25-08-08

Terug naar school

De schoolvakantie loopt ten einde. Nog exact één week voordat het nieuwe schooljaar een aanvang neemt. Mooie liedjes duren immers niet lang, volgens het gezegde. Maar met twee maanden zomerreces heeft de schoolgaande jeugd toch echt geen reden tot klagen. Dat doen de meeste onder hen dan ook wel niet, denk ik. Maar het vraagt ongetwijfeld toch een serieuze inspanning van het jonge volkje om, na 8 weken onbekommerd en in vrijheid genieten, terug te keren naar het strakke schoolritme en de ermee gepaard gaande verplichtingen.

Waar ik mijn hart evenwel het meest voor vasthoud is de verkeersveiligheid van de jongeren. Uiteraard ben ik in de eerste plaats bezorgd om mijn eigen kroost, die op 1 september het eerste jaar middelbaar zal aanvatten. Maar mijn bekommernis reikt verder. Naar alle kinderen die zich naar school en naderhand weer huiswaarts verplaatsen, veelal te voet of met de fiets.

Veilige schoolomgevingen en een veilig woon/schoolverkeer zijn uiterst belangrijk, en zouden vanzelfsprekend moeten zijn. Jammer genoeg is dit nog steeds niet tot iedereen doorgedrongen en mede daardoor ook niet overal praktisch gerealiseerd.

De laatste jaren is er onmiskenbaar veel goed werk geleverd, of in ieder geval een aanzet daartoe. Zoals de algemene invoering van de zone 30 in de schoolomgevingen. En de aanpak, door de Vlaamse overheid, van de omgeving van de scholen die gelegen zijn langs de gewestwegen. Maar vooraleer al die mooie plannen ook daadwerkelijk en overal zullen uitgevoerd zijn, zal er nog heel wat water naar de zee zijn gestroomd.

Zone 30

Er valt nog véél te realiseren. Het voortdurend sensibiliseren van zowel de beleidsmakers als de grote massa, resulteert vast in een verdere mentaliteitswijziging, die uiteindelijk moet leiden tot een verhoging van  de kwaliteit van ALLE school/thuis routes. Men gaat in deze liefst ook te werk volgens het STOP-principe. Dat wil zeggen dat in het verkeer de volgende mate van belangrijkheid wordt toegepast: Stapper (voetganger) – Trapper (fietser) – Openbaar (en collectief) vervoer (bv. bus, trein, tram) – Privé (gemotoriseerd, bv. auto) vervoer.

Door deze rangorde van wenselijke mobiliteitsvormen te volgen en consequent toe te passen, verkrijgt men immers niet alleen een grotere veiligheid, maar ook een vermindering van de vervoersarmoede, een verhoogde vervoerscapaciteit en bereikbaarheid, minder aantasting van het milieu en meer duurzaamheid en (verkeers)leefbaarheid.

Tijdens de nog te overbruggen tijdspanne tussen het heden en het moment waarop deze vooropgestelde verkeerssituatie realiteit is geworden, en zélfs dan nog, dienen we opmerkzaam te blijven in het verkeer en  rekening te houden met elkaar, ongeacht welk vervoersmiddel we ook gebruiken. En vooral verdraagzaam ten overstaan van de jeugd. Ook zij hebben inderdaad hun verantwoordelijkheid en dienen daar op tijd en stond, en liefst op een leuk aangebrachte wijze, aan herinnerd te worden. Maar laat ons toch niet vergeten dat zij jong zijn, dikwijls (nog) niet hetzelfde inschattingsvermogen hebben als volwassenen en zéker niet dezelfde ervaring. Voorts zijn kinderen vaak onbezonnen en uitbundig, soms ook in het verkeer! Dat is eigen aan hun leeftijd. Aan het gevaar dat dit kan teweegbrengen, wordt door hen vaak niet, of te weinig, gedacht

Mijn verzoek aan de grote mensen is dus, om in het verkeer, opmerkzaam te zijn én tolerant. Onze kleine medemensen, die vaak sneller dan we wensen groot worden, hun ouders, grootouders en allen voor wie zij dierbaar zijn, zullen jullie ongetwijfeld dankbaar zijn. En ik ook… merci!

De commentaren zijn gesloten.