ik tot in den treure tegen al dit onrecht ageren. In het belang van de 'mensheid' en de 'menselijkheid'! Ze hadden potverdikke die Nobelprijs voor de Vrede net zo goed aan mij kunnen geven, in plaats van aan Obama! :-) Deze laatste, vaak verkeerdelijk als 'zwarte' aangeduid, zit er blijkbaar ook mee verveeld deze eerbetuiging (nu al) te krijgen. Dat zou ondermeer kunnen af te leiden zijn uit wat hij over zijn eigen dankrede zegde. Namelijk dat hij ze best goed vond opgemaakt, en zelfs in die mate dat hij aan het eind ervan, er bijna zichzelf mee had overtuigd dat bij die prijs wel echt heeft verdiend. Lachen

Dit najaar ben ik reeds een aantal keer op donderdagavond naar de film geweest in het Cultureel Centrum van mijn woonplaats. Hun filmplanning past goed in mijn leefschema: aanvang om kwart na acht, dus doorgaans afgelopen omstreeks tien uur. Zodat ik zonder me te hoeven haasten, terug thuis ben tegen half elf, het tijdstip waarop mijn thuisverpleegkundige me normaliter komt verzorgen en in bed helpen.

Un prophète - 000De laatste keer dat ik ging kijken, draaide men er de Franse film 'Un prophète'. Een boeiend, interessant, maar 'ruig' gevangenisdrama. Veel volk was er niet. Ik denk een honderdvijftigtal personen. En allen zaten ze op de tribune. Terwijl ik op de begane grond, in het gangpad stond, tussen de onbezette stoelen.

Toen de film, naar ik vermoed, een drietal kwartier bezig was, werd er een huiveringwekkende scène getoond. Een kerel werd in zijn cel, door het hoofdpersonage, met een scheermesje de keel overgesneden. Waarna je het slachtoffer op de vloer zag liggen doodbloeden, terwijl er nog een aantal keer een sluiptrekking door diens lichaam ging. Net echt!

Kort daarna hoorde ik stemmen in de zaal. En toen ik rechts van me keek, zag ik mensen de trappen afgaan en via het gangpad aan de andere kant van de zaal, zich begeven naar de uitgang aldaar. Waren die zo geschokt door dat bloedige fragment dat ze verkozen er vandoor te gaan? Maar kon dat dan niet zonder de andere bioscoopbezoekers te storen?

Terwijl ik deze overdenking maakte, en middelerwijl ook trachtte het verhaal verder te volgen, stopte men de filmspoel. Hier moest meer aan de hand zijn. Een dame haastte zich tot vooraan in de zaal. Om ons toe te spreken en de reden voor de onderbreking mede te delen, zo verwachtte ik. Maar het was om de lichten aan te steken. Het bleef dus gissen naar de reden van de interruptie. Misschien was men, zoals ik al een keer eerder meemaakte, de verkeerde film aan het afdraaien? Of was er ergens in de zaal brand uitgebroken? Of in de ontvangstzaal ernaast, want sommige mensen liepen eerst de zaal waarin ik me bevond uit, en vervolgens weer in.

Un prophète - 002Gedurende het omdraaien van mijn rolstoel, teneinde de filmliefhebbers op de tribune te zien, bedacht ik ook de mogelijkheid dat er iemand onwel was geworden bij het zien van die even daarvoor vertoonde gruwelijke beelden. En, afgaande op wat mijn ogen even later te zien kregen, was dit inderdaad de oorzaak van de ongeplande en ongewenste pauze.

Een groepje mensen zat en stond omheen een ietwat corpulente heer die op een zitje zat op één van de bovenste tribunerijen en die er, gezien vanaf mijn positie, niet erg fris uitzag. Nu was het klimaat er wel naar geschapen om onpasselijk te worden: een warme zaal en op het scherm een bloederig tafereel. De nooddeuren werden open gezet om wat koelte en zuurstof in de zaal te brengen. Tenminste ik vermoed dat dit de intentie was, want nog steeds had niemand het initiatief genomen om alle aanwezigen in de zaal op de hoogte te stellen van wat er aan de hand was.

Verschillende mensen verlieten de zaal. Die hielden het blijkbaar voor bekeken. Omdat de inhoud van wat ze tot dan toe van de film zagen, hen niet aanstond? Omdat de interruptie al te lang duurde? Of omdat ook zij in katzwijm dreigden te vallen? Joost mag het weten. Maar hoeft het niet aan me door te zeggen omdat deze informatie totaal onbelangrijk is. Knipogen

Alhoewel het er naar uitzag dat er niks meer aan de hand was dan een appelflauwte, werd naar hetgeen ik van op mijn plek kon horen, toch de 100 gebeld. In afwachting van de ziekenwagen, werd de 'zieke' , ondersteund door zijn gezellen, de trappen af en naar buiten geleid. Even later kwam de technisch verantwoordelijke van dienst dan melden dat hij de projectie zou laten verdergaan. Niemand protesteerde. Het incident had alles bij elkaar een twintigtal minuten oponthoud veroorzaakt.

Un prophète - 001Het vervolg van de film bleef hard en gewelddadig, maar de meest akelige scène hadden we klaarblijkelijk toch reeds gezien. Of het door de onverwachte onderbreking kwam of gewoon omwille van het feit dat een film naar mijn goesting niet al te lang mag duren, feit is dat ik een uur later een beetje ongeduldig op het einde van de prent zat te wachten. Die film bleef immers maar duren. En op een gegeven moment kreeg ik al een SMS'je van mijn verpleger met de vraag of ik reeds thuis was.

Liever het einde van de film missen, die me toch niet echt meer boeide, dan een nacht in mijn rolstoel te moeten doorbrengen. Het was trouwens niet enkel mijn thuisverpleegkundige die me thuis verwachtte. Ik had er ook op gerekend bijtijds thuis te zijn om het op een redelijk tijdstip naar bed gaan van mijn zoons te controleren!

Maar hoe zou ik voortijdig de zaal kunnen verlaten? Ik trachtte oogcontact te maken met de toeschouwers die het minst ver van me af zaten. Mogelijks door de duisternis bleef deze actie evenwel zonder succes. Alle ogen bleven op het witte doek gevestigd. Gebaren durfde ik niet te maken, want gezien hetgeen eerder die avond was gebeurd, dacht men dan mogelijks dat er ook met mij iets loos was. En ik wou het niet meemaken dat men ook voor mij, en onnodig de filmprojectie zou stoppen.

Dus zette ik mijn lichten aan en reed zachtjes achterwaarts richting uitgang. Waar ik hoopte dat de deuren zouden openklappen als ik er zachtjes tegenaan reed. Dat lukte... deels. Halverwege kwam ik namelijk vast te zitten. Ik slaakte een zucht en gromde toen een vloek waarin de naam voorkomt van dat opperwezen waarin ik niet meer geloof. Dat hielp me wonderwel vooruit, want het woord was nog niet koud of daar stond reeds een werknemer van het Cultureel Centrum naast me, die me uit mijn benarde positie kon redden. Van die man vernam ik ook dat die film er één is die tweeëneenhalf uur duurt!

Diezelfde persoon ging ook met me mee om de dubbele draaideuren aan de toegang tot het gebouw open te houden. Waarna niks me nog in de weg stond om, na even snel telefonisch mijn komst aan te kondigen, in de stilte van de donkere nacht, gezwind huiswaarts te rijden. Lachen

27-08-09

Dienst 100, altijd paraat!

 

Samen met mijn zoons was ik ergens heen geweest. En op de weg naar huis hadden de jongens zich nogal vervelend gedragen. Zulks gebeurt nu eenmaal en is eigen aan opgroeiende, zich een weg door het leven zoekende jongelui. Maar, zoals het een ouder betaamd, had ik hen een aantal keren berispt. Wat me door mijn 'lieverds' niet in dank werd afgenomen.

Toen we thuis arriveerden en ik mijn kroost om hulp verzocht om me iets rechter in mijn rolstoel te positioneren, omdat ik onder het rijden wat onderuit was geschoven, namen zij hun kans op vergelding te baat door dit botweg te weigeren. Ik werd boos en zei dat, als zij het niet deden, ik met mijn mobieltje de 100 zou bellen. En, eens ze hier waren gearriveerd, het wel aan hen zou vragen. Waarop ik wegreed, en vanuit een ooghoek de jongens onze woning zag betreden.

Ik plaatste me met mijn rolstoel aan de kant van de straat, tussen onze haag en het fietspad. En kantelde mijn zitting en rugleuning, zodat ik in een liggende positie lag. En mijn lichaam de kans kreeg om even te bekomen van de rit. Lang bleef ik daar evenwel niet staan, want die onmin met mijn kroost moest worden opgelost.

Veel was daar niet voor nodig. We hadden zo een systeem waarbij, als ik het even tevoren stout of ongehoorzaam zijn van de kinderen ter sprake bracht, ze prompt naar me toe kwamen en met volle kracht lucht op mijn voorhoofd bliezen, om alle slechte herinneringen uit mijn geheugen te laten verdwijnen. Een dikke zoen op mijn wang vervolledigde deze 'alles vergeven en daarbovenop ook vergeten' procedure. Die op de koop toe, en goed voor hen, nog werkte ook!

AmbulanceDus toen ik ons huis binnen reed en tegen mijn daar rondhangende nakomelingen begon te 'zagen' pasten zij snel de geijkte methode toe. En hielpen me vervolgens spontaan met het verbeteren van mijn zitpositie. Waarna de kinderen hun bezigheden hervatten en ik genoot van het kijken ernaar.

Ik zat met mijn gezicht naar onze achtertuin gericht, toen plots de deurbel weerklonk. De jongens keken op van de plaats waar ze zaten en ik zag hun verbijsterde gezichten.

"Dus jij hebt werkelijk de '100' gebeld?" vroeg één van hen me. Vooraleer ik, nu zelf ten zeerste verbaast, ontkennend kon antwoorden, was de jongen reeds de voordeur gaan openen. En stond hij even later, terwijl ik me inmiddels een kwartslag had gedraaid, voor me, met naast hem een ambulancier. Dat kon ik zien aan diens outfit en aan het feit dat zijn functie ook op de borstzakjes en bovenaan de mouwen van zijn jas was gedrukt.

"Ik hoorde het net van je zoon, en wij dachten zelf ook al dat er niks aan de hand was" zo begon de man. "Maar iemand die met zijn auto voorbij je huis passeerde had een man in een rolstoel zien liggen, met de ogen gesloten, en belde het noodnummer omdat hij dacht dat die persoon onwel was geworden en derhalve in nood verkeerde. Toen we de locatie hoorden, vermoedden we onmiddellijk dat jij het was, die even zat te dutten voor je woning. Maar we konden evenwel geen risico nemen, dus rukten we toch uit."

Verbluft door dat verhaal en de toevalligheid van het samengaan met mijn dreigement, kon ik niet meer uitstamelen dan een dankjewel. Waarna de man afscheid nam en vlug verdween. Door me nog een kwartslag verder te draaien kon ik door het vensterraam in de voorgevel van ons huis, nog net de gele ziekenwagen zien wegrijden, richting stalplaats, het stedelijk algemeen ziekenhuis.

Dat de ambulanciers onnodig waren uitgerukt vond ik uiteraard jammer. Maar de ganse situatie op zich was geweldig grappig. En de stomverbaasde gezichten van mijn zoons staan allicht tot het einde mijner dagen in mijn geheugen gegrift! Lachen