31-07-09

Zelfs in ademnood nog tijd voor grappenmakerij


Tijdens de wintermaanden van de kalenderjaarwisseling 2006/2007, was ik zwaar ziek. En ben ik geruime tijd gehospitaliseerd geweest. In diverse klinieken. Het relaas van die enge periode valt vanaf vandaag, in afleveringen, te lezen op mijn schrijfselsblog.

Maar ook gedurende die nare periode kreeg ik zo nu en dan de kans geboden om mezelf op te vrolijken door een grapje uit te halen met niks vermoedende verpleegkundigen of paramedici. Vooral de stagiairs waren ongewild gewillige slachtoffers. En konden er doorgaans achteraf ook nog mee lachen. Althans als ze de grap begrepen. Wat absoluut niet altijd het geval was.

Twee verpleegstertjes in opleiding kwamen eens mijn kamer binnen. Ze keken me vriendelijk aan. Eén van hen nam het woord en zei:"Wij komen uw bed maken, mijnheer!" Waarop ik repliceerde: "Oh, dat is heel vriendelijk van jullie. Ik wist zelfs niet eens dat het kapot was!"

Een andere keer vroeg een lieve verpleegster me: "Wilt u een beetje hoger liggen, mijnheer?" Ik antwoordde haar: "Ja, oké, maar niet tè, want anders stoot ik mogelijks met mijn hoofd tegen het plafond!"

Wat me heel vaak werd gevraagd, waarschijnlijk uit routine, was "Of ik het soms niet te koud had?" Dan durfde ik wel eens te antwoorden: "Ja, soms heb ik het niet te koud. Maar dat is op dit ogenblik niet het geval, want nu heb ik het wel koud!" Veelal volgde er dan een verbaasde blik. In het vermijden van spraakverwarring en het gepast repliceren erop als een mondige patiënt die taalverwarring terugkaatste, waren die ziekenhelpsters waarschijnlijk niet opgeleid, noch opgewassen! Lachen

27-07-09

Ontmoeting met een oud-bekende

 

Een jaar na mijn geheel ongepland en ononderbroken anderhalf jaar verblijf in het ziekenhuis, was ik thuis eindelijk in die mate georganiseerd dat ik mijn toen zesjarige tweeling elke ochtend naar school kon brengen.

Doorgaans zat er dan één van hen op mijn schoot, terwijl de andere op mijn voeten zat, op één van mijn armsteunen of zich liet vervoeren door achteraan op het chassis van mijn zware elektrische rolstoel te gaan staan. En soms stapten mijn jongens gewoon allebei naast me mee. Met één handje de leuning van die voor mij zo onontbeerlijke machine vasthoudend. Mensen, wat genoot ik ervan deze taak te kunnen uitvoeren. Je kinderen naar school begeleiden zie ik trouwens niet zozeer als een plicht, maar eerder en vooral als een voorrecht!

De weg naar huis legde ik af tegen het verkeer in. De 3-vaks rijweg oversteken ter hoogte van onze woning was immers onverantwoord wegens levensgevaarlijk door het snelle, vaak roekeloze auto-, motor- en vrachtverkeer.

Biking woman - 000 (klein)Tijdens die eerste terugrit botste ik bijna tegen een fietsende dame. Die wel in de juiste richting reed! Ze zat voorovergebogen op haar, vooraan het stuur van een mandje voorziene, conventionele damesfiets. En duwde met haar voeten naarstig op de trappers. Waarschijnlijk was die gehaast om tijdig op haar werk te verschijnen.

Was het daardoor dat ze geen teken van herkenning uitte? Volgens mij was dit immers de moeder van een schoolvriend uit mijn kinderjaren. Zelf knikte ik haar vriendelijk toe, maar van de dame haar gezicht, half verscholen achter een lange, enigszins krullende en vrij warrige haardos, was geen enkele expressie af te lezen.

Wat een verschil met vroeger! Want naar ik mij herinnerde was dat een heel praatgrage dame. Die steeds met luide stem elkeen die ze kende, van verre toeriep en als ze, tussen haar steeds weer gehaast met de fiets van hot naar her  rijden voor werk, boodschappen, familiebezoek of wat dan ook, zelfs maar even de tijd had, dan liet ze deze gelegenheid nooit onbenut om een praatje te slaan.

Maar mogelijks was er daar met het ouder worden enige verandering in gekomen. Niet erg waarschijnlijk en vanzelfsprekend, maar klaarblijkelijk toch wel het geval. Tijden veranderen en zo soms ook mensen. En aangezien mijn voorlaatste ontmoeting met mijn jeugdvriend zijn moeder reeds van misschien wel 20 jaar eerder dateerde, kon er in die tijdspanne veel gebeurd zijn dat had geleid tot een plotse, of geleidelijke gedragswijziging. En ook lichamelijke wijziging. Want ze leek me kleiner dan in mijn herinneringen. Maar dat kon zijn omdat ik toen zelf een klein mannetje was, en dan lijkt elke volwassene een reus. Of anders kwam dat misschien omdat ze inmiddels van ouderdom was gekrompen, of allicht een combinatie van deze factoren, aangevuld met een niet geheel juiste memorie.

Vanaf die dag zag ik de vrouw vrij vaak. Meestal 's ochtends omstreeks half negen, maar soms ook op andere tijdstippen. En telkens weer zei ik haar vriendelijk gedag, of lachte haar op zijn minst beleefd toe of knikte met mijn hoofd. Altijd leek ze gehaast. En me aanspreken deed ze nimmer. Maar na enkele passages, waarbij we elkaar kruisten, vertoonde ze uiteindelijk toch tekens van herkenning en begon ze mijn begroeting te beantwoorden. Non-verbaal evenwel.

Raar is het feit dat ik deze vrouw nooit elders tegenkwam en zich nimmer anders voortbewegend zag dan op haar blijkbaar onafscheidelijke fiets. Dus wat er in al die jaren nooit gebeurde was bijvoorbeeld haar aantreffen terwijl ze te voet door de straten slenterde op de wekelijkse openbare marktdag. Of met een winkelkarretje struinend door de gangen van één van onze lokale supermarkten of een andere winkel, waar ik mezelf met mijn vehikel kon in voortbewegen;

Maar zo verwonderlijk was dat dan ook weer niet. Want de dame was steeds nogal sociaal geëngageerd geweest in het dorp waar ik mijn jeugd doorbracht. Een deelgemeente van de stad waar ik woon en leef, sinds ik 'groot' ben. Mogelijks deed zij al haar inkopen lokaal en kwam ze slechts naar 'de grote stad' om haar werk uit te oefenen. Kuisen bij particulieren of op scholen, zo meende ik mij te herinneren.

Enkele jaren na die hiervoor beschreven hernieuwde ontmoeting reed ik, op een zonnige lentedag, aan een gezapig tempo, over het marktplein van mijn woonplaats, toen ik iemand mijn voornaam hoorde roepen. Een uiterst herkenbare zware vrouwenstem. Ik draaide mij met mijn rolstoel in de richting van waar het geluid afkomstig was. En daar stond ze dan!  Mijn jeugdvriend zijn ma! Maar niet in de gedaante van de persoon van wie ik reeds sinds jaren aannam dat zij het was. Het plaatje klopte nochtans redelijk. Een warrige haardos en de fiets aan de hand! Maar ze was niet gekrompen. En haar fiets was weliswaar ook een oud model, maar zonder mandje aan het stuur. Het vehikel was evenwel uitgerust met twee flinke fietstassen. Eén aan elke zijde van het fietsstoeltje, zoals het hoort.

Mijn oud-maat zijn ma was nog even joviaal als in mijn verste herinneringen. Ze vroeg me hoe ik het stelde. In dat sappige, gekke dialect van haar. Niet de streektaal van de gemeente waar ze toen reeds sinds tientallen jaren woonde, maar in deze van de plaats van waarvan ze oorspronkelijk vandaan komt en haar jeugd doorbracht.

In antwoord op mijn vraag, bracht ze me op de hoogte van de toenmalige conditie van haar zoon en daarna wisselden we nog wat woorden uit. Maar veel tijd om te babbelen had ze niet, want ze had net gedaan met haar dagelijkse werk als kuisvrouw in een middelbare school in de buurt en moest er snel vandoor om nog vlug wat boodschappen te doen en toch tijdig thuis te zijn en klaar met het bereiden van het avondeten, tegen het moment dat haar man zou thuiskomen van zijn werk.

Bij het wat later naar huis rijden moest het toch wel lukken dat, toen ik bijna de oprit van mijn woning had bereikt, vanuit de tegenovergestelde richting die dame kwam aangespurt, waarvan ik tot dan toe abusievelijk had aangenomen dat het de mama was van mijn vroegere school- en speelkameraad.

Tegen het moment dat ik had beslist of ik die dame nu zou blijven groeten als was het een oud-bekende, wat ze, zoals een goed uur daarvoor was bewezen, duidelijk niet was, of haar vanaf nu straal zou negeren, was het vrouwmens me al lang gepasseerd. Ze had me bij het voorbijrijden slechts een zuinige glimlach toegeworpen en vroeg zich nu waarschijnlijk af waarom ik haar voor het eerst in al die jaren geen gedag zei.

Tot op de dag van vandaag rijdt de fietsende dame nog regelmatig voorbij mijn huis. Wie ze is, waar ze woont en naar welke bestemming ze zich dan telkens weer zo haastig spoedt, daar heb ik het raden naar. En het interesseert mij ook helemaal niet. Maar na die ene dag, waarop de verwarring mij even in haar greep hield, ben ik deze onbekende fietsster, op momenten dat ze mijn pad kruist, iets minder uitbundig, maar toch gewoonweg beleefd, gedag blijven knikken.

22-07-09

Computerseks: een nieuwe variant en de mogelijke (kwalijke) gevolgen ervan

 

Seks op de computer heeft er voor mij een nieuwe betekenis bij gekregen. Maak jullie nu geen voorstelling van een 'invalide' man in een rolstoel die met zijn rollend vehikel en een griet tussen zijn benen of op zijn schoot, bovenop een PC zijn vleselijke behoeften botviert of iets dergelijks. Neen, in de seksbeleving waarover ik het zo meteen zal hebben, is voor mij slechts een rol weggelegd als toeschouwer.

Sinds  ik alleen thuis ben en alle beschikbare ruimte kan inpalmen, voor mezelf en voor mijn spullen,  heb ik mij laptop op een verhoogd tafeltje laten plaatsen, en gebruik ik een extern toetsenbord en externe muis om mijn machine te bedienen. Zo kan ik er op elk gewenst moment van weg rijden om iets anders te doen.

Parende vliegenDaarvoor was mijn laptop ook al populair bij de zich door mij ongewenst in huis vertoevende vliegen. Maar sinds dat ding niet meer op mijn schoot staat is het de verzamelplek geworden voor deze tweevleugelige insecten die zichzelf de rol van huisgenoot van mij hebben toegeëigend.

Ze kruipen, allicht aangetrokken door het licht, rond op mijn beeldscherm, maar vertoeven blijkbaar tevens graag op het klavier en de ruimte er rond.  Is het de warmte die hen lokt? En wellustig maakt? Want wat doen die geilaards? Op elkaar zitten voor een potje seks! Enfin, dat leidt ik af uit hun houding en de bewegingen die ze daarbij maken, en waarin ik standje achterlangs herken. Bevestiging van mijn vermoeden krijgen door met een vergrootglas de vermeende geslachtsdaad van die vliegen observeren is echter niks voor mij!

Want ik ben dan wel absoluut niet vies ben van enig voyeurisme, maar dan toch wel liefst van het minnespel tussen aardbewoners van de menselijke soort. Bestialiteit en ook de geslachtsgemeenschap tussen dieren of insecten onderling, is helemaal niet aan mij besteed.

Na het op elkaar zitten, wat ik dus als paren aanzie, kruipen die vliegen vaak tussen de toetsen van mijn klavier. Wat hopelijk niet is om eitjes te leggen. Want stel je voor dat het wel zo zou zijn. En dat spoedig uit die eitjes maden voortkomen, die zich voeden met voedselresten die zich ongetwijfeld onder de toetsen bevinden, want ik durf mij er wel eens aan te bezondigen te eten terwijl ik op mijn schootcomputer aan het werken ben. Schamen

Waarna dan mogelijks een deel van die maden, die geen gevaar lopen geplet te worden, wegens het op non-actief staan van het laptopklavier, uitgroeien tot pop, waaruit dat later een vlieg komt. Dan zou het wel eens kunnen gebeuren dat elke keer dat ik mijn schootcomputer laat openklappen, ik word geconfronteerd met een zwerm pas ontpopte en naar vrijheid hunkerende huisvliegen!

19-07-09

Alles kan eens mens gelukkig maken

 

Ons huis staat op enige afstand van de straat. Een meter of 10, schat ik. En de voordeur ligt ook wat hoger dan de driewegsbaan waar we op uitkijken, en die in beide rijrichtingen is voorzien van fietsstroken,

Als gevolg van het goede, warme weer stonden tijdens de afgelopen werkweek, de deuren wagenwijd open. Zowel de binnendeur tussen de living en de inkomhal, als deze om naar buiten te gaan. Excuseer, 'rijden' in mijn geval. 

bicycle girl (small)Na met voldoening een werkje op de computer te hebben voltooid, wou ik nog even van de laatavondzon genieten op het terras aan de voorzijde van onze woning.

Vrolijk fluitend reed ik, vanuit de living, via de inkomhal door de openstaande deur naar buiten. Mijn ogen gericht op het klein afhellend vlak, dat daar ligt om het hoogteverschil tussen binnen en buiten te overbruggen.

Toen ik die 'stap' naar wens had beëindigd, dus zonder het ongewenste met mijn zitvlak naar voor schuiven op mijn zitkussen, richtte ik mijn hoofd op en keek recht in het lieflijk glimlachende gezicht van een jong meisje, dat al fietsend mijn woonst passeerde.

Haar (her)kennen deed ik niet, want zo goed als zeker heb ik dat mooie blondje nooit eerder ontmoet. Maar waarschijnlijk heeft ze gedacht dat het naar haar was dat ik floot. En had ik het geluk dat de deerne niet misprijzend reageerde, maar integendeel uiterst sympathiek!

Geloof me vrij, dat ik nog de ganse avond heb nagenoten van de toffe reactie van die jongedame.

Gisteren gebeurde er iets anders. Op dezelfde locatie. In de vooravond zat ik vooraan het huis mijn sandwiches op te eten. Gepositioneerd op een plekje waar een streepje zon was. De voorgevel staat daar ongeveer anderhalve meter meer naar voor, dan de van de rondom van een brede houten raamkozijn voorziene inkomdeur. De wind was even gaan liggen, dus was het een aangenaam vertoeven aldaar.

Blowing wind - 000Nog maar net had ik mijn avondmaal verorberd, toen er ineens een hevige windstoot kwam. Vlug greep ik naar de handdoek op mijn bovenlichaam en de doek van fleece die op mijn benen lag. Teneinde deze niet geheel te laten (op)pikken door de wind. Die was er gelukkig enkel vandoor met het, nu lege zakje, waar even ervoor mijn broodjes hadden in gezeten.

Verdikke, alweer vuilnis op mijn hof, dacht ik. Want iets dat op de grond ligt kan ik immers niet zelf oprapen. Tenzij, zo dacht ik steels, dat zakje om de hoek heen zou zijn geblazen, recht in mijn inkomhal. Alwaar het dan 's avonds allicht door de verpleegkundige van dienst zou worden opgemerkt. En door deze gedienstige man vast zou worden opgeraapt en in de vuilnisbak gegooid.

Maar ik rekende niet op een dergelijk onwaarschijnlijk geluk. Draaide mijn rolstoel en keek om me heen, maar dat transparant plastieken koelkastzakje was nergens te bespeuren. Allicht reeds tot bij de buren gewaaid, dacht ik nog. En aangezien ik buiten niks meer had te zoeken of te vreten, reed ik mijn, aan de voordeur liggend hellend vlak op. En wat zag ik daar liggen, mooi aan de kant, halverwege mijn inkomhal? Inderdaad, dat zakje! En blij dat ik was! Alweer een ganse avond goed geluimd door een fabuleus boffen.

Met deze twee ogenschijnlijk oninteressante en onbenullige voorvallen is voor mij nogmaals bewezen dat het de kleine dingen zijn, de simpele gebaren of uitingen, een onverwachte meevaller... die de echte levenskwaliteit, de gemoedsstemming van een mens bepalen. Of geldt dat enkel voor mij? En ben ik een zielig ventje dat al te vlug content is? Knipogen Voor mij is ieder vrij om daarover haar of zijn gedacht te hebben en dat vrijuit te melden. Je oprechte, eigen mening uiten, zal bij mij nooit kwetsend overkomen. Het is maar dat je het weet! Lachen

16-07-09

Oops!


Soms wikt men best zijn woorden vooraleer ze ten gehore te brengen. Al te rechtuit zijn kan immers soms tot rare en/of onprettige situaties leiden.

Zo stond ik eens aan een buurtspeelpleintje, bij een groepje dames, waarvan ik er slechts enkele persoonlijk kende. Terwijl onze kinderen uitbundig op het grasveld en in de zandbak speelden, waren wij gezellig aan het keuvelen.

Postbode - 000Op een gegeven moment zei één dame uit het gezelschap, tot een andere vrouw, die zij voorheen blijkbaar ook niet kende: "Die twee oudste van jou lijken sterk op elkaar, hé?!" En ze vervolgde, wijzend op de kleuter die zich tegen zijn mama's benen aandrukte: "Terwijl deze jongen er volledig anders uitziet."

Waarop ik er onmiddellijk glimlachend en al gekscherend aan toevoegde: "Eentje van, zoals men zegt, de postbode, zeker?" Die vrouw keek me vies aan, nam haar kleine op de arm, draaide zich om en ging ervandoor. Had ik iets verkeerd gezegd? Inderdaad zo bleek! Want die dame haar jongste telg bleek het resultaat te zijn van een incidenteel uitwisselen van lichaamssappen tussen haarzelf en de plaatselijke facteur.

Haar man heeft, naar verluidt, de kleine aangenomen als was het er één van hem. Maar dat verandert uiteraard niks aan het feit dat het kind als twee druppels water lijkt op diens natuurlijke vader, de lokale postbode. Lachen

13-07-09

Vakantie

 Sad - 000 (klein)

Wat voor de meeste wezens, die behoren tot de menselijke bevolking van deze, in het eindeloze heelal rondzwevende aardkloot, het hoogtepunt van het kalenderjaar is, of althans één van de hoogtepunten, is voor mij een doorgaans doffe, ellendige tijdsperiode. En neen, anticiperend op de suggestie die enkele van mijn gewaardeerde lezers mogelijks onmiddellijk wensen naar voor te schuiven: op reis gaan met lotgenoten is niet aan mij besteed. Om velerlei redenen, waarover ik in dit postje evenwel niet wens uit te weiden.

Je zal me dus dit jaar, voor de zoveelste keer op rij, wederom terugvinden in 'Graskant', residentie 'Le Jardin', in de buurt van 'Nieverans'. Thuis dus! In mijn mooie, vrij grote achtertuin. Als er niet te veel regen valt, weliswaar. Maar kom, ik blijf positief, en vertrouw erop dat er voldoende gelovigen zijn die hun Heer aanbidden om schoon weer te krijgen en hopelijk met resultaat. Waarvan wij, thuisblijvers dan ook kunnen mee profiteren.

Blote tieten - 000Enkel jammer dat ik me in mijnen hof niet kan amuseren met blote tieten tellen, zoals dat van op de dijk aan de kust wel kan. En het aantal schaars geklede dames dat doorgaans door mijn tuin flaneert is eveneens nihil. Dus veel bekijks is er hier niet. Buiten het vele groen in allerlei variaties, de bruine plekken in mijn gazon en bloemen in allerlei kleuren en formaten. Ook mooi hoor, daar niet van. Ik zal qua activiteit op mijn vakantieplek dus genoodzaakt zijn om, achteruit gekanteld in mijn elektrische rolstoel, onderwijl luisterend naar de muziek die uit mijn MP3-speler weerklinkt, me ledig te houden met het lezen van lectuur naar eigen keuze of desnoods met het tellen van witte wolkjes of de hoog in de lucht klievende vliegtuigen.

Inmiddels leef ik hier alweer meer dan twee weken op mijn eentje. Niet als kluizenaar, want er komt hier dagelijks wel wat volk over de vloer. Deels uit noodzaak, want voor veel dingen vond ik een manier om mijn plan te trekken, maar alleen al om bijvoorbeeld in- en uit mijn bed te geraken heb ik hulp nodig. En mezelf wassen is er ook niet bij. En de huishoudelijke taken raken ook niet gedaan door er gewoonweg aan te denken. Dat weet ik met stellige zekerheid, want ik heb dat tot in den treure uitgeprobeerd. Knipogen

Mijn dagen zijn, als steeds, goed gevuld, dus vervelen doe ik me geenszins. Behalve dan, eens ik na elf uur 's avonds in bed lig. En voor het slapen nog even mijn minitv'tje aanzet. Om naar de bewegende beelden te kijken die op die kijkkast verschijnen. En mij meestal niet weten te boeien. Maar kom, af en toe valt er wel eens iets ludiek en/of amusant te zien. Alleen maar jammer van die storende programma's die men uitzend tussen de interessante reclameblokken. Knipogen

10-07-09

Curieuzeneuzen in een Hollandse seksshop


Seksshop - 000 (klein)Vele jaren geleden, toen ik nog van oordeel was dat ik, OOK IN EEN ROLSTOEL gezeten, alles moest kunnen doen wat valide personen probleemloos gedaan krijgen, en dat ook telkens weer wou aantonen, ben ik tijdens een bezoekje aan vestingstad Hulst, in Zeeuws Vlaanderen, (Nederland) eens in een seksshop binnen gereden... met mijn zware elektrische buitenrolstoel. Het binnen geraken kostte mij wat manoeuvreerwerk, maar lukte wonderwel..Veel kon ik daar in dat sekswinkeltje evenwel niet uitrichten. Eigenlijk helemaal niks. Van de 'vieze' (? Knipogen) boekjes en films op VHS en Dvd kon ik zelfs amper met veel moeite van mijn blauwe kijkers, een glimp opvangen van de voorflappen met niets aan de verbeelding overlatende foto's en de, voor het doelpubliek wellicht aanlokkelijke titels. Je kent dat wel... of net niet Lachen

Tussen de ruime voorraad speeltjes in een ander deel van de winkel zag ik niks dat ik niet eerder had gezien. Want zelfs zonder er ooit iets uit te bestellen, krijgen wij toch geregeld de pabo met de Post aan huis geleverd. Dus weet ik onderhand wel wat er in die branche op de markt te verkrijgen is. Dit even ter zijde. In dat enigszins gore sekswinkeltje, met nochtans ook een vrij uitgebreid assortiment aan erotische hulpmiddelen, accessoires, opblaaspoppen, lingerie, videofilms, dvd's, pretartikelen en zo meer, was evenwel niks tentoon gesteld dat me kon bekoren om over te gaan tot de aankoop ervan.

Dus keek ik maar eens even goed rond in de zaak, op zoek naar iets dat wel interessant was. Andere in de winkel rond snuisterende lui observeren was onmogelijk wegens een totale afwezigheid van potentieel cliënteel. Er was enkel de van een flinke hangbuik voorziene uitbater van de keet. Die kerel, met stoppelbaard, droeg een groezelige witte T-shirt en een versleten jeans. Zijn met veel gel ingestreken kalende haardos, was in een staartje gebonden. Op zijn beide armen stonden tatoeages waarvan de kleur totaal was verdwenen. De man zat op een kruk achter zijn toonbank. En keek verveeld naar een klein tv'tje dat met een beugel aan het plafond was bevestigd. Op het kijkkastje was een zwart/witweergave te zien van een film die, naar ik kort daarna ontdekte, in voor de toeschouwers hopelijk kleurenversie op groot beeld te zien was in de aan deze winkel verbonden koppelcinema. Aanlokkelijk was die pornoprent geenszins. Het verwonderde mij dan ook niet toen even later een stel zestigers de deur waarachter het bioscoopzaaltje zich bevond, openden en klaarblijkelijk onvoldaan naar buiten stapten.

Peepshow - 000Misschien waren ze beter naar de, ook al in deze zaak gevestigde peepshow gaan kijken. Alhoewel, de dame die van corvee was om, middels wat uitkleden en allicht ook enige wulpse bewegingen, of althans een poging daartoe, de daarvoor betalende dames en heren op te geilen, zag er, in mijn ogen en naar mijn smaak allesbehalve aantrekkelijk uit. Vanaf mijn zitplaats op de op een prikbord bevestigde foto van de jonge vrouw te zien, althans. Zin om de deerne in het echt te aanschouwen had ik helemaal niet. En bovendien vermoed  ik dat mijn echtgenote, die bij me was, me dat ook niet had toegelaten. Knipogen

Wegens het gebrek aan animo duurde het dan ook niet lang vooraleer we ons naar de uitgang van dit duistere pand begaven. Met lege handen, maar opgetogen over het feit,dat ik binnen was geraakt Tevreden dat ik het toch maar weer eens had gedaan. En toen nog in de naïeve veronderstelling dat mijn bezoek aan zijn winkel, de uitbater hopelijk eens zou laten nadenken over het feit dat ook mensen in een rolstoel potentiële klanten zijn.

Terug buiten geraken bleek evenwel niet zo evident te zijn. Want er was, allicht als diefstalpreventie, een korte bocht, een smal sas en daarachter ook nog een soort klapdeur. Zonder hulp van derden, in dit geval mijn eega, was ik daar nooit buiten geraakt. Het viel me op dat, terwijl wij daar aan het sukkelen waren, de exploitant niet eens opkeek en alle, buiten in de winkelwandelstraat kuierende passanten allen de andere kant opkeken. Daarna heb ik mij dan ook nooit meer in een seksshop gewaagd. Maar gelukkig heb ik het internet en, niet te vergeten, die erotiekcatalogus van pabo om me van het aanbod in dat marktsegment op de hoogte te houden.