30-05-09

Vrouwen

 

Vrouwen. Ze zijn soms zo moeilijk te begrijpen. "Dat is omdat die kutwijven van Venus komen en wij, fijne venten van Mars!" hoorde ik in mijn prille kindertijd ooit eens zeggen, toen ik mij in het gezelschap bevond van enkele oudere buurjongens, die reeds op een leeftijd waren aanbeland waarop ze hun eerste echte liefdesavonturen beleefden.

Dat was dus tevens het moment waarop ik te weten kwam dat wij, in tegenstelling tot wat mijn pa me had verteld, niet uit de kolen komen. Waarna ik concludeerde dat het andere verhaal over onze afkomst, dat de ronde deed, dan allicht toch geen verzinsel was, zoals mijn pa nochtans beweerde.  Zouden kindjes dan toch door de ooievaar worden afgeleverd? Al naargelang het om een jongen of een meisje gaat, respectievelijk vanaf de hemellichamen Mars of Venus naar de verwachtingsvolle ouders op aarde gebracht? Ferme vogels, als die veronderstelling juist zou zijn. Maar was het inderdaad zo? En hoe zou die bestelling dan in haar werk gaan? Dat vroeg ik mij af, als kleine rakker. Die grote jongens wisten vast het antwoord wel. Maar ik durfde het hen niet te vragen.

Dat het vrouwvolk een moeizaam te bevatten soort is, dat heb ik ook wel begrepen. Bij een jongedame, waar ik toentertijd een innige relatie mee had, liet ik ooit eens een gigantisch boeket rode & witte rozen bezorgen. Ter gelegenheid van haar verjaardag was dat. Maar dat meisje was nog niet content. De bloemen en het ornament er rond vond het wicht ontzettend mooi. Maar de door de koerier bijgeleverde rekening was er voor haar te veel aan.

Ja erg, kon ik er aan doen dat ik op dat moment op zwart zaad zat omdat al mijn geld er was doorgedraaid door haar voorgangster? Zeggen ze niet: "Het is het gebaar dat telt?' En ik was in elk geval mijn liefste haar geboortedag niet vergeten! Belachelijk dat ze struikelde over die futiliteit van het zelf moeten betalen van die klote bloemen.

Toen ik als adolescent eens met mijn fiets huiswaarts reed, zag ik aan de overkant van de drievaksbaan een fantastisch mooi meisje staan. En daarenboven uiterst sexy gekleed. Naar mijn normen, in elk geval. Een glanzend zwart rokje dat tot midden haar bovenbenen reikte, zwarte kniekousen, bordeaux laarsjes en een blazer in dezelfde kleur. Een zwart tasje hing op heuphoogte, op die plaats gehouden door een dunne schouderriem. De kastanjebruine steile haardos lag gedrapeerd over de schone deerne haar hals en schouders.

Potverdikke! Mijn hormonen noopten mij tot actie! Dus reed ik verder tot aan het eerstvolgende kruispunt. Alwaar ik, bij groen licht, de baan overstak. En rustig terug fietste in de richting van de plaats waar die wachtende schoonheid stond.

Eens ter hoogte van haar standplaats gearriveerd, hield ik halt. Richtte mij op van mijn fietsstuur en lachte het meisje, dat bij mijn aankomst een pas had achteruit gezet, liefdevol toe. Ze keek me met haar bruine ogen verbaast en vragend aan. Maar niet geschokt of verschrikt. Dat viel dus al mee. Mijn God, van dichtbij was deze griet nog veel mooier dan van veraf! Een prachtig gevormd gezichtje met een lichtbruine gelaatskleur. Geen make-up. Niet nodig! Maar ze had wel een vleugje parfum op haar welgevormde lichaam gespoten. Daardoor rook het schatje zwoel. Zelfs van op die anderhalve meter die ons beiden van elkaar scheidde.

Met mijn meest vriendelijke en verleidelijke stem zei ik: "Hopelijk heb ik je niet te lang laten wachten?" Het meisje keek me niet begrijpend aan. En opende haar mond. Maar vooraleer ze iets kon zeggen, vervolgde ik: "Ik ben jouw droomprins op het witte paard. Nu ja, een stalen ros, en in rode kleur, maar in elk geval de man die is voorbestemd om met jou het leven te delen!"

Oef! Dat was er allemaal vlot, en zonder al te veel nadenken, uitgekomen! Verwachtingsvol keek ik het meisje aan. Dat stond daar met haar lieve snoet in mijn richting te kijken, met haar mondje vol perfecte parelwitte tanden!

Een antwoord heb ik evenwel niet gekregen. En deze ontmoeting is helaas op niks uitgedraaid. Want toen dat meisje haar, naar ik vermoed echte prins, opdaagde, een nogal potige kerel met een grijze Jeep, maakte ik mij snel met mijn fiets uit de voeten!

Ru(sh)di(e), 17 april 2009.

27-05-09

Visverstand, misverstand et cetera

 

Iemand is ontzettend boos op mij. En dan nog wel omwille van een futiliteit. Althans naar mijn mening. Want die mens in kwestie ziet dat totaal anders. En dat is diens recht. Dat staat zelfs in de 'Universele verklaring van de rechten van de mens.'

Waar het om gaat is het volgende. Op de blog van die persoon stond een foto van een goudvis in een bokaal. En in het bijschrift vertelde die kerel met trots dat dit zijn nieuwste aanwinst was.Goudvis - 000

Alhoewel ik er weet van heb dat die geschubde waterwezentjes waarschijnlijk een heel kort geheugen hebben (enkele seconden), en dat het dan allicht voor die diertjes weinig uitmaakt hoe groot de bassin is waarin ze moeten rondzwemmen, heb ik er toch iets tegen dat mensen goudvissen het leven laten slijten in zo een kale ronde glazen kom. Mijns inziens is dit trouwens een inbreuk op de 'Universele verklaring van de rechten van het dier.'

Godganse dagen rondjes zwemmen. En als afwisseling zo nu en dan de kom eens diagonaal kruisen. Dat is in mijn ogen een zielig vertoon. En als dat verhaal over dat ultra beperkte korte termijngeheugen van goudvissen een kwakkel is, zoals hier en daar wordt beweerd, dan leiden (eerder: lijden) die vissen wel een uiterst saai bestaan!

Het lijkt mij ook enerverend om daar als mens voortdurend naar te zitten staren. Naar een met water gevulde glazen bokaal, waarin een goudvis, eenzaam en alleen, schier eindeloze rondjes zwemt. Maar ieder zijn goesting, uiteraard!

Aangezien ik er, met de hierboven aangehaalde bedenkingen in mijn gedachten, niet veel voor voelde om op die kerel zijn 'heuglijke' mededeling ernstig te antwoorden, met een ongemeend proficiat, schreef ik een ludiek bedoelde reactie: "Ziet er lekker uit! Laat het je smaken!"

HaatmailDaarmee heb ik dus op die persoon zijn tenen getrapt. En ook op zijn ziel! Want, zo liet de verbolgen man me weten, deze nieuwe goudvis was er gekomen nadat de vorige door de in huis geslopen kater van de buren, uit die zwembokaal was gevist en half verorberd op het keukentapijt was achtergelaten. Alwaar die door zijn baasje werd gevonden. Terwijl de moorddadige kater, opgeschrikt door de komst van die manspersoon, er ijlings langs diens benen vandoor glipte.

Maar dat kon ik toch niet weten?! Nu ja, zo geraakt mijn map met ongewenste e-mail, naast die nare reclame, notificaties van gewonnen geldbedragen en andere onzinberichten, ook eens gevuld met wat haatmail!

Alhoewel, niet echt, want inderdaad, wederom hebben jullie een verzinsel gelezen dat ontsproten is uit mijn uiterst fantasierijke geest! Lachen

24-05-09

Verkiezingskoorts

 

Woensdag jongstleden was ik voor een verkeerscongres aanwezig in Mechelen. In de, sinds 1994 verlaten, en door er een flink stuk bij te bouwen, tot congres- en erfgoedcentrum omgebouwde 'brouwerij Lamot'.

Kathleen Van Brempt - 000 (klein)Op enkele thema's die op deze congresdag aan bod kwamen, kom ik ongetwijfeld in latere logs terug. Het programma was in elk geval gevarieerd en interessant en, niet onbelangrijk: ook de catering was best in orde. Want van aandachtig te zitten luisteren, en zo nu en dan iets te zeggen of noteren, krijgt een mens immers honger.

Aan het eind van de dag kwam Kathleen Van Brempt, in haar functie van Vlaams minister van mobiliteit, de congresdag afsluiten. De sp.a politica was op haar zomers gekleed. Geheel in het zwart! Al in de rouw omdat ze vreest na de verkiezingen van 7 juni niet meer als minister aan de bak te zullen komen? Joost mag het weten! Maar die was onbereikbaar voor commentaar, dus dien ik jullie helaas het antwoord daarop schuldig te blijven.

En mager dat mevrouw de minister er uit ziet. "Anorexia!" zou de jeugd van tegenwoordig zeggen. Want dat is een modewoord dat elk meisje en elke vrouw die slank of mager is, krijgt toebedeeld. Zou bij mevrouw de minister de verkiezingskoorts die slankheid veroorzaken? Of ziet die dame er al sinds jaar en dag zo fragiel uit? Op haar figuur heb ik immers, eerlijk gezegd, voorheen nog nooit bijzonder gelet

Feya Saeys - 002 (klein)Wat politici betreft wil ik jullie bij deze ook even meegeven dat de goed van oren en poten voorziene Freya Saeys er een te duchten concurrente heeft bij gekregen. En dan nog wel één uit eigen 'blauwe' rangen. De kans zit er in dat Freya, de huidige nummer 1 op mijn ranglijst van knapste verkiezingskandidates, door een mededingster van de troon wordt gestoten.

Elise Vermeiren - 000Hier in mijn buurt zijn immers overal, als ware het paddenstoelen, borden uit de grond geschoten met affiches op van de genaamde 'Elise Vermeiren', kandidaat Vlaams parlement, op de 23ste plaats van de Oost-Vlaamse lijst van de Open VLD.

Zo een pittig, jong meisje, daar zou je toch alleen al omwille van haar lieve lach met graagte je stem aan geven? Ah neen, ik niet dus! Hoe zeer vrouwen me ook met hun schoonheid en hun algemeen voorkomen en houding kunnen bekoren, waar het voor hen kiezen om mij, en anderen, te vertegenwoordigen in een beleidsorgaan, verwacht ik toch iets meer. En niet alleen de melding dat ze achter het partijprogramma staan, want dat is nogal wiedes. Neen, ik wil weten welke thematiek prioritair voor hen is, waar ze bij een beleidsdeelname de accenten willen leggen en zo meer.

En ik moet bekennen dat op de verkiezingssite van deze laatst genoemde jongedame, een Vivant adept, binnen de Open VLD structuur, één en ander valt te achterhalen. Dus wie weet, kies ik in juni voor Elise. Zo niet, die 2de plaats op mijn 'kieslijst babes rangschikking' heeft ze al op zak, en een nummer 1 behoort ook nog tot de mogelijkheden!

Als je kieslijstbabes nummer 1 & 2 eens vredig samen wilt zien, omgeven door enkele oudere mannelijke knarren uit hun partij, klik dan even hier. Jazeker, het betreft dezelfde dames als op de blitse affiches! Knipogen

Oh ja, wie het ludieke verkiezingsfilmpje van de PVDA nog niet gezien mocht hebben, moet er vast en zeker hier eens naar gaan kijken.

21-05-09

Juist?

Mark Twain - 000

Op Facebook liet ik me meevoeren naar een Engelstalige applicatie die zou achterhalen met welke historische figuur ik gelijkenissen vertoon. Op basis van mijn antwoorden op de meerkeuzevragenlijst, kwam het programma met volgend resultaat op de proppen:

Mark Twain

De echte humorist. Jij bent een persoon die erg open is en rechtuit, die steeds moppen kan tappen, in elke situatie. Je hebt een eenvoudige, doch briljante geest, en je vrolijkt iedereen op, als daar nood aan is. Je houdt niet van problemen, maar je bent er, ten gevolge van jouw grappige opmerkingen, vaak de oorzaak van. Je hebt een groot schrijverspotentieel!

17-05-09

Herinneringen uit mijn verleden - bevoorrading en zo

 

Mijn ouderlijk huis is gelegen in een gehucht van wat vroeger een klein dorp was. Wij woonden werkelijk in een boerengat. Veel van onze buren waren boeren met, zoals dat nu heet, een gemengd bedrijf, waarin dus zowel aan landbouw als aan veeteelt werd gedaan. Op heel kleine schaal weliswaar. Absoluut niet te vergelijken met de huidige omvangrijke boerenbedrijven.

De meeste andere buren waren arbeiders en hier en daar al eens iemand met een zelfstandige activiteit. Een metser of een schrijnwerker. En het merendeel van hen woonde, net zoals wij, op een voormalig boerenerf. In de stallen stonden dat wel geen koeien of varkens meer, maar dikwijls hield men nog wel wat kleinvee. Bij ons waren dat kippen en konijnen.

Onze inkopen deden we grotendeels in de buurtwinkels. En met 'we' doel ik op mijn ma, mijn zussen en mezelf. Want shoppen is mijn pa pas beginnen doen vanaf het moment dat wij een auto hadden, begin de jaren zeventig, tevens het moment dat er aan de rand van alle grote steden supermarkten opdoken. Waar alles op één adres te krijgen was, en bovendien veel goedkoper!

Maar de jaren voorheen werd alles wat wij nodig hadden, in onze eigen buurt gekocht. Zo kwam ons brood van bij de bakker uit onze straat. Wiens helper zelfs een keer of drie per week op ronde ging om ons aan huis van vers brood te voorzien. Die man sprak enkel over het weer. Goed weer, slecht weer, geen weer... iets anders kwam daar niet uit dienen mens zijn spraakorgaan.

Toen, op café, iemand hem vroeg naar het waarom ervan, antwoordde de man simpelweg dat hij, door over niks anders dan het weer te spreken, hij ook niks verkeerds kon zeggen. Hij zag veel, hoorde ontzettend veel, was van veel gebeurtenissen, vaak ongewild getuige. Maar roddelen was niet aan de man besteed. Zo vermeed hij extra twisten en hield de kerel iedereen te vriend.

Ons vlees en onze charcuterie gingen we halen bij de beenhouwer aan 't kapelletje, het centrum van onze buurt. Als ik meeging met mij ma, dan kregen wij vaak de onverkoopbare restjes van de salami's mee naar huis. Ik was daar verlekkerd op! Toen ik al wat ouder was, zond mijn ma me al eens alleen naar die winkel. Dat deed ik graag. Alleen boodschappen doen, zoals een grote mens! Fantastisch vond ik dat!

Mijn ma gaf me dan altijd een briefje mee, waarop stond geschreven wat ik behoorde mee te brengen. Tijdens de fietsrit naar de beenhouwerij leerde ik dat dan van buiten. Want als een klein ventje de gewenste boodschappen van een briefje aflezen, dat vond ik maar niks. Daar voelde ik mij veel te groot voor!

Op een zekere dag stond ik in die winkel, te wachten tot het mijn beurt was. Het was er nogal druk. Er stond al wat volk in de zaak op het moment dat ik arriveerde, en na mij waren er nog enkele personen binnen gekomen. Allemaal mensen uit de buurt. Want ander volk kwam daar niet. Toen het eindelijk mijn beurt was, wist ik niet meer wat er ook alweer op dat briefje stond geschreven. Verdikke!

Dus bestelde ik maar vast iets dat mijn ma meestal meebracht. Terwijl de beenhouwersvrouw bezig was met het snijden en wegen van dat ordertje, trachtte ik zo onopvallend mogelijk dat papiertje te bekijken dat mijn ma me had meegegeven. Het eerste lijntje kon ik duidelijk lezen en bestelde ik. Maar terwijl ik op de winkelierster haar vraag of het iets meer mocht zijn dan het gevraagde gewicht, positief antwoordde, brak ik tezelfdertijd mijn hoofd over wat er in Gods naam verder te lezen stond.

Het briefje aan de verkoopster te lezen geven, zoals mijn ma me steeds opdroeg te doen bij twijfel, daar dacht ik nog niet eens aan. Mij daar, met al dat volk in de winkel, belachelijk maken, was wel het laatste dat ik zinnes was. De roddeltantes die in dit oord overal pertinent aanwezig waren, zouden ongetwijfeld hun 'werk' doen en de eerstvolgende schooldag zou ik dan vast worden uitgelachen als het ventje dat bij het boodschappen doen mama's lijstje aan de verkoopster moest overhandigen, omdat ik zogezegd onbekwaam, achterlijk of dom zou zijn. Dat kende ik. Pesten was in die tijd in die bekrompen gemeenschap dagelijkse kost.

Om dat onheil te vermijden bestelde ik dus maar, op goed komen uit, zoals wij dat toen uitdrukten, wat fijne vleeswaren en ook een halve kilo gehakt. Dat laatste weet ik nog heel goed. Nochtans was ik absoluut niet zeker of dat item of iets wat daar van benaming op leek, ook op mijn ma's lijstje voorkwam. Maar ik had wel zin in gehaktballen, en dit, wat wij noemden 'gekapt' was daarvoor een onmisbaar bestanddeel.

Eens afgerekend reed ik rechtstreeks naar huis, want al dat vlees moest zo snel mogelijk de koelkast in. Want veel ervan kon snel bederven. Of sloeg een lelijke kleur uit, en dan was het op zijn minst niet lekker meer. En vaak zelfs helemaal oneetbaar. Zo wist ik van mijn ma. In die tijd luisterden kinderen immers nog naar hetgeen hun ouders hen, vaak tot vervelens toe, vertelden of uitlegden.

Mijn lieve ma was hoogst verbaast toen ze de boodschappen uit de tas haalde. Ze keek mij aan en begreep maar niet hoe die beenhouwersvrouw zich zo vergist kon hebben, te meer daar zulks nooit eerder was voorgevallen. Zelf vergoelijkte ik de beenhouwersvrouw door mijn ma te vertellen dat er toch wel een grote drukte heerste in de zaak en de dame allicht daardoor één en ander verkeerd van het briefje had afgelezen.

In mijn kindertijd moesten wij trouwens niet ver lopen om aan drank, voeding of om het even wat te geraken dat we thuis, in de huishouding, nodig konden hebben. Schuin over onze deur was er een klein winkeltje. Naast en in hetzelfde gebouw gevestigd als een café, waarvan de uitbaatster daarvan, ook de winkelierster was. Zulke gecombineerde uitbatingen, kwamen in die tijd veel voor in Vlaanderen. In onze, nochtans dunbevolkte buurt waren er zo zelf twee!

En voor zowat alles kon je daar terecht. Snoep, drank, koekjes, beschuiten, sigaretten, kaarsen, batterijen... Als ik mij goed herinner een aanbod dat een beetje vergelijkbaar is met hetgeen heden ten dage sommige nachtwinkels aanbieden. Maar in winkeloppervlakte waren ze doorgaans kleiner, en vaak nog meer volgepropt met allerlei spullen. Van bijna op de vloer tot haast aan het plafond.

In het winkeltje waar wij steeds aankopen deden kon je bonnetjes sparen, waarmee je dan uiteindelijk een geschenk bekwam. Zo zijn mijn ouders ooit aan een, toentertijd in elke huiskamer te vinden, op elektriciteit draaiende windmolen geraakt. Een lichtbruine, met lichtjes! En er speelde een muziekje terwijl de wieken draaiden! Het plastieken ding, signatuur 'made in Hongkong', waarvan ik toen de betekenis nog niet snapte, niemand uit ons dorp trouwens, was het pronkstuk onder de ornamenten die onze buffetkast sierden. Voor een tijdje althans. Want zulke prullen vervelen alras, zodat het object al vlug een plaatsje kreeg op een antieke, van een overleden familielid geërfde wastafel die in de traphal, annex voorraadkamer, annex mijn slaapplaats stond opgesteld. Inderdaad, in dat zowat anderhalve eeuw oude huisje waarin we woonden, was multifunctionaliteit een noodzaak. Lang voordat het woord werd uitgevonden!

Eens per week, meer bepaald op donderdag, kwam de visboer langs. Als je iets van hem wou kopen, dan moest je een emmertje aan je hekstijl hangen. Dan stopte de man sowieso. Je kon ook aan het hek staan wachten tot wanneer die venter met zijn viskraam opdaagde. En je hoorde hem van ver komen, want hij kraamde een in al die jaren nimmer wijzigende slogan uit. Zeker van de inhoud van zijn slagzin ben ik nooit geweest, maar het ging ongeveer als volgt: "Rauwe haring, bakharing,tarbot & kabeljauw! Steur, schar, zalm & schol! Hele grote mosselen! Goeie verse mosselen!" En geen bandje hé! Maar helemaal live!

En als hij je onderweg tegenkwam, riep hij je aan door zijn megafoon. Mij noemde de man steevast 'wittekop'. Niet toevallig omdat ik in die tijd qua haarkleur inderdaad nogal veel weg had van de witte van Zichem.

Die vismarchand heeft trouwens ooit eens slechte mosselen aan ons geleverd. Die werden in huis gebracht middels dat emmertje dat tot aan 's mans verschijnen aan het tuinhek hing. Want overal zakjes bij geven was toen nog niet in trek. Ofwel konden milieuactivisten, vanuit hun, naar later bleek terechte vrees overspoeld te worden door die plastieken zakjes, toen de verspreiding nog even tegen houden.

Als je boodschappen deed laadde je alles meteen in je eigen, van huis meegebrachte kabas. Of, in dit geval bij de visverkoper, in je emmertje. Mosselen althans. Hoe die andere vis van dat kraam tot in huis werd gebracht, dat herinner ik mij niet. Bij die vraag krijg ik helaas geen informatie terug vanwege mijn grijze hersenmassa.

Van die slechte mosselen ben ik dus wel goed ziek geweest! Mijn ogen zwollen op in zulke ernstige mate dat ik nog nauwelijks iets kon zien. Het ziekenhuis moest ik er niet voor in. Wel binnen blijven en in de zetel blijven zitten of liggen. Want ik zou overal tegenaan zijn gebotst. Dit voorval heeft er toe geleid dat ik jarenlang niet meer van die schelpdieren heb gegeten.

Ook onze melkboer had een vaste wekelijkse ronde. Als je melk, yoghurt of een ander zuivelproduct uit die mens zijn aanbod wou, dan werd van je verwacht dat je de lege, herbruikbare flessen aan de straatkant voor je huis zette. Dan wist die persoon dat je iets nodig had en kwam die aankloppen aan de achterdeur. Veelal had hij toen al bij wat we doorgaans bestelden. Dat bespaarde hem extra over en weer stappen naar zijn zwaar beladen camionette.

Bij de brouwer werd hetzelfde systeem toegepast. Alhoewel we, wanneer we bijvoorbeeld  een bak bier wilden, we niet het ganse krat met lege flesjes aan de straat zetten. Want dan bestond immers het gevaar dat een onverlaat er mee aan de haal zou gaan. Omwille van het leeggoed. Er werd in die tijd veel meer met hervulbare flessen en statiegeld gewerkt. Onze limonade werd ook zo aangeleverd. In zware glazen literflessen. Waarmee je, zo gewenst, gerust een volwassen mens de kop kon inkloppen. Wat naar mijn weten trouwens nooit is gebeurd. Maar zeker is dat niet. Want toen was de media nog niet zo uitgebreid.

En bij ons thuis werd ook niet met die flessen op elkanders hoofd geklopt. Waar mijn ma ze wel voor gebruikte, was voor het verpulveren van beschuiten. Door er met zo een zware glazen frisdrankfles over te rollen maakte ze daar chapelure van. Naast gehakt en ei, een onontbeerlijk ingrediënt om gehaktballen te maken. Mijn pa had die graag in de uiensaus, maar dat vond ik vies en daarom bereidde mijn ma die van mij steeds apart.

Al de drank die de brouwer kwam slijten was afkomstig van de familiale Belgische brouwerij Roman. Die trouwens op heden nog steeds actief is, en voor zover mij bekend is, met de 12de generatie Roman aan het roer, of toepasselijker gezegd de 'vaten', vooral bezig is met het brouwen van speciale bieren.

In de zomer kwam dan ook wel een keer of twee per week, en in de schoolvakantie nog vaker, vermoed ik, de ijscrèmekar langs. Van het type dat de laatste tien jaar ook nu weer vaker opduikt in de straten. Een kleine bestelwagen die rondtoerde en middels een genre scheepsbel, van ver uit de buurt reeds zijn komst aankondigde.

Er toerde ook een ijsventer rond op een soort gemotoriseerde bakfiets. Een tripoteur werd dat bij ons genoemd. Niemand uit mijn directe omgeving sprak de Franse taal. Maar er werden geen twee zinnen uitgesproken of er zat wel een Frans woord tussen. Dit ter zijde. Die ijsjesventer zijn bak was uiteraard een diepvries. En boven de ganse lengte van zijn vehikel was een scherm aangebracht zodat zijn klanten, bij felle zonneschijn, in de schaduw konden staan. Neen, tegen de regen diende dat dak niet. Wegens niet sterk en waterdicht genoeg. Als het regende reed die kerel trouwens niet rond. Want wie loopt er nu buiten en heeft zin in een bolletje roomijs als de regensluizen open staan?

Ondanks zijn bijzonder en aantrekkelijk voertuig had deze ijsjesverkoper toch minder cliënteel dan de anderen. Het is allicht moeilijk om zo vele decennia later alsnog de reden voor 's mans geringere populariteit te achterhalen. Wat zou die kennis ons ten andere opbrengen, dat de moeite getroosten om dit toch te achterhalen, kan rechtvaardigen? Mocht je het antwoord weten, dan wens ik je proficiat voor je wijsheid en veel succes ermee!

Eens ook in de uithoek waar wij woonden, het bestaan van de diepvries bekend was geworden en de meeste inwoners zo een vriezer hadden in huis gehaald, daalde de populariteit en navenant de omzet van die ijsjesverkopers enorm. En ook hun frequentie van verschijnen nam gestaag af.

Anderzijds kende de huis-aan-huis diepvriesroomijs verkoop dan weer een steile opmars. Op vaste tijdstippen kwamen die mannen met hun vrachtwagen langs om te vragen of wij soms roomijs moesten hebben. Soms wel ja. Maar meestal zei mijn ma dat we die vent moesten zeggen voorlopig verder te kunnen. Wat meestal gelogen was, want ondanks het feit dat die aan huis bestelde ijscrème het lekkerst was, kochten mijn ouders die toch liever in de supermarkt. Want daar was die veel goedkoper. En sinds we een auto hadden, een witte vijfdeurs Simca 1100 zelfs, met een grote koffer, prefereerden mijn ouders het merendeel van hun inkopen in het grootwarenhuis te doen. Waardoor we telkenmale met een koffer vol spullen, geladen in gratis beschikbaar gestelde, voor eenmalig gebruik bestemde, bruine papieren zakken met aan de buitenkant in grote letters het logo van de winkel erop.

Maar de lokale groenten- en fruitboer, met winkel in de dorpskern, raakte wel zijn waar nog kwijt aan ons. Tenminste hetgeen mijn ouders niet zelf kweekten in hun uitgebreide moestuin. Die man kwam rond met zijn rijdende winkel, waar je langs een trapje achterin de wagen naar binnen stapte. Deze groentenmarchand mocht voornamelijk dames verwelkomen en bedienen. Die gingen steevast de groentekar binnen met in hun ene hand hun geldbeugel en hun eigen boodschappentas aan de gevouwen arm. De andere hand gebruikten ze om bij het binnentreden hun lichaam in evenwicht te houden.

Dergelijke deur-aan-deur winkeis droegen toentertijd enorm bij aan het onderhoud van de sociale contacten. Want wie buiten kwam tot aan het kraam, ontmoette niet enkel de verkoper, maar steevast ook enkele buren die ook één en ander nodig hadden. En zo werden nieuwsfeiten uitgewisseld en kon men palaveren over van alles en nog wat.

Allicht vergeet ik in dit schrijfsel nog enkele leveranciers. Want er kwam ook van tijd tot tijd een messenslijper bij ons langs EN er was geregeld een bloemist die zijn waar aanbood van deur tot deur. Onze krant werd heel vroeg in de achtend aan huis bezorgd door een gespecialiseerde bezorger, op een brommertje. Wij noemde dat een Mobylette, maar ik ben vrij zeker dat die man zijn bromfiets van een ander merk was. Toen mijn zussen de pubertijd instapten, leverde die man ons dan ook nog eens elke week een Joepie, een muziektijdschrift dat wonderwel ook de dag van vandaag nog bestaat.

Die gazettenman schakelde in de zomer trouwens schooljongens in om tijdens de gerenommeerde 'Ronde van Frankrijk', de dagelijks, ogenblikkelijk na de koers gedrukte speciale kranteneditie betreffende deze wielerwedstrijd, aan de man te brengen. Die jongens, met een koerspet waarop reclame van de krant, op het hoofd, reden per twee, ieder aan één straatkant met hun fiets doorheen het dorp en de invalswegen. En bliezen, om hun in aantocht zijn, te melden, op een fluitje en schreeuwden ook nog eens: "'Het Volk! Met de uitslag van de Ronde van Frankrijk!'"

De mannen en jongens werden zo hun woning uitgelokt. En alhoewel de meesten van ons de voorbije wedstrijdetappe live op Tv hadden gevolgd, waren we er toch tuk op om ons zo een krantje aan te schaffen. Om de hoogtepunten uit de wedstrijd te herzien op zwart/wit foto's, nabeschouwingen te lezen en interessante weetjes te achterhalen.

Het was mijn ambitie om, eens ik oud en groot genoeg zou zijn, ook  met zo een schoudertas over mijn hals gehangen, per fiets die krantjes te bedelen. In functie daarvan oefende ik al voor de job, in onze tuin. En reed op mijn koersfietsje, met een pet op het hoofd, de wegels door, zo nu en dan blazend op een fluitje dat met een touwtje rond mijn nek hing, regelmatig de slogan uitroepend en bruusk stoppend als mijn bereidwillig mee'spelende' ma of zus, teken deden dat ze een krant wilden kopen. Waarbij ik één van de eerder aangekochte kranten uit mijn schoudertas toverde, met de glimlach aan de koopster overhandigde en dankbaar het onzichtbare geld in ontvangst nam.

Voorbereid en geoefend was ik derhalve voldoende. Maar jammer genoeg is de traditie van die rondekrantjes reeds ter ziele gegaan vooraleer ik de leeftijd had bereikt waarop ik deze kranten had kunnen venten.

Uiteraard kwam ook in die tijd de postbode, ofte facteur reeds dagelijks langs. Dat waren nog echte, die tijd mochten maken voor de mensen. En voor zichzelf. Want ook die van ons ging dagelijks een druppel of een pintje drinken in het café van onze buren. En wellicht ook in de andere, voor een kleine buurt, groot in aantal zijnde kroegen.

En niet enkel leveren aan huis gebeurde. Ook de oud ijzerman deed vaak zijn ronde. Waarbij je vaak nog een mooie prijs kreeg betaald voor het koper of ander waardevol metaal dat je de man kon aanbieden. En elk jaar kwam er ook iemand langs die mijn ma betaalde om wat takken af te snijden van de Hulst in onze achtertuin. Er stonden verschillende van deze groenblijvende loofbomen in de haag die zorgde voor de omzoming van onze achtertuin met logting, zoals wij onze moestuin noemden. De Hulst heeft leerachtige getande en van stekels voorziene bladeren en rode bessen. Welke in die tijd vaak gebruikt werden in Kerststukjes. En aangezien die boomsoort blijkbaar niet in groten getale overal te vinden was, kwam die heer elk jaar bij ons terecht om zich van een voldoende voorraad te voorzien. Wat mijn ma, zonder dat ze er arbeid voor moest verrichten, een aardig extraatje opleverde.

14-05-09

Lastpost

 

Met de bedoeling om dit als vakantiejob uit te voeren, ben ik me, in een heel ver verleden, in een installatiebedrijfje van afzuiginstallaties gaan aanbieden voor een job als 'Halve gast voor werk met lastpost.' Echt waar! Ze hadden dat verkeerdelijk met een 't' bij in het personeelskatern van het reclameblad afgedrukt!

Tegen de receptioniste zei ik: "Ik ben hier voor dat werkske als assistent van de baas", onderwijl de uit het reclameblad gescheurde jobaanbieding onder haar, overigens bevallig, reukorgaan stoppend.

Dat meisje mocht er eigenlijk in haar geheel best zijn. Met haar pittig voorkomen: een welgevormd lijf, in een niet al te klassiek mantelpakje gehuld, dat al haar rondingen goed liet uitkomen. En slechts een beetje bloot vlees onbedekt liet. Maar net genoeg om je te laten wegdromen. Lachen

Neen, ik werd niet aangeworven. Wegens onervaren met lasposten en het gebrek aan interesse van die firma om met een lastpost als mij in zee te gaan. En eigenlijk was ik daar niet rouwig om, want ik had me toch een geheel andere voorstelling gemaakt van een afzuiginstallatie.

10-05-09

Naderende verkiezingsdag

 

We zijn nu op minder dan een maand van de Vlaamse en Europese verkiezingen. En ik heb nog helemaal geen kandidaten gevonden aan wie ik mijn stem wens weg te geven.

Gisteren ben ik bij het passeren nog eens gestopt aan de in onze buurt opgestelde reglementaire aanplakborden. Er was daarop niet veel soeps te bespeuren. Op diverse borden werd tot op heden zelfs nog helemaal niks gekleefd. Het is tegenwoordig wellicht niet meer zo gemakkelijk plakploegen samen te stellen. En voor kleine partijen is het allicht onbegonnen werk om campagne te voeren en affiches op te hangen in steden en gemeenten, waaruit niemand van hun kandidaten afkomstig is.

Freya Saeys - 000Wat (uiterlijke) schoonheden onder de kandidates betreft, heb ik mijn goesting al gevonden. Freya Saeys uit Lebbeke staat momenteel op nummer 1.

Op de affiches van deze deerne uit Lebbeke staat: "Met lef!" Maar ik denk dat de meeste mensen, en zeker de mannen, daar bij zullen denken: "En met een schoon lijf!"

Eigenlijk wou ik schrijven: "Met ferme tieten!" Maar zulks doe je niet als fatsoenlijke heer. Dat is trouwens ook niet te zien op haar affiche.

Daar kan ten andere toch enorm veel mee gefoefeld worden. Heeft een dame van de natuur minder gekregen dan ze wil tonen, dan corrigeert ze dat met een push-up BH. Kreeg ze daarentegen teveel toebedeeld, dan wordt een deel weggedrukt met behulp van een korset of verstopt onder ruimvallende kledij. En als deze kunstgrepen falen, dan kan de genomen foto, vooraleer afgedrukt te worden, nog steeds worden geretoucheerd.

Dat ik over deze jongedame niks meer weet te vertellen dan uiterlijkheden is te wijten aan het feit dat ik op het internet niks vond over haar private en politieke achtergrond, noch nopens haar motivatie om kandidate te zijn voor de Vlaamse verkiezingen. Blijkbaar wordt verondersteld dat die fraaie foto van deze Lebbeekse volstaat om de kiezers te overtuigen. En dat zou best wel  eens kunnen lukken!

Maar ik zou ik niet zijn mocht ik niet even verder op speurtocht zijn getrokken. Zodat ik jullie toch kan meegeven dat dit dametje 25 jaar jong is en arts, zoals haar papa, al sinds behoorlijk wat jaren de burgemeester van Lebbeke.

Je moet er trouwens maar op komen om op de Oost-Vlaamse lijst een Freya te plaatsen. En er bovendien één te vinden, die qua sympathieke uitstraling de concurrentie kan aangaan met rooie Freya Van den Bossche!

Nu heeft de Gentse sp.a politica, als Oost-Vlaamse lijsttrekker op de Vlaamse kieslijst wel veel meer kans op het bemachtigen van een zitje in het Vlaams parlement, dan de (nog) nobele onbekende Open VLD kandidate met haar 14de plaats. Maar wie weet... misschien is mijn oog wel gevallen op de nieuwe Annemie Neys!

En de voormalig Vlaams-nationalistische, begin dit jaar tot socialist bekeerde Bert Anciaux lacht ons toe op zijn affiches. Hij duwt de Europese lijst van de sp.a met de slogan 'geen politiek zonder gevoel'. Waarbij ik me afvraag waarom men hem dan niet afbeeldt zoals we hem het beste kennen: huilend!

Alhoewel ik weet dat sympathieke Bert zo nu en dan mijn weblog bezoekt, durf ik hier op dit moment wel iets sarcastisch te schrijven over de ex-vanalles. Bertje is immers wellicht druk doende met campagne te voeren en heeft quasi zeker geen tijd om een ander zijn onzin en andere momenteel niet relevante noch interessante schrijfsels te lezen. En als je dit bij toeval toch leest, "Bert: 't is niet gemeend hoor, 't is maar voor de lol!"

Inderdaad, beste lezer, ondergetekende is niet alleen fysiek gehandicapt, maar ook nog eens een lafaard! Nu ja, een mens moet iets zijn, nietwaar? En zelfkennis is een goede deugd, dus dat compenseert mijns inziens die slechte eigenschap.

Affiches van Groen! zag ik ook al aan die houten panelen bevestigd. Geenszins wil ik die mensen uitlachen en nog minder wil ik deze partij met haar nobele idealen belachelijk maken. Maar het valt mij op dat veel van het Groen! mansvolk een hoog voorhoofd heeft. Mij komt het voor dat het opschuiven van de hoofdhaargrens van deze individuen recht evenredig evolueert met de toename van de omvang van het ozongat. Een gevolg van hun ecologische levensstijl? Dan rijst de vraag: is die wel gezond? Wie bezorgd ons hierop het antwoord? Zo er al één is!