31-10-09

Halloween

 

Halloween butt - 000Een horror-, thriller- of spokenfan ben ik helemaal niet. Maar één keer per jaar griezelen, ter gelegenheid van 'Halloween', vind ik best 'leuk'! Al is dat woord eigenlijk niet de meest geschikte term om mijn belangstelling te beschrijven voor deze van oorsprong Iers-Keltische Oudejaarsavondviering Knipogen

Halloween banner.jpg (blog)

Halloween - 008 (klein)Zelf kom ik uit een tijdperk waarin de traditie van het celebreren van deze 'Allerheiligenavond' hier in ons land nog geheel Halloweenn (klein)onbekend was, laat staan dat men ze zou gevierd hebben.

Vooral onder impuls van handelsondernemingen die wel brood zagen in het aan de vrouw en man brengen van allerlei prullaria met betrekking tot deze feestdag, is deze in de loop der jaren ook in onze contreien uitgegroeid tot een alom gevierd evenement.

En ik vind dat best goed. Handelaars die hun etalage en privépersonen die hun woning decoreren in het teken van 'Halloween', Met kunstig uitgeholde en tot lantaarns omgevormde pompoenen, spinnenwebben, heksenbezems, zwarte puntmutsen, vleermuizen, vampiers... Daar hou ik wel van! Zolang het niet overdadig is, maar net genoeg om de stemming erin te brengen.

En dat, door als spook, duivel, Pietje de dood, heks... verkleedde kinderen, die van deur tot deur gaan aanbellen om de bewoners op te schrikken en aan te zetten tot het geven van snoepjes, koekjes, ander lekkers of al eens enkele Euro's, vind ik formidabel. Het is bevorderlijk voor de sociale contacten en uitermate plezant voor beide partijen. Zowel de verklede jongeren als hun 'slachtoffers' beleven er lol aan.

Halloween - 009 (klein)Halloween ghost - 000 (klein)Halloween- fuiven en wandeltochten bij valavond en nacht, met fakkels en pompoenlampions, zijn vast ook heel amusant. Door het voorspelde wisselvallige weer durfde ik mij niet vooraf in te schrijven voor de Halloween laatavondwandeling in mijn woonplaats. Maar mogelijks lukt het volgend jaar wel. Vanavond zal ik dus genoodzaakt zijn mijn activiteiten te beperken tot het in mijn voordeurgat zitten met een wit deken over mij gedrapeerd. Zodat ik (nog) een beetje (meer) op een spook 'lijk'. En met een mandje snoep op de schoot, en een glas pompoensoep binnen handbereik, wacht ik dan geduldig af wie het zal aandurven om te proberen mij te doen schrikken! Of wie ik, als de gelegenheid zich mocht voortdoen, zelf de stuipen op het lijf kan jagen! Lachen

25-10-09

Rudi’s overdenkingen - Mensen, daar reken je niet op!

 

Op mensen rekenen doe ik niet meer. Neen, rekenen doe ik enkel nog op stukjes kladpapier, op een calculator op zonne-energie of in het programma Excel op mijn laptop. En wel na een spijtig voorval dat nogal betreurenswaardig was. Evenwel niet voor mij, want ik had het zelf uitgelokt. Alhoewel niet helemaal. Bij nader inzien zelfs helemaal niet, want de ander was begonnen.

Aangezien wellicht zowel de aandachtige lezers als de onoplettende haastigen, mijn uiteenzetting nu al niet meer kunnen volgen, wat hen geenszins kan kwalijk worden genomen, verklaar ik me nader.

Heel veel jaren geleden, toen ik nog niet eens stemgerechtigd was, waren er op een gegeven ogenblik verkiezingen. Ja, inderdaad, in mijn jeugd amuseerden zij, die toen bij de overheid werkten, zich daar ook al mee. Met die pesterijen van de brave burger. Maar je kon hen dat bezwaarlijk kwalijk nemen, want die mensen moesten uiteraard toch iets om handen hebben, om hun dagen te vullen?!

Tegenwoordig heeft het overheidspersoneel de beschikking over computers met een snelle Internetverbinding. En kunnen ze derhalve hun tijd besteden aan chatten op sociale netwerksites, een lief zoeken op datingsites of spelletjes spelen op één van de daarin gespecialiseerde websites. Maar vroeger bestond dat alles nog niet en was het zich ledig houden met het organiseren van verkiezingen een favoriete bezigheid van de overheidambtenaren. Toentertijd om ondermeer die reden, door het gewone volk ook wel eens smalend aangeduid als ambetantenaren.

Heden ten dage gebeurt bijna alles automatisch en wordt er op vele plaatsen elektronisch gestemd. Maar in mijn pubertijd was dat anders. Toen gebeurde het stemmen nog in alle bureaus manueel, en was er derhalve nogal wat werk te verrichten aan de voorbereiding ervan. Potloden scherpen en uitproberen op een stukje papier en meer van dit soort zaken. Vermoed ik, want helemaal zeker daarvan ben ik niet. Misschien waren die bureaucraten wel zo leep dat ze deze opdracht aan een externe firma toevertrouwden. Dan hadden ze meteen ook een besteding voor het overheidsgeld. Alweer een zorg minder!

Vooraleer ik hier boze reacties krijg en haatmail vind in mijn elektronische brievenbus, wens ik vlug en terloops even te melden dat hetgeen hierboven staat gewoon maar voor te lachen is! Alhoewel ik het geld van de brave burger verkwisten nu niet bepaald grappig vind. Oh ja, ik ben er mij ook terdege van bewust dat verkiezingen een moeizaam verworven democratisch recht is. Dus ook daar hoeft niemand mij op te wijzen!

Dit gezegd, of eerder 'geschreven' zijnde, ga ik door met de essentie van mijn verhaal. Als ik mij dat, na al dat afwijken trouwens nog kan herinneren. Bon! Uit herlezing van het begin van dit epistel blijkt het dus over 'rekenen op' te gaan. En een jammerlijk incident dat mij er toe heeft gebracht om het op mensen rekenen uit mijn dagdagelijkse leven te bannen.

In de aanloop naar die eerder aangehaalde, door zich vervelende ambtenaren georganiseerde, naar ik mij halvelings herinner, gemeente- en provincieraadsverkiezingen, werd er lokaal nogal wat publiciteit gemaakt. Cadeautjes geven en gadgets uitdelen om stemmen te kopen... euh, ik bedoel uiteraard 'winnen' dat mocht toen nog, begin de jaren tachtig. En ook het plaatsen van huizenhoge affiches was nog toegestaan.

Eén van de kandidaten, een rijkeluiszoon, die nergens voor deugde maar een postje in de gemeentepolitiek wel zag zitten, maakte bij zijn campagne gretig gebruik van al deze promotiemiddelen. En bekostigde alles met het geld van papa. Die al lang blij was dat zoonlief eindelijk iets gevonden had dat hem interesseerde.

In mijn woonplaats en langs de toegangswegen erheen stonden of hingen affiches met zijn beeltenis en slogan. Die trouwens slim was bedacht, maar vast niet door de kandidaat zelf. Hij stapte immers naar de kiezer met de leuze: 'Op MIJ kan je rekenen!' Een slagzin waarvan de figuurlijke betekenis bij het overgrote deel van het kiespubliek de verwachtingsvolle interesse opwekte.

De politiek interesseerde mijn vrienden en mij slechts in beperkte mate. Maar toen die 'veel belovende' kandidaat een meeting organiseerde waarop hij, volgens de uitnodiging, zijn programma uit de doeken zou doen en toelichten, gaven wij toch present. Niet in her minst omdat er gratis hapjes en drank waren voorzien.

En wij waren niet de enigen die daar die avond op afkwamen. Het parochiezaaltje waar de bijeenkomst doorging, liep vol van het volk. In een mum van tijd waren alle op een rij tafels klaargezette snacks verdwenen. En de reeds in bekers gegoten drankjes werden ook in een ijltempo weg gegraaid. We stonden allemaal dicht op elkaar gepakt. En toen de kandidaat en zijn gevolg, waaronder zijn trotse ouders, hun  entree maakten, werden we zelfs op elkaar gedrukt.

Nu viel dat, wat mij betrof, helemaal niet tegen. Integendeel zelfs. Met mijn rug en schouders werd ik tegen de zachte omvangrijke boezem van de dame achter mij gedrukt. En mijn voorkant kreeg de achterkant van een welgevormd jong meisje tegen het lijf geduwd. En ze rook daarenboven zo lekker, dat langharig blondje, dat zowat een kop kleiner was dan mij, waardoor ik toch het zicht op de binnentredende verkiezingskandidaat bleef behouden.

Ondanks mijn toch wel comfortabele positie verliet ik deze, na een samenzweerderige blik te hebben uitgewisseld met mijn kameraden. De ster van de avond genoot zichtbaar van de hoge opkomst en van de aandacht die aan hem werd geschonken. Hij had inmiddels zijn jasje uitgedaan. Waarschijnlijk in de eerste plaats omdat hij het net als ons te warm had gekregen in dat met mensen volgestouwde zaaltje. Maar vast ook om met zijn campagneshirt te pronken. Een witte T-shirt met, naast het partijlogo,  in zwarte opdruk zijn naam en slogan.

Terwijl twee van mijn maten de kerel langs voren benaderden en hem bezig hielden door het stellen van enkele onzinnige vragen, waarop die kinkel dan ook nog eens idiote antwoorden gaf, ging ik, samen met een andere maat, langs achter op de kandidaat af. We namen onze, met voorbedachten rade, voor dat doel meegebrachte dikke viltstiften uit onze jaszakken en begonnen met op 's mans T-shirt becijferingen te maken. In het rood, en groot!

Door de drukte, het voortdurend deinen van de menigte en het her en der porren en geduw, duurde het even voor we werden opgemerkt. En die man zijn partijgenoten doorhadden en zagen wat wij hadden uitgericht. Zelf kon hij van ons geschrijf niet zo veel zien, maar zijn papa vertelde hem de details. Die kerel kon er niet mee lachen. Alle gestommel en gepraat was gestopt. Ieders ogen waren gericht op de kandidaat, die ons, ziedend van woede, aankeek, met een rood aangelopen gezicht. De zweetdruppels vloeiden vanaf de nat geworden, kortgeknipte haardos, over zijn wangen, langs zijn nek,  en belandden alzo op het kunstig door ons bewerkte shirt.

Op zijn bits gestelde vraag waarom wij op zijn kleren aan het cijferen waren gegaan, antwoordde mijn mededader laconiek dat wij toch wel het recht hadden om hetgeen hij als slogan gebruikte, aan de praktijk te toetsen?! Om te zien of zijn 'op mij kan je rekenen' op enige waarheid berustte. Maar de kerel stapte boos van ons weg.

Waarschijnlijk vond hij het vooral niet leuk dat we enkel maar berekeningen had uitgevoerd met nullen. 0 * 0 = 0 bijvoorbeeld. Maar geen deling door nul, want dat kan en mag niet, zo heeft mijn leerkracht Wiskunde mijn medeleerlingen en mij ooit in het hoofd geprent. "Deel nooit door 0!" zo waarschuwde hij ons. Nu ja, ik heb me daar steeds aan gehouden. Dus ook bij het bekladden van dat witte campagneshirt. Die vent en zijn partij waren er wel zelf de oorzaak van dat we hen slechts een nul waard achtten.

Mijn kameraden en ik maakten ons snel uit te voeten. We hadden daar immers niks meer te zoeken. Want alle spijs en drank was al op. En de te verwachten toespraak en andere prietpraat, daar hadden mijn maten en ik ook geen boodschap aan.

Gelukkig hadden de meeste van mijn wel stemgerechtigde medeburgers klaarblijkelijk ook door dat hun stem niet goed besteed zou zijn aan die rijke domkop. Zodat, spijts alle promotie en gulle schenkingen, en ondanks zijn verkiesbare plaats op de kieslijst van de partij waarvoor hij opkwam, deze kerel toch niet verkozen geraakte. Maar goed ook! Mensen zonder gevoel voor humor horen niet thuis in het politiek landschap. Geef mij maar levend geworden karikaturen zoals Freddy Willockx, diens partijgenoot Louis Tobback en CD&V'ers Jean-Luc Dehaene en Pieter De Crem. Om langs blauwe kant Guy Verhofstadt en Annemie Neys niet te vergeten. Alleen al bij het zien van hun kop, barst je uit in een onbedaarlijke lachbui! Knipogen

Wie onder anderen eigenlijk ook thuishoort in het voorgaande lijstje is Frank Vandenbroucke. Maar die man is, helaas voor hem, zijn entourage en adepten, inmiddels een stille dood gestorven. Op politiek vlak welteverstaan. Want het hart van de man klopt nog altijd. Dit in tegenstelling tot dat van zijn naamgenoot, de wielrenner. Die het Afrikaanse Senegal uitkoos om er, na een laatste wip met een plaatselijke schone, het tijdige leven vaarwel te zeggen en te ruilen voor de eeuwige dood.

17-10-09

Competitiesport voor iedereen!

 

De meesten van jullie herinneren zich vast wel de Olympische Zomerspelen, die in augustus van vorig jaar (2008) plaatsvonden in het Chinese Peking (Beijing). En waar voor België Kim Gevaert, samen met haar drie collega's zilver haalde op de 4 x 100 meter. En haar landgenote Tia Hellebaut zelfs goud wist te bemachtigen in het hoogspringen. Een plak dat ook de Verenigde Staten binnen rijfde in de teamjumping. Deze verdienste was voor een groot deel toe te schrijven aan de prestaties die werden geleverd door het Amerikaans paard van Oost-Vlaamse afkomst, Sapphire. Een staaltje van hoe zowel mens als dier de eer van een land kunnen hoog houden. Al spreken we voor wat betreft dit apenland, misschien wel beter van 'redden'. Knipogen

 

Olympische Zomersàpelen 2008 (Peking)

Na afloop van de reguliere Spelen was er, zowat een maand later, op dezelfde locatie, ook een editie voor mensen met onder anderen een fysieke beperking of een hersenletsel: de Paralympics.

Veel heb ik daar op de televisie niet van gevolgd. Gewoonweg omdat daar heel wat minder beelden van werden uitgezonden dan van de versie voor valide personen. Eén finalewedstrijd heb ik evenwel gezien en deze is ook in mijn geheugen opgeslagen gebleven.

Het betreft de finale van de 100 meter zwemmen, vrije slag, voor lichamelijk gehandicapten. De ploeg van Sporza had daar zelfs een heuse reportage van gemaakt, met voorafgaand aan de wedstrijd, een interview met de finalisten.

In de buurt van het Olympisch zwembassin, waar de finale zou plaatsvinden, sprak de reporter met de sporters. De eerste man, die werd geïnterviewd, had geen armen. "Kwijtgespeeld bij het werken met een zaagmachine", zo meldde hij, toen er hem naar werd gevraagd. Waarna hij mocht uitleggen hoe hij het in hemelsnaam klaarspeelde om te zwemmen, zo zonder armen. "Helemaal op beenkracht!" zo bleek.

Vol van ontzag wenste de reporter deze man succes toe in de finale en begaf zich met zijn camera- en geluidsman naar de tweede finalist. Dat bleek iemand zonder benen te zijn. Deze waren geamputeerd moeten worden na een vreselijk autoaccident. Ook aan deze kerel werd de vraag gesteld hoe hij er, zonder benen, in zou slagen die 100 meter te zwemmen. Hier luidde het antwoord: "Uitsluitend op armkracht!"

Ook van deze persoon nam de reportagecrew vol van achting afscheid, hem tevens een succesvolle finalewedstrijd toewensend. Waarna ze bij de derde finalist aanbelandden. Verrast en verbaast stelden ze vast dat deze topsporter armen noch benen had. De man zei zo geboren te zijn. En de door de reporter enigszins verlegen gestelde vraag van hoe hij er dan toch in slaagde te zwemmen zonder ledematen, beantwoordde de moedige man door te zeggen: "Mijn oren zijn zo ontwikkeld dat ik me al wapperend ermee, in recordtijden door en over het water kan verplaatsen. Dus mijn sterkte is mijn oorkracht!

Geweldig onder de indruk namen de interviewer en zijn team ook afscheid van deze man, die inmiddels door zijn trainer en verzorger werd klaargemaakt voor de finale. Waarvoor ze hem dan ook veel succes toewensten.

Rond het zwembad werd alles in gereedheid gebracht voor de finalewedstrijd '100m vrije slag'. De drie mannen namen, geholpen door hun trainers, plaats op de startblokken. En ook de official stelde zich klaar om het startsein te geven.

Het startschot weerklonk. De twee eerste zwemmers doken op eigen kracht het water in. De derde kreeg, geheel volgens een afspraak met de wedstrijdcommissie, een zetje van zijn trainer.

Twee van de drie zwematleten gingen goed van start en schoten, als pijlen uit een boog, vooruit door het water. De derde daarentegen, de kerel met armen noch benen, zonk als een zware rotsblok pardoes richting bodem. Na een minuut of twee bang afwachten naar wat gebeuren zou, dook zijn trainer toch het water in, viste zijn pupil op van de bodem van het zwembad en bracht hem naar de oppervlakte en uit het water. Alwaar de zonder ledematen levende man, happend naar adem, bekwam van zijn overduidelijk mislukte competitieve zwempartij.

Zijn trainer zat daar, aan de rand van het zwembassin, op zijn knieën naast de man en met zijn bovenlichaam over hem heen gebogen en vroeg bezorgd wat er in godsnaam was fout gegaan. Waarop de invalide man, met een rood aangelopen gezicht, uitzinnig van woede, al water spuwend uitschreeuwde: "En dat vraag jij aan mij? Je had godverdomme mijn badmuts over mijn oren getrokken!"


N.B.: geloof in geen geval altijd wat de schrijver dezes je probeert wijs te maken, want heel af en toe zit er wel eens een verzinsel tussen Knipogen

10-10-09

Het leven gaat door…

 

Marc Vloeberghs IIIHet overlijden van Marc is een zwarte bladzijde in mijn nog prille carrière als blogger. Maar die log visueel in het zwart zetten, zou deze lieve kerel onrecht hebben aangedaan. Want wie de moeite nam om iets dieper te kijken dan de oppervlakkige bitsheid die hij vaak tentoon spreidde, kon vaststellen dat Marc een lieve en gevoelig man was. Die helaas reeds sinds vele jaren heel veel fysieke en dooruit volgend uiteraard ook mentale pijn, kreeg te verduren.

Het zal moeilijk zijn voor zijn partner, Anita, om door te gaan zonder Marc. Maar het leven is op dat vlak meedogenloos. En gaat onverdroten verder. Ook voor iedereen die Marc genegen was. Een beetje bizar vind ik het, om overal zijn naam en beeltenis tegen te komen: op mijn msn, netlog, facebook... Ik laat alles nog even staan zoals het is, omdat het zo lijkt en aanvoelt alsof Marc wat minder dood is. Zoveel ophef als het jammerlijk overlijden van mediafiguur Felice, heeft het heengaan van Marc niet teweeggebracht, maar hij is wel degene die een blijvend plaatsje heeft veroverd, in mijn geheugen, maar vooral in mijn hart!

Rudi - avatarWie reeds sinds geruime tijd mijn blog leest, kan deze alinea overslaan. Maar zij die nieuw zijn, of die het al wisten, maar het, om welke reden dan ook, inmiddels zijn vergeten, wens ik er even attent op te maken dat ik nog een tweede weblog heb, namelijk "Rudi's Schrijfsels". Waarop ik regelmatig gereviseerde versies plaats van reeds eerder gepubliceerde teksten en zo nu en dan ook totaal nieuwe pennenvruchten. Een index van de schrijfsels vind je in de rechterkolom van de blog. Rep je erheen! Lachen

Het leven gaat dus door. Voor ons, doodgewone stervelingen, gewoon op deze aardkloot. Voor hen wiens specialisme het is, zoals bijvoorbeeld bij Frank De Winne het geval is, of die stinkend rijk zijn, is dat ergens in de ruimte. In het I.S.S., en later misschien op Mars. Of, dichter bij huis, op de Maan. Waar ze gisteren trouwens op zoek zijn geweest naar water. Wat ik nogal cynisch en belachelijk vond. Ze waren dat, met veel moeite en dure apparaten, ginds aan het zoeken, terwijl het hier met bakken uit de hemel viel!

Wheelchair UFO (blog)Mars groene man (blog)Wat mij eigenlijk het meest interesseert in de wetenschap van het universum, is of er naast hier op aarde, ook elders in het oneindige heelal intelligent leven aanwezig is. En als dat inderdaad zo is, of en hoe die dan met elkaar communiceren. En of die dan ook elkaar uitmoorden. En of daar dan ook van die machtswellustelingen en andere smeerlappen tussen zitten zoals bij het mensdom. En of er ook van die goede zielen bij zijn. Wie weet vind ik, in bevestigend geval voor wat dat laatste betreft, onder die, al dan niet groen gekleurde wezens, wel een sponsor voor mijn busje. Of stellen zij die buitenaards leven, om mijn mobiliteitsprobleem 'uit de wereld' te helpen, misschien wel hun eigen transportmiddel ter mijner beschikking. Of maken ze er mij eentje op maat. En zie je mij weldra door het luchtruim zoeven in een vliegende schotel! Lachen

06-10-09

Vaarwel dierbare blogvriend, ik zal je missen…

 

Marc Vloeberghs II

 

04-10-09

Heden en verleden - Omvallende bomen

 

Bomenrij - 000Mijn ouders hun huis en stallingen stonden op een lap grond, waarop voor de woning een gewone tuin met graspleintjes en bloemperkjes was aangelegd en achteraan een moestuin. Hun eigendom was gelegen naast een veldweg, een 'slag' zoals wij dat noemden. Welke gebruikt werd door de boeren uit de buurt, om tot bij hun weiden of landbouwgrond te geraken.

Vanaf de straat gezien was onze doening rechts van die veldweg gelegen. Terwijl links ervan een stuk landbouwgrond lag. Nu stond aan de straatkant, over de ganse breedte van die akker, een rij hoge bomen. De eerste van de rij, deze op de hoek van de akker en het begin van de veldweg, die trouwens door mijn pa gratis en voor niks werd onderhouden, was eigendom van mijn ouders. En als kleine rakker was ik er reuze trots op dat zij de eigenaars waren van zo een gigantische boom!

De rest van de bomenrij was reeds jaren daarvoor geveld en vervangen door jonge aanplant, en ons oude huis en het grootste gedeelte van de stallingen gesloopt en vervangen door een door mijn pa eigenhandig gezette nieuwbouw, toen een jaar minder dan een kwarteeuw geleden, mijn pa het plan opvatte om ook 'onze' boom te vellen. Om wat voor reden durf ik niet met zekerheid te schrijven, maar ik vermoed dat hij goedkope brandstof wou voor de allesbrander, die toen al sinds enkele jaren 's winters onze living en keuken verwarmde.

Alhoewel ik inmiddels reeds in mij adolescentiejaren vertoefde, was ik ook als 18-jarige toch niet onverdeeld gelukkig met mij vaders voornemen. Maar ik had in deze kwestie niks in de pap te brokken. Die boom zou neergaan en daarmee basta!

Deze klus laten klaren door een professionele, in dit soort dingen gespecialiseerde firma, werd slechts heel even overwogen. Maar vrij snel als optie van de baan geveegd. Wegens veel te duur. De opbrengst van het hout zou niet eens toereikend zijn geweest om de kosten te dekken van het vellen. Dus zou mijn vader, een ervaren doe het zelver, met de hulp van enkele buurmannen, de boom zelf neerleggen.

Op een mooie lentedag was het zo ver. Vanuit onze living, waar ik met een, bij mij op bezoek zijnde, leeftijdsgenoot, een maat uit de buurt, zat te keuvelen, zag ik mijn vader en enkele mannen, alles in gereedheid brengen voor de job. En er stonden ook nog enkele andere buren te kijken en aanwijzingen en commentaar te leveren op de voorbereidende werkzaamheden.

Tractor - 001Er werd een lange houten ladder tegen de boom geplaatst en we konden zien dat mijn pa een dik touw rond de stam bevestigde, zo hoog mogelijk in de boom als waar hij met zijn handen kon reiken. De uiteinden van dat touw werden vastgemaakt aan de tractor van een boer uit de buurt. Trouwens tevens de eigenaar van de akker waarop het de bedoeling was dat onze boom terecht zou komen.

De boom helde over in de richting van ons huis, maar de tractor stond, met het touw gespannen, zo opgesteld dat deze de vallende boom de andere richting uit zou kunnen trekken. En de ervaren doe het zelf boomhakker uit onze buurt, die had aangeboden het afzagen van de boom voor zijn rekening te nemen, had ook  de kant van de akker uitgekozen om, middels zijn kettingzaag, een spie uit de boomstam te halen.

Die boom kon dus niet verkeerd vallen, veronderstelde iedereen. Maar wat zag ik, en allicht ook ieder ander die toekeek? Dat, eens de boom in beweging kwam, hij geheel en al viel, in de richting van ons huis! Verbijsterd en met schrik zag ik die kolos van een boom recht op ons afkomen. Mijn maat en ik keken elkaar angstig aan. Wat hij vervolgens deed, dat weet ik niet, maar ik schreeuwde "oh, neen" en kneep mijn ogen dicht tot het gevaarte neerkwam, met een harde bonk, die de grond onder onze voeten deed daveren.

Toen ik mijn ogen opnieuw opende, was er van de door mij gevreesde ravage, binnenshuis niks te merken De buitengevels stonden er nog allemaal en ook het glas in de vensterramen was niet gebroken. We spoedden ons naar buiten. Waar de zon, als het ware spottend, enkele zuinige stralen in de richting van de aarde stuurde. Waar in onze voortuin de boom lag die volgens het vooropgezette plan nochtans had moeten landen op de akker, enkele meters ernaast.

Naderhand bleek de oorzaak van deze ellendige misser het feit te zijn dat de boer te laat in actie was gekomen en dan op de koop toe zijn tractor niet onmiddellijk kreeg gestart. Toen dat luttele seconden later dan toch lukte, was hij nog enkel in staat geweest om de schade te beperken. Die al bij al nog meeviel. Enkele zware takken van de kruin van de boom hadden een deel van onze uit betonplaten met daarboven draad gespannen afsluiting vernield. En enkele minder zware takken hadden nog net de hoek van de overhangende dakgoot kapot gemaakt. De gevel van ons huis was niet geraakt en dus intact gebleven. Gelukkig maar!

Mijn vader was geschrokken en boos. Met zijn gebalde vuisten hemelwaarts gericht, nam hij de schade op. Ook mijn ma was vanuit haar keuken naar buiten gerend. En stond een beetje wezenloos de boel te aanschouwen. Een deel van haar bloemenperk was naar de knoppen. Wat haar evenwel op dat ogenblik allicht het minste zorgen baarde.

KliefhamerHet is uiteindelijk allemaal nog snel en zonder al te veel werk en kosten, in orde gekomen. Die dakgoot kon voor weinig geld worden hersteld, de afsluiting maken was een kwestie van het aankopen van enkele nieuwe betonpalen en -platen, en het spannen van een nieuw stuk draad, dus dat was ook de kost niet. Die boom werd onmiddellijk na zijn val geheel en al in stukken gezaagd. Die vervolgens ook nog eens werden gekliefd met een kliefhamer, een combinatie van een bijl en een voorhamer. Dat die boom dit trieste lot onderging was niet als straf voor de aangerichte schade, maar gewoonweg de uitvoering van het origineel plan.

Een van de buurmannen, die mijn vader hielpen bij dit stoofhout kappen, grapte dat het hout van deze boom hem twee keer warmte zou verschaffen. Een eerste keer toen, op dat moment, door het stijgen van zijn lichaamstemperatuur bij het zagen, hakken en klieven en een tweede keer op het moment dat het hout van de boom zou branden in de stoof.

****

Als rijpe twintiger verhuisde ik naar mijn eigen woning, waar ook een grote tuin aan is verbonden. De hoogste boom in deze tuin met allerlei boom- en struiksoorten en allerlei ander groen, was een kolos van een zilverberk. Ooit door een vorige eigenaar van dit perceel, gepland op een positie ongeveer halverwege de achtertuin, en ook in de breedterichting op ongeveer dezelfde afstand van de grens met de naburige percelen, links en rechts van mijn tuin.

Silver_Birch_TreeDie reus van een zilverberk stond daar te pronken als trotse, alle andere bomen en struiken overheersende tuinbegroeiing. Van ver in de omtrek van mijn eigendom kon je hem zien staan. Die houten gigant, die ook door geen enkele boom in de tuinen van de buren, in de ruime omgeving van onze woning, werd overtroffen qua hoogte en omvang. Onaantastbaar en onverwoestbaar, zo leek hij te zijn.

Tot het noodlot toesloeg, in de vorm van een blikseminslag bij noodweer. Hoge bomen vangen, ook letterlijk, niet enkel veel wind, maar zijn ongelukkigerwijs tevens een gemakkelijke prooi en doelwit voor andere natuurfenomenen.

Dat de bliksem ernstige schade had aangebracht aan de zilverberk, dat kon ik de dag na de inslag zichtbaar vaststellen. Vanaf de top van de stam, tot enkele meters lager, was een scheur te zien. Maar niks wees er op dat er een onmiddellijk gevaar bestond voor het naar beneden komen van een deel van deze monsterboom.

Lange tijd later woedde er op een zondagochtend een heel zware storm. Normaliter hadden mijn zoons die voormiddag een voetbalwedstrijd moeten spelen. Maar omwille van dit slechte weer, was die op het laatste moment afgelast. Dat nieuws bereikte ons trouwens pas toen zowel mijn zoons als ikzelf, warm ingeduffeld, de wind trotserend, reeds op weg waren naar het voetbalterrein.

Dus keerden we onverrichter zake terug huiswaarts. Er woei een geweldige wind, maar het was helemaal niet koud, noch vochtig. Derhalve had ik ontzettend weinig zin om reeds onmiddellijk terug onze woning binnen te rijden. Waar ik dan ongetwijfeld ook de rest van de dag zou moeten doorbrengen. Liever had ik even in onze achtertuin vertoefd, maar ik realiseerde mij dat dit, met zulk een stormachtig weer, niet erg verstandig zou zijn geweest.

Wat even later werd bewezen. Want we waren nog maar net binnen in huis, en ik had nog maar pas mijn jas uit, toen één van mijn jongens me meldde dat onze grootste boom uit het gezichtsveld was verdwenen. Wantrouwig, vermoedend dat ik in het ootje werd genomen, verplaatste ik mij snel naar de verandaramen achteraan in ons huis en keek van daaraf naar buiten. Mijn kijkers kregen een totaal ander uitzicht op de tuin te zien dan ze gewoon waren, want die doorgaans direct in het oog springende zilverberk was inderdaad foetsie!

De volgende dag, toen het weer terug wat rustiger was, reed ik de tuin in en vond de kolos, meedogenloos geveld, op het grasveld. Een triest zicht, vond ik dat. Maar nu die boom beneden lag, ontdekte ik wat de schors al die tijd had kunnen verborgen houden, namelijk dat de boomstam binnenin volledig was uitgedroogd. Het was eigenlijk een wonder dat dit gevaarte niet eerder tegen de vlakte was gegaan.

Het grasperk, dat voordien door de weelderige kruin van de zilverberk, als het ware van de buitenwereld werd afgeschermd, baadde nu in een zee van licht.  Dat mijn mooie boom wijlen was, daar ben ik toch wel enkele dagen verdrietig om geweest. Niet dat ik triest in een hoekje ging zitten, maar het neergaan van mijn lievelingsboom, en het feit dat ik hem als gevolg daarvan tot brandhout moest laten verwerken, had me toch wel geraakt. Figuurlijk althans, want ik zat, zoals voorheen geschreven, veilig binnen in huis toen die mastodont neerviel.

Mijn mooie tussenhaag was spijtig genoeg wel getroffen. Maar kom, die was enkele maanden na het gebeurde, alweer de oude. Bomen, planten, struiken en zo meer hebben het geluk dat, wat ze kwijt spelen, er naderhand vaak vrij eenvoudig terug aangroeit. Dat het mensdom daar eens een voorbeeld aan neemt! Knipogen

****

Helemaal rechts achterin onze tuin, op de scheiding van ons perceel en dat van de achterburen en de buren aan de zijkant, stond een fruitboom die al sinds jaren op rust was. Dus reeds lang geen vruchten meer produceerde. En die een kruin had waarvan nog slechts enkele takken het geluk kenden in de lente de basis te zijn van enkel groene bladeren.

Die boom, of althans wat er nog van overbleef, had het geluk gevat te zitten in de zijtakken van een, er vlak naast staande, nog steeds volop in leven zijnde spar. Met het verstrijken van de jaren was deze boom, met een toch wel redelijke stamdikte, zijnde een goeie 40 centimeter, evenwel geleidelijk aan schuin komen te staan. En verloor de spar er daardoor beetje bij beetje haar greep op.

Aangezien hij naar onze tuin overhelde, en bij een eventueel vallen dus niet op de eigendom van onze buren terecht kon komen en desgevallend schade aanrichten, was ik vrij gerust. Toch zocht ik naar een oplossing om de boom te verwijderen. Want na elke periode met hevige rukwinden, kwam de boom steeds schuiner te staan. En hoewel er vrijwel nooit iemand in die hoek vertoefde, wou ik toch niet het risico lopen dat, als het toch eens zou gebeuren, degene die er liep, dat gevaarte op het hoofd zou krijgen.

No vacancy cartoonDie nare ervaring uit mijn jonge jaren indachtig, wou ik de klus in geen enkel laten klaren door amateurs. Maar integendeel de job laten uitvoeren door professionelen. Aangezien de plek waar die boom stond, moeilijk bereikbaar was, konden die daar evenwel niet geraken met een hoogtewerker. En een lange ladder tegen die hellende boom plaatsen was te riskant. Een ladder tegen de spar plaatsen en vanuit die positie met een zware boomzaag aan het werk gaan, was ook niet echt een acceptabel alternatief.

Wikkend en wegend hoe ik die bejaarde fruitboom daar dan wel weg zou krijgen, reed ik op een zonnige namiddag nog eens naar die hoek, om de situatie aldaar nog eens deftig te bekijken. Vlak naast de scheiding met de tuin van onze achterbuur, en op een meter of vijf afstand van de boom, bleef ik staan. Maar niet voor lang. Want ik voelde mij allesbehalve veilig op de plaats waar ik stilstond. Want ik kon zien dat de spar haar greep op de boom nagenoeg volledig was kwijt geraakt en de oude fruitboom meer dan ooit overhelde, in de richting van waar ik zat!

Die moest daar dus uiterst spoedig weg, besliste ik. En ik zou daar eerstdaags werk van laten maken! Maar zo ver hoefde het niet te komen, want de natuurelementen namen me het werk uit handen. Nog diezelfde avond stak er, gelijktijdig met een fikse regenbui, een sterke wind op, die in de loop van de nacht nog toenam in snelheid en kracht!

De volgende ochtend had ik reeds het vermoeden dat er die nacht wel eens iets met die boom zou kunnen gebeurd zijn. En aangezien het stormen en regenen tegen de middag aan zo goed als helemaal voorbij was, ging ik toen een kijkje nemen achterin de tuin. Waar het onweer hevig te keer was gegaan, want alle paden en graspleintjes lagen bezaaid met takken, bladeren en ander groen en anderskleurige tuinelementen waarmee de wind een spel had gespeeld.

En, zoals verwacht had die wind ook de boom in de hoek neergehaald. Hij was gevallen pal op de plek waar ik de dag ervoor nog had gezeten! Toch vriendelijk van die boom om te wachten met zich neer te laten leggen tot ik van het toneel was verdwenen. Stel je voor dat ik die brok hout met alles wat er aan hing, op mijn kop en alles wat daar aan hangt, had gekregen. Dood was ik dan allicht niet geweest. Tenzij het al te lang zou hebben geduurd vooraleer men mij kwam 'redden'. En er in dat geval al zo veel bloed uit mijn lichaam zou zijn gestroomd, dat mijn lichaam er dan toch het bijltje zou hebben bij neergelegd. Knipogen

Maar hoogst waarschijnlijk was het resultaat van dat onder die vallende boom terecht komen, veel erger geweest. En had ik het avontuur overleefd met nogal wat lichamelijke schade aan mijn lijf en materiële schade aan mijn elektrische rolstoel. Verzekeringsgewijs is dit laatste trouwens ook lichamelijk, wegens een onontbeerlijk hulpmiddel zijnde, en een materieel verlengde van de persoon die er aan gebonden is.

Voor de kwebbelaars in mijn woonplaats was het zonder twijfel jammer dat geen van de twee laatst vermeldde scenario's bewaarheid is geworden. Want er zou ongetwijfeld enorm veel geroddeld zijn geweest nopens dit voorval. En vooral verzonnen. Een verhaal dat dan zeker de ronde zou hebben gedaan, is dat van de poging tot zelfdoding. Daar zou ik trouwens zelf ook wel één en ander rond kunnen verzinnen. Maar voor dit verhaal heb ik me netjes aan waar gebeurde feiten gehouden.

Ru(sh)di(e), 4 oktober 2009.